Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2000:AA8481

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
10-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
66070 / KG ZA 00-606
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KG 2001, 5
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Arnhem

Sector civiel recht

Zaak/rolnummer: 66070 / KG ZA 00-606

Datum uitspraak: 10 november 2000

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

R,

wonende te X,

eiser bij dagvaarding van 3 oktober 2000,

procureur mr. J.C.N.B. Kaal te Arnhem,

Rotterdam

advocaat mr. F. Verhoeven te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

T&B OFF ROAD CENTER B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Bemmel,

gedaagde,

verschenen in de persoon van haar bestuurder de heer D.

Het verloop van de procedure

Eiser - hierna te noemen R- heeft gedaagde - hierna te noemen T&B - ter zitting in kort geding doen dagvaarden en bij mondelinge conclusie van eis gevorderd als weergegeven in de dagvaarding.

T&B heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen.

De advocaat van R en T&B hebben de zaak bepleit, eerstgenoemde overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotities.

Daarbij hebben beide partijen producties in het geding gebracht.

Tenslotte zijn de processtukken voor het wijzen van vonnis overgelegd.

De vaststaande feiten

1. R en T&B hebben op 26 februari 2000 een overeenkomst gesloten (hierna te noemen: de koopovereenkomst) waarbij R van T&B heeft gekocht een tweedehands auto, merk Ford (hierna te noemen Ford). De koopprijs bedroeg ¦ 31.500,--, bestaande uit de inruilwaarde van ¦ 26.000,-- van de Toyota Landcruiser Custom van R alsmede bijbetaling door hem van ¦ 5.500,--. In de koopovereenkomst is een kilometerstand opgenomen van 110.000 km. Voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomst heeft T&B, op verzoek van R, een onderhoudsrapport laten opstellen door Nissan-dealer Koops te Nijmegen. Tevens is er een schriftelijke garantie opgenomen van T&B inhoudende dat zij zes maanden garantie geeft op het draaiende gedeelte (motor en versnellingsbak). R heeft de koopprijs voldaan en T&B heeft de auto geleverd.

2. Bij brief van 9 mei 2000 heeft R aan T&B melding gemaakt van extreem hoog olieverbruik van de Ford en een om deze reden geplande keuring door een door de Bovag erkende dieselspecialist.

3. Op 17 mei 2000 heeft R de Ford naar T&B gebracht met achterlating van een schrijven waarin R verklaart dat door de voormelde specialist schade aan de motor is geconstateerd. Omdat deze schade onder de garantie valt, wenste hij een diagnose van de omvang van de schade en een reparatie binnen redelijke termijn. Tevens heeft R T&B ervan op de hoogte gesteld dat hij heeft ontdekt dat de kilometerstand van de Ford ten tijde van de verkoop niet klopte.

4. T&B heeft hierop, bij brief van 25 mei 2000, geantwoord dat zij, na de klachten aan een revisiebedrijf voorgelegd te hebben, tot de conclusie is gekomen dat de afwijkingen aan de motor gelijk zijn aan de afwijkingen die al bij de onafhankelijke keuring vóór de verkoop naar voren zijn gekomen en zijn gerapporteerd en waarvan R derhalve ten tijde van de koop van de auto al op de hoogte was. Het revisiebedrijf heeft geen motorschade geconstateerd, maar normale slijtage voor een terreinwagen van vijf jaar oud.

5. Op 16 juni 2000 heeft R aan T&B bij brief van zijn advocaat laten weten dat hij, vanwege volgens hem bestaande essentiële gebreken aan de Ford, de koopovereenkomst vernietigt en terugbetaling van de koopprijs vordert tegen aflevering van de Ford aan T&B. Hieraan heeft T&B geen gevolg gegeven.

De vordering

6. R stelt dat hij heeft gedwaald ten aanzien van de staat van de motor en de kilometerstand van de auto ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst. Keuringen door specialisten en onderzoek naar de historie van de Ford, verricht ná de aankoop, wijzen op reeds lang bestaande gebreken aan de motor en een waarschijnlijk teruggedraaide kilometerstand. Was hij hiervan op de hoogte geweest, dan had hij de Ford niet gekocht. Naar de mening van R is het om deze reden waarschijnlijk dat de bodemrechter de buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomst gegrond zal achten. Daarnaast is T&B volgens R toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de koopovereenkomst om een deugdelijke auto te leveren en de verleende garantie na te leven. Mocht de president hierin geen reden zien voor ontbinding van de koopovereenkomst, dan is T&B volgens R op zijn minst gehouden tot nakoming van haar verplichting om een deugdelijke auto te leveren of de motorische schade alsnog te verhelpen.

7. R vordert, samengevat weergegeven:

1. Primair: veroordeling van T&B tot restitutie van de koopsom onder gelijktijdige aflevering van de auto door R, vermeerderd met de door R geleden schade,

2. Subsidiair: ontbinding van de koopovereenkomst wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming zijdens T&B en de veroordeling van T&B tot restitutie van de koopsom, vermeerderd met de geleden schade,

3. Meer subsidiair: veroordeling van T&B om, op straffe van een dwangsom, R een vergelijkbaar voertuig met vergelijkbare dagwaarde te leveren onder gelijktijdige aflevering van de auto door R, met veroordeling van T&B tot vergoeding van de door R geleden schade,

4. Uiterst subsidiair: veroordeling van T&B om, op straffe van een dwangsom, onder goedkeuring van een onafhankelijke gespecialiseerde derde de schade aan de motor te repareren met veroordeling van T&B tot vergoeding van de geleden schade,

een en ander met veroordeling van T&B in de kosten van deze procedure.

