Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AH9270

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-06-2003
Datum publicatie
07-07-2003
Zaaknummer
99459 / KG ZA 03-306
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

onrechtmatige concurrentie door ex-werknemer

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 99459 / KG ZA 03-306

Datum vonnis: 19 juni 2003

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NRG BENELUX B.V.,

m.h.o.d.n. Nashuatec,

gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,

eiseres,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. L.P. Schuttelaar te ’s-Hertogenbosch,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLAND OFFICE GROUP B.V.,

gevestigd te Zaltbommel,

gedaagde,

advocaat mr. Th.J.H.M. Linssen te Tilburg,

2. X,

wonende te Z,

gedaagde,

in persoon verschenen,

procureur mr. N.L.J.M. Rijssenbeek,

advocaat mr. M. Helmink te Rotterdam.

De partijen zullen verder tevens worden aangeduid als “Nashuatec”, “HOG” en “X”.

1. Het verloop van de procedure

NRG heeft HOG en X ter zitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding. Gedaagden hebben geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. De advocaten van partijen hebben de zaak bepleit overeenkomstig de overgelegde pleitnotities. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1 Nashuatec en HOG zijn concurrenten op het gebied van de verkoop en verhuur van fotokopieerapparatuur, faxapparatuur en printers.

2.2 In een geschil tussen Nashuatec en VDH, de rechtsvoorgangster van HOG, is op 19 september 1997 door de rechtbank ’s-Hertogenbosch eindvonnis gewezen. Bij dit vonnis is onder meer een verbod aan VDH opgelegd om bij derden de indruk te wekken dat VDH op enigerlei wijze verwant of gelieerd is aan Nashuatec, vereenzelvigd kan worden met Nashuatec dan wel betrokken is bij de handel in Nashuatec apparatuur.

2.3 X was werknemer van HOG totdat hij op 16 mei 2003 op non actief werd gesteld door HOG.

2.4 DSP Communicatie Adviseurs B.V. (hierna: DSP) en Bouman Verslavingszorg zijn klanten van Nashuatec. Koninklijke Coöperatie Royal Cosun U.A. (hierna: Royal Cosun) was een potentiële klant van Nashuatec.

2.5 De rechtbank Arnhem heeft bij beschikking d.d. 27 augustus 2002 het houden van een voorlopig getuigenverhoor toegestaan. In het kader van dit voorlopig getuigenverhoor zijn op 4 december 2002 gehoord X voornoemd, Y en K en op 11 december 2002 B, en W., V. Op 16 april 2003 zijn in contra-enquête gehoord H en Q.

2.6 a. Inzake DSP heeft K verklaard dat zij op 1 mei 2002 gebeld is door een man die zich bekendmaakte als S van DSP. Hij vroeg om contractgegevens (expiratiedatum, volume en huurprijs). Zij heeft hem gezegd terug te bellen waarop hij zijn 06-nummer opgaf (06-41257295). Y heeft in dit verband verklaard dat zij een telefoongesprek heeft gehad met iemand die zei dat hij van Nashuatec was of woorden van gelijke strekking. Zij heeft aan deze man het serienummer van het kopieerapparaat van DSP en de naam van de directeur van DSP doorgegeven.

b. Inzake Bouman Verslavingszorg heeft B verklaard dat zij op 27 mei 2002 is gebeld door een man die zich bekendmaakte als V van het Boumanhuis. De man vroeg om contractgegevens. Zij heeft hem gezegd dat een collega hem later zou terugbellen. B heeft voorts verklaard dat de frontdesk medewerkers van Nashuatec onderling hadden afgesproken om een klant met vragen later terug te bellen om aldus misbruik te voorkomen.

c. Inzake Royal Cosun heeft S verklaard dat zij op 20 februari 2002 is gebeld door X van HOG en dat zij het gevoel kreeg dat X beschikte over inside informatie over Nashuatec die hij niet van Cosun had verkregen.

