Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2002:AF1373

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-12-2002
Datum publicatie
03-12-2002
Zaaknummer
92485 / KG ZA 02-676
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 92485 / KG ZA 02-676

Datum uitspraak: 3 december 2002

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

JAN PIETER BALKENENDE, WONENDE TE CAPELLE AAN DEN JSSEL,

eiser,

procureur mr. P.C. Plochg, advocaat mr. M.E. van Wissen te 's-Gravenhage,

tegen

de stichting STICHTING LIEVER, gevestigd te Nijmegen, gedaagde,

vertegenwoordigd door de heer F.J. Sprengers, bestuursvoorzitter van gedaagde.

Het verloop van de procedure

Eiser - hierna te noemen: Balkenende - heeft gedaagde – hierna te noemen Stichting Liever - ter zitting in kort geding van 26 november 2002 doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding. Stichting Liever heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. De advocaat van Balkenende en de gemachtigde van Stichting Liever hebben de zaak bepleit, beiden overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities, en daarbij producties in het geding gebracht. Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd.

De vaststaande feiten

1. Stichting Liever heeft blijkens haar statuten onder meer ten doel het zonder winstoogmerk realiseren en in stand houden van Logische Internet E-domeinnamen Voor Elke geRegistreerde (samengesteld: “LIEVER”) in Nederland tegen de laagste prijs, en met de hoogste kwaliteit en met de grootste bestaanszekerheid en continuïteit. Zij is Deelnemer Categorie I in de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN). SIDN heeft in november 2000 de mogelijkheid tot registratie van domeinnamen voor particulieren op het zogenaamde ‘derde niveau’ (bijvoorbeeld wjansen.123.nl) geïntroduceerd. Stichting Liever richt zich voornamelijk op het voor particulieren mogelijk maken om via haar een - door haar zo genoemde - Persoonsnaamdomein op het ‘tweede niveau’ (bijvoorbeeld wjansen.nl) te registreren.

2. Balkenende is sinds september 2001 partijleider van het CDA. Daarvoor was hij onder andere vice-voorzitter van de CDA tweede kamer fractie.

3. Op 13 november 2001 heeft Stichting Liever bij de SIDN de domeinnamen janpeterbalkenende.nl en jan-peterbalkenende.nl (verder ook: de domeinnamen) geregistreerd. Op haar website www.liever.nl maakt zij melding van de registratie van janpeterbalkenende.nl.

4. Nadat het CDA door haar automatiseringsbedrijf Swinth B.V. (verder: Swinth) op de hoogte was gebracht van voornoemde registraties, heeft een medewerker van Swinth op 23 november 2001 Stichting Liever telefonisch verzocht de domeinnamen aan Balkenende (de Stichting Fractiebureau CDA) tegen betaling van de werkelijk gemaakte kosten over te dragen. Balkenende heeft dit verzoek op dezelfde datum schriftelijk bevestigd.

5. Daarna is tussen partijen veelvuldig gecorrespondeerd over de overdracht van de domeinnamen aan Stichting Fractiebureau CDA dan wel aan Balkenende en zijn diverse pogingen ondernomen de overdracht te formaliseren, hetgeen tot op heden niet is gelukt. Gedurende die periode en nog steeds heeft Stichting Liever de domeinnamen doorgelinkt naar de website www.jpbalkenende.nl die voor Balkenende is ontworpen en in gebruik is.

6. Ten behoeve van de overdracht van de domeinnamen is op 18 december 2001 en op 8 maart 2002 door Stichting Fractiebureau CDA respectievelijk Balkenende op verzoek van Stichting Liever een formulier genaamd ‘Registratieopdracht voor Persoonsnaamdomein’ van Stichting Liever ondertekend. Na de sommatie daartoe op 18 juli 2002 door de raadsman van Balkenende heeft Stichting Liever toegezegd de domeinnamen te zullen overdragen, indien Balkende ook nog de door Stichting Liever opgestelde vrijwaringsverklaring zou ondertekenen. Op 26 augustus 2002 is deze verklaring door Balkenende ingevuld en ondertekend en samen met een kopie van het paspoort van Balkenende onder voorbehoud van alle rechten aan Stichting Liever toegezonden. Bij brief van 12 september 2002 heeft de heer Sprengers namens Stichting Liever aan Balkenende meegedeeld dat toch niet kan worden overgegaan tot overdracht van de betreffende domeinnamen.

7. De raadsman van Balkenende heeft per e-mail van 17 september 2002 Stichting Liever nogmaals gemaand om tot onverwijlde overdracht van de domeinnamen over te gaan. Stichting Liever is tot op heden niet overgegaan tot overdracht van de domeinnamen.

De vordering

1. Balkenende vordert thans:

I. Stichting Liever te gelasten om, binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, haar onrechtmatig handelen jegens Balkenende ten aanzien van de naam Jan Peter Balkenende, rechtstreeks dan wel door middel van een op enigerlei wijze met haar verbonden rechtspersoon, te staken en gestaakt te houden en / of ieder ander gebruik van één of meer domeinnamen bestaande uit de naam van Balkenende en meer in het bijzonder de registratie en / of het gebruik van de domeinnamen janpeterbalkenende.nl en jan-peterbalkenende.nl alsmede alle mogelijke denkbare variaties hierop, al dan niet in combinatie met zijn functie als minister-president c.q. premier;

II. Stichting Liever te gelasten om, binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, al datgene te doen wat nodig is om de domeinnamen janpeterbalkenende.nl en jan-peterbalkenende.nl op de daartoe geëigende wijze op naam te zetten van de Stichting Fractiebureau CDA, één en ander conform de standaardformulieren van de SIDN;

III. Stichting Liever te gelasten om, binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, al datgene te doen om de domeinnamen janpeterbalkenende.nl en jan-peterbalkenende.nl te verhuizen naar de provider ISM van Balkenende, één en ander conform de standaardformulieren van de SIDN;

IV. Balkenende te machtigen om, indien Stichting Liever nalaat aan de veroordeling te voldoen, het in deze te wijzen vonnis in de plaats te stellen van de wilsverklaringen van Stichting Liever met betrekking tot de onder II en III verzochte voorzieningen;

V. Stichting Liever te gelasten om, binnen twee dagen na het in deze te wijzen vonnis, iedere verwijzing naar de naam van Balkenende op haar internetsite te verwijderen en verwijderd te houden;

het onder sub I tot en met III, alsmede het onder sub V gevorderde op straffe van een dwangsom van € 2000,-- voor iedere dag of deel daarvan of iedere keer dat Stichting Liever nalaat aan de veroordeling te voldoen, met veroordeling van St. Liever in de kosten van deze procedure.

2. Balkenende stelt daartoe het volgende. Stichting Liever handelt, door buiten zijn medeweten de domeinnamen janpeterbalkenende.nl en jan-peterbalkenende.nl te registreren en niet mee te werken aan de overdracht hiervan aan een door hem aan te wijzen rechtspersoon, onrechtmatig jegens hem. Stichting Liever zou daarmee de mogelijkheid voor Balkenende blokkeren om de exploitatie van activiteiten onder zijn eigen naam door Stichting Fractiebureau CDA of een door hem aan te wijzen andere rechtspersoon te laten verrichten. Ook de verwijzing op de website www.liever.nl naar de registratie van de domeinnaam janpeterbalkenende.nl is onrechtmatig, omdat hiermee ten onrechte de indruk wordt gewekt dat Balkenende zou hebben ingestemd met de registratie van de betreffende domeinnaam door Stichting Liever. Ten onrechte zou Stichting Liever hiermee profijt trekken van zijn naamsbekendheid. Het spoedeisend belang van zijn vordering is volgens Balkenende gelegen in de onzekere situatie dat Stichting Liever de link van de domeinnamen naar de site www.jpbalkenende.nl op elk moment kan opheffen of dat zij de domeinnamen aan een andere website kan ‘linken’ .

De beoordeling van de vordering

1. Vast staat dat Balkenende publiekelijk bekend is geworden onder de voornaam Jan Peter dan wel Jan-Peter en dat deze bekendheid van Balkenende voor Stichting Liever aanleiding is geweest om de domeinnamen janpeterbalkenende.nl en jan-peterbalkenende.nl, zonder voorafgaande toestemming van Balkenende, te registreren. Stichting Liever heeft dit erkend.

2. Stichting Liever heeft dienaangaande betoogd dat Balkenende haar later opdracht zou hebben gegeven voor registratie van de domeinnamen (door haar genoemd: Persoonsnaamdomeinen). Balkenende heeft immers een Registratieopdracht (voor een Persoonsnaamdomein) gegeven, de volgens artikel 6.2 van de eigen Reglementen van Stichting Liever benodigde vrijwaringsverklaring ingevuld en ondertekend, een kopie van zijn identiteitsbewijs overgelegd en de kosten van registratie betaald.