8. T&B heeft hiertegen gemotiveerd verweer gevoerd hetgeen, voor zover van belang, hierna aan de orde zal komen.

De beoordeling van de vordering

9. Centraal in dit kort geding staat de vraag of de door T&B aan R geleverde Ford aan de koopovereenkomst beantwoordt. De Ford beantwoordt niet aan de koopovereenkomst indien zij niet de eigenschappen bezit die R op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. R mocht verwachten dat de auto de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoeft te betwijfelen. Bij de koop van een tweedehands auto is het niet zo dat elke onvolkomenheid daaraan maakt dat het gekochte niet aan de overeenkomst beantwoordt als bedoeld in artikel 7:17 van het Burgerlijk Wetboek. Van belang is hierbij of de geconstateerde gebreken een normaal gebruik in de weg staan, dus wezenlijk zijn, of dat deze gebreken daaraan niet in de weg staan, dus niet wezenlijk zijn.

10. T&B voert, bij monde van haar bestuurder de heer D, aan dat de gebreken die geconstateerd zijn bij keuringen na de koop overeenkomen met de gebreken die zijn beschreven in het onderhoudsrapport dat, op uitdrukkelijk verzoek van R, is opgesteld door Nissan-dealer Koops te Nijmegen vóór het sluiten van de koopovereenkomst. In dit rapport zijn enkele gebreken aan de Ford weergegeven, waarvan R op de hoogte was en die R derhalve behoorde te verwachten.

Uit de dagvaarding, de overgelegde producties en het overige ter zitting verhandelde is voldoende aannemelijk geworden dat de motor niet optimaal functioneert, veel olie verbruikt en dat er iets aan de hand is met de cilinderkoppen. Op zichzelf zou een zo hoog olieverbruik als R stelt een aanwijzing kunnen zijn dat de Ford niet aan de eisen voldoet die voor een normaal gebruik verwacht mochten worden. In het kader van dit kort geding is echter onvoldoende duidelijk geworden in hoeverre deze gebreken overeenstemmen met de vóór het sluiten van de overeenkomst in het onderhoudsrapport reeds geconstateerde gebreken. Dit is namelijk van belang voor de vraag of R de aanwezigheid van eigenschappen voor normaal gebruik had behoren te betwijfelen. Voorshands kan uit een vergelijking van de diverse overgelegde onderhouds- dan wel keuringsrapporten niet worden opgemaakt of de geconstateerde gebreken al dan niet wezenlijke gebreken zijn.

11. T&B voert voorts aan dat R zelf vóór het sluiten van de koopovereenkomst al had laten weten zijn twijfels te hebben over de juistheid van de kilometerstand. T&B ontkent niet dat de kilometerteller waarschijnlijk is teruggedraaid (van de uit onderzoek naar voren gekomen stand van 165.000 km. naar - ongeveer - 105.000 km.) maar is van mening dat R, nu hij zijn twijfels daaromtrent voor de koop reeds geuit heeft, een eventueel onjuiste kilometerstand had behoren te verwachten.

Hoewel R uitdrukkelijk heeft betwist dat hij op voorhand hierover reeds zijn twijfels heeft geuit, is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden of R zich terecht beroept op dwaling ten aanzien van de kilometerstand. Over de vraag of dit verschil in gereden kilometers een wezenlijk gebrek oplevert of niet, kan in het kader van dit kort geding dus geen oordeel worden gegeven. Daarbij speelt ook de hoogte van de aanschafprijs een rol, waarover onduidelijkheden bestaan.

12. In het licht van het voorgaande is de primaire vordering niet voor toewijzing vatbaar omdat vooralsnog niet in grote mate waarschijnlijk is geworden dat vernietiging van de overeenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Voor ontbinding van de overeenkomst, het subsidiair gevorderde, is binnen het kader van het kort geding geen plaats. Ten aanzien van het meer en uiterst subsidiair gevorderde is de president van oordeel dat in het kader van het onderhavige kort geding onvoldoende aannemelijk is geworden dat het geleverde niet aan de overeenkomst beantwoordde, nu de stellingen en verklaringen van partijen lijnrecht tegenover elkaar staan zodat voor de beoordeling hiervan nader (deskundigen)onderzoek vereist is. In een kort geding is daarvoor geen plaats. Daartoe dient de bodemprocedure, waarbij gewezen wordt op de bij de rechtbank te Arnhem bestaande mogelijkheid om een verkorte procedure, het zogenaamd ‘versneld régime’, te voeren, die in circa acht maanden kan zijn afgerond. Op grond van het hiervoor overwogene zullen de gevorderde voorzieningen worden afgewezen.

13. Als de in het ongelijk gestelde partij zal R in de kosten van dit kort geding worden verwezen.

De beslissing

De president

1. weigert de gevorderde voorzieningen,

2. veroordeelt R in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van T&B bepaald op ƒ 400,-- wegens griffierechten.

Dit vonnis is gewezen door de vice-president mr. J.A.Z. Hooft Graafland en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2000 in tegenwoordigheid van de griffier mr. E. Satijn.