Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:1999:AA3783

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-06-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
05/086270-99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ARNHEM

Parketnummers : 05/086270-99

05/086271-99

05/086272-99

05/086299-99

05/086300-99

Zittingsdatum: 11 juni 1999/21 juni 1999

Uitspraak op : 25 juni 1999

STRAFVONNIS

De kinderrechter in de arrondissementsrechtbank te Arnhem,

rechtdoende in de zaak onder bovenstaand parketnummer,

aanhangig gemaakt bij dagvaarding van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem,

tegen: 5 minderjarige verdachten

1. Tenlastelegging :

Aan verdachte is tenlastegelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven. Een fotokopie van de dagvaarding is hierna opgenomen als bijlage I.

(tenlastelegging: dat hij op of omstreeks 10 april 1999 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.1.1.1. van de APV Arnhem en/of artikel 2 van de Politiewet, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door P.A. Vos, inspecteur van politie Gelderland Midden, die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd zich te verwijderen van en/of uit de omgeving van de Batavierenweg en/of het terrein van het stadion Gelredome, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering.)

Voorzover er in de tenlastelegging kennelijk taal- en of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

2. Het onderzoek ter terechtzitting:

De zaak is op 11 juni 1999 (c.q. 21 juni 1999) ter terechtzitting onderzocht.

Daarbij is de verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. P.R.M. Noppen, advocaat te Arnhem (c.q. mr. A.M. van Rossum, advocaat te Arnhem)

De officier van justitie heeft geëist overeenkomstig de ter terechtzitting overgelegde vordering, hierna opgenomen als bijlage II;

(eis: geldboete van f. 300,- subsidiair 6 dagen jeugddetentie)

(A. In de zaak van 4 verdachten:)

Verdachte en zijn raadsman hebben verweer gevoerd.

De raadsman heeft de volgende verweren aangevoerd:

1. Er waren geen wanordelijkheden of een dreiging van het ontstaan daarvan en evenmin een samenscholing in de zin van art 2.1.1.1. APV.

2. De vordering was er niet op gericht de aanwezigen zich te laten verwijderen en derhalve onrechtmatig

3. De vordering was onduidelijk.

3. Overweging met betrekking tot het verweer van de raadsman.

Ad 1. Uit het proces-verbaal van de politie, met name de verklaring van inspecteur P.A. Vos (par. 2.1.1) blijkt, dat bij recente wedstrijden er sprake was geweest van ordeverstoringen, dat thans een groep van meer dan honderd Vitesse-supporters zich bij de bussen van FC Twente bevond, in spreekkoren roepend "FC Twente boeren kom naar buiten als je durft", dat enkelen stenen aan het loswrikken waren (door dhr. Vos als getuige ter zitting bevestigd) en dat hij een geluid hoorde alsof voorwerpen (zoals dhr. Vos nader ter zitting verklaarde) afketsten tegen de bussen.

Onder deze omstandigheden is er naar het oordeel van de kinderrechter sprake van een dreiging van het ontstaan van wanordelijkheden en tevens van "een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis" en "het zich bevinden in of aanwezig zijn bij een samenscholing", één en ander als bedoeld in art. 2.1.1.1. onder 2 van de APV.

Ad 2. Dat de aanhouding van Vitesse-supporters was voorbereid neemt niet weg, dat degenen tot wie de vordering om zich te verwijderen was gericht, de gelegenheid hebben gehad -weliswaar korter dan uit de verklaring van dhr. Vos blijkt, maar in elk geval volgens de tijdsaanduiding van de videoband gedurende na zowel de eerste als de tweede vordering naar schatting een minuut -om zich te verwijderen, en dat na beide vorderingen "een deel van de menigte/het publiek" zich daadwerkelijk naar de uitgang van het stadionterrein heeft begeven (verklaringen van verbalisanten in par. 2.1.5.).

De vordering was derhalve niet onrechtmatig.

Ad 3. De vordering is wellicht voor diegenen die het verst weg stonden (in de buurt van de infokassa) niet voldoende hoorbaar geweest, nu "slechts" een megafoon is gebruikt en de groep erg rumoerig was.

De tekst van de vordering, zoals die blijkt uit de verklaring van dhr. Vos, laat aan duidelijkheid niet te wensen over.

