Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AF7519

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-04-2003
Datum publicatie
18-04-2003
Zaaknummer
97357? KG ZA 03-153
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 97357 / KG ZA 03-153

Datum vonnis: 18 april 2003

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

X,

wonende te Z,

eiser,

procureur en advocaat mr. R.J. Verweij,

tegen

DE GEMEENTE BEUNINGEN,

zetelende te Beuningen,

gedaagde,

procureur mr. J.A.M.P. Keijser,

advocaat mr. T.E.P.A. Lam te Nijmegen.

Partijen worden hierna X en de Gemeente genoemd.

1. Het verloop van de procedure

X heeft de Gemeente ter zitting in kort geding doen dagvaarden

en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding. De Gemeente heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. De advocaten van partijen hebben de zaak bepleit; de advocaat van de Gemeente overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotitie. Daarbij hebben partijen producties in het geding gebracht. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1 De Gemeente is eigenaresse van het voormalige politiebureau dat is gesitueerd op de hoek van de Wilhelminalaan en de Van Heemstraweg te Beuningen (hierna: het pand). Daarbij behoort een aanzienlijk achterterrein dat door middel van een hek van de openbare weg is afgegrensd. Op het ogenblik vinden voor het pand voorbereidingen voor een ingrijpende wijziging van de verkeerssituatie (ovatonde) plaats.

2.2 Op 8 januari 2003 is het pand gekraakt. De Gemeente is op dat moment niet tot ontruiming overgegaan, omdat de voorbereidingen voor de wijziging van de verkeersituatie nog niet waren afgerond. De gemeente heeft daarom besloten vooralsnog niet tegen de illegale bewoning op te treden.

2.3 Op 29 januari 2003 heeft de Gemeente van de politie een melding ontvangen dat op het achterterrein van het pand (hierna: het perceel) een caravan van het merk Kip (hierna: de caravan) is geparkeerd.

2.4 De Gemeente heeft deze caravan op 29 januari 2003 verwijderd en op de gemeentewerf gestald. Daarbij heeft de Gemeente, zo blijkt uit het politierapport, een afgesloten hekwerk bij het perceel geopend door een hangslot door te knippen.

2.5 Op 30 januari 2003 hebben twee personen, waaronder X, bijgestaan door een bemiddelaar, een onderhoud gehad met mevrouw Y van de Gemeente en de Gemeente verzocht de caravan aan hen af te geven. Bij die gelegenheid heeft de burgemeester aangegeven dat de Gemeente bereid was afspraken te maken, mits beide personen zich zouden identificeren. Verder heeft de burgemeester aangegeven dat X de in de caravan aanwezige persoonlijke eigendommen kon ophalen, van welke mogelijkheid X tot op heden geen gebruik heeft gemaakt.

2.6 Bij brief van 10 februari 2003 heeft de advocaat van X zich tot de Gemeente gewend en de Gemeente verzocht de caravan aan X af te geven.

2.7 De Gemeente heeft bij brief van 19 februari 2003 meegedeeld bereid te zijn de caravan aan X af te geven onder de volgende voorwaarden:

1. “Mr. R.J. Verweij vrijwaart de gemeente voor aanspraken van anderen dan degene aan wie de caravan wordt afgegeven.

2. Na teruggave van de caravan verlenen partijen elkaar over en weer finale kwijting ter zake schade die mogelijk is geleden als gevolg van de plaatsing van de caravan op en verwijdering van de caravan van het perceel op de hoek van de Wilhelminalaan/Van Heemstraweg, alsmede ter zake de opslag van de caravan op de gemeentewerf.

3. De caravan wordt na teruggave niet gestald of geparkeerd op of aan de openbare weg in de gemeente Beuningen.

4. De caravan wordt na teruggave niet gestald of geparkeerd op het perceel op de hoek van de Wilhelminalaan/Van Heemstraweg (het terrein van het voormalige politiebureau) of op gronden waarover de gemeente Beuningen zeggenschap heeft.

5. Ingeval van schending van het bepaalde onder 3 en 4, geeft X de gemeente hierbij toestemming de caravan opnieuw af te voeren naar de gemeentewerf en aldaar te stallen. Ter zake deze stalling wordt alsdan een vergoeding in rekening gebracht van € 50,-- per dag. De caravan zal pas worden afgegeven na betaling van de stallingskosten”.

2.8 Bij brief van 20 februari 2003 heeft de advocaat van X aan de Gemeente laten weten niet akkoord te gaan met de voorwaarden: “Mijn cliënt zou nog akkoord kunnen gaan met de voorwaarden 1 en 2. De overige voorwaarden zijn onbespreekbaar.”

3. Het geschil

3.1 X vordert, samengevat weergegeven, de Gemeente te veroordelen om de caravan ter vrije beschikking van X te stellen, op straffe van het verbeuren van een dwangsom.

3.2 Als grondslag van zijn vordering heeft X aangevoerd dat de Gemeente onrechtmatig jegens hem als eigenaar van de caravan heeft gehandeld door de aan hem toebehorende caravan van het perceel te verwijderen. Daarbij heeft de Gemeente, aldus X, inbreuk gemaakt op het huisrecht van de bewoners van het pand en vernielingen aan het hekwerk om het perceel aangericht. Verder heeft X aangevoerd dat de Gemeente in strijd met de algemene beginselen van bestuur heeft gehandeld door de caravan zonder voorafgaande aanzegging te verwijderen.

3.3 De Gemeente heeft de gevorderde voorzieningen gemotiveerd weersproken, hetgeen hierna, voor zover van belang, zal worden weergegeven.

4. De beoordeling van het geschil

4.1 X heeft gesteld dat hij de eigenaar van de caravan is en de Gemeente heeft het eigendomsrecht van X aanvankelijk betwist. Ter onderbouwing van zijn stelling dat hij de eigenaar van de caravan is, heeft X ter zitting betoogd dat hij in het bezit is van de sleutel van de caravan en dat hij de binnenkant van de caravan kan beschrijven. Nu de Gemeente de betwisting van het eigendomsrecht van X ter zitting niet heeft gehandhaafd, zal er in dit kort geding vanuit worden gegaan dat X de eigenaar van de caravan is.

4.2 X en de Gemeente zijn het erover eens dat de Gemeente geen publiekrechtelijke bevoegdheid heeft om de caravan van het perceel te verwijderen. In dit kort geding gaat het om de vraag of de Gemeente door als eigenaresse van het perceel gebruik te maken van haar privaatrechtelijke bevoegdheid om de caravan van het perceel te verwijderen, onrechtmatig heeft gehandeld.

4.3 Deze vraag wordt door X bevestigend beantwoord. Weliswaar is de Gemeente, aldus X, eigenaresse van het perceel en mocht zij op grond van haar eigendomsrecht de caravan van het perceel verwijderen, dat neemt niet weg dat de Gemeente daarbij onrechtmatig heeft gehandeld door inbreuk te maken op het huisrecht van de bewoners van het pand. Het huisrecht van de bewoners van het pand strekt zich volgens X ook uit tot het bij het pand behorende het perceel.

4.4 Voor zover dat al zo zou zijn, heeft de Gemeente naar het oordeel van de voorzieningenrechter, niet onrechtmatig jegens X gehandeld. X is immers geen bewoner van het pand. Als woonplaats van een natuurlijk persoon wordt beschouwd de plaats waar iemand bij voortduring verblijft. Ter zitting is gebleken dat X, die meerderjarig is, in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) bij zijn ouders staat ingeschreven op het adres X en dat hij, voordat het pand te Beuningen werd gekraakt, op dat adres woonde. Tevens is ter zitting gebleken dat X in januari 2003 gedurende enkele weken afwisselend in het pand te Beuningen en in de caravan heeft geslapen. X heeft zich echter niet laten uitschrijven uit X en er is verder onvoldoende gesteld om op voorhand aan te kunnen nemen dat hij door voor de buitenwereld kenbare daden zijn woonstede aldaar heeft prijsgegeven. Ter zitting is gebleken dat X thans weer op het adres X woont. De enkele omstandigheid dat X, voor de buitenwereld anoniem, gedurende een betrekkelijk korte periode af en toe in het pand heeft geslapen, is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat hij daar met betrekking tot de uitoefening van zijn rechten en de vervulling van zijn verplichtingen, ook bij feitelijke afwezigheid, geacht zou worden voortdurend tegenwoordig te zijn en in juridische zin bereikbaar te zijn. Het pand was dus niet zijn woonplaats in de zin van artikel 1:10 BW. De caravan was dat evenmin, niet alleen omdat X ook daar maar af en toe sliep, maar bovendien omdat een mobiele caravan zonder vaste standplaats niet als een woonplaats in de zin van dat artikel in aanmerking komt. Nu niet gezegd kan worden dat het pand te Beuningen de woonplaats van X is, kan X zich niet op het huisrecht van de bewoners van het pand beroepen en heeft de Gemeente in ieder geval niet onrechtmatig jegens X gehandeld. De Gemeente is de eigenaresse van het perceel. Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht en de eigenaar hoeft niet te dulden dat derden objecten op zijn eigendom plaatsen. De eigenaar mag deze objecten verwijderen op eigen initiatief en van de eigenaar kan niet gevergd worden dat hij tevoren hierover overleg pleegt met de eigenaar van de besbetreffende roerende zaak, indien, zoals in dit geval, de identiteit van die persoon niet bekend is en ook niet middels op de roerende zaak aangebrachte uiterlijke kenmerken of anderszins op eenvoudige wijze is te achterhalen. Navraag bij de krakers zou, voorlopig geoordeeld, weinig zin hebben gehad, omdat die zich zelf niet met naam en toenaam bekend hebben gemaakt en niet verwacht kon worden dat zij wel de anonimiteit van X zouden doorbreken.

4.5 Bij het verwijderen van de caravan heeft de Gemeente het afgesloten hek van het perceel geopend door een hangslot door te knippen, zoals uit het politierapport is gebleken. Anders dan X heeft gesteld, kan dat niet als onrechtmatig handelen van de gemeente worden beschouwd, nu de Gemeente als eigenaresse van het hekwerk door natrekking ook eigenaresse van het hangslot is geworden. Het gesloten hangslot maakt immers onderdeel van het hekwerk uit en is zodanig met het hekwerk verbonden dat het daarvan niet kan afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht. Dat betekent dat de Gemeente bij het gebruik maken van haar privaatrechtelijke bevoegdheid om de caravan van het perceel te verwijderen niet onrechtmatig heeft gehandeld door het hangslot door te knippen.

4.6 De vraag is nog slechts of de Gemeente onrechtmatig jegens X heeft gehandeld door, nadat hij zich bekend had gemaakt, aan de teruggave van de caravan voorwaarden te stellen. Het betreft de voorwaarden, genoemd in de brief van de Gemeente van 19 februari 2003. Anders dan X heeft gesteld, mag de Gemeente deze voorwaarden wel degelijk aan de teruggave van de caravan stellen. Immers, dat X de caravan niet meer op het perceel bij het pand mag plaatsen noch elders in de Gemeente op of aan de openbare weg, zijn voor de hand liggende voorwaarden en komen de voorzieningenrechter alleszins redelijk voor. Ook op de zitting heeft X op de desbetreffende vraag van de voorzieningenrechter niet willen toezeggen dat hij de caravan niet zal terugzetten op het litigieuze perceel. X heeft bij de plaatsing van zijn caravan op dat perceel inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de Gemeente. Dat was onrechtmatig. Er bestaat gegronde vrees dat X dat weer zal doen en de gemeente kan in redelijkheid eisen dat X dat zal nalaten en daaromtrent zekerheid verlangen, alvorens de caravan af te geven.

4.7 Een en ander betekent dat de door X gevorderde voorzieningen zullen worden afgewezen.

4.8 Als de in het ongelijk gestelde partij zal X in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1 weigert de gevorderde voorzieningen,

5.2 veroordeelt X in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente bepaald op € 703,00 voor salaris procureur en op € 205,00 voor verschotten (wegens griffierecht).

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. T.J. Steenland op 18 april 2003.

De griffier, De voorzieningenrechter, De