Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AM2503

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-10-2003
Datum publicatie
22-10-2003
Zaaknummer
05/093115-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot doodslag te Echteld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/093115-03

Datum zitting : 8 oktober 2003

Datum uitspraak : 22 oktober 2003

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in het huis van bewaring Arnhem Zuid,

Ir. Molsweg 5 te Arnhem.

Raadsman: mr. H. van der Linden, advocaat te Druten

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 28 juni 2003 te Echteld, gemeente Neder-Betuwe,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer]

en/of [slachtoffer] en/of één of meerdere in hun nabijheid bevindende

perso(o)n(en) van het leven te beroven, opzettelijk met een vuurwapen

(Albrecht King cal .22) één of meerdere (2) schot(en) heeft afgevuurd in de

richting van voornoemde perso(o)n(en),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 28 juni 2003 te Echteld, gemeente Neder-Betuwe, [slachtoffer] en/of [medeslachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend met een

vuurwapen (geweer cal .22) één of meerdere schot(en) af te vuren in de

richting van deze perso(o)n(en);

2.

hij op of omstreeks 28 juni 2003 te Echteld, gemeente Neder-Betuwe, een of meer wapens van categorie III, te weten een geweer (Albrecht King cal .22), en/of munitie van categorie III, te weten meerdere (998) patronen cal .22,

voorhanden heeft gehad;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 8 oktober 2003 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte versche-nen. Verdachte is bijgestaan door mr. H. van der Linden, advocaat te Druten.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [benadeelde partij], wonende te [woonplaats], aan de [adres], die vordert dat verdachte -wordt veroordeeld aan hem te beta-len een bedrag van € 902,85 aan schadever-goe-ding.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde zal worden veroor-deeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaar-delijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasse-ringscontact, ook als dit inhoudt behandeling bij Groot Batelaar of een soortgelijke instelling, en voorts met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorge-bracht.

De officier van justitie heeft voorts geëist dat de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 612,85 wordt toegewezen en dat er een schade-vergoe-dings-maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie gevorderd dat de bena-deelde partij niet-ontvanke-lijk zal worden verklaard in zijn vordering.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging ge-voerd.

3. De beslis-sing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijf-fouten voorko-men, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Met betrekking tot het bewezenverklaarde opzet in feit 1 primair is de rechtbank van oordeel dat sprake is van voorwaardelijke opzet.

Verdachte heeft, zo verklaart hij zelf, bewust gekozen om te schieten met de Albrecht King kaliber .22 in plaats van met zijn luchtbuks omdat hij vreesde dat zijn luchtbuks niet voldoende indruk zou maken. Verdachte heeft vervolgens twee keer geschoten in de richting van een geparkeerde auto, terwijl zich zowel iemand (voorin) in de auto bevond, als meerdere mensen in de directe nabijheid van die auto. Een van de kogels is terecht gekomen in de voordeur van de passagierszijde van een Opel Kadett. Uit de verklaringen van verdachte en [getuige] blijkt dat de auto zich op 80 tot 100 meter van verdachte bevond, en dat het schemerde. Verdacht heeft enerzijds verklaard dat hij niet bewust gemikt heeft op de auto (maar alleen in de richting daarvan heeft geschoten), en anderzijds dat het niet eenvoudig is om zuiver te schieten op een dergelijke grote afstand. Vast staat ook dat verdachte zich er niet voorafgaande aan het schieten van heeft vergewist dat er niemand in de auto zat, maar pas daarná met een verrekijker heeft gekeken.

Naar het oordeel van de rechtbank is, wanneer je onder bovenstaande omstandigheden met het door verdachte gekozen vuurwapen gaat schieten, sprake van een aanmerkelijke kans dat (een) ander(en) dodelijk getroffen kan/kunnen worden.

De verdachte op de hoogte was van deze aanmerkelijke kans en deze desalniettemin willens en wetens heeft aanvaard, c.q. bewust op de koop heeft toegenomen, leidt de rechtbank af uit het volgende.

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij, toen verdachte hem vertelde te zullen gaan schieten, uitdrukkelijk heeft gewaarschuwd. Hij heeft gezegd: "Je bent gek, dat moet je niet doen. Als je misschiet, kun je iemand doodschieten. "Verdachte heeft deze waarschuwingen echter in de wind geslagen.

De rechtbank acht bewezen dat:

1

hij op 28 juni 2003 te Echteld, gemeente Neder-Betuwe,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer]

en/of [medeslachtoffer] en/of één of meerdere zich in hun nabijheid bevindende

perso(o)n(en) van het leven te beroven, opzettelijk met een vuurwapen

(Albrecht King cal .22) 2 schoten heeft afgevuurd in de

richting van voornoemde personen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 28 juni 2003 te Echteld, gemeente Neder-Betuwe, een wapen van categorie III, te weten een geweer (Albrecht King cal .22), en munitie van categorie III, te weten 998 patronen cal .22,

voorhanden heeft gehad;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe-zen. Verdach-te zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijs-middelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

t.a.v. feit 1 primair:

poging tot doodslag, meermalen gepleegd;

t.a.v. feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Over verdachte is een monodisciplinair rapport opgemaakt door drs. L.J. Rempt, geda-teerd 30 september 2003, waarin hij conclu-deert dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten sprake was van een narcistische persoonlijkheidsstoornis. De deskundige concludeert dat verdachte de feiten - indien bewezen - in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De rechtbank verenigt zich met die conclusie en maakt die tot de hare.

Overeenkomstig deze conclusie kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er is voorts ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de om-stan-dighe-den waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 29 september 2003;

- een voorlichtingsrapport van (stichting) Reclassering Nederland, gedateerd 29 september 2003, betreffende verdachte;

- het onder 5. genoemde rapport.

De rechtbank overweegt verder nog als volgt.

Uit het dossier blijkt dat verdachte uit irritatie omdat er mensen te dicht op de openbare weg picknickten, op zeer gevaarlijke wijze met een personenauto een aantal malen met zeer hoge snelheid langs deze mensen heeft gereden om hen schrik aan te jagen. Vervolgens is een aantal personen uit die groep verdachte gevolgd tot aan zijn woning en uitgestapt om naar verdachte toe te lopen. Verdachte heeft daarop tweemaal met een vuurwapen geschoten in de richting van deze mensen en een van hun auto's.

De rechtbank acht het handelen van verdachte zeer ernstig en getuigen van gebrek aan respect voor andermans leven en gezond-heid. Dergelijke feiten dragen sterk bij aan de onveiligheidsge-voelens in de samenleving in het algemeen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een gevangenis-straf die deels voorwaardelijk zal zijn, waarbij bij het bepalen van de hoogte daarvan rekening is gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte, het feit dat verdachte first-offender is en dat de bewezenverklaarde feiten hem verminderd kunnen worden toegerekend.

De rechtbank acht het van belang dat verdachte op betrekkelijk korte termijn zal kunnen beginnen met de door de gedragsdeskundige geadviseerde behandeling.

De voorwaardelijke straf die zal worden opgelegd, dient als waar-schu-wing voor verdachte om zich voortaan van het plegen van delicten te onthouden. De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan de voorwaarde-lijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclasse-ring, ook als dat inhoudt behandeling in Groot Batelaar. De rechtbank acht hierbij van belang dat verdachte zo lang mogelijk begeleid zal worden door de reclassering, zodat zij de proeftijd zal vaststellen op de maximale wettelijke toegestane termijn van drie jaren.

6a. De beoordeling van de civiele vorde-ring, alsmede de

gevor-derde op-legging van de schadevergoedings-maat-regel

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vorde-ring, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De rechtbank zal de civiele vordering van [benadeelde partij] tot een bedrag van

€ 612,85 aan materiële schade (autoschade) toewij-zen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken naar redelijkheid en billijkheid op dat bedrag is begroot.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake vergoeding van materiële schade omdat dit deel van de vordering onvol-doende met stukken is onderbouwd en daarmee niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in het strafge-ding.

Voor het toewijsbare deel van de vordering geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoe-dingsmaatregel ex art. 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en dus verdachte de verplich-ting zal opleggen een bedrag, gelijk aan het door de rechtbank toe te wijzen schadebe-drag, aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij, omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is, behalve op de hiervoor genoemde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 57, 91 en 287 van het Wetboek van Straf-recht en de artikelen 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlaste-gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt ver-dach-te daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de straf-bare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een

een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf zes (6) maanden niet zullen worden tenuitvoergelegd, ten-zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van drie (3) jaren. De tenuitvoerleg-ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef-tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dan wel niet is nagekomen de volgende bijzondere voorwaarde:

- Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzin-gen die hem door of namens de (stich-ting) Re-classe-ring Nederland zullen worden gegeven, ook als dit zal inhouden een ambulante behandeling in Groot Batelaar of een andere, vergelijkbare instelling, voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling no-dig wordt geacht.

Geeft opdracht aan de (stichting) Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer-legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering wordt gebracht.

En voorts ten aanzien van feit 1 primair:

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij], wonende te [woonplaats], [adres], te betalen

€ 612,85 (zegge zeshonderdtwaalf euro en vijfentachtig eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 612,85, subsidiair 12 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], wonende te [woonplaats], [adres], te betalen € 612,85, (zegge zeshonderdtwaalf euro en vijfentachtig eurocent), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. C. Lely-Van Goch, rechter als voorzitter,

mr. H.P.M. Kester, als vice-president,

mr. R.H. Koning, rechter,

in tegenwoordigheid van J. van Elst, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 oktober 2003.