Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2002:AF4526

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-12-2002
Datum publicatie
14-02-2003
Zaaknummer
92967 / KG ZA 02-707
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 92967 / KG ZA 02-707

Datum uitspraak: 20 december 2002

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

1. X,

wonende Z,

2. M,

wonende te Z,

3. de vennootschap naar vreemd recht

LEMADA LIMITED,

gevestigd te Tel Aviv, Israël,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GOLIATH B.V.,

gevestigd te Hattem,

eisers,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal,

advocaat mr. V.A.J. Gassler te 's-Gravenhage,

tegen

de vennootschap naar Duits recht

FIRMA DARIO MARKENARTIKEL VERTRIEB GMBH & CO,

gevestigd te Hamburg, Duitsland,

gedaagde,

procureur J.M. Bosnak,

advocaat mr. J.H.C. van den Akker te Utrecht.

Het verloop van de procedure

Eisers – hierna gezamenlijk ook te noemen: X c.s. - hebben gedaagde - hierna te noemen: Dario - ter zitting van 6 december 2002 in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding. X c.s. hebben voor de zitting hun eis vermeerderd met een vordering op grond van het merkenrecht, waartegen Dario zich niet heeft verzet. Dario heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. De advocaten van beide partijen hebben de zaak bepleit, beiden overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities. Daarbij hebben zij producties in het geding gebracht. Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd. Bij brief van 13 december 2002 aan de voorzieningenrechter met kopie aan de raadsman van Dario hebben X c.s. aangegeven de vordering ten aanzien van het voorschot voor de contactuele boetes te verminderen tot € 50.000,--. De voorzieningenrechter heeft op 20 december 2002 uitspraak gedaan. De overwegingen waarop die beslissing steunt worden hierna weergegeven.

De vaststaande feiten

1. X en M zijn de enige erfgenamen van de (inmiddels overleden) Y, die rond 1930/1940 een gezelschapsspel heeft ontwikkeld en in de productie gebracht onder de naam ‘Rummikub’. Het door Y opgerichte Lemada Limited produceert en verkoopt het spel Rummikub op grote schaal. Goliath B.V. is sinds tientallen jaren exclusief importeur en distributeur van Rummikub spellen in de Benelux.

2. Het spel Rummikub wordt gespeeld met vier reeksen spelstenen. Die spelstenen zijn langwerpig, rechthoekig en ivoorkleurig en hebben licht afgeronde hoeken Op iedere reeks stenen staan de cijfers 1 tot en met 13, voor elke reeks een verschillende kleur, te weten rood, blauw, geel/oranje en zwart. In een aantal versies van het spel Rummikub hebben de spelstenen onder het cijfer een ronde uitsparing. Voorts is er een gering aantal spelstenen waarop in plaats van cijfers, afbeeldingen van jokers staan. De jokerkopjes zijn rond met een volle maansglimlach. De spelrekjes hebben twee getrapte niveaus, waarop de spelstenen boven elkaar kunnen worden geplaatst.

3. In maart 2000 heeft Goliath B.V. (verder: Goliath) geconstateerd dat Aldi B.V. in een brochure de verkoop van een spel genaamd Rummy had aangekondigd. Goliath B.V. heeft Aldi toen verzocht om het spel Rummy niet op de markt te brengen omdat dit een nabootsing zou zijn van het spel Rummikub en heeft voorts verzocht de naam van de leverancier op te geven. Aldi heeft daarop verklaard de spellen Rummy niet op de markt te brengen en medegedeeld dat Dario leverancier van de Rummy-spellen was.

4. Goliath heeft zich tot Dario gewend met als resultaat dat Dario op 27 juli 2000 de volgende onthoudingsverklaring heeft afgelegd:

“[…] Dario […] verpflichtet sich bei Vermeidung einer Vertragsstrafe in Höhe von DM 10.100,-- für jeden Fall der schuldhaften Zuwiderhandlung gegen diese Erklärung, künftig zu unterlassen, ein Spiel unter der Bezeichnung Rummy in den Ländern des Benelux zu bewerben, anzubieten, in diese zu importieren und dort zu vertreiben.”.

5. In november 2001 heeft Goliath voor het eerst geconstateerd dat er nog steeds (de in onthoudingsverklaring bedoelde) Rummy-spellen, volgens haar afkomstig van Dario, op de markt zijn en worden gebracht. Deze spellen (een onbekend aantal) trof zij aan op het Spellenspektakel te Eindhoven. In december 2001 ontdekte zij 1014 van die spellen afkomstig van Leon Handelsonderneming te Nijmegen, en in augustus 2002 nog eens 35 van die spellen bij Kramers Hobbyshop te Urk. Bij navraag hebben de betrokken partijen gemeld die spellen betrokken te hebben van een, naar hun zeggen, onbekende persoon. De teksten op de verpakkingen en gebruiksaanwijzingen van deze spellen zijn in de Nederlandse taal geschreven en op de verpakking (onder een zwarte streep) en de gebruiksaanwijzing staat de naam van Dario vermeld.

6. Goliath heeft Dario tussen november 2001 en oktober 2002 diverse malen gesommeerd onmiddellijk de onthoudingsverklaring na te komen en opgave te doen van het aantal door haar geleverde Rummy-spellen en van de klanten aan wie zij de Rummy-spelen heeft geleverd. Dario heeft hier geen gevolg aan gegeven maar daarop telkens geantwoord geen Rummy-spel meer in de Benelux markt te hebben gebracht. Wel heeft zij de adressen bekend gemaakt van de producent en de importeur van de betreffende spellen.

7. Sinds 10 mei 1988 zijn op naam van Lemada Limited de vormen van het spelrekje van het spel Rummikub met de spelstenen daarop (reg. nr. 442724), van een Rummikub spelsteen inclusief joker en ronde uitsparing (reg. nr. 442725) en van een Rummikub spelsteen met een cijfer en een ronde uitsparing (reg. nr. 443005) bij het Benelux-Merkenbureau ingeschreven als vormmerken, allen voor spellen en spelstukken (warenklasse 28).

De vordering

1. X c.s. vorderen, na wijziging van eis:

i) Dario te gebieden de overeenkomst na te komen, inhoudende dat Dario verplicht is (op straffe van een dwangsom ter hoogte van DEM 10.100,-- voor elk geval van onrechtmatig handelen in strijd met de overeenkomst) om het aanbieden, importeren en in de handel brengen van het Rummy-spel en het reclame maken hiervoor, in de Beneluxlanden, te staken en gestaakt te houden;

ii) Dario te veroordelen tot betaling van een voorschot ten bedrage van € 50.000,-- op de contractuele boete van € 5.164,05 voor elk Rummy-spel dat na 27 juli 2000 in de Benelux door Dario is aangeboden (te weten minstens 1049 stuks, dus minimaal

€ 5.417.088,40), althans een bedrag als in goede justitie te bepalen;

iii) Dario te verbieden om met ingang van de dag volgend op de betekening van het te wijzen vonnis, gezelschapsspelen (in het bijzonder het in de dagvaarding omschreven Rummy-spel) te produceren, aan te bieden, te importeren, te verhandelen of af te leveren, welke zodanig gelijken op het gezelschapsspel Rummikub, dat de verwachting gewettigd is dat daardoor verwarring bij het publiek wordt veroorzaakt;

iv) Dario te bevelen om, binnen een week na de dag waarop het te wijzen vonnis aan Dario wordt betekend, door passende actie de in de dagvaarding omschreven Rummy-spelen, welke door of met medewerking van Dario aan derden zijn afgeleverd, van de betreffende derden terug te vragen onder aanbieding van vergoeding voor de eventueel hiermee gemoeide koopsommen en andere kosten;

v) Dario te bevelen om binnen vier weken na verloop van de sub iv) bedoelde termijn van een week, alle ingevolge de sub iv) bedoelde acties terug ontvangen spelen aan de raadsman van X c.s. ter vernietiging af te geven;

vi) Dario te bevelen om, binnen vier weken na betekening van het te wijzen vonnis, aan de raadsman van X c.s. opgave te doen van de aantallen in de dagvaarding omschreven Rummy-spelen die door Dario of met diens medewerking aan derden zijn afgeleverd en van de daarbij behorende inkoop- en verkoopprijs, met vermelding van de aantallen spelen die ingevolge het sub iv) gevorderde van de betreffende derden zijn terug ontvangen;

vii) Dario te bevelen om, binnen een week na betekening van het te wijzen vonnis, aan de raadsman van X c.s. opgave te doen van de namen en adressen van alle afnemers van Dario aan wie Dario de in de dagvaarding omschreven Rummy-spelen heeft geleverd;

