Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AO6240

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-03-2004
Datum publicatie
25-03-2004
Zaaknummer
05/090033-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Arnhem heeft een oud vice-president van de rechtbank Maastricht veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden (met een proeftijd van 2 jaren) en een geldboete van € 2.500,- (subsidiair 50 dagen hechtenis) wegens het in voorraad hebben van kinderporno. De rechtbank acht bewezen dat de man 10 videobanden en 4 computerdiskettes (met daarop afbeeldingen) met kinderporno in zijn woning voorhanden heeft gehad.

Hoger beroep: LJN BD6973

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/090033-02

Datum zitting : 11 maart 2004

Datum uitspraak : 25 maart 2004

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres] ,

plaats : [woonplaats],

raadsvrouw: mr. T.N.B.M. Spronken, advocaat te Maastricht

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 oktober 2001 te Maastricht, in elk geval in Nederland,

gegevensdragers, te weten videobanden als hierna onder A aangeduid en/of

(computer)-diskettes als hierna onder B aangeduid, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen -gedragingen zoals hierna bij de onderscheiden

videobanden en (computer)diskettes omschreven- waarbij personen betrokken

waren die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt, in

voorraad heeft gehad,

A.

- een videoband met de titel "[titel A]" bevattende afbeeldingen van

circa veertien jaar oude jongens die seksuele handelingen met elkaar, dan wel

met andere (oudere) jongens plegen, dan wel met wie door een ander of anderen seksuele handelingen gepleegd worden;

- een videoband met de titel "[titel B]" onder meer bevattende beelden

van een circa veertien jaar oude jongen, die zichzelf en andere (kennelijk

oudere) jongens masturbeert, oraal zowel als anaal seksueel contact heeft met

andere jongens en/of dergelijke seksuele handelingen ondergaat en/of beelden

van twee jongens in de leeftijd van veertien/vijftien jaar die (elkaar)

masturberen en/of oraal seksueel contact hebben;

- een videoband met de titel "[titel C]" deze band bevat beelden van

circa veertien/vijftien-jarige jongens, die elkaar masturberen en/of oraal

en/of anaal seksueel contact hebben;

- een videoband met de titel "[titel D]" waarop jongens in de

leeftijd van circa veertien en vijftien jaar te zien zijn, terwijl zij

seksuele handelingen met elkaar verrichten, te weten masturberen en het

praktiseren en/of het hebben of ondergaan van oraal en anaal seksueel kontakt;

- een videoband met de titel "[titel E]" waarop beelden getoond worden

van circa vijftien-jarige jongens, die zich en/of anderen masturberen en/of

met andere -kennelijk oudere- jongens oraal en/of anaal seksueel contact

hebben of ondergaan;

- een videoband met de titel "[titel D]" waarop een aantal fragmenten

uit de film "[titel E]" voorkomt, in welke fragmenten

jongens in de leeftijd van circa 15 jaar seksuele handelingen verrichten

en/of ondergaan, te weten masturbatie en/of het hebben van oraal en/of anaal

seksueel contact;

- een videoband met de titel "[titel F]" waarop een circa 15-jarige

jongen te zien is, die seksuele handelingen met andere (kennelijk oudere)

jongens verricht c.q. ondergaat, te weten het hebben en/of ondergaan van

oraal en/of anaal seksueel contact en/of het zichzelf of met anderen

masturberen;

- een videoband met de titel "[titel G]",

welke film een circa 14/15 jaar oude jongen onder de douche toont, terwijl

deze jongen masturbeert, en een jongen van ongeveer 13 jaar die met een

andere jongen masturbeert en daarmee anaal en oraal seksueel contact heeft,

en twee jongens van kennelijk Thaise origine in de leeftijd van circa 12,

respectievelijk 14 jaar, die masaturberen en oraal seksueel contact hebben met

elkaar;

- een videoband "[titel H]", bevattende

een aantal fragmenten (reclamefilmpjes) die allerlei seksuele handelingen

tonen tussen jongens, die de leeftijd van zestien jaar duidelijk niet hebben

bereikt;

- een videoband met de aanduiding G BV PA C 2 met de titel "[titel I]" welke band beelden bevat van jongens in de leeftijd van circa 14 tot 15 jaar,

die masturberen en/of oraal seksueel contact hebben en/of ondergaan;

- een videoband (VKR Pictures) "[titel J]" waarop beelden worden

getoond van jongens in de leeftijd van circa 13-14 jaar, die masturberen en

onderling of met anderen oraal en/of anaal seksueel contact hebben;

B.

- een computerdiskette (in het dossier aangeduid als "floppy 1") waarop onder

meer de navolgende bestanden (afbeeldingen) zijn vastgelegd:

bestand [bestandsnaam 1]: te zien is een liggende naakte jongen van 11 a 12 jaar.

Hij leunt op zijn rechter onderarm en heeft zijn onderlichaam iets richting

camera gedraaid. Naast hem ligt een tweede naakte jongen van ongeveer dezelfde leeftijd. Deze tweede heeft de erectie van de eerste in zijn mond;

bestanden [bestandsnaam 2] en [bestandsnaam 3]: close-ups van het naakte onderlichaam van een masturberende jongen. Gezien de schaamgroei is de leeftijd van de jongen 13 a 14 jaar;

bestand [bestandsnaam 4]: twee naakte jongens van 11 a 12 jaar en 13 a 14 jaar

liggen vrijend boven op elkaar;

- een computerdiskette (in het dossier aangeduid als "floppy 2") waarop

ondermeer de navolgende bestanden zijn vastgelegd

bestand [bestandsnaam 5 tot en met 9]: toont een jongen in een auto die door het geopende portierraam praat met een tweede jongen. De jongen in de auto is 14 jaar de jongen buiten de auto 17. De buiten de auto staande jongen stapt in. De achter het stuur zittende jongen kleedt zich uit en de tweede jongen pleegt orale seks met de achter het stuur zittende jongen;

bestand [bestandsnaam 10]: te zien is een naakte op zijn rug liggende jongen van 12

jaar. Hij heeft duidelijk zichtbaar een erectie. Een tweede jongen van 11 jaar

buigt zich over zijn kruis en pleegt orale seksuele handelingen met de

liggende jongen;

- een computerdiskette (in het dossier aangeduid als "floppy 3") waarop

ondermeer de navolgende bestanden zijn vastgelegd

bestand [bestandsnaam 11]: jongen van ongeveer 12 jaar, alleen gekleed in een short

staat buiten. Hij heeft zijn short enigszins naar beneden getrokken zodat zijn

penis in beeld wordt gebracht;

bestand [bestandsnaam 12]: twee jongens gekleed in T-shirts en shorts staan naast

elkaar buiten. Zij hebben de armen om elkaar heen geslagen en betasten elkaar

met een hand in elkaars shorts;

- een computerdiskette (in het dossier aangeduid als "floppy 4"), waarop

ondermeer de navolgende bestanden zijn vastgelegd

bestand [bestandsnaam 13]: jongen, alleen gekleed in een T-shirt zit met enigszins

gespreide benen op een stoel. Hij heeft een erectie. Een tweede jongen zit

geknield tussen zijn gespreide benen en pleegt orale seks met de op de stoel

zittende jongen. Zittende jongen is ongeveer 12 a 13 jaar oud;

bestand [bestandsnaam 14]: zichtbaar is een zittende jongen in de leeftijd van 13 a 14

jaar. Hij is gekleed in een wit T-shirt met een opdruk, dat opgetrokken is tot

onder zijn kin. Hij heeft zijn benen gespreid en heeft een erectie. Met zijn

linkerhand omklemt hij zijn balzak;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 11 maart 2004 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte niet versche-nen. Verdachtes raadsvrouw, mr. T.N.B.M. Spronken, advocaat te Maastricht, is wel verschenen en heeft ter terechtzitting aangegeven uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om namens cliënt het woord te voeren.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit zal worden veroor-deeld tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Voorts vordert de officier van justitie dat de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, te weten 16 videobanden en 4 floppy disks, worden onttrokken aan het verkeer.

Verdachtes raadsvrouw heeft het woord ter verdediging ge-voerd.

