Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2002:AD9272

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
13-02-2002
Datum publicatie
14-02-2002
Zaaknummer
05/094135-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/095183-01

Datum zitting : 30 januari 2002

Datum uitspraak : 13 februari 2002

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : "verdachte"

Raadsman: mr. C.H. Molenaar, advocaat te Zevenaar

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 oktober 2001 te Doesburg tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een koningsketting, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan J. "slachtoffer", in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen voornoemde "slachtoffer", gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad

aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (een of meer van)

verdachtes mededader(s) - conform een tevoren beraamd plan - telefonisch met

voornoemde "slachtoffer" hebben/heeft afgesproken en/of zich (vervolgens) naar de

met die "slachtoffer" afgesproken plaats hebben/heeft begeven, waarna (een van)

verdachtes mededader(s) die "slachtoffer" heeft gestompt en/of geslagen en/of

(vervolgens) bovenop die "slachtoffer" is gaan zitten; (parketnummer 095183/01)

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

"medeverdachte" op of omstreeks 19 oktober 2001 te Doesburg, tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een koningsketting, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan "slachtoffer", in elk geval aan een ander of

anderen dan aan die "medeverdachte" en/of diens mededader en/of aan verdachte, welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen voornoemde "slachtoffer", gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat die "medeverdachte" en/of diens mededader - conform een tevoren

beraamd plan - telefonisch met voormelde "slachtoffer" hebben/heeft afgesproken

en/of zich (vervolgens) naar de met die "slachtoffer" afgesproken plaats

hebben/heeft begeven, waarna die "medeverdachte" genoemde "slachtoffer" heeft gestompt en/of

geslagen en/of (vervolgens) bovenop die "slachtoffer" is gaan zitten, tot en/of bij

het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk gelegenheid,

(een) middel(en) en/of (een) inlichting(en) heeft verschaft en/of opzettelijk

behulpzaam is geweest door voornoemde "medeverdachte" en/of diens mededader zijn,

verdachtes, mobiele telefoon en/of (daarmede) het telefoonnummer van voormelde

"slachtoffer" ter beschikking te stellen en/of zich met die "medeverdachte" en/of diens

mededader naar de met die "slachtoffer" afgesproken plaats te begeven;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 19 oktober 2001 te Doesburg ter uitvoering van het

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen

een koningsketting, geheel of ten dele toebehorende aan "slachtoffer", in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en

daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen

en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde

"slachtoffer", te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met verdachtes

mededader(s), althans alleen, - conform een tevoren beraamd plan - telefonisch

met voornoemde "slachtoffer" heeft afgesproken en/of zich (vervolgens) naar de met

die "slachtoffer" afgesproken plaats heeft begeven, waarna (een van) verdachtes

mededader(s) die "slachtoffer" heeft gestompt en/of geslagen en/of (vervolgens)

bovenop die "slachtoffer" is gaan zitten, terwijl genoemd voorgenomen misdrijf niet

is voltooid;

meest subsidiair:

"medeverdachte" op of omstreeks 19 oktober 2001 te Doesburg ter uitvoering van het

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een

koningsketting, geheel of ten dele toebehorende aan "slachtoffer", in elk geval

aan een ander of anderen dan aan die "medeverdachte" en/of diens mededader en/of aan

verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te

doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen voornoemde "slachtoffer", te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

tezamen en in vereniging met zijn, "medeverdachte"'s, mededader, althans alleen,

- conform een tevoren beraamd plan - telefonisch met voornoemde "slachtoffer" heeft

afgesproken en/of zich (vervolgens) naar de met die "slachtoffer" afgesproken plaats

heeft begeven, waarna die "medeverdachte" genoemde "slachtoffer" heeft gestompt en/of

geslagen en/of (vervolgens) bovenop die "slachtoffer" is gaan zitten, terwijl

genoemd voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van

welke poging tot voormeld misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk

gelegenheid, (een) middel(en) en/of (een) inlichting(en) heeft verschaft en/of

opzettelijk behulpzaam is geweest door voornoemde "medeverdachte" en/of diens

mededader zijn, verdachtes, mobiele telefoon en/of (daarmede) het

telefoonnummer van voormelde "slachtoffer" ter beschikking te stellen en/of zich met

die "medeverdachte" en/of diens mededader naar de met die "slachtoffer" afgesproken plaats

te begeven;

