Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AO4807

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-02-2004
Datum publicatie
02-03-2004
Zaaknummer
05/070252-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 24 maanden voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid wegens het veroorzaken van een dodelijk ongeval op de A73 (juni 2002)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/070252-03

Datum zitting : 13 februari 2004

Datum uitspraak : 27 februari 2004

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

Raadsman: mr. B.J. Driessen, advocaat te Nijmegen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na twee door de rechtbank toegelaten vorderingen wijzigingen tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 04 juni 2002 in de gemeente Nijmegen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto) daarmede op de weg, de A73, oostelijke rijbaan, zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam, in een boek, folder, althans in enig geschreven document heeft gekeken en/of gedurende enkele seconden, direct voor het ontstaan van na te omschrijven aanrijding/en, gezien zijn, verdachtes rijrichting naar links heeft gekeken, althans niet voortdurend op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg heeft gelet en/of terwijl een voor hem, verdachte uit op die weg zich bevindend/e ander/e motorrijtuig/en de alarmlichten van zijn/hun motorrijtuigen in werking had/den gesteld, niet zijn, verdachtes snelheid zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte in staat was dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (vrachtauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of met een snelheid van ongeveer 84 kilometer per uur, althans een aanmerkelijke snelheid, en/of zonder te remmen tegen de achterzijde van een voor hem, verdachte uit rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk Opel) is gebotst, althans is aangereden, waardoor laatstgenoemd motorrijtuig geheel of gedeeltelijk tussen het wegdek van die weg en dat motorrijtuig (vrachtauto) werd geklemd en/of terwijl zich dat andere motorrijtuig (personenauto) geheel of gedeeltelijk onder het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (vrachtauto) bevond tegen twee, althans een aantal andere zich voor hem, verdachte uit op die weg bevindende motorrijtuig/en (personenauto/s, Ford Escort Wagon en/of Ford Escort CLX) is gebotst, waarna voormeld motorrijtuig (Ford Escort Wagon) tegen een afrastering is gebotst en/of voormeld ander motorrijtuig (personenauto, merk Ford Escort CLX)tegen de middenvangrail werd gedrukt, althans is gebotst en/of die motorrijtuigen (voormelde vrachtauto, voormelde Opel en voormelde Ford Escort Wagon)in brand zijn geraakt en/of geheel of gedeeltelijk zijn uitgebrand en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([naam]) werd gedood en/of een ander/en ([naam] en/of [naam]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 04 juni 2002 in de gemeente Nijmegen, als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto) daarmede op de weg, de A73,oostelijke rijbaan, terwijl een voor hem, verdachte uit op die weg zich bevindend/e ander/e motorrijtuig/en de alarmlichten van zijn/hun motorrijtuigen in werking had/den gesteld, met een snelheid van ongeveer 84 kilometer per uur en/of zonder te remmen tegen de achterzijde van een voor hem, verdachte uit rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk Opel) is gebotst, althans is aangereden, waardoor laatstgenoemd motorrijtuig geheel of gedeeltelijk tussen het wegdek van die weg en dat motorrijtuig (vrachtauto) werd geklemd en/of terwijl zich dat andere motorrijtuig (personenauto) geheel of gedeeltelijk onder het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (vrachtauto) bevond tegen twee, althans een aantal andere zich voor hem, verdachte uit op die weg bevindende motorrijtuig/en (personenauto/s, Ford Escort Wagon en/of Ford Escort CLX) is gebotst, waarna voormeld motorrijtuig (Ford Escort Wagon) tegen een afrastering is gebotst en/of voormeld ander motorrijtuig (personenauto, merk Ford Escort CLX)tegen de middenvangrail werd gedrukt, althans is gebotst en/of die motorrijtuigen (voormelde vrachtauto, voormelde Opel en voormelde Ford Escort Wagon)in brand zijn geraakt en/of geheel of gedeeltelijk zijn uitgebrand, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 13 februari 2004 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte versche-nen. Verdachte is bijgestaan door mr. B.J. Driessen, advocaat te Nijmegen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroor-deeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, geheel voorwaar-delijk met een proeftijd van 2 jaren alsmede tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 24 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met dien verstande dat bij een eventuele tenuitvoerlegging in mindering dient te worden gebracht de tijd die het rijbewijs van verdachte reeds ingenomen is geweest.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging ge-voerd.