2.7 Ter zitting in dit kort geding heeft X verklaard dat hij bij het voorlopig getuigenverhoor - waar hij, kort gezegd, ontkende zich schuldig te hebben gemaakt aan het oneerlijke gedrag dat Nashuatec hem verwijt - niet de waarheid heeft verklaard omdat dit is gevraagd door de heer H van HOG. a. Ten aanzien van DSP heeft X ter zitting verklaard dat hij niet uitsluit dat contact met Nashuatec is opgenomen om contractgegevens op te vragen omdat wel vaker door hem en door het personeel van HOG contact is opgenomen met de contractadministratie van Nashuatec om achter de expiratiedatum te komen van een bepaalde prospect.

b. Met betrekking tot Boumanhuis Verslavingszorg heeft X verklaard dat hij - zich voordoende als iemand van het Boumanhuis - telefonisch contact heeft opgenomen met de contractadministratie van Nashuatec om achter het exacte volume en de all-in prijs te komen nadat H hem had gezegd dat hij dit bij de contractadministratie van Nashuatec na moest trekken. X heeft voorts verklaard dat hem toen verteld werd dat hij teruggebeld zou worden waarbij hij zijn mobiele nummer - 06-41257295 - aan de dame van de administratie van Nashuatec heeft doorgegeven.

c. Inzake Royal Cosun heeft X verklaard dat hij telefonisch contact heeft opgenomen met Nashuatec om achter de exacte expiratiedatum van de overeenkomst met Royal Cosun te komen en om erachter te komen wat Royal Cosun exact betaalde per maand omdat H gevraagd had dit te doen.

3. Het geschil

3.1 NRG vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

A. HOG en X hoofdelijk te veroordelen om gebruikmakend van een valse naam medewerkers van Nashuatec telefonisch of op enige andere wijze te benaderen;

B. HOG en X hoofdelijk te verbieden om gebruikmakend van een valse naam klanten van Nashuatec telefonisch of op enige ander wijze te benaderen;

C. HOG en X hoofdelijk te verbieden om bij derden de indruk te wekken dat HOG en/of X op enigerlei wijze verwant of gelieerd is aan Nashuatec, werkzaam is bij Nashuatec, vereenzelvigd kan worden met Nashuatec dan wel betrokken is bij de handel in Nashuatec-apparatuur;

D. HOG en X hoofdelijk te verbieden om Nashuatec op welke wijze dan ook onrechtmatig te beconcurreren;

E. HOG te veroordelen tot betaling aan Nashuatec van een dwangsom bij overtreding door HOG en/of X van hetgeen in het in deze zaak te wijzen vonnis zal worden bepaald, van € 100.000,- per overtreding;

F. X te veroordelen tot betaling aan Nashuatec van een dwangsom bij overtreding door X van hetgeen in het in deze zaak te wijzen vonnis zal worden bepaald, van € 10.000,- per overtreding;

en voorts gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure en in de kosten van het voorlopig getuigenverhoor.

3.2 Nashuatec stelt hiertoe - kort gezegd - dat X en HOG zich schuldig hebben gemaakt aan onrechtmatig handelen jegens Nashuatec door Nashuatec op een oneerlijke en onrechtmatige wijze te beconcurreren. Nashuatec stelt voorts dat X de onrechtmatige handelingen gepleegd heeft op verzoek en in overleg met de directeur van HOG, de heer H.

3.3 Gedaagden hebben gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna - voor zover nodig - zal worden ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

4.1 Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van NRG en is voorts niet betwist.

4.2 Kernpunt van het geschil tussen partijen is de vraag of X en/of HOG zich schuldig hebben gemaakt aan ongeoorloofde concurrentie jegens Nashuatec.

4.3 De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit de in het voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen en de door X ter zitting in dit kort geding afgelegde verklaring voldoende aannemelijk is geworden dat X meerdere malen - gebruikmakend van een valse naam - medewerkers van Nashuatec telefonisch heeft benaderd in een poging aldus contractgegevens te verkrijgen. Deze gedragingen van X zijn onrechtmatig omdat zij zijn verricht in het kader van het op een ongeoorloofde wijze beconcurreren van Nashuatec. De voorzieningenrechter zal echter de jegens X gevorderde voorzieningen niet toewijzen nu de vrees voor herhaling van dit onrechtmatige gedrag niet aannemelijk is geworden. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat X thans niet meer werkzaam is bij HOG en dat vooralsnog niet gebleken is dat hij zich bij een andere werkgever aan ongeoorloofde concurrentie schuldig zal maken. De voorzieningenrechter benadrukt in dit verband dat Nashuatec zelf stelt dat X de onrechtmatige gedragingen op verzoek en in opdracht van HOG heeft gedaan. Dit impliceert dat indien X bij een andere werkgever werkzaam is, hij zich niet - zelfstandig - aan dergelijk onrechtmatig gedrag schuldig zal maken.