viii) Dario te veroordelen tot betaling van een dwangsom van

€ 25.000,-- voor iedere dag dat Dario niet, of niet geheel of niet naar behoren, heeft voldaan aan enig deel van de opgelegde verboden en/of bevelen, te vermeerderen met een dwangsom van € 10.000,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat dit handelen voortduurt, dan wel, en zulks ter uitsluitende keuze van eisers, van € 10.000,-- per spel waarmee gehandeld wordt / is in strijd met één of meer van de opgelegde ge- of verboden;

ix) Dario te veroordelen in de kosten van dit geding;

x) Dario te verbieden om met ingang van de dag volgend op de betekening van het te wijzen vonnis, inbreuk te maken op de merkrechten van (één van) de eiseressen, waaronder in ieder geval begrepen het gebruik van de vormmerken met de inschrijvingsnummers 442724, 442725 en 443005, althans Dario te verbieden gebruik te maken van met die merken overeenstemmende tekens, op straffe van een dwangsom als bedoeld in viii) van het petitum.

2. X c.s. stellen daartoe dat de na 27 juli 2000 in de Benelux aangetroffen Rummy-spellen afkomstig zijn van Dario en dat Dario zich blijkbaar niet heeft gehouden aan de onthoudingsverklaring. Dario is de contractueel overeengekomen boete verschuldigd voor iedere niet-nakoming daarvan, dus voor elk Rummy-spel dat Dario na 27 juli 2000 direct of indirect in de Benelux heeft aangeboden, te weten (in elk geval) 1049 stuks. Daarnaast zou Dario onrechtmatig handelen door het met het spel Rummy zodanig slaafs nabootsen van het onderscheidende uiterlijk van het spel Rummikub dat er verwarringsgevaar is (ontstaan), terwijl deze vormgeving niet noodzakelijk was voor de bruikbaarheid van het spel Rummy. Ook maakt Dario inbreuk op de rechten die Lemada Limited op de drie ingeschreven vormmerken op de spelstenen (met nummer en joker) en het spelrekje van Rummikub krachtens artikel 13A lid 1 sub b BMW kan doen gelden, aldus X c.s.

3. Dario heeft gemotiveerd verweer gevoerd, hetgeen voor zover van belang, hierna aan de orde zal komen.

De beoordeling van de vordering

1. De rechtsmacht van de Nederlandse rechter met betrekking tot de onthoudingsverklaring vloeit voort uit het bepaalde in artikel 5 lid 1 de EG Verordening nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000. De verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt moet in Nederland worden uitgevoerd. Met betrekking tot de vordering op grond van het merkenrecht geldt dat op grond van artikel 37 A BMW de voorzieningenrechter bevoegd is om kennis te nemen van de onderhavige vorderingen, nu de in het geding zijnde verbintenis onder meer moet worden uitgevoerd in dit arrondissement.

2. Reeds uit de aard van de gevorderde voorzieningen vloeit voldoende spoedeisend belang voort. Hierbij is niet van belang dat X c.s. al een jaar op de hoogte waren van de door hen gestelde handelingen. Niet is overigens gebleken dat zij sindsdien hebben stilgezeten.

3. Op grond van artikel 4 van het EEG-Verbintenissenverdrag wordt de in het geding zijnde ‘Unterlassungserklärung’ beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst is verbonden, in dit geval Duits recht. Partijen hebben hier ter zitting mee ingestemd.

(Niet-) nakoming en voorschot contractuele boete

4. Voldoende aannemelijk is geworden dat er na juli 2000 tenminste 1049 Rummy spellen, waarop de genoemde onthoudingsverklaring betrekking heeft, op de Benelux markt zijn verschenen. Op de in Nederland aangetroffen spellen en op de daarbij behorende Nederlandstalige handleidingen komt immers de naam van Dario voor. De voorzieningenrechter acht het voorshands niet uitgesloten dat die spellen afkomstig zijn uit dezelfde partij spellen die in 2000 was aangetroffen bij de Aldi, maar het kan ook zijn dat het om spellen gaat die toch al via andere kanalen op de Benelux-markt waren gebracht, terwijl het evengoed mogelijk is dat de nu op de markt aanwezige spellen in de tussentijd zijn geproduceerd en op de markt gebracht. Het is in elk geval wel duidelijk dat de aangetroffen spellen bestemd zijn voor de Nederlandstalige markt en mitsdien voor Nederland en/of België.

5. Dario heeft betoogd dat het niet aan haar te wijten is dat er sindsdien toch Rummy spellen met haar naam erop op de Benelux markt zijn verschenen. Zij heeft deze in elk geval niet zelf op de Benelux markt gebracht. Ze betwist dan ook de verschuldigdheid van de overeengekomen boete. Er is volgens haar immers geen sprake van een ‘schuldhafte (volgens haar ‘opzettelijke’) Zuwiderhandlung’. Dario verwijst naar haar Chinese producent, die mogelijk verantwoordelijk zou zijn voor de opnieuw in de markt gekomen spellen. Mocht Dario al boete verschuldigd zijn, dan naar haar mening slechts per verkoophandeling (tot nu toe zijn er twee verkoophandelingen gesignaleerd). X c.s. hebben daar tegenover gesteld dat die boete verschuldigd is voor elk van de 1049 spellen die zijn aangetroffen (1049 ‘Zuwiderhandlungen’).

6. Voor toewijzing van het door X c.s. gevorderde voorschot van € 50.000,--binnen het kader van een kort geding moet in ieder geval de voorwaarde zijn vervuld dat het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn. Dit is onder meer het geval indien met voldoende mate van zekerheid te verwachten is dat de bodemrechter met verwerping van de gevoerde verweren de vordering zal toewijzen.

7. Voor de beoordeling van de verschuldigdheid van de boete is volgens de voorzieningenrechter van belang of Dario al het mogelijke heeft gedaan om te voorkomen dat de bewuste Rummy-spellen in de Benelux markt te koop werden aangeboden en of het onredelijk zou zijn om van Dario meer inspanning en zorgvuldigheid te vergen dan zij heeft betracht. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat Dario onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij hiervoor al het mogelijke heeft gedaan. Dario heeft, na het verzoek daartoe van X c.s., geen bewijs overgelegd dat zij alle spellen die in 2000 bij de Aldi zijn aangetroffen, en/of de spellen die zij via andere kanalen op de Benelux-markt had gebracht, heeft teruggehaald en daadwerkelijk heeft vernietigd, noch dat zij aan de door haar genoemde Chinese fabrikant of aan de importeur opdracht heeft gegeven om de daar nog aanwezige spellen te vernietigen en de verdere productie te staken. Dario had meer inspanning moeten en kunnen leveren en meer zorgvuldigheid moeten betrachten. Dat de spellen opnieuw in de Benelux-markt zijn verschenen dient, voorlopig geoordeeld, dan ook voor rekening en risico van Dario te komen. Er is wel degelijk sprake van (één of meer) ‘schuldhafte Zuwiderhandlung(en)’, waarbij de voorzieningenrechter ‘schuldhaft’, in tegenstelling tot hetgeen door Dario is betoogd, interpreteert als ‘toerekenbaar’.

8. De onthoudingsverklaring betreft in feite een ‘Schuldverhältnis’ naar Duits recht. Dario heeft zich daarmee verplicht iets na te laten (zie paragraaf 241 van het Bürgerliches Gesetzbuch [BGB]), op straffe van een boete (een zogenaamde ‘Vertragsstrafe’, par. 339 BGB). In de voorgaande overweging heeft de voorzieningenrechter reeds geoordeeld dat Dario toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de onthoudingsverklaring en derhalve de overeengekomen boete per geval van ‘schuldhafte Zuwiderhandlung’ verschuldigd is. Wat in casu ‘per geval’ is, is een kwestie van uitleg van het begrip ‘für jeden Fall’ in de onthoudingsverklaring. Daarbij is ingevolge par. 133 en 157 BGB niet zozeer de taalkundige betekenis van dat begrip van belang, als wel wat zowel degene die die verklaring heeft afgelegd als degene tot wie die verklaring was gericht, in de gegeven omstandigheden met inachtneming van de gangbare verkeersopvattingen naar redelijkheid en billijkheid (‘nach Treu und Glauben’) daaronder mogen en moeten verstaan. Voorshands geoordeeld is dat: ‘voor ieder op de markt gebracht spel’ en niet, zoals Dario betoogt, ‘voor iedere keer dat één of meer spellen tegelijk op de markt worden gebracht’. Dan zou immers het effect van het boetebeding vrijwel teniet gaan en het voor Dario lonen, om zo groot mogelijke partijen ineens op de markt te brengen. Dat kan in redelijkheid niet de bedoeling zijn geweest en voor X c.s. niet aanvaardbaar worden geacht.

