Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AO4813

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-02-2004
Datum publicatie
02-03-2004
Zaaknummer
05/093244-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

24 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk wegens het medeplegen van zware mishandeling, diefstal in verenigign en verduistering waarbij verdachte bij de verkeerde persoon verhaal is gaan halen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/093244-03

Datum zitting : 6 februari 2004

Datum uitspraak : 20 februari 2004

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres] ,

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in PI Arnhem - HvB Arnhem Nrd De Berg, Wilhelminastraat 16 Arnhem.

Raadsman: mr H. de Boer, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 07 november 2003 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een televisietoestel en/of enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan D.W.H. [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [slachtoffer] (meermalen) (met een (gedeelte van een) biljartkeu) op en/of tegen het hoofd werd geslagen en/of meermalen op en/of tegen het lichaam werd gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of geduwd;

2.

hij op of omstreeks 04 oktober 2003 te Nijmegen opzettelijk een telefoon, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan D.N.[slachtoffer2], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren)

verdachte anders dan door misdrijf, te weten als (potentiële) koper, onder

zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Ter terechtzitting d.d. 06 februari 2004 is de tenlastelegging gewijzigd, hierin bestaande dat na feit 1 dient te worden ingevoegd:

althans indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

A:

hij op of omstreeks 7 november 2003 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon genaamd D.W.H. [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (blijvend (visueel) letsel aan het rechter oog) heeft toegebracht, door die [slachtoffer] (meermalen) opzettelijk (met een gedeelte van) een biljartkeu op en/of tegen het hoofd te slaan en/of meermalen op en/of tegen het lichaam te stompen/slaan;

B:

hij op of omstreeks 7 november 2003 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een televisietoestel en/of enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan D.W.H. [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 6 februari 2004 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte versche-nen. Verdachte is bijgestaan door mr H. de Boer, advocaat te Arnhem.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd en is ter terechtzitting verschenen:

? D. [slachtoffer2], wonende te [adres].

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde onder 1 subsidiair onder A en B en sub 2 zal worden veroor-deeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Als bijzondere voorwaarde, toezicht van de reclassering, ook indien dit inhoudt dat verdachte zich ambulant laat behandelen zoals door de reclassering voor nodig wordt bevonden.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vordering van de benadeelde partij D. [slachtoffer2] tot een bedrag van € 250,-- wordt toegewezen en dat er een schadever-goedingsmaat-regel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opge-legd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechte-nis.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging ge-voerd.

3. De beslis-sing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijf-fouten voorko-men, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair onder A en B en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

A:

hij op 7 november 2003 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met anderen, aan een persoon genaamd D.W.H. [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (blijvend visueel letsel aan het rechter oog) heeft toegebracht, door die [slachtoffer] meermalen opzettelijk met een gedeelte van een biljartkeu op en tegen het hoofd te slaan en meermalen op en tegen het lichaam te stompen/slaan;

B:

hij op 7 november 2003 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met anderen, , met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een televisietoestel toebehorende aan D.W.H. [slachtoffer].

2.

hij op 04 oktober 2003 te Nijmegen opzettelijk een telefoon, toebehorende aan D.N.[slachtoffer2], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als potentiële koper, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe-zen. Verdach-te zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijs-middelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het feit onder 1 A:

Het medeplegen van het misdrijf: zware mishandeling,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 302 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van het feit onder 1 B:

Diefstal door twee of meer verenigde personen,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 2:

Verduistering,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden waardoor de strafbaar-heid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus straf-baar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de om-stan-dighe-den waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke en financiële omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 20 januari 2004;

- een voorlichtingsrapport van het Leger des Heils, gedateerd 30 januari 2004, betreffende verdachte;

- een voorlichtingsrapport van de William Schrikker Stichting d.d. 3 februari 2004.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte, thans 19 jaar, is, zo blijkt uit het algemeen documentatie-register, vanaf 28 november 2000 (de eerste veroordeling door de meervoudige strafkamer te Arnhem) al ten minste zeven keer onherroepelijk veroordeeld terzake van het plegen van gewelds- en vermogensdelicten. De onderhavige feiten zijn door verdachte gepleegd terwijl hij voor meerdere veroordelingen in een proeftijd liep. Met name het onder 1 subsidiair onder A tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit is een ernstig feit. Verdachte is, er kennelijk vanuit gaande dat het slachtoffer bij hem had ingebroken, samen met twee anderen naar de woning van het slachtoffer gegaan om verhaal te halen. Direct nadat het slachtoffer de deur had geopend is er fors op het slachtoffer ingeslagen, waarbij verdachte gebruik heeft gemaakt van een biljartkeu.

Het aan het slachtoffer toegebrachte letsel is blijvend van aard. Vervolgens heeft verdachte op het moment dat het slachtoffer weerloos was, een breedbeeld televisie van het slachtoffer meegenomen. Dit deed hij toen hij constateerde dat er geen bij hem gestolen goederen in de woning van het slachtoffer aanwezig waren.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een gevangenis-straf die deels voorwaardelijk zal zijn.

6a. De beoordeling van de civiele vorde-ring(en), alsmede de

gevor-derde op-legging van de schadevergoedings-maat-regel

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vorde-ring, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De verdachte heeft de vordering van de benadeelde gedeelte-lijk weerspro-ken. De rechtbank acht de vordering - nu het tenlas-te-gelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar. De vordering zal dan ook in zijn geheel worden toegewe-zen.

Voor de toegewezen vordering geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoe-dingsmaatregel ex art. 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en dus verdachte de verplich-ting zal opleggen het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is, behalve op de hiervoor genoemde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57, 63 van het Wetboek van Straf-recht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlaste-gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt ver-dach-te daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de straf-bare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf zes (6) maanden niet zullen worden tenuitvoergelegd, ten-zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerleg-ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef-tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit,

dan wel niet is nagekomen de volgende bijzondere voorwaarde:

- Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzin-gen die hem door of namens de (stich-ting) Re-classe-ring Nederland zullen worden gegeven, (ook als dit zal inhouden het volgen van een ambulante behandeling in een door de Reclassering aan te wijzen vergelijkbare instelling,) voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling no-dig wordt geacht.

Geeft opdracht aan de (stichting) Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer-legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij D. [slachtoffer2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt veroordeelde tegen kwijting aan D. [slachtoffer2], wonende te [adres], te betalen € 250,-- (zegge tweehonderdvijftig euro).

- Veroordeelt veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 250,--, subsidiair 5 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer D. [slachtoffer2], wonende te [adres], te betalen € 250,-- (zegge tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 (vijf) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Aldus gewezen door:

mr. J. Grijns, rechter, als voorzitter,

mr. A.A.M. Bögemann, rechter,

mr. M.C.G.J. van Well, rechter,

in tegenwoordigheid van R. van Dijk griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 februari 2004.