Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AH9202

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-07-2003
Datum publicatie
04-07-2003
Zaaknummer
05/090501-02
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2003:AO2161
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Arnhemse rechtbank heeft op 4 juli een man veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en tbs. De man werd verdacht van een aantal verkrachtingen en diefstal met geweld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

Parketnummer : 05/090501-02

Datum zitting : 20 juni 2003

Datum uitspraak : 04 juli 2003

Verkort vonnis

TEGENSPRAAK

in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : verdachte

geboren op : 26 september 1983 te

adres :

plaats : Arnhem

thans gedetineerd in HvB.

Raadsman: mr. P.R.M. Noppen, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 oktober 2002 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid slachtoffer heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Slachtoffer, te weten het brengen van zijn penis in de mond van die Slachtoffer en/of het brengen van zijn penis in de vagina van die Slachtoffer, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, ter hand heeft genomen en/of die Slachtoffer dat vuurwapen of voorwerp heeft voorgehouden en/of getoond en/of dat vuurwapen of dat voorwerp heeft gericht op die Slachtoffer en/of die Slachtoffer dreigend de woorden heeft toegevoegd: "je kunt maar beter meekomen, anders heb je een probleem" en/of "zuigen!" en/of tegen die Slachtoffer heeft gezegd dat hij, verdachte, haar neer zou schieten als ze niet deed wat hij wilde en/of dat hij, verdachte, de baas was, althans dergelijke dreigende taal tegen die Slachtoffer heeft geuit;

(zaaksdossier 1)

2.

hij op of omstreeks 19 oktober 2002 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid Slachtoffer heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Slachtoffer, te weten het brengen van zijn penis in de mond van die Slachtoffer, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd van die Slachtoffer heeft gezet en/of die Slachtoffer dat vuurwapen of dat voorwerp heeft voorgehouden en/of getoond en/of die Slachtoffer daarmee heeft bedreigd en/of die Slachtoffer stevig heeft vastgepakt en/of een hand op de mond van die Slachtoffer heeft gedaan en/of het hoofd van die Slachtoffer naar beneden heeft geduwd;

(zaaksdossier 2)

3.

hij op of omstreeks 19 oktober 2002 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de openbare weg met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen sigaretten, twee, althans een,

aansteker(s) en/of een (mobiel) telefoontoestel, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Slachtoffer, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die Slachtoffer, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes

mededader(s) die Slachtoffer stevig (bij de keel) hebben/heeft vastgepakt en/of

meegesleurd en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, op/tegen het hoofd van die Slachtoffer hebben/heeft gezet en/of die

Slachtoffer dat vuurwapen of dat voorwerp hebben/heeft voorgehouden en/of getoond en/of die Slachtoffer daarmee hebben/heeft bedreigd en/of (met kracht) de tas van die Slachtoffer naar achteren hebben/heeft getrokken;

(zaaksdossier 2)

4.

hij op of omstreeks 14 november 2002 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid Slachtoffer heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Slachtoffer, te weten het brengen van een of meer vingers in de vagina van die Slachtoffer en/of het brengen van zijn penis in de mond van die Slachtoffer, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk bij die Slachtoffer in de bus is gesprongen en/of die Slachtoffer stevig (bij haar hoofd en/of haren) heeft vastgepakt en/of de mond van die Slachtoffer heeft dichtgehouden en/of ervoor heeft gezorgd dat die Slachtoffer geen kant op kon en/of de blouse van die Slachtoffer heeft opengetrokken en/of dreigend tegen die Slachtoffer heeft gezegd dat ze de deur van de bus moest sluiten (hetgeen die Slachtoffer vervolgens ook heeft gedaan) en/of het hoofd van die Slachtoffer naar beneden heeft geduwd en/of tegen die Slachtoffer heeft gezegd: "Doe je benen wijd" en/of "pijp me", en/of tegen die Slachtoffer heeft gezegd dat ze geen aangifte mocht doen en daarbij naar haar naam heeft gevraagd, althans dergelijke dreigende taal heeft geuit;

(zaaksdossier 3)

