Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AO4798

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-02-2004
Datum publicatie
02-03-2004
Zaaknummer
05/090330-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie jaar gevangenisstraf waarvan één jaar voorwaardelijk voor mensenhandel en strafbare axploitatie van prostitutie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/090330-00

Datum zitting : 06 februari 2004

Datum uitspraak : 20 februari 2004

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboortedatum],

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

Raadsman: mr. J. Velthoven, advocaat te Wageningen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 juni 1999 tot

30 september 2000 te Sliedrecht en/of Bemmel en/of Arnhem en/of Groningen

en/of 's-Hertogenbosch en/of 's-Gravenhage en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer

anderen, bekend onder de na(a)m(en) [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of [naam], (telkens) door geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) dan wel (telkens) door misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding tot prostitutie

heeft gebracht, dan wel (telkens) onder voornoemde omstandigheden enige

handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die ander(en) daardoor in de prostitutie belandde(n), bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dat misbruik en/of die misleiding en/of die ondernomen handeling(en) (telkens) hierin dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) middels zogenaamde voodoo-praktijken een machtspositie over voornoemde ander(en) hebben/heeft verworven en/of hiermede druk op die ander(en) hebben/heeft uitgeoefend en/of van die -in (een) afhankelijke en/of onvermogende positie(s) verkerende- ander(en) de betaling van (een) schuld(en) hebben/heeft geëist en/of die ander(en) en/of (de) in Afrika woonachtige familieleden van die ander(en) hebben/heeft gedreigd te verwonden of te doden indien die ander(en) niet zou(den) betalen en/of meewerken en/of die ander(en)

(tijdelijk) (een) onderkomen(s) hebben/heeft verschaft en/of voor die

ander(en) (een) werkplek(ken) hebben/heeft gezocht en/of geregeld en/of die

ander(en) hebben/heeft aangestuurd in het zoeken naar en/of verkrijgen van

(een) werkplek(ken) en/of door die ander(en) in de prostitutie verdiend geld

(gedeeltelijk) aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) hebben/heeft doen

afstaan en/of (verder) misbruik hebben/heeft gemaakt van d(i)e (aanhoudend)

afhankelijke en/of onvermogende positie(s) waarin die ander(en) verkeerde(n);

(zaakdossiers 01 t/m 06)

2.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 oktober 2000

tot 19 februari 2002 te Sliedrecht en/of 's-Gravenhage en/of Groningen en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, een of meer anderen, bekend onder de na(a)m(en) [naam] en/of [naam] en/of [naam], (telkens)

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen dan wel (telkens)

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of

door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van (een) seksuele handeling(en) met een derde tegen betaling, dan wel

(telkens) onder voornoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die seksuele handeling(en) beschikbaar stelde, bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dat misbruik en/of die misleiding en/of die

ondernomen handeling(en) (telkens) hierin dat verdachte en/of verdachtes

mededader(s) middels zogenaamde voodoo-praktijken een machtspositie over

voornoemde ander(en) hebben/heeft verworven en/of hiermede druk op die

ander(en) hebben/heeft uitgeoefend en/of van die -in (een) afhankelijke en/of

onvermogende positie(s) verkerende- ander(en) de betaling van (een) schuld(en) hebben/heeft geëist en/of die ander(en) en/of (de) in Afrika woonachtige familieleden van die ander(en) hebben/heeft gedreigd te verwonden of te doden indien die ander(en) niet zou(den) betalen en/of meewerken en/of die ander(en) (tijdelijk) (een) onderkomen(s) hebben/heeft verschaft en/of voor die ander(en) (een) werkplek(ken) hebben/heeft gezocht en/of geregeld en/of die ander(en) hebben/heeft aangestuurd in het zoeken naar en/of verkrijgen van (een) werkplek(ken) en/of door die ander(en) in de prostitutie verdiend geld (gedeeltelijk) aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) hebben/heeft doen afstaan en/of (verder) misbruik hebben/heeft gemaakt van d(i)e (aanhoudend) afhankelijke en/of onvermogende positie(s) waarin die ander(en) verkeerde(n);