4.4 Gelet op het hiervoor in r.o. 4.3 overwogene en het feit dat HOG ten tijde van de onrechtmatige gedragingen werkgever was van X, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ook sprake van een onrechtmatige daad van HOG jegens Nashuatec. Aan dit oordeel doet niet af de omstandigheid aangevoerd door HOG dat het bij pogingen tot het verkrijgen van contractinformatie is gebleven. Reeds de wijze waarop gepoogd is contractinformatie te verkrijgen zoals voldoende aannemelijk is geworden uit de in het voorlopig getuigenverhoor en de verklaring van X ter zitting in dit kort geding, is onrechtmatig. Ook het verweer van HOG, inhoudende dat X thans niet meer werkzaam is bij HOG en dat niet blijkt dat andere werknemers dan X zich schuldig hebben gemaakt aan het ligitieuze gedrag, er aldus op neerkomend dat geen vrees voor herhaling bestaat, gaat niet op. Gelet op het eerdere geschil tussen Nashuatec en (de rechtsvoorgangster van) HOG waarin in 1997 vonnis is gewezen en gelet op de huidige concurrentie-verhouding tussen partijen, acht de voorzieningenrechter de vrees voor herhaling voldoende aannemelijk. Een ordemaatregel als weergegeven in r.o. 3.1 onder A. is derhalve gerechtvaardigd. De voorzieningenrechter zal dan ook de onder A. gevorderde voorziening jegens HOG toewijzen. Voorts zullen de gevorderde dwangsommen worden gematigd en gelimiteerd.

4.5 Ten aanzien van de overige door Nashuatec gevorderde voorzieningen wordt het volgende overwogen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat X - gebruikmakend van een valse naam - klanten van Nashuatec telefonisch heeft benaderd. In slechts één van de in het voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaringen komt dit gedrag ter sprake (de verklaring van Y). Het in deze verklaring besproken gedrag leidt voorts niet (direct) naar de persoon van X. Voorts is niet aannemelijk geworden dat reeds uit de gedragingen als in r.o. 4.3 omschreven, opgemaakt kan worden dat het onder B. omschreven gedrag dreigt te geschieden. De gevorderde voorziening onder B. komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.

4.6 De voorzieningenrechter ziet voorts geen aanleiding om de onder C. gevorderde voorziening toe te wijzen nu niet aannemelijk is geworden dat de daarin beschreven gedragingen hebben plaatsgevonden. De voorzieningenrechter benadrukt dat in het geheel niet is gesteld door Nashuatec dat dergelijke gedragingen zouden hebben plaatsgevonden. Voorts komt de onder D. gevorderde voorziening niet voor toewijzing in aanmerking nu de voorzieningenrechter in de gedragingen als omschreven in r.o. 4.3 geen aanleiding ziet om een dergelijke vergaande maatregel toe te wijzen en voorts omdat deze voorziening onvoldoende concreet is en hierdoor tevens executieproblemen zijn te verwachten bij toewijzing van de voorziening.

4.7 Inzake de gevorderde veroordeling in de proceskosten zijn de volgende omstandigheden van belang. Ten aanzien van X is Nashuatec de in het ongelijk gestelde partij. Wel is het zo dat X eerst ter zitting in kort geding heeft verklaard dat hij de in het voorlopig getuigenverhoor afgelegde verklaring niet (volledig) naar waarheid heeft afgelegd. Voorts zijn Nashuatec en HOG over en weer op enkele punten in het ongelijk gesteld. De voorzieningenrechter ziet in deze omstandigheden aanleiding om de proceskosten, waaronder begrepen de kosten van het voorlopig getuigenverhoor, te compenseren.

De beslissing

De voorzieningenrechter

weigert de jegens X gevorderde voorzieningen;

verbiedt HOG om gebruikmakend van een valse naam medewerkers van Nashuatec telefonisch of op enige andere wijze te benaderen;

veroordeelt HOG om ingeval zij (na betekening van dit vonnis) bovenstaande verbod overtreedt, aan Nashuatec een dwangsom te betalen van € 10.000,- per overtreding, echter met een maximum van € 100.000,-;

weigert het meer of anders gevorderde;

compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.H.M. van der Heiden op 19 juni 2003.

de griffier de voorzieningenrechter