Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2000:AA6286

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-05-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
2000/305
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis d.d. 31 mei 2000

Vonnis van de president van de arrondissementsrechtbank te Arnhem in het kort geding van:

1. de vennootschap onder firma Tellus V.O.F.,

kantoorhoudende te R, alsmede haar vennoten:

2. H,

3. J,

beiden wonende te R,

eisers bij dagvaarding van 11 mei 2000,

procureur: mr. J.M.J. Huver te Arnhem,

advocaat : mr. M.G. Bannenberg te Rotterdam,

Rolnummer 2000/305 tegen

B h.o.d.n. van Financieel Planburo,

wonende te O,

gedaagde,

procureur: mr. J.S. Wurfbain te Barneveld,

advocaat: mr. C.J. van Dijk te Ede.

1 Procesverloop

Eisers, hierna gezamenlijk te noemen Tellus c.s. en afzonderlijk respectievelijk Tellus, H en J, hebben gedaagde, hierna te noemen B, ter terechtzitting van 29 mei 2000 in kort geding doen dagvaarden en bij mondelinge conclusie van eis gevorderd als weergegeven in de dagvaarding. B heeft geconcludeerd tot weigering van de gevorderde voorzieningen. De raadslieden hebben de zaak bepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities en de daarbij behorende produkties.

Ten slotte zijn de processtukken voor het wijzen van vonnis overgelegd.

2 De vaststaande feiten

2.1 Tellus en Financieel Planbureau zijn beide ondernemingen die zich bezighouden met de commerciële exploitatie van geregistreerde domeinnamen.

2.2 H en J zijn vennoten van Tellus.

B exploiteert de onderneming Financieel Planbureau.

2.3 Bij e-mails van respectievelijk 15 oktober 1998 en 5 november 1998 heeft de Stichting internet domeinregistratie Nederland (hierna: de stichting) aan B meegedeeld dat de registratie van de door hem aangevraagde domeinnamen financiering.nl, krediet.nl en lening.nl is geweigerd omdat deze domeinnamen een algemene benaming zijn en dat met de beoogde domeinnamen misverstanden kunnen worden opgeroepen.

2.4 Bij ongedateerd schrijven (waarschijnlijk van omstreeks juli 1999) heeft de stichting aan B meegedeeld dat per 1 april 1999 een ruimer beleid wordt gevoerd bij de toekenning van domeinnamen. De stichting heeft een opsomming gegeven van de door B aangevraagde domeinnamen waarvan de blokkade is opgeheven.

2.5 Op of omstreeks 1 september 1999 heeft de stichting de domeinnamen krediet.nl, lening.nl en financiering.nl aan Tellus toegekend.

2.6 De raadsman van B heeft bij schrijven 30 maart 2000 de stichting meegedeeld dat hij heeft ontdekt dat de door B in 1998 aangevraagde domeinnamen krediet.nl, financiering.nl en lening.nl innmiddels op naam van Tellus geregistreerd staan. De stichting is verzocht een verklaring te geven voor het feit dat deze domeinnamen niet voorkomen in de opsomming van gedeblokkeerde domeinnamen in de onder 2.4 genoemde brief.

2.7 Bij schrijven van 21 april 2000 heeft de stichting aan de raadsman van B het volgende meegedeeld:

“Ondanks de zorgvuldigheid die hierbij is betracht, blijkt, medio februari nadat Financieel Planburo via haar deelnemer hierover vragen stelde, dat krediet.nl en financiering.nl niet in het gegevensbestand zijn terecht gekomen op basis waarvan brieven, waarin de mogelijkheid aan de eerste aanvrager werd geboden de naam van de speciale lijst alsnog te laten registreren, werden verstuurd.”

2.8 Tellus c.s. hebben de domeinnamen inmiddels verkocht aan een derde.

2.9 Met verlof van de president van deze rechtbank van 4 mei 2000 heeft B op 4 mei 2000 conservatoir beslag tot levering laten leggen onder de stichting en onder Tellus en haar vennoten op de domeinnamen krediet.nl, financiering.nl en lening.nl.