2a. De geldigheid van de dagvaarding

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de tenlastelegging op grond van de volgende punten nietig dient te worden verklaard:

- de in de tenlastelegging voorkomende zinsnede “die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt” is innerlijk tegenstrijdig met het in de nadere omschrijving vermelde “jongens in de leeftijd van circa veertien/vijftien jaar”, of equivalenten daarvan, nu dit laatste ook kan betekenen “mogelijk zestien jaar”;

- ten aanzien van twee van de in de tenlastelegging onder A. opgenomen videobanden, te weten “[titel C]” en “[titel H]”, is onvoldoende feitelijk omschreven waaruit de seksuele gedraging bestaat;

- de omschrijving van twee in de tenlastelegging onder A. opgenomen videobanden, te weten “[titel C]”, en ‘[titel E]”, is onbegrijpelijk nu de omschreven scenes niet in deze films voorkomen;

- Op de meeste videobanden komen vele personen voor en het is daarom onduidelijk op welke van deze personen de tenlastelegging ziet.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Kern van het betoog van de raadsvrouw is dat de verdediging op grond van de tenlastelegging niet weet waar verdachte zich tegen moet verdedigen. De rechtbank is evenwel van oordeel dat de tenlastelegging voldoet aan de eisen die artikel 261 Sv daaraan stelt. Het is volstrekt duidelijk waartegen verdachte zich heeft moeten verweren. Uit de gehele tenlastelegging en de daaraan ten grondslag liggende processtukken, in onderling verband en samenhang bezien, blijkt precies hetgeen verdachte wordt verweten.

De rechtbank is voorts van oordeel dat “circa veertien/vijftien jaar” niet “mogelijk zestien jaar” betekent. De tenlastelegging is niet innerlijk tegenstrijdig.

2b. De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat op grond van de navolgende punten - ieder voor zich dan wel in onderlinge samenhang bezien - het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard:

- er is sprake geweest van een onrechtmatige opsporing in de zogenaamde 249-zaak nu daaraan geen redelijk vermoeden van schuld ten grondslag heeft gelegen;

- het kantoor van een van de raadslieden van verdachte, mr. Wagemans, is gedurende ruim anderhalve week getapt, hetgeen onrechtmatig is geweest;

- de redelijke termijn is overschreden nu de zaak pas na 2,5 jaar ter terechtzitting is behandeld;

- het Openbaar Ministerie heeft in strijd met de onschuldpresumptie (artikel 6 lid 2 EVRM) gehandeld, doordat zij (middels het laten uitgaan van een persbericht, d.d. 14 maart 2003) heeft bijgedragen aan de gedachte in de media en bij het publiek dat nu reeds vaststaat dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan;

- de rechtbank heeft de processuele rechten van verdachte gefrustreerd door het voortijdig verstrekken van een nadien ingetrokken dagvaarding aan de pers.

De rechtbank stelt voorop dat ter berechting aan haar voor ligt, de zogenaamde 240b-zaak, de beoordeling van de verdenking van het voorhanden hebben van kinderporno. Daarnaast heeft er een onderzoek gelopen naar het mogelijk plegen van ontucht door verdachte, de zogenaamde 249-zaak. Déze zaak is door het Openbaar Ministerie geseponeerd. De rechtbank gaat dus niet in op verweren die op laatstgenoemde zaak betrekking hebben. Beide zaken hebben geen relevante raakvlakken en het onderzoek in de 249-zaak heeft pas een aanvang genomen nádat het onderzoek in de 240b-zaak was verricht. Het feit dat de vorderingen/bevelen tot machtiging (bevel) tot het opnemen van telecommunicatie behalve in de 249-zaak ook in de 240b-zaak zijn gedaan, doet daaraan niets af, nu het voor een ieder duidelijk moet zijn dat deze vorderingen/bevelen slechts zien op de 249-zaak. De videobanden en de diskettes waren immers al lang in beslaggenomen. Niet valt in te zien wat het opnemen van telecommunicatie daar voor verandering in zou kunnen brengen.

Gelet op het voorgaande behoeven de verweren ten aanzien van de onrechtmatige opsporing (inclusief het al dan niet achterhouden van stukken door het Openbaar Ministerie) en het onrechtmatig tappen van het advocatenkantoor geen nadere bespreking. Deze verweren zien enkel op de 249-zaak.

