Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:793

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-02-2022
Datum publicatie
04-03-2022
Zaaknummer
C/13/697984 / HA ZA 21-207 (tsv)
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

beëindiging franchiserelatie - beëindiging door vaststellingsovereenkomst c.q, opzegging - stellige ontkenning handtekening onder vaststellingsovereenkomst (159 lid 2 Rv) - gevolgen bij beëindiging door opzegging - bewijsopdracht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/697984 / HA ZA 21-207

Vonnis in hoofdzaak en in incident van 2 februari 2022

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RITUALS COSMETICS ENTERPRISE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat: mr. I.S. Oosterhoff te Amsterdam,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

UAB DIMPEX BALTIA,

gevestigd te Vilnius (Litouwen),

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat: mr. T.G.L.M. Meevis te Eindhoven.

1. De procedure in de hoofdzaak en in het incident

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 16 december 2020;

  • -

    de akte houdende overlegging producties van 24 februari 2021 aan de zijde van Rituals, met producties;

  • -

    de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv, tevens conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv, met producties;

  • -

    de rolbeslissing van 21 juli 2021, waarbij is bepaald dat een mondelinge behandeling in het incident en in de hoofdzaak gelijktijdig zal plaatsvinden;

  • -

    het tussenvonnis van 11 augustus 2021 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald in het incident en in de hoofdzaak;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie in de hoofdzaak, met producties;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 5 november 2021, met de daarin vermelde processtukken;

  • -

    de akte houdende overlegging aanvullende producties van 10 november 2021 aan de zijde van Rituals, met producties;

  • -

    de antwoordakte, tevens akte uitlating producties, tevens akte overlegging producties van 1 december 2021 aan de zijde van Dimpex, met één productie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten in de hoofdzaak en in het incident

2.1. Rituals is onderdeel van een groep vennootschappen (hierna: de Rituals-groep). De Rituals-groep exploiteert een cosmeticabedrijf met ongeveer 800 winkels verspreid over 27 landen. Rituals is een holdingmaatschappij binnen de Rituals-groep. Dimpex is een vennootschap, opgericht naar Litouws recht en gevestigd in Litouwen.

2.2. Rituals en Dimpex hebben op 16 december 2009 een Master Franchise Agreement (hierna: MFA) gesloten. Rituals en Dimpex zijn met de MFA – kort gezegd – een franchiserelatie aangegaan. Op grond van de MFA kreeg Dimpex het exclusieve gebruiksrecht op de intellectuele eigendomsrechten en de franchiseformule van Rituals met als doel de commerciële exploitatie van Rituals-producten vanuit verkooppunten in Estland, Letland en Litouwen. In de MFA, waarin Rituals is aangeduid als Franchisor en Dimpex als Master Franchisee, staat verder, voor zover hier van belang:

7 Term and termination

7.1

This Agreement has been entered into for a term of five (5) years as of the date on which it comes into effect, namely 16th October 2009, and it shall therefore expire on 15th October 2014.

7.2.

In accordance with the parties’ intentions to continue to collaborate with each other following the term referred to in Clause (1) of this article, upon the expiry of that term the Master Franchisee shall have the option of exercising the exclusive licences pertaining to the Rituals Franchise Formula for a subsequent term of five (5) years, provided that the Master Franchisee has complied with its obligations pursuant to this Agreement and it consents to the provisions of the new franchise agreement which is to be concluded for the purposes of the new term. In that case no later than six (6) months prior to the expiry of this Agreement the Master Franchisee shall ask the Franchisor to enter into a new agreement with it for a term of five (5) years. In the absence of such a request this Agreement shall expire by operation of the law. The aforementioned option shall not apply in the event that the Master Franchisee or the Franchisor avail themselves of the opportunity referred to in Clause (3) of this article.

7.3.

In the event that the Master Franchisee or the Franchisor wishes to terminate this Agreement, at least twelve (6) months before the expiry of the current term the party concerned shall notify the other party by means of a registered letter to the effect that it wishes to cancel this Agreement.

(…)

26. Termination and cancellation of this Agreement

(…)

26.7.

The expiry of the term or the termination of this Agreement in accordance with the provisions of this article shall not cause any damages, indemnification or compensation of any type whatsoever to become payable by the Franchisor to the Master Franchisee pursuant to an actual or potential loss of profit on current or anticipated sales, expenditure, investments or undertakings given in connection with same or with the establishment, development or maintenance of the business or goodwill, irrespective of the value of the investments made by it. The Master Franchisee acknowledges and expressly consents to this provision.

27 Implications of termination

27.1.

In the event this Agreement is terminated, the Franchisor shall be entitled to take over the Business as established by the Master Franchisee or to find another party for this purpose. The Stores and Shop-in-shops shall be taken over at their Carrying Value. In the event that the Franchisor does not take over the (whole) Business from the Master Franchisee, and does not wish to nominate some other party for this purpose, and the Master Franchisee wishes to continue to operate the Business which it has established, the Master Franchisee shall forfeit its exclusivity (territorial and otherwise) as well as the favourable purchasing and franchising conditions applicable to a Master Franchisee, its franchising conditions shall be downgraded to those of a regional Franchisee (or sub-franchisee) as applicable in the Netherlands or the Territory at that specific point in time, and it shall continue to operate its own Stores in the capacity of a Franchisee of the newly appointed Master Franchisee for that Territory.

27.2.

In the event that this Agreement between the parties is terminated or cancelled in any manner or on any grounds whatsoever, as of the date on which this Agreement terminates, the Master Franchisee shall have a duty towards the Franchisor to refrain in any manner whatsoever with immediate effect from doing anything that is entitled to do under the terms of this Agreement, which is deemed to include but is not confined to its right to use the Intellectual Property Right.

(…)

30. Miscellaneous

(…)

30.3.

In the event that the Master Franchisee acts in breach of a material provision of any article of this Agreement (…) and then fails to comply with the obligations stipulated in the aforementioned articles after being notified in writing that it is in default, or fails to refrain from any prohibited act referred to therein, the Master Franchisee shall forfeit an immediately payable fine of EUR 100,000.00 for each breach and a penalty of EUR 5,000.00 for every day that the Master Franchisee fails to fulfil its duties pursuant to this Agreement, subject to the Franchisor's right to seek compensation for the actual loss it has suffered.

(…)

31. Dispute resolution

(…)

31.2.

Should it appear to be impossible to settle a dispute amicably, it shall be adjudicated by a competent court of law in Amsterdam.

31.3.

This Agreement and all of the parties’ rights shall be governed by and construed in accordance with the law of the Netherlands.

2.3.

In 2014 is de MFA verlengd met vijf jaar. Partijen hebben toen geen nadere schriftelijke afspraken gemaakt. [naam 1] (hierna: [naam 1] ), werkzaam als vertegenwoordiger voor Dimpex, was tijdens de duur van de MFA de contactpersoon bij Dimpex voor Rituals. Dimpex maakte voor communicatie met Rituals gebruik van het e-mailadres [e-mailadres] .

2.4.

Rituals heeft Dimpex bij brief van 11 april 2018 laten weten dat zij de MFA niet wil verlengen en dat de MFA per 15 oktober 2019 wordt beëindigd. De brief is ook per e-mail gezonden aan [e-mailadres] .

2.5.

Rituals en [naam 1] hebben op 2 en 3 oktober 2019 met elkaar gesproken over beëindiging van de franchiserelatie en de voorwaarden daarvan. [naam 1] is hiervoor naar Amsterdam gekomen. Tijdens de gesprekken is hij vergezeld door mr. J. Duijm (hierna: mr. Duijm), advocaat te Amsterdam. Mr. Duijm heeft bij e-mail van 2 oktober 2019 (13.35 uur), op verzoek van Rituals, een uittreksel betreffende Dimpex uit het Litouwse State Enterprise Center of Registers (vergelijkbaar met het handelsregister van de Kamer van Koophandel in Nederland) aan Rituals gezonden. In het uittreksel staat [naam 2] (hierna: [naam 2] ) als [functie 1] van Dimpex vermeld.

2.6.

[naam 3] ( [functie 2] bij Rituals, hierna: [naam 3] ), namens Rituals, en mr. Duijm hebben op basis van het gesprek van 2 oktober 2019 gecorrespondeerd over de tekst van een vaststellingsovereenkomst. Daarbij zijn concepten van een vaststellingsovereenkomst per e-mail over en weer gestuurd.

2.7.

Op 4 oktober 2019 om 09.58 uur heef [naam 4] , werkzaam bij Rituals, een e-mail gestuurd aan onder andere mr. Duijm, [naam 1] en [naam 3] . Daarin staat: “Please find attached settlement agreement signed by both Parties (Rituals and Dimpex). As agreed, [naam 1] will take two signed documents and will have them signed by Mr [naam 2] and then send back one of the signed documents to Rituals (att. [naam 3] ).” De e-mail bevat een bijlage met een vaststellingsovereenkomst. Onderaan de eerste vier pagina’s van de vaststellingsovereenkomst staan telkens twee parafen/handtekeningen en op de vijfde en laatste pagina zijn handtekeningen geplaatst boven de namen van [naam 5] ( [functie 3] van Rituals) en [naam 1] . In de tekst van de vaststellingsovereenkomst staat onder meer dat de MFA met wederzijdse instemming wordt beëindigd per 31 december 2019 en dat Rituals een exit-fee van EUR 200.000,- zal betalen aan Dimpex. In de tekst staat verder, voor zover hier van belang:

1.4.

Articles 27.2-27.10 of the Master Franchise Agreement, regarding the implications of the termination, are equally applicable if not stated differently in this Settlement Agreement, and are considered to be repeated and included herein.

(…)

Clause 6: Various

6.1.

Survival clauses from the Master Franchise Agreement will continue to remain valid after termination of the Master Franchise Agreement.

6.2.

This Settlement Agreement (Vaststellingsovereenkomst) cannot be terminated (beëindigd) nor dissolved (ontbonden). With the exception of the following: This Settlement Agreement is entered into under the dissolving condition (ontbindende voorwaarde) that the Settlement Agreement will also be signed by Master Franchisee’s second legal representative within three working days after obtaining the first signature from the Master Franchisee.

(…)

Clause 7: Confidentiality + penalty clause

(…)

7.2.

In the event that any Party materially breaches the material provisions in the Settlement Agreement it will forfeit an immediately payable fine of EUR 100.000,-- for each breach and a penalty of EUR 5.000,-- for every day that the Party fails to fulfill this duties, subject to the Party’s right to seek compensation for the actual loss it has suffered.

Clause 8: Applicable law, competent court

8.1

This Settlement Agreement shall be deemed to have been construed in accordance with and shall be solely and exclusively governed by the laws of the Netherlands. Any disputes arising out of the undertaking shall be exclusively submitted in first instance to the District Court in Amsterdam, the Netherlands.

2.8.

[naam 3] heeft op 8 oktober 2019 een e-mail ontvangen afkomstig van het e-mailadres [e-mailadres] . Het onderwerp van de e-mail luidt “Settlement agreement Rituals-Dimpex”. De bijlageregel vermeldt een bijlage met de naam “Settlement agreement Rituals-Dimpex.pdf”. Het tekstveld van de e-mail is leeg.

2.9.

De bijlage bij de e-mail was een document met de tekst van de vaststellingsovereenkomst. Onderaan de eerste vier pagina’s staan telkens drie parafen/handtekeningen. Op de vijfde en laatste pagina van het document staat het volgende:

Om privacy redenen is de afbeelding verwijderd.

2.10.

[naam 3] heeft [naam 1] gevraagd het originele document aan Rituals te sturen. [naam 1] heeft hierop niet gereageerd.

2.11.

Rituals levert sinds eind 2019 geen producten meer aan Dimpex.

3. Het geschil

in de hoofdzaak

in conventie

3.1.

Rituals vordert – verkort weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

primair

( i) voor recht verklaart dat de franchiserelatie en de MFA rechtsgeldig zijn geëindigd;

  • -

    ii) voor recht verklaart dat de franchiserelatie en de MFA rechtsgeldig zijn geëindigd op 31 december 2019 op grond van de tussen Rituals en Dimpex gesloten vaststellingsovereenkomst;

  • -

    iii) voor recht verklaart dat Rituals uit hoofde van de beëindigde franchiserelatie, de MFA en de vaststellingsovereenkomst niets aan Dimpex is verschuldigd, behalve de onder de vaststellingsovereenkomst verschuldigde exit-fee van EUR 200.000,- en dat Rituals deze laatste mag verrekenen met de bedragen waartoe Dimpex in deze procedure zal worden veroordeeld;

  • -

    iv) voor recht verklaart dat Dimpex is tekortgeschoten in haar verplichtingen uit de MFA en de vaststellingsovereenkomst en dat zij de schade die Rituals als gevolg daarvan heeft geleden, moet vergoeden;

  • -

    v) Dimpex veroordeelt tot nakoming van haar verplichtingen uit artikel 1.4 van de vaststellingsovereenkomst op straffe van een dwangsom, te vermeerderen met wettelijke rente;

  • -

    vi) Dimpex veroordeelt tot betaling van de in de vaststellingsovereenkomst opgenomen boete van EUR 100.000,-, te vermeerderen met wettelijke rente daarover vanaf 1 januari 2020, en EUR 5.000,- per dag vanaf 2 januari 2020 tot het moment waarop de schending van de verplichtingen is geëindigd, te vermeerderen met wettelijke rente;

subsidiair

  • -

    vii) voor recht verklaart dat de franchiserelatie en de MFA rechtsgeldig zijn geëindigd op 16 oktober 2019 als gevolg van opzegging;

  • -

    viii) voor recht verklaart dat Rituals uit hoofde van de beëindigde franchiserelatie en de MFA niets aan Dimpex is verschuldigd;

  • -

    ix) voor recht verklaart dat Dimpex is tekortgeschoten in haar verplichtingen uit de MFA en dat zij de schade die Rituals als gevolg daarvan heeft geleden, moet vergoeden;

  • -

    x) Dimpex veroordeelt tot nakoming van de verplichtingen genoemd in artikel 27.2 -27.10 MFA op straffe van een dwangsom, te vermeerderen met wettelijke rente;

  • -

    xi) Dimpex veroordeelt tot betaling van de in de MFA opgenomen boete van EUR 100.000,-, te vermeerderen met wettelijke rente daarover vanaf 17 oktober 2019 en EUR 5.000,- per dag vanaf 18 oktober 2019 tot het moment waarop de schending van de verplichtingen is geëindigd, te vermeerderen met wettelijke rente;

primair en subsidiair

( xii) Dimpex veroordeelt in de daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten van EUR 50.000,-, althans tot betaling van EUR 6.775,- berekend conform de staffel BIK en in de (na)kosten van de procedure.

3.2.

Rituals grondt haar vorderingen op het volgende. De MFA die tussen Rituals en Dimpex bestond, is tot een einde gekomen met de tussen Rituals en Dimpex gesloten vaststellingsovereenkomst. Primair is de vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen doordat [naam 2] deze heeft ondertekend. Ook als [naam 2] de vaststellingsovereenkomst niet heeft ondertekend, is zij tot stand gekomen, omdat Rituals erop mocht vertrouwen dat [naam 1] namens Dimpex bevoegd was om Dimpex te vertegenwoordigen en om de vaststellingsovereenkomst met Rituals te sluiten.

De MFA is ook tot een einde gekomen, doordat Rituals aan Dimpex heeft laten weten dat zij de MFA niet wilde verlengen.

Dimpex is (primair) haar verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst en (subsidiair) haar verplichtingen uit de beëindigde MFA niet nagekomen, zodat zij de overeengekomen boete moet betalen. Zo is in strijd gehandeld met diverse onderdelen van artikel 27.2 tot en met 27.10 van de MFA, welke verplichtingen zijn herhaald in de vaststellingsovereenkomst. Het gaat onder meer om de verplichtingen het gebruik van intellectuele eigendomsrechten te staken, zaken en documenten terug te geven, Rituals-logo’s te verwijderen en de webwinkel te sluiten. Daarnaast heeft Dimpex toegestaan dat aan haar gelieerde derden Rituals-winkels exploiteren in de Baltische staten.

Doordat Dimpex haar verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst dan wel de MFA niet is nagekomen, heeft Rituals schade geleden. Deze schade bestaat onder meer uit de lager dan verwachte verkoopopbrengsten van Rituals aan de partij die nu de Rituals-producten in de Baltische staten verkoopt. Dimpex moet deze schade aan Rituals vergoeden.

Tot slot heeft Rituals kosten moeten maken voor rechtsbijstand. Rituals heeft deze kosten gemaakt om het geschil buiten rechte tot een oplossing te brengen. Zij heeft ook kosten gemaakt voor onderzoek naar inbreukmakende activiteiten van Dimpex. Dimpex moet ook deze kosten aan Rituals vergoeden.

3.3.

Dimpex voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, (nader) ingegaan.

in reconventie

3.5.

Dimpex vordert – verkort weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    i) voor recht verklaart dat de (concept-)vaststellingsovereenkomst niet rechtsgeldig tot stand is gekomen of dat de (concept-)vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig door Dimpex is ontbonden, waardoor de MFA niet op 31 december 2019 is geëindigd, en dat zij niet gehouden was om aan bepalingen daarvan, dan wel aan de daaruit afgeleide aanmaningen van Rituals te voldoen;

  • -

    ii) in ieder geval totdat Rituals erin slaagt om het voornoemde te bewijzen aan de in productie 36 bij dagvaarding overgelegde (concept-) vaststellingsovereenkomst geen bewijskracht toekent;

  • -

    iii) primair voor recht verklaart dat de MFA niet door de brief van (naar de rechtbank begrijpt:) Rituals van 11 april 2018 is beëindigd en de MFA na te komen en Rituals veroordeelt om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot nakoming van de bepalingen van de MFA;

  • -

    iv) subsidiair voor recht verklaart dat de franchiserelatie tussen Dimpex en Rituals niet is geëindigd, dat Dimpex een beroep toekomt op artikel 27.1 MFA en dat Rituals gehouden is om op grond van artikel 27.1 MFA de franchiserelatie met Dimpex voort te zetten door minstens een gewone franchiseovereenkomst met Dimpex aan te gaan en haar op die grond van Rituals-producten te voorzien;

  • -

    v) voor zover de rechtbank de subsidiaire vordering onder (iv) toewijst, Rituals veroordeelt op het eerste verzoek van Dimpex inzichtelijk te maken wat de in artikel 27.1 MFA bedoelde voorwaarden voor andere franchisenemers zijn;

  • -

    vi) voor zover de rechtbank de primaire vordering onder (iii) toewijst, Rituals veroordeelt Dimpex in staat te stellen bestellingen bij Rituals te plaatsen voor de volledige productenlijn van Rituals via de daarvoor geëigende weg;

  • -

    vii) bepaalt dat, totdat partijen overeenstemming bereiken over de voorwaarden van een nieuw te sluiten franchiseovereenkomst als bedoeld onder (iv), de voorwaarden zoals die bij de oorspronkelijke MFA golden (voor onbepaalde tijd) van toepassing zijn op de bestellingen van Dimpex bij Rituals en op de leveringen door Rituals aan Dimpex;

  • -

    viii) bepaalt dat aan Rituals geen opschortingsrecht en/of verrekeningsrecht toekomt in verband met beweerde tekortkomingen van Dimpex of beweerd door Dimpex aan Rituals verschuldigde bedragen, anders dan ten aanzien van verplichtingen en verschuldigde betalingen van Dimpex die rechtstreeks verband houden met de nieuw te sluiten franchiseovereenkomst;

  • -

    ix) Rituals veroordeelt in de kosten van de procedure, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.6.

Dimpex grondt haar vorderingen op het volgende. De MFA is niet door een vaststellingsovereenkomst en ook niet door de brief van Rituals van 11 april 2018 tot een einde gekomen. [naam 2] heeft de vaststellingsovereenkomst niet ondertekend. Aan de door Rituals in de procedure ingebrachte vaststellingsovereenkomst kan geen bewijs worden ontleend, omdat Dimpex stellig ontkent dat [naam 2] die heeft ondertekend. De MFA kon niet door Rituals worden beëindigd met haar brief van 11 april 2018, want de MFA was voor Rituals niet opzegbaar. Dimpex heeft gebruik gemaakt van haar mogelijkheid de looptijd van de MFA te verlengen met een periode van vijf jaar. Voor zover de MFA wel opzegbaar was, dan kon Rituals de MFA alleen beëindigen als er sprake was van ernstige tekortkomingen. Die zijn er niet, althans Dimpex heeft niet de mogelijkheid gekregen om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen. De MFA is daarom onverkort van kracht.

Voor zover de MFA wel door de brief van 11 april 2018 is beëindigd, dan is daarmee niet de hele franchiserelatie tot een einde gekomen. Op grond van artikel 27.1 MFA mag Dimpex dan verder als subfranchisenemer van Rituals. Aan alle voorwaarden van artikel 27.1 MFA is voldaan. Om die reden moet Rituals Dimpex van producten blijven voorzien.

3.7.

Rituals voert verweer.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, (nader) ingegaan.

in het incident

3.9.

Dimpex vordert – verkort weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van de procedure:

  • -

    i) Rituals veroordeelt om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis, Dimpex in staat te stellen bestellingen bij Rituals te plaatsen voor de volledige productenlijn van Rituals via de daarvoor geëigende weg, zoals Dimpex dat op grond van de MFA deed;

  • -

    ii) Rituals veroordeelt de onder (i) bedoelde bestelde producten binnen de levertermijnen die daar normaal gesproken voor staan aan Dimpex te leveren;

  • -

    iii) (primair) Rituals veroordeelt om de onder (i) bedoelde bestellingen mogelijk te maken tegen dezelfde voorwaarden zoals die tussen partijen op grond van de MFA golden, (subsidiair) tegen minimaal gelijke (of gunstigere) prijzen en voorwaarden als de prijzen en voorwaarden waartegen Rituals haar producten levert aan andere franchisenemers;

  • -

    iv) voor zover de rechtbank het onder (iii) subsidiair gevorderde toewijst, Rituals veroordeelt op eerste verzoek van Dimpex inzichtelijk te maken wat de onder (ii) (de rechtbank leest: (iii)) bedoelde voorwaarden en prijzen voor andere franchisenemers zijn;

  • -

    v) (uitsluitend) in het kader van de onder (i) bedoelde bestellingen en de onder (ii) bedoelde leveringen en voor de duur van de procedure bepaalt, dat aan Rituals geen opschortingsrecht en/of verrekeningsrecht toekomt in verband met beweerde tekortkomingen van Dimpex of beweerd door Dimpex aan Rituals verschuldigde bedragen, anders dan ten aanzien van verplichtingen en verschuldigde betalingen van Dimpex die rechtstreeks verband houden met de betreffende bestelling;

  • -

    vi) Rituals veroordeelt in de (na)kosten van het incident, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.10.

Dimpex grondt haar vorderingen in het incident, mede onder verwijzing naar haar standpunt in de hoofdzaak, op het volgende. Rituals heeft de levering van haar producten aan Dimpex ten onrechte gestopt. De franchiserelatie is namelijk niet geëindigd. Dimpex heeft er belang bij dat een voorlopige voorziening wordt getroffen en dat wordt beslist dat Rituals Dimpex van Rituals-producten moet (blijven) voorzien. Dimpex verkoopt in haar winkels alleen producten van Rituals. Voor toelevering van die producten is Dimpex afhankelijk van Rituals. Zolang Dimpex geen producten bij Rituals kan bestellen, kan zij niet over deze producten beschikken. Daardoor kan zij geen producten verkopen, met als gevolg dat zij geen omzet genereert en ook goodwill verliest. Ondertussen moet Dimpex kosten blijven betalen voor haar winkels en haar organisatie. Iedere maand moet zij haar personeel en huisvestingskosten betalen. Als gevolg van de teruglopende omzet en Covid-19, maar met name doordat Rituals geen producten levert, kan Dimpex steeds moeilijker aan haar maandelijkse verplichtingen voldoen. Het uitblijven van leveringen door Rituals vormt een bedreiging voor het voortbestaan van de onderneming van Dimpex. Dit terwijl Dimpex ruim tien jaar heeft geïnvesteerd in het merk en de formule van Rituals en deze tot een succes in de Baltische staten heeft gemaakt. Overigens heeft ook Rituals er belang bij om haar producten aan Dimpex te (blijven) leveren, niet alleen vanuit financieel oogpunt, maar ook vanuit het perspectief van klantenwerving en -behoud.

3.11.

Rituals voert verweer.

3.12.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, (nader) ingegaan.

4. De beoordeling

in de hoofdzaak en in het incident

rechtsmacht

4.1.

Rituals is in Nederland gevestigd en Dimpex is in Litouwen gevestigd. De zaak heeft daarmee een internationaal karakter. Daarom moet als eerste worden vastgesteld of de Nederlandse rechter (internationaal) bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen. Deze beoordeling dient plaats te vinden aan de hand van de Verordening Brussel I-bis1 (hierna: Brussel I-bis). Op grond van artikel 25 lid 1 Brussel I-bis is een gerecht van een lidstaat exclusief bevoegd, indien partijen dat gerecht hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan (forumkeuze). Rituals heeft onweersproken gesteld dat zij met Dimpex in de MFA een forumkeuze voor de Nederlandse rechter heeft afgesproken. Voor zover de vorderingen gebaseerd zijn op de MFA is de rechtbank dus bevoegd. Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op de door Rituals gestelde vaststellingsovereenkomst geldt dat Dimpex in de procedure is verschenen, zonder de bevoegdheid van de Nederlandse rechter te betwisten. In elk geval op grond van artikel 26 lid 1 Brussel I-bis is de Nederlandse rechter dan bevoegd ook van de vorderingen voor zover die zijn gebaseerd op de vaststellingsovereenkomst kennis te nemen.

4.2.

De bevoegdheid van de Nederlandse rechter vloeit wat betreft de vorderingen in reconventie eveneens voort uit de hiervoor onder 4.1 benoemde forumkeuze.

Gelet op de bevoegdheid in de hoofdzaak is de rechtbank ook bevoegd kennis te nemen van de gevorderde voorlopige voorziening.

toepasselijk recht

4.3.

Aangezien de vorderingen over en weer zijn gebaseerd op contractuele verbintenissen moet het toepasselijk recht worden bepaald aan de hand van de Verordening Rome I2 (hierna: Rome I).

4.4.

Rituals baseert haar vorderingen enerzijds op de vaststellingsovereenkomst en anderzijds op de MFA.

4.5.

Op de vorderingen die zijn gebaseerd op de MFA is op grond van artikel 3 lid 1 Rome I Nederlands recht van toepassing, omdat Rituals en Dimpex in de MFA een rechtskeuze voor Nederlands recht hebben gemaakt.

4.6.

Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op de vaststellingsovereenkomst geldt het volgende. Dimpex betwist dat zij met Rituals de door haar gestelde vaststellingsovereenkomst heeft gesloten. De vraag of de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, moet in beginsel worden beantwoord op grond van Nederlands recht. Dit volgt uit artikel 10 lid 1 Rome I, dat bepaalt dat het bestaan en de geldigheid van een overeenkomst worden beheerst door het recht dat op grond van de verordening toepasselijk zou zijn, als de overeenkomst geldig zou zijn. In artikel 8.1 van de vaststellingsovereenkomst is een rechtskeuze voor Nederlands recht gemaakt. Artikel 1 lid 2 onder g Rome I bepaalt echter dat Rome I niet geldt voor de vraag of een vertegenwoordiger zijn principaal jegens een derde kan binden. Voor het geschilpunt of [naam 1] Dimpex heeft gebonden, moet het toepasselijk recht worden bepaald aan de hand van het Haags Vertegenwoordigingsverdrag3. Artikel 11 van dat verdrag luidt, voor zover hier van belang als volgt: In de verhouding tussen de vertegenwoordigde en de derde worden het bestaan en de omvang van de bevoegdheden van de vertegenwoordiger, alsmede de gevolgen van het werkelijk of beweerdelijk uitoefenen van zijn bevoegdheden, beheerst door het interne recht van de staat waarin de vertegenwoordiger zijn kantoor had op het tijdstip dat hij handelde. Evenwel is het interne recht van de staat toepasselijk waar de vertegenwoordiger heeft gehandeld, indien de derde zijn kantoor of zijn gewone verblijfplaats in die staat heeft.

Het beweerdelijk handelen van [naam 1] vond plaats in Nederland. Rituals had haar kantoor in Nederland toen zij met [naam 1] onderhandelde over de vaststellingsovereenkomst en hij, volgens Rituals, zijn handtekening op de vaststellingsovereenkomst heeft gezet. Dat maakt dat in dit geval eveneens Nederlands recht van toepassing is op de vraag of [naam 1] Dimpex heeft gebonden.

4.7.

Ook de vorderingen van Dimpex in het incident en in reconventie, die zijn gebaseerd op de MFA en op het niet rechtsgeldig tot stand zijn gekomen van de vaststellingsovereenkomst, moeten worden beoordeeld aan de hand van het Nederlands recht. Daarvoor geldt hetzelfde als hiervoor in 4.5 en 4.6 is overwogen.

verder in de hoofdzaak

4.8.

Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie sterk met elkaar samenhangen zullen zij gezamenlijk worden behandeld.

4.9.

Rituals en Dimpex hebben verschil van mening over de vraag of de franchiserelatie tussen hen tot een einde is gekomen. Volgens Rituals is dit het geval omdat zij met Dimpex, na onderhandelingen daarover met [naam 1] namens Dimpex, een vaststellingsovereenkomst heeft gesloten. Verder volgt het einde van de relatie volgens Rituals uit de omstandigheid dat Rituals bij brief van 11 april 2018 (zie hiervoor onder 2.4) de MFA heeft opgezegd.

4.10.

Als komt vast te staan dat Rituals en Dimpex een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten, dan is onder meer de door Rituals primair onder (i) gevorderde verklaring voor recht in conventie toewijsbaar en moeten alle vorderingen van Dimpex in reconventie worden afgewezen. In dat geval behoeven veel van de andere geschilpunten tussen partijen geen bespreking. Om die reden zal de vraag of de franchiserelatie is geëindigd door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst hierna als eerste worden behandeld.

beëindiging op grond van de vaststellingsovereenkomst?

4.11.

Het standpunt van Rituals dat de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, is gebaseerd op twee zelfstandig dragende argumenten. Het eerste argument is dat (ook) [naam 2] de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend. Het tweede argument is dat, indien [naam 2] niet zou hebben getekend, er wilsovereenstemming tussen partijen bestond omdat Rituals erop mocht vertrouwen dat [naam 1] en/of mr. Duijm bevoegd waren om Dimpex te vertegenwoordigen.

- Ondertekening door [naam 2] ?

4.12.

In geschil is of [naam 2] de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend. Rituals heeft zich op het standpunt gesteld dat dit het geval is. Zij heeft in dit verband gewezen op de e-mail van 8 oktober 2019 met bijlage, die zij vanaf het e-mailadres [e-mailadres] heeft ontvangen. Volgens Rituals was als bijlage de vaststellingsovereenkomst meegezonden, met daarop ook de handtekening van [naam 2] . Dimpex heeft stellig ontkend dat [naam 2] de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend. Dimpex heeft ook betwist dat [naam 1] de e-mail van 8 oktober 2019 heeft gestuurd.

4.13.

Niet ter discussie staat dat volgens het uittreksel uit het Litouwse handelsregister [naam 2] (ook in oktober 2019) de enig wettelijk bevoegde vertegenwoordiger van Dimpex was. Indien komt vast te staan dat hij de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend, heeft hij Dimpex gebonden en is de vaststellingsovereenkomst tussen Rituals en Dimpex rechtsgeldig tot stand gekomen.

4.14.

De vaststellingsovereenkomst is een onderhands stuk. Om dit stuk aan te merken als een onderhandse akte in de zin van artikel 156 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en daaraan bewijskracht toe te kennen, is nodig dat het stuk is ondertekend door de partij tegen wie het wordt gebruikt. Een onderhandse akte levert dwingend bewijs op van de waarheid van een verklaring van een partij, over datgene waarvoor de akte bedoeld is ten behoeve van de andere partij te bewijzen (artikel 157 lid 2 Rv). Artikel 159 lid 2 Rv brengt mee dat, indien degene aan wie een stuk als onderhandse akte wordt tegengeworpen, stellig ontkent dat de onder het stuk aanwezige handtekening van hem afkomstig is, aan het stuk geen enkele bewijskracht toekomt, zolang niet bewezen is van wie de handtekening afkomstig is. De bewijslast van de echtheid van de handtekening rust op degene die zich op het stuk beroept.

4.15.

Omdat Dimpex stellig ontkent dat [naam 2] de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend, levert de vaststellingsovereenkomst (nog) geen bewijs op van dat wat daarin is verklaard. Eerst moet worden bewezen van wie de ondertekening afkomstig is (artikel 159 lid 2 Rv). De bewijslast van de echtheid van de handtekening rust op Rituals.

4.16.

Volgens Rituals heeft zij, gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval, voldaan aan de bewijslast van artikel 159 lid 2 Rv. Daarbij betoogt Rituals onder verwijzing naar HR 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:572) en de bijbehorende conclusie (ECLI:NL:PHR:2019:238) dat de rechter mag putten uit ieder feitelijk gegeven in het geding. In dat verband wijst Rituals er onder meer op dat de ondertekende vaststellingsovereenkomst op 8 oktober 2019 is verzonden vanaf het e-mailadres van [naam 1] . Ook heeft Rituals daarna meermaals gevraagd om het originele document aan haar toe te zenden en Dimpex heeft daarop niet gereageerd, terwijl dat wel voor de hand had gelegen als de vaststellingsovereenkomst niet zou zijn getekend. Rituals vindt de betwisting door Dimpex onvoldoende en ongeloofwaardig.

4.17.

Voor zover Rituals met het voorgaande heeft betoogd dat zij niet het bewijs van de echtheid van de handtekening zou moeten dragen, verwerpt de rechtbank dat betoog. Voor de toepasselijkheid van artikel 159 lid 2 Rv worden, naast een stellige ontkenning, geen verdere eisen gesteld. De ontkenner behoeft ook geen onderbouwing van zijn ontkenning te geven. Artikel 159 lid 2 Rv laat geen ruimte voor een andere bewijslastverdeling dan in die bepaling is opgenomen. Het is dus aan Rituals om de echtheid van de handtekening te bewijzen. Dat de ondertekende vaststellingsovereenkomst op 8 oktober 2019 is verzonden vanaf het e-mailadres van [naam 1] is door Dimpex onvoldoende betwist. Daarmee staat weliswaar vast dat het document is verzonden vanaf de servers van Dimpex maar dat doet er niet aan af dat het, gelet op de betwisting van de echtheid van de handtekening, aan Rituals is om de echtheid van de handtekening te bewijzen.

Voor zover Rituals heeft betoogd dat zij al aan haar bewijslast heeft voldaan, gaat zij er daarmee aan voorbij dat de fase van bewijslevering nog niet heeft plaatsgevonden. Juist is dat de rechter bij de bewijswaardering mag putten uit ieder feitelijk gegeven in de zaak, maar die waardering is pas aan de orde na bewijslevering. Overigens merkt de rechtbank op dat de door Rituals genoemde omstandigheden niet zonder meer hoeven te betekenen dat de handtekening van [naam 2] is. Om de echtheid van de handtekening te beoordelen, is dus bewijslevering nodig.

4.18.

Dimpex heeft nog aangevoerd dat geen origineel exemplaar beschikbaar is maar alleen een scan of kopie van de vaststellingsovereenkomst, zodat onderzoek naar de echtheid van de handtekening onmogelijk zal zijn. De rechtbank volgt Dimpex hierin niet. Of onderzoek mogelijk is, zal kunnen blijken bij de bewijslevering.

4.19.

Aangezien bij de huidige stand van zaken nog geen definitief oordeel kan worden gegeven over de vraag of de vaststellingsovereenkomst door [naam 2] is ondertekend, zal de rechtbank hierna ingaan op het standpunt van Rituals dat de vaststellingsovereenkomst ook zonder handtekening of instemming van [naam 2] tot stand is gekomen tussen partijen.

- Schijn van volmachtverlening?

4.20.

Rituals heeft naar voren gebracht dat zij erop mocht vertrouwen dat [naam 1] bevoegd was om namens Dimpex de vaststellingsovereenkomst te sluiten. Dimpex heeft betwist dat Rituals daarop mocht vertrouwen. Verder heeft Dimpex op de zitting betwist dat [naam 1] zijn handtekening onder de vaststellingsovereenkomst heeft gezet.

4.21.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het midden blijven of [naam 1] zijn handtekening onder de vaststellingsovereenkomst heeft gezet. Ook als daar veronderstellenderwijs van uit zou worden gegaan, heeft [naam 1] daarmee Dimpex niet gebonden. Daartoe is het volgende redengevend.

4.22.

Art. 3:61 lid 2 BW bepaalt: Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan.

4.23.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad over artikel 3:61 lid 2 BW (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:HR:2017:142) volgt dat uitgangspunt is dat voor toerekening van schijn van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde ook plaats kan zijn ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan de in werkelijkheid onbevoegde tussenpersoon op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Dit risicobeginsel gaat niet zo ver dat voor toepassing daarvan ook ruimte is in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegd handelende persoon. Er moet sprake zijn van feiten of omstandigheden die de onbevoegd vertegenwoordigde betreffen en die rechtvaardigen dat laatstgenoemde in zijn verhouding tot de wederpartij het risico van de onbevoegde vertegenwoordiging draagt.

4.24.

Rituals wist ten tijde van de onderhandelingen over de vaststellingsovereenkomst dat [naam 1] niet vertegenwoordigingsbevoegd was. [naam 3] heeft hierover tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij al eerder in de registers had gezien dat een ander dan [naam 1] als vertegenwoordigingsbevoegd stond vermeld. In het kader van de onderhandelingen heeft [naam 3] Dimpex om een recent uittreksel uit het Litouwse handelsregister gevraagd. Mr. Duijm heeft dat verstrekt en daarin staat vermeld dat [naam 2] namens Dimpex als enige vertegenwoordigingsbevoegd is. Het was Rituals dus bekend dat uitsluitend [naam 2] vertegenwoordigingsbevoegd was. In dit verband is ook van belang dat Rituals artikel 6.2 in de vaststellingsovereenkomst heeft opgenomen en onderaan die overeenkomst ook de naam van [naam 2] als ondertekenaar had vermeld. Daaruit blijkt dat Rituals zich ervan bewust was dat (ook) de handtekening van [naam 2] nodig was. Rituals heeft geen verklaringen of gedragingen van [naam 2] gesteld of anderszins relevante feiten of omstandigheden die Dimpex betreffen op basis waarvan Rituals er – in weerwil van de bij haar bekende wetenschap dat uitsluitend [naam 2] bevoegd was om Dimpex te vertegenwoordigen – erop mocht vertrouwen dat (ook) [naam 1] bevoegd was om Dimpex te vertegenwoordigen. De door Rituals gestelde omstandigheid dat [naam 1] zelf heeft gezegd dat hij bevoegd is (hetgeen door Dimpex overigens is betwist), is zonder bijkomende omstandigheden niet toereikend. Gelet op het voorgaande faalt dus het beroep op de schijn van volmachtverlening door [naam 1] .

4.25.

Ook de stelling van Rituals dat zij mocht vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van mr. Duijm als advocaat van Dimpex slaagt niet. Rituals heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. De enkele omstandigheid dat mr. Duijm als advocaat van Dimpex bij de onderhandelingen optrad, brengt nog niet met zich dat Rituals erop mocht vertrouwen dat hij bevoegd was namens Dimpex een vaststellingsovereenkomst te sluiten. Dat Rituals op een dergelijke bevoegdheid van mr. Duijm is afgegaan, blijkt overigens ook niet uit de feitelijke gang van zaken, omdat het de bedoeling was dat [naam 1] en [naam 2] de vaststellingsovereenkomst zouden ondertekenen, terwijl gesteld noch gebleken is dat mr. Duijm de vaststellingsovereenkomst namens Dimpex zou ondertekenen.

4.26.

Voor zover Rituals nog heeft betoogd dat Dimpex niet tijdig de ontbindende voorwaarde van artikel 6.2 van de vaststellingsovereenkomst heeft ingeroepen en dat die overeenkomst om die reden definitief is geworden, verwerpt de rechtbank dat betoog. Dat standpunt ziet eraan voorbij dat eerst een (rechtsgeldige) overeenkomst tot stand moet zijn gekomen, alvorens een daarin opgenomen ontbindende voorwaarde van kracht kan zijn. Zolang niet vast staat dat [naam 2] de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend, is in dit geval geen sprake van een rechtsgeldige overeenkomst tussen partijen.

4.27.

Ook het beroep van Rituals op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid slaagt niet. Als niet komt vast te staan dat [naam 2] de vaststellingsovereenkomst heeft getekend, dan is er geen overeenkomst met Dimpex tot stand gekomen. Een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid kan er niet toe leiden dat Dimpex alsnog wordt gebonden aan een overeenkomst waarmee zij niet heeft ingestemd.

4.28.

De conclusie van al het voorgaande is dat voor de vraag of de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, bepalend is of [naam 2] die overeenkomst heeft ondertekend.

4.29.

Aangezien Rituals op de zitting heeft verklaard dat de twee door haar aangevoerde grondslagen voor beëindiging van de franchiserelatie (de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst enerzijds en de opzegging van de MFA anderzijds) nevenschikkend zijn, zal de rechtbank hierna beoordelen of de vorderingen van Rituals, gebaseerd op beëindiging van de MFA en de franchiserelatie door opzegging, toewijsbaar zijn. Indien de vorderingen op die grondslag toewijsbaar zouden zijn, hoeft aan bewijslevering op het punt van de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst door [naam 2] namelijk niet meer te worden toegekomen.

beëindiging door opzegging van de MFA?

4.30.

Rituals heeft als tweede grondslag voor het einde van de franchiserelatie aangevoerd dat zij bij brief van 11 april 2018 de MFA heeft opgezegd.

4.31.

In de MFA staat dat deze werd gesloten voor de duur van vijf jaar (artikel 7.1) met een optie voor nog eens vijf jaar (artikel 7.2). Rituals en Dimpex zijn het erover eens dat zij na de oorspronkelijke vijf jaar de overeenkomst met vijf jaar hebben verlengd. In artikel 7.3 MFA staat dat elk van de partijen de overeenkomst kan beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn. Rituals en Dimpex zijn het erover eens dat Rituals bij haar brief van 11 april 2018 heeft laten weten dat zij de MFA niet wil verlengen. Zij heeft daarbij in ieder geval een termijn van twaalf maanden in acht genomen.

4.32.

Dimpex heeft aangevoerd dat Rituals niet het recht had om de MFA op te zeggen. Zij heeft in dit verband naar voren gebracht dat Rituals haar bij het aangaan van de MFA in 2009 heeft gezegd dat alleen de franchisenemer de optie had om na afloop van de termijn van vijf jaar de overeenkomst te beëindigen. Na het verstrijken van een tweede periode van vijf jaar zou wederom alleen de franchisenemer de optie hebben voor verlenging of beëindiging. Er gold dus een onbepaald aantal termijnen van vijf jaar, afhankelijk van de keuze van de franchisenemer. Ook heeft Rituals volgens Dimpex destijds uitgelegd dat de master franchisegever geen recht had om de overeenkomst zonder enige reden te beëindigen. De enige reden voor Rituals om de overeenkomst te beëindigen, zouden ernstige tekortkomingen van Dimpex kunnen zijn.

Rituals heeft gemotiveerd weersproken dat zij dit aan Dimpex heeft medegedeeld. Dimpex heeft vervolgens haar stelling niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld door te stellen wie de door haar gestelde mededelingen heeft gedaan en wanneer precies. Dat had wel op haar weg gelegen, te meer omdat partijen daarmee iets zouden hebben afgesproken dat wezenlijk afwijkt van wat in artikel 7.3 MFA is opgenomen. Het verweer van Dimpex op dit punt faalt dus.

4.33.

In de MFA wordt, anders dan het in acht nemen van een opzegtermijn, geen voorwaarde gesteld voor beëindiging van de overeenkomst. Het andersluidende standpunt van Dimpex dat beëindiging van de MFA alleen mogelijk was op grond van een ernstige tekortkoming, faalt daarom, mede op grond van dat wat hiervoor onder 4.32 is geoordeeld.

4.34.

Dat wat hiervoor is overwogen, brengt met zich dat Rituals bevoegd was om de MFA eenzijdig op te zeggen. Dat heeft zij gedaan met haar brief van 11 april 2018. Daarmee is de MFA op 15 oktober 2019 tot een einde gekomen. Dit betekent echter nog niet dat daarmee ook de franchiserelatie als geheel tussen partijen is geëindigd.

4.35.

Artikel 27.1 MFA bepaalt – samengevat – dat wanneer de MFA wordt beëindigd Rituals het recht heeft om de ‘Business’ van Dimpex over te nemen of daarvoor een andere partij aan te dragen. Als Rituals van deze mogelijkheid geen gebruik maakt en Dimpex haar activiteiten voort wil zetten, dan verliest Dimpex de haar toegekende exclusiviteit (territoriaal en anderszins) en zullen haar franchisevoorwaarden naar beneden worden bijgesteld. Zij zullen dan gelijk zijn aan die van een regionale (sub)franchisenemer in Nederland of in het gebied, gedefinieerd in de MFA. Verder zou Dimpex dan haar eigen winkels uitbaten als franchisenemer van de nieuwe Master Franchisee voor dat gebied. Aldus steeds artikel 27.1 MFA. Dimpex heeft zich op het standpunt gesteld dat, als de MFA door de brief van 11 april 2018 tot een einde is gekomen, Rituals haar op grond van artikel 27.1 MFA moet toestaan als subfranchisenemer verder te gaan.

4.36.

Rituals heeft naar voren gebracht dat artikel 27.1 MFA niet ziet op de situatie zoals die nu voorligt, het einde van de MFA door het verstrijken van de looptijd. Deze door Rituals gestelde uitleg van artikel 27.1 MFA volgt naar het oordeel van de rechtbank echter niet uit de tekst van het artikel. Artikel 27.1 MFA maakt namelijk geen onderscheid in de manier waarop de MFA tot een einde komt. In dit verband is ook van belang dat de uitleg die Rituals aan artikel 27.1 MFA wil geven in tegenspraak is met haar beroep op de artikelen 27.2 – 27.10, die volgens haar door Dimpex zijn geschonden. Deze artikelen spreken steeds over “termination”. Dat partijen een andere bedoeling hebben gehad dan wat in de tekst is opgenomen en waaruit die andere bedoeling zou blijken, is door Rituals niet gesteld. Artikel 27.1 MFA is dus ook van toepassing wanneer de MFA tot een einde komt na opzegging daarvan tegen het einde van de looptijd.

4.37.

Rituals heeft verder aangevoerd dat zij haar beleid heeft gewijzigd en in het geheel geen gebruik meer maakt van een franchisesysteem. Artikel 27.1 MFA is daarom niet meer van toepassing, aldus Rituals. Ook hierin wordt Rituals niet gevolgd. Rituals’ standpunt vindt geen steun in de tekst van artikel 27.1 MFA. Rituals heeft verder geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de door haar voorgestane uitleg zo door partijen is bedoeld bij het aangaan van de MFA. Rituals heeft zelfstandig de beslissing genomen om haar beleid ten aanzien van het gebruik van een franchisesysteem te wijzen. Die bevoegdheid heeft zij, maar doet geen afbreuk aan de afspraken die zij voordien met Dimpex in de MFA heeft gemaakt.

4.38.

Rituals heeft ook naar voren gebracht dat Dimpex haar recht heeft verwerkt om een beroep op artikel 27.1 MFA te kunnen doen. Zij heeft in dit verband aangevoerd dat Rituals Dimpex tijdens een gesprek van 6 september 2018 aan Dimpex heeft medegedeeld dat zij van plan was het franchisemodel in de Baltische staten volledig af te bouwen. Zij heeft Dimpex vervolgens uitgenodigd een voorstel te doen om hiervoor een oplossing te vinden. Rituals heeft gesteld dat Dimpex hierop niet heeft gereageerd, waarna Rituals in november 2018 zelf een schikkingsvoorstel heeft gedaan. Dat bestond onder andere uit het tot 31 december 2019 verlengen van de samenwerking en de betaling van een exit fee. Deze onderdelen zijn na onderhandeling ook in de vaststellingsovereenkomst opgenomen.

4.39.

Voor een geslaagd beroep op rechtsverwerking moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden op grond waarvan bij Rituals het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat Dimpex haar aanspraak niet meer geldend zal maken of waardoor de positie van Rituals onredelijk verzwaard of benadeeld zou worden wanneer Dimpex haar recht of bevoegdheid alsnog geldend maakt. De omstandigheden dat Dimpex na uitnodiging daartoe in 2018 geen voorstel heeft gedaan en dat zij met Rituals heeft onderhandeld over het schikkingsvoorstel van Rituals zijn onvoldoende om rechtsverwerking aan te nemen. In het kader van de gesprekken die partijen met elkaar hebben gevoerd, heeft Dimpex zich namelijk ook steeds op het standpunt gesteld dat Rituals niet de mogelijkheid had om de MFA op te zeggen en dat Dimpex in elk geval aanspraak kon en zou maken op de subfranchise-optie van artikel 27.1 MFA. Dat heeft Dimpex in elk geval in de e-mails van 29 januari 2019 en 8 februari 2019 gedaan (productie 7 en 8 bij conclusie van antwoord). Daarmee heeft Dimpex tijdig en kenbaar een beroep op artikel 27.1 MFA gedaan. Dat staat aan een geslaagd beroep op rechtsverwerking in de weg.

4.40.

Er bestaat, anders dan Rituals heeft gesteld, ten slotte ook geen aanleiding om Rituals nu opnieuw de in artikel 27.1 MFA omschreven keuzemogelijkheid te bieden. Rituals heeft immers aan Dimpex laten weten dat zij niet van plan was haar activiteiten over te nemen. Ook heeft zij geen andere partij aangedragen om als Master Franchisee op te treden. Daarmee heeft Rituals dus eerder kenbaar gemaakt geen gebruik te maken van de door artikel 27.1 MFA gegeven keuzemogelijkheid.

4.41.

Wat hiervoor is overwogen, leidt tot het oordeel dat de MFA tot een einde is gekomen, maar dat de franchiserelatie tussen partijen niet is geëindigd en dat Dimpex de mogelijkheid moet worden geboden om conform artikel 27.1 MFA als (sub)franchisenemer verder te gaan onder de in dit artikel genoemde voorwaarden.

Vervolg van de procedure

4.42.

Rituals zal worden opgedragen te bewijzen dat de handtekening onder de vaststellingsovereenkomst van [naam 2] afkomstig is. Rituals zal in de gelegenheid worden gesteld om zich bij akte uit te laten over de vraag hoe zij het bewijs wil leveren. Indien zij dat wil doen door het overleggen van bewijsstukken, moet Rituals die stukken direct bij akte in het geding brengen. Indien zij bewijs wil leveren door het horen van getuigen moet Rituals de getuigen en de verhinderdagen van partijen en hun advocaten (voor de maanden mei tot en met september 2022) direct bij akte opgeven. Als Rituals het gevraagde bewijs wil leveren door een (handschrift)deskundige geldt het volgende. Rituals en Dimpex kunnen zich dan twee weken later bij akte (bij voorkeur eensluidend) uitlaten over de te benoemen (handschrift)deskundige en over de vragen die aan de deskundige moeten worden gesteld. De rechtbank is in dat geval voornemens aan de deskundige in ieder geval de volgende twee vragen voor te leggen:

1) Kunt u vaststellen of en zo ja met welke mate van waarschijnlijkheid de handtekening boven de naam van [naam 2] op de laatste pagina van de vaststellingsovereenkomst en de parafen/handtekeningen links onderaan de eerste vier pagina’s van de vaststellingsovereenkomst door [naam 2] zijn geplaatst? Kunt u uiteenzetten hoe u tot uw antwoord bent gekomen?

2) Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

4.43.

Het eventuele voorschot op de kosten van het deskundigenbericht zal door Rituals moeten worden betaald.

4.44.

Als Rituals slaagt in het bewijs staat vast dat de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen en geldt het volgende. In dat geval zijn de franchiserelatie en de MFA rechtsgeldig geëindigd. Het door Rituals in conventie onder (i) tot en met (vi) gevorderde is dan toewijsbaar en alle vorderingen in reconventie van Dimpex moeten dan worden afgewezen.

4.45.

Over de in conventie gevorderde boete overweegt de rechtbank als volgt. Rituals heeft onweersproken naar voren gebracht dat Dimpex zich niet aan haar verplichtingen uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst en de MFA heeft gehouden door onder meer toe te staan dat aan haar gelieerde derden Rituals-producten bleven verkopen in de Baltische staten. Dit betekent dat Dimpex de boete van EUR 100.000,- moet betalen die op overtreding van de afspraken staat. Dimpex heeft verzocht om matiging van de boete, maar heeft voor dit standpunt geen concrete onderbouwing gegeven. Het verzoek tot matiging van de boete zal daarom niet worden gehonoreerd. De mede gevorderde boete van EUR 500,- per dag vanaf 2 januari 2020 zal als in zoverre niet weersproken eveneens worden toegewezen.

Over de gevorderde buitengerechtelijke kosten overweegt de rechtbank het volgende. Onbetwist is dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Rituals heeft geen grondslag aangevoerd op basis waarvan de daadwerkelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten zouden moeten worden vergoed. Dat betekent dat aangesloten zal worden bij de staffel voor vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Onbetwist is dat de vorderingen een belang van EUR 1 miljoen of meer vertegenwoordigen, zodat conform de staffel een bedrag van EUR 6.775,- toewijsbaar is.

4.46.

Als Rituals niet slaagt in het bewijs staat niet vast dat de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen. In dat geval is de MFA wel rechtsgeldig opgezegd, maar is de franchiserelatie tussen partijen niet geëindigd. In conventie is dan alleen toewijsbaar de verklaring voor recht dat de MFA rechtsgeldig is geëindigd op 16 oktober 2019 als gevolg van opzegging. Voor het overige moeten dan de vorderingen in conventie worden afgewezen en is in reconventie het gevorderde onder (iv), (v), (vii) en (viii) toewijsbaar.

4.47.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

in het incident

4.48.

Elk van partijen kan op grond van artikel 223 Rv tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. De gevorderde voorlopige voorziening moet samenhangen met de hoofdvordering. Aan de voorwaarde dat de vordering in het incident met de hoofdvordering moet samenhangen, is voldaan.

4.49.

Verder geldt dat de eiser een voldoende dringend belang bij de incidentele vordering moet hebben, in die zin dat van hem niet kan worden gevergd dat hij de afloop van de bodemzaak afwacht. Als daaraan is voldaan, moet de rechtbank de belangen van partijen afwegen tegen de achtergrond van de te verwachten duur van de hoofdzaak en van de proceskansen daarin.

4.50.

De rechtbank overweegt dat vooruitlopen op de in de hoofdzaak te nemen beslissing alleen aangewezen is als voldoende aannemelijk is dat de vordering in reconventie in de hoofdzaak (gedeeltelijk) zal worden toegewezen. Aangezien in de hoofdzaak bewijslevering is opgedragen en niet duidelijk is wat daarvan de uitkomst zal zijn, is het vooralsnog onvoldoende zeker of de franchiserelatie tussen partijen is beëindigd of niet, zodat daarmee op dit moment onvoldoende aannemelijk is dat Rituals tegenover Dimpex nog een leveringsverplichting heeft. De rechtbank wijst daarom de incidentele vordering af.

4.51.

De rechtbank houdt de beslissing over de kosten van het incident aan, totdat in de hoofdzaak een eindbeslissing wordt genomen.

5. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

5.1.

draagt Rituals op te bewijzen dat de handtekening onder de vaststellingsovereenkomst afkomstig is van [naam 2] ;

5.2.

verwijst de zaak naar de rol van 16 februari 2022 voor uitlating door Rituals over hoe zij het bewijs wil leveren;

5.3.

bepaalt dat, indien Rituals het bewijs (ook) wil leveren door een deskundige, beide partijen twee weken na de hiervoor genoemde uitlating zich bij akte kunnen uitlaten als bedoeld in r.o. 4.42;

5.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

in het incident

5.5.

wijst de vordering af;

5.6.

houdt de beslissing over de proceskosten aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Kruis, rechter, bijgestaan door mr. E.R. Mac-Donald, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2022.

de griffier is verhinderd om

dit vonnis te ondertekenen 4

1 de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis)

2 Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I)

3 Verdrag betreffende het toepasselijke recht op vertegenwoordiging van 14 maart 1978

4 type: ERM coll: