Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AN7946

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-11-2003
Datum publicatie
12-11-2003
Zaaknummer
05/061661-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkheid O.M., nu het O.M. geen afstand heeft genomen van de gedane toezegging dat er niet vervolgd zou worden, terwijl het O.M. wel wist dat er toezeggingen van de zijde van de politieonderhandelaar gedaan waren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 348
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2004/34
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector Strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/061661-02

Datum zitting : 6 november 2003

Datum uitspraak : 6 november 2003

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

In de zaak van:

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 maart 2001 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid

heeft beroofd en/of beroofd gehouden, hierin bestaande dat verdachte en/of

verdachtes mededader(s) opzettelijk de personenauto waarin voornoemde

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zaten en/of gezeten hadden (met een of

meerdere voertuigen en/of met een ladder en/of met een of meerdere andere

voorwerpen) heeft/hebben geblokkeerd en/of die personenauto en/of die

[slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben omsingeld en/of die

[slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] naar een nabij gelegen kruising

(Laageinderweg/Westerhuisweg/Dwarsgraafweg) heeft/hebben gevoerd en/of aldaar

heeft/hebben vastgehouden en/of heeft/hebben verboden te vertrekken;

2.

hij op of omstreeks 29 maart 2001 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd

en/of beroofd gehouden, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes

mededader(s) opzettelijk de personenauto waarin voornoemde perso(o)nen zaten

(met meerdere voertuigen) heeft/hebben geblokkeerd en/of (vervolgens) die

[slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] uit die personenauto heeft/hebben getrokken,

althans gehaald en/of (vervolgens) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] in (een)

ander(e) voertuig(en) heeft/hebben geplaatst en/of vervoerd naar een kruising

(Laageinderweg/Westerhuisweg/Dwarsgraafweg) en/of (aldaar) heeft/hebben

vastgehouden en/of heeft/hebben verboden te vertrekken;

3.

hij op of omstreeks 29 maart 2001 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen en/of met

verenigde krachten, toen de aldaar dienstdoende [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (allen werkzaam als ambtenaar bij de

Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees) een ambtsverrichting (te weten

het uitreiken van brieven met betrekking tot de ruiming van vee in verband met

het MKZ-virus) wilden uitvoeren, door geweld en/of bedreiging met geweld,

bestaande uit het blokkeren en/of omsingelen van de personenauto's en/of van

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of het afpakken en/of in

brand steken van de uit te reiken brieven en/of het in de richting van die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], althans in de hand, houden van

ijzeren staven, althans op ijzeren staven gelijkende voorwerpen en/of het met

een vlam richten op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (daarbij) de

woorden: "We zullen jullie in de brand steken" en/of "Naar de hel met jullie"

en/of "Ik sla je verrot", althans woorden van gelijke aard of strekking, te

uiten, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben

gedwongen genoemde rechtmatige ambtsverrichting(en) na te laten;

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 182 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 29 maart 2001 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld,,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, J.R.

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft//hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn

mededader(s) opzettelijk dreigend de personenauto's van en/of die [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] geblokkeerd en/of omsingeld en/of de uit te

reiken brieven afgepakt en/of in brand gestoken en/of ijzeren staven, althans

op ijzeren staven gelijkende voorwerpen in de richting van die [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], althans in de hand, gehouden en/of een vlam

gericht op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (daarbij) de woorden: "We

zullen jullie in de brand steken" en/of "Naar de hel met jullie", althans

woorden van gelijke aard of strekking, geuit;

4.

hij op of omstreeks 29 maart 2001 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld, met

een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Westerhuisweg, in elk geval

op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

een personenauto en/of een of meerdere voorwerpen uit die personenauto, welk

geweld bestond uit het richten van een vlam (afkomstig uit een lasapparaat,

althans een op een lasapparaat gelijkend voorwerp) op die personenauto en/of

op die overige voorwerpen;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 13 februari 2003 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.F. Schouwenaar, advocaat te Velp.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 27 februari 2003 naar aanleiding van een ontvankelijkheidsverweer besloten om het onderzoek te heropenen. Op 6 november 2003 is de zaak opnieuw ter terechtzitting onderzocht. Verdachte is daarbij verschenen. Verdachte heeft aangegeven geen contact meer te hebben met zijn voormalige raadsman.

