Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AN7947

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-10-2003
Datum publicatie
11-11-2003
Zaaknummer
293884/HA ZA 02-1840
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

non conformiteit levering keuken

opschorting betalingsverplichting

bewijslastverdeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 93884 / HA ZA 02-1840

Datum vonnis: 22 oktober 2003

Vonnis

in de zaak van

de vennootschap onder firma

GRANDO LELYSTAD V.O.F.,

gevestigd te Lelystad,

eiseres,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. M.B. Beerentsen te Zwolle,

tegen

1. X,

wonende te Z,

2. Y,

wonende te Z,

gedaagden,

procureur en advocaat mr. M.W.G.J. IJsseldijk.

Partijen zullen in het vervolg worden aangeduid als “Grando Lelystad v.o.f.” en “X c.s.”.

1. Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 16 april 2003 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1 Tussen Grando en X c.s. is een koopovereenkomst tot stand gekomen uit hoofde waarvan Grando een keuken heeft geleverd aan en geïnstalleerd bij X c.s. Deze overeenkomst staat op naam van “M. Pavlof” en is gedateerd 23 mei 2002.

2.2 Voor ondertekening van de overeenkomst is een offerte, gedateerd 8 mei 2002, uitgebracht. Voorts is er een opdrachtbevestiging, gedateerd 25 mei 2002, opgesteld. Zowel op de offerte als op de opdrachtbevestiging staan de exacte gegevens van de keuken vermeld. Daarbij wordt tevens een aantal hoogtes genoemd, zo staat er onder meer:

Werkblad hoogte 1: 970

Werkblad hoogte 2: 830

In de opdrachtbevestiging van 25 mei 2002 staan deze zelfde gegevens vermeld, terwijl daar bovendien een tekening met maatvoering is bijgevoegd.

2.3 De keuken is op 2 augustus aan X c.s. afgeleverd en op 5, 6 en 7 augustus 2002 geplaatst. De koopprijs van de keuken bedroeg € 16.700,-- inclusief B.T.W. en verwijderingsbijdrage. Door X c.s. is voorts voor een bedrag van € 1.647,-- een werkblad besteld en is opdracht gegeven voor meerwerk tot een bedrag van € 1.100,--. X c.s. hebben bij bestelling een bedrag van € 4.000,-- contant aanbetaald. Het restant bedrag, ter hoogte van € 15.447,--, zou eveneens contant worden betaald na levering van de keuken.

2.4 Op 13 augustus 2002 heeft de heer [z] van Grando X c.s. schriftelijk verzocht een afspraak te maken voor service aan de keuken en voor betaling. Een zelfde verzoek is op 6 september 2002 en op 4 oktober 2002 gedaan.

2.5 X c.s. hebben hier niet op gereageerd en hebben het restant bedrag niet voldaan.

3. Het geschil

3.1 Grando vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, dat X c.s. hoofdelijk zullen worden veroordeeld tot betaling aan haar van een bedrag van € 17.181,81, vermeerderd met de wettelijke rente over € 15.447,-- vanaf 15 november 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van X c.s. in de proceskosten.

3.2 Grando voert daartoe aan dat zij haar verplichtingen onder de overeenkomst is nagekomen, door de keuken te leveren en te installeren, terwijl X c.s. in gebreke zijn gebleven met de betaling, zonder verder op enigerlei wijze te hebben laten weten waarom zij betaling uitstelden.

3.3 X c.s. voeren gemotiveerd verweer. Zij stellen zich bij conclusie van antwoord op het standpunt dat Grando tekort is geschoten in haar verplichtingen onder de overeenkomst omdat de keuken niet volgens de gemaakte afspraken zou zijn geleverd. Het voornaamste bezwaar van X c.s. is dat het aanrecht te hoog zou zijn. Voorts zou de kookplaat niet conform afspraak zijn en zou de keuken niet netjes zijn afgewerkt. X c.s. zijn van mening dat zij derhalve gerechtigd zijn de betaling op te schorten.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. De vraag die dient te worden beantwoord is of Grando haar verplichtingen onder de overeenkomst met [u] c.s. is nagekomen, en zo dit niet het geval is, of deze tekortkoming opschorting van de betalingsverplichting van [u] c.s. rechtvaardigt.