Uit vorenstaande volgt, dat voornoemde verweren worden verworpen.

(B. In de zaak van 1 verdachte:)

Verdachte en zijn raadsvrouwe hebben verweer gevoerd.

De raadsvrouwe heeft de volgende verweren aangevoerd:

1. De bedreiging van de openbare orde was te mager; het optreden van de politie was te veel gericht op actie.

2. De officier van justitie had de overtreding van art. 2.1.1.1. APV tenlaste moeten leggen.

3. Overweging met betrekking tot het verweer van de raadsvrouw

Ad 1. Uit het proces-verbaal van de politie, met name de verklaring van inspecteur P.A. Vos (par. 2.1.1) blijkt, dat bij recente wedstrijden er sprake was geweest van ordeverstoringen, dat thans een groep van meer dan honderd Vitesse-supporters zich bij de bussen van FC Twente bevond, in spreekkoren roepend "FC Twente boeren kom naar buiten als je durft", dat enkelen stenen aan het loswrikken waren (door dhr. Vos als getuige ter zitting bevestigd) en dat hij een geluid hoorde alsof voorwerpen (zoals dhr. Vos nader ter zitting verklaarde) afketsten tegen de bussen.

Onder deze omstandigheden is er naar het oordeel van de kinderrechter sprake van een dreiging van het ontstaan van wanordelijkheden en tevens van "een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis" en "het zich bevinden in of aanwezig zijn bij een samenscholing", één en ander als bedoeld in art. 2.1.1.1. onder 2 van de APV.

Dat de aanhouding van Vitesse-supporters was voorbereid neemt niet weg, dat degenen tot wie de vordering om zich te verwijderen was gericht, de gelegenheid hebben gehad - weliswaar korter dan uit de verklaring van dhr. Vos blijkt, maar in elk geval volgens de tijdsaanduiding van de videoband gedurende na zowel de eerste als de tweede vordering naar schatting een minuut -om zich te verwijderen, en dat na beide vorderingen "een deel van de menigte/het publiek" zich daadwerkelijk naar de uitgang van het stadionterrein heeft begeven (verklaringen van verbalisanten in par. 2.1.5.).

De vordering was derhalve niet onrechtmatig.

Ad 2. De keuze om handelen in strijd met het eerste lid van art. 184 Sr. ten laste te leggen was aan het openbaar ministerie. Met deze keuze heeft het O.M. niet gehandeld in strijd met de wet of de algemene rechtsbeginselen van straf(proces)recht.

Uit vorenstaande volgt, dat voornoemde verweren worden verworpen.

4. De beslissing inzake het bewijs:

De kinderrechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, voor zover niet is doorgestreept in bijlage III.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde feit heeft begaan is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de volgende bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen:

1.

(verdachte 1:)

Uit de verklaring van verdachte in het proces-verbaal:

Ik wist wel dat de vordering werd gedaan door de politie, omdat hij een uniform aan had. Hij zei: "Dit is de politie."

Uit de verklaring van verdachte ter zitting:

Ik ben via H naar buiten gegaan, via oost naar noord. Mijn brommer stond bij G. Ik heb "Attentie, hier spreekt de politie" gehoord.

(verdachte 2:)

Uit de verklaring van verdachte in het proces-verbaal:

Ik stond op 25-30 meter van de politie met een megafoon.

Uit de verklaring van verdachte ter zitting:

Ik ben op H eruit gelopen, ik heb eerst middenin gestaan en later richting west. Ik hoorde "Attentie attentie, hier spreekt de politie". Ik stond op ongeveer 25 meter van de politie af.

(verdachte 3:)

Uit de verklaring van verdachte in het proces-verbaal: Ik wist wel dat de vordering van de politie was, omdat mijn vrien zei "Volgens mij is dit de laatste keer". Ik zag de politie en hoorde zeggen: "Dit is de politie".

Uit de verklaring van de verdachte ter zitting:

Ik hoorde iets van "Hier is de politie" en daarna hoorde ik "kankerboeren" en zo. Ik kwam vanuit G via west naar noord. Ik stond op noord toen ik een steen zag vliegen en iedereen stond te schelden.