5.

hij op of omstreeks 14 november 2002 te Arnhem op de openbare weg met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van -ongeveer- 50 (vijftig) euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan slachtoffer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen Slachtoffer, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte plotseling bij die Slachtoffer in de bus is gesprongen en/of die Slachtoffer stevig (bij haar hoofd en/of haren) heeft vastgepakt en/of de mond van die Slachtoffer heeft dichtgehouden;

(zaaksdossier 3)

6.

hij op of omstreeks 23 november 2002 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid Slachtoffer heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Slachtoffer, te weten het brengen van zijn penis in de mond van die Slachtoffer en/of het brengen van een of meer vingers in de vagina van die Slachtoffer, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk die Slachtoffer stevig heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of door een deur naar binnen heeft geduwd en/of tegen een muur heeft gedrukt en/of die Slachtoffer op de grond heeft gegooid en/of het hoofd van die Slachtoffer naar beneden heeft geduwd en/of aan de haren van die Slachtoffer getrokken en/of dreigend tegen die Slachtoffer heeft gezegd: "Als je niet doet wat ik zeg, doe ik je heel veel pijn" en/of "Pijpen, zuigen, je moet hem in je mond stoppen" en/of "doe je benen wijd en stop hem erin", althans dergelijke dreigende taal heeft geuit;

(zaaksdossier 4)

7.

hij op of omstreeks 23 november 2002 te Arnhem met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 10 (tien)

euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Slachtoffer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die Slachtoffer, gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte die Slachtoffer stevig

heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of tegen een muur heeft gedrukt en/of

die Slachtoffer op de grond heeft gegooid en/of die Slachtoffer heeft verkracht;

(zaaksdossier 4)

8.

hij op of omstreeks 20 maart 2001 te Arnhem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om op de openbare weg met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een tas met inhoud, geheel of ten dele toebehorende aan slachtoffer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die slachtoffer, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, die slachtoffer een schouderduw heeft gegeven en/of op onverhoedse wijze (van achteren) de riem van de door die slachtoffer gedragen tas heeft beetgepakt en er meermalen, althans een maal, met kracht aan heeft gerukt, waardoor de tas losschoot van de riem, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaaksdossier 5)

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 04 april 2003 en 20 juni 2003 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte versche-nen. Verdachte is bijgestaan door mr. P.R.M. Noppen, advocaat te Arnhem.

Als benadeelde partij is ter terechtzitting verschenen slachtoffer, woonplaats kiezende ten kantore van haar gemachtigde mevrouw …, bureau van rechtshulp te Arnhem, …. die vordert dat verdachte wordt veroordeeld aan haar te beta-len een bedrag van € 2.300,-- aan immateriële schadever-goe-ding.

Als benadeelde partij is ter terechtzitting verschenen slachtoffer, woonplaats kiezende ten kantore van haar gemachtigde mevrouw …, bureau van rechtshulp te Arnhem, …, die vordert dat verdachte wordt veroordeeld aan haar te beta-len een bedrag van € 2.978,50 aan materiële en immateriële schadever-goe-ding.

Als benadeelde partij is ter terechtzitting verschenen slachtoffer, woonplaats kiezende ten kantore van haar gemachtigde …., Zutphen, die vordert dat verdachte wordt veroordeeld aan haar te beta-len een bedrag van € 2.000,-- aan immateriële schadever-goe-ding.

Als benadeelde partij is ter terechtzitting verschenen slachtoffer, woonplaats kiezende ten kantore van haar gemachtigde …., Zutphen, die vordert dat verdachte wordt veroordeeld aan haar te beta-len een bedrag van € 2.000,-- aan immateriële schadever-goe-ding.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde onder 1 t/m 7 zal worden veroor-deeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht alsmede terbeschikkingstelling met bevel dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd.

Ter terechtzitting van 21 maart 2003 heeft de officier van justitie met betrekking tot feit 8 aangegeven dat, gelet op de omstandigheid dat verdachte ten tijde van het plegen van dat feit minderjarig was, de rechtbank onbevoegd is.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie gevorderd dat:

- de vordering van de benadeelde partij slachtoffer tot een bedrag van € 2.000,-- bij wijze van voorschot wordt toegewezen en dat er een schade-vergoe-dings-maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis.

- de vordering van de benadeelde partij slachtoffer tot een bedrag van € 2.000,-- bij wijze van voorschot wordt toegewezen en dat er een schade-vergoe-dings-maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis.

- de vordering van de benadeelde partij slachtoffer tot een bedrag van € 2.246,90 bij wijze van voorschot wordt toegewezen en dat er een schade-vergoe-dings-maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 44 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie gevorderd dat de bena-deelde partij niet-ontvanke-lijk zal worden verklaard in haar vordering.

- de vordering van de benadeelde partij slachtoffer tot een bedrag van € 2.300,-- bij wijze van voorschot wordt toegewezen en dat er een schade-vergoe-dings-maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 46 dagen hechtenis.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging ge-voerd.

2a De beslissing inzake de bevoegdheid van de rechtbank

Aangezien verdachte ten tijde van het plegen van het hem onder 8 verweten feit nog minderjarig was en de bepalingen van het kinderstrafrecht niet in acht zijn genomen zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren van dit feit kennis te nemen.

3. De beslis-sing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijf-fouten voorko-men, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 t/m 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op of omstreeks 12 oktober 2002 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid Slachtoffer heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Slachtoffer, te weten het brengen van zijn penis in de mond van die Slachtoffer en/of het brengen van zijn penis in de vagina van die Slachtoffer, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, ter hand heeft genomen en/of die Slachtoffer dat vuurwapen of voorwerp heeft voorgehouden en/of getoond en/of dat vuurwapen of dat voorwerp heeft gericht op die Slachtoffer en/of die Slachtoffer dreigend de woorden heeft toegevoegd: "je kunt maar beter meekomen, anders heb je een probleem" en/of "zuigen!" en/of tegen die Slachtoffer heeft gezegd dat hij, verdachte, haar neer zou schieten als ze niet deed wat hij wilde en/of dat hij, verdachte, de baas was, althans dergelijke dreigende taal tegen die Slachtoffer heeft geuit;

2.

hij op of omstreeks 19 oktober 2002 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid Slachtoffer heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Slachtoffer, te weten het brengen van zijn penis in de mond van die Slachtoffer, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd van die Slachtoffer heeft gezet en/of die Slachtoffer dat vuurwapen of dat voorwerp heeft voorgehouden en/of getoond en/of die Slachtoffer daarmee heeft bedreigd en/of die Slachtoffer stevig heeft vastgepakt en/of een hand op de mond van die Slachtoffer heeft gedaan en/of het hoofd van die Slachtoffer naar beneden heeft geduwd;

3.

hij op of omstreeks 19 oktober 2002 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de openbare weg met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen sigaretten, twee, althans een, aansteker(s) en/of een (mobiel) telefoontoestel, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan slachtoffer, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die Slachtoffer, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die Slachtoffer stevig (bij de keel) hebben/heeft vastgepakt en/of meegesleurd en/of een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen het hoofd van die Slachtoffer hebben/heeft gezet en/of die Slachtoffer dat vuurwapen of dat voorwerp hebben/heeft voorgehouden en/of getoond en/of die Slachtoffer daarmee hebben/heeft bedreigd en/of (met kracht) de tas van die Slachtoffer naar achteren hebben/heeft getrokken;

4.

hij op of omstreeks 14 november 2002 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid slachtoffer heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Slachtoffer, te weten het brengen van een of meer vingers in de vagina van die Slachtoffer en/of het brengen van zijn penis in de mond van die Slachtoffer, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk bij die Slachtoffer in de bus is gesprongen en/of die Slachtoffer stevig (bij haar hoofd en/of haren) heeft vastgepakt en/of de mond van die Slachtoffer heeft dichtgehouden en/of ervoor heeft gezorgd dat die Slachtoffer geen kant op kon en/of de blouse van die Slachtoffer heeft opengetrokken en/of dreigend tegen die Slachtoffer heeft gezegd dat ze de deur van de bus moest sluiten (hetgeen die Slachtoffer vervolgens ook heeft gedaan) en/of het hoofd van die Slachtoffer naar beneden heeft geduwd en/of tegen die Slachtoffer heeft gezegd: "Doe je benen wijd" en/of "pijp me", en/of tegen die Slachtoffer heeft gezegd dat ze geen aangifte mocht doen en daarbij naar haar naam heeft gevraagd, althans dergelijke dreigende taal heeft geuit;

5.

hij op of omstreeks 14 november 2002 te Arnhem op de openbare weg met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van -ongeveer- 50 (vijftig) euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Busbedrijf Connexxion, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen slachtoffer, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte plotseling bij die Slachtoffer in de bus is gesprongen en/of die Slachtoffer stevig (bij haar hoofd en/of haren) heeft vastgepakt en/of de mond van die Slachtoffer heeft dichtgehouden;

6.

hij op of omstreeks 23 november 2002 te Arnhem, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid slachtoffer heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Slachtoffer, te weten het brengen van zijn penis in de mond van die Slachtoffer en/of het brengen van een of meer vingers in de vagina van die Slachtoffer, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk die Slachtoffer stevig heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of door een deur naar binnen heeft geduwd en/of tegen een muur heeft gedrukt en/of die Slachtoffer op de grond heeft gegooid en/of het hoofd van die Slachtoffer naar beneden heeft geduwd en/of aan de haren van die Slachtoffer getrokken en/of dreigend tegen die Slachtoffer heeft gezegd: "Als je niet doet wat ik zeg, doe ik je heel veel pijn" en/of "Pijpen, zuigen, je moet hem in je mond stoppen" en/of "doe je benen wijd en stop hem erin", althans dergelijke dreigende taal heeft geuit;

7.

hij op of omstreeks 23 november 2002 te Arnhem met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van 10 (tien)

euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan slachtoffer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die Slachtoffer, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte die Slachtoffer stevig heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of tegen een muur heeft gedrukt en/of die Slachtoffer op de grond heeft gegooid en/of die Slachtoffer heeft verkracht;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe-zen. Verdach-te zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijs-middelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 4 en 6 telkens:

Verkrachting,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 3:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 312 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 5:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 312 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 7:

Diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 312 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Over verdachte is een multi-disciplinair rapport opgemaakt door dr. …, psychiater gedateerd 14 maart 2003 en prof. Dr. ….. , klinisch & forensisch psycholoog, gedateerd 8 maart 2003. De psychiater concludeert dat bij verdachte ten tijde van het begaan van de tenlastegelegde feiten sprake was van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een antisociale persoonlijkheids-stoornis met narcistische trekken. Het tenlastegelegde kan verdachte verminderd worden toegerekend.

De klinisch psycholoog concludeert dat bij betrokkene sprake is van een gestoorde psychoseksuele ontwikkeling met veel onderdrukte angst, achterdocht, schaamte en agressie. Tevens zijn er voldoende aanwijzingen voor een antisociale persoonlijkheidsstoornis waarbij het ontbreken van empathie jegens de slachtoffers en anderen omineus is. De vernederende en seksueel-agressieve aspecten van betrokkenes handelen wijzen op een vorm van seksueel sadisme, maar door zijn zwijgzaamheid op dit gebied is in dit onderzoek niet duidelijk geworden in welke mate hierbij sprake is van een (blijvende) persoonlijkheidstrek/-stoornis en in welke mate sprake geweest is van reactief handelen (in reactie op overlijden vader en weghalen vriendin. Op basis van dit onderzoek acht rapporteur betrokkene voor de seksuele delicten als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen en voor de diefstallen als licht/enigszins verminderd toerekeningsvatbaar.

De nadere beschouwingen van de beide rapporteurs (voor wat betreft dhr. … verwoord in een brief aan de raadsman d.d. 9 mei 2003, en voor wat betreft prof. Dr. ….., verwoord in het proces-verbaal van het verhoor bij de rechter-commissaris d.d. 17 juni 2003) leiden niet tot andere conclusies.

De rechtbank verenigt zich met deze conclusies en maakt die tot de hare.

Overeenkomstig deze conclusies kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er is voorts ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van de bewezenverklaarde strafbare feiten en de om-stan-dighe-den waaronder deze zijn begaan; voorts

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 07 maart 2003;

- het pro justitia rapport van klinisch en forensisch psycholoog Professor Dr. ….. van 10 maart 2003;

- het pro justitia rapport van psychiater …. van 14 maart 2003; en

- het voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland van rapporteur ….. van 13 maart 2003.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachtingen die gepaard gingen met geweld en bedreiging van geweld. Bovendien heeft verdachte drie verkrachtingen vergezeld laten gaan van gewelddadige berovingen. Verdachte heeft kortom een enorme agressie geuit naar zijn slachtoffers die daarvan zeer traumatische ervaringen zullen hebben overgehouden en die ook op lange termijn nog de emotionele gevolgen daarvan zullen moeten dragen. Verdachte heeft aldus op zeer grove wijze de persoonlijke en lichamelijke integriteit van de slachtoffers geschonden, terwijl dergelijke strafbare feiten sterk bijdragen aan de onveilig-heids-gevoelens in de maatschappij.

De verkrachtingen hebben plaatsgevonden onder bedreiging en gebruik van geweld, onder meer door het gebruik van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Zo is bij twee slachtoffers een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd gezet. Dat één van de slachtoffers hoogzwanger was en een ander slachtoffer medische klachten had en beiden dit ook kenbaar hebben gemaakt, bracht verdachte er niet toe de verdere uitvoering van zijn strafbare handelingen te staken. Verdachte deinsde er ook niet voor terug om één van zijn slachtoffers angstig te maken door het slachtoffer te dwingen haar naam te geven aan verdachte. In drie gevallen heeft verdachte zijn slachtoffers voorts nog met geweld beroofd.

Dit zijn buitengewoon ernstige strafbare feiten en de rechtbank rekent deze feiten de verdachte zeer zwaar aan.

De rechtbank neemt daarbij in het bijzonder in aanmerking dat verdachte meedogenloos met zijn slachtoffers is omgegaan, dat verdachte grof geweld heeft gebruikt, dat verdachte drie van de vier slachtoffers heeft blootgesteld aan een combinatie van misdrijven die ieder op zich al tot de zwaarste categorie van geweldsmisdrijven worden gerekend, dat verdachte in de verhoren bij de politie de strafbare feiten heeft omschreven als een soort experiment om uit te zoeken of hij met dit gedrag kon wegkomen en tenslotte dat de strafbare feiten in het korte tijdsbestek van ruim één maand hebben plaatsgevonden (12 oktober 2002 tot en met 23 november 2002) en met de spoedige aanhouding van verdachte de politie waarschijnlijk herhaling heeft kunnen voorkomen.

Bovenstaande feiten en omstandigheden brengen de rechtbank er dan ook toe, ondanks de jeugdige leeftijd en verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, een hogere onvoorwaardelijke gevan-ge-nisstraf op te leggen dan is geëist door de Officier van Justitie.

In het hiervoor aangehaalde multi-disciplinaire rapport wordt het volgende gesteld:

In het psychiatrisch rapport van dr. ….. d.d. 14 maart 2003 wordt het volgende vermeld:

Bij onderzochte zijn een aantal persoonlijke variabelen aanwijsbaar die een risico inhouden, zowel voor wat betreft delinquent gedrag in het algemeen als voor seksuele delicten in het bijzonder. Voorspellende factoren die ook bij onderzochte worden aangetroffen zijn: een antisociale persoonlijkheidsstoornis, het verkrachten van een onbekende, ingrijpende verkrachting (penetratie), jonger dan dertig jaar, middelen-misbruik, impulsiviteit, zwakte van het sociale netwerk buiten het criminele circuit, geringe sociale vaardigheden, een stemmingsstoornis en een gering probleembesef. Dit alles bijeengenomen moet worden geconcludeerd dat de kans op recidive zeker aanwezig is.

Onderzochte lijkt een moeilijk te beïnvloeden c.q. te behandelen jongen, nog afgezien van het feit dat seksuele delinquenten als groep moeilijk behandelbaar zijn. Uit de tot dusver gevoerde gesprekken blijkt dat zijn probleembesef afwezig en zijn motivatie voor therapeutische of corrigerende bemoeienis laag is. Wij moeten dan ook tot de conclusie komen dat een maatregel alleen zinvol kan zijn binnen een strak juridisch kader en willen u daarom adviseren tot het opleggen van een TBS met verpleging naast een gecombineerde straf.

In het psychologisch rapport van de klinisch & forensisch psycholoog prof. Dr. ….. d.d. 08 maart 2003 is het volgende vermeld:

Betrokkene is niet in staat geweest krenkingen als het verlies van zijn vader en met name het verlies van zijn vriendin te verwerken. Mogelijk is sprake geweest van identificatie met de agressor, i.c. de vader van zijn vriendin, die haar seksueel en agressief misbruikt zou hebben, mogelijk (tevens) van onbewuste of niet-bewuste wraak op de maatschappij, vrouwen of anderen. De verkrachtingen hebben plaats gevonden kort nadat betrokkenes vriendin was weggehaald door de politie. Overigens is betrokkene in het verleden al eens verdacht geweest van een aanranding. Zijn geremde en ingehouden habitus in combinatie met zijn heftige emotionele reactie als men zijn daden ter sprake brengt, duiden op een zeer angstige, krenkbare en schaamtevolle persoonlijkheid met weinig identiteit. Dergelijke persoonlijkheidsstructuren ziet men dikwijls ook bij brandstichters, en ook daarvan is bij betrokkene sprake.

Pas in het donker durft hij zich extra te manifesteren, als hij niet bang is bekeken en vernederd te worden. Dan kan hij de rollen omdraaien en zelf de machtige/vernederende zijn. Hoewel ook de diefstallen in dit verband het gevolg kunnen zijn van dezelfde pathologie (er zit ook een aspect van extra vernederen van het slachtoffer), kan men op basis van zijn verklaringen vaststellen dat hier minder sprake is geweest van een niet-bewuste drang om dat te doen.

Gezien de aard van de stoornissen en de onderliggende persoonlijkheidsstructuur is de kans op herhaling groot.

Zonder intensieve behandeling is de kans op recidive of zelfs toename van dit type delicten groot. Gunstig is dat betrokkene nog onrijp is qua persoonlijkheidsontwikkeling en dat er, mede gezien zijn leeftijd, nog mogelijkheden zijn tot verandering. Anderzijds ontbreekt bij betrokkene introspectie en echt besef van eigen tekorten. Hij ziet alles in reactie op wat hem is aangedaan. Er is daardoor ook geen behandelings- en veranderingswens. De feiten zijn dermate ernstig dat ondergetekende geen andere mogelijkheid ziet dan een TBS met verpleging te adviseren.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel, mede in aanmerking genomen de ernst van het de feiten, dat de algemene veiligheid van personen het opleggen van na te noemen maatregel eist.

De feiten onder 1 en 2 zijn misdrijven, welke genoemd worden in artikel 37a, eerste lid onder 1? van het Wetboek van Strafrecht.

Nu voldaan is aan de wettelijke voorwaarden zal de rechtbank de ter beschik-kingstelling gelasten en bevelen dat de ter beschikking gestelde van overheids-wege zal worden verpleegd.

6a. De beoordeling van de civiele vorde-ring(en), alsmede de

gevor-derde op-legging van de schadevergoedings-maat-regel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vorde-ring, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De rechtbank zal de civiele vorderingen voor wat betreft de materiële schade toewijzen.

Daarnaast acht de rechtbank voldoende bewezen dat alle benadeelde partijen door hetgeen hen is aangedaan immateriële schade hebben geleden en dat zij uit dien hoofde terecht aanspraak maken op vergoeding van die schade.

