Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:55

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-01-2022
Datum publicatie
10-01-2022
Zaaknummer
13/729061-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan omkoping door als ambtenaar in twee jaar giften te hoogte van ruim € 7.000,- aan te nemen van een aannemer, welke giften als doel hadden een voorkeursbehandeling te krijgen bij het verstrekken van stratenmakerswerk bij de gemeente Amsterdam. Verdachte heeft daarmee zijn (informatie)positie als ambtenaar misbruikt om zichzelf te verrijken. De rechtbank legt aan verdachte een taakstraf op van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/729061-16

Datum uitspraak: 10 januari 2022

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] , [woonplaats] .

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 november 2021 en 10 januari 2022.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mrs. A.M. Ruijs en L.S. van Haeringen, en van wat verdachte en zijn raadsman,

mr. J.T.H.M. Mühren, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij

zich in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 31 december 2014 (feit 1) en van 1 januari 2015 tot en met 5 juli 2016 (feit 2) heeft schuldig gemaakt aan ambtelijke corruptie, waarbij hij als ambtenaar van de gemeente Amsterdam giften, beloften en diensten heeft aangenomen of gevraagd van [naam 1] en [naam 2] , in privé en van de aan hen gelieerde bedrijven.

De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Aanleiding en verloop onderzoek Pos

Op 7 januari 2015 ontving de Rijksrecherche informatie uit oktober 2014 van het Team Criminele Inlichtingen (TCI). Daarin staat vermeld dat [medeverdachte 1] en [naam 3] , die beiden als opzichter werken bij de gemeente Amsterdam, Stadsdeel West, corrupt zijn. Zij laten zich door diverse aannemersbedrijven betalen. In ruil hiervoor krijgen die bedrijven straat- en grondwerk in Stadsdeel West. [medeverdachte 1] en [naam 3] ontvangen hiervoor vele duizenden euro’s. De bedrijven betalen aan hen om zeker te zijn van werk en vooral meerwerk, want daar wordt het meeste aan verdiend. In de TCI-informatie wordt een aantal bedrijven genoemd dat bij deze praktijken betrokken zou zijn.

Begin april 2015 ontving de Rijksrecherche opnieuw informatie van het TCI. Daarin staat dat [naam 3] en [medeverdachte 1] op de hoogte zijn van elkaars handelen, dat ze geld aanpakken van bedrijven en daarna meerwerk door die bedrijven laten uitvoeren.

Op 7 april 2015 is de Rijksrecherche een strafrechtelijk onderzoek gestart onder de naam Pos.

De Rijksrecherche heeft op allerlei manieren onderzoek gedaan, waaronder het opvragen van historische telefoongegevens, het opnemen en afluisteren van telefoons, observatie, en, op 8 maart 2016, het doorzoeken van de woningen en werkplekken van de betrokken ambtenaren, aannemers en hun bedrijven.

Daarbij is een groot aantal documenten en goederen in beslag genomen. [medeverdachte 1] en [naam 3] zijn in april 2016 voor het eerst als verdachte gehoord.

Tijdens het strafrechtelijk onderzoek kwamen op basis van nieuwe informatie de gemeenteambtenaren [medeverdachte 2] en verdachte in beeld. In april en juni 2016 vonden doorzoekingen plaats op de werkplekken en in de woningen van [medeverdachte 2] en verdachte. Zij zijn voor de eerste keer gehoord in november 2016.

Op basis van restinformatie uit onderzoek Pos is op 21 februari 2017 een nieuw strafrechtelijk onderzoek geopend onder de naam Portofino, dat eveneens zag op de verdenking van ambtelijke corruptie, gepleegd door andere gemeenteambtenaren bij de gemeente Amsterdam.

Nadat de onderzoeken Pos en Portofino door de Rijksrecherche waren afgerond hebben de raadslieden eind 2018 onderzoekswensen ingediend bij de rechter-commissaris. De door de rechter-commissaris toegewezen getuigen in onderzoek Pos zijn in de eerste helft van 2019 gehoord.

De inhoudelijke behandeling van de strafzaken tegen de verdachten [medeverdachte 1] , [naam 3] , [medeverdachte 2] en verdachte stond aanvankelijk gepland begin april 2020, samen met de behandeling van de strafzaken tegen drie verdachten uit het onderzoek Portofino. In verband met de coronapandemie is deze behandeling afgelast, nog voordat de dagvaardingen waren uitgegaan.

In overleg met de raadslieden zijn nieuwe data gezocht waarop de inhoudelijke behandeling van de strafzaken tegen de verdachten [medeverdachte 1] , [naam 3] , [medeverdachte 2] en verdachte kon plaatsvinden. De verdachten zijn vervolgens gedagvaard voor 1 november 2021, waarbij meerdere zittingsdagen zijn gereserveerd.

De strafzaken tegen de verdachten uit het onderzoek Portofino zullen op een later moment worden behandeld. Naast de verdachten [medeverdachte 1] , [naam 3] , [medeverdachte 2] en verdachte is ook een aantal aannemers en hun bedrijven als verdachten aangemerkt. Het Openbaar Ministerie heeft meegedeeld dat met hen schikkingen zijn getroffen, of dat de onderhandelingen nog gaande zijn.

De zaak van verdachte is behandeld op 4 november 2021.

Het onderzoek is formeel gesloten op de terechtzitting van 10 januari 2022.

5 Juridisch kader passieve ambtelijke omkoping

5.1.

Wetswijziging per 1 januari 2015

Ambtelijke omkoping is strafbaar voor de omkoper (actieve omkoping) en de ambtenaar (passieve omkoping). Voor 1 januari 2015 was passieve ambtelijke omkoping geregeld in de artikelen 362 en 363 Sr, waarbij artikel 362 Sr het oog had op doen of nalaten van de ambtenaar zonder daarbij in strijd met zijn plicht te handelen en artikel 363 Sr op doen of nalaten in strijd met zijn plicht. Omdat dit onderscheid in de rechtspraak nog maar weinig betekenis had, is het per 1 januari 2015 uit de wet gehaald. Daarnaast zijn per 1 januari 2015 de strafmaxima voor ambtelijke omkoping verhoogd.

De ten laste gelegde feiten bestrijken de periode 1 oktober 2008 tot en met 5 juli 2016. Voor de feiten voor 1 januari 2015 is artikel 363 oud Sr van toepassing. Voor feit 2, gepleegd vanaf 1 januari 2015, is het thans geldende artikel 363 Sr van toepassing. Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank de feiten 1 en 2 echter gezamenlijk behandelen.

5.2.

Vereisten voor passieve ambtelijke omkoping

5.2.1.

Ambtenaar in zijn bediening

Allereerst is voor een bewezenverklaring vereist dat een ambtenaar in zijn bediening wordt omgekocht. De woorden ‘in zijn bediening’ eisen niet dat de ambtenaar bevoegd is tot de diensten die van hem verlangd worden, maar alleen dat zijn ambt hem daartoe in staat stelt of hem daartoe de gelegenheid biedt.

5.2.2.

Giften, beloften of diensten

Vervolgens is de vraag aan de orde of sprake is van het aannemen of vragen van giften, beloften of diensten (hierna samengevat als: giften) van een ander door de ambtenaar. Van het aannemen van een gift is sprake als het betreffende voordeel feitelijk in de macht van de ambtenaar is geraakt. Van het aannemen van een belofte is sprake als het aanbod wordt geaccepteerd.

5.2.3.

Tegenprestatie

Als is komen vast te staan dat de ambtenaar giften heeft aangenomen of gevraagd, is de volgende vraag of die ambtenaar wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze giften hem werden gedaan om hem als ambtenaar iets te laten doen of nalaten of omdat hij in het verleden iets heeft gedaan of nagelaten. Art. 363 Sr vereist niet dat het met de giften beoogde handelen of nalaten ook daadwerkelijk is gevolgd.

