Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2000:AA5851

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-05-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
1999/1079
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis in de zaak van:

JL,

wonende te H,

hierna te noemen: L,

eiseres bij dagvaarding van 29 juni 1999,

procureur mr. P.C. Plochg te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

POLIS DIRECT B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Nijmegen,

hierna te noemen: Polis Direct,

gedaagde bij voormelde dagvaarding,

procureur mr. J.M. Bosnak te Arnhem.

Het verloop van de procedure

L heeft bij bovengenoemde dagvaarding Polis Direct voor deze rechtbank doen dagvaarden. Daarna zijn de volgende proceshandelingen verricht:

conclusie van eis met twee producties;

conclusie van antwoord met twee producties;

conclusie van repliek;

conclusie van dupliek.

Tenslotte hebben de partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van vonnis.

De vaststaande feiten

1.1 Met ingang van 21 juli 1998 is tussen Polis Direct en L een

verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen waarbij Polis Direct W.A.M. en Casco-dekking heeft verleend voor een personenauto Volkswagen Golf 1.9 CLD met kenteken X, bouwjaar 1995.

1.2 Polis Direct heeft bij het aangaan van de verzekering een vragenformulier gehanteerd. Hierop wordt L aangegeven als verzekeringnemer en “geregelde bestuurder”. Op dit formulier kwamen onder meer de volgende vragen voor.

Is de aanvrager, de bestuurder of een andere persoon wier belang wordt meeverzekerd wel eens veroordeeld in verband met een verkeersovertreding met als gevolg - al of niet voorwaardelijk - ontzegging van de rijbevoegdheid of gevangenisstraf, dan wel wegens een vermogens- of geweldsmisdrijf tijdens de laatste acht jaar?

Verzekeringnemer : ja nee

Geregelde bestuurder : ja nee

Heeft enige verzekeraar u ooit enige verzekering (ongeacht soort) afgewezen of opgezegd, dan wel beperkende bepalingen gesteld?

Verzekeringnemer : ja nee

Geregelde bestuurder : ja nee

Hebt u in de laatste drie jaar met een motorrijtuig schade veroorzaakt die niet kon worden verhaald op de tegenpartij?

Verzekeringnemer : ja nee

Geregelde bestuurder : ja nee

L heeft op alle vragen “nee” geantwoord.

1.3 L heeft op 11 december 1998 bij de politie aangifte gedaan van de diefstal van bovengenoemde auto en de diefstal aangemeld bij Polis Direct.

1.4 Polis Direct heeft Euro Preventie en Expertise B.V. (verder: Euro Preventie) opdracht gegeven onderzoek te verrichten naar de toedracht van de diefstal en de dagwaarde van de auto te bepalen. Dit heeft geresulteerd in een rapport dat door L op 17 december 1998 is geparafeerd en ondertekend. De dagwaarde van de auto inclusief accessoires is in dit rapport vastgesteld op fl. 25.000,- inclusief BTW.

1.5 Tot op heden is Polis Direct niet overgegaan tot uitkering van de dagwaarde.

Het geschil

2.1 L vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Polis Direct veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan L te betalen een bedrag van fl. 25.184,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over fl. 25.000,- vanaf 26 juni 1999, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met de veroordeling van Polis Direct in de kosten van de procedure.

2.2 L stelt daartoe dat Polis Direct toerekenbaar tekort is geschoten in de uitoefening van haar verplichtingen voortvloeiende uit de tussen partijen gesloten verzekeringsovereenkomst omdat zij weigert tot uitkering van de verzekeringspenningen over te gaan.

2.3 Polis Direct voert gemotiveerd verweer.

De beoordeling van het geschil

3.1 Polis Direct beroept zich op artikel 251 van het Wetboek van Koophandel (verder: artikel 251K). Polis Direct heeft daartoe aangevoerd dat L in strijd met de waarheid de onder 1.5 vermelde vragen alle met “nee” heeft beantwoord. L heeft - aldus Polis Direct - verzwegen dat de heer P, haar echtgenoot, een regelmatige gebruiker van de bedoelde auto was en het voertuig heeft aangekocht. Voorgaande blijkt uit voornoemd rapport van Euro Preventie. Voorts is P verdacht van een strafbaar feit (het in scène zetten van een aanrijding), in verband waarmee de door hem bij Centraal Beheer afgesloten verzekering is geroyeerd en heeft hij meermalen schade geclaimd, zodat hij over een omvangrijk schadeverleden beschikt. Was Polis Direct hiervan op de hoogte geweest dan zou Polis Direct de verzekering niet - en in ieder geval niet op deze voorwaarden - hebben afgesloten. Verder heeft Polis Direct nog aangevoerd dat - nu L stelt dat zij als geregelde bestuurder dient te worden aangemerkt - voor L evenwel kenbaar was dat het in het vragenformulier ging om een andere bestuurder dan zijzelf als verzekeringnemer. Dit blijkt - aldus Polis Direct - allereerst uit voornoemde door L ondertekende “verklaring inzake diefstal voertuig”, onderdeel van het rapport van Euro Preventie, waarin L op pagina 9 onder het kopje “Verdere gegevens” verklaart:

“Door een assuradeur is wel eens een verzekering geweigerd/geroyeerd of zijn beperkende bepalingen opgelegd aan eigenaar/regelmatige bestuurder. In januari 1995 is Dhr P beticht van een “opzet-aanrijding’. Financiële afwikkeling loopt nog.

Eigenaar/regelmatige bestuurder is wel ter zake van misdrijf met politie en/of justitie in aanraking geweest. (…) dit was ter zake: “verzekeringsfraude m.b.t. bovengenoemde opzet-aanrijding”.

Voorts zou dit eveneens blijken uit de redactie van de hierboven eerstgenoemde vraag uit het vragenformulier nu er wordt gevraagd naar de “aanvrager, de bestuurder of een andere persoon”.

3.2 L stelt dat zij deze vragen naar waarheid heeft beantwoord en stelt voorts dat - kort gezegd - ten tijde van het invullen van het aan de verzekering voorafgaande vragenformulier L niet heeft begrepen of behoren te begrijpen dat waar gevraagd werd naar de geregelde bestuurder bedoeld werd een andere bestuurder dan zij zelf als verzekeringnemer. Slechts bij de eerstgenoemde vraag is gevraagd naar een mogelijk tweede persoon die de auto ook wel eens bestuurt. De auto is aangeschaft voor eigen gebruik en met name voor woon-werk verkeer voor L. P had zelf een andere auto tot zijn beschikking. Ook stond het kentekenbewijs op haar naam. Het was derhalve voor L evident dat zij de verzekeringnemer en tevens geregeld bestuurder van de auto was. Het feit dat P de auto voor L had gekocht en incidenteel bestuurde doet hier volgens L niet aan af. Dat door L in het latere vragenformulier van Euro Preventie (derhalve na het sluiten van de verzekeringsovereenkomst) nadere gegevens werden vermeld vond zijn oorzaak in het feit dat er een andere formulering werd gebruikt (“regelmatige bestuurder” in plaats van “geregelde bestuurder”) en bovendien het formulier werd ingevuld door V, een medewerker van Euro Preventie, aldus L.

3.3 De rechtbank overweegt als volgt. De verzekeringnemer mag de door de verzekeraar voorgelegde vraag opvatten naar de zin die de verzekeringnemer daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mag toekennen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft L terecht de eerste vraag met “nee” beantwoord nu er wordt gevraagd naar een strafrechtelijke veroordeling en niet naar (opgave omtrent) een strafrechtelijk verleden. Door L is in dit kader onweersproken gesteld dat de strafrechtelijke vervolging van P eindigde in een niet-ontvankelijkheid van het OM. Voorgaande wordt niet in de benaming veroordeling begrepen. Ten aanzien van de andere in geschil zijnde vragen van het vragenformulier is de rechtbank van oordeel dat L niet had hoeven te begrijpen dat werd gevraagd naar een ander(e) (persoon) dan de verzekeringnemer nu bij de eerstgenoemde vraag wel expliciet werd gevraagd naar de “aanvrager, de bestuurder of een andere persoon”. Voormelde vragen zijn derhalve voor meer dan één uitleg vatbaar wat in casu tot gevolg heeft dat L de vragen in onderling verband en samenhang beschouwd redelijkerwijs heeft mogen begrijpen als betrekking hebbend op haarzelf als verzekeringnemer tevens geregelde bestuurder. Dit klemt temeer nu op het in rechtsoverweging 1.2 bedoelde aanvraagformulier ook als “geregelde bestuurder” is ingevuld: L. Nu er derhalve door Polis Direct niet - althans onvoldoende - naar gegevens ter zake P is gevraagd had L de gegevens omtrent het schadeverleden en verzekeringsverleden niet op eigen initiatief behoeven mede te delen. Het verweer van Polis Direct faalt op dit punt. Hetgeen door Polis Direct verder is aangevoerd over de gegevens ingevuld op het vragenformulier van Euro Preventie doet aan een en ander niet af, nu de verklaring die L daarover geeft plausibel voorkomt en nu door Polis Direct niet is weersproken dat door Verhoeven, de medewerker van Euro Preventie die het formulier heeft ingevuld, expliciet is gevraagd naar een tweede (onderstreping: rechtbank) regelmatige bestuurder.

3.4 Voorts heeft Polis Direct aangevoerd dat L onwaarachtige opgave heeft gedaan ten aanzien van marktwaarde van de verzekerde auto. Deze zou aanmerkelijk hoger liggen nu de op en in de personenauto aanwezige accessoires aanzienlijk meer waard zouden zijn dan de opgegeven fl. 5.000,-. Ten aanzien van de waarde van de verzekerde personenauto heeft L gesteld dat ze de daadwerkelijk door haar betaalde aanschafprijs ad fl. 28.000,- heeft vermeld, welke prijs zij als de marktwaarde beschouwde en mocht beschouwen. Ook Euro Preventie schat de waarde van de auto een half jaar na het aangaan van de verzekeringsovereenkomst op fl. 25.000,- inclusief BTW en accessoires, aldus L. Dit laatste is door Polis Direct niet betwist. Voorts heeft L ten aanzien van de accessoires onweersproken gesteld dat zij ter beantwoording van de vraag op het aanvraagformulier naar de waarde van de accessoires, contact heeft opgenomen met een medewerker van Polis Direct, die haar adviseerde de waarde vast te stellen op fl. 5.000,-. Zelfs indien de ter zake gedane opgave derhalve onjuist zou zijn, behoort deze omstandigheid in casu voor rekening van de verzekeraar te komen, zodat ook dit verweer van Polis Direct faalt.

3.5 Polis Direct heeft tevens aangevoerd dat L onjuiste opgave van de kilometerstand zou hebben gedaan. Deze zou in tegenstelling tot de opgave van L geen 75.000 km maar 160.552 km bedragen, blijkend uit de Nationale Auto Pas informatie. L heeft hieromtrent allereerst gesteld dat - indien de Nationale Autopas informatie juist is - zij zelf eveneens heeft gedwaald ten aanzien van de kilometerstand. Zij verwijst hierbij ook naar hetgeen V, de vorige eigenaar en verkoper van de litigieuze auto, heeft verklaard. Voorts stelt L zich op het standpunt dat er geen enkele reden was om argwanend te zijn nu deze kilometerstand gelet op het bouwjaar van de auto zeer wel mogelijk was. Dit laatste is door Polis Direct niet gemotiveerd weersproken.

3.6 De rechtbank is van oordeel dat bij gemeenschappelijke dwaling van zowel de verzekeraar als de verzekeringnemer de verzekeraar geen beroep kan doen op artikel 251K. Het risico van een gemeenschappelijke dwaling wordt geacht in de dekking begrepen te zijn. Voorts merkt de rechtbank op dat tevens onweersproken is (gebleven) de stelling van L dat bekendheid van Polis Direct met de juiste kilometerstand geen omstandigheid is die meebrengt dat de overeenkomst niet, of niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten nu deze kilometerstand bij geen van de verzekeraars die het vergelijkingspakket “Rolls” gebruiken behoeft te worden ingevoerd, wat betekent dat de kilometerstand niet relevant is voor de acceptatie van de verzekering of hoogte van de premie. Het verweer van Polis Direct op dit punt faalt derhalve ook.

3.7 Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat het beroep van Polis Direct op artikel 251K niet gerechtvaardigd is en dat de vordering in hoofdsom derhalve voor toewijzing vatbaar is.

3.8 De door L gevorderde wettelijke rente is niet gemotiveerd weersproken en zal worden toegewezen als gevorderd.

3.9 Polis Direct zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De rechtbank

veroordeelt Polis Direct om aan L te betalen een bedrag van:

fl. 25.184,93 (zegge: vijfentwintigduizend honderdvierentachtig gulden en drieënnegentig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente over fl. 25.000,- vanaf 26 juni 1999 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Polis Direct in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van L bepaald op fl. 559,78 aan verschotten en fl. 1.720,- wegens salaris van de procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en uitgesproken in het openbaar op donderdag 11 mei 2000.