2.10 Bij dagvaarding van 18 mei 2000 heeft B met betrekking tot genoemde domeinnamen tegen Tellus c.s. en de stichting een versneld regime bodemprocedure bij deze rechtbank aanhangig gemaakt.

3 Het geschil

3.1 Tellus c.s. stellen dat uitsluitend zij de rechthebbende zijn op de domeinnamen krediet.nl, financiering.nl en lening.nl (hierna ook te noemen: de domeinnamen) en dat zij deze namen op rechtmatige wijze hebben verkregen. Volgens Tellus c.s. blijkt noch uit de e-mails van 15 oktober 1998 en 5 november 1998 noch uit de brief van de stichting van 21 april 2000 dat B de eerste aanvrager van de domeinnamen is op grond waarvan hij rechten zou hebben gehad op deze domeinnamen. Voorts menen Tellus c.s. dat B niet te goeder trouw heeft gehandeld omdat hij zich als eigenaar van de domeinnamen heeft opgesteld en vervolgens beslag daarop heeft laten leggen. Daarnaast hebben Tellus c.s. aangevoerd dat zij vanwege het door B gelegde beslag op de domeinnamen schade lijden, voorlopig begroot op f. 350.000,--, aangezien zij de domeinnamen inmiddels hebben verkocht aan een derde, maar vanwege dat beslag niet tot levering kunnen overgaan.

3.2 Tellus c.s. vorderen opheffing van het beslag op de domeinnamen, één en ander versterkt met een dwangsom en met veroordeling van B in de kosten van dit geding.

3.3 B heeft afwijzing van de gevraagde voorzieningen bepleit.

4 De beoordeling van het geschil

4.1 Voorop wordt gesteld dat ingevolge het bepaalde in artikel 705, lid 2, Rv. het beslag dient te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die opheffing van het beslag vordert -met inachtneming van de beperkingen van de kort geding procedure- aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. De kort geding rechter zal evenwel hebben te beslissen aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd.

4.2 De vordering van B op grond waarvan hij conservatoir beslag tot levering heeft laten leggen op de domeinnamen is erop gebaseerd dat hij de rechthebbende is van deze domeinnamen. Volgens B is hij de eerste aanvrager van de domeinnamen en heeft de stichting hem abusievelijk niet in het automatische gegevensbestand opgenomen op basis waarvan de brieven, waarin de mogelijkheid aan de eerste aanvrager werd geboden de namen alsnog te laten registreren vóór 1 september 1999, werden verstuurd, zodat hij niet wist en ook niet in de gelegenheid is gesteld de domeinnamen alsnog op zijn naam te laten registreren.

4.3 Uit de gedingstukken blijkt dat de stichting per 1 april 1999 een ruimer beleid voert bij de toekenning van domeinnamen. Als gevolg daarvan is een aantal domeinnamen dat voor 1 april 1999 geblokkeerd was alsnog vrijgegeven voor registratie. De stichting heeft de eerste aanvragers van de domeinnamen die voorheen geblokkeerd waren alsnog in de gelegenheid gesteld om die domeinnamen vóór 1 september 1999 op hun naam te laten registreren. Indien de eerste aanvragers geen verzoek daartoe ingediend hebben, zijn de gedeblokkeerde domeinnamen na 1 september 1999 geregistreerd op naam van degene die (na die eerste aanvragers) als eerste daarom heeft verzocht.

4.4 De stichting heeft B omstreeks juli 1999 een brief gezonden waarin hem is meegedeeld dat een aantal door hem aangevraagde domeinnamen dat voor 1 april 1999 geblokkeerd was voor registratie, alsnog op zijn naam aangevraagd kan worden. Daarbij heeft de stichting een opsomming gegeven van domeinnamen die B in het verleden heeft aangevraagd. Vaststaat dat bij die opsomming de onderhavige domeinnamen niet vermeld staan. De stichting heeft bij brief van 21 april 2000 aan B meegedeeld dat (abusievelijk) de eerste aanvrager van de domeinnamen krediet.nl en financiering.nl geen brief is toegezonden om hem in de gelegenheid te stellen de domeinnamen alsnog te laten registreren. Uit de brief van de stichting van 15 mei 2000 blijkt dat die brief ook niet naar de eerste aanvrager van de domeinnaam lening.nl is gezonden.