De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van verdachtes strafzaak onwenselijk lang, te weten twee jaren en vijf maanden, heeft geduurd. Zij verbindt hieraan echter geen (verdere) consequenties nu het de verdediging is geweest die veelvuldig heeft verzocht om nader onderzoek te verrichten in de 249-zaak (vergelijk HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721). Deze zaak is, zoals hiervoor reeds opgemerkt, niet tenlastegelegd en het was voor verdachte ook al snel kenbaar dat deze zaak niet zou worden vervolgd. Mede als gevolg van het telkens door de verdediging geïnitieerde nader onderzoek in de 249-zaak heeft het lange tijd geduurd alvorens de 240b-zaak ter zitting kon worden behandeld.

De rechtbank is voorts van oordeeel dat onvoldoende is gebleken dat het Openbaar Ministerie in strijd met de onschuldpresumptie heeft gehandeld. Het persbericht van 14 maart 2003 behelst niets meer dan het aangeven voor welk feit en voor welk gerecht verdachte wordt vervolgd.

Voor zover uit dat persbericht iets anders mocht blijken, wil dit nog niet zeggen dat, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang met de overige verweren bezien, er zodanig in strijd is gehandeld met de beginselen van een behoorlijke procesorde, in die zin dat daarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van verdachtes belangen tekort is gedaan aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak, het Openbaar Ministerie om die reden niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard.

Tenslotte kan al dan niet correct optreden van de rechtbank met betrekking tot het verschaffen van de dagvaarding aan de pers de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie niet raken.

3. De beslis-sing inzake het bewijs

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken nu het bewijs in deze zaak onrechtmatig is verkregen en dientengevolge dient te worden uitgesloten als bewijs. Daartoe heeft zij aangevoerd dat:

- het bekijken van de twee videobanden door elektromonteur [naam] onrechtmatig is jegens verdachte hetgeen van betekenis is voor de beoordeling van het hele feitencomplex;

- verbalisanten [naam] en [naam] onbevoegd, zonder toestemming, zonder machtiging en onrechtmatig de woning van verdachte zijn binnengetreden;

- er direct causaal verband bestaat tussen het onrechtmatig binnentreden van de verbalisanten [naam] en [naam] en het later verkregen bewijs naar aanleiding van het optreden van rechter-commissaris [naam], te weten het afstaan van de videobanden en diskettes door verdachte aan [naam] en het afleggen van een verklaring door verdachte tegenover [naam] (en officier van justitie [naam]).

De rechtbank is allereerst van oordeel dat het bekijken van twee videobanden in de woning van verdachte door elektromonteur [naam] hoogstens jegens verdachte onrechtmatig is geweest. Nu uit niets blijkt - en overigens ook niet door de verdediging is gesteld - dat het Openbaar Ministerie of de opsporingsambtenaren/politie enige bemoeienis in de handelwijze van [naam] hebben gehad, hoeft het daardoor verkregen bewijs om die reden niet te worden uitgesloten (vergelijk HR 14 januari 2003, NJ 2003, 288).

De rechtbank is wel - met de raadsvrouw - van oordeel dat de verbalisanten [naam] en [naam] onbevoegd en zonder machtiging na de melding van [naam] de woning van verdachte zijn binnengetreden. Dit levert een onrechtmatigheid op. De rechtbank verbindt hieraan echter niet de conclusie dat het verkregen bewijs om die reden dient te worden uitgesloten als bewijs. Daartoe overweegt zij het volgende.

Blijkens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moet het verkregen bewijs (in dit geval de door verdachte vrijwillig aan [naam] afgegeven videobanden en diskettes en de door hem tegenover [naam] daarna afgelegde verklaring), om voor uitsluiting in aanmerking te komen, uitsluitend zijn verkregen door of naar aanleiding van het onrechtmatig optreden van de opsporingsambtenaren (in dit geval het onrechtmatig binnentreden van de verbalisanten [naam] en [naam]). Daarvan is in deze zaak geen sprake. Blijkens de verklaring van rechter-commissaris [naam] heeft deze op mondelinge vordering van de officier van justitie [naam] op de rechtbank Maastricht een GVO geopend in verband met een te houden doorzoeking, zulks op basis van de mededeling dat op het adres van verdachte mogelijk kinderporno aanwezig was. Dit was ook de kern van de mededeling van [naam] aan de politie. Vervolgens is [naam], tezamen met piketofficer van justitie [naam] naar het politiebureau gegaan om de zaak door te spreken. Eerst toen, dus na het nemen van de beslissing tot opening van het GVO, is bij haar bekend geworden dat er al twee verbalisanten in de woning van verdachte waren geweest.