(verdachte 4:)

1. Uit de verklaring van verdachte in het proces-verbaal:

Ik zag een grote groep Vitesse-supporters staan met hun gezicht in de richting van de bussen. Ik zag een paar politiemensen staan, in uniform. Op een gegeven moment begon de groep supporters te joelen en te zingen. Mijn broer en ik bleven bij de groep staan en zongen mee. Ik schat ook dat wij ongeveer vijf minuten, maar waarschijnlijk korter bij deze groep bleven staan. Hierna liepen mijn broer en ik in de richting van de hoofduitgang. Terwijl wij daar liepen werden wij insloten door ME-ers en meegenomen.

(verdachte 5:)

Uit de verklaring d.d. 22 april 1999 van verdachte in het proces-verbaal:

Wij liepen terug via de Oostzijde van het stadion. Ik zag dat waar de bussen van de bezoekende club staan hekken stonden. Bij deze hekken stonden stewards van Vitesse. Ik zag dat bij de hekken een aantal mensen, kennelijk supporters van Vitesse stonden.

Het was niet zo, dat wij door de stewards gehinderd werden om direct langs de bussen van de Twente supporters te lopen. Wij kwamen toen is (de kinderrechter leest hiervoor: in) de groep Vitesse supporters terecht. Mijn broer vroeg aan een steward waar wij naar toe moesten en deze zei ons dat wij linksaf moesten. Op dat moment begon plotseling iedereen te rennen. Ik besloot op dat moment ook te gaan rennen. Op dat moment werd de groep ingesloten door ME-ers en kon ik niet meer weg.

Uit de verklaring van verdachte ter zitting:

We konden tussen de groep en de stewards door lopen.

(ten aanzien van 5 verdachten:)

De kinderrechter overweegt dat uit deze verklaringen blijkt, dat verdachte niet behoorde tot degenen die het verst weg stonden van dhr. Vos en de vordering wellicht onvoldoende hebben gehoord.

2. Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal met bijlagen nr. PL0713/99-002307 d.d. 23 april 1999 van de politie Gelderland Midden, district AVZ Oost, Unit BPZ Arnhem Oost opgemaakt door H. Liefaarts en H.J. Nijhout beiden brigadier van politie, met daarin zakelijk aangegeven:

De verklaring van P.A. Vos, inspecteur van politie District AVZ West, Unit BOZ Zuid:

Naar aanleiding van het feit dat bij de thuiswedstrijden van de BVO Vitesse in het stadion "Gelredome" te Arnhem vanaf aanvang februari 1999 een grote groep Vitesse supporters na afloop van de wedstrijd bij uitgang Q aan de noordzijde van het stadion, gedrag vertoonden, waarbij zij kennelijk de supporters van de bezoekende club provoceerden, werd in overleg met de BVO Vitesse en het Openbaar Ministerie besloten hiertegen op te treden. Met name na afloop van de wedstrijden tegen NAC en Fortune Sittard op respectievelijk woensdag 17 februari en zaterdag 6 maart 1999 werden de bussen van de bezoekende supporters met stenen bekogeld, hetgeen aanzienlijke schade tot gevolg had en konden confrontaties tussen beide supportersgroepen ternauwernood worden voorkomen.

Uit bovenstaande blijkt, dat deze ordeverstoringen een structurele karakter dreigden te krijgen werden en dat verdere escalatie niet uitgesloten mocht worden geacht. Op grond van bovenstaande werd door genoemde partijen besloten hiertegen op te treden.

Op zaterdag 10 april 1999, werd de wedstrijd in de KPN-telecompetitie gespeeld tussen Vitesse en FC Twente in het stadion Gelredome te Arnhem. Het stadion "Gelredome" en het daarom heen liggende terrein is grotendeels omgeven door een hekwerk. Dit terrein is bij de hoofdingang voorzien van slagbomen, doch is voorts een voor het publiek toegankelijke plaats. Op genoemde avond waren de slagbomen geopend.

Omstreeks 21.45 uur die dag was de wedstrijd afgelopen. Op dit tijdstip bevond ik mij op de parkeerplaats "Wenen" aan de noordzijde van het Gelredome stadion. Ik was als enige politieman in uniform gekleed en droeg een pet. Aan de noordzijde van het stadion bevond zich een met zichtschermen afgescheiden gedeelte van de parkeerplaats, waarbinnen zich 20 bussen van de bezoekende club bevonden.

