Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AL7575

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-08-2003
Datum publicatie
20-10-2003
Zaaknummer
85683 / HA ZA 02-502
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

uitleg overeenkomst

status: exhibits

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 85683 / HA ZA 02-502

Datum vonnis: 27 augustus 2003

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap

GANGLION B.V.,

gevestigd te Beuningen,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

procureur mr. J.T.M. Palstra,

advocaat mr. F.J.P. Delissen te Nijmegen,

tegen

de naamloze vennootschap

LAMORAL N.V.,

gevestigd te Brussel, België,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. Y.A.G.M. Verleisdonk en mr. P. Amador Sanchez te Brussel.

Het verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussenvonnis van 8 januari 2003 wordt naar dat vonnis verwezen. Ter uitvoering van dit tussenvonnis is een comparitie van partijen gehouden. Het proces-verbaal daarvan bevindt zich bij de stukken. Verder zijn nog de volgende processtukken gewisseld:

* een akte overlegging producties van de zijde van Ganglion;

* een akteverzoek van de zijde van Lamoral, tevens incidentele conclusie tot overlegging van stukken;

* een akteverzoek van de zijde van Ganglion, tevens conclusie van antwoord in het incident.

Vervolgens is vonnis in het incident bepaald.

De beoordeling van het incident

1. Na de comparitie is de zaak in overleg met partijen naar de rol verwezen voor overlegging door Ganglion van een berekening en van een drietal overeenkomsten. Het betreft de Distribution Agreement, de Warrants Agreement en de Consultancy Agreement, die alle op 18 oktober 2001 gesloten zijn tussen Ganglion en XO Care A/S.

2. Ganglion heeft bij de eerstgenoemde akte die drie overeenkomsten overgelegd, maar zonder de bijlagen waarnaar in die overeenkomsten wordt verwezen.

Lamoral heeft in haar akte medegedeeld dat zij vooralsnog niet ten principale kan dienen, omdat zij eerst die bijlagen wil zien en Ganglion die stukken weigert over te leggen. In een incident vordert Lamoral nu dat Ganglion ook die bijlagen overlegt, alsmede de stukken waarnaar die bijlagen op hun beurt mogelijk verwijzen en stukken die niet als bijlagen zijn genoemd in de overeenkomsten, maar (mogelijk) wel daaraan zijn gehecht of anderszins daarvan onderdeel uitmaken. Lamoral vordert Ganglion tot openlegging, althans vertrekking van inzage, te veroordelen bij vonnis met openstelling van de mogelijkheid van tussentijds appel en veroordeling van Ganglion in de kosten van het incident. Voorts verzoekt Lamoral om haar een termijn van vier weken vanaf de inzage te verlenen voor haar antwoordakte ten principale.

3. Ganglion verzet zich tegen deze vorderingen, stellend dat het deels gaat om contracten tussen derden die een vertrouwelijk karakter hebben, weshalve gewichtige redenen zich tegen overlegging verzetten. Voorts stelt Ganglion dat het deels gaat om niet terzake doende informatie en voor het overige om bijlagen die zij zelf nooit heeft ontvangen.

4. De rechtbank oordeelt dat de overlegging van die overeenkomsten berust op een procedurele afspraak tussen partijen en dat Ganglion gehouden is om die afspraak na te komen. Waar in die overeenkomsten uitdrukkelijk wordt verwezen naar bepaalde ‘exhibits’, dient ervan uit te worden gegaan dat die bijlagen onderdeel uitmaken van die overeenkomsten, zodat ook die bijlagen moeten worden overgelegd.

5. De rechtbank zal Ganglion bevelen om dit alsnog te doen.

De stelling van Ganglion dat gewichtige redenen zich tegen die overlegging verzetten wordt verworpen. Voor zover dit berust op de stelling dat het gaat om derden en dat de stukken vertrouwelijk en/of niet relevant, gaat dit verweer niet op. Het gaat om overeenkomsten tussen Ganglion zelf en XO Care A/S en XO Care kan bepaald niet worden gezien als een partij, die volledig buiten het geschil staat. Het gaat in deze zaak om het feit dat Lamoral de onderhandelingen met Ganglion c.q. haar dochter Megadent heeft afgebroken, waarna Ganglion op 18 oktober 2001 bij een Share Transfer Agreement de aandelen van Megadent aan XO Care heeft verkocht. Ganglion stelt Lamoral aansprakelijk voor het prijsverschil.