De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden immateriële schade juist is. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval het hierna te noemen bedrag aan schadevergoeding op zijn plaats is, zodat zij dit bedrag bij wijze van voorschot zal toewijzen aan de slachtoffers. De vordering is voorzo-ver zij strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade niet van zo eenvoudige aard zodat de benadeelde partijen in zoverre niet-ontvankelijk zijn en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.

De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen als volgt toewijzen:

- aan slachtoffer een bedrag van € 2.000,-- als voorschot op geleden immateriële schade;

- aan slachtoffer een bedrag van € 2.000,-- als voorschot op geleden immateriële schade;

- aan slachtoffer een bedrag van € 2.000,-- als voorschot op geleden immateriële schade en een bedrag van € 378,50 aan geleden materiële schade;

- aan slachtoffer een bedrag van € 2.000,-- als voorschot op geleden immateriële schade.

Voor de toewijsbare delen van de vorderingen geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoe-dingsmaatregel ex art. 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en dus verdachte de verplich-ting zal opleggen een bedrag, gelijk aan het door de rechtbank toe te wijzen schadebe-drag, aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partijen, omdat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de strafbare feiten is toegebracht.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is, behalve op de hiervoor genoemde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 37b, 57 van het Wetboek van Straf-recht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart zich niet bevoegd ten aanzien van feit 8.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlaste-gelegde, zoals vermeld onder punt 3 heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt ver-dach-te daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de straf-bare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van TIEN (10) JAAR.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer-legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering wordt gebracht.

Gelast dat veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswe-ge zal worden verpleegd.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij slachtoffer:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt veroordeelde om bij wijze van voorschot tegen kwijting aan slachtoffer, p/a ….. Zutphen, te betalen € 2.000,-- (zegge tweeduizend euro).

- Veroordeelt veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.000,--, subsidiair 40 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer slachtoffer, p/a ….. Zutphen, te betalen € 2.000,-- (zegge tweeduizend euro), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 40 (veertig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer slachtoffer, de daarmee corresponderende civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij slachtoffer:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt veroordeelde om bij wijze van voorschot tegen kwijting aan slachtoffer, p/a ….. Zutphen, te betalen € 2.000,-- (zegge tweeduizend euro).

- Veroordeelt veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.000,--, subsidiair 40 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer slachtoffer, p/a ….. Zutphen , te betalen € 2.000,-- (zegge tweeduizend euro), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 40 (veertig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer slachtoffer, de daarmee corresponderende civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij slachtoffer:

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt veroordeelde om bij wijze van voorschot tegen kwijting aan slachtoffer, p/a ….. Arnhem, te betalen € 2.378,50 (zegge tweeduizenddriehonderdachtenzeventig euro en vijftig eurocent).

- Veroordeelt veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.378,50, subsidiair 47 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer slachtoffer, p/a …… Arnhem, te betalen € 2.378,50 (zegge tweeduizenddriehonderdachtenzeventig euro en vijftig eurocent), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 47 (zevenenveertig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer slachtoffer, de daarmee corresponderende civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Verklaart de benadeelde partij slachtoffer voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij slachtoffer:

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt veroordeelde om bij wijze van voorschot tegen kwijting aan slachtoffer, p/a ….. Arnhem, te betalen € 2.000,-- (zegge tweeduizend euro).

- Veroordeelt veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.000,--, subsidiair 40 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer slachtoffer, p/a ….. Arnhem, te betalen € 2.000,-- (zegge tweeduizend euro), bij gebreke van volledi-ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 40 (veertig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer slachtoffer, de daarmee corresponderende civielrechtelijke verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeel-de aan de benadeelde partij heeft betaald, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Verklaart de benadeelde partij slachtoffer voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door:

mr. A.B.A.P.M. Varenhorst, als voorzitter,

mr. J.W.M. Tromp, rechter,

mr. M. Jurgens, rechter,

in tegenwoordigheid van R. van Dijk en mr. M.A. Bijl, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 04 juli 2003.