Het afgeschermde gedeelte bevatte eveneens de ingang Q, waardoor de FC Twente-supporters naar buiten zouden worden geleid. Vooraf was met betrokken partijen overeen gekomen, dat de FC Twente-supporters na afloop van de

wedstrijd gedurende enige tijd werden opgehouden in het stadion, om de Vitesse-supporters de gelegenheid te geven het stadionterrein ongehinderd te

verlaten en een confrontatie tussen beide supportersgroepen te voorkomen.

Omstreeks 22.00 uur verzamelden zich enkele tientallen Vitesse-supporters ter hoogte van het busvak van FC Twente.

Deze groep groeide binnen enkele minuten uit tot ongeveer 200 supporters, die daar bleven staan. Ik bevond mij op dat moment aan de rand van het parkeervak "Wenen", ter hoogte van het vak met de FC Twente bussen, op ongeveer 10 meter afstand van genoemde supportersgroep.Ik hoorde, dat zij spreekkoren aanhieven in de richting van de FC Twente supporters, waarvan zich een aantal voor het raam op de noordpromenade in het stadion bevonden. Ik hoorde dat er geroepen werd: "FC Twente boeren, kom maar naar buiten als je durft." dan wel woorden van gelijke strekking. Ik zag dat ongeveer 10 kennelijk Vitesse-supporters zich bevonden op de uitrijstrook voor de bussen, op ongeveer 4 meter afstand van mij. Ik zag dat enkelen van hen stenen aan het loswrikken waren. Ik sommeerde deze groep om de stenen terug te leggen. Enkele ogenblikken later hoorde ik een geluid, alsof stenen afketsten tegen de bussen. Aangezien een grote groep supporters samenschoolden bij eerder genoemd vak, er spreekkoren in de richting van de FC Twente supporters werden geroepen en er kennelijk met voorwerpen naar de bussen werd gegooid, ontstond er een reeele dreiging, dat de openbare orde kon worden verstoord.

Op zaterdag 10 april 1999, omstreeks 22.11 uur heb ik, met gebruikmaking van een in werking zijnde megafoon, deze supportersgroep gevorderd zich te verwijderen. Ik deed dit door de volgende woorden uit te spreken: "Attentie, attentie. Hier spreekt de politie."

Hierna begon de groep te juichen. Nadat het weer wat rustiger was geworden, vervolgde ik: "In het belang van de openbare orde vorder ik van U, dat U zich onmiddelijk verwijdert van het Gelredome-terrein. Verder vorder ik van U dat U zich verwijdert uit de omgeving van de Batavierenweg." Ik zag, dat het merendeel van de groep supporters mij aankeek en vervolgens begon te lachen en te schreeuwen. Ik hoorde, dat enkelen van hen riepen: "Ja jong, als jij dat zegt, dan gaan we toch weg", dan wel woorden van gelijke strekking. Ik zag dat deze groep niet voldeed aan deze vordering, op een enkeling na, en bleef staan. Hierna heb ik omstreeks 22.15 uur deze groep voor de tweede keer gevorderd zich te verwijderen. Ik deed dit door de volgende woorden uit te spreken: "Attentie, attentie. Hier spreekt de politie. Ik vorder voor de laatste maal, dat U onmiddelijk het Gelredome-terrein verlaat. Verder vorder ik van U dat U zich verwijdert uit de omgeving van de Batavierenweg. Dit is de laatste vordering." Ik hoorde werderom, dat er lacherig werd gereageerd op deze vordering. Ik zag dat enkele tioentallen supoporters zich daadwerkelijk verwijderden in de richting van de uitgang van het Gelredome-terrein. Echter het grootste gedeelte van de groep voldeed niet aan deze tweede vordering en bleef staan. Bovenstaande vorderingen zijn door mij gedaan op grond van artikel 2 van de Politiewet, in verband met artikel 2.1.1.1 van de Arnhemse Plaatselijke Strafverordening.

Op zaterdag 10 april 1999, te 22.28 uur werd de groep aangehouden door de pelotonscommandant van de ME Gelderland Zuid, de hoofdinspecteur van politie H. Wijnants, terzake artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht.

