Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AL9035

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-10-2003
Datum publicatie
15-10-2003
Zaaknummer
05/090460-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid bij moord en poging tot moord op portiers van de Matrixx te Nijmegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/090460-02

Datum zitting : 01 oktober 2003

Datum uitspraak : 15 oktober 2003

VONNIS

TEGENSPRAAK

in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

Raadsman: mr. F.E.J. Janzing, advocaat te Wijchen

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

[medeverdachte] op of omstreeks 03 november 2002 te Nijmegen opzettelijk en met

voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin

bestaande dat hij opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een

(kort) tevoren genomen besluit, met een vuurwapen een of meerdere keren op

voornoemde [slachtoffer] heeft geschoten, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

bij/tot welk strafbaar feit verdachte op 3 november 2002 te Nijmegen opzettelijk medeplichtig is geweest door voornoemde Allen met de auto naar de discotheek 'the Matrixx' te brengen en/of hem een wapen te geven/verschaffen;

2.

[medeverdachte] op of omstreeks 03 november 2002 te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [medeslachtoffer] van het leven te beroven, opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, met een vuurwapen een of meerdere keren op voernoemde [medeslachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

bij/tot welk strafbare feit verdachte op 3 november 2002 te Nijmegen opzettelijk medeplichtig is geweest door voornoemde Allen met een auto naar de discotheek 'the Matrixx' te brengen en/of hem een vuurwapen te brengen/verschaffen;

3.

zij op of omstreeks 03 november 2002 te Nijmegen een wapen van categorie III,

te weten een pistool of revolver, heeft overgedragen aan [medeverdachte];

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

De tenlastelegging is ter terechtzitting gewijzigd conform de door de officier van justitie ingediende vordering wijziging tenlastelegging. Van deze vordering is hierna een kopie opgenomen als bijlage I a en de inhoud daarvan moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 09 juli 2003 en 01 oktober 2003 ter terechtzitting onderzocht. Op 01 oktober 2003 is verdachte, bijgestaan door mr. F.E.J. Janzing, advocaat te Wijchen, versche-nen.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [medeslachtoffer], wonende te [woonplaats], aan de [adres], die vordert dat verdachte -wordt veroordeeld aan hem te beta-len een bedrag van € 215,00 aan schadever-goe-ding.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, medeplichtigheid aan moord, 2, medeplichtigheid aan poging tot moord, en 3 tenlastegelegde zal worden veroor-deeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaar-delijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzeke-ring en voorlopige hechtenis doorge-bracht.

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging ge-voerd.

3. De beslis-sing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijf-fouten voorko-men, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, onder 2 en onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

[medeverdachte] op of omstreeks 03 november 2002 te Nijmegen opzettelijk en met

voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin

bestaande dat hij opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een

(kort) tevoren genomen besluit, met een vuurwapen een of meerdere keren op

voornoemde [slachtoffer] heeft geschoten, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

bij/tot welk strafbaar feit verdachte op 3 november 2002 te Nijmegen opzettelijk medeplichtig is geweest door voornoemde Allen met de auto naar de discotheek 'the Matrixx' te brengen en/of hem een wapen te geven/verschaffen;

2.

[medeverdachte] op of omstreeks 03 november 2002 te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [medeslachtoffer] van het leven te beroven, opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, met een vuurwapen een of meerdere keren op voernoemde [medeslachtoffer] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

bij/tot welk strafbare feit verdachte op 3 november 2002 te Nijmegen opzettelijk medeplichtig is geweest door voornoemde Allen met een auto naar de discotheek 'the Matrixx' te brengen en/of hem een vuurwapen te brengen/verschaffen;

3.

zij op of omstreeks 03 november 2002 te Nijmegen een wapen van categorie III of categorie II, te weten een pistool of revolver, heeft overgedragen aan [medeverdachte];

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe-zen. Verdach-te zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijs-middelen zijn vervat.

3a. Bewijsmiddelen

Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. 02-160377, d.d. 05 december 2002, opge-maakt door verbalisanten van de regiopolitie Gelder-land-Zuid, district Stad Nijmegen, “Luifelteam”, met bijlagen, voor zover inhoudende:

a. Het op 05 december 2002 door verbalisanten [verbalisant I] en [verbalisant II] op ambtsbelofte cq. ambtseed opgemaakte proces-verbaal, onder meer inhoudende:

“Op zondag 03 november 2002 omstreeks 05:30 uur vond er een schietincident plaats in de discotheek “The Matrixx” gevestigd aan de Wijchenseweg te Nijmegen. Bij dit schietincident werden twee medewerkers (portiers) van genoemde discotheek ernstig gewond. Een van deze mannen ([slachtoffer]) kwam ten gevolge (van: Rechtbank) zijn verwondingen opgelopen bij dit schietincident te overlijden.