Onder ‘wetende’ is ook voorwaardelijk opzet begrepen (HR 30 mei 2008, NJ2008/318). Door toevoeging van ‘redelijkerwijs vermoedende’ aan de wettekst heeft de wetgever volgens de Memorie van Toelichting ook voorzien in een schuldvariant, waarmee ‘in gevallen van verwijtbare of wellicht gefingeerde naïviteit van de ambtenaar strafrechtelijk kan worden opgetreden’.

5.2.4.

Tegenprestatie in de vorm van een voorkeursbehandeling

In het verleden werd aangenomen dat de gift verband moest houden met een min of meer concrete tegenprestatie. In meer recente rechtspraak heeft de Hoge Raad echter voor art. 177 Sr (actieve ambtelijke omkoping) geoordeeld dat dit artikel niet alleen ziet op de situatie dat er een direct verband bestaat tussen de gift of belofte enerzijds en een concrete tegenprestatie anderzijds, maar ook op het doen van giften of beloften aan een ambtenaar om daardoor een relatie met die ambtenaar te doen ontstaan en/of te onderhouden met het doel een voorkeursbehandeling te krijgen (o.a. ECLI:NL:HR:2005:AT8318 en ECLI:NL:HR:2017:641). Of kan worden vastgesteld dat de giften zijn gedaan om een voorkeursbehandeling te krijgen, zal mede afhangen van de omvang, de aard en de frequentie van de giften, de positie van de ambtenaar binnen de overheidsorganisatie en het tijdstip waarop de giften zijn gedaan.

5.2.5.

Contra-indicaties

Contra-indicaties kunnen zijn dat de betreffende aannemer ook privé veelvuldig contact had met de ambtenaar, dat de ambtenaar binnen de gemeente maar zeer beperkt zeggenschap had over de aanbesteding van projecten en dat de aard en omvang van de giften ruimte laten voor een alternatieve verklaring (o.a. ECLI:NL:GHARL:2020:8751). Een hechte vriendschap tussen de betreffende ambtenaar en de gever waardoor de privérelatie niet goed is te scheiden van de zakelijke relatie, kan evenwel geen rechtvaardiging vormen voor het aannemen van giften. Het enkele feit dat het om een gift in de privésfeer gaat, sluit niet uit dat de omkoper met zijn gift het oogmerk kan hebben om de ambtenaar om te kopen en dat de ambtenaar zich laat omkopen (o.a. ECLI:NL:GHDHA:2017:3702).

6 Waardering van het bewijs

6.1.

Feiten en omstandigheden

Aan de hand van de vereisten voor een bewezenverklaring van passieve ambtelijke omkoping zal de rechtbank beoordelen of verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt. De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

6.1.1.

Was verdachte ambtenaar?

De rechtbank stelt vast dat verdachte in de periode van 1 november 2008 tot en met 5 juli 2016, in dienst was van de gemeente Amsterdam, en aldus ambtenaar was in de zin van artikel 363 Sr.

Verdachte is op 1 september 1981 in dienst getreden van de gemeente Amsterdam.2

Met ingang van 1 september 2003 is hij aangesteld als teamleider bij de sector Openbare Ruimte bij stadsdeel Amsterdam-Centrum.3

In een brief van de gemeente Amsterdam van 29 juni 2009 is te lezen verdachte per 1 juli 2009 wordt aangesteld in de functie van Beheerder Wegen en Straatmeubilair bij de afdeling Beheer en Onderhoud.4

In een brief van 12 november 2012 is verdachte medegedeeld dat hij zal worden geplaatst in de Directie Schoon en Heel, afdeling Heel Beheer in de functie van Medewerker Beleidsrealisatie D.5

Per brief van 22 september 2014 is verdachte meegedeeld dat hij ook na de gemeentelijke reorganisatie op 1 januari 2015 zijn huidige functie Medewerker Beleidsrealisatie D bij Stadsdeel Centrum zal blijven voortzetten. Hij zal gaan werken bij Schoon en Heel.6

Verdachte heeft zijn functie bij Stadsdeel Centrum tot 5 juli 2016 verricht. Toen is hij vanwege het ernstige vermoeden dat hij zich aan ambtelijke corruptie en plichtsverzuim had schuldig gemaakt, met onmiddellijke ingang geschorst.7

6.1.2.

Was verdachte in staat een tegenprestatie (voorkeursbehandeling) te geven aan aannemers en de aan hen gelieerde bedrijven?

6.1.2.1. [naam 1] en [naam 2] en de aan hen gelieerde ondernemingen

De verdenking ziet er op dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan omkoping, door giften aan te nemen van [naam 1] en [naam 2] en van de aan hen gelieerde ondernemingen. De rechtbank zet hierna op een rij hoe deze verschillende ondernemingen aan deze personen zijn gelieerd. Dat geldt alleen voor de ondernemingen waarvoor de rechtbank hierna tot een bewezenverklaring komt.

[naam 1] is in de (onderzoeks-)periode betrokken geweest bij de bedrijfsvoering van [naam VOF] Hij was daarvan 100% aandeelhouder en bestuurder. 8

ABM Civiel B.V. is opgericht op 8 september 1999.9

[naam 1] is via zijn B.V.’s 100% aandeelhouder en bestuurder.10

[naam VOF] is op 1 januari 2000 opgericht. De onderneming heeft als activiteiten: Wegenbouw, Grondverzet en Stratenmaken. Als vennoten zijn geregistreerd [naam B.V.] (vanaf 1 januari 2000) en [naam B.V.] (sinds 31 december 2013). Tot 31 december 2013 respectievelijk 1 januari 2013 stonden als vennoten geregistreerd [naam B.V.] en [naam B.V.]11 In feite is er sprake van een familiebedrijf: leden van de familie [familienaam bedrijf] (vader [naam 2] en de broers [broer 1] en [naam 1] ) zijn allen voorzitter van een afzonderlijke stichting die verschillende vennootschappen beheren.12

6.1.2.2. Relatie tussen verdachte en [naam 1] en [naam 2] en de aan hen gelieerde bedrijven

De rechtbank vindt dat er voldoende bewijs is dat verdachte in de ten laste gelegde periode een zodanige positie binnen de gemeente had dat hij in staat was om de aannemers [naam 1] en [naam 2] of één van hun bedrijven, een voorkeursbehandeling te geven.

Zakelijke relatie tussen verdachte en [naam 1] voorafgaande aan en tijdens ten laste gelegde periode

Verdachte is namelijk vanaf 1 september 1981 werkzaam bij de gemeente Amsterdam.

Verdachte heeft verklaard dat hij [naam 1] vanaf ongeveer 1995 kent. [naam 1] zat op een shovel en werkte op dat moment voor zijn vader [naam 2] aan klussen voor de gemeente Amsterdam. Ze zagen elkaar op het werk en in de schaftkeet. Verdachte is bevriend geraakt met [naam 1] en ziet hem ongeveer één keer in de drie à vier weken. Zij komen ook bij elkaar thuis en hij is ook wel eens op een verjaardag bij hem geweest.13,14

[naam 1] heeft verklaard dat hij verdachte zakelijk heeft leren kennen maar dat het contact in de loop der jaren is uitgegroeid tot een vriendschap. Toen verdachte in het stadsdeel Bos en Lommer werkte, werkte [naam 1] ook voor de gemeente Amsterdam in dat stadsdeel. [verdachte] is op enig moment vanuit het stadsdeel Bos en Lommer vertrokken naar stadsdeel Centrum.