De drie gelijkgedateerde overeenkomsten, die nu zijn overgelegd, waren aangehecht aan de reeds eerder overgelegde aandelen-overeenkomst en lijken daarvan deel uit te maken. De consultancy-overeenkomst geeft Ganglion bepaalde consultancy-rechten en -verplichtingen ten opzichte van XO Care en de niet overgelegde bijlagen betreffen kennelijk reeds bestaande projecten van Ganglion zelf en te eerbiedigen bestaande contracten tussen XO Care en derden, waarvoor Ganglion de verantwoordelijkheid kreeg, maar zulks met een commissiedrempel. De warrant-overeenkomst verleent Ganglion het recht om te gelegener tijd aandelen in XO Care te nemen. De bijlagen hierbij hebben betrekking op de financiële positie van XO Care en een tot stand te brengen aandeelhoudersovereenkomst. In de distributie-overeenkomst verleent XO Care aan Ganglion bepaalde exclusieve distributierechten. De bijlage betreft een standaard contract, waarin de voorwaarden staan.

Al deze stukken kunnen weldegelijk relevant blijken te zijn voor de vaststelling van de werkelijke waarde van de eerstgenoemde aandelentransactie, die klaarblijkelijk niet op zichzelf stond. Nu Lamoral wordt aangesproken voor het verschil tussen deze waarde c.q. de opbrengsten daarvan en de prijs die zij bij een activa/passiva-transactie zou hebben betaald, heeft Lamoral gerechtvaardigd belang bij bestudering van die bijlagen. Die bijlagen zullen hoogstwaarschijnlijk ook aan de zonodig te benoemen deskundige moeten worden voorgelegd, maar Lamoral heeft er belang bij om die bijlagen tevoren in te zien, zodat zij naar aanleiding daarvan vragen aan de deskundige kan formuleren.

6. Het verweer van Ganglion dat zij een aantal van de bijlagen zelf niet heeft ontvangen van XO Care, wordt eveneens gepasseerd. Ganglion kan die stukken alsnog opvragen bij XO Care. Het betreft immers stukken die behoren bij de overeenkomsten, waarbij zij zelf partij was.

7. De rechtbank zal de incidentele vordering toewijzen ten aanzien van de specifiek genoemde bijlagen. Over stukken die daarin weer zouden worden vermeld en over stukken die in het geheel niet worden genoemd, kan de rechtbank nog geen uitspraak doen. Dat is te onbepaald.

8. Het bevel tot overlegging is gebaseerd op artikel 22 Rv. Tegen dit tussenvonnis staat derhalve geen tussentijds hoger beroep open en de rechtbank ziet geen reden om daarop uitzondering te maken. Dat zou de procedure onnodig kunnen vertragen.

9. De rechtbank zal de beslissing over de kosten van dit incident aanhouden tot het eindvonnis.

DE BESLISSING

De rechtbank, rechtdoende:

In het incident:

Beveelt Ganglion om de in de consultancy-, warrants- en distributieovereenkomst genoemde exhibits in het geding te brengen,

Bepaalt dat Ganglion dat dient te doen bij akte op de rol van 24 september 2003,

Houdt de beslissing omtrent de kosten van dit incident aan tot het eindvonnis in de hoofdzaak,

Wijst af hetgeen in het incident meer of anders is gevorderd,

In de hoofdzaak:

Bepaalt dat Lamoral een nadere akte tot uitlating ten principale kan indienen op de vierde rolzitting na de indiening van voormelde akte met producties door Ganglion,

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en uitgesproken in het openbaar op woensdag 27 augustus 2003.

De griffier: De rechter:

Coll. NH