3. De beslis-sing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijf-fouten voorko-men, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 04 juni 2002 in de gemeente Nijmegen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto) daarmede op de weg, de A73, oostelijke rijbaan, zeer, onoplettend, niet voortdurend op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg heeft gelet en terwijl voor hem, op die weg zich bevindend/e ander/e motorrijtuig/en de alarmlichten van hun motorrijtuigen in werking had/den gesteld, niet zijn, verdachtes snelheid zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte in staat was dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (vrachtauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg kon overzien en waarover deze vrij was, en met een aanmerkelijke snelheid, tegen de achterzijde van een voor hem, verdachte uit rijdend ander motorrijtuig (personenauto, merk Opel) is gebotst, waardoor laatstgenoemd motorrijtuig tussen het wegdek van die weg en dat motorrijtuig (vrachtauto) werd geklemd en terwijl zich dat andere motorrijtuig (personenauto) onder het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (vrachtauto) bevond tegen twee, andere zich voor hem, verdachte uit op die weg bevindende motorrijtuigen (personenautos, Ford Escort Wagon en Ford Escort CLX) is gebotst, waarna voormeld motorrijtuig (Ford Escort Wagon) tegen een afrastering is gebotst en voormeld ander motorrijtuig (personenauto, merk Ford Escort CLX) tegen de middenvangrail werd gedrukt, en die motorrijtuigen (voormelde vrachtauto, voormelde Opel en voormelde Ford Escort Wagon)in brand zijn geraakt en geheel of gedeeltelijk zijn uitgebrand en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([naam]) werd gedood en een ander ( [naam]) zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe-zen. Verdach-te zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijs-middelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van primair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood,

en

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden waardoor de strafbaar-heid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus straf-baar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de om-stan-dighe-den waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 13 december 2003.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich, door zeer onoplettend te rijden, schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een zeer ernstig verkeersongeval op de A73 waarbij één persoon de dood heeft gevonden en waarbij één persoon zodanig werd verwond dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Een dergelijk feit is zeer ernstig en kan niet anders dan gesanctioneerd worden.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het feit dat de zaak al erg oud is. Dit is, gelet op niet alleen de ernst van het feit maar ook de aard van het feit en de persoon van de verdachte, bijzonder onwenselijk en heeft voor verdachte een onnodige belasting opgeleverd. Hiermee zal bij de bepaling van de strafmaat rekening worden gehouden. Ook zal bij bepaling van de strafmaat rekening worden gehouden met het feit dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, alsmede dat de rechtbank oprecht overtuigd is van het feit dat verdachte gebukt gaat onder een enorm schuldgevoel hetgeen verdachte op zichzelf al – en begrijpelijk – als een straf ervaart.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak de straf zoals geëist door de officier van justitie passend is.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is, behalve op de hiervoor genoemde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 57 en 91 van het Wetboek van Straf-recht, alsmede op de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlaste-gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt ver-dach-te daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de straf-bare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet zal worden tenuitvoergelegd, ten-zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerleg-ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef-tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit,

en voorts tot

ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertui-gen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van vierentwintig (24) maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 179 lid 6 van de Wegenverkeers-wet 1994.

Bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertui-gen niet zal worden tenuitvoerge-legd, ten-zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerleg-ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het eind van de proef-tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. M. Jurgens, rechter, als voorzitter,

mr. E.G. Smedema, rechter,

mr. C. Lely-Van Goch, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. van Kuppeveld, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2004.