De verklaring van F.J.M. Molenaar, hoofdinspecteur van politie District AVZ West, Unit BPZ Zuid:

Op zaterdag 10 april 1999 was ik vanaf 18.30 uur als stadioncommandant aanwezig in het stadion Gelredome te Arnhem bij de voetbalwedstrijd Vitesse - F.C. Twente. In die hoedanigheid was ik belast met de operationele aansturing van de in het stadion aanwezige politiemensen. Ik bevond mij daartoe in de commandoruimte van het stadion, alwaar ik ondersteund wordt door een tweetal videowaarnemers en een collega van de meldkamer, die in contact staat met de politiemensen die zijn ingezet. Vanuit deze ruimte heb ik middels een drietal beeldschermen een goed zicht op diverse punten in en rond het stadion.

Op deze beelden zag ik, dat zich onmiddellijk na afloop van de wedstrijd, een kleine groep van ongeveer 30 Vitesse-supporters verzamelde ter hoogte van de bussen van de supporters van F.C. Twente.

Ik zag vervolgens dat deze groep langzaam groter werd en dat deze uit minimaal 100 supporters bestond. Deze groep was niet in beweging.

Ik heb vervolgens de heer Ciurans verzocht om een linie met stewards te formeren aan de noord-oost zijde van het stadionterrein. Ik deed dit verzoek om te voorkomen, dat zich nog supporters van Vitesse via de oostzijde, aan de verzamelde groep Vitesse-supporters zou toevoegen. Ik wist namelijk ook, dat de inspecteur P.A. Vos nog zou gaan vorderen.

Ik zag vervolgens op de beeldschermen dat de stewards een linie vormden, waarbij zij hand in hand de noord-oostzijde afschermden. Ik zag dat deze linie begon ter hoogte van het begin van de busafzetting en liep tot aan de het gedeelte van het stadionterrein, welke als ringbaan voor auto's en bussen wordt gebruikt.

Tevens zag ik op de beeldschermen, dat er nog weinig supporters rond het stadion liepen.

Vervolgens hoorde ik via de verbindingen dat er gevorderd werd door de inspecteur P.A. Vos.

De verklaring van G.H.M. Derksen, brigadier van politie District AVZ West, Unit BPZ Zuid, D.T. van der Graaf, brigadier van politie District AVZ West, Unit BPZ Zuid en Th.J.R. Overgoor hoofdagent van politie District LIE, Unit BPZ West:

Op zaterdag 10 april 1999, omstreeks 20.00 uur, waren wij, verbalisaten, in burger gekleed, als supporterbegeleider aanwezig bij de voetbalwedstrijd Vitesse - FC Twente. Deze wedstrijd in de PPT Telecompetitie werd gespeeld in het stadion van Vitesse aan de Batavierenweg te Arnhem. Tijdens de wedstrijd bevonden wij ons in het Gelredome tussen de supporters. Op zaterdag 10 april 1999, omstreeks 21.45 uur, na afloop van de wedstrijd, volgende wij groepen supporters vanuit het stadion in de richting van de uitgang van het stadionterrein.

Wij verbalisaten zagen dat een groot aantal supporters van Vitesse, afkomstig van de oost en zuid zijde van het stadion, zich verzamelden op het voorterrein ter hoogte van het "busvak" van de bezoekende club.

Omstreeks 22.00 uur stonden er naar schatting ongeveer 200 supporters van Vitesse tussen de parkeerplaats Wenen en de noordzijde van het stadion Gelredome. Dit voor ons, supporterbegeleiders, bekende gedrag resulteerd in het provoceren van de supporters van de bezoekende club als die het stadion verlaten en naar de voor hen klaar staande bussen gaan. Ook nu hoorden wij de eerste spreekkoren.

Op zaterdag 10 april 1999, omstreeks 22.05 uur, attendeerde de stadioncommandant ons op het feit dat er een groepje van een tiental supporters zich provocerend ophield ter hoogte van de parkeerplaats Wenen c.q. de bussluis naar de Batavierenweg. Wij, verbalisaten, gingen naar deze Vitesse supporters en spraken hen aan op hun gedrag. Tevens verzochten wij hen het terrein van Gelredome te verlaten.

Ik, Derksen, zag dat deze groep zich opsplitste en zich onder de menigte die op het voorterrein stond begaf.

Direct hierna, omstreeks 22.10 uur, hoorden wij verbalisanten, dat collega Vos, de menigte die op het voorterrein stond met behulp van een megafoon toe sprak.