[naam 1] heeft twee opdrachten gehad gerelateerd aan een project dat hij heeft aangenomen van het ingenieursbureau van stadsdeel Centrum. Dat ging over een project Oudezijds Voorburgwal en daarnaast wat straatwerk dat hersteld moest worden. Voor dat straatwerk moest overleg vanuit het ingenieursbureau worden gepleegd met de afdeling Beheer en Onderhoud van het stadsdeel Centrum. Vanuit de afdeling Beheer en Onderhoud is toen de goedkeuring gekomen om dat straatwerk rond dat project te realiseren. Deze opdrachten zijn via verdachte vanuit de afdeling Beheer en Onderhoud naar [naam 1] toegekomen.15

Verdachte verstrekt informatie over projecten aan [naam 1]

Anders dan verdachte het doet voorkomen en door de verdediging is gesteld, is de rechtbank van oordeel dat uit de navolgende WhatsApp-gesprekken blijkt dat verdachte en [naam 1] in de ten laste gelegde periode geregeld contact hebben gehad over zakelijke projecten bij de gemeente Amsterdam. Daarbij is door verdachte informatie over projecten aan [naam 1] verstrekt en is tussen hen gesproken over het verkrijgen van opdrachten voor [naam 1] en het manipuleren van facturen.

Op 22 en 24 oktober 2010 verzond verdachte de volgende WhatsApp-berichten16 aan [naam 1] :

22 oktober 2010:

[verdachte] : De antwoorden op de nota komen er aan. Ben er net over gebeld.

(…) Er zijn spanningen. [naam 5] doet niet meer mee.

24 oktober 2010:

[verdachte] : [naam 1] , ik meld het af. Alles is binnen !!! ik herhaal, Alles is binnen !!! (met icoontjes spierballen)

De rechtbank leest de berichten van 22 oktober 2010 zo dat verdachte informatie geeft over bouwbedrijf [naam 5] dat kennelijk niet langer meedingt naar een opdracht. Uit het gesprek van 24 oktober 2010 kan worden afgeleid dat [naam 1] of één van zijn bedrijven de opdracht heeft binnengehaald. Dit wordt op triomfantelijke manier door verdachte aan [familienaam bedrijf] meegedeeld en als een overwinning gepresenteerd.

Uit deze gesprekken kan worden vastgesteld dat verdachte informatie geeft met betrekking tot een opdracht die voor [familienaam bedrijf] van belang kon zijn om zijn strategie te bepalen om deze te verkrijgen. Gezien de inhoud van het bericht van 24 oktober 2010 was ook het streven er kennelijk op gericht dat [familienaam bedrijf] de opdracht zou binnenhalen.

Op 24 en 25 november 2013 vonden de volgende WhatsApp-gesprekken17 plaats tussen verdachte en [naam 1] :

24 november 2013:

[verdachte] : Heb vrijdag met [naam 6] over je gesproken hij wist me veel ins en outs te vertellen. Als jij [naam 7] belt zit hij er bijna altijd naast

[naam 1] : Oh dan moet ik opletten

[verdachte] : Ja dat moetje zeker. Ik weet wel dat je hoog scoort met je plan maar weet pas morgen hoeveel. Ben je ervan overtuigd datje concurrentie lager inschrijven? Ik moet het nog zien

[naam 1] : Ja ik hoop van niet maar denk van wel! Ik ben aan het bidden.

25 november 2013

[naam 1] : En?

De rechtbank interpreteert deze gesprekken aldus dat verdachte aan [naam 1] informatie geeft met betrekking tot een lopende aanbesteding waarvoor ook [naam 1] zich heeft ingeschreven. Verdachte waarschuwt [naam 1] dat een collega, [naam 6] , meeluistert als [naam 1] met [naam 1] zaken bespreekt die [naam 6] kennelijk niet mag horen. Verdachte laat [naam 1] verder weten dat hij er niet van overtuigd is dat de concurrentie lager zal inschrijven dan [naam 1] . Hij weet te melden dat [naam 1] hoog scoort maar dat hij de volgende dag meer weet. Opvallend is dat [naam 1] de volgende dag appt met de vraag “En?”. Kennelijk informeert hij bij verdachte of deze al meer over de aanbesteding weet te melden.

Ook hier is het opmerkelijk dat verdachte kennelijk informatie vergaard heeft over de betreffende aanbestedingsprocedure die hij met [naam 1] deelde.

Op 24 november 2014 vond het volgende WhatsApp-gesprek18 tussen verdachte en [naam 1] plaats.

[verdachte] : En en kan ik je al feliciteren?

[naam 1] : Yub

[verdachte] : Zie je wel, appeltje eitje. Gefeliciteerd

[naam 1] : ja maar? Voor een bloedprijs

[verdachte] : Je had ook die duurdere offerte moeten inleveren

[naam 1] : Dan nog!!

[verdachte] : Dan moeten we sleutelen aan het project

(…) Zojuist [naam 8] gesproken hij komt net ruim glimlachend binnenlopen. Hij verteld dat ie nog zo’n project kan maken en dan nog budget over houd. De projectraming is 1,9 milj

[naam 1] : Ja hij mag wel een beetje medelijden met me hebben

[verdachte] : Kop op zoek de fouten in het bestek dan krik je de offerte weer op

De rechtbank stelt vast dat verdachte opnieuw interne informatie aan [naam 1] verstrekt over een aanbesteding en dat hij hem suggesties aan de hand doet over hoe hij meer bij de gemeente kan declareren dan op basis van de goedgekeurde offerte het geval zou zijn.

Op 18 mei 2015 stuurde [naam 1] het volgende WhatsApp-bericht19 aan verdachte:

[familienaam bedrijf] : [verdachte] ik raak er van de week uit met een koppeltje dat altijd bij [naam 7] zit kan er nog een opdracht verstrekt worden denk je?

Opmerkelijk is dat [naam 1] aan verdachte vraagt of er nog een opdracht verstrekt kan worden nu hij kennelijk twee werknemers (‘een koppeltje’) beschikbaar heeft. Dit lijkt er op te wijzen dat [naam 1] er vanuit gaat dat verdachte invloed op die opdrachtverstrekking kon uitoefenen.

Op 14 juni 2015 vond het volgende WhatsApp-gesprek20 plaats.

[verdachte] : [naam 1] , (…) die meneer kuijverhoven is bij ons een?

En dan moet ik voor jouw nog voorzichtig zijn want dit werk is een aanstrating op basis vergunning en loopt altijd via onze afdeling. Bert heeft hier afspraken gemaakt met de gebiedsmanagement ik ga deze meneer morgen effe bellen want die palen gaan er niet in.

Ik help je wel met je mis calculatie

[familienaam bedrijf] : O Oke

[verdachte] : Zit die man op de Stopera

[familienaam bedrijf] : Ik ken m niet? Weet niet, kan het wel ff vragen?

[verdachte] : Hou het maar effe rustig.

Belangrijk is dat je het werkje mag maken en het officieel gegund is.

Ook uit dit gesprek komt naar voren dat verdachte [naam 1] informeert over interne zaken met betrekking tot de gunning van bepaalde werkzaamheden. Ook biedt verdachte aan om [naam 1] te helpen met het herstellen van een kennelijk door [naam 1] gemaakte foutieve berekening, welk aanbod door [naam 1] wordt geaccepteerd.

Met betrekking tot het door [naam 1] in zijn verhoor genoemde project Oudezijds Voorburgwal en ander straatwerk, zijn WhatsApp-gesprekken aangetroffen tussen verdachte en [naam 1] . De volgende gesprekken vonden plaats:21

31 augustus 2015:

[verdachte] : Er komt een kans…

[naam 1] : Waarmee?

[verdachte] : Meerwerk Oudezijds voorburgwal

[naam 1] : hihi

15 september 2015:

[naam 1] : Daar moet op gedronken worden. Dat is lang geleden. Dat ik je een factuur kan sturen <vermoedelijk afbeelding>

[verdachte] : Volgende week factuur maar qua hoogte effe iets meer. Dat laatste gaan we in goed overleg bepalen.

[naam 1] : (smiley)

[verdachte] : Ik kijk effe of het mogelijk is om dat andere straatje ook aan te pakken

[naam 1] : Oe dat zou leuk zijn. Dat is de kers. Op de taart

17 september 2015:

[naam 1] : Heb je al nagedacht. Over welk straatje.

