Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AM3262

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-06-2003
Datum publicatie
27-10-2003
Zaaknummer
99061 / KG ZA 03-243
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

einde arbeidsovereenkomst, relatiebeding, medeneming klanten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2003, 241
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 99061 / KG ZA 03-243

Datum vonnis: 11 juni 2003

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SUPPLIANCE BV,

gevestigd te Molenhoek,

eiseres in conventie bij dagvaarding van 2 mei 2003,

verweerder in reconventie,

procureur mr. J.M.J. Huver,

advocaat mr. R. van der Woude te Amsterdam,

tegen

X

h.o.d.n. Nedservices,

wonende te Wijchen,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur en advocaat mr. F.E.J. Janzing.

Het verloop van de procedure

Eiseres in conventie -hierna te noemen: Suppliance- heeft gedaagde in conventie -hierna te noemen: X- ter terechtzitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding. X heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen en tevens een eis in reconventie ingesteld. Suppliance heeft geconcludeerd tot weigering van de in reconventie gevorderde voorzieningen. De advocaten van partijen hebben de zaak bepleit en daarbij producties in het geding gebracht. Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd.

De vaststaande feiten

1. Suppliance is een automatiseringsbedrijf. X is op 1 maart 2001 voor de duur van 6 maanden als medewerker automatisering in dienst getreden bij Suppliance tegen een salaris van fl. 2.772,50 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en emolumenten. In de daartoe op 28 februari 2001 door partijen ondertekende arbeidsovereenkomst is onder andere bepaald:

“8. Geheimhoudingsplicht

8.1 (…)

8.4 Het is u verboden tijdens de duur van de overeenkomst, alsmede

gedurende een periode van 2 jaar na het einde daarvan, om direct, dan

wel door middel van een nieuwe werkgever en/of eigen

associatie/onderneming, met klanten, relaties of toeleveranciers van

Suppliance B.V. een zakelijke relatie aan te gaan en/of opdrachten

daarvan te aanvaarden, dan wel deze op enigerlei wijze te bedienen of

in dienst te nemen, behoudens schriftelijke toestemming van RDB

Supplies & Techniek B.V.

8.5 Onder klanten wordt door partijen in ieder geval verstaan derden met

wie u tijdens uw dienstverband bij Suppliance B.V. zakelijke contacten

heeft onderhouden, alsmede elke derde met wie Suppliance B.V.

zakelijke transacties heeft verricht door middel van een offerte en/of

transactie voor het beëindigen van het dienstverband, met uitzondering

van privé relaties van werknemer welke al bestonden voor dit contract

met wie Suppliance B.V. zakelijke transacties heeft verricht door middel

van een offerte of een transactie.

8.6 Onder relatie wordt verstaan een derde waarmee Suppliance B.V. een

bewijsbare zakelijke communicatie heeft gevoerd door middel van een

brief, fax of e-mail voor beëindiging van het dienstverband. Dit betreft

zowel potentiële klanten en leveranciers van producten en/of diensten.

8.7 Bij overtreding van bepalingen 8.1 t/m/ 8.6 van deze overeenkomst

door u, verbeurt u een onmiddellijke opeisbare, niet voor rechterlijke

matiging vatbare contractuele boete van fl. 2.000,00 gulden per

overtreding c.q. iedere dag of een gedeelte van een dag dat de

overtreding voortduurt of zich herhaalt, onverminderd het recht van

Suppliance B.V. om de volledige schade op u te verhalen.”

2. Vanaf 1 september 2001, na ommekomst van de overeengekomen duur van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, is de arbeidsverhouding tussen partijen voortgezet op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

3. Per 1 februari 2003 heeft X de arbeidsovereenkomst met Suppliance opgezegd en is hij voor zich zelf begonnen onder de naam Nedservices.

4. Op 2 mei 2003 heeft Suppliance met verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank d.d. 28 april 2003, ten laste van X conservatoir derdenbeslag gelegd onder de Coöperatieve Rabobank U.A. te Wijchen, tot zekerheid van een door Suppliance gepretendeerde vordering op X, ten tijde van de beslaglegging voorlopig begroot op € 6.000,00 (hierna te noemen: het beslag). Suppliance heeft aan het beslag ten grondslag gelegd dat X het bepaalde in artikel 8.4 van de arbeidsovereenkomst heeft overtreden.

De vordering

In conventie

1. Suppliance vordert -kort weergegeven-:

a. veroordeling van X een bedrag van € 10.000,00 te betalen aan Suppliance bij wijze van voorschot op de door X verbeurde boete ex artikel 8.7 van de arbeidsovereenkomst;

b. X te bevelen zich te onthouden van zakelijke contacten met zakelijke relaties van Suppliance;

c. één en ander versterkt met dwangsommen;

d. veroordeling van X in de proceskosten.

2. Als grondslag voor het gevorderde voert Suppliance aan dat X na beëindiging van zijn dienstverband met Suppliance automatiseringswerkzaamheden heeft verricht en nog steeds verricht voor diverse zakelijke relaties van Suppliance, onder andere Pink Roccade, Haagen Reclame en het Oud Burgeren Gasthuis te Nijmegen. Suppliance stelt dat X om die reden boetes zoals bedoeld in artikel 8.7 van de arbeidsovereenkomst verschuldigd is aan Suppliance. Voorts voert Suppliance aan dat de handelwijze van X hoe dan ook onrechtmatig is. Volgens Suppliance is X bezig klanten van Suppliance uit te ruimen.

3. X heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen het gevorderde, waarop hierna -voor zover nodig- zal worden ingegaan.

In reconventie

4. X vordert -kort weergegeven- opheffing van het beslag en veroordeling van Suppliance in de proceskosten.

5. Voor zijn vordering voert X als grondslag aan, primair, dat hij geen boetes verschuldigd is aan Suppliance omdat het beding in artikel 8.4 van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (hierna te noemen: het beding) niet meer geldig is nu het niet opnieuw schriftelijk door partijen is vastgelegd nadat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was geëindigd. Subsidiair stelt X dat hij het beding niet heeft overtreden, dan wel dat de feitelijke gebeurtenissen met betrekking tot de door hem verrichte werkzaamheden voor het Oud Burgeren Gasthuis te Nijmegen (hierna te noemen: OBG), volgens X de enige overtreding van het beding, niet in verhouding staat tot de gevorderde boete. X vindt dat het beding te ruim is geformuleerd.

6. Suppliance heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen het gevorderde, waarop hierna -voor zover nodig- zal worden ingegaan.

De motivering van de beslissing in conventie en reconventie

1. Voorop wordt gesteld dat het beding gekwalificeerd moet worden als een relatiebeding. Het beding verbiedt namelijk niet alle concurrerende activiteiten, maar in wezen alleen concurrentie die bestaat uit het benaderen en bedienen van zakelijke relaties van Suppliance. In dit verband wordt verder overwogen dat in de rechtspraak een relatiebeding principieel niet anders wordt benaderd dan een concurrentiebeding. Een relatiebeding voldoet immers aan de definitie in artikel 7:653 BW van een concurrentie-beding. Wel legt een relatiebeding in de regel minder beperkingen op dan een regulier concurrentiebeding.

2. Vervolgens dient beoordeeld te worden of het beding zijn geldigheid heeft verloren na beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, nu het bij aangaan van de mondeling gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet opnieuw schriftelijk is vastgelegd. Nu niet is gesteld of gebleken dat bij het aangaan van de mondelinge arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd de arbeidsvoorwaarden ingrijpend zijn gaan verschillen ten opzichte van die in de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, was er voorlopig geoordeeld sprake van een voortzetting van de arbeidsverhouding onder dezelfde arbeidsvoorwaarden (zij het dat partijen de nieuwe arbeidsovereenkomst zijn aangegaan voor onbepaalde tijd), zodat het beding tussen partijen is blijven gelden ook nadat partijen mondeling de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn aangegaan.

3. Nu de voorzieningenrechter van oordeel is dat het beding zijn geldigheid heeft behouden, komt de vraag aan de orde of X het beding heeft overtreden zoals Suppliance stelt. Volgens Suppliance heeft X in weerwil van het beding in ieder geval voor de drie hiervóór genoemde zakelijke relaties van Suppliance werkzaamheden verricht. X betwist dat. Wel erkent X dat hij éénmalig voor OBG werkzaamheden heeft verricht, maar hij ziet dat niet als een overtreding van het beding omdat die werkzaamheden maar gering van omvang waren en OBG hem heeft benaderd en niet andersom.

4. Blijkens zijn eigen werkrapport heeft X op 3 april 2003 automatiseringswerkzaamheden verricht voor OBG. X heeft niet weersproken dat OBG een zakelijke relatie van Suppliance is. Niet gesteld of gebleken is dat X toestemming had, als bedoeld in het beding, om werkzaamheden voor OBG te verrichten. Onvoldoende is gebleken dat OBG een privé relatie is van X, die niet valt onder het beding. Aannemelijk is daarom dat X het beding in ieder geval één keer heeft overtreden. Dat OBG kennelijk X heeft benaderd en dat de werkzaamheden van geringe omvang waren doet daar niet aan af. Dat X vaker het beding heeft overtreden en dat hij nog steeds het beding overtreedt, is onvoldoende aannemelijk geworden nu Suppliance, tegenover de betwisting van X, haar stelling niet, althans onvoldoende heeft onderbouwd.

5. Op grond van het bepaalde in artikel 8.7 van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, welke bepaling -zoals hiervóór is overwogen- van kracht is gebleven, verbeurt X een boete van fl. 2.000,00/€ 907,56 voor iedere overtreding van het beding. Zoals hiervóór is overwogen is in ieder geval aannemelijk dat X één keer het beding heeft overtreden. Niet aannemelijk is dat de overtreding was te wijten aan overmacht bij X. X had OBG er op kunnen wijzen dat hij vanwege het beding OBG niet ten dienste kon zijn. Daarbij wordt meegewogen dat X in de door hem voor akkoord bevonden brief van 4 december 2002 door Suppliance met betrekking tot de bevestiging van zijn ontslag op eigen verzoek, is gewezen “op de bepalingen met betrekking tot concurrentie en beëindiging”.

6. Het vorenstaande leidt er toe dat X in ieder geval € 907,56 aan Suppliance verschuldigd is bij wijze van boete. Voorts ziet de voorzieningenrechter in het vorenstaande geen aanleiding tot matiging van deze boete.

7. Nu onvoldoende is aangetoond dat X meer dan één keer het beding heeft overtreden zal in dit kort geding X niet worden veroordeeld tot het betalen van een hoger bedrag aan (voorschotten op) boeten dan € 907,56. X zal mitsdien in conventie veroordeeld worden aan Suppliance te betalen € 907,56. Op grond van artikel 611a Rv zal die veroordeling niet met dwangsommen worden versterkt.