4.5 De kernvraag in dit geschil is of B als eerste aanvrager van de domeinnamen kan worden aangemerkt op grond waarvan hij, gelet op het ten deze door de stichting gevoerde beleid, als eerste rechten heeft kunnen en nog kan doen gelden op de domeinnamen.

Tellus c.s. veronderstellen dat B niet de eerste aanvrager van de domeinnamen is. Zo hij al als zodanig moet worden aangemerkt, heeft hij niet vóór 1 september 1999 een registratie van deze domeinnamen aangevraagd, aldus Tellus c.s.. Tellus c.s. hebben echter op geen enkele wijze onderbouwd dat B niet de eerste aanvrager is danwel dat B op de hoogte was van de mogelijkheid de domeinnamen te laten registreren vóór 1 september 1999 en dit desondanks niet heeft gedaan. Tellus c.s. hebben geen stukken overgelegd van de stichting waaruit blijkt dat B niet de eerste aanvrager is. Evenmin hebben Tellus c.s. een lijst overhandigd van de op de website van de stichting verschenen lijst van gedeblokkeerde domeinnamen ter adstructie van hun stelling dat B wist of kon weten dat de domeinnamen gedeblokkeerd waren. De omstandigheid dat B met Tellus c.s. onderhandelingen heeft gevoerd over de overname van de domeinnamen en niet te goeder trouw heeft gehandeld zoals door Tellus c.s. is aangevoerd kan, alleen al omdat dit betwist wordt door Brokerhof, niet van doorslaggevende betekenis worden geacht.

4.6 Ook het feit dat de stichting in haar brief van 21 april 2000 niet heeft meegedeeld dat B niet de eerste aanvrager van de domeinnamen is, maar in plaats daarvan een omslachtig antwoord heeft gegeven op de vraag van de raadsman van B in zijn brief van 30 maart 2000 wat de gang van zaken is geweest met betrekking tot de domeinnamen, zou -zoals ook door B is gesteld- een aanwijzing kunnen zijn dat B toch de eerste aanvrager van de domeinnamen is.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat voorshands niet is uit te sluiten dat in de versneld regime procedure alsnog komt vast te staan dat B als de eerste aanvrager van de domeinnamen moet worden aangemerkt

4.7 Tellus c.s. hebben nog aangevoerd dat B na de levering van de domeinnamen aan de derde aan wie ze zijn verkocht, tegen die derde een (juridische) procedure kan instellen indien hij meent dat hij de rechthebbende is van de domeinnamen. Dienaangaande wordt overwogen dat de levering van de domeinnamen aan een derde weliswaar nog geen onomkeerbare situatie in het leven roept, maar dat het in die situatie voor B aanzienlijk moeilijker zou zijn om de domeinnamen alsnog op zijn naam geregistreerd te krijgen dan wanneer hij kan volstaan met de thans al aanhangig gemaakte bodemprocedure tegen Tellus c.s..

4.8 De slotsom is dat Tellus c.s. de ondeugdelijkheid van de door B gepretendeerde vordering op grond waarvan hij conservatoir beslag tot levering heeft laten leggen, niet summierlijk hebben aangetoond. Het beslag zal daarom niet worden opgeheven.

4.9 Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Tellus c.s. in de proceskosten worden verwezen.

5 De beslissing

De president,

5.1 weigert de gevorderde voorzieningen;

5.2 veroordeelt Tellus c.s. in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van B begroot op f. 1.550,-- voor salaris procureur en op f 400,-- wegens griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Drabbe en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2000 in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I.A. Hensen.