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijf-fouten voorko-men, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 30 januari 2002 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte versche-nen. Verdachte is bijgestaan door mr. C.H. Molenaar, advocaat te Zevenaar.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. Voorts heeft de officier van justitie geëist dat verdachte ter zake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroor-deeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 voorwaar-delijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzeke-ring en voorlopige hechtenis doorge-bracht, bracht. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen GSM-telefoon verbeurd wordt verklaard.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging ge-voerd.

3. De beslis-sing inzake het bewijs

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte primair is tenlastege-legd en zal hem daarvan vrij-spreken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsisiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

"medeverdachte" op of omstreeks 19 oktober 2001 te Doesburg, tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een koningsketting, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan "slachtoffer", in elk geval aan een ander of

anderen dan aan die "medeverdachte" en/of diens mededader en/of aan verdachte, welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen voornoemde "slachtoffer", gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat die "medeverdachte" en/of diens mededader - conform een tevoren

beraamd plan - telefonisch met voormelde "slachtoffer" hebben/heeft afgesproken

en/of zich (vervolgens) naar de met die "slachtoffer" afgesproken plaats

hebben/heeft begeven, waarna die "medeverdachte" genoemde "slachtoffer" heeft gestompt en/of

geslagen en/of (vervolgens) bovenop die "slachtoffer" is gaan zitten, tot en/of bij

het plegen van welk misdrijf verdachte toen aldaar opzettelijk gelegenheid,

(een) middel(en) en/of (een) inlichting(en) heeft verschaft en/of opzettelijk

behulpzaam is geweest door voornoemde "medeverdachte" en/of diens mededader zijn,

verdachtes, mobiele telefoon en/of (daarmede) het telefoonnummer van voormelde

"slachtoffer" ter beschikking te stellen en/of zich met die "medeverdachte" en/of diens

mededader naar de met die "slachtoffer" afgesproken plaats te begeven;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewe-zen. Verdach-te moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijs-middelen zijn vervat. Voor zover meer feiten ten laste zijn gelegd, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplichtigheid aan diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden waardoor de strafbaar-heid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus straf-baar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de om-stan-dighe-den waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 15 januari 2002, waaruit blijkt dat verdachte nog niet eerder met de strafrechter in aanraking is geweest;

De rechtbank overweegt verder nog als volgt.

Verdachte is medeplichtig aan een overval. Deze overval heeft zeer ernstige gevolgen gehad aangezien een van de daders is overleden aan de verwondingen die hij opliep in een steekpartij die het directe gevolg was van de overval. De rol van verdachte in het geheel was echter ondergeschikt.

De rechtbank acht, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en op grond van ver-dachtes persoonlijke omstandigheden, een werkstraf een passende sanctie. Daarnaast zal een voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd, welke dient als waar-schu-wing voor verdachte om zich voortaan van het plegen van delicten te onthouden.

De rechtbank overweegt dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven GSM-telefoon een voorwerp is met behulp waarvan het feit is voorbereid. De rechtbank zal deze GSM-telefoon-verbeurd verklaren.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 33, 33a, 48, 49 en 312 van het Wetboek van Straf-recht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair is tenlastegelegd en spreekt hem hiervan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlas-tegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt ver-dach-te daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het straf-bare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf zes (6) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, ten-zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerleg-ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef-tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

het verrichten van een werkstraf gedurende tweehonderdveertig (240) uren.

Bepaalt dat, deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

Bepaalt voorts dat, de termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij zich aan zodanige vrijheidsontneming heeft onttrokken.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op honderdtwintig (120) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (1 dag = 2 uren) geheel in mindering wordt gebracht, te weten zes (6) uren.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven GSM-telefoon.

Aldus gewezen door:

H.P.M. Kester, vice-president, als voorzitter,

H Eigenberg, rechter,

Th.P.E.E. van Groeningen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. I.W.M. Laurijssens, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 februari 2002.