Wij zagen dat de in uniform gekleede collega Vos aan de rand van de parkeerplaats Wenen en ongeveer 25 meter bij ons vandaan stond.

Wij hoorden dat de menigte werd aangesproken met de woorden: " Attentie, attentie, hier spreekt de politie. " De reactie van de menigte was een hoop gejoel en geschreeuw in de richting van collega Vos. Na enige seconden kwam de menigte min of meer tot rust waarop collega Vos opnieuw de menigte via de megafoon toesprak. Wij verbalisanten hoorden dat van de menigte gevorderd werd dat zij het stadion terrein zouden verlaten. Wij verbalisanten zagen dat een deel van de menigte richting uitgang van het stadion terrein liep. Anderen daarin tegen riepen dat ze niet bang waren voor een enkele poltieagent en ik, Derksen, hoorde dat ze probeerden andere supporters over te halen om te blijven staan.

Na enkele minuten, omstreeks 22.15 uur, hoorde ik Derksen, dat de menigte opnieuw via de megafoon door collega Vos werd toegesproken. De situatie, als bij de eerste vordering, herhaalde zich.

Wij verbalisanten zagen en hoorde dat een deel van de menigte bij de woorden: " Attentie, attentie, hier spreekt de politie. " begon te joelen en schreeuwen. Hierbij keerden ze zich in de richting van collega Vos. Nadat het wat rustiger was geworden en het gejoel en geschreeuw afnam sprak collega Vos de menigte toe via de megafoon en vorderde dat men het stadionterrein en de omgeving van de Batavierenweg verliet. Ik, Derksen, hoorde dat collega Vos zei dit de laatste waarschuwing was. Ik, Derksen, stond opdat moment ter hoogte van de bussluis naar de Batavierenweg. Wij, verbalisaten zagen dat een deel van het publiek dat zich op het voorterrein bevond zich in de richting van de uitgang van het stadionterrein begaf.

Anderen daarin tegen lieten zich overhalen om te blijven staan.

De verklaring van G. Scheffer, hoofdagent van politie District OBT, Unit BPZ West en J. de Kwaadsteniet, brigadier van politie District AVZ West, Unit BPZ Zuid:

Op zaterdag 10 april 1999, vanaf omstreeks 18.00 uur, waren wij verbalisanten, in burger gekleed als supporterbegeleiders aanwezig bij de voetbalwedstrijd Vitesse/FC Twente, die werd gespeeld in het Gelredome aan de Batavierenweg te Arnhem.

Op zaterdag 10 april 1999, omstreeks 21.40 uur, begaven wij verbalisanten ons naar de noordzijde van het stadionterrein waar de bussen geparkeerd stonden van de Twente-supporters. Dit is voor ons supporterbegeleiders een vaste plaats van toezicht geworden daar de Vitessesupporters na een thuis wedstrijd altijd daar naar toe trekken om te gaan lopen vervelen.

Na het eindsignaal, zagen wij dat de overgrote meerderheid van de supporters het stadionterrein verliet. Echter een groep van ongeveer 250 man bleef staan bij de bussen en daagde de supporters van Twente door woord en gebaar uit.

De Twente supporters bevonden zich op dat moment voor de ramen van het stadion in het bezoekende vak.

Wij verbalisanten zagen dat enkele supporters op de parkeerplaats tussen de auto's stenen aan het loswrikken waren. Wij verbalisanten joegen de supporters weg.

Wij zagen dat de supporters wegliepen in de richting van de grote groep supporters voor het "busvak".

Omstreeks 22.10 uur, hoorden wij verbalisanten dat collega Vos via een megafoon van de supporters vorderde (Attentie attentie hier spreekt de politie) dat zij het terrein moesten verlaten. Dit ging gepaard met gejuig en hoongelach. Voorts werden er opmerkingen gemaakt van"jongens hij is maar alleen en wij zijn geen mietjes wij gaan niet weg. Tijdens de vordering viel er een korte stilte en was de vordering (Ik vorder dat jullie het terrein verlaten) voor ons duidelijk hoorbaar. Op het moment van de vordering stonden wij ongeveer een 20 meter van collega Vos af naar het westen (richting uitgang) toe.

