Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AM5324

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
01-10-2003
Datum publicatie
28-10-2003
Zaaknummer
102786/ KG ZA 03-524
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

niet nakomen betalingsverplichtingen

bestuurder heeft onrechtmatig gehandeld door verplichtingen aan te gaan terwijl hij wist of behoorde te weten dat de onderneming verplichtingen niet na kon komen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 102786 / KG ZA 03-524

Datum vonnis: 1 oktober 2003

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

de maatschap

VAN MENS EN WISSELINK ADVOCATEN, BELASTINGADVISEURS EN NOTARIAAT,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

procureur mr. J.M.J. Huver,

advocaat mr. M. Ripmeester te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GIVON M. X HOLDING B.V.,

gevestigd te Renkum,

verschenen in de persoon van gedaagde sub 2,

2. X,

wonende te Z,

verschenen in persoon,

gedaagden.

Het verloop van de procedure

Eiseres, verder te noemen “VMW”, heeft gedaagden, verder te noemen “X Holding” en “X”, ter zitting in kort geding tijdig doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding.

De advocaat van VMW heeft overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotities de zaak bepleit en producties in het geding gebracht. X Holding en X hebben de zaak eveneens bepleit, waarbij X (als directeur) mede namens X Holding het woord heeft gevoerd. Ten slotte hebben de partijen vonnis gevraagd.

De vaststaande feiten

1.1 VMW heeft in de kalenderjaren 2002-2003 in opdracht, voor rekening en ten behoeve van X Holding juridische werkzaamheden verricht.

1.2 De declaraties van VMW van 18 april 2002, 22 juli 2002 en 2 december 2002 voor een totaalbedrag van € 17.180,63 zijn aan X Holding gezonden en niet binnen de op de declaraties aangegeven betalingstermijn van 21 dagen door haar voldaan.

1.3 Ondanks aanmaningen zijn er geen betalingen door X Holding en X gedaan. Op grond daarvan heeft VMW - na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank - op 23 april 2003 conservatoir beslag op het woonhuis van X (tevens statutaire vestigingsplaats van X Holding) alsmede conservatoir derdenbeslag onder de huisbankier van X Holding en X gelegd.

De vordering

2. VMW vordert, samengevat weergegeven, X Holding en X hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 17.180,63, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de 22e dag na de respectieve factuurdata, alsmede te vermeerderen met de buitengerechtelijke kosten van € 780,-, met veroordeling van X Holding en X in de kosten van dit geding.

3. VMW heeft aan haar vordering de hiervoor weergegeven feiten ten grondslag gelegd. Met betrekking tot X voert VMW verder aan, samengevat weergegeven, dat X als bestuurder en tevens enig aandeelhouder van X Holding jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld en daarvoor aansprakelijk is. Op de door VMW daartoe aangevoerde gronden zal verderop nader worden ingegaan.

De beoordeling van de vordering

4. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de onbestreden stellingen en standpunten van VMW.

5. X Holding heeft de verschuldigdheid van de declaraties erkend. De vordering van VMW, inclusief de gevorderde onbestreden wettelijke rente, alsmede de gevorderde en eveneens onbestreden buitengerechtelijke kosten, kan daarom jegens X Holding worden toegewezen.

6. Ten aanzien van de vordering van VMW jegens X dient eerst de vraag te worden beantwoord of X persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld en tot betaling van de declaraties van VMW kan worden verplicht als gevolg van zijn verrichtingen als bestuurder en enig aandeelhouder van X Holding. VMW voert aan dat X als bestuurder en enig aandeelhouder van X Holding jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld en daarom persoonlijk aansprakelijk is voor de betaling van de declaraties:

a. door zijn herhaaldelijke inspanningen de onderhavige declaraties op naam van X Automobielen B.V. te laten zetten, wetende dat de (latere) failliet haar verplichtingen nooit zou (kunnen) nakomen, althans

b. door feitelijk te verhinderen dat X Holding de bestaande verplichtingen jegens VMW nakwam, zowel gelegen in het feit dat hij namens X Holding een verplichting met VMW is aangegaan als wel in het feit dat hij als (indirect) bestuurder enig aandeelhouder van X Automobielen B.V. getracht heeft de declaraties op naam van deze B.V. te zetten, althans

c. door te bewerkstelligen of toe te laten dat de door hem bestuurde vennootschap - X Holding- de met VMW aangegane overeenkomst niet nakwam, althans

d. door een betalingsregeling met VMW overeen te komen en deze niet na te komen.

7. Een bestuurder van een besloten vennootschap kan onder omstandigheden aansprakelijk worden gehouden voor de gevolgen van een tekortkoming van de vennootschap in de nakoming van haar verplichtingen. Dat kan enerzijds het geval zijn als de bestuurder namens de vennootschap een verplichting is aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet kon nakomen en geen verhaal zou bieden voor de ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade. Ten aanzien van dit “weten of redelijkerwijs behoren te begrijpen” van X is in het onderhavige geval niets gesteld of gebleken.

Ook kan, onder omstandigheden, de bestuurder aansprakelijk worden gehouden indien hem persoonlijk kan worden verweten dat hij bewerkstelligt of toelaat dat de vennootschap haar verplichtingen jegens een derde niet nakomt. Dat dit geval zich hier voordoet volgt ook niet uit de stellingen van VMW: noch het feit dat X - volgens VMW * - heeft geprobeerd de declaraties op naam te laten zetten van X Automobielen B.V., die later failliet ging, noch het feit dat hij met VMW een betalingsregeling heeft getroffen en die niet is nagekomen, leiden tot een verwijtbaarheid aan X waarop zijn aansprakelijkheid kan worden gebaseerd. Met name is -ook - niets gesteld over betalingsonwil van X.

Overigens ontbreekt van een aantal door VMW gestelde handelingen van X het causale verband met de schade die voor VMW voortvloeit uit de niet-betaling (zoals zijn verzoeken de declaraties op naam te zetten van X Automobielen B.V., nu VMW aan die verzoeken niet heeft voldaan).

Ook verder is niets gesteld of gebleken waaruit de aansprakelijkheid van X als bestuurder van X Holding kan worden afgeleid.

Uit het hiervoorstaande volgt dat de vorderingen van VMW jegens X zullen worden afgewezen.

8. Als de in het ongelijk gestelde partij zal X Holding in de kosten van dit kort geding - de kosten van de beslaglegging onder de Rabobank daaronder begrepen - aan de zijde van VMW worden verwezen. Als de in het het ongelijk gestelde partij zal VMW in de kosten van dit kort geding aan de zijde van X worden verwezen.

De beslissing

De voorzieningenrechter

ten aanzien van de vorderingen jegens X Holding:

1. veroordeelt X Holding om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan VMW te betalen een bedrag van € 17.180,63, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de 22e dag na 18 april 2002, 22 juli 2002 en 2 december 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met een bedrag van € 780,- terzake buitengerechtelijke kosten,

2. veroordeelt X Holding in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van VMW bepaald op € 703,- voor salaris procureur en op € 647,01 voor verschotten ( € 340,- wegens vast recht, € 68,20 wegens exploitkosten, € 238,81 wegens kosten van beslaglegging),

ten aanzien van de vorderingen jegens X:

3. weigert de gevorderde voorziening jegens X,

4. veroordeelt VMW in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van X bepaald op nihil.

ten aanzien van beide gedaagden:

5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6. weigert het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Drabbe en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.M. Goldhoorn op 1 oktober 2003.

de griffier de voorzieningenrechter