Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AO8245

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-04-2004
Datum publicatie
23-04-2004
Zaaknummer
05/090380-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Sigarettensmokkel vanuit Estland/Letland naar de EU; artikel 5 WA, 28 DW en 140 SR; schadebedrag voor de EU tussen de 75 miljoen - 102 miljoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/090380-02

Datum zitting : 8 april 2004

Datum uitspraak : 22 april 2004

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

Raadsman: mr. L.D.H. Hamer, advocaat te Amsterdam.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegelaten vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 13 april 2003 te

's-Heerenberg, gemeente Bergh en/of Rotterdam en/of Wijchen en/of Duiven en/of Boven-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal en/of Druten en/of Etten-Leur, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen aan de organisatie, te weten een samenwerkingsverband gevormd door hem, verdachte, en [medeverdachten] en/of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van

-valsheid in geschrifte (225 Sr) en/of

-het opzettelijk doen van onjuiste aangifte ten invoer (48 DW) en/of

-het opzettelijk voorhanden hebben van accijnsgoederen die niet

overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de Accijns in accijnsheffing zijn betrokken (5/97 WA) en/of

-Steuerhehlerei in de zin van par. 370, 373 en 374 van de Abgabe Ordnung

(Bondsrepubliek Duitsland)

-het opzettelijk voorhanden hebben van, danwel het opzettelijk brengen van onveraccijnsde sigaretten op het grondgebied van Groot-Brittannie

(Section 170 van de Customs en Excise Management Act 1979 en/of

-het onwettig bezit van tabak en/of sigaretten in Belgie

in de zin van art.12 van de Wet 10.06.1997, Wet betreffende de algemene

regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controle daarop, althans het plegen van misdrijven;

2.

verdachte op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 13 april 2003, te 's-Heerenbergh en/of Beneden-Leeuwen en/of Duiven en/of Wijchen en/of Etten-Leur, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens opzettelijk voorhanden heeft gehad accijnsgoederen, te weten sigaretten, welke niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing van accijns terzake van de uitslag en/of van de invoer van die goederen waren

betrokken;

art 5 lid 1 onder a Wet op de accijns

3.

"[naam] B.V." op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 13 april 2003, te 's-Heerenbergh en/of Duiven, althans in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een aangifte ten invoer (IM 4) tot verbruik van een aantal pallets en/of balen turf, zijnde ingevolge wettelijke bepalingen (Douanewet) een vereiste goederenaangifte, onjuist of onvolledig heeft gedaan, door in die aangifte opzettelijk en/of in strijd met de waarheid niet te vermelden/op te geven dat in die vloerdelen sigaretten waren bij geladen/gepakt/verstopt en/of door bij die aangifte (telkens) een valse en/of vervalste factuur te overleggen,

zulks terwijl dit feit ertoe strekte dat er te weinig rechten bij invoer werden geheven,

terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, dit feit door [naam] B.V. heeft doen plegen, door aan die [naam] B.V. onjuiste informatie en/of facturen te verstrekken ten aanzien van de in te voeren goederen.

(art 48 DW)

4.

hij op of omstreeks 13 april 2003 te Druten, in elk geval in Nederland, één of

meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten onder andere de navolgende bestanden welke zijn aangetroffen op een tweetal CD-roms(640mb per stuk) en/of op een gedeelte van de harde schijf (4 GB) van verdachte's computer:

1. [bestandsnaam 1] en/of

2. [bestandsnaam 2] en/of

3. [bestandsnaam 3] en/of

4. [bestandsnaam 4] en/of

5. [bestandsnaam 5] en/of

6. [bestandsnaam 6] en/of

7. [bestandsnaam 7] en/of

8. [bestandsnaam 8]

allen afbeeldingen waarbij met en/of door de meisjes expliciete sexuele

handelingen worden verricht en/of waarbij sprake is van een niet natuurlijke

houding van die meisjes en/of waarbij de geslachtsdelen van die meisjes

uitdrukkelijk in beeld zijn gebracht, danwel als bepalend onderwerp van die

afbeelding dienen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een

persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was

betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of

vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad;

Ter kennisneming van de rechtbank worden ad-informandum gevoegd:

1.Voorhanden hebben van een wapen, (CO2 pistool van het merk Walther,

type CP88) op 13 april 2003 te Druten;

(Art 13 lid 1 WWM/art 2 lid 1, cat.1 onder 7/Art. 55 lid 1 WWM

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 8 april 2004 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. L.D.H. Hamer, advocaat te Amsterdam.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 t/m 4 tenlastegelegde, alsmede het ad informandum gevoegde feit, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaar-delijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzeke-ring en voorlopige hechtenis doorge-bracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 en 3 is tenlastege-legd en zal hem daarvan vrij-spreken.

De rechtbank overweegt in dit verband het volgende.