[verdachte] : Wijngaardstraatje en Oudezijds armsteeg

18 september 2015:

[verdachte] : Oudezijds armsteeg 120 m2 klinkers df. Wijngaardsstraatje 85 m2 klinkers df.

Als je een beetje cijfert kom je op ca € 6 duizend uit

21 september 2015:

[verdachte] : Factuur net goedgekeurd, stuur zsm nieuwe offerte volgens vorige whatsapp. (smiley met uitgestoken tong)

Verdachte heeft, geconfronteerd met het WhatsApp-bericht van 31 augustus 2015, verklaard dat vanuit het ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam aan [naam 1] het project Heintje Hoeksteeg en Oudezijds Armsteeg was gegund, bij een pand van het Leger des Heils. Dit pand zou door Maxima worden geopend. Er was niet genoeg budget binnen het project om de voorkant van het gebouw aan de Oudezijds Voorburgwal opnieuw te bestraten, waarop de projectmanager aan verdachte heeft gevraagd of verdachte vanuit zijn afdeling kon bijdragen omdat zij te weinig geraamd hadden voor het opknappen van de straat. Dat is toen gebeurd. [naam 1] was daar al bezig en het was voor hem een kans om geld op meerwerk te verdienen.22

Uit deze berichten kan naar het oordeel van de rechtbank worden opgemaakt dat verdachte [naam 1] er op heeft gewezen dat [naam 1] wellicht meerwerk zou kunnen krijgen. Ook heeft hij geprobeerd om [naam 1] er toe aan te zetten om een factuur met een opgehoogd eindbedrag in te dienen, waarbij de hoogte van het bedrag in goed overleg tussen hen zou worden bepaald. Verdachte heeft tevens aan [naam 1] toegezegd dat hij gaat kijken of het mogelijk is om ook een ander straatje aan te pakken. Kennelijk was het de bedoeling dat [naam 1] ook deze opdracht zou krijgen. [naam 1] noemde dit immers de kers op de taart. Met het noemen van een bedrag en de oppervlaktematen gaf [verdachte] feitelijk instructies aan [naam 1] zodat deze op de door hen afgesproken manier zijn offerte kon indienen.

Verdachte keurt facturen van [familienaam bedrijf] goed

Op 27 november 2015 en 2 december 2015 stuurde verdachte de volgende WhatsApp-berichten23 aan [naam 1] :

27 november 2015:

[verdachte] : Factuurtje spuistraat hotel komt nu ook in beweging, net afgetekend

2 december 2015:

[verdachte] : Factuur Spuistraat heb ik net in AFS officieel goedgekeurd en wordt vannacht of morgen uitbetaald (smiley)

De rechtbank leest deze berichten zo dat verdachte voor [naam 1] door hem ingediende facturen heeft goedgekeurd.

Verdachte brengt [naam 1] op de hoogte van interne audit op diens factuur

Op 10 februari 2016 vond het volgende WhatsApp-gesprek24 plaats tussen verdachte en [naam 1] :

[verdachte] : We hebben een Acam controle op div facturen en werkzaamheden. Ik zie er 1 van jouw. Dus (oogjes-emoji) Factuur, 5 maart 2015 Euro 199.663,20 Inkooporder 10004257

[naam 1] : Owke

[verdachte] : Egelantier denk ik.

De rechtbank stelt vast dat verdachte [naam 1] op de hoogte heeft gesteld van een accountantscontrole van één van zijn voor de gemeente uitgevoerde projecten waarin [naam 1] een factuur heeft gestuurd. Uit het gebruik van de oogjes-emoji leidt de rechtbank af dat verdachte [naam 1] adviseert goed op te letten.

Afkeuring handelen verdachte door zijn leidinggevende

Dat de hiervoor genoemde contacten niet door de beugel kunnen vindt bevestiging in het verhoor van de getuige [getuige 1] , de toenmalige leidinggevende van verdachte. In dit verhoor is hij geconfronteerd met enkele van de hiervoor genoemde WhatsApp-berichten. Met betrekking tot de zinsnede: “zoek de fouten in het bestek dan krik je de offerte weer op” verklaarde hij: “Dit kan niet.” Over de opmerking van verdachte: “Dan moeten we sleutelen aan het project” zei hij dat dit niet gebruikelijk is. Ook verklaarde hij in relatie tot de WhatsApp-gesprekken dat een ambtenaar niet mee helpt met miscalculatie en dat het niet gebruikelijk is dat gemeenteambtenaren aannemers informeren over het betalen van facturen. Evenmin is het gebruikelijk dat een werknemer van de gemeente met de functie van verdachte tegen aannemer [naam 1] zegt dat er een ‘kans’ komt.25

Conclusie

Verdachte werkte lang bij de gemeente Amsterdam en had op die manier een informatiepositie verworven voor projecten die voor [naam 1] interessant waren. Hij kende [naam 1] , en zijn vader [naam 2] , al lange tijd. Zij hadden zowel een zakelijke als privérelatie in de ten laste gelegde periode. Gelet op de berichten over opdrachtverstrekking, de goedkeuring van facturen en de informatieverstrekking over de interne accountantscontrole had verdachte een zodanige positie binnen de gemeente dat hij in staat was om [naam 1] en [naam 2] en hun bedrijven een voorkeursbehandeling te geven.

6.1.3.

Heeft verdachte giften aangenomen?

De rechtbank zal hierna beoordelen of sprake is geweest van een door [naam 1] en [naam 2] , of één van hun bedrijven, verleende gift, belofte of dienst die door verdachte is aangenomen.

Had verdachte voldoende contant geld beschikbaar om [naam 1] mee terug te betalen?

Verdachte heeft verklaard dat hij contant geld beschikbaar had, waarmee hij [naam 1] terugbetaalde als die iets voor hem had gekocht. De rechtbank zal eerst bespreken of de verklaring van verdachte over het contante geld aannemelijk is. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of de zaken die [naam 1] zou hebben voorgeschoten, als giften moeten worden beschouwd.

Verdachte heeft verklaard dat het contante geld afkomstig was van zijn oma, die in december 2014 is overleden en dat geld in haar stoel bewaarde. Dat betrof € 28.500,- waarvan € 19.950,- bij de doorzoeking is aangetroffen. Daarnaast heeft verdachte nog € 40.000,- aan contanten van zijn vader geërfd, maar dat is niet in beslag genomen. Op de zitting heeft verdachte daaraan toegevoegd dat hij na fiscaal advies van zijn boekhouder regelmatig contant geld opnam van zijn rekening om dat thuis te bewaren.

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaring voor het contant terugbetalen aan [naam 1] onaannemelijk is. Een concrete link tussen een terugbetaling en contante opnames ontbreekt. Verdachte heeft in eerste instantie verklaard dat hij de terugbetalingen van de erfenis van oma heeft gedaan. Daarvoor had hij echter slechts € 28.500,- minus € 19.950,- = € 8.550,- tot zijn beschikking. Dat is onvoldoende om al die terugbetalingen mee te kunnen hebben gedaan. Daar komt bij dat een deel van de terugbetalingen al voorafgaand aan de dood van oma is gedaan, zodat die niet uit de erfenis kunnen zijn betaald. Bovendien lopen de verklaringen van verdachte en zijn moeder over de erfenis uiteen en verklaart moeder wisselend, zodat haar getuigenverklaring onbetrouwbaar is. Tot slot is het ongeloofwaardig dat de Rijksrecherche niet goed heeft gezocht en het geld van vader niet zou hebben gevonden.

