Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AF8345

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
08-05-2003
Datum publicatie
08-05-2003
Zaaknummer
05/093081-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Verkeer 2003/219

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/093081-02

Datum zitting : 24 april 2003

Datum uitspraak : 08 mei 2003

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

verdachte

Raadsman: mr. H.A.M. Schouten, advocaat te Nijmegen

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 april 2002, te Druten, als verkeersdeelnemer, namelijk

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto (merk Opel,type Astra))

daarmede heeft gereden over een voor het openbaar verkeer openstaande weg,

welke weg niet van enige naamgeving is voorzien (te weten een/de toegangsweg

van/naar de/het bedrijf/bedrijven E. en/of N., welke weg aansluit

op de Noord-Zuid),(tijdens een straatrace, althans een snelheidswedstrijd,

althans een wedstrijd) gekomen ter hoogte en/of nabij een andere op dat

bedrijfsterrein gelegen weg zeer, althans aanmerkelijk onoplettend,

onvoorzichting en/of onachtzaam, -terwijl hij, verdachte tevoren niet in de

zij- en/of binnenspiegel/s van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig

(personenauto, merk Opel, type Astra) heeft gekeken en/of tevoren gezien, zijn

verdachtes rijrichting, geen richting naar links heeft aangegeven, teneinde

andere op die weg zich bevindende weggebruikers te attenderen dat hij,

verdachte voornemens was naar links af te slaan, althans naar links gaand van

richting te veranderen en/of gedurende de rit over een afstand van ongeveer

300 meter over die weg (de/een toegangsweg van/naar dat bedrijfsterrein),

gelet op de door hem, verdachte aangeven en/of gereden snelheid, binnen een

tijdsduur van ongeveer 30 seconden, niet heeft opgemerkt dat er een ander

motorrijtuig (personenauto merk Opel Kadett), althans enig motorrijtuig,

achter het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk

Opel, type Astra) reed-, gezien zijn, verdachtes rijrichting naar links heeft gestuurd en/of naar links gaand van richting is veranderd op het moment dat een ander motorrijtuig (personenauto, merk Opel,type Kadett) dat hem, verdachte van nabij over die weg (een/de toegangsweg van/naar dat bedrijfsterrein) volgde en/of aldaar bezig was met het inhalen van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk Opel, type Astra) en/of welk ander motorrijtuig (merk Opel,type Kadett) zich dicht links naast dan wel dicht links achter dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, type Astra) bevond en/of tegen dat andere motorrijtuig (Opel,type Kadett) is gebotst, althans is aangereden, waarna en/of waardoor dat andere motorrijtuig (Opel,type Kadett) in een slip is geraakt en/of vervolgens tegen een gezien zijn, verdachtes rijrichting, links van die weg (de/een toegangsweg tot voormeld bedrijfsterrein) staande stapel stenen is gebotst, althans is aangegleden of aangereden, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (naam slachtoffer) werd gedood;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 06 april 2002, te Druten, als bestuurder van een

motorrijtuig (personenauto (merk Opel,type Astra)) daarmede heeft gereden over een voor het openbaar verkeer openstaande weg, welke weg niet van enige

naamgeving is voorzien (te weten een/de toegangsweg van/naar de/het

bedrijf/bedrijven E. en/of N., welke weg aansluit op de

Noord-Zuid),(tijdens een straatrace, althans een snelheidswedstrijd, althans

een wedstrijd) gekomen ter hoogte en/of nabij een andere op dat

bedrijfsterrein gelegen weg, gezien zijn, verdachtes rijrichting naar links heeft gestuurd en/of naar links gaand van richting is veranderd op het moment dat een ander motorrijtuig (personenauto, merk Opel,type Kadett) dat hem, verdachte van nabij over die weg (een/de toegangsweg van/naar dat bedrijfsterrein) volgde en/of aldaar bezig was met het inhalen van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk Opel, type Astra) en/of welk ander motorrijtuig (merk Opel,type Kadett) zich dicht links naast dan wel dicht links achter dat door hem,verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, type Astra) bevond en/of tegen dat andere motorrijtuig (Opel,type Kadett) is gebotst, althans is aangereden, waarna en/of waardoor dat andere motorrijtuig (Opel,type Kadett) in een slip is geraakt en/of vervolgens tegen een gezien zijn, verdachtes rijrichting, links van die weg (de/een toegangsweg tot voormeld bedrijfsterrein) staande stapel stenen is gebotst, althans is aangegleden of aangereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 24 april 2003 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte versche-nen. Verdachte is bijgestaan door mr. H.A.M. Schouten, advocaat te Nijmegen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroor-deeld tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de opdrachten en/of aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering ook indien dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling bij de polikliniek van “Groot Batelaar” te Arnhem, tot een werkstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis en tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 jaren.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging ge-voerd.