Wij zagen dat zich uit de groep een fors aantal personen losmaakt en weg liepen in de richting van de uitgang. Hierop begon de groep supporters die bleef staan, te roepen dat zij zich niet weg moesten laten jagen door een politieman. Even daarna hoorden wij dat collega Vos werderom vorderde dat men het terrein moest verlaten. Hierop zagen wij dat er toch een groep gehoor gaf aan de vordering en wegliep in de richting van de uitgang. Na enige minuten kwamen er stadsbussen aan waaruit de ME kwam. Wij zagen dat de supporters alle kanten op renden. Een kleine groep lukte het om voor de bussen langs weg te komen en verlieten direct het terrein.

Hierop werden de overgebleven supporters door de ME aangehouden.

De verklaring van H. Wijnants, hoofdinspecteur van politie Gelderland Zuid.

(samengevat: Ik bevond mij op het voorterrein van Gelredome. Ik was daar als pelotonscommandant van de Mobiele Eenheid. Aldaar bevonden zich 130 tot 140 supporters van Vitesse. Zij hadden niet voldaan aan een vordering zich te verwijderen. Ik heb hen meegedeeld dat ze waren aangehouden ter zake overtreding van artikel 184 WvSr)

5. De strafbaarheid van de feiten:

Het bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk niet voldoen aan een vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.

voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 184 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte:

Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte opheffen of uitsluiten. Verdachte is derhalve strafbaar.

7. Motivering van de sancties:

Bij de beslissing over de straf heeft de kinderrechter rekening gehouden met:

a. de aard en de ernst van de gepleegde feiten en met de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd.

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de dader.

Hierbij is gelet op:

-een recent uittreksel uit het algemeen documentatieregister

De kinderrechter overweegt dat de hiernavolgende redenen voor hem aanleiding zijn een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd:

-De vordering vindt haar rechtsgrond in de overtreding van artikel 2.1.1.1. APV en ligt -nu van het daadwerkelijk plegen van misdrijven nog niet was gebleken- meer in de overtredingensfeer dan in de misdrijvensfeer;

-de actie van de politie -hoezeer ook wellicht gerechtvaardigd in het licht van eerdere ordeverstoringen na afloop van voetbalwedstrijden in Gelredome- betrof een nieuwe wijze van optreden, waarmee justitiabelen in deze setting nog niet eerder waren geconfronteerd;

-niet gebleken is dat verdachte eerder met justitie of politie in aanraking is gekomen of dat verdachte -bijvoorbeeld blijkens een rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming- anderszins problematisch gedrag vertoont;

-de geringe draagkracht van verdachte, met name gezien in het licht van zijn minderjarigheid.

Mede om de hiervoor genoemde redenen zal een gedeelte van de straf voorwaardelijk worden opgelegd met bepaling van een proeftijd van een jaar.

8. Toegepaste wetteljke bepalingen:

De beslissing is gegrond, behalve op het reeds aangehaalde artikel op de artikelen:

77a, 77g, 77h, 77l, 77x, 77y, 77z Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing:

De kinderrechter, recht doende:

Verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, voor zover niet is doorgehaald in bijlage III, door verdachte is begaan.

(bewezenverklaring: dat hij op 10 april 1999 te Arnhem opzettelijk niet heeft voldaan aan een vordering, krachtens artikel 2.1.1.1. van de APV Arnhem gedaan door P.A. Vos, inspecteur van politie Gelderland Midden, die was belast met de uitoefening van enig toezicht en die was belast met en bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar van hem had gevorderd zich te verwijderen van en uit de omgeving van de Batavierenweg en het terrein van het stadion Gelredome, geen gevolg gegeven aan die vordering.)

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het

strafbare feit zoals hierboven is vermeld.

Verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

EEN BETALING VAN EEN GELDBOETE TEN BEDRAGE VAN ? 250,- (TWEEHONDERDENVIJFTIG GULDEN), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van VIJF (5) dagen.

Bepaalt dat van deze geldboete ? 100,-- (HONDERD GULDEN) (subsidiair twee (2) dagen jeugddetentie) niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De kinderrechter stelt een proeftijd vast van

EEN (1) JAAR. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het eind van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. E.G. Smedema kinderrechter

in tegenwoordigheid van R. Regterschot griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 1999 van de kinderrechter voornoemd.