De rechtbank overweegt dat de door verdachte en zijn moeder afgelegde verklaringen over de manier waarop verdachte aan het contante geld is gekomen, vragen oproepen en niet volledig overtuigen. Niettemin kan worden vastgesteld dát verdachte op het moment van de doorzoeking op 5 juli 2016 over een fors contant geldbedrag beschikte. Niet meer kan worden vastgesteld hoeveel dat precies was. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verklaring dat verdachte contante geldbedragen aan [naam 1] heeft terugbetaald best op waarheid zou kunnen berusten. Die verklaring kan niet zondermeer terzijde worden geschoven.

iPad Wifi 64 GB Goud

Bij de doorzoeking in de woning [verdachte] werd een iPad in beslag genomen.26 Het betreft een iPad Air, Wifi 64GB Goud, inclusief een smart case middernachtblauw en een Logitech toetsenbord.27

In de bedrijfsadministratie van [naam 1] werd in een ordner van [naam VOF]28 een kassabon van de Apple Store op het Leidseplein te Amsterdam aangetroffen. Uit deze kassabon blijkt dat op 21 december 2014 een IPad Wifi 64GB Goud, ter waarde van € 599,- werd gekocht.

Ook werd een iPad Air smart case en een toetsenbord gekocht. De totaalprijs van

€ 777,95 werd contant betaald.29

In december 2014 vonden onder meer de volgende WhatsApp-gesprekken plaats tussen verdachte en [naam 1] .

11 december 2014:

[verdachte] : Joehoe, heeft die kale nog de kaartjes gekocht of als het nog kan IPad 2, WiFi, 64GB, Goud

[naam 1] : Oké Maandag weet ik het

19 december 2014:

[verdachte] : ben je al in de buurt

[naam 1] : Nee half 3.

[verdachte] : Oke rij je naar Stork of naar Leidseplein?

[naam 1] : Stork maar ik zou je € kunnen geven. Denk dat het moeilijk wordt in tijd.

[verdachte] : Bel maar als je er bent

[naam 1] : Oké30

[naam 1] heeft verklaard dat hij verdachte een iPad heeft gegeven als huwelijkscadeau. Hij had Apple producten gekocht bij de Apple Store op het Leidseplein in Amsterdam.31

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Uit het WhatsApp-gesprek van 11 december 2014 blijkt dat verdachte bij [naam 1] een specifieke bestelling heeft gedaan van een dure iPad. Deze gang van zaken past niet bij de lezing van verdachte en [naam 1] dat sprake is geweest van een huwelijkscadeau. Bewezen kan worden dat verdachte de iPad als gift heeft aangenomen.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verklaard dat deze iPad met toebehoren door [naam 1] als huwelijkscadeau aan hem en zijn vrouw is gegeven in januari 2015.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Het cadeau had niet het kennelijke doel of de uiterlijke strekking om begunstiging te bewerkstellingen. Gezien de vriendschap tussen verdachte en [naam 1] was een dergelijk huwelijkscadeau maatschappelijk en sociaal geaccepteerd en kan daarom niet worden gezien als een gift in de zin van artikel 363 Sr.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte van [naam 1] een iPad met toebehoren ter waarde van € 777,95 inclusief btw, als gift heeft aangenomen. Deze iPad met toebehoren is volledig door [naam 1] betaald. Uit de zinsnede in het WhatsApp-gesprek van 11 december 2014: “of als het nog kan IPad 2, WiFi, 64GB, Goud” maakt de rechtbank op dat verdachte bij [naam 1] informeert of hij nog ruimte ziet om deze specifiek door verdachte omschreven iPad voor hem aan te schaffen. Een dergelijke vraag is moeilijk te rijmen met de stelling van verdachte dat sprake was van een huwelijkscadeau voor het huwelijk dat bovendien pas een maand later plaatsvond. Ook het WhatsApp-gesprek van 19 december 2014 wijst erop dat de iPad geen huwelijkscadeau betrof. [naam 1] bood verdachte immers aan hem geld te geven zodat hij zelf de IPad kon gaan kopen bij de Apple Store op het Leidseplein. Omdat de rechtbank oordeelt dat dit geen huwelijksgeschenk is, komt zij niet toe aan de beoordeling van de vraag of het een maatschappelijk en sociaal geaccepteerde (huwelijks)gift is.

Twee VIP-tickets concert One Direction

Verdachte heeft op 28 maart 2013 in een WhatsApp-bericht aan [naam 1] gevraagd of het hem nog lukt om twee kaarten voor een concert van One Direction te kopen. Op 28 september 2013 heeft [naam 1] vanaf het e-mailadres van [naam VOF] een e-mailbericht naar [verdachte] gezonden, met in de bijlage een bevestiging van een bestelling van twee VIP-kaarten voor een concert van One Direction op 24 juni 2014, voor een bedrag van totaalbedrag van € 631,86.

Een dag na het concert stuurde verdachte een WhatsApp-bericht aan [naam 1] om hem namens de kinderen te bedanken.

[naam 1] heeft verklaard dat verdachte de kosten voor de tickets contant aan hem heeft terugbetaald. Voor verdachte was het lastig om aan die kaarten te komen en daarom had hij dit voor verdachte geregeld.

Verdachte heeft verklaard dat hij heeft geprobeerd om via het internet tickets te bemachtigen voor zijn dochters, maar dat hem dit niet lukte. [naam 1] kon echter via een vriend van hem wel aan kaartjes komen en die heeft ze toen voor hem besteld. Hij heeft het aankoopbedrag van de tickets later contant aan [naam 1] terugbetaald.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie achten niet aannemelijk dat verdachte het aankoopbedrag van de door [naam 1] betaalde tickets later contant aan hem heeft terugbetaald. De verklaring van verdachte dat het hem niet lukte om de tickets te bestellen en dat hij de kaartjes daarom via [naam 1] heeft geregeld, is ongeloofwaardig. Het was zijn eigen dochters immers wel gelukt om dezelfde dag dat [naam 1] de kaartjes stuurde, nog acht tickets voor hetzelfde concert te bestellen. De officieren van justitie zijn daarom van mening dat bewezen kan worden dat verdachte de tickets als gift heeft aangenomen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Het is niet onaannemelijk dat verdachte het aankoopbedrag van de tickets heeft terugbetaald aan [naam 1] . Daarom is niet sprake geweest van een gift. Ook van een dienst is geen sprake geweest omdat er geen immaterieel voordeel is vast te stellen.

Oordeel van de rechtbank

Uit het dossier blijkt dat [naam 1] de twee VIP-tickets voor het concert van One Direction voor de dochters van verdachte heeft besteld en betaald. De rechtbank vindt het niet onaannemelijk dat verdachte het aankoopbedrag voor de tickets later aan [naam 1] heeft terugbetaald. Verdachte en [naam 1] verklaren in gelijke zin over de reden waarom verdachte de kaartjes niet zelf had besteld. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat verdachte de twee VIP-tickets als gift heeft aangenomen.

Op basis van het dossier kan wel worden vastgesteld dat [naam 1] voor verdachte de aankoop van twee tickets voor een concert van One Direction heeft geregeld. De rechtbank zal hierna onder 6.1.6. beoordelen of daarbij sprake is geweest van het aannemen van een dienst in de zin van artikel 363 Sr.

Twee tickets concert van Beyoncé

Bij [naam 1] werd een e-mailbericht aangetroffen met een bestelling van 5 april 2013 van twee tickets voor een concert van Beyoncé in de Ziggo Dome op 21 april 2013 voor een totaalbedrag van € 612,95. De tickets zijn op 5 april 2013 vanaf de bankrekening van [naam VOF] betaald aan 4alltickets. Op 21 april 2013 schreef [verdachte] in een WhatsApp-bericht aan [naam 1] dat zijn kinderen helemaal blij zijn. Ze zijn naar het concert geweest van Beyoncé en het was steengoed. Verdachte heeft verklaard dat hij het aankoopbedrag van de tickets contant aan [naam 1] heeft terugbetaald.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

[naam 1] heeft via zijn bedrijf [naam VOF] de tickets voor het concert van Beyoncé voor de kinderen van verdachte gekocht en betaald. Het is niet aannemelijk dat verdachte het aankoopbedrag later contant aan [naam 1] heeft terugbetaald. De officieren van justitie zijn daarom van mening dat bewezen kan worden dat verdachte de tickets als gift heeft aangenomen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Het is aannemelijk dat verdachte het aankoopbedrag van de tickets heeft terugbetaald aan [naam 1] . Daarom is geen sprake geweest van een gift. Ook van een dienst is geen sprake geweest.