2a. De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De raadsman heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Daartoe heeft hij het volgende aangevoerd.

Op 1 februari 1998 is de van het Openbaar Ministerie afkomstige Richtlijn Voorlichting, Opsporing en Vervolging in werking getreden. Als gevolg van de op 1 september 2001 in werking getreden Wet Bescherming Persoonsgegevens en de in verband hiermee gewijzigde Wet Openbaarheid van Bestuur zal voornoemde richtlijn worden ingetrokken en vervangen door een nieuwe richtlijn. Tot het moment van inwerkingtreding daarvan geldt er een conceptaanwijzing, welke ook gold ten tijde van het (aan verdachte verweten) ongeval. Op grond van deze conceptaanwijzing dient het Openbaar Ministerie zich ten aanzien van uit een strafrechtelijk onderzoek gebleken feiten (onder meer) te onthouden van mededelingen die op enigerlei wijze als strafrechtelijk kwalificerend te beschouwen conclusies bevatten, en voorts dient het Openbaar Ministerie geen gegevens te verstrekken die (in)direct herleidbaar zijn tot de persoon van de verdachte.

Nu op 18 mei 2002 in een krantenartikel in “De Gelderlander” met als titel “Justitie: opzet bij fatale straatrace” viel te lezen dat: “De negentienjarige Beuningenaar die is aangehouden vanwege het ongeval, wordt doodslag tenlastegelegd” en “We hebben voldoende reden om er vanuit te gaan dat dit niet zomaar een ongeluk was. Er was wel degelijk opzet in het spel, aldus een justitiewoordvoerster”, zijn

- volgens de raadsman - op grond van het voorgaande op grove wijze de belangen van verdachte geschaad en heeft het Openbaar Ministerie het recht op een fair trial geschonden. Temeer daar verdachte op het moment van het verschijnen van genoemd krantenartikel in alle beperkingen zat zodat het voor zowel verdachte als diens raadsman onmogelijk was om op die uitlatingen te reageren.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Het lijkt erop dat het bewuste krantenartikel is opgesteld door een journalist van “De Gelderlander” naar aanleiding van een gesprek met iemand van het Openbaar Ministerie. Op geen enkele wijze is echter duidelijk geworden wie de bewuste uitlatingen heeft gedaan en of deze op juiste wijze zijn geciteerd.

Maar zelfs als vast zou staan dat een woordvoerder van het Openbaar Ministerie die uitspraak zou hebben gedaan en het Openbaar Ministerie voor de inhoud van het bericht verantwoordelijk zou zijn, dan zou dit nog niet behoren te leiden tot de zware sanctie van niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

3. De beslis-sing inzake het bewijs

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

- zoals primair is tenlastegelegd - zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden als gevolg waarvan een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval met dodelijke afloop heeft plaatsgevonden. Niet is komen vast te staan dat het ongeval is veroorzaakt door het naar links sturen of naar links gaand van rijrichting veranderen door verdachte. Mogelijk is immers dat het ongeval is veroorzaakt doordat de Opel Kadett met “naam slachtoffer” aan het stuur naar rechts is gekomen. Het sporenonderzoek en het deskundigenonderzoek dat op basis daarvan door het NFI is uitgevoerd geven geen uitsluitsel op dit punt.

De rechtbank zal verdachte dientengevolge vrijspreken van het primair tenlastegelegde feit.

Uit het voorgaande volgt voorts dat verdachte tevens zal worden vrijgesproken van het hem subsidiair tenlastegelegde nu ook het subsidiair tenlastegelegde is gebaseerd op dezelfde niet bewezen verkeersfout van verdachte.

4. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder primair en subsidiair tenlastegelegde feit.

Aldus gewezen door:

mrs. B.P.J.A.M. van der Pol, als voorzitter,

I.D. Jacobs en W.A. Holland, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Gameren, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 08 mei 2002.