Naar het oordeel van de rechtbank is op geen enkele wijze komen vast

te staan dat er door verdachte en/of zijn medeverdachten sigaretten naar Nederland zijn gebracht. In het hoofdproces-verbaal wordt uitsluitend melding gemaakt van in Duitsland en België aangetroffen partijen sigaretten alsmede van de uitvoer van sigaretten vanuit België naar het Verenigd Koninkrijk. Voorts hebben de verbalisanten in steeds stelliger bewoordingen het vermoeden geuit dat er nimmer sigaretten naar Nederland zijn gebracht en kan uit hun onderzoeksbevindingen worden afgeleid dat de vanuit Letland en Estland afkomstige vrachtauto’s waarin zich sigaretten bevonden na binnenkomst in de Europese Unie via Duitsland koers zetten naar België, terwijl uitsluitend vrachtwagens met zogenoemde deklading en lege vrachtwagens naar Nederland werden gereden teneinde daar een aangifte ten invoer te doen. De observaties van de FIOD-ECD bij de observaties bij De Barrière te Beek en bij Duiven in respectievelijk november 2002 en februari 2003 hebben evenmin overtuigende feiten opgeleverd dat er sigaretten naar Nederland zijn getransporteerd.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2001 tot en met 13 april 2003 te

's-Heerenberg, gemeente Bergh en/of Rotterdam en/of Wijchen en/of Duiven en/of Boven-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal en/of Druten en/of Etten-Leur, opzettelijk heeft deelgenomen aan de organisatie, te weten een samenwerkingsverband gevormd door hem, verdachte, en [medeverdachten] en meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van

-valsheid in geschrifte (225 Sr) en/of

-Steuerhehlerei in de zin van par. 370, 373 en 374 van de Abgabe Ordnung

(Bondsrepubliek Duitsland)

-het opzettelijk voorhanden hebben van, danwel het opzettelijk brengen van onveraccijnsde sigaretten op het grondgebied van Groot-Brittannie

(Section 170 van de Customs en Excise Management Act 1979 en/of

-het onwettig bezit van tabak en/of sigaretten in Belgie

in de zin van art.12 van de Wet 10.06.1997, Wet betreffende de algemene

regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controle daarop,

4.

hij op 13 april 2003 te Druten, één of

meermalen een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten onder andere de navolgende bestanden welke zijn aangetroffen op een tweetal CD-roms(640mb per stuk) en op een gedeelte van de harde schijf (4 GB) van verdachte's computer:

1. [bestandsnaam 1] en/of

2. [bestandsnaam 2] en/of

3. [bestandsnaam 3] en/of

4. [bestandsnaam 4] en/of

5. [bestandsnaam 5] en/of

6. [bestandsnaam 6] en/of

7. [bestandsnaam 7] en/of

8. [bestandsnaam 8]

allen afbeeldingen waarbij met en/of door de meisjes expliciete sexuele

handelingen worden verricht en/of waarbij sprake is van een niet natuurlijke

houding van die meisjes en/of waarbij de geslachtsdelen van die meisjes

uitdrukkelijk in beeld zijn gebracht, danwel als bepalend onderwerp van die

afbeelding dienen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen (telkens) een

persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was

betrokken (telkens) in bezit heeft gehad;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 140, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 4:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in voorraad hebben, meermalen gepleegd.

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 240b, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden waardoor de strafbaarheid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 18 juli 2003; en

- een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland gedateerd 15 juli 2003, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich samen met anderen gedurende een periode van twee jaar in een georganiseerd verband beziggehouden met - kort gezegd - de smokkel van sigaretten vanuit Estland en Letland, via Duitsland en België naar het Verenigd Koninkrijk en met de illegale productie van sigaretten in België.

Verdachtes aandeel in het geheel bestond uit het in Nederland zuiveren van de vervoersdocumenten die gebruikt zijn bij de transporten deklading en sigaretten en het doen van aangiften ten invoer voor de goederen die vermeld stonden op de vervoersdocumenten. Verdachte heeft hiertoe valse facturen opgemaakt. Tevens heeft verdachte het pand waarin de sigarettenfabriek in België is aangetroffen verworven.

Voorts heeft verdachte kinderpornografie voorhanden gehad die hij verkreeg door afbeeldingen met dat karakter thuis met zijn computer van het worldwide web binnen te halen. Deze afbeeldingen heeft hij vervolgens in zijn computer en op een tweetal cd-roms opgeslagen en bewaard. Om dergelijk pornografisch materiaal te vervaardigen worden minderjarige kinderen (ernstig) misbruikt en om dat en de exploitatie daarvan tegen te gaan is het in voorraad hebben van zulk materiaal strafbaar gesteld.

De rechtbank neemt bovenal in aanmerking dat verdachte willens en wetens heeft meegewerkt aan de smokkel en productie van grote hoeveelheden sigaretten waarmee miljoenen euro’s gemoeid waren. Gelet hierop alsmede op de rol die verdachte in het geheel vervulde

en op het professionele criminele organisatieverband waarin werd geopereerd is de rechtbank van oordeel dat voor dergelijke feiten, ook nu verdachte is vrijgesproken van feit 2 en 3 en niettegenstaande het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft, geen andere straf past dan een forse gevangenisstraf die deels voorwaardelijk zal zijn.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting mede gelet op de navolgende door de officier van justitie - onder toezeg-ging van afzonderlijke strafver-volging terzake te zullen afzien - ad informandum gevoegde zaak welke door verdach-te is erkend, voorzien van het parketnummer 05/090380-02, te weten:

Voorhanden hebben van een wapen, te weten een CO2 pistool van het merk Walther, type CP88 op 13 april 2003 te Druten.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is, behalve op de hiervoor genoemde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf zes (6) maanden niet zullen worden tenuitvoergelegd, ten-zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerleg-ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef-tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer-legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. J.H.M. Westenbroek, rechter, als voorzitter,

mr. M. Keppels, rechter,

mr. G.H.W. Bodt, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.S. de Vries, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 april 2004.