[naam] heeft bij de rechter-commissaris te Arnhem op 11 november 2003, op de vraag “wist u toen (toen zij naar aanleiding van de vordering van officier van justitie [naam] een GVO opende en een doorzoeking gelastte) dat er eerder politie in de woning was geweest die een video had bekeken?” verklaard: “Dat was mij niet bekend”.

Even verderop heeft [naam] in datzelfde verhoor tegenover de rechter-commissaris op de vraag “was u er tijdens het verblijf in de woning van [verdachte] van op de hoogte dat de elektricien en de politie al eerder de videobanden hadden bekeken?” verklaard: “Ja, dat was al aan de orde geweest tijdens de voorbespreking met de politie”. De rechtbank heeft geen enkele reden om aan deze - onder ede afgelegde - verklaring te twijfelen.

Op grond van deze verklaring en het door [naam] en [naam] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen doorzoeking, kan niet worden gesteld dat het (door het optreden van [naam]) verkregen bewijs uitsluitend is verkregen door/na het onrechtmatig optreden van de verbalisanten [naam] en [naam].

Dit maakt dat de rechtbank aan het onrechtmatig binnentreden van de verbalisanten [naam] en [naam] in de woning van verdachte, geen consequenties verbindt.

Verdachte heeft betwist dat de videobanden en de afbeeldingen op de diskettes onder artikel 240b Sr. te brengen zijn. Verdachte betwist ook de schatting van de leeftijden van de jongens in de films die in de tenlastelegging zijn opgenomen.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij merkt allereerst op dat verdachte enerzijds betwist dat de videobanden en de afbeeldingen op de diskettes onder artikel 240b Sr. te brengen zijn, terwijl in de pleitnota van de raadsvrouw op bladzijde 32 te lezen valt dat “omdat we de beelden niet zelf bij de hand hebben heeft cliënt uit zijn geheugen moeten putten”.

Voorts is er ten aanzien van de videobanden een proces-verbaal (d.d. 23 oktober 2001) opgemaakt door verbalisanten [naam] en [naam]. Uit dit proces-verbaal blijkt dat zij de tenlastegelegde videobanden hebben onderzocht op de aanwezigheid van kinderporno. Alle tenlastegelegde videobanden, behalve “[titel C]”, zijn eerder onderzocht op de aanwezigheid van kinderporno en bevinden zich in een d-base bij de afdeling Jeugd- en Zedenzaken, unit kinderporno te Amsterdam. Al deze videobanden zijn gekwalificeerd als kinderporno. Bij onderzoek door genoemde verbalisanten is gebleken dat de inhoud van de tenlastegelegde videobanden overeenkwam met de bekende/aanwezige beschrijving van deze videobanden.

Ten aanzien van de vier diskettes heeft verbalisant [naam] een proces-verbaal opgemaakt (d.d. 24 oktober 2001) waaruit blijkt dat op 123 afbeeldingen “jonge ontklede jongens te zien” waren. Verbalisant [naam] heeft de vier diskettes onderzocht (proces-verbaal van 24 oktober 2001) op de aanwezigheid van kinderporno. Daarbij heeft hij gebruik gemaakt van de zogenaamde ‘Tanner-Stadia’. 45 afbeeldingen heeft hij gekwalificeerd als kinderporno. Tenslotte heeft verbalisant [naam] de afbeeldingen op de cd-rom, waarop de inhoud van de vier diskettes was gebrand, geanalyseerd aan de hand van de informatie aanwezig in de Landelijke Database Kinderporno van het Korps Landelijke Politiediensten (proces-verbaal van 9 april 2002). Na analyse bleken 47 afbeeldingen te voldoen aan de criteria voor overtreding van artikel 240b Sr. Deze 47 afbeeldingen zijn beschreven in een bijlage behorend bij voornoemd proces-verbaal. Alle in de tenlastelegging onder B. opgenomen bestanden behoren tot deze 47 beschreven afbeeldingen.

Op grond van deze bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat de in de tenlastelegging opgenomen videobanden en afbeeldingen/bestanden te kwalificeren zijn als kinderporno.

Nu de videoband “[titel C]” zich niet in de d-base in Amsterdam bevindt, en de rechtbank deze band ook niet zelf heeft gezien (de video- banden maken, evenals de diskettes, geen deel uit van het dossier), kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat deze band kinderporno bevat. De rechtbank zal verdachte daarom met betrekking tot die videoband vrijspreken.

De raadsvrouw heeft nog aangevoerd dat verdachte met betrekking tot onderdeel B. van de tenlastelegging ten aanzien van vijf bestanden in ieder geval dient te worden vrijgesproken nu deze bestanden niet door verdachte konden worden bekeken omdat er voor die bestanden geen zogenaamde “last access-datum” was.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Het feit dat er voor die vijf bestanden geen last access-datum was, wil niet meer zeggen dan dat er met die bestanden niet, zoals met een aantal andere, op 13 augustus 2001 nog iets is gedaan (bijvoorbeeld bekeken). Verdachte heeft deze bestanden in ieder geval van het world wide web gedownload en opgeslagen op een diskette. Voorts blijkt uit het door verbalisant [naam] op 5 juni 2003 opgemaakte proces-verbaal dat hij ([naam]) alle bestanden, waaronder dus ook de door de raadsvrouw bedoelde vijf bestanden, gewoon heeft kunnen openen en bekijken.

De rechtbank zal voorts als bewijs bezigen de verklaring van elektromonteur [naam], afgelegd op 22 oktober 2001, voor zover inhoudende:

Ik stopte de videobanden in de videorecorder en zag vervolgens de beelden ervan op de zwart/wit televisie. Ik zag tot mijn grote schrik dat op die videobanden kinderen bezig waren met sexuele handelingen te verrichten bij elkaar dan wel bij hun zelf. Met sexuele handelingen bedoel ik dat men elkaar aan het pijpen was, elkaar aan het aftrekken was dan wel zich alleen aan het aftrekken was, dat een jongen geneukt werd in zijn kont. (…) Ik schat die kinderen tussen de 14 en 16 jaren oud.

Tevens bezigt de rechtbank als bewijs de door verdachte tegenover rechter-commissaris [naam] en officier van justitie [naam] afgelegde verklaring (proces-verbaal van 26 oktober 2001), voor zover inhoudende:

Ik, mr. [naam], heb verdachte de cautie gegeven. Verdachte verklaarde tegenover ons - kort samengevat- :

- dat hij videobanden in zijn bezit had waarop fragmenten zouden kunnen voorkomen die strafbare seksuele gedragingen bevatten;

- dat het merendeel van deze banden al zeer lange tijd in zijn bezit waren en dat de meest recente ruim zes jaar geleden door hem was gekocht;

- dat deze banden uitsluitend in de privé-sfeer door hem worden gebruikt.

De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 22 oktober 2001 te Maastricht,

gegevensdragers, te weten videobanden als hierna onder A aangeduid en

(computer)-diskettes als hierna onder B aangeduid, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen -gedragingen zoals hierna bij de onderscheiden

videobanden en (computer)diskettes omschreven- waarbij personen betrokken

waren die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt, in

voorraad heeft gehad,

A.

- een videoband met de titel "[titel B]" onder meer bevattende beelden

van een circa veertien jaar oude jongen, die zichzelf en andere (kennelijk

oudere) jongens masturbeert, oraal zowel als anaal seksueel contact heeft met

andere jongens en/of dergelijke seksuele handelingen ondergaat en/of beelden

van twee jongens in de leeftijd van veertien/vijftien jaar die (elkaar)

masturberen en/of oraal seksueel contact hebben;

- een videoband met de titel "[titel C]" deze band bevat beelden van

circa veertien/vijftien-jarige jongens, die elkaar masturberen en/of oraal

en/of anaal seksueel contact hebben;

- een videoband met de titel "[titel D]" waarop jongens in de

leeftijd van circa veertien en vijftien jaar te zien zijn, terwijl zij seksuele handelingen met elkaar verrichten, te weten masturberen en het praktiseren en/of het hebben of ondergaan van oraal en anaal seksueel kontakt;

- een videoband met de titel "[titel E]" waarop beelden getoond worden

van circa vijftien-jarige jongens, die zich en/of anderen masturberen en/of

met andere -kennelijk oudere- jongens oraal en/of anaal seksueel contact

hebben of ondergaan;