9. De voorzieningenrechter acht het, gezien het voorgaande, in hoge mate aannemelijk dat de bodemrechter de betaling van een bedrag van minstens € 50.000,--aan contractueel verschuldigde boetes zal toewijzen. Niet onwaarschijnlijk is dat de bodemrechter de hoogte van de straf, indien X c.s. in een bodemprocedure daadwerkelijk 1049 maal de verschuldigde boete zullen vorderen, op grond van par. 343 BGB (‘Herabsetzung der Strafe’) zal matigen (met toepassing van een ‘Billigkeitskontroll’), maar de toewijzing van een bedrag van minder dan € 50.000,-- wordt onwaarschijnlijk geacht. Hiermee is voldaan aan de voorwaarde dat het bestaan en de omvang van het gevorderde voorschot in hoge mate aannemelijk zijn en zal het gevorderde voorschot worden toegewezen. Het restitutierisico staat hieraan niet in de weg.

10. Het verweer van Dario dat X c.s. naast de betaling van de verschuldigde boetes niet tevens nakoming van de overeenkomst kan vorderen treft geen doel. Ook naar Duits recht is het mogelijk om voor de toekomst nakoming (‘Erfüllung’) van de onthoudingsverklaring te vorderen. De onder i) gevorderde nakoming is voor toewijzing vatbaar. Als prikkel tot die nakoming zal als dwangsom worden opgelegd € 5.164,05 per in het verkeer gebracht Rummy-spel, echter met een maximum van € 100.000,--. Ook de vorderingen sub iii) tot en met viii) kunnen op grond van de niet nakoming door Dario van de onthoudingsverklaring worden toegewezen, met dien verstande dat die vorderingen, vanwege een te ruime of te vage formulering, op sommige punten zijn beperkt en aan een iets ruimere termijn zijn verbonden en dat de gevorderde dwangsom is gematigd en aan een maximum gebonden.

Onrechtmatige daad (slaafse nabootsing)

11. X c.s. hebben hun vorderingen voorts - via artikel 25 van de Benelux Modellenwet (BTMW) - gebaseerd op onrechtmatig handelen van Dario (artikel 6:162 BW). Op modelbescherming op grond van de BTMW konden zij zich niet beroepen, omdat (het model van) het spel Rummikub op 1 januari 1975 al bekend was en dus vanwege gebrek aan nieuwheid niet rechtsgeldig gedeponeerd kon worden onder artikel 3 en 4 van de BTMW. Nu de vorderingen echter reeds op grond van het niet-nakomen van de onthoudingsverklaring kunnen worden toegewezen, behoeft deze grondslag in beginsel geen beoordeling meer.

Toch overweegt de voorzieningenrechter dat er, naar zijn voorlopige oordeel, wel sprake is van onrechtmatig handelen (nabootsing) door Dario. In eerdere uitspraken is al bepaald dat de stenen van het spel Rummikub voldoende karakteristiek zijn om imitatie daarvan onrechtmatig te kunnen doen zijn. Dario heeft weersproken dat het spel Rummikub al voor 1 januari 1975 feitelijk bekend zou zijn. Dit verweer baat Dario voorshands niet, nu X c.s. op grond van art. 25 BTMW ook bescherming op basis van het oude recht kunnen genieten voor weliswaar niet bekende maar al wel bestaande modellen, terwijl de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk acht dat Rummikub al bestaand was. Ten aanzien van de door Dario betwiste overeenstemming tussen de beide spellen is de voorzieningenrechter van oordeel dat in elk geval de spelstenen in combinatie met het spelrekje van het spel Rummy van Dario een verwarringwekkende nabootsing vormen van die van het spel Rummikub. De stenen hebben immers dezelfde vorm en kleur, inclusief de bij diverse spellen Rummikub aangebrachte ronde uitsparing onder de cijfers, terwijl de cijfers daarop op precies dezelfde wijze gesitueerd zijn en in dezelfde vier kleuren voorkomen. Ook de jokerkopjes van het spel Rummy hebben een sterk gelijkende volle maansglimlach. De rekjes daarvan hebben exact dezelfde vorm en afmeting. Dario had het uiterlijk van de stenen en de spelrekjes, voorshands geoordeeld, in elk geval minder gelijkend kunnen maken zonder daarbij afbreuk te doen aan deugdelijkheid en bruikbaarheid hiervan. Door dit na te laten heeft Dario onrechtmatig gehandeld.

