Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AO9368

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
10-03-2004
Datum publicatie
13-05-2004
Zaaknummer
105364
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank overweegt dat haar bevoegdheid moet worden behoordeeld aan de hand van de stellingen van de Lotto. Zij overweegt voorts dat het op in het arrondissement Arnhem geplaatste computers mogelijk is deel te nemen aan de internetspeleln van Sportdreams. Dit betekent dat de Lotto - in haar visie - in dit arrondissement de door haar gestelde schade lijdt, doordat Sportdreams een oneerlijke voorsprong op de Lotto heeft. Sportdreams kan immers niet gehinderd door beperkende vergunningsvoorschriften spellen aanbieden aan inwoners van dit arrondissement. Dit betekent dat de rechtbank op grond van artikel 102 Rv bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

In een geval als het onderhavige kan naar het oordeel van de rechtbank bij toepassing van artikel 102 Rv niet de eis worden gesteld dat er een bijzonder nauw verband is tussen de op een onrechtmatige daad gebaseerde vordering en de rechtbank waar de vordering aanhangig is gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2004, 486
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 105364 / HA ZA 03-1782

Datum vonnis: 10 maart 2004

Vonnis

in de zaak van

de stichting

STICHTING DE NATIONALE SPORTTOTALISATOR,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres,

verweerster in het incident,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. J.C.H. van Manen en mr. M.D. Schraven te Den Haag,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPORTDREAMS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

eiseres in het incident,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam.

Partijen worden hierna de Lotto en Sportdreams genoemd.

1. Het procesverloop

1.1 De volgende processtukken zijn gewisseld:

? een dagvaarding van de zijde van de Lotto;

? een akte overlegging producties van de zijde van de Lotto;

? een incidentele conclusie houdende exceptie van onbe-voegdheid van de zijde van Sportdreams;

? een conclusie van antwoord in het incident houdende ex-ceptie van onbevoegdheid van de zijde van de Lotto;

2. Het geschil in de hoofdzaak

2.1 De Lotto vordert in de hoofdzaak dat de rechtbank in een zo mo-gelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis (1) voor recht verklaart dat het aanbieden door Sportdreams op internet van ie-der van de in de dagvaarding beschreven spellen in strijd is met de Wet op de Kansspelen - hierna: WoK, (2) Sportdreams gebiedt de bedoelde spellen. alsmede het bevorderen ervan, via het inter-net, dan wel op enige andere wijze, rechtstreeks, dan wel door middel van een op enigerlei wijze met gedaagde verbonden (rechts-)persoon, met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag (een gedeelte daarvan voor een gehele gerekend) dat Sport-dreams, dan wel een op enigerlei wijze met Sportdreams verbon-den (rechts-)persoon, geheel of gedeeltelijk, met de nakoming van het gevorderde gebod in gebreke blijft, met veroordeling van Sportdreams in de kosten van het geding.

2.2 De Lotto stelt dat de in de dagvaarding beschreven spellen kans-spelen zijn als bedoeld in artikel 1 aanhef en sub a WoK en dat Sportdreams onrechtmatig handelt door deze kansspelen op in-ternet aan te bieden zonder de daarvoor vereiste vergunning. Sportdreams handelt volgens de Lotto daardoor onrechtmatig te-genover haar, omdat Sportdreams zich aldus een oneerlijke voor-sprong op de Lotto verschaft.

3. Het incident

3.1 Voor alle weren heeft Sportdreams gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, met veroordeling van de Lotto in de kosten van het geding.

3.2 De Lotto heeft de bevoegdheid van de rechtbank gebaseerd op artikel 102 Rv. Zij stelt dat de handelingen van Sportdreams zich op internet afspelen, dus ook in het arrondissement Arnhem.

3.3 Sportdreams stelt dat zij gevestigd is in het arrondissement Am-sterdam en dat daarom de Amsterdamse rechtbank de bevoegde rechter is. Zij stelt dat deze rechtbank niet bevoegd is omdat er geen bijzonder nauw verband is tussen de op een onrechtmatige daad gebaseerde vordering van de Lotto en de rechtbank Arnhem. Sportdreams ontleent deze eis aan de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over, thans, artikel 5 aanhef en sub 3 EEX-Vo. Zij wijst erop dat de Lotto Sportdreams in kort geding heeft gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de Amsterdamse rechtbank en dat de voorzieningenrechter de ge-vraagde voorziening heeft geweigerd. Volgens Sportdreams be-proeft de Lotto nu haar geluk in een ander arrondissement. Zij stelt dat de door de Lotto voorgestane uitleg van artikel 102 Rv fo-rumshopping in de hand zou werken.

3.4 De Lotto voert gemotiveerd verweer.

4. De beoordeling van het incident

4.1 De rechtbank overweegt dat haar bevoegdheid moet worden be-oordeeld aan de hand van de stellingen van de Lotto. Zij over-weegt voorts dat het op in het arrondissement Arnhem geplaatste computers mogelijk is deel te nemen aan de internetspellen van Sportdreams. Dit betekent dat de Lotto - in haar visie - in dit ar-rondissement de door haar gestelde schade lijdt, doordat Sport-dreams een oneerlijke voorsprong op de Lotto heeft. Sportdreams kan immers niet gehinderd door beperkende vergunningvoor-schriften spellen aanbieden aan inwoners van dit arrondissement. Dit betekent dat de rechtbank op grond van artikel 102 Rv be-voegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2 In een geval als het onderhavige kan naar het oordeel van de rechtbank bij de toepassing van artikel 102 Rv niet de eis worden gesteld dat er een bijzonder nauw verband is tussen de op een onrechtmatige daad gebaseerde vordering en de rechtbank waar de vordering aanhangig is gemaakt.

4.3 De rechtbank (Arnhem) heeft - evenals overigens andere recht-banken - in eerdere procedures over het aanbieden van spellen op internet op deze grond bevoegdheid aangenomen. Zij ziet geen reden daarvan terug te komen. De omstandigheid dat de Lotto in Amsterdam een kort geding is begonnen en - na verlies van die procedure - voor deze rechtbank de bodemprocedure is gestart, weegt onvoldoende zwaar om het beroep van de Lotto op artikel 102 niet te honoreren.

4.4 De rechtbank zal daarom de incidentele vordering van Sport-dreams afwijzen. Iedere verdere beslissing, waaronder die tot veroordeling in de kosten van het incident, zal worden aangehouden.

De beslissing

de rechtbank

1. wijst de vordering van Sportdreams in het incident af,

2. verwijst de zaak naar de rol van 7 april 2004 voor het nemen van een conclusie van antwoord in de hoofdzaak van de zijde van Sportdreams,

3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitge-sproken op woensdag 10 maart 2004.

de griffier de rechter