- een videoband met de titel "[titel D]" waarop een aantal fragmenten

uit de film "[titel E]" voorkomt, in welke fragmenten

jongens in de leeftijd van circa 15 jaar seksuele handelingen verrichten

en/of ondergaan, te weten masturbatie en/of het hebben van oraal en/of anaal

seksueel contact;

- een videoband met de titel "[titel F]" waarop een circa 15-jarige

jongen te zien is, die seksuele handelingen met andere (kennelijk oudere)

jongens verricht c.q. ondergaat, te weten het hebben en/of ondergaan van

oraal en/of anaal seksueel contact en/of het zichzelf of met anderen

masturberen;

- een videoband met de titel "[titel G]",

welke film een circa 14/15 jaar oude jongen onder de douche toont, terwijl

deze jongen masturbeert, en een jongen van ongeveer 13 jaar die met een

andere jongen masturbeert en daarmee anaal en oraal seksueel contact heeft,

en twee jongens van kennelijk Thaise origine in de leeftijd van circa 12,

respectievelijk 14 jaar, die masaturberen en oraal seksueel contact hebben met

elkaar;

- een videoband "[titel H]", bevattende

een aantal fragmenten (reclamefilmpjes) die allerlei seksuele handelingen

tonen tussen jongens, die de leeftijd van zestien jaar duidelijk niet hebben

bereikt;

- een videoband met de aanduiding G BV PA C 2 met de titel "[titel I]" welke band beelden bevat van jongens in de leeftijd van circa 14 tot 15 jaar,

die masturberen en/of oraal seksueel contact hebben en/of ondergaan;

- een videoband (VKR Pictures) "[titel J]" waarop beelden worden

getoond van jongens in de leeftijd van circa 13-14 jaar, die masturberen en

onderling of met anderen oraal en/of anaal seksueel contact hebben;

B.

- een computerdiskette (in het dossier aangeduid als "floppy 1") waarop onder

meer de navolgende bestanden (afbeeldingen) zijn vastgelegd:

bestand [bestandsnaam 1]: te zien is een liggende naakte jongen van 11 a 12 jaar.

Hij leunt op zijn rechter onderarm en heeft zijn onderlichaam iets richting

camera gedraaid. Naast hem ligt een tweede naakte jongen van ongeveer dezelfde leeftijd. Deze tweede heeft de erectie van de eerste in zijn mond;

bestanden [bestandsnaam 2] en [bestandsnaam 3]: close-ups van het naakte onderlichaam van een masturberende jongen. Gezien de schaamgroei is de leeftijd van de jongen 13 a 14 jaar;

bestand [bestandsnaam 4]: twee naakte jongens van 11 a 12 jaar en 13 a 14 jaar

liggen vrijend boven op elkaar;

- een computerdiskette (in het dossier aangeduid als "floppy 2") waarop

ondermeer de navolgende bestanden zijn vastgelegd

bestand [bestandsnaam 5 tot en met 9]: toont een jongen in een auto die door het geopende portierraam praat met een tweede jongen. De jongen in de auto is 14 jaar de jongen buiten de auto 17. De buiten de auto staande jongen stapt in. De achter het stuur zittende jongen kleedt zich uit en de tweede jongen pleegt orale seks met de achter het stuur zittende jongen;

bestand [bestandsnaam 10]: te zien is een naakte op zijn rug liggende jongen van 12

jaar. Hij heeft duidelijk zichtbaar een erectie. Een tweede jongen van 11 jaar

buigt zich over zijn kruis en pleegt orale seksuele handelingen met de

liggende jongen;

- een computerdiskette (in het dossier aangeduid als "floppy 3") waarop

ondermeer de navolgende bestanden zijn vastgelegd

bestand [bestandsnaam 11]: jongen van ongeveer 12 jaar, alleen gekleed in een short

staat buiten. Hij heeft zijn short enigszins naar beneden getrokken zodat zijn

penis in beeld wordt gebracht;

bestand [bestandsnaam 12]: twee jongens gekleed in T-shirts en shorts staan naast

elkaar buiten. Zij hebben de armen om elkaar heen geslagen en betasten elkaar

met een hand in elkaars shorts;

