Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AP1317

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-03-2004
Datum publicatie
10-06-2004
Zaaknummer
108939
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Nu de vrouw ondanks de prikkel van de bij het vonnis opgelegde dwangsom(men) kennelijk weigerachtig blijft om (zonder meer) aan de inhoud van het vonnis te voldoen, zal thans andermaal de afgifte van die goederen door de vrouw worden bevolen, waarbij de man zal worden gemachtigd dit vonnis zonodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie ten uitvoer te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 108939 / KG ZA 04-58

Datum vonnis: 12 maart 2004

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

X,

wonende te A,

eiser,

procureur mr. P.C. Plochg,

tegen

1. Y,

wonende te B,

gedaagde,

procureur mr. R.P. Zwarts,

2. Mr. C,

notaris ter standplaats Arnhem,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen worden hierna respectievelijk de man, de vrouw en de notaris genoemd.

Het verloop van de procedure

De man heeft de vrouw en de notaris ter zitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding.

De notaris is noch in persoon noch vertegenwoordigd door een procureur ter zitting verschenen. Nadat tegen hem verstek was verleend (zie hierna), is tussen de man en de vrouw voortgeprocedeerd.

De vrouw heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen.

De procureur van de man en de procureur van de vrouw hebben de zaak bepleit. Daarbij heeft eerstgenoemde producties in het geding gebracht. Ten slotte is - met inachtneming van het bepaalde in artikel 140 Rv. - vonnis bepaald.

De verstekverlening tegen de niet verschenen notaris

De voor de dagvaarding voorgeschreven formaliteiten zijn in acht genomen. Overeenkomstig het verzoek van de man wordt daarom verstek verleend tegen de notaris.

De motivering van de beslissing

1. Bij -inmiddels onherroepelijk geworden- vonnis in kort geding (hierna het vonnis te noemen) van deze voorzieningenrechter van 11 juli 2003 -waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd- zijn de man en de vrouw over en weer veroordeeld tot afgifte van een aantal in dat vonnis genoemde roerende zaken.

Het vonnis is op 19 juli 2003 op verzoek van de man aan de vrouw betekend. De man heeft toen de goederen tot afgifte waarvan hij ingevolge het vonnis was veroordeeld, aan de vrouw afgegeven.

De afgifte van de in het vonnis genoemde goederen door de vrouw aan de man heeft tot op heden niet plaatsgevonden. Partijen twisten over de vraag aan wie dit te wijten is (geweest) c.q. over de vraag of de vrouw aan de jegens haar uitgesproken veroordeling tot afgifte heeft voldaan. Volgens de man is dit laatste niet het geval en is de vrouw inmiddels het maximum bedrag aan dwangsommen (€ 4.000,--) verschuldigd, alsmede een bedrag ad € 713,22 wegens de kosten van verhaal van die dwangsommen, waaronder de kosten van een tweetal op verzoek van de man gelegde (executoriale) beslagen onder de notaris c.q. diens kantoor.

2. Op grond van het vorenstaande vordert de man thans (andermaal), kort gezegd, afgifte van de onderhavige goederen (in correcte staat) door de vrouw binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, zonodig met behulp van de sterke arm. Voorts vordert de man samengevat de notaris te veroordelen om uit het bij hem ten behoeve van de vrouw aanwezige depot (terzake van de restantopbrengst van de voormalige echtelijke woning van partijen) aan de man te betalen een bedrag ad

€ 4.713,22, vermeerderd met de kosten van dit kort geding.

3. De vrouw voert gemotiveerd verweer.

Zij stelt zich op het standpunt dat zij wèl aan de jegens haar uitgesproken veroordeling heeft voldaan, omdat zij de man voldoende in de gelegenheid heeft gesteld de goederen op de afgesproken datum

(19 juli 2003) bij haar te komen ophalen. Uit het door de man overgelegde proces-verbaal van de op die datum door de man ingeschakelde deurwaarder is echter gebleken dat de vrouw toen afwijzend heeft gereageerd op het verzoek van die deurwaarder om de desbetreffende roerende zaken aan de man af te geven. Tevens is

voldoende komen vast te staan dat de vrouw de man niet in haar woning wenste toe te laten en dat zij die goederen ook niet zelf naar beneden (kennelijk betreft het hier een bovenwoning) heeft gebracht of heeft laten brengen. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat de vrouw aan de jegens haar uitgesproken veroordeling heeft voldaan. Niet van belang is of de deurwaarder al dan niet tegen partijen zou hebben gezegd dat de hulp van derden kon of moest worden ingeschakeld.

4. Nu de vrouw ondanks de prikkel van de bij het vonnis opgelegde dwangsom(men) kennelijk weigerachtig blijft om (zonder meer) aan de inhoud van het vonnis te voldoen, zal thans andermaal de afgifte van die goederen door de vrouw worden bevolen, waarbij de man zal worden gemachtigd dit vonnis zonodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie ten uitvoer te leggen.

5. Uit het onder 3. overwogene volgt -mede gelet op de inmiddels verstreken tijd sinds de betekening van het vonnis aan de vrouw- dat de vrouw het maximum bedrag aan dwangsommen is verschuldigd.

Gelet op de moeizame relatie tussen partijen acht de voorzieningen-

rechter het alleszins redelijk dat dat bedrag (vermeerderd met de op het verhaal van de dwangsommen betrekking hebbende kosten) aan de man wordt voldaan door betaling uit het ten behoeve van de vrouw bij de notaris aanwezige depot. De notaris, die daartegen geen verweer heeft gevoerd en zich -naar ter zitting is gebleken- wat dat betreft kennelijk heeft gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter, zal daartoe overeenkomstig de vordering van de man worden veroordeeld.

6. Nu het aan de vrouw te wijten is geweest dat dit kort geding moest worden gevoerd en zij bovendien in het ongelijk is gesteld, zal zij in de kosten van dit kort geding worden verwezen. Ook hiervoor geldt dat voldoening van het terzake verschuldigde bedrag middels betaling uit meergenoemd depot door de notaris redelijk wordt geacht.

Nu de notaris niet is verschenen en dus geen kosten in dit kort geding heeft gemaakt, heeft de man geen belang bij een kostenveroordeling wat dat betreft van de vrouw. De daartoe strekkende vordering zal daarom worden afgewezen.

De beslissing

De voorzieningenrechter

1. veroordeelt de vrouw om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis over te gaan tot afgifte in correcte staat aan de man van de armfauteuil, de Friese stoelklok en de chiffonnière,

2. geeft machtiging tot tenuitvoerlegging van vorenstaande veroordeling zonodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie,

3. veroordeelt de notaris om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis over te gaan tot voldoening aan de man uit het ten kantore van de Maatschap Dirkzwager Advocaten en Notarissen ten behoeve van de vrouw aanwezige depot van de somma van € 4.713,22,

4. veroordeelt de vrouw in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de man bepaald op € 454,-- voor salaris en op € 324,78 voor verschotten,

5. bepaalt dat de onder 4. genoemde bedragen aan de man zullen worden voldaan door middel van uitbetaling door de notaris uit het onder 3. vermelde depot,

6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7. weigert het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.Æ. Uniken Venema en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier E.J. Wouters op 12 maart 2004.

de griffier de rechter