8. Suppliance heeft aan het beslag ten grondslag gelegd dat X (ten tijde van de beslaglegging begroot op) € 6.000,00 aan boeten verschuldigd is aan Suppliance wegens overtreding van het beding. Gelet op het hiervóór overwogene blijkt summierlijk de ondeugdelijkheid van de vordering tot betaling van € 6.000,00 aan boeten, voor zover dit bedrag € 907,56 te boven gaat nu slechts aannemelijk is dat X één keer het beding heeft overtreden. Omdat het beslag is gelegd tot zekerheid van de inning van boeten wegens overtreding van het beding, kan de stelling van Suppliance dat de handelwijze van X hoe dan ook onrechtmatig is, onbesproken blijven voor zover Suppliance met die stelling heeft bedoeld dat ook als het beding niet zou zijn overtreden door X Suppliance door de handelwijze van X schade heeft geleden, tot zekerheid van de vergoeding waarvan het bedrag waarvoor het beslag is gelegd in stand dient te blijven. Gelet op dit alles zal wat de vordering in reconventie betreft, het beslag wel gehandhaafd blijven, maar zal het bedrag van de vordering waarvoor beslag is gelegd worden teruggebracht van € 6.000,00 tot € 1.000,00 met inbegrip van kosten, met dien verstande dat het beslag zal worden opgeheven zodra X € 907,56 aan Suppliance heeft betaald.

9. Voor zijn vordering in conventie X te bevelen zich te onthouden van zakelijke contacten met zakelijke relaties van Suppliance, heeft Suppliance een lijst overgelegd met namen van (rechts)personen van wie zij stelt dat die haar klanten zijn. X heeft van 17 op die lijst vermelde (rechts)personen verklaard dat het privé relaties van X zijn die niet vallen onder het beding. X heeft zich niet uitgelaten over de overige op die lijst voorkomende (rechts)personen.

10. Omdat X niet heeft weersproken dat de andere dan de hiervóór onder r.o. 9 bedoelde 17 (rechts)personen klanten zijn van Suppliance, en X ook niet heeft verklaard dat die klanten privé relaties van X zijn die niet vallen onder het beding, zal ten aanzien van die klanten het gevorderde bevel worden gegeven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Suppliance aannemelijk heeft gemaakt dat zij een gerechtvaardigd belang heeft dat X deze klanten gedurende na te melden periode niet benadert. Zulks zal worden versterkt met dwangsommen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd zoals hierna vermeld, en met dien verstande dat ambtshalve het bevel zal worden gegeven voor dezelfde periode als die welke in het beding is bepaald. Mitsdien zal het bevel gegeven worden tot 1 februari 2005. In verband met het te geven bevel is aan dit vonnis een kopie gehecht van de overgelegde klantenlijst van Suppliance.

11. Zonder nader onderzoek, waarvoor dit kort geding zich niet leent, kan niet worden beoordeeld of de hiervóór onder r.o. 9 bedoelde 17 klanten onder het beding vallen. Om die reden kan in dit kort geding X niet bevolen worden zich ook jegens die 17 te onthouden van zakelijk contact. De namen (en vestigingsplaatsen) van die 17 (rechts)personen zijn daarom doorgehaald op de aangehechte klantenlijst. Rechts naast ieder van die doorhalingen hebben de voorzieningenrechter en de griffier hun paraaf geplaatst.

12. Omdat geen van partijen volledig in het gelijk is gesteld, zullen de proceskosten, zowel in conventie als reconventie, worden gecompenseerd tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

veroordeelt X aan Suppliance € 907,56 betalen als (voorschot op) boeten;

beveelt X zich tot 1 februari 2005 te onthouden van zakelijke contacten met de zakelijke relaties van Suppliance die staan vermeld op de aan dit vonnis gehechte klantenlijst van Suppliance, op straffe van verbeurte aan Suppliance van een dwangsom van € 2.000,00 voor iedere dag dat X na betekening van dit vonnis dit bevel niet nakomt, met een maximum van € 100.000,00;

in reconventie

bepaalt -met intrekking in zoverre van de beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 28 april 2003- het bedrag van de vordering van Suppliance op X tot betaling van boeten, tot verzekering waarvan het verlof tot beslaglegging is verleend nader op € 1.000,00;

heft het beslag op zodra X voornoemd bedrag van € 907,56 aan Suppliance heeft betaald;

in conventie en reconventie

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

weigert het meer of anders gevorderde;

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.Z. Hooft Graafland en op 11 juni 2003 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.J. Daggenvoorde.