Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2003:AF5263

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-02-2003
Datum publicatie
06-03-2003
Zaaknummer
Reg.nr.: AWB 02/1523 NABW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JABW 2003, 126

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector bestuursrecht

Reg.nr.: AWB 02/1523 NABW

Bestreden besluit: 11 juli 2002

Proces-verbaal van de ter openbare zitting op 25 februari 2003 gedane mondelinge uitspraak in het geschil tussen:

X. wonende te Nijmegen, eiseres,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen, verweerder,

Mondelinge uitspraak (artikel 8:67 Awb)

Beslissing

De rechtbank,

verklaart eiseres niet ontvankelijk in het beroep;

bepaalt dat het beroepsschrift door verweerder in behandeling dient te worden genomen als bezwaarschrift.

Tegen deze uitspraak staat, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen zes weken na de dag van verzending hiervan, voor belanghebbenden hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Gronden van de beslissing

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het besluit op bezwaar van 4 juni 2002 waarbij het besluit van 4 januari 2002 was herroepen en met welk aan eiseres alsnog, met ingang van 8 mei 2002, een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet was toegekend, ingetrokken. Verweerder heeft bij het bestreden besluit tevens bepaald dat eiseres geen recht heeft op een Abw uitkering aangezien zij niet behoort tot de categorie vreemdelingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Abw. Eiseres stelt dat deze beslissing in strijd is met het rechtszekerheids-beginsel en het vertrouwensbeginsel.

Op grond van artikel 7:11, eerste lid, van de Awb vindt de heroverweging van het bestreden besluit plaats op de grondslag van het bezwaar. Voor zover die heroverweging daartoe aanleiding geeft herroept het bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt voor zover nodig in plaats daarvan een nieuw besluit.

Bij het besluit van 4 januari 2002 waartegen door eiseres bezwaar is gemaakt, heeft verweerder de door eiseres ingediende aanvraag om bijstand afgewezen vanwege het feit dat zij niet aannemelijk had weten te maken dat zij woonplaats in de gemeente Nijmegen had. Bij het bestreden besluit wordt eerdergenoemd besluit gehandhaafd met als motivering dat eiseres ingevolge artikel 7, tweede lid, van de Abw geen recht op bijstand heeft omdat zij rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8 aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000.

De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit als gevolg van deze gewijzigde motivering waaraan een geheel ander feitencomplex ten grondslag ligt dan aan het in primo genomen besluit, zo’n wezenlijk ander besluit is geworden dan dat besluit dat er als gevolg daarvan sprake is van een nieuw primair besluit waartegen ingevolge het bepaalde in artikel 7:1, eerste lid, van de Awb eerst bezwaar moet worden gemaakt alvorens eventueel beroep bij de rechtbank kan worden ingesteld. De rechtbank zal het beroepsschrift, ingevolge artikel 6:15 van de Awb dan ook doorzenden aan verweerder ter behandeling als bezwaarschrift.

Aangezien door eiseres geen bezwaar is gemaakt, dient zij niet ontvankelijk te worden verklaard in haar beroep.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door mr. E. Klein Egelink, rechter, en J.M.E. Koning, griffier, is ondertekend.

De griffier, De rechter,

Afschrift verzonden op: 26 februari 2003