Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AF5338

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-02-2003
Datum publicatie
07-03-2003
Zaaknummer
96197/ KG ZA 03-81
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2003, 86

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 96197 / KG ZA 03-81

Datum vonnis: 12/14 februari 2003

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

1. W. B.V.,

gevestigd te Z,

2. W,

wonende te Q,

eisers,

procureur mr. J.R.O. Dantuma te Zevenaar,

advocaat mr. R.N. Brugge te Doetinchem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEO DE HAAS TV PRODUKTIES B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Doorwerth, gemeente Renkum,

gedaagde,

procureur mr. S.M. van der Zwan te Dieren, gemeente Rheden,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

NEDERLANDSE CHRISTELIJKE RADIO VERENIGING,

gevestigd en kantoorhoudende te Hilversum,

gedaagde,

niet verschenen.

Het verloop van de procedure

Eisers, verder te noemen W. B.V. respectievelijk W, hebben gedaagden, verder te noemen Leo de Haas TV Producties respectievelijk NCRV, ter terechtzitting in kort geding doen dagvaarden en hebben gevorderd zoals is weergegeven in de dagvaarding.

Leo de Haas TV Producties heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen.

NCRV is noch in persoon, noch vertegenwoordigd door een procureur ter terechtzitting verschenen.

De advocaat van W. B.V. en W en de procureur van Leo de Haas TV Producties hebben de zaak bepleit, overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities.

Daarbij hebben zij producties in het geding gebracht.

Voorts is ter terechtzitting een door Leo de Haas TV Producties meegebrachte videofilm vertoond.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak heeft de voorzieningenrechter op 12 februari 2003 vonnis gewezen. Hierna zullen de overwegingen van dat vonnis worden gegeven.

De verstekverlening ten aanzien van NCRV

De voor de dagvaarding van NCRV voorgeschreven formaliteiten zijn in acht genomen. Daarom wordt tegen haar verstek verleend.

De vaststaande feiten

1. W. B.V. exploiteert een bouwonderneming te Z. In het bedrijf zijn thans twee personen werkzaam, onder wie W, wonende te Q.

2. Leo de Haas TV Producties produceert televisieprogramma's, waaronder het programma "Blik op de Weg". Daarin worden onder andere film- en video-opnamen vertoond die betrekking hebben op het verkeer en de verkeersveiligheid.

NCRV is de omroepvereniging die het programma "Blik op de Weg" uitzendt.

3. Op 19 juli 2002 is W als bestuurder van een bedrijfsbus met aanhanger van W. B.V. door de politie aangehouden, omdat de aanhanger te zwaar beladen was. W is daarvoor geverbaliseerd.

4. Daaraan voorafgaande is de bedrijfsbus met aanhanger vanuit een (niet als zodanig herkenbare) politieauto op de video opgenomen. Bij de aanhouding en de daarop volgende weging van de aanhanger elders, zijn W en de bedrijfsbus met aanhanger door een cameraman van Leo de Haas TV Producties gefilmd.

5. Bij die gelegenheid is aan W gevraagd of hij aan het programma "Blik op de Weg" wilde meewerken. Daarop is door W ontkennend geantwoord.

6. Nadien is namens W en W. B.V aan Leo de Haas TV Producties verschillende malen schriftelijk meegedeeld dat zij zich verzetten tegen uitzending van de gemaakte opnamen. Door Leo de Haas TV Producties is daarop onder meer geantwoord dat zij zich zal houden aan de wet en dat W niet herkenbaar in beeld zal worden gebracht.

7. Leo de Haas TV Producties heeft inmiddels laten weten dat de onderhavige opnamen van W en de bestelbus met aanhanger te zien zullen zijn in de door NCRV op 15 februari 2003 op Nederland 2 uit te zenden aflevering van "Blik op de Weg".

8. Uit de ter zitting getoonde videobeelden blijkt dat die opnamen zullen bestaan uit beelden gemaakt vanuit de politieauto van de voor die auto rijdende bestelbus met aanhanger en uit beelden van de bestelbus met aanhanger waarop - op beide - kortdurend, maar leesbaar, het bedrijfslogo van W. B.V. is te zien. Ook is op de beelden, gemaakt van enige afstand, W te zien, staande in het gezelschap van de verbaliserende politieagenten (in burger). Daarbij is het gezicht van W onherkenbaar gemaakt (gefuzzed). Verder is de stem van een van de politieagenten te horen die W meedeelt dat het laadgewicht van de aanhanger aanzienlijk is overschreden. De opnamen zijn daarnaast voorzien van een neutraal commentaar.

Het gehele onderwerp neemt ongeveer 44 seconden in beslag.

De vorderingen

1. W. B.V. en W vorderen in dit geding primair Leo de Haas TV Producties en NCRV te verbieden om de filmopnamen met betrekking tot W. B.V. en W uit te zenden, subsidiair hen te gebieden dat die opnamen zodanig zullen worden uitgezonden dat hieruit de identiteit van W. B.V. en W niet zal kunnen worden afgeleid, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 15.000,-- per overtreding, en meer subsidiair een zodanige beslissing te geven als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren.

2. Aan hun vorderingen leggen W. B.V. en W, samengevat, het volgende ten grondslag. W. B.V. hecht sterk aan en heeft recht en belang bij de bescherming van haar goede naam en faam. Doordat haar bedrijfsnaam in de opnamen duidelijk zichtbaar in beeld komt, wordt haar zakelijk imago, met name in de Achterhoek c.q. Z en omstreken, waar zij werkzaam is, onevenredig geschaad en dreigt zij daardoor schade te lijden. Voorts zal, als gevolg van het herkenbaar uitzenden van de bedrijfsnaam van W. B.V. en het feit dat het bedrijf maar twee werknemers in dienst heeft, het publiek in de regio Z verband leggen met de persoon van W als degene die de bedrijfsauto heeft bestuurd, ondanks dat diens gezicht onherkenbaar is gemaakt. Aldus wordt inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van W.

3. Leo de Haas TV Producties heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

De motivering van de beslissing

1. In dit geding is de vraag aan de orde wier belang, voorshands geoordeeld, voorrang verdient. Dat van W. B.V.elling en Welling om, gelet op hun (privacy)belangen, niet (identificeerbaar) op de televisie in beeld te komen of dat van Leo de Haas TV Producties en NCRV om hun mening vrij en onbelemmerd te kunnen uiten.

2. Vastgesteld wordt dat het recht op vrijheid van meningsuiting, zoals dat onder meer is vastgelegd in artikel 10 lid 1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, niet onbeperkt is. Dit recht wijkt, indien het doen van uitingen als onbetamelijk in de zin van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek en dus als onrechtmatig moet worden aangemerkt tegenover derden, zoals W. B.V. en W in dit geval zijn.

3. In het licht van de beoordeling of sprake is van onrechtmatig handelen van Leo de Haas TV Producties en NCRV jegens W. B.V. wordt het volgende overwogen.

4. Tussen partijen is niet in geschil dat het TV programma "Blik op de Weg", naast het hebben van enige amusementswaarde, een educatief doel nastreeft, te weten het vergroten van de verkeersveiligheid door het tonen van onveilig verkeersgedrag en het geven van commentaar daarop. Daarmee wordt een serieus algemeen belang gediend.