(zaakdossiers 02 t/m 04)

3.

zij in of omstreeks de periode van 26 juni 1999 tot 19 februari 2002 te

Sliedrecht en/of Arnhem en/of Groningen en/of 's-Hertogenbosch en/of

's-Gravenhage en/of (elders) in Nederland opzettelijk heeft deelgenomen aan

een organisatie, te weten een organisatie die werd gevormd door verdachte

en/of (onder meer) een/de perso(o)n(en) bekend onder de na(a)m(en) [naam] en/of [naam] en/of [naam],

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van mensenhandel, althans het

plegen van misdrijven, van welke organisatie verdachte (feitelijk)

(mede-)oprichter en/of leider was; (zaakdossiers 01 t/m 06)

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 29 mei 2002, 20 augustus 2002, en op 06 februari 2004 ter terechtzitting onderzocht. Op 06 februari 2004 is verdachte – bijgestaan door mr. J. Velthoven, advocaat te Wageningen – versche-nen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 3 tenlastegelegde feit zal worden vrijgesproken, en voorts dat zij ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaar-delijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzeke-ring en voorlopige hechtenis doorge-bracht.

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging ge-voerd.

3a. Het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijf-fouten voorko-men, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

3b. Algemene overweging ten aanzien van het bewijs

De raadsman heeft ter terechtzitting vrijspraak bepleit voor de feiten 1 en 2 wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigd bewijs.

De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt.

De transcripties van de telefoongesprekken (hierna: taps) die zich in het dossier bevinden wijzen in zijn algemeenheid richting exploitatie van de betreffende vrouwen. Deze lezing van de taps wordt ondersteund door verklaringen van anderen, waaronder die van [naam], en schriftelijke bescheiden zoals bijvoorbeeld het briefje ondertekend door “[naam]” dat is aangetroffen tijdens de huiszoeking in de woning van verdachte.

Verdachte heeft de inhoud van de taps telkens weersproken door te stellen dat de telefoongesprekken op die punten onjuist zijn vertaald en dat het feitelijk gaat om schulden die zijn ontstaan door de verkoop van kleding aan die vrouwen. Dat verdachte kleding heeft verkocht aan de vrouwen acht de rechtbank niet onaannemelijk, sterker nog, dit past in een dergelijk beeld aangezien de vrouwen ook gekleed moesten worden. Deze verklaring van de verdachte zegt echter slechts iets over de herkomst van de schuld, en juist die doet bij het vaststellen van de strafbaarheid van verdachtes handelen niet ter zake.

3c. De beslissing inzake het bewijs

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 3 is tenlastege-legd en zal haar daarvan vrij-spreken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

zij op tijdstippen in de periode van 26 juni 1999 tot

30 september 2000 te Sliedrecht en Bemmel en Arnhem en Groningen

en 's-Hertogenbosch en 's-Gravenhage en elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

anderen, bekend onder de namen [naam] en [naam] en [naam] en [naam] en [naam] en [naam], telkens door bedreiging met geweld of andere feitelijkheden dan wel door misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding tot prostitutie

heeft gebracht, bestaande die bedreiging met geweld of andere feitelijkheden of dat misbruik of die misleiding telkens hierin dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) middels zogenaamde voodoo-praktijken een machtspositie over voornoemde anderen hebben/heeft verworven en hiermede druk op die ander(en) hebben/heeft uitgeoefend en van die -in (een) afhankelijke en/of onvermogende positie(s) verkerende- anderen de betaling van (een) schuld(en) hebben/heeft geëist en die anderen en/of in Afrika woonachtige familieleden van die anderen hebben/heeft gedreigd te verwonden of te doden indien die anderen niet zouden betalen en/of meewerken en die anderen

(een) onderkomen(s) hebben/heeft verschaft en voor die

anderen (een) werkplek(ken) hebben/heeft gezocht en/of geregeld en die

anderen hebben/heeft aangestuurd in het zoeken naar en/of verkrijgen van

(een) werkplek(ken) en door die anderen in de prostitutie verdiend geld

aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) hebben/heeft doen

afstaan en verder misbruik hebben/heeft gemaakt van de

afhankelijke en/of onvermogende positie(s) waarin die anderen verkeerden;

(zaakdossiers 01 t/m 06)

2.

zij op tijdstippen in de periode van 01 oktober 2000

tot 19 februari 2002 te Sliedrecht en 's-Gravenhage en Groningen en

elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

anderen, bekend onder de namen [naam] en [naam] en[naam], telkens door bedreiging met

geweld of andere feitelijkheden heeft gedwongen dan wel telkens

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of

door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, bestaande die bedreiging met geweld of andere feitelijkheden of dat misbruik of die misleiding telkens hierin dat verdachte en/of verdachtes

mededader(s) middels zogenaamde voodoo-praktijken een machtspositie over

voornoemde ander(en) hebben/heeft verworven en hiermede druk op die

anderen hebben/heeft uitgeoefend en van die -in (een) afhankelijke en/of

onvermogende positie(s) verkerende- anderen de betaling van (een) schuld(en) hebben/heeft geëist en die anderen en/of in Afrika woonachtige familieleden van die anderen hebben/heeft gedreigd te verwonden of te doden indien die anderen niet zouden betalen en/of meewerken en die anderen (een) onderkomen(s) hebben/heeft verschaft en voor die anderen (een) werkplek(ken) hebben/heeft gezocht en/of geregeld en die anderen hebben/heeft aangestuurd in het zoeken naar en/of verkrijgen van (een) werkplek(ken) en door die anderen in de prostitutie verdiend geld (gedeeltelijk) aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) hebben/heeft doen afstaan en verder misbruik hebben/heeft gemaakt van de afhankelijke en/of onvermogende positie(s) waarin die anderen verkeerden;

(zaakdossiers 02 t/m 04)

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe-zen. Verdach-te zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijs-middelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van een ander door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid dwingen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van een ander door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid dwingen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden waardoor de strafbaar-heid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus straf-baar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de om-stan-dighe-den waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 08 mei 2002;

- een voorlichtingsrapport van (stichting) Reclassering Nederland, gedateerd 19 april 2002, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het strafbaar exploiteren van vrouwen en meisjes in de prostitutie. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van voodoo als dwangmiddel. Zij heeft vanwege geldelijk gewin misbruik gemaakt van de afhankelijke positie van deze vrouwen en meisjes. Dergelijk handelen is zeer ernstig en kan, gelet op de gezondheidsrisico’s die het vak met zich meebrengt, lichamelijk letsel in de vorm van ziektes en/of aandoeningen tot gevolg hebben. Voorts kunnen de slachtoffers, die door verdachte gedwongen werden zichzelf te prostitueren, ernstige psychische schade hebben geleden.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een gevangenis-straf van na te noemen duur. Deze zal, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden en op het feit dat zij nog niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, deels voorwaardelijk zijn. Deze voorwaardelijk gevangenisstraf dient verdachte er tevens van te weerhouden zich in de toekomst wederom schuldig te maken aan dergelijke strafbare feiten.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57, 250a en 250ter(oud) van het Wetboek van Straf-recht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt ver-dach-te daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de straf-bare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) jaren

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte groot één (1) jaar niet zal worden tenuitvoergelegd, ten-zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerleg-ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef-tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer-legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. J.P. Bordes, rechter, als voorzitter,

mr. C. Lely-Van Goch, rechter,

mr. W.J. Vierveijzer, rechter,

in tegenwoordigheid van mrs. D.W.A. van Kuppeveld en M.A. Bijl, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 februari 2004.