3. Voornoemd verweer van Stichting Liever laat echter onverlet dat de registratie van de domeinnamen op 13 november 2001 door Stichting Liever niet krachtens een overeenkomst met Balkenende heeft plaatsgevonden. De ondertekening achteraf door Balkenende van de hierboven onder de vaststaande feiten genoemde formulieren, maakt dit niet anders. Uit het ter zitting verhandelde en de overgelegde producties blijkt voldoende dat deze formulieren door Balkenende enkel en alleen met het oog op de overdracht van de domeinnamen aan een door hem aan te wijzen rechtspersoon zijn getekend. Stichting Liever heeft deze formulieren in haar correspondentie bovendien zelf herhaaldelijk als ‘formulieren voor overdracht’ betiteld. Deze ondertekende formulieren kunnen er niet toe leiden dat de registratie van de domeinnamen op 13 november 2001 krachtens een overeenkomst (met terugwerkende kracht) met Balkenende heeft plaatsgevonden.

4. Met Balkenende is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat Stichting Liever onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Het, zonder voorafgaande toestemming daartoe van Balkenende, registreren van domeinnamen die identiek zijn aan de namen waaronder Balkenende bekend is geworden en het vervolgens niet zonder meer overdragen van die domeinnamen aan Balkenende druist in tegen de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer ten opzichte van een ander persoon of goed betaamt. Daarbij komt dat Stichting Liever door dit handelen de mogelijkheid aan Balkenende heeft ontnomen om zelf te kiezen welke onderneming of instelling (bijvoorbeeld Stichting Fractiebureau CDA) de betreffende, voor hem logische, domeinnamen mocht registreren, hetgeen in beginsel reeds onrechtmatig is. Ook de vermelding van de domeinnaam janpeterbalkenende.nl op de website www.liever.nl wordt voorshands als onrechtmatig beoordeeld, omdat deze vermelding de suggestie wekt dat Balkenende heeft ingestemd met registratie van die domeinnaam door Stichting Liever, hetgeen niet het geval is.

5. Stichting Liever heeft aangevoerd dat zij de domeinnamen uiteindelijk niet kon overdragen omdat er sprake zou zijn van strijdigheid met artikel 3.2 van haar eigen Reglement, dat bepaalt dat een (Persoons)domeinnaam slechts kan worden geregistreerd door een natuurlijk persoon die als registratieverzoeker kan aantonen dat diens overeenkomstige naamdelen geregistreerd staan bij de Burgerlijke stand van diens domicilie. Balkenende bleek volgens de overgelegde kopie van zijn paspoort Jan Pieter te heten in plaats van Jan Peter, zodat er volgens Stichting Liever geen sprake was van ‘overeenkomstige naamdelen’. Aan dit betoog kan echter voorbij worden gegaan, nu hiervoor reeds is overwogen dat Balkende niet contractueel gebonden kan worden geacht aan het betreffende Reglement van Stichting Liever. Er is geen regelgeving die bepaalt dat een domeinnaam van een eigen naam exact moet overeenstemmen met de (voor)naam zoals vermeld in het identiteitsbewijs van die persoon.

6. In dit verband heeft de Stichting Liever nog aangevoerd dat er eventueel (andere) personen met de naam Jan Peter Balkenende bestaan, die méér recht zouden kunnen hebben op de in het geschil zijnde domeinnamen dan Balkenende, die volgens zijn paspoort Jan Pieter Balkenende heet. Daaromtrent overweegt de voorzieningenrechter dat in de verhouding tussen Balkenende en Stichting Liever eerstgenoemde méér belang heeft bij de domeinnamen dan Stichting Liever. Mochten er derden zijn, die op grond van hun eigen naam ook rechten zouden kunnen doen gelden op de domeinnamen, dan kan dat eventueel een geschil opleveren tussen Balkenende en die derde(n), waar Stichting Liever echter buiten staat.

7. Met betrekking tot het door Stichting Liever betwiste spoedeisend belang van de vordering overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Na 13 november 2001, de dag waarop de domeinnamen zijn geregistreerd, is er ruim een jaar intensief overleg geweest tussen partijen over de overdracht van de domeinnamen. Niet gebleken is dat Balkenende heeft 'stilgezeten’. Stichting Liever heeft erkend de mogelijkheid te hebben de domeinnamen aan de provider ISM te koppelen. Dit brengt met zich mee dat niet is uitgesloten dat zij gebruik zal maken van de mogelijkheid de domeinnamen te ‘ontkoppelen’ van die provider, waardoor een einde zou komen aan de huidige link van de domeinnamen naar de website onder www.jpbalkenende.nl. Daar komt nog bij dat Stichting Liever zich tijdens de zitting het recht heeft voorbehouden om, overeenkomstig haar Reglementen, Balkenende het gebruik van de domeinnamen te ontzeggen dan wel deze te onttrekken aan registratie (bijvoorbeeld indien iemand anders met de naam Jan Peter Balkenende zich zou melden) . Onder deze omstandigheden heeft Balkenende, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, een spoedeisend belang om deze onzekere en onrechtmatige situatie te beëindigen.

8. Gelet op de voorgaande overwegingen dienen de vorderingen grotendeels te worden toegewezen. Het onder sub I gevorderde gestaakt houden van registratie van ‘alle mogelijke denkbare variaties hierop al dan niet in combinatie met zijn functie als minister-president c.q. premier’ zal worden afgewezen, omdat deze omschrijving te vaag wordt bevonden. Naar aanleiding van het verweer van Stichting Liever dat het gevorderde sub III (verhuizing naar ISM) door Balkenende zelf kan worden gerealiseerd, hetgeen inderdaad volgens de Reglementen van de SIDN mogelijk lijkt, zal de vordering op dit punt worden beperkt tot het verlenen van medewerking door Stichting Liever. De gevorderde dwangsommen zullen aan een maximum worden verbonden.

9. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal Stichting Liever in de kosten van dit kort geding worden verwezen.

De beslissing

De voorzieningenrechter

1. veroordeelt Stichting Liever om, binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, haar onrechtmatig handelen jegens Balkenende ten aanzien van de naam Jan Peter Balkenende, rechtstreeks dan wel door middel van een op enigerlei wijze met haar verbonden rechtspersoon, te staken en gestaakt te houden en / of ieder ander gebruik van één of meer domeinnamen bestaande uit de naam van Balkenende en meer in het bijzonder de registratie en / of het gebruik van de domeinnamen janpeterbalkenende.nl en jan-peterbalkenende.nl,

2. veroordeelt Stichting Liever om, binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, al datgene te doen wat nodig is om de domeinnamen janpeterbalkenende.nl en

jan-peterbalkenende.nl op de daartoe geëigende wijze op naam te zetten van de Stichting Fractiebureau CDA, één en ander conform de standaardformulieren van de SIDN, en haar medewerking te verlenen aan de verhuizing van de domeinnamen janpeterbalkenende.nl en jan-peterbalkenende.nl naar de provider ISM van Balkenende, één en ander conform de standaardformulieren van de SIDN,

3. machtigt Balkenende om, indien Stichting Liever nalaat aan de bovenstaande veroordelingen onder 2. te voldoen, het in deze te wijzen vonnis in de plaats te stellen van de wilsverklaringen van Stichting Liever met betrekking tot de hierboven onder sub II en III verzochte voorzieningen,

4. veroordeelt Stichting Liever om, binnen twee dagen na dit vonnis, iedere verwijzing naar de naam van Balkenende op haar internetsite te verwijderen en verwijderd te houden,

5. veroordeelt Stichting Liever om ingeval zij (na twee dagen na betekening van dit vonnis) in gebreke mocht blijven aan de bovenstaande veroordelingen te voldoen aan Balkenende een dwangsom te betalen van € 2000,-- voor iedere dag dat zij geheel of gedeeltelijk nalaat aan de veroordelingen te voldoen, echter tot een maximum van € 20.000,--, met dien verstande dat genoemde dwangsom vatbaar is voor matiging door de bodemrechter voor zover handhaving van de hiervoor gekozen dwangsom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding,

6. veroordeelt Stichting Liever in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Balkenende bepaald op € 703,36 voor salaris procureur en op

€ 270,56 voor verschotten (€ 193,-- wegens griffierecht en € 77,56 wegens het uitbrengen der dagvaarding),

7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

8. weigert het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.AE. Uniken Venema en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Satijn op 3 december 2002.