Vormmerken

12. De voorzieningenrechter is, met betrekking tot het beroep van X c.s. op de genoemde, door Lemada geregistreerde vormmerken, voorshands van oordeel dat X c.s. onvoldoende spoedeisend belang hebben bij de hierop gebaseerde vordering, omdat niet aannemelijk is geworden dat Dario de intentie heeft nieuwe Rummy-spellen, die niet worden bestreken door het te geven verbod sub 4, op de markt te brengen waarmee inbreuk zou kunnen worden gemaakt op deze vormmerken. De betreffende vordering is dan ook niet voor toewijzing vatbaar.

Hoewel de betreffende vormmerken voorshands als geldig dienen te worden aangemerkt, acht de voorzieningenrechter het overigens niet onaannemelijk dat (één van) die vormmerken in een eventuele bodemprocedure niet in stand (zal) zullen blijven. Niet uit te sluiten valt, gezien het grote aantal spellen met spelrekjes en spelstenen dat in de markt is, dat de vormen van de registreerde stenen en rekjes onvoldoende onderscheidend vermogen hebben of dat het oorspronkelijk onderscheidende karakter daarvan aangetast (‘verwaterd’) is. Daarbij wordt naar spellen in het algemeen gekeken en niet alleen naar spellen gebaseerd op het oude kaartspel Rummy.

13. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Dario in de kosten van dit kort geding worden verwezen.

De beslissing

De voorzieningenrechter

1. veroordeelt Dario de overeenkomst - meer specifiek de Unterlassungserklärung – onmiddellijk na betekening van dit vonnis na te komen, inhoudende dat Dario verplicht is om het aanbieden, importeren en in de handel brengen van het ten processe bedoelde Rummy-spel en het reclame maken hiervoor, in de Benelux landen, te staken en gestaakt te houden;

2. veroordeelt Dario om ingeval zij, na betekening van dit vonnis, in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling te voldoen, aan X c.s. een dwangsom te betalen van € 5.164,05 per in het verkeer gebracht Rummy-spel, echter met een maximum van € 100.000,--,

3. veroordeelt Dario om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan X c.s. te betalen het geldbedrag van € 50.000,-- als voorschot op de contractuele boete,

4. verbiedt Dario om, met ingang van de dag volgend op de betekening van dit vonnis, het ten processe bedoelde Rummy-spel of een soortgelijk spel te produceren, aan te bieden, te importeren, te verhandelen of af te leveren,

5. beveelt Dario om, binnen een week na de dag waarop dit vonnis aan Dario wordt betekend, door passende actie de ten processe bedoelde Rummy-spellen, welke door of met medewerking van Dario aan derden in de Benelux zijn afgeleverd, van de betreffende derden terug te vragen onder aanbieding van vergoeding voor de eventueel hiermee gemoeide koopsommen en andere kosten,

6. beveelt Dario om, binnen vier weken na verloop van de hierboven sub 5 bedoelde termijn van een week, alle ingevolge de sub 5 bedoelde acties terug ontvangen spellen aan de raadsman van X c.s. ter vernietiging af te geven,

7. beveelt Dario om, binnen vijf weken na betekening van dit vonnis, aan de raadsman van X c.s. opgave te doen van de aantallen ten processe bedoelde omschreven Rummy-spellen die door Dario of met diens medewerking aan derden in de Benelux zijn afgeleverd en van de daarbij behorende inkoop- en verkoopprijs, met vermelding van de aantallen spellen die ingevolge het sub 5 opgelegde bevel van de betreffende derden zijn terug ontvangen,

8. beveelt Dario om, binnen vijf weken na betekening van dit vonnis, aan de raadsman van X c.s. opgave te doen van de namen en adressen van alle afnemers aan wie Dario rechtstreeks dan wel door middel van een tussenpersoon de ten processe bedoelde Rummy-spellen in de Benelux heeft geleverd,

9. veroordeelt Dario tot betaling van een dwangsom van

€ 1.000,-- voor iedere dag dat Dario niet, of niet geheel of niet naar behoren, heeft voldaan aan enig deel van de hierboven sub 4 tot en met sub 8 opgelegde verboden en/of bevelen, tot een maximum van € 100.000,--,

10. veroordeelt Dario in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiser bepaald op € 703,36 voor salaris procureur en op € 3697,18 voor verschotten (€ 3632,-- wegens griffierecht en € 65,18 voor de uitgebrachte dagvaarding),

11. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

12. weigert het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Satijn op 20 december 2002, terwijl de overwegingen waarop voormelde beslissing steunt, afzonderlijk zijn geminuteerd op 23 december 2002 .