In het geval van W. B.V. zijn opnamen gemaakt van een bestelbus met aanhanger van het bedrijf, waarmee op de openbare weg een verkeersovertreding wordt begaan. Dat die overtreding is gemaakt, wordt door W. B.V. niet betwist. Evenmin wordt door het bedrijf ontkend dat de uitzending van de opnamen het hiervoor genoemde educatieve doel dient. Bij het maken van de opnamen van de overtreding is het bedrijfslogo van W. B.V. in beeld gekomen. Dat dit met opzet of een bijbedoeling heeft plaatsgevonden is noch gesteld noch gebleken. Voorts mag worden aangenomen dat W. B.V. het bedrijfslogo vrijwillig op de bestelbus en de aanhanger heeft aangebracht en dat dit is gebeurd uit commerciële overwegingen, in ieder geval om zich daarmee in het openbaar te profileren. Gelet op deze omstandigheden kan W. B.V. zich in beginsel er thans niet over beklagen dat het logo op een naar de mening van het bedrijf onwelvallige wijze in een TV uitending zichtbaar in beeld wordt gebracht. Dit zou anders kunnen worden indien het logo langere tijd prominent in beeld zou zijn, dat daarop zou zijn ingezoomd, dat de naam van W. B.V. zou zijn genoemd of dat op denigrerende wijze commentaar bij de beelden zou worden gegeven. Daarvan is evenwel allemaal niet gebleken.

Daarnaast en ten overvloede wordt nog overwogen dat W. B.V. weliswaar stelt dat door het tonen van het logo de reputatie van het bedrijf wordt aangetast en schade zal worden geleden, maar deze stellingen worden niet onderbouwd. Het enkele feit dat bij een op de televisie uitgezonden verkeersovertreding gedurende korte tijd een bedrijfsnaam leesbaar is op het voertuig waarmee die overtreding wordt begaan, behoeft nog geen reputatieverlies, laat staan schade op te leveren. Daarvoor zal meer gesteld en aannemelijk gemaakt moeten worden dan door W. B.V. is gedaan.

5. Wat betreft het standpunt van W wordt als volgt overwogen. W acht de uitzending van de opnamen onrechtmatig, omdat hij vreest daardoor publiekelijk herkend te worden als overtreder van een verkeersregel.

In het algemeen zal van herkenning geen sprake zijn, nu W van afstand is gefilmd en zijn gezicht onherkenbaar is gemaakt. Voorts is er in de opnamen geen duidelijke verwijzing te zien waar de overtreding heeft plaatsgevonden. Niet valt echter uit te sluiten dat, gelet op het in de opnamen zichtbare bedrijfslogo van W. B.V., personen die goed zijn ingevoerd in de samenleving van Z, en omstreken, de plaats waar W werkt, dan wel in zijn woonplaats Q, en omstreken, de combinatie zullen leggen tussen de overtreder en W. Dat met deze kans op herkenning Ws privacy op onaanvaardbare wijze wordt geschonden of dat daardoor anderszins onrechtmatig jegens hem wordt gehandeld is onvoldoende komen vast te staan.

Voorzover W zich nog beroept op het feit dat bij gelegenheid van de filmopnamen hij, daarnaar gevraagd, heeft verklaard niet aan uitzending te willen meewerken, wordt overwogen dat het juister zou zijn geweest indien hem toen zou zijn meegedeeld, hetgeen thans blijkt, dat die weigering zou meebrengen dat hij toch zou worden gefilmd maar dan van afstand, zijn gezicht onherkenbaar zou worden gemaakt alsook de nummerplaten van de bedrijfsbus en aanhanger. Deze overweging kan echter niet tot een voor W positieve beslissing leiden.

6. Uit het voorgaande volgt dat niet is gebleken dat Leo de Haas TV Producties en NCRV onrechtmatig handelen tegenover W. B.V. en W door tot uitzending van de (ter zitting getoonde) opnamen over te gaan. De door hen gevorderde voorzieningen worden daarom geweigerd.

W. B.V. en W zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding.

De beslissing

De voorzieningenrechter

weigert de gevraagde voorzieningen,

veroordeelt W. B.V. en W in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Leo de Haas TV Producties bepaald op € 703,-- voor salaris van de procureur en op

€ 205,-- voor griffierecht en aan de zijde van NCRV op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.Z. Hooft Graafland en in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.G.W. Oor uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2003, terwijl de overwegingen waarop de beslissing stoelt afzonderlijk zijn geminuteerd op 14 februari 2003.