4.2. Vast staat, dat de door Grando geleverde keuken hoger is dan voor X c.s. functioneel zou zijn. Grando stelt echter dat zij X c.s. voor totstandkoming van de overeenkomst expliciet hierop heeft gewezen. Ter comparitie heeft de heer [z] verklaard:

De keuken die zij uitzochten was naar mijn mening te hoog en ik heb hen daar ook direct op gewezen. Zij wilden echter perse die keuken hebben. Ik heb mede om die reden op de tekeningen ook duidelijk de hoogte van de diverse kastjes en het aanrechtblad vermeld. De vuistregel is dat er een ruimte van 15 centimeter moet zitten tussen het aanrechtblad en de elleboog van degene die in de keuken aan het werk is. Dat was hier niet het geval. Ook bij het opmeten in het huis heb ik dat nogmaals gemeld.

Dit wordt door X c.s. ontkend. Mevrouw Y verklaart ter comparitie:

De keuken is veel te hoog. Ik hoor de heer [z] hier zeggen dat hij in de showroom en bij het opmeten heeft gezegd dat de keuken te hoog zou zijn, maar daar klopt niets van.

En voorts:

Ik heb toen de keuken werd geïnstalleerd direct tegen de monteur gezegd dat dit veel te hoog was voor mij en mijn man.

4.3 Indien Grando daadwerkelijk een keuken heeft geleverd waarvan de werkbladen zo hoog zijn geplaatst dat zij voor X c.s. niet functioneel zijn, is zij tekortgeschoten in die zin dat de keuken die X c.s. hebben gekocht niet voldoet aan de eisen zij daaraan mochten stellen. Indien Grando – zoals zij stelt – X c.s. echter uitdrukkelijk heeft gewezen op het feit dat de keuken voor hen te hoog zou zijn is er van een tekortkoming aan de zijde van Grando geen sprake.

4.4 Naar het oordeel van de rechtbank staat thans nog niet vast of Grando X c.s. al dan niet op de hoogte van de keuken heeft gewezen. Het feit dat in de offerte en in de opdrachtbevestiging maten zijn genoemd, is daartoe niet afdoende. Het is immers gebruikelijk dat in dergelijke stukken de maatvoering wordt opgenomen. Daaruit blijkt nog niet dat X c.s. er ook uitdrukkelijk op waren gewezen dat de keuken voor hen te hoog zou zijn. Het ligt op de weg van Grando om van die stelling bewijs aan te brengen.

4.5 De rechtbank zal Grando, overeenkomstig het door haar gedane bewijsaanbod, derhalve toelaten tot het bewijs van de stelling dat zij X c.s. bij aangaan van de overeenkomst er uitdrukkelijk op heeft gewezen dat de keuken, zoals die door hen was besteld, te hoog was. Indien komt vast te staan dat Grando hier inderdaad op heeft gewezen, zodat X c.s. hiervan op de hoogte waren, is van toerekenbaar tekort schieten door Grando geen sprake en is de vordering van Grando, voor wat betreft betaling van de hoofdsom toewijsbaar.

4.6 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De rechtbank:

laat Grando toe feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit volgt dat Grando X c.s. er bij het aangaan van de overeenkomst op heeft gewezen dat de door hen uitgezochte keuken (althans de werkbladen daarvan) voor hen te hoog, en daardoor niet functioneel, was;

bepaalt dat, voor zover Grando dit bewijs door middel van getuigen wil leveren, de getuigen door de rechtbank (mr. I.D. Jacobs) gehoord zullen worden in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 te Arnhem op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd;

verwijst de zaak naar de tweede rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken voor het opgeven van eventuele getuigen met hun respectieve verhinderdagen, alsmede de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november 2003 tot en met februari 2004, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de gedane opgave(n) vastgestelde tijdstip in beginsel niet zal worden gewijzigd;

verstaat dat bij gebreke van de gevraagde opgave van getuigen geen gelegenheid meer zal worden gegeven voor het doen horen van getuigen;

verwijst in dat geval de zaak naar de zesde rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken, voor het nemen van een conclusie na niet gehouden getuigenverhoor aan de zijde van Grando, waarbij deze desgewenst ook het bewijs schriftelijk kan leveren, of voor bepaling datum vonnis;

bepaalt dat de partijen bij de getuigenverhoren aanwezig zullen zijn;

bepaalt dat, voor zover partijen in verband met de getuigenverhoren nog stukken in het geding willen brengen, dit dient te geschieden bij akte op de hiervoor bedoelde tweede rolzitting na de dag waarop dit vonnis is uitgesproken;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.D. Jacobs en uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2003.

de griffier de rechter