Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2000:AA5952

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-05-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
1998/1455
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2001, 46

Uitspraak

Vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem, enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken, in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LEXMOND TRADING B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Leidschendam,

2. M. L.,

wonende te L.,

eisende partijen bij dagvaarding van 26 mei 1998,

procureur: mr. X.M.C.I. Wakim te Nijmegen,

advocaat: mr. J.C.M. Wildschut te Amsterdam,

Rolnummer: 1998/1455 tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOEVERS INTERNATIONAAL TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde partij,

procureur: mr. J.C.N.B Kaal te Arnhem,

advocaat: mr. M.A.R.C. Padberg te Amsterdam,

Partijen worden verder aangeduid als Lexmond BV en Lexmond, tezamen Lexmond c.s., respectievelijk Hoevers.

1. Het verdere verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure tot het tussen partijen gewezen tussenvonnis van 7 januari 1999 verwijst de rechtbank naar hetgeen in dat tussenvonnis is overwogen. Op 20 mei 1999 is de in dat tussenvonnis bevolen comparitie na antwoord gehouden, waarvan het proces-verbaal zich bij de stukken bevindt. Daarna hebben partijen een conclusie van repliek met 3 producties, respectievelijk een conclusie van dupliek genomen. Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd en vonnis gevraagd.

2. De vaststaande feiten

2.1 Op 22 mei 1997 verzendt Spedizioni Internationali R. K. S.A. te Chiasso, Zwitserland, - hierna: K. - per telefax een laadopdracht aan Hoevers voor vervoer van 599 colli auto-onderdelen, gewicht 2689 kg, van Embo S.p.A. te Caramagna, Piemonte, Italië, naar Lexmond BV te Stompwijk, gemeente Leidschendam.

2.2 Op 26 mei 1997 worden 589 “loose car body parts” met een bruto gewicht van 2655,13 kg ingeladen in een door T. H. bestuurde vrachtwagen van Hoevers. De vrachtwagen is daarvoor reeds beladen met wijn. Er wordt na belading met de auto-onderdelen een CMR-vrachtbrief, nr. NL 244920, opgemaakt. In de vrachtbrief is Embo als afzender, Lexmond BV als geadresseerde en Hoevers als vervoerder vermeld. Het vervoer vindt “ex works” plaats.

2.3 Op de vrachtbrief is als “instructies afzender” het navolgende vermeld:

“IT IS ABSOLUTELY FORBIDDEN TO PASS OUR MATERIAL THROUGH THE FRENCH TERRITORY. WE DECLINE ALL RESPONSABILITY BOTH LEGAL AND MATERIAL DERIVING FROM THE SAME.”

2.4 De vrachtwagen is te zwaar voor vervoer door Zwitserland. Hoevers rijdt door Frankrijk. Bij Ennery Moselle in Frankrijk nemen Franse opsporingsambtenaren bij een routineonderzoek op 27 mei 1997 225 onderdelen in beslag genomen op verdenking van inbreuk op onder meer aan Renault S.A. toebehorende intellectuele eigendomsrechten.

2.5 Op 2 juni 1997 levert Hoevers 364 onderdelen af aan Lexmond. 26 onderdelen zijn onherstelbaar beschadigd. Het gewicht van deze onderdelen is 148 kg. Lexmond weigert deze onderdelen te aanvaarden.

2.6 Renault heeft Lexmond c.s. gedagvaard voor het gerecht te Metz, Frankrijk, in verband met inbreuk van aan Renault toebehorende intellectuele eigendomsrechten. Deze procedure is nog aanhangig.

3. Het geschil

3.1 Lexmond c.s. vorderen dat de rechtbank Hoevers, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling aan Lexmond BV van ƒ 9.746,40 met rente ingevolge het CMR-verdrag en tot vergoeding aan Lexmond BV of Lexmond of beiden van schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

3.2 Lexmond c.s. baseren hun vordering op het navolgende. Zij stellen dat Hoevers in strijd met de uitdrukkelijke instructie in de CMR-vrachtbrief de goederen heeft vervoerd over Frans grondgebied. Door de inbeslagneming door Franse opsporingsambtenaren op 27 mei 1997 zijn 26 onderdelen onherstelbaar beschadigd. De factuurwaarde van deze onderdelen bedraagt ƒ 9.746,40. Lexmond c.s stellen dat Hoevers tegenover Lexmond BV aansprakelijk is voor de door de onherstelbare beschadiging geleden schade ten belope van de factuurwaarde nu, gezien artikel 29 van het op 19 mei 1956 te Genève gesloten Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, Trb. 1957, 84 (hierna: CMR), Hoevers geen beroep kan doen op artikel 23 van het CMR: Hoevers heeft door Frankrijk te rijden willens en wetens in strijd gehandeld met de ondubbelzinnige instructie op de vrachtbrief dat niet te doen. Voor het geval Lexmond c.s. tot enig bedrag zullen worden veroordeeld in de procedure, genoemd in 2.6, dient Hoevers hen schadeloos te stellen, omdat zij onrechtmatig tegenover hen heeft gehandeld door de onderdelen over Frans grondgebied te vervoeren.

3.3 Hoevers erkent aansprakelijk te zijn voor de beschadiging aan de 26 onderdelen tot

ƒ 3.279,35 en de daarover verschenen CMR-rente. Voor het overige voert zij gemotiveerd verweer met veroordeling van Lexmond c.s in de kosten bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad.

4. De beoordeling

4.1 Het door Hoevers uitgevoerde vervoer vond plaats tussen Caramagna in Italië en Leid-schendam in Nederland. Het CMR is op de rechtsverhouding(en) ter zake van dit vervoer van toepassing. Op grond van artikel 31, eerste lid, aanhef en sub a, CMR is de rechtbank bevoegd kennis te nemen van de vordering van Lexmond c.s.: Hoevers is binnen het arrondissement van de rechtbank gevestigd.

4.2 Lexmond c.s. baseren hun vordering op de stelling dat Hoevers onrechtmatig heeft gehandeld. De verweten gedraging heeft plaatsgevonden in Frankrijk. Niettemin zal de rechtbank Nederlands recht toepassen, met inachtneming van het rechtstreeks werkende CMR, omdat alle partijen in Nederland zijn gevestigd en de eventuele afwikkeling van de schade tengevolge van de gestelde onrechtmatige gedraging zich tussen partijen in Nederland zal afspelen. Een extra aanknopingspunt voor toepassing van Nederlands recht is het feit dat Lexmond c.s. een beroep op onbeperkte aansprakelijkheid van Hoevers doen. Op grond van artikel 29, eerste lid, CMR dient die vraag naar Nederlands recht te worden beoordeeld. Partijen gaan in deze procedure overigens kennelijk ook uit van toepasselijkheid van het Nederlandse recht.

4.3 Hoevers erkent bij conclusie van antwoord onder verwijzing naar artikel 23 van het CMR aansprakelijkheid voor de schade aan de 26 onderdelen die bij aankomst onherstelbaar waren beschadigd tot ƒ 3.279,25, vermeerderd met CMR-rente. De omvang is berekend aan de hand van het gewicht van de 26 onderdelen (148 kg), vermenigvuldigd met 8,33 Special Drawing Rights (SDR), in guldens omgerekend naar de koers van 27 november 1998. Hoevers beroept zich ter afwering van een verdergaande schadevergoedingsverplichting op de limitering van deze verplichting op grond van artikel 23, derde lid, CMR.

4.4 Lexmond c.s. stellen dat het verwijt van het negeren van de instructie niet over Frans grondgebied te rijden dusdanig ernstig is, dat Hoevers zich op grond van artikel 29, eerste lid, CMR niet op de schadevergoedingslimiet van artikel 23, derde lid, CMR kan beroepen.

4.5 Hoevers stelt dat zij in overleg met K. heeft besloten door Frankrijk te rijden. Die stelling betwisten Lexmond c.s.. Zij stellen, althans zo begrijpt de rechtbank de daarop betrekking hebbende stellingen in de conclusie van repliek, dat zij Hoevers extra vracht ten belope van DM 202,- hebben aangeboden in verband met de noodzakelijke omweg via Oostenrijk. Die stelling wordt weer betwist door Hoevers.

4.6 De rechtbank overweegt als volgt. Hoevers heeft de schade niet opzettelijk veroorzaakt. Blijkens artikel 29, eerste lid, CMR dient de vraag welke mate van schuld met opzet gelijk wordt gesteld, te worden beoordeeld naar Nederlands recht. Volgens artikel 1108 Boek 8 BW gaat het om een eigen roekeloze handeling of roekeloos nalaten, geschied met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.

4.7 Ook al zou Hoevers zonder overleg met K. of Lexmond BV over Frans grondgebied zijn gereden, dan nog heeft Hoevers de onherstelbare schade aan de 26 onderdelen niet roekeloos veroorzaakt in de zin van artikel 1108 Boek 8 BW. Hoevers heeft ongenoegzaam betwist gesteld dat zij er niet van op de hoogte was dat zij onderdelen vervoerde, waarmee inbreuk werd gemaakt op aan derden toebehorende intellectuele eigendomsrechten, althans in Frankrijk, en dat K. of Embo haar niet heeft ingelicht over de reden van het verbod over Frans grondgebied te rijden. Over de toedracht van de beschadiging van de 26 onderdelen is in de procedure niets gesteld en evenmin iets gebleken. Op grond van deze omstandigheden is van roekeloze veroorzaking van deze schade in de zin van artikel 1108 Boek 8 BW geen sprake. Daaraan doet niet af dat op de vrachtbrief de instructie voorkwam niet over Frans grondgebied te rijden. Op grond van die enkele instructie ontstond immers niet de wetenschap dat het optreden van de onherstelbare beschadiging van de onderdelen waarschijnlijk uit het rijden over Frans grondgebied zou voortvloeien.

4.8 Het door Hoevers berekende gewicht van de 26 onherstelbaar beschadigde onderdelen van 148 kg is door Lexmond c.s. niet bestreden. Hoevers heeft de omvang van de schadevergoedingsverplichting berekend naar de koers van de SDR op 27 november 1998. De rechtbank hanteert op grond van artikel 23, zevende lid, CMR de koers van de SDR ten tijde van het uitspreken van dit vonnis, althans een datum die dat tijdstip zo veel mogelijk benadert. Zij stelt de koers vast op ƒ 3,20, de koers van 3 mei 2000. De omvang van de schadevergoedingsverplichting van Hoevers jegens Lexmond BV bedraagt derhalve 148 x 8,33 x 3,20 = ƒ 3.945,09. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.

4.9 Aangezien niet is gebleken dat Lexmond BV de vordering voor de dagvaarding schriftelijk bij Hoevers heeft ingediend, zal de rente van 5 procent per jaar op grond van artikel 27, eerste lid, CMR worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding, 26 mei 1998.

4.10 Lexmond c.s. vorderen verder vergoeding van de schade die zij mogelijk lijden tengevolge van een veroordeling ten gunste van Renault in de inbreukprocedure die aanhangig is voor het gerecht te Metz. Dit bestanddeel van de vordering is beperkt tot het beloop van die eventuele veroordeling.

4.11 Dit bestanddeel van de vordering zal de rechtbank afwijzen. Indien de vordering van Renault wordt afgewezen, is er geen schade voor Lexmond c.s.. Als de vordering van Renault wordt toegewezen, moet worden aangenomen dat Lexmond c.s. inbreuk hebben gemaakt op aan Renault toebehorende intellectuele eigendomsrechten. De schade die Lexmond c.s. in dat geval lijden, is schade in het kader van activiteiten die inbreuk maken op die intellectuele eigendomsrechten. Dergelijke schade is schade in een niet-rechtmatig belang die niet voor vergoeding in aanmerking komt, zoals Hoevers terecht betoogt.

4.12 De door Lexmond c.s. van Hoevers gevorderde schade zou alleen dan voor vergoeding in aanmerking komen, als van inbreuk makende activiteiten slechts in Frankrijk sprake zou zijn en niet in Italië, Oostenrijk, Duitsland of Nederland. Lexmond c.s. hebben slechts zonder nadere motivering gesteld dat er bij vervoer van de onderdelen door Duitsland geen inbreuk van aan Renault toebehorende intellectuele eigendomsrechten zou zijn opgetreden, welke stelling door Hoevers is betwist. Lexmond c.s. hebben derhalve onvoldoende gesteld op grond waarvan kan worden vastgesteld dat slechts het vervoer over Frans grondgebied leidt tot inbreuk op intellectuele eigendomsrechten van Renault.

4.13 Op grond van het voorgaande kan in het midden blijven of K. optrad als expediteur, als (onmiddellijke) vertegenwoordiger van Lexmond BV of als hoofdvervoerder en wie de instructiebevoegde afzender was en of Hoevers vervoerder of ondervervoerder was.

4.14 Lexmond c.s. zullen als de in hoofdzaak in het ongelijk gestelde partijen in de kosten van dit geding worden veroordeeld.

De beslissing

De rechtbank, recht doende

1. veroordeelt Hoevers aan Lexmond BV te betalen ƒ 3.945,09 (zegge: negenendertighonderd vijfenveertig gulden en negen cent) te vermeerderen met rente van vijf procent per jaar vanaf 26 mei 1998 tot aan de dag der algehele voldoening;

2. veroordeelt Lexmond c.s. in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van Hoevers begroot op ƒ 370,- voor verschotten en ƒ 2.580,- voor salaris procureur;

3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4. wijst af het anders en meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2000.