Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2000:AA8367

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-10-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
2000/665
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis d.d. 26 oktober 2000

Vonnis van de president van de arrondissementsrechtbank te Arnhem in het kort geding van:

Evangelie Gemeente De Deur,

gevestigd te Arnhem ,

eiseres,

procureur en advocaat: mr. W.J.E. Hendriks te Arnhem,

Rolnummer 2000/665 tegen

de Gemeente Arnhem,

te Arnhem,

verweerster bij vrijwillige verschijning,

procureur en advocaat: mr. C.M.E. Lagarde te Arnhem.

1. Procesverloop

Eiseres heeft geconcludeerd zoals weergegeven in de conclusie van eis. Verweerster is vrijwillig verschenen ter terechtzitting van 26 oktober 2000. Verweerster heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. De raadslieden van partijen hebben de zaak bepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities en de daarbij behorende produkties. Ten slotte zijn de processtukken voor het wijzen van vonnis overgelegd.

2. Vaststaande feiten

1. Eiseres is een kerkgenootschap met een christelijke inslag. Zij heeft ongeveer 150 leden.

2. Eiseres huurt sedert juni 2000 het pand aan de Velperweg 25 te Arnhem (hierna: het pand). Het perceel waarop het pand is gelegen heeft op grond van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan "Velperpoort-Hoflaan" de bestemming "gemengde bebouwing klasse IX-B". Op grond van artikel 9, tweede lid, van de bij het bestemmingsplan behorende planvoorschriften zijn de gronden met deze bestemming uitsluitend bestemd voor het gebruik ten behoeve van kantoren en showrooms. Op grond van artikel 12, eerste lid, van de planvoorschriften is het verboden om gronden en opstallen of delen daarvan te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het bestemmingsplan aan de grond gegeven bestemming.

3. Bij besluit van 6 september 2000 heeft verweerster eiseres onder aanzegging van toepassing van bestuursdwang gelast om het gebruik van het perceel Velperweg 25 ten behoeve van het houden van kerkdiensten en aanverwante activiteiten van het kerkgenootschap te staken en gestaakt te houden. Tegen dit besluit heeft eiseres op 20 september 2000 een bezwaarschrift bij verweerster ingediend en is tevens de president van deze rechtbank, sector bestuursrecht, verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Op dit verzoek is bij uitspraak van 12 oktober 2000 (hierna: de uitspraak) afwijzend beslist. Daarbij heeft de president overwogen dat gebruik van het pand door eiseres ten behoeve van het houden van kerkdiensten en overige activiteiten in strijd is met het vigerende bestemmingsplan, zodat verweerster in beginsel bevoegd was op om grond van artikel 125 van de Gemeentewet handhavend op te treden.

Op het op 20 september 2000 ingediende bezwaarschrift was ten tijde van dit geding nog niet beslist.

4. Bij brief van 12 oktober 2000 heeft eiseres aan verweerster meegedeeld dat het strijdige gebruik van het pand direct zal worden opgeheven.

5. Op 18 oktober 2000 om 19.30 uur hebben twee inspecteurs van de afdeling Bouw- en woningtoezicht van verweerster , de heren P.F. Lafleur en S. Zandwijken, het perceel Velperweg 25 bezocht. Zij hebben geconstateerd dat in het gedeelte van het pand dat blijkens een opschrift als "Christelijke boekenshowroom"in gebruik is, 50 leden aanwezig waren en dat er 150 stoelen in die ruimte stonden opgesteld. Een van de leden heeft meegedeeld dat de dienst over vijf minuten zou beginnen. Deze bevindingen zijn vastgelegd in het proces-verbaal van 20 oktober 2000.

6. Op 19 oktober 2000 heeft verweerster het gedeelte van het pand dat blijkens het opschrift boven de ingang is ingericht als "christelijke boekenshowroom" dichtgespijkerd en verzegeld wegens strijdig gebruik van dat deel van het pand. Het gedeelte van het pand dat als kantoor in gebruik is, is niet verzegeld.

7. Op 22 oktober 2000 heeft voornoemde inspecteur Lafleur geconstateerd dat er onder het afdak op perceel Velperweg 25 een bijeenkomst werd gehouden en dat er werd gezongen door de aanwezigen met begeleiding van muziekinstrumenten. De voorzijde van het afdak was afgeschermd met zeil. Deze constateringen zijn neergelegd in het proces-verbaal van 23 oktober 2000.

