Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2004:AO4200

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
05-02-2004
Datum publicatie
20-02-2004
Zaaknummer
05/090329-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In georganiseerd verband criminele activiteiten plegen, waaronder bedrieglijke bankbreuk, oplichting, valshe4id in geschrifte en het aanwezig hebben van hennep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/090329-02

Datum zitting : 22 januari 2004

Datum uitspraak : 5 februari 2004

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid, Ir. Molsweg 5 te Arnhem.

Raadsman: mr. H. van der Linden, advocaat te Druten.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na twee door de rechtbank toegelaten vorderingen tot wijziging van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij als bestuurder van de rechtspersoon [naam] BV en/of diens voorganger [naam] BV die in november 2003 in staat van faillissement is geraakt tesamen en in vereniging met een ander en/of anderen in de periode van september 2002 tot en met maart 2003 te Nijmegen ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers lasten heeft

verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of goederen aan de boedel van [naam] BV heeft onttrokken door partijen kleding te bestellen en/of vervoeren en/of de inventaris van [naam] BV mee te nemen en/of te laten meenemen en/of [naam] BV op naam van F. [naam] te zetten, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) dat voornoemde [naam] geen of voldoende verhaal bood of zou bieden;

2.

hij in of omstreeks de periode van september 2002 tot en met juni 2003 te

Nijmegen en/of Cuijk, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk

te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse

hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of

[naam] en/of [naam] BV en/of andere

kledingleveranciers heeft bewogen tot de afgifte van partijen kleding, in elk

geval van enig goed, hierin bestaande dat verdachte (telkens) tezamen met

verdachtes mededader(s), althans alleen,met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of

in strijd met de waarheid partijen kleding heeft besteld en/of heeft laten

bestellen als ware deze bestemd voor het bedrijf [naam] en/of als zouden

deze partijen kleding volledig worden betaald en/of heeft voorgedaan als zou

er geen relatie bestaan tussen [naam] en de Nijmeegse winkel [naam] en/of [naam], waardoor kledingleveranciers (telkens) werd bewogen

tot bovenomschreven afgifte;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van september 2002 tot en met juni 2003 te

Nijmegen en/of Cuijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte makende van het

kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of

(een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, telkens met

voormeld oogmerk de navolgende goederen hebben/heeft gekocht van na te noemen perso(o)n(en) en/of bedrijven:

- van [naam] NV een (of meerdere) partij(en) kleding;

- van [naam] een (of meerdere) partij(en) kleding;

- van [naam] een (of meerdere) partij(en) kleding;

- van [naam] een (of meerdere) partij(en) kleding;

- van [naam] B.V. een (of meerdere) partijen kleding;

3.

hij in of omstreeks de periode van februari 2003 tot en met 19 maart 2003 te

Cuijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad en/of heeft bewerkt en/of verwerkt ongeveer

2500 planten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

hij in of omstreeks de periode van april 2003 tot en met 7 mei 2003 te Arnhem

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

aanwezig heeft gehad en/of heeft bewerkt en/of verwerkt ongeveer 600 planten,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij op of omstreeks 02 april 2003 te Molenhoek, gemeente Heumen, en/of te

Milsbeek, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld H.T.

[naam] heeft gedwongen tot de afgifte van een bedrag van ongeveer 7200

euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mede-dader(s) een

pistool op die [naam] heeft/hebben gericht en/of die [naam]

(met de handen en/of met een voorwerp) heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of (daarbij) de woorden: "geef je geld nou of niet" en/of "we weten waar je vrouw werkt" heeft/hebben geuit;

6.

hij in of omstreeks de periode van 13 februari 2003 tot en met juni 2003 te

Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, kledingleveranciers te bewegen tot de afgifte van partijen kleding, in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, het heeft voorgesteld als ware [naam] BV een bonafide bedrijf welke tot

volledige betaling van de goederen over zou gaan en/of heeft voorgesteld als

had [naam] BV en/of X.J.P. [naam] geen banden C. [naam] en/of met enige in het verleden onbetrouwbaar gebleken bedrijf (in het bijzonder [naam] en/of 'London [naam]' en/of [naam] BV op naam van [naam] gezet en/of op een valse naam kleding heeft besteld en/of laten bestellen en/of onder een valse naam contacten heeft gelegd en/of laten leggen welke gericht waren op het verkrijgen van kleding, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

7.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met juni 2003 te

Nijmegen, althans in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere kredietverstrekkers (te weten [naam] financiering en/of [naam]) heeft bewogen tot de afgifte van geld (kredieten), in elk geval van enig goed, hierin bestaande dat verdachte (telkens) tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen,met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid arbeidsrelaties heeft gefingeerd met X.J.P. [naam] en/of S.E. [naam] en/of valse loonstroken heeft laten opmaken/opgemaakt met betrekking tot S.E. [naam] en/of X.J.P. [naam] waardoor kredietverstrekkers (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met juni 2003 te