(…)

Op maandag 04 november 2002 werd door de patholoog anatoom dr. [XY], verbonden aan het Nederlands Forensisch instituut, sectie verricht op het overleden slachtoffer [slachtoffer]. (…) De handgeschreven voorlopige conclusie is opgenomen in incidentdeel 1 van dit proces-verbaal. (zie blad 210)”

b. Het proces-verbaal van aangifte inhoudende de op 04 november 2002 ten overstaan van verbalisanten [verbalisant III] en [verbalisant IV] door [medeslachtoffer] afgelegde verklaring, onder meer inhoudende:

“Ik stond in de ruimte van de Vip-ingang en ik stond met mijn rug tegen de buitenmuur. Eddy stond recht tegenover mij bij de toegangsdeur van de Vip-ingang. De toegangsdeur van de Vip-ingang ging open en dicht omdat Eddy mensen naar buiten liet. (…) In een flits zag ik de (…) neger bij de toegangsdeur, waar Eddy nog steeds stond. De neger stak iets over de mensen die bij Eddy stonden heen. Ik zag een vuurwapen, ik kon niet zien wat voor wapen het was. Ik zag in ieder geval dat het een klein vuurwapen was. (…) Ik zag dat hij het vuurwapen in mijn richting hield. Ik hoorde een knal. Ik voelde een scherpe pijn midden boven op mijn borst. Het voelde als een doffe dreun. (…) Ik zakte door mijn knieën en ik zag de neger nog steeds in de deuropening stond. Ik viel om mijn rechterschouder en ik hoorde weer een knal. Ik zag dat er vuur uit de loop van het wapen kwam. Ik zag dat Eddy naar zijn borst greep en enkele seconden bleef staan. Vervolgens zag ik dat hij voorover viel en op zijn knieën terecht kwam. (…) Ik zag dat toen Eddy op zijn knieën zat, die neger pas weg ging.”

c. Een schriftelijk bescheid, zijnde de medische verklaring d.d. 05 november 2002 betreffende het letsel geconstateerd bij [medeslachtoffer], opgemaakt door geneeskundige [arts], onder meer inhoudende dat als uitwendig letsel is geconstateerd “inschot opening hals li” en waarbij in het bijzonder wordt medegedeeld “ernstig bloedvatletsel hals/borstkas”.

d. Een schriftelijk bescheid, zijnde het onder a. genoemde verslag van patholoog anatoom dr. [XY] (dossierpag. 210) inhoudende zijn voorlopige sectiebevindingen betreffende [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] te Vught, zoals hieronder afgebeeld en onder meer inhoudende: “Het oplopen van de schotverwonding heeft de dood tot gevolg gehad, obv orgaan- en weefselbeschadiging met daardoor bloedverlies.”

(…)

e. Het proces-verbaal inhoudende de op 16 juni 2003 ten overstaan van rechter-commissaris mr. C.M.J. Peters door getuige [X] afgelegde verklaring, onder meer inhoudende:

“Ik weet waar dit verhoor over zal gaan, de schietpartij november 2002. Ik was op dat moment werkzaam. (…) Ik heb gezien dat Allen de toegang werd ontzegd. (…) Allen is uitgelegd waarom hij eruit was gezet. Hij flipte toen helemaal door. Dit bleek uit de gebaren die hij maakte. Hij zei: ik zweer het op mijn moeder, ik zweer het op mijn dochter, ik schiet jullie allemaal kapot. Dit kwam dreigend over, hij zei het op dreigende toon, hij was heel agressief. Hij meende het.”

f. Het proces-verbaal inhoudende de op 16 juni 2003 ten overstaan van rechter-commissaris mr. C.M.J. Peters door getuige [Y] afgelegde verklaring, onder meer inhoudende:

“Ik weet waarover dit verhoor zal gaan, het schietincident van 03 november 2002. Ik was getuige van dit incident. Ik ging met mijn vriend naar buiten. We stonden voor de McDonalds. De dader werd eruit gezet. (…) Hij riep tegen de portier: ik kom over tien minuten terug en ik schiet je dood. (…) De jongen kwam dus naar buiten. En liep weg. (…) Hij zei ook nog eens tegen mij dat hij over tien minuten terug zou komen en de portier dood zou schieten. (…) Tien minuten later kwam hij terug. Hij liep naar de deur van de Matrixx. (…) Hij pakte de deur vast met zijn rechter hand en toen schoot hij met links naar binnen. (…) Ik zag dat de uitsmijter neergeschoten werd. De ene uitsmijter was volgens mij gelijk dood, hij viel gelijk achterover op zijn buik en bewoog niet meer. (…) De andere viel tegen de muur.”

g. Het proces-verbaal van verhoor inhoudende de op 03 november 2002 ten overstaan van verbalisant [verbalisant V] door [getuige Z] afgelegde verklaring, onder meer inhoudende:

“Vannacht zaterdag op zondag 2 op 3 november 2002 ging ik met vrienden naar de Matrix te Nijmegen. (…) Daar kwam toen iemand aanlopen die zo later bleek Joe te zijn. (…) Ik hoorde dat hij zei; "je moet niet met mij sollen en iets van dit krijg je als met mij bemoeit." Het waren ieder geval woorden van die strekking. Hierop volgde eigenlijk gelijk het schieten.”

h. Het proces-verbaal van verhoor inhoudende de op 03 november 2002 ten overstaan van verbalisanten [verbalisant V] en [verbalisant VI] door [getuige XX] afgelegde verklaring, onder meer inhoudende:

“Ik ben afgelopen nacht vanuit Bussum naar Nijmegen gegaan naar discotheek de Matrix. (…) Joe schoot in eerste instantie een of twee keer gericht. Hij schoot duidelijk in de richting van een portier die rechts naast de Vip ingang stond. (…) Nadat die portier neerviel stapte hij twee, drie stappen naar voren. (…) Vervolgens hoorde ik dat Joe hard riep: “een beetje bij de hand doen tegen mij” waarop hij nog een keer schoot op de dezelfde portier die al op de grond lag dan wel door knieën was gezakt langs muur op.”

i. Het proces-verbaal van verhoor inhoudende de op 14 november 2002 omstreeks 13:55 uur ten overstaan van verbalisanten [verbalisant VII] en [verbalisant VIII] door [medeverdachte] afgelegde verklaring, onder meer inhoudende:

“Ik wil u vertellen over de Ambassadeur. Bianca komt naar mij toe in de Ambassadeur en zij vertelt dat June problemen heeft bij de Matrixx. Bianca vraagt aan mij of zij mijn pistool mag hebben. Ik heb daarna het wapen in haar tas gedaan. Ik ben met Bianca naar de garderobe gegaan. Ik heb June ook nog aan de telefoon gehad in de Ambassadeur. Hij vroeg mij het wapen te geven aan Bianca.”

j. Het proces-verbaal inhoudende de op 06 augustus 2003 ten overstaan van rechter-commissaris mr. C.M.J. Peters door [medeverdachte] afgelegde verklaring, onder meer inhoudende:

“Ik belde Bianca, ik vroeg om dat ding. Ik was toen niet meer kwaad. Bianca wist precies wat ik bedoelde. Ze zei: ik geef je Steve wel.”

k. Het proces-verbaal van verhoor inhoudende de op 14 november 2002 ten overstaan van verbalisanten [verbalisant III] en [verbalisant IV] door [getuige YY] afgelegde verklaring, onder meer inhoudende:

“Op een gegeven moment kwam Bianca naar mij toe en zei ze dat ze een berichtje had gehad van June. (…) Bianca vertelde me dat June ruzie had gehad in de Matrixx.”

En voorts:

l. De door verdachte ter terechtzitting van 09 juli 2003 afgelegde verklaring, onder meer inhoudende:

“Hij vroeg, toen ik de telefoon terug kreeg, of ik mijn tas af wilde geven aan Steve, want die zou daar iets in doen. (…) Bij mijn auto aangekomen moest ik de autosleutels uit mijn tas halen. Toen zag ik dat wapen. Ik schrok (…).Bij de Texaco aangekomen vroeg June onmiddellijk of Steve iets in mijn tas had gedaan. Dat was het eerste dat hij tegen mij zei. Ik vroeg wat hij daarmee moest. Hij zei toen: “nee laat maar”. Hij vroeg toen of ik terug wilde rijden naar de Matrix (…).Onderweg heb ik nog een keer gevraagd wat de bedoeling van het wapen was. Hij zei weer “nee laat maar”. (…)Ik heb hem dus twee keer gevraagd wat de bedoeling was van het wapen. (…) U vraagt mij waarom ik het dan de tweede keer vroeg. Ik heb het nog een tweede keer gevraagd omdat het toch om een wapen ging. (…)Ik weet dat het strafbaar is om een wapen te hebben. Ik schrok van het wapen. Ik schrok omdat ik nog nooit een wapen had gezien. Ik vind wapens eng omdat er enge dingen mee kunnen gebeuren. Ik hoor de voorzitter vragen of ik toen niet stil heb gestaan bij het feit dat er enge dingen mee kunnen gebeuren. Ja, misschien ook wel. (…) June heeft in mijn tas zitten rommelen en ik ging er vanuit dat hij toen het wapen uit mijn tas heeft gehaald.”

3b. Opzet.

Met betrekking tot de bewezenverklaarde opzettelijke medeplichtigheid in de feiten 1 en 2 overweegt de rechtbank daarnaast nog het volgende.

Verdachte heeft op 03 november 2003, zo blijkt uit de bewijsmiddelen, een vuurwapen naar verdachte Allen gebracht.

Dat verdachte wist dat het om een vuurwapen ging volgt uit de verklaringen van zowel Allen en [medeverdachte] als uit die van verdachte zelf.

De rechtbank gaat er ook vanuit dat verdachte al in de l’Ambassadeur wist dat June problemen had. Dit verklaart immers zowel [medeverdachte] als [getuige YY]. Met deze wetenschap is zij vervolgens in haar auto gestapt en heeft Allen het wapen gebracht.

Nadat verdachte Allen heeft ontmoet bij het tankstation heeft ze hem naar de Matrixx gebracht. Door aldus te handelen is zij opzettelijk behulpzaam geweest.

De rechtbank is van oordeel dat deze opzet van verdachte ook gericht is geweest op het gevolg, en wel in de vorm van voorwaardelijk opzet. Zij is van oordeel dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat Allen zou gaan schieten op de portiers op zodanige wijze dat dit de dood ten gevolge zou kunnen hebben.

De rechtbank overweegt hieromtrent verder nog als volgt.

Ten aanzien van de ‘aanmerkelijke kans’:

Of de gedragingen de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roepen is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het gaat om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

De rechtbank overweegt dat verdachte, in de wetenschap dat Allen problemen had in de Matrixx, hem een vuurwapen heeft gebracht. Daarna heeft zij, omstreeks 05:00 uur, Allen naar de Matrixx teruggebracht. Aangekomen bij de Matrixx is Allen uitgestapt. Verdachte ging er op dat moment vanuit dat Allen het wapen bij zich had. De rechtbank is van oordeel dat op dat moment naar algemene ervaringsregels de aanmerkelijke kans bestond dat Allen met het wapen zou gaan schieten en dat dit de dood van een of meerdere personen tot gevolg zou kunnen hebben.

Ten aanzien van het ‘willens en wetens blootstellen aan de aanmerkelijke kans’:

Dat verdachte niet alleen wetenschap heeft gehad van de hiervoor vastgestelde aanmerkelijke kans, maar dat zij deze ook bewust heeft aanvaard, leidt de rechtbank, nu de rechtbank geen (voldoende) inzicht heeft gekregen omtrent hetgeen ten tijde van de verweten gedragingen daadwerkelijk in verdachte is omgegaan, af uit het volgende.

Zoals hiervoor is vastgesteld wist verdachte dat Allen problemen in de Matrixx had, ze wist dat ze hem in het holst van de nacht een vuurwapen ging brengen en ze is er van uitgegaan dat dit hem ook daadwerkelijk heeft bereikt en ze heeft hem teruggebracht naar de Matrixx.

Verdachte heeft meermalen aan Allen gevraagd wat hij met dat wapen van plan was, waarop zij geen afdoend antwoord heeft gekregen. Op basis van het vorenstaande kan het niet anders zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van de slachtoffers bewust heeft aanvaard c.q. op de koop heeft toegenomen. Hierbij is in aanmerking genomen dat feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden niet aannemelijk zijn geworden.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

medeplichtigheid bij moord.

Ten aanzien van feit 2:

medeplichtigheid bij poging tot moord.

De feiten zijn strafbaar.

Ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid van de Wet wapens en munitie begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden waardoor de strafbaar-heid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus straf-baar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de om-stan-dighe-den waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 16 september 2003;

- een voorlichtingsrapport van (stichting) Reclassering Nederland, gedateerd 31 januari 2003, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt verder nog als volgt.

Op 03 november is [slachtoffer] als gevolg van een schietpartij bij de Matrixx om het leven gekomen. Dit heeft zijn nabestaanden een immens verdriet gedaan. De tweede portier, Jeroen [medeslachtoffer], heeft de aanslag overleefd, maar hij zal daaraan gedurende de rest van zijn leven herinnerd worden, niet alleen door het verlies van zijn collega, maar ook door de fysieke en psychische gevolgen die het voorval voor hem tot gevolg heeft gehad.

Verdachte heeft, door een wapen naar Allen te brengen en hem vervolgens naar de Matrixx te brengen, een bijdrage geleverd aan deze moord en deze poging tot moord.

Dit zijn zeer ernstige feiten die in beginsel bestraft dienen te worden met een langdurige gevangenisstraf.

Verdachte is daarentegen nog jong, is niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest en heeft - naar het oordeel van de rechtbank - oprecht spijt van haar handelen. Zij heeft verklaard de bewezenverklaarde feiten te hebben gepleegd op verzoek van en uit liefde voor degene die de schoten heeft gelost. Dat zij de schietpartij met deels dodelijke afloop niet heeft gewild acht de rechtbank aannemelijk.

Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat volstaan kan worden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Daarnaast zal aan verdachte een voorwaardelijk gevangenisstraf worden opgelegd. Deze voorwaardelijke straf dient als waar-schu-wing voor verdachte om zich in de toekomst verre te houden van vuurwapens en al diegenen die daar iets mee van doen hebben.

Voorts acht de rechtbank het opleggen van een werkstraf voor de maximale duur passend en aangewezen.

Aangezien het bewezenverklaarde sub 3 – overdragen van een wapen – samenloop oplevert in de zin van artikel 55, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht met het sub 1 en sub 2 bewezenverklaarde verschaffen van een vuurwapen, zal de rechtbank bij de straftoemeting artikel 55 van de Wet wapens en munitie buiten toepassing laten.

6a. De beoordeling van de civiele vorde-ring(en), alsmede de

gevor-derde op-legging van de schadevergoedings-maat-regel

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vorde-ring, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De vordering van [medeslachtoffer] is niet betwist door verdachte. De recht-bank zal de vordering dan ook in haar geheel toewijzen. Gelet op het feit dat medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte] ook jegens het slachtoffer aansprakelijk zijn, zal de vordering hoofdelijk worden toegewezen zoals in het dictum vermeld.

Voor de toegewezen vordering geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoe-dingsmaatregel ex art. 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en de verdachte de verplich-ting zal opleggen – gelet op het aandeel van medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte] – een derde van het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is, behalve op de hiervoor genoemde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 45, 48, 55, 57, 91, 289 van het Wetboek van Straf-recht en de artikelen 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlaste-gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt ver-dach-te daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de straf-bare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van tweehonderd en negenenveertig (249) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer-legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering wordt gebracht.

En voorts tot

een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet zal worden tenuitvoergelegd, ten-zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerleg-ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef-tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

En voorts tot

het verrichten van een werkstraf gedurende tweehonderd en veertig (240) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

Bepaalt voorts dat de termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens haar vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat zij zich aan zodanige vrijheidsontneming heeft onttrokken.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op honderdtwintig (120) dagen.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [medeslachtoffer] ten aanzien van feit 2.

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover [medeverdachte] of [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [medeslachtoffer] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [medeslachtoffer], wonende te [woonplaats], aan de [adres], te betalen € 215,00 (zegge tweehonderd en vijftien euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 71,66, subsidiair 1 dag hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [medeslachtoffer], wonende te [woonplaats], aan de [adres], te betalen € 71,66, (zegge éénenzeventig euro en zesenzestig eurocent), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover veroordeelde of

[medeverdachte] of [medeverdachte] heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [medeslachtoffer], het daarmee corresponderende gedeelte van de civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. R.H. Koning, rechter als voorzitter,

mr. T.H.P. de Roos, vice-president,

mr. J.W.M. Tromp, vice-president,

in tegenwoordigheid van D.W.A. van Kuppeveld, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 oktober 2003.