Oordeel van de rechtbank

Uit het dossier volgt dat [naam 1] de twee tickets voor het concert van Beyoncé heeft besteld en betaald. Deze tickets waren bedoeld voor de dochters van verdachte. De rechtbank vindt het, gelet op de gelijkluidende verklaringen van verdachte en [naam 1] , niet onaannemelijk dat verdachte het aankoopbedrag voor de tickets later aan [naam 1] heeft terugbetaald. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat verdachte de twee tickets als gift heeft aangenomen.

Op basis van het dossier kan wel worden vastgesteld dat [naam 1] voor verdachte de aankoop van twee tickets voor een concert van Beyoncé heeft geregeld. De rechtbank zal hierna onder 6.1.6. beoordelen of daarbij sprake is geweest van het aannemen van een dienst in de zin van artikel 363 Sr.

Motor van het merk Suzuki

Verdachte heeft op 31 oktober 2008 een Suzuki motorfiets, type DL650A met kenteken [kenteken] op zijn naam gesteld. Deze motorfiets stond daarvoor, vanaf 29 juni 2007 op naam van [naam VOF]

De datum 29 juni 2007 is tevens de datum van eerste toelating.32

Uit een factuur van [naam VOF] van 16 oktober 2008, gericht aan verdachte blijkt dat de motorfiets aan verdachte is verkocht en geleverd voor bedrag van € 1.368,50, inclusief btw.33

Op 27 oktober 2008 is vanaf de bankrekening van [verdachte] een bedrag van

€ 1.368,50 overgemaakt naar het rekeningnummer van [naam VOF] , met als omschrijving: wegenbouw-bestrating N motorfiets Suzuki.34

Er is navraag gedaan bij de klantenservice van Suzuki naar de nieuwwaarde van de motorfiets Suzuki DL650A. De consumentenprijs voor deze motorfiets was in zowel 2007 als 2008 € 8.490,-.35Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte werd de motor met het kenteken [kenteken] in beslag genomen.36Verdachte heeft verklaard dat hij de motor heeft gekocht van de vader van [naam 1] .37

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Verdachte heeft voor de motor een veel te lage prijs betaald en heeft een voordeel genoten van € 8.490,- minus € 1.368,50 = € 7.121,50. Dit bedrag kan als strafbare gift worden aangemerkt.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij de motor goedkoop heeft gekregen maar dat hij niet heeft berekend wat deze motor echt waard was.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De Rijksrecherche heeft op internet gekeken naar de waarde van eenzelfde type motor maar niet naar de specifieke motor die bij verdachte is aangetroffen. De staat van de motor op het moment van de koop is daarom niet meegenomen bij de waardebepaling, waardoor deze onbetrouwbaar is. Het kan daarom niet worden vastgesteld dat verdachte de motor voor te weinig geld heeft gekocht.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte op 16 oktober 2008 de Suzuki motorfiets voor een geldbedrag van € 1.368,50 heeft gekocht van [naam VOF] Deze koop verliep via [naam 2] , de vader van [naam 1] . De nieuwwaarde van de motor was in 2008

€ 8.490,-. De motor was op het moment van de koop ongeveer één jaar en drie maanden oud. De exacte marktwaarde van de motor op 16 oktober 2008 is niet vast te stellen, maar deze moet in ieder geval fors hoger zijn geweest dan het geldbedrag dat verdachte voor de motor heeft betaald. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte van [naam 2] als vennoot van [naam VOF] een geldbedrag als gift heeft aangenomen ter grootte van het verschil tussen de marktwaarde van de Suzuki op 16 oktober 2008 en het aankoopbedrag van

€ 1.368,50. De rechtbank schat dit bedrag op (ten minste) € 4.000,-.

Levering en installatie 6 zonnepanelen en levering en installatie LED verlichting

Op 30 november 2015 ontving verdachte op zijn privé e-mailadres een e-mail van [naam 9] van AaboGreenProjects met in de bijlage offertes voor LED verlichting en zonnepanelen. Een van de offertes heeft betrekking op zonnestroom-installatie op het adres [adres] .38

Op de bij AaboGreenProjects aangetroffen factuur van 18 november 2015 voor deze zonnestroom-installatie is met de hand geschreven: “fakturen naar [naam VOF] 8 5406XT Uden”39

[naam 9] heeft op 10 december 2015 een e-mail gezonden aan [naam 1] met in de bijlage een factuur van AaboGreenProjects d.d. 10 december 2015 met factuurnummer VFG00325850, voor een totaalbedrag van € 4.302,55 exclusief btw en € 5.206,09 inclusief btw. Deze factuur is gericht aan [naam VOF] , t.n.v. [naam 1] . Op de factuur staat als omschrijving vermeld: “Hierbij factureren wij conform afspraak”.40

Dezelfde factuur werd bij [naam 1] aangetroffen. Op deze bon is met de hand geschreven: “Betaald 15-12”. Op de bijbehorende hoeveelhedenbon van [naam VOF] staat als omschrijving genoemd: “levering groene energie” voor een bedrag van

€ 4.302,55.41 Op 15 december 2015 is vanaf de bankrekening van [naam VOF] een bedrag van € 5.206,09 overgeschreven naar de rekening van AaboGreenProjects met vermelding van factuurnummer VFG00325850.42

Op 4 april 2016 is door een verbalisant geconstateerd dat op het dak van de woning van verdachte op het adres [adres] zonnepanelen aanwezig waren.43

Ledsgoled heeft op 10 december 2015 een e-mail gezonden aan [naam 1] ( [e-mailadres] ). In de bijlage zit een factuur van Ledsgoled met factuurnummer 15150. Deze factuur komt wat betreft de te leveren ledverlichting overeen met de eerder aan [verdachte] gezonden offerte maar wijkt in prijs iets af. Het gaat om een totaalbedrag van € 697,45 exclusief btw en € 843,91 inclusief btw.44

Deze factuur is ook in de bedrijfsadministratie van [naam 1] aangetroffen. Op deze bon is met de hand geschreven: “Betaald 15-12”. Op de bijbehorende hoeveelhedenbon d.d. 12 december 2015 van [naam VOF] staat als project: “Algemene kosten” en als omschrijving “levering groene energie” voor € 697,45.45

Op 15 december 2015 is vanaf de bankrekening van [naam VOF] een bedrag van € 843,91 overgemaakt naar de rekening van [naam B.V.] met omschrijving ‘factnr 15150’, een en ander overeenkomstig het gestelde op de factuur van Ledsgoled.46

[naam 1] heeft bij de Rijksrecherche verklaard dat hij de zonnepanelen en de ledverlichting voor [verdachte] heeft verzorgd.47

Bij de rechter-commissaris heeft hij verklaard dat verdachte hem het bedrag van de zonnepanelen contant heeft terugbetaald, exclusief btw.48

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie achten bewezen dat verdachte de kosten voor de aanschaf van de zonnepanelen en de ledverlichting van respectievelijk € 5.206,09 en € 843,91 als gift heeft aangenomen. Het is niet gebleken dat verdachte de betreffende kosten, met dan wel zonder btw, aan [naam 1] heeft terugbetaald. Dat verdachte over contant geld beschikte uit een erfenis is niet komen vast te staan, terwijl evenmin geld via de bank is overgemaakt. Ook in de administratie van [naam 1] blijkt niet dat verdachte hem heeft betaald.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij de zonnepanelen via [naam 1] heeft gekocht omdat hij via hem een korting zou krijgen.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier blijkt dat [naam 1] heeft bemiddeld bij de aanschaf van de zes zonnepanelen om een btw-korting voor verdachte, met wie hij bevriend is, te regelen, waarna verdachte het aankoopbedrag contant aan [familienaam bedrijf] heeft voldaan. Van een strafbare gift of dienst is geen sprake geweest.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat [naam 1] via zijn bedrijf [naam VOF] de zes zonnepanelen en de ledverlichting voor de woning van verdachte heeft betaald. De aanschaf van deze zonnepanelen en ledverlichting is door [familienaam bedrijf] vervolgens op frauduleuze wijze in de boekhouding van [naam VOF] verwerkt. Deze wijze van administreren ondersteunt de verklaring van [familienaam bedrijf] dat sprake is geweest van een btw-truc, waarbij verdachte de zonnepanelen en ledverlichting met een btw-voordeel geleverd kreeg en [familienaam bedrijf] het verschil op de belastingdienst kon afwentelen. Zoals eerder besproken, vindt de rechtbank het niet onaannemelijk dat verdachte contant geld voorhanden had.

De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte geldbedragen van € 903,54 en

€ 146,46 als gift heeft aangenomen. Dat is 21% btw over de aankoopbedragen van de zes zonnepanelen en de ledverlichting. In de tenlastelegging zijn ten aanzien van de ledverlichting verkeerde bedragen opgenomen. De rechtbank ziet dit als een kennelijke verschrijving en zal dit in de bewezenverklaring corrigeren.

Levering en installatie 3 zonnepanelen

Op 15 februari 2016 vond een telefoongesprek plaats tussen verdachte en [naam 1] . In dit gesprek zegt verdachte onder andere:

Die... die...(niet te verstaan)... is twee keer bij mijn op mijn dak geweest hé?

(…) Hij heeft mij geadviseerd he, hij heeft uitgerekend...ik kon maar maximaal 6 panelen... weetje dat er ehhh ...dat er ehhhh... dat er 3 panelen bij kunnen.

(…) ik heb gezegd stuur maar een offerte ik wil eerst zien wat het gaat kosten.49

De offerte voor de drie panelen met toebehoren en montage is gericht aan E. [verdachte] en dateert van 22 februari 2016. Het gaat om een bedrag van € 2.002,55 inclusief btw. Op deze offerte zijn het klantnummer 506956 en het offertenummer VOF00071703 vermeld.50

Op 1 maart 2016 werd [naam 1] gebeld door [naam 9] van AaboGreenProjects. Het volgende gesprek vond plaats:

[naam 9] : (…) ik weet niet of je [verdachte] nog gesproken hebt de laatste tijd?

(…) Ik heb het met monteurs over gehad en er kunnen nog drie panelen bij plaatsen.

(…) Heb ik gebeld vorige week en dan zegt ie ja ik kom er op terug.

(…) Maar ik hoor niks meer van hem dus ik denk joh wee je ik… ik … ik vind dat ik toch jou effe moet laten weten want ik effe goed wat ik er mee moet omdat de vorig keer via jou liep weet je wel?

[naam 1] : Oo...ja maar dat zal deze keer dan ook zijn maar ik zal hem effe. ehh... ik zie hem van de week effe.

[naam 9] : (…) het gaat om drie paneeltjes .. het gaat om totaal ehh ex...ex btw gaat het om 1655 euro.51

[naam 1] belde later die dag naar verdachte. In dit gesprek zei hij dat hij die ochtend met [naam 9] heeft gesproken en dat “die dacht aan drie zonnen cellen”. Verdachte zei:

Ja maar ik wilde het je nu niet vragen man, het wordt anders te veel jongen, ik weet niet hoe je het allemaal weg moet plukken.

[naam 1] zei hierop:

Ja maar daarom doen wij.... ik heb wel een ideetje, doen we morgen of overmorgen wel effe babbelen.

(…)

Ik heb leuke… ik heb wel ehh bepaald ideetje maar ik moet nog met jou even overleggen.

(…) Maar dan doen we wel ehhh... ik ben morgen toch ook wel zwerf ik in de buurt en overmorgen ook en we passen wel iets in... we passen altijd iets in, komt altijd goed.52

Op 2 maart 2015 belde [naam 1] naar [naam 9] . [naam 1] zei in dit gesprek dat hij belt in verband met die offerte van die drie panelen. Na een discussie over het offertebedrag vond de volgende conversatie tussen hen plaats:

[naam 1] : Nou doe dat zo maar, dan doe maar mij die factuur. Zou die factuuromschrijving hetzelfde doen als de laatste keer of gaat dat niet?

[naam 9] : ja, ik ga het wel op de zelfde manier doen [naam 1] , komt in orde.

[naam 1] : kun je dan met [verdachte] even afspreken wanneer je dat installeert?53

Op 8 maart 2016 heeft AaboGreenProjects een factuur verzonden naar [naam VOF] t.n.v. [naam 1] , voor een bedrag van € 2.002,55 inclusief btw. Bij de omschrijving is vermeld: “Hierbij factureren wij conform afspraak”. Op deze factuur zijn het klantnummer 506820 en het factuurnummer VFG00338154 vermeld.54

Op 8 maart 2016 is de woning van [naam 1]55 en het kantooradres van [naam VOF]56 door de Rijksrecherche doorzocht.

Op 9 maart 2016 is op de rekening van AaboGreenProjects een bedrag van € 2.002,55 bijgeschreven vanaf de rekening van verdachte onder vermelding van klantnummer 506956 en offertenummer VOF00071703.57

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie achten bewezen dat [naam 1] de belofte heeft gedaan om de drie zonnepanelen ter waarde van € 2.002,55 te leveren en te installeren en de betaling daarvan voor zijn rekening te nemen. Dat verdachte uiteindelijk na de doorzoeking bij [naam 1] noodgedwongen zelf heeft betaald doet daar niet aan af.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft de volledige kosten voor de drie extra zonnepanelen vanaf zijn rekening betaald. Het is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [naam 1] bij de aanschaf van de zonnepanelen een rol zou spelen. Van een strafbare gift of belofte is daarom geen sprake geweest.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat uit de afgeluisterde gesprekken tussen verdachte en [naam 1] en tussen [naam 9] en [naam 1] naar voren komt dat verdachte en [naam 1] de levering en installatie van de drie extra zonnepanelen op eenzelfde wijze wilden regelen als de zes eerder geplaatste zonnepanelen.

De rechtbank leest deze berichten zo dat [naam 1] een manier zocht om de zonnepanelen in de boekhouding van één van zijn bedrijven te verwerken en daarbij opnieuw aan verdachte een btw-korting te geven bij de koop en installatie van de drie extra zonnepanelen. De betreffende factuur is gedateerd 8 maart 2016. Van betaling van deze factuur door [naam 1] is het echter niet meer gekomen omdat eveneens op 8 maart 2016 doorzoekingen plaatsvonden bij [naam 1] en zijn bedrijven.

Verdachte heeft op 9 maart 2016 het volledige bedrag voor de drie zonnepanelen via zijn bankrekening naar AaboGreenProjects overgemaakt. Bij deze overboeking heeft hij het klantnummer en offertenummer vermeld, zoals deze op de offerte van 22 februari 2016 stonden vermeld en niet het klantnummer en factuurnummer op de factuur van 8 maart 2016. Dit is niet verwonderlijk. Verdachte beschikte immers niet over deze factuur omdat deze naar [naam 1] was gezonden. De rechtbank gaat er van uit dat verdachte door [naam 1] op de hoogte is gebracht van het onderzoek van de Rijksrecherche en dat hij er toen voor heeft gekozen om onmiddellijk het aankoopbedrag van de drie zonnepanelen te betalen om op die manier de schade zo veel mogelijk te beperken.

Dit laat onverlet dat door [naam 1] wel degelijk de belofte was gedaan dat hij de btw over de drie zonnepanelen voor zijn rekening zou nemen en dat verdachte deze belofte heeft aanvaard.

De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte de belofte van een geldbedrag van

€ 347,55 heeft aangenomen, zijnde 21% btw over het aankoopbedrag van de drie zonnepanelen.

Huur partytent

Op 15 januari 2015 schreef [naam 1] een e-mail naar de heer Voskuil van Voskuiltenten. Naar aanleiding van een telefoongesprek die middag gaf [naam 1] wijzigingen door, namelijk 6 statafels in plaats van 4 en 12 barkrukken in plaats van 8. Het afleveradres is [adres] , Fam [verdachte] . Plaatsing dient te geschieden op 22 januari om 09.00 uur.58

In januari 2016 vonden diverse WhatsApp-gesprekken plaats tussen [verdachte] en [naam 1] , waaronder:

13 januari 2015:

[verdachte] : Volgende week donderdag middag 22 januari gaan [naam vrouw] en [verdachte] trouwen. We zouden het leuk vinden als je op onze receptie aanwezig kunt zijn om op ons geluk te proosten. De receptie geven we thuis, [adres] .

19 januari 2015:

[verdachte] : Er schijnt vanmiddag iemand bij me voor de deur te hebben gestaan om te kijken voor de tent. [naam party] tent is vanmiddag binnen geweest en heeft mijn tuin stapvoets gemeten. Dus er zit muziek in.

20 januari 2015:

[naam 1] : Woensdag middag 15.00 uur plaatsen ze

[verdachte] : Perfect, Thanks.59

In de bedrijfsadministratie van [naam 1] is een factuur van [naam tenten service] aangetroffen van 17 januari 2015, gericht aan [naam VOF] t.n.v. [naam 1] met factuurnummer 20150019 en klantnummer 5415 voor de huur van een tent, verwarming, statafels, barkrukken, het opzetten en afbreken van de tent en het bezorgen en ophalen van de goederen. Het factuurbedrag bedraagt € 357,- exclusief btw en € 431,97 inclusief btw. Op de factuur is met de hand geschreven: “Betaald 19-1”. Op de bijbehorende hoeveelhedenbon van [naam VOF] is als omschrijving vermeld “catering nieuwjaars receptie”. 60

Op 19 januari 2015 is vanaf de rekening van [naam VOF] € 431,97 overgemaakt naar [naam tenten service] , met omschrijving factnr 20150019/5415.61

[naam 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij factuur voor de huur van de partytent heeft betaald en dat verdachte hem contant heeft terugbetaald, exclusief btw.62

Verdachte heeft verklaard dat hij € 350,- contant aan [naam 1] heeft gegeven voor de huur van de partytent.63

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie achten bewezen dat verdachte een strafbare gift ter waarde van € 431,97, zijnde de huur van de partytent, heeft aangenomen. Verdachte heeft wisselende en onbetrouwbare verklaringen afgelegd en heeft niet aannemelijk kunnen maken dat hij een contant geldbedrag aan [naam 1] heeft betaald.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Er was niet sprake van een gift omdat het door [naam 1] betaalde bedrag aan hem is terugbetaald. Evenmin kan worden gesproken van een dienst omdat de door [naam 1] gegeven hulp aan verdachte relatief gering was en moet worden bezien in het licht van de vriendschap tussen hen beiden.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de factuur voor de huur van de partytent door [naam 1] , via zijn bedrijf NL Infra 81 B.V. op 19 januari 2015 aan [naam tenten service] is betaald. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte dat hij in verband met de huur van deze partytent een contant geldbedrag aan [naam 1] heeft betaald, niet als ongeloofwaardig terzijde kan worden geschoven. De huur van de partytent is door [naam 1] op frauduleuze wijze in de boekhouding van [naam VOF] verwerkt als zou deze partytent door het bedrijf zijn gehuurd voor een nieuwjaarsreceptie. Deze wijze van administreren lijkt ook hier te duiden op een door [naam 1] bedachte btw-truc, waarbij verdachte de huur van de partytent zonder btw hoefde te betalen, en waarbij [naam 1] het verschil op de belastingdienst kon afwentelen. Het bedrag van € 350,- dat verdachte zegt aan [naam 1] te hebben betaald komt daarmee min of meer overeen. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte een geldbedrag van € 81,97 heeft aangenomen, zijnde 21% btw over het aankoopbedrag van de huur van de partytent.

Apple Watch

Bij de doorzoeking in de woning [verdachte] op 5 juli 2016 werd (vanuit de auto) een Apple Watch inbeslaggenomen.64 Het serienummer van deze Apple Watch is [nummer] .65

Deze Apple Watch bleek te zijn gekoppeld aan de iPhone van [verdachte] .66

In de bedrijfsadministratie van [nummer] werd in een ordner met opschrift ABM Civiel BV Bank 201567 een kassabon van de Apple Store op het Leidseplein te Amsterdam aangetroffen. Uit deze kassabon blijkt dat op 10 september 2015 een Apple Watch, ter waarde van € 1.269,- werd gekocht. De Apple Watch heeft het serienummer [nummer] . Voor de Apple Watch is contant betaald.68

Op 10 september 2015, de dag van de aankoop van de Apple Watch vond het volgende WhatsApp-gesprek plaats tussen [nummer] en zijn zoon [naam zoon] .69

[naam zoon] : Waarvoor was je nou apple

Laten maken??

[naam 1] : Nee

(…) iWatch

Voor [verdachte]

[naam zoon] : Aardig ben jij

In [naam 1] 2016 vonden onder meer het volgende WhatsApp-gesprek plaats tussen [verdachte] en [naam 1] .70

22 februari 2016:

[verdachte] : Gisteren een slechte dag gehad

[naam 1] : Waarom heb je een slechte dag gehad?

[verdachte] : Heb mijn IWatch uit mijn hand laten glijden, glad gebroken ben er ziek van en heb donderdag een afspraak bij de appel store. Hij doet het nog wel.

25 februari 2016

[verdachte] : Ja, jongeman, ik ben nu in de Apple store voor mijn IWatch.

(…)

[verdachte] : Hadden we Apple care op de IWatch afgesloten, weet je dat nog?

De Apple Watch voorzien van het serienummer [nummer] is op 25 februari 2016 ter reparatie bij de Apple Store aangeboden.71

Deze beschadigde Apple Watch is vervangen door een nieuw exemplaar voorzien van het serienummer [nummer] . [verdachte] heeft van Apple op 4 maart 2016 een e-mailbericht ontvangen dat hij zijn Apple Watch kon ophalen.72

[naam 1] heeft verklaard dat verdachte door hem aan een Apple Watch is gekomen. Verdachte heeft hem daarvoor een briefje van 500 euro gegeven.73

Verdachte heeft verklaard dat hij van [naam 1] een Apple Watch heeft overgenomen voor € 500,-.74

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie achten bewezen dat verdachte een strafbare gift ter waarde van € 1.269,- heeft aangenomen, zijnde het aankoopbedrag van de Apple Watch. Verdachte en [naam 1] hebben beiden verklaard dat verdachte € 500,- voor het horloge heeft betaald, maar deze verklaringen lijken op elkaar afgestemd en zijn onbetrouwbaar.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de Apple Watch niet als gift of dienst kan worden aangemerkt omdat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de waarde van het horloge op het moment dat deze aan verdachte werd doorverkocht. Het is daarom niet uit te sluiten dat € 500,- een redelijke prijs was.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat de door [naam 1] op 10 september 2015 voor € 1.269,- gekochte Apple Watch met serienummer [nummer] kort na de aankoop in het bezit is gekomen van verdachte. Nadat dit horloge beschadigd raakte heeft verdachte van de reparatieservice van Apple een vervangend exemplaar ontvangen met een ander serienummer, te weten het exemplaar dat bij de doorzoeking in de woning van verdachte is inbeslaggenomen.

Zowel verdachte als [naam 1] hebben verklaard dat verdachte voor het horloge een contant geldbedrag van