3 Het geschil

1. Eiseres stelt zich op het standpunt dat haar huidige activiteiten in het pand, te weten het gebruik van het pand als kantoor en als christelijke boekenshowroom, niet in strijd is met het vigerende bestemmingsplan. Door het dichtspijkeren van het pand kan het pand niet meer als showroom worden gebruikt en heeft verweerder daarmee disproportioneel gehandeld, aldus eiseres. Voorts stelt eiseres dat verweerster toezeggingen heeft gedaan op grond waarvan zij de verwachting heeft gekregen dat het door eiseres uitgeoefende gebruik in het pand gelegaliseerd zal worden. Daarnaast wordt aangevoerd dat het handelen van verweerster in strijd is met de artikelen 9, 10 en 11 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).

2. Eiseres vordert verweerster te veroordelen de beslissing ten aanzien van het dichtspijkeren en verzegelen van het gedeelte dat blijkens het opschrift boven de ingang is ingericht als "christelijke boekenshowroom" aan de Velperweg 25 te Arnhem ongedaan te maken en verdere toepassing van bestuursdwang gestaakt te houden zolang eiseres aan het bestemmingsplan voldoet, een en ander op straffe van een dwangsom. Voorts vordert eiseres verweerster te veroordelen over te gaan tot het in procedure brengen van de benodigde bestemmingsplanwijzigingen, met veroordeling van verweerster in de kosten van deze procedure.

3. Verweerster heeft het gevorderde gemotiveerd betwist.

4. De beoordeling van het geschil

1. Vaststaat dat het pand op grond van het vigerende bestemmingsplan uitsluitend als kantoor en showroom mag worden gebruikt. Voorts staat vast dat het gebruik van het perceel door eiseres ten behoeve van het houden van kerkdiensten en overige aanverwante, kerkelijke activiteiten zich niet verdraagt met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan.

2. Tussen partijen is in geschil of het gebruik van het pand, met name na 12 oktober 2000, in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan en of verweerster terecht op grond van het besluit van 6 september 2000 op 19 oktober 2000 tot toepassing van bestuursdwang is overgegaan.

In dit kader stelt eiseres dat zij sedert 12 oktober 2000 het pand als kantoor en christelijke showroom in gebruik heeft. Volgens verweerster gebruikt eiseres het pand nog steeds voor het houden van kerkdiensten.

3. Uit de gedingstukken blijkt dat eiseres, nadat de uitspraak bekend was gemaakt, boven de deur van het pand een leesbaar bord heeft opgehangen met de tekst "Christelijke boekenshowroom". Daarnaast is in het pand een bord geplaatst met daarop de mededeling "Attentie, alle diensten zijn vervallen, alleen boekenshowroom". In het pand zijn zes christelijke boeken tentoongesteld.

Blijkens het door eiseres overgelegde programma getiteld Programma Boekenshowroom "Velperweg 25" werden er tot 19 oktober 2000 bijeenkomsten in het verzegelde gedeelte van het pand gehouden. Uit bedoeld programma blijkt dat de bijeenkomsten werden gehouden op woensdagavond en op zaterdag en zondag, overdag en/of ’s avonds.

Tijdens de bijeenkomsten vonden boekbesprekingen plaats met medewerking van de voorganger van de kerkgenootschap. Het betrof besprekingen over christelijke boeken die in het pand waren tentoongesteld. De boekbesprekingen werden afgewisseld met pauzes met muziek en zang en met muzikale intro’s. Verder werden er tijdens de bijeenkomsten onder meer christelijke films getoond, vonden er lezingen plaats over christelijke schilderkunst en over christelijke drama- en mime-expressie en er werd christelijke dans- en zangexpressie gegeven.

4. Gelet op de inhoud van vorenbedoeld programma van de bijeenkomsten kan voorshands niet staande worden gehouden dat eiseres het pand als showroom in gebruik heeft. Weliswaar staat er een gering aantal (christelijke) boeken tentoongesteld die overigens volgens eiseres niet te koop zijn, maar de bijeenkomsten dragen het karakter van een kerkdienst en overige aanverwante (kerkelijke) activiteiten en dienen ook als zodanig gekwalificeerd te worden. De ruimte in het pand is ook ingericht om diensten en aanverwante activiteiten te houden: er staan 150 stoelen en een spreekstoel opgesteld, hetgeen door eiseres niet is weersproken. Voornoemde inspecteurs in dienst van verweerster hebben op 18 oktober 2000 geconstateerd dat er een dienst in het pand zou worden gehouden.

De omstandigheid dat er een bord bij de ingang was aangebracht met de tekst "Christelijke showroom" kan aan vorenstaand oordeel niet afdoen. In dit verband wordt met verweerster geconcludeerd dat het gaat om het feitelijk gebruik van het pand en niet om de aanduiding die op en in het pand is aangebracht.

5. De grief van eiseres dat voornoemde inspecteurs niet op correcte wijze tijdens de bijeenkomst hebben opgetreden en dat er geen waarde mag worden gehecht aan het door hen opgesteld proces-verbaal moet worden verworpen, nu daarvan voorshands niet is gebleken.

6. Het voorgaande leidt tot het voorlopige oordeel dat eiseres, ook nadat de uitspraak van de bestuursrechter van 12 oktober 2000 bekend was gemaakt, het strijdige gebruik van een gedeelte van het pand heeft voortgezet. Dit strijdige gebruik is zelfs geïntensiveerd: een inspecteur van verweerster heeft geconstateerd dat eiseres op 22 oktober 2000 onder een afdak, gelegen op perceel Velperweg 25, in de openlucht een dienst heeft gehouden.

Zulks is ook niet door eiseres betwist.

In dit verband wordt met verweerster overwogen dat op grond van het bestemmingsplan het houden van kerkdiensten niet alleen in het pand maar ook op de rest van het perceel Velperweg 25 niet is toegestaan.

7. Nu eiseres het strijdige gebruik heeft gecontinueerd, heeft verweerster door het dichtspijkeren en verzegelen van het gedeelte van het pand dat blijkens het opschrift boven de ingang is ingericht als "Christelijke boekenshowroom" niet onrechtmatig jegens eiseres gehandeld. Dat verweerster disproportioneel heeft gehandeld zoals door eiseres is gesteld, is niet gebleken. Het gedeelte van het pand dat als kantoor door eiseres gebruikt wordt, is ook na het dichtspijkeren nog steeds toegankelijk.

8. Evenmin heeft verweerster vanwege het dichtspijkeren en verzegelen van het pand de in de artikelen 9, 10 en 11 van het EVRM genoemde rechten geschonden. Dienaangaande wordt overwogen dat de uitoefening van grondrechten niet met zich brengt dat een bestemmingsplan en de daarbij behorende voorschriften hun betekenis zouden verliezen. Deze grief van eiseres dient derhalve te worden verworpen.

9. Gelet op het voorgaande moet de vordering van eiseres, inhoudende te bepalen dat verweerster het dichtspijkeren en verzegelen van het gedeelte van het pand ongedaan dient te maken en verder een toepassing van bestuursdwang gestaakt dient te houden, worden afgewezen.

10. Ten aanzien van de vordering te bepalen dat verweerster dient over te gaan tot het in procedure brengen van de benodigde bestemmingsplanwijzigingen wordt het volgende overwogen.

11. Eiseres stelt dat verweerster toezeggingen heeft gedaan en verwachtingen heeft gewekt waarbij ondermeer een inpassing in het nieuwe bestemmingsplan in het vooruitzicht is gesteld. Nog daargelaten de vraag of de beweerdelijke toezeggingen door een daartoe bevoegd persoon of bestuursorgaan zijn gedaan, is daarvan voorshands niet gebleken.

Uit de stukken blijkt slechts dat verweerster zich bereid heeft verklaard om het perceel Velperweg 25 in het te wijzigen (nieuwe) bestemmingsplan "Velperweg-West" de bestemming "maatschappelijke doeleinden" te geven, maar daarbij heeft verweerster aangegeven dat daarmee nog geen concreet zicht op legalisatie van het door eiseres beoogde gebruik van het pand bestaat.

12. Voor zover eiseres met deze vordering heeft bedoeld dat verweerster op korte termijn de vrijstellingsprocedure op grond van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) in procedure brengt, wordt het volgende overwogen.

Eiseres dient zelf een verzoek tot vrijstelling in te dienen. Zulks heeft zij ook op 26 september 2000 gedaan. Verweerster heeft bij schrijven van 19 oktober 2000 aan eiseres meegedeeld dat dit verzoek in behandeling is genomen. Binnen de gestelde termijn zal verweerster op dit verzoek beslissen. Gedurende deze procedure kan eiseres gebruik maken van de bestuursrechtelijke rechtsmiddelen van bezwaar en beroep. Nu er een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat, dient eiseres ten aanzien van deze vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

13. Als de in het ongelijk gestelde partij zal eiseres in de proceskosten worden verwezen.

5 De beslissing

De president,

1. verklaart eiseres in haar vordering verweerster te veroordelen de benodigde bestemmingsplanwijzigingen in procedure te brengen niet-ontvankelijk;

2. wijst de overige vorderingen af;

3. veroordeelt eiseres in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van verweerster begroot op f. 1.550,--- voor salaris procureur en op f. 400,-- wegens griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door de vice-president mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2000 in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I.A. Hensen, waarvan de motivering afzonderlijk is geminuteerd op 9 november 2000.

De griffier, De rechter,

Coll.: