Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2002:AE6668

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-07-2002
Datum publicatie
20-08-2002
Zaaknummer
88274 / KG ZA 02-383
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Sinds april 2002 protesteert S (bijna) dagelijks bij het stadhuis van Nijmegen. In de directe omgeving daarvan bevinden zich de winkels van de eisers sub 2 en 3. S -die in de basisadministratie van de gemeente Ubbergen als staatloze staat geregistreerd- protesteert tegen de Nederlandse overheid omdat hij van mening is dat de Nederlandse overheid te weinig doet voor zijn naturalisatie en die van andere staatlozen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2002, 246

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 88274 / KG ZA 02-383

Datum uitspraak: 19 juli 2002

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

1. de publiekrechtelijke rechtsperoon

GEMEENTE NIJMEGEN,

gevestigd te Nijmegen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FOTO KINO PROJECTIEHANDEL GRIJPINK B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

3. de vennootschap onder firma

FIRMA PEPERZAK,

gevestigd te Nijmegen,

eisers bij dagvaarding van 25 juni 2002,

procureur mr. J.T.M. Palstra,

advocaat mr. M.J. Mutsaers te Nijmegen,

tegen

1. S

wonende te x,

verschenen,

advocaat mr. G.J. Gerrits te Nijmegen;

2. B

wonende te y,

niet verschenen,

gedaagden.

De eiseres sub 1 zal hierna worden genoemd: de gemeente. De gedaagden zullen hierna afzonderlijk respectievelijk S en B worden genoemd.

Het verloop van de procedure

S is ter zitting verschenen, samen met zijn hiervoor genoemde raadsman. B is noch in persoon noch vertegenwoordigd door een procureur ter zitting verschenen.

Eisers hebben gevorderd als weergegeven in de dagvaarding. S heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. De raadslieden van eisers en S hebben de zaak bepleit (grotendeels) overeenkomstig hun overgelegde pleitnotities. Zij hebben daarbij producties in het geding gebracht. Ten slotte hebben eisers en S vonnis gevraagd.

De verstekverlening

Omdat de voor de dagvaarding voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen is daarom -overeenkomstig het verzoek van eisers- verstek verleend tegen B.

De vaststaande feiten

1. Sinds april 2002 protesteert S (bijna) dagelijks bij het stadhuis van Nijmegen. In de directe omgeving daarvan bevinden zich de winkels van de eisers sub 2 en 3. S -die in de basisadministratie van de gemeente Ubbergen als staatloze staat geregistreerd- protesteert tegen de Nederlandse overheid omdat hij van mening is dat de Nederlandse overheid te weinig doet voor zijn naturalisatie en die van andere staatlozen.

2. B is afkomstig uit Roemenië en heeft inmiddels de Nederlandse nationaliteit. B wil een verblijfsvergunning voor zijn vrouw, om met haar herenigd te kunnen worden. B protesteert tegen de gemeente omdat hij bij de gemeente geen verblijfsvergunning zou kunnen aanvragen voor zijn vrouw. De gemeente heeft B geadviseerd om juridisch advies in te winnen over de kansen die zijn vrouw heeft op een verblijfsvergunning.

3. Gedaagden protesteren vanaf mei 2002 gezamenlijk bij het stadhuis van Nijmegen. Bij brief van 21 mei 2002 heeft de gemeente gedaagden de toegang tot het stadhuis ontzegd voor een periode van 3 maanden en daarvoor in haar brief als reden opgegeven dat gedaagden hinder en overlast veroorzaken en dat zij een gemeente-ambtenaar hebben beledigd.

4. Op 22 mei 2002 heeft S een verblijfsontzegging opgelegd gekregen voor de duur van 12 weken, inhoudende -kort samengevat- dat hij van 's-middags 12.00 uur tot 's-morgens 6.00 uur zich niet in het centrumgebied van Nijmegen mag bevinden, omdat hij niet heeft voldaan aan het bevel van een politie-agent om vanwege de verstoring van de openbare orde weg te gaan. B verdwijnt uit zich zelf als de politie bij het stadhuis verschijnt.

5. Vanaf 22 mei 2002 tot aan de betekening van de dagvaarding protesteerden gedaagden (bijna) dagelijks gezamenlijk voor het stadhuis van Nijmegen tussen 10.00 uur en 12.00 uur. B is sinds het uitbrengen van de dagvaarding niet meer verschenen bij het stadhuis. S protesteert sindsien al wel weer (bijna) dagelijks bij het stadhuis tussen 10.00 uur en 12.00 uur.

De vordering

6. Primair vorderen eisers -kort samengevat- een verbod voor gedaagden zich tijdens openings-/winkeltijden te bevinden in een straal van 100 meter rondom het stadhuis van Nijmegen. Subsidiair vorderen eisers een verbod voor gedaagden om bij hun protestdemonstraties hinder of overlast te veroorzaken in de omgeving van het stadhuis. Eén en ander wordt gevorderd op verbeurte van dwangsommen en gijzeling ingeval een verschuldigde dwangsom niet wordt voldaan, en met machtiging om de sterke arm in te schakelen bij overtreding van een verbod.

S heeft tegen het gevorderde gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna -voor zover nodig- zal worden ingegaan.

De motivering van de beslissing

7. Voor hun vordering voeren eisers aan dat gedaagden veel overlast bezorgen in de directe omgeving van het stadhuis van Nijmegen, omdat zij hun (dagelijkse) protesten kracht bij zetten door voortdurend hard te schreeuwen naar en zich op te dringen aan het winkelende publiek aldaar en de mensen die in en uit het stadhuis lopen. Volgens eisers ondervinden ook de medewerkers in het stadhuis en de omliggende winkels bij hun werk veel hinder van het harde geschreeuw van gedaagden. Naar de mening van eisers zal B, als S mag blijven protesteren, zich wel weer aansluiten bij S. S betwist dat hij bij zijn protesten hard schreeuwt en andere mensen lastig valt. S is verder van mening dat zijn recht op vrijheid van meningsuiting ontoelaatbaar wordt beperkt als hij niet meer mag demonstreren bij het stadhuis.

8. Gedaagden hebben recht op vrije meningsuiting. Omdat de protesten van gedaagden zich juist richten tegen de overheid is een stadhuis, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, een aangewezen plek om te protesteren. Evenwel mag dat niet leiden tot overlast. Wat er van zij dat S betwist dat hij hard schreeuwt, gelet op de verklaringen van eisers en de overgelegde processen-verbaal van politie, is voldoende aannemelijk dat S zorgt voor overlast in de directe omgeving van het stadhuis in Nijmegen en is het niet uitgesloten dat B daar ook weer voor overlast zal zorgen. Gelet op het hiervoor overwogene en op het feit dat gedaagden in verband met het aan S opgelegde verbod, als ze protesteren, dit altijd doen tussen tussen 10.00 uur 12.00 uur, heeft de voorzieningenrechter in dit stadium geen reden om gedaagden een algeheel verbod op te leggen zich te bevinden in het gebied rondom het stadhuis. Wel komt het de voorzieningenrechter als juist voor dat gedaagden de wijze waarop zij protesteren moeten aanpassen, zodanig dat zij niet meer voor overlast zorgen. Dat deel van de vordering zal dan ook worden toegewezen, evenals de gevorderde dwangsommen bij overtreding van het verbod en de gevorderde machtiging tot inschakeling van de sterke arm. Ambtshalve zal het verbod worden opgelegd voor een beperkte periode en zullen de dwangsommen worden gemaximeerd, één en ander zoals hierna vermeld. Omdat gedaagden voor de eerste maal door eisers in rechte betrokken zijn wegens overlast, heeft de voorzieningenrechter nog geen reden om ook de gevorderde gijzeling toe te wijzen. Dat kan altijd nog in een volgend stadium -evenals het geven van een verbod om zich te bevinden in de directe omgeving van het stadhuis-.

9. Als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij, zullen gedaagden veroordeeld worden in de proceskosten.

De beslissing

De voorzieningenrechter,

verbiedt gedaagden, zulks zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk, voor de duur van 1 jaar na betekening van dit vonnis, binnen een straal van 100 meter rondom het stadhuis in de gemeente Nijmegen overlast te veroorzaken door -onder andere- te gillen, hard te schreeuwen, luidkeels te roepen, bedreigend of hinderlijk personen te benaderen, te volgen of de weg te versperren, of zich anderszins op te dringen aan personen;

veroordeelt gedaagden om in geval zij bovenstaand verbod geheel of gedeeltelijk overtreden, per overtreding aan gezamenlijke eisers een dwangsom te betalen van € 200,00 per keer, echter tot een maximum voor ieder van gedaagden van in totaal € 20.000,00;

machtigt eisers, zulks zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk, om de handhaving en tenuitvoerlegging van dit vonnis zonodig met behulp van de sterke arm te bewerkstelligen;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

veroordeelt gedaagden in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eisers bepaald op € 703,36 voor salaris procureur en € 270,56 voor verschotten (€ 193,00 wegens griffierecht en € 77,56 wegens het exploit van dagvaarding);

weigert het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2002 in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.J. Daggenvoorde.