Nijmegen, althans in Nederland ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om (telkens) tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere kredietverstrekkers, te weten [naam] financiering en/of [naam] te bewegen tot de afgifte van geld (kredieten), in elk geval van enig goed, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, arbeidsrelaties heeft gefingeerd met S.E. [naam] en/of X.J.P. [naam] en/of valse loonstroken voor S.E. [naam] en/of X.J.P [naam] heeft laten opmaken/opgemaakt en/of [naam] en/of [naam] contact heeft laten opnemen met kredietverstrekkers, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 t/m juni 2003 te Nijmegen,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen

een of meermalen loonstroken en/of arbeidscontracten, - (elk) zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens)

valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat

geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de

waarheid op deze loonstroken en/of arbeidscontracten een arbeidsrelatie te

vermelden met S.E. [naam] en/of X.J-P [naam] en/of een onjuist loonbedrag te

vermelden;

8.

hij in of omstreeks de periode van januari 2003 tot en met juni 2003 te

's-Hertogenbosch,(meermalen) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen,(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of

bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een

pand aan [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer ongeveer

226, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval

een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

9.

hij in of omstreeks de periode van september 2002 tot en met juni 2003 te

Nijmegen en/of Den Bosch, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van het telen van hennep (3 OW) en/of het plegen van oplichting (326 SR) en/of flessentrekkerij (326a SR) en/of bedrieglijke bankbreuk (343 Sr) en/of valsheid in geschrift (225 Sr), althans het plegen van misdrijven;

van welke organisatie verdachte (feitelijk) (mede-) oprichter en/of (feitelijk)

(mede-) bestuurder was;

11.

hij op of omstreeks 9 december 2002 te Vuren, althans op enige plaats in

Nederland aan/langs de A15, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten A. [naam]) heeft geslagen en/of geschopt en/of getrapt en/of gestompt, waardoor voornoemde [naam] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 22 januari 2004 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte versche-nen. Verdachte is bijgestaan door mr. H. van der Linden, advocaat te Druten.

Als benadeelde partij hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd: [naam] BV, gevestigd te [adres],

[naam] [naam], gevestigd te [adres],

[naam], gevestigd te [adres],

[naam]., gevestigd te [adres],

die vorderen dat verdachte -wordt veroordeeld aan hen te beta-len een bedrag van respectievelijk € 87.799,98, € 19.139,96, € 3.786,- en € 27.540,- aan schadever-goe-ding.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 5 en 7 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 primair, 3, 4, 6, 7 subsidiair, 8, 9 en 11 tenlastegelegde zal worden veroor-deeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaar-delijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzeke-ring en voorlopige hechtenis doorge-bracht.

De officier van justitie heeft voorts gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [naam]. niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Hij vordert daarom dat de benadeelde partij niet-ontvanke-lijk zal worden verklaard in de vorde-ring.

Vervolgens heeft de officier van justitie verzocht om de vordering van de benadeelde partij [naam] tot een bedrag van € 3786,- toe te

wijzen en dat er een schadever-goedingsmaat-regel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opge-legd tot een bedrag van € 500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechte-nis.

Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht om de vordering van de benadeelde partij [naam] [naam] tot een bedrag van € 19.939,- toe te wijzen en dat er een schadever-goedingsmaat-regel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opge-legd tot een bedrag van

€ 500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechte-nis.

De officier van justitie heeft tenslotte verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [naam] BV tot een bedrag van € 45.636,75 wordt toegewezen en dat er een schade-vergoe-dings-maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot een bedrag van € 500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de bena-deelde partij niet-ontvanke-lijk zal worden verklaard in de vordering.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging ge-voerd.

3. De beslis-sing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijf-fouten voorko-men, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 3, 5 en 7 primair is tenlastege-legd en zal hem daarvan vrij-spreken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 4, 6, 7 subsidiair, 8, 9 en 11 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij als bestuurder van de rechtspersoon [naam] BV en/of diens voorganger [naam] BV die in november 2003 in staat van faillissement is geraakt tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen in de periode van september 2002 tot en met maart 2003 te Nijmegen ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers lasten heeft

verdicht en/of baten niet heeft verantwoord en/of goederen aan de boedel van [naam] BV heeft onttrokken door partijen kleding te bestellen en/of vervoeren en/of de inventaris van [naam] BV mee te nemen en/of te laten meenemen en/of [naam] BV op naam van F. [naam] te zetten, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) dat voornoemde [naam] geen of voldoende verhaal bood of zou bieden;

2.