- een computerdiskette (in het dossier aangeduid als "floppy 4"), waarop

ondermeer de navolgende bestanden zijn vastgelegd

bestand [bestandsnaam 13]: jongen, alleen gekleed in een T-shirt zit met enigszins

gespreide benen op een stoel. Hij heeft een erectie. Een tweede jongen zit

geknield tussen zijn gespreide benen en pleegt orale seks met de op de stoel

zittende jongen. Zittende jongen is ongeveer 12 a 13 jaar oud;

bestand [bestandsnaam 14]: zichtbaar is een zittende jongen in de leeftijd van 13 a 14

jaar. Hij is gekleed in een wit T-shirt met een opdruk, dat opgetrokken is tot

onder zijn kin. Hij heeft zijn benen gespreid en heeft een erectie. Met zijn

linkerhand omklemt hij zijn balzak;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe-zen. Verdach-te zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijf-fouten voorko-men, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijs-middelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het tenlastegelegde feit niet kan worden gekwalificeerd nu, ondanks het arrest van de Hoge Raad van 21 april 1998, NJ 1998, 782, het “in voorraad hebben” (zoals is tenlastegelegd) niet gelijk kan worden gesteld met het “uitsluitend voor privégebruik in bezit hebben”. Daarbij stelt de raadsvrouw dat genoemd arrest van de Hoge Raad in strijd is met artikel 7 van het EVRM.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De Hoge Raad is in voornoemd arrest duidelijk geweest: “’s Hofs oordeel dat het in bezit hebben van materiaal als bedoeld in art. 240b Sr voor eigen gebruik oplevert het “in voorraad hebben” in de zin van dat artikel is dus juist”. Daarbij komt dat de videobanden en diskettes zijn gevonden op een tijdstip gelegen ruim na het hiervoor genoemde door de Hoge Raad gewezen arrest.

Het bewezenverklaarde levert mistdien op:

een afbeelding - of een gegevensdrager bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in voorraad hebben,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 240b, eerste lid (oud) van het wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden waardoor de strafbaar-heid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus straf-baar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de om-stan-dighe-den waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister

betreffende verdachte, gedateerd 12 maart 2003.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in voorraad hebben van kinderpornografie. Bij hem thuis zijn tien videobanden en vier computerdiskettes (met daarop afbeeldingen) met dergelijk materiaal aangetroffen.

Het betreft een ernstig feit. Om dergelijk pornografisch materiaal te vervaardigen worden minderjarige kinderen (ernstig) misbruikt en om dat en de exploitatie daarvan tegen te gaan is het in voorraad hebben van zulk materiaal strafbaar gesteld.

Bij de op te leggen straf houdt de rechtbank, naast het hiervoor overwogene, rekening met de volgende omstandigheden.

- Verdachte heeft een blanco strafblad;

- Het gaat om (video)beelden en afbeeldingen waarop minderjarige kinderen onderling seksuele handelingen met elkaar verrichten;

- Verdachte was op het moment van inbeslagneming van de videobanden en diskettes (en dus ten tijde van het plegen van het delict) vice-president in de rechtbank Maastricht. Daarmee vervulde verdachte een voorbeeld-functie;

- Verdachte heeft als gevolg van de ontdekking van kinderpornografisch materiaal in zijn woning, en de daaruit volgende strafzaak, reeds veel schade geleden. Hij heeft om hem moverende redenen, onmiddellijk na de ontdekking van de videobanden en de diskettes, zijn ontslag ingediend en hij is al veelvuldig publiekelijk aan de schandpaal genageld, waarbij de pers hem voortdurend, al dan niet hinderlijk, op de hielen heeft gezeten;

- In soortgelijke zaken, met dergelijke aangetroffen hoeveelheden kinderporno, wordt doorgaans geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.

Gelet op dit alles is de rechtbank van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur en een geldboete passend en geboden zijn.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten 16 videobanden en 4 floppy disks (diskettes), en met betrekking tot welke de tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten zijn begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is, behalve op de hiervoor genoemde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 36b, 36c, 36d en 57 van het Wetboek van Straf-recht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlaste-gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt ver-dach-te daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het straf-bare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

en voorts tot:

betaling van een geldboete van € 2.500,- (tweeduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 50 dagen.

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen te weten:

- 16 videobanden;

- 4 floppy disks (diskettes).

Aldus gewezen door:

mr. H.P.M. Kester, vice-president, als voorzitter,

mr. G. Bracht, rechter,

mr. E.A.A.M. Pfeil, vice-president,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Gameren, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 maart 2004.