De officier van justitie heeft op 6 november 2003 gemotiveerd uiteengezet waarom zij in haar vordering ontvangen zou moeten worden en aangegeven dat zij haar op 13 februari 2003 uitgesproken eis handhaaft.

2a. De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

In het tussenvonnis d.d. 27 februari 2003 heeft de rechtbank besloten dat het Openbaar Ministerie (OM) helderheid diende te verschaffen omtrent de navolgende punten:

- Is er contact geweest tussen het OM en het operationeel commando in de nacht van 29 op 30 maart 2001 en, zo ja met wie van het OM en wat heeft dit contact ingehouden?

- Heeft het OM weet gehad van de toezegging die [politieonderhandelaar] deed of is het beeld daarvan pas ontstaan door het onderzoek dat tot het proces-verbaal leidde?

- Wat is er de oorzaak van geweest dat het politieonderzoek naar de gebeurtenissen van de nacht van 29 op 30 maart 2001 meer dan een jaar op zich liet wachten?

Het OM heeft dat, zoals de rechtbank zich dat voorstelde, bij brief d.d. 7 mei 2003 gedaan. Verder zijn door de rechter-commissaris nog getuigen gehoord omtrent dit punt.

Op basis van dat aldus verkregen en aan het dossier toegevoegde materiaal en op basis van hetgeen de officier van justitie daaromtrent nog nader heeft opgemerkt komt de rechtbank tot het oordeel dat het OM - alsnog - niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Dat gebeurt op grond van de navolgende argumenten:

a. het staat, zoals in het tussenvonnis van 27 februari 2003 reeds overwogen werd, vast dat aan de actievoerders door de eerste politieonderhandelaar [politieonderhandelaar] is toegezegd dat de actievoerders niet voor gijzeling zouden worden vervolgd;

b. dat betrof een toezegging die niet van het OM afkomstig was en die zelfs in weerwil van de door het OM in de nacht van 29 op 30 maart 2001 gemaakte beleidskeuzes in, gedaan is. Deze toezegging is gedaan door een politie-onderhandelaar, die doorlopend in contact stond met het OM;

c. het OM is diezelfde nacht nog bekend geraakt met het feit dat die naar minstgenomen aannemelijk is door de uitlatingen van de burgemeester later die nacht nog versterkte toezegging aan de actievoerders gedaan was;

d. enige actie van het OM waaruit ondubbelzinnig zou hebben kunnen blijken dat het OM afstand nam van die toezegging, bleef uit, terwijl

e. het politieonderzoek op basis van de aangifte bijna vijftien maanden op zich liet wachten, terwijl het OM bijna één jaar lang geen actie heeft ondernomen om het onderzoek in gang te zetten.

f. In deze constellatie van de feiten kunnen de verdachten in deze zaak met recht en reden zijn gaan menen dat de gijzelingszaak geen justitieel vervolg meer zou krijgen, eens te meer waar andere zaken die speelden rond de ruimingen van vee in dezelfde omgeving en in dezelfde periode als waarin de gijzelingen plaatsvonden de rechter, deze rechtbank, intussen reeds passeerden of gepasseerd waren. De verwachting dat die zaak geen justitieel vervolg meer zou krijgen is door het hiervoor beschreven toedoen van het OM ontstaan.

De rechtbank heeft bij dit geheel nadrukkelijk betrokken dat het bij de tegen verdachte gerezen verdenking ter zake van diens betrokkenheid bij de gijzelingen gaat om een hoogst ernstig feit en dat de uitkomst van deze zaak, als gevolg waarvan een inhoudelijk oordeel daarover achterwege zal blijven, voor in het bijzonder de slachtoffers en alle andere bij de ruimingen van destijds betrokken personen bijzonder onbevredigend zal zijn.

3. De beslissing

De rechtbank, beslissende:

Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk.

Aldus gewezen door:

mrs. B.P.J.A.M. van der Pol, vice-president als voorzitter,

G. Noordraven en W.A. Holland, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.J.M. Vermulst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 november 2003.