hij in de periode van september 2002 tot en met juni 2003 te

Nijmegen en Cuijk, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk

te bevoordelen door het aannemen van een valse

hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels [naam] en [naam] en [naam] en

[naam] en [naam] BV heeft bewogen tot de afgifte van partijen kleding, hierin bestaande dat verdachte (telkens) tezamen met

verdachtes mededader(s), met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of

in strijd met de waarheid partijen kleding heeft besteld en/of heeft laten

bestellen als ware deze bestemd voor het bedrijf [naam] en/of als zouden

deze partijen kleding volledig worden betaald en heeft voorgedaan als zou

er geen relatie bestaan tussen [naam] en de Nijmeegse winkel [naam] en/of [naam], waardoor kledingleveranciers (telkens) werd bewogen

tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij in de periode van april 2003 tot en met 7 mei 2003 te Arnhem

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer 600 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

6.

hij in de periode van 13 februari 2003 tot en met juni 2003 te

Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander, met het oogmerk om zich of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, kledingleveranciers te bewegen tot de afgifte van partijen kleding, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tezamen met verdachtes mededader(s), het heeft voorgesteld als ware [naam] BV een bonafide bedrijf welke tot

volledige betaling van de goederen over zou gaan en heeft voorgesteld als

had [naam] BV en/of X.J.P. [naam] geen banden met C. [naam] of met enige in het verleden onbetrouwbaar gebleken bedrijf (in het bijzonder [naam] en/of 'London [naam]') en [naam] BV op naam van [naam] gezet en onder een valse naam contacten heeft gelegd en/of laten leggen welke gericht waren op het verkrijgen van kleding, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

7.

hij omstreeks juni 2003 te

Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om (telkens) tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere kredietverstrekkers, te weten [naam] financiering en [naam] te bewegen tot de afgifte van geld (kredieten), met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tezamen met verdachtes mededader(s), arbeidsrelaties heeft gefingeerd met S.E. [naam] en X.J.P. [naam] en valse loonstroken voor S.E. [naam] en X.J.P [naam] heeft laten opmaken/opgemaakt en [naam] en [naam] contact heeft laten opnemen met kredietverstrekkers, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8.

hij in de periode van januari 2003 tot en met juni 2003 te

's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid (in een

pand aan [adres]) een hoeveelheid van ongeveer

226 hennepplanten zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

9.

hij in de periode van september 2002 tot en met juni 2003 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van het telen van hennep en/of het plegen van oplichting en/of bedrieglijke bankbreuk en/of valsheid in geschrift, althans het plegen van misdrijven, van welke organisatie verdachte (feitelijk) bestuurder was;

11.

hij op 9 december 2002 in

Nederland aan de A15, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten A. [naam]) heeft getrapt en gestompt, waardoor voornoemde [naam] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe-zen. Verdach-te zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijs-middelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van: als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon lasten verdichten, baten niet verantwoorden en/of goederen aan de boedel onttrekken,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 343, aanhef en onder 1 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 326 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 4:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid aanhef en onder C, van de Opiumwet gegeven verbod,

strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van de feiten 6 en 7 telkens:

Medeplegen van poging tot oplichting,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 326 juncto artikel 47 juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 8:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid aanhef en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 11, tweede lid van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 9:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, van welke organisatie verdachte bestuurder is geweest,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 140, eerste en derde lid van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 11:

Medeplegen van mishandeling,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 300 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden waardoor de strafbaar-heid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus straf-baar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de om-stan-dighe-den waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 12 juni 2003;

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich tezamen met een ander in georganiseerd verband bezig gehouden met het plegen van strafbare feiten.

Als bestuurder van [naam] BV en/of diens voorganger [naam] BV heeft hij tezamen met anderen kleding op naam van voornoemde BV besteld, de inventaris van het winkelpand te Nijmegen meegenomen en vervolgens de BV op naam van een ander gezet, terwijl hij wist dat deze persoon geen verhaal kon bieden aan schuldeisers van de BV.

Daarna heeft verdachte met anderen partijen kleding besteld als ware deze bestemd voor het bedrijf [naam] en gedaan alsof deze kleding volledig zou worden betaald. Bovendien heeft verdachte daarbij in strijd met de waarheid aangegeven dat er geen relatie zou bestaan tussen voornoemd bedrijf en verdachte’s winkel London [naam] te Nijmegen, dan wel verdachte zelf ([naam]). De kledingleveranciers zijn door voornoemde handelingen overgegaan tot het leveren van kleding.

Voorts heeft verdachte in vereniging met een ander getracht om middels de onderneming [naam] BV kledingleveranciers opnieuw te bewegen kleding aan hem te doen leveren. Verdachte heeft hierbij gesteld dat [naam] BV een bonafide bedrijf was, dat tot betaling van de goederen over zou worden gegaan en dat voornoemd bedrijf met [naam] noch met London [naam] banden had.

Verdachte heeft voorts arbeidsrelaties gefingeerd en valse loonstroken op laten maken, alsmede zijn medeverdachten contact op laten nemen met kredietverstrekkers, teneinde deze tot afgifte van geld (krediet) te bewegen. Tenslotte heeft verdachte met anderen een persoon mishandeld en samen met anderen hennep geteeld, alsmede hennepplanten aanwezig gehad.

Door het handelen van verdachte zijn diverse bedrijven en personen voor forse bedragen benadeeld en is het vertrouwen in het handelsverkeer ernstige schade toegebracht. Verdachte heeft louter uit winstbejag gehandeld.

Gelet op het hoge benadelingsbedrag, de listige manier waarop door verdachte telkenmale opnieuw is gefraudeerd alsmede op de grote rol die verdachte als bestuurder heeft gespeeld binnen de criminele organisatie is de rechtbank van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is.

6a. De beoordeling van de civiele vorde-ringen

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vorde-ring, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij [naam]. niet-ontvankelijk verklaren nu de vordering niet van eenvoudige aard is.

De rechtbank zal de vordering van [naam] [naam] tot een bedrag van € 15.167,74 aan materiële schade toewij-zen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken naar redelijkheid en billijkheid op dat bedrag is begroot.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake vergoeding van materiële schade omdat dit deel van de vordering onvol-doende met stukken is onderbouwd en daarmee niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in het strafge-ding.

De raadsman van verdachte heeft de vordering van de benadeelde partij [naam] weerspro-ken. De rechtbank acht de vordering - nu het tenlas-te-gelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar. De vordering zal dan ook worden toegewe-zen.

De rechtbank zal de civiele vordering van [naam] BV tot een bedrag van € 45.636,75 aan materiële schade toewij-zen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken naar redelijkheid en billijkheid op dat bedrag is begroot.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake vergoeding van materiële schade omdat dit deel van de vordering onvol-doende met stukken is onderbouwd en daarmee niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in het strafge-ding.

De kosten voor rechtsbijstand worden begroot op € 2.089,51 en zullen eveneens worden toegewezen.

Voor de toegewezen vorderingen geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoe-dingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en verdachte de verplich-ting zal opleggen een vijfde van het toegewezen bedrag – nu verdachte dit feit heeft begaan met mogelijk vijf anderen – aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is, behalve op de hiervoor genoemde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 57 en 91 van het Wetboek van Straf-recht en artikel 13 van de Opiumwet.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 3, 5 en 7 primair tenlastegelegde feit/feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt ver-dach-te daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de straf-bare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf tien (10) maanden niet zullen worden tenuitvoergelegd, ten-zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerleg-ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef-tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van feit 2:

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam]., gevestigd te [adres].

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Ten aanzien van feit 2:

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam] [naam], gevestigd te [adres].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover zijn medeverdachten betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [naam] [naam] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [naam] [naam], gevestigd te [adres], te betalen

€ 15.167,74 (zegge vijftienduizendeenhonderdzevenenzestig euro en vierenzeventig eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 3033,55, subsidiair 60 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] [naam], gevestigd te [adres], te betalen

€ 3033,55, (zegge drieduizenddrieendertig euro en vijfenvijftig eurocent), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 60 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover veroordeelde of

zijn medeverdachten heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, het daarmee corresponderende gedeelte van de civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 2:

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam], gevestigd te [adres].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover zijn medeverdachten betaalt/betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [naam] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [naam], gevestigd te [adres], te betalen € 3786,- (zegge drieduizendzevenhonderdzesentachtig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 757,20,-, subsidiair 15 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], gevestigd te [adres], te betalen € 757,20, (zegge zevenhonderdzevenenvijftig euro en twintig eurocent), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover de veroordeelde of zijn medeverdachten heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam], de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Ten aanzien van feit 2:

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam] BV, gevestigd te [adres].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover de medeverdachten betaalt/betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [naam] BV zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [naam] BV, gevestigd te [adres], te betalen € 45.636,75 (zegge vijfenveertigduizendzeshonderdzesendertig euro en vijfenzeventig eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op

€ 2089,51 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 9.127,35, subsidiair 182 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [naam] BV, gevestigd te [adres], te betalen € 9.127,35, (zegge negenduizendeenhonderdzevenentwintig euro en vijfendertig eurocent), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 182 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover veroordeelde of

zijn medeverdachten heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, het daarmee corresponderende gedeelte van de civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. R.J.J. van Acht, rechter, als voorzitter,

mr. M. Keppels, rechter,

mr. G.H.W. Bodt, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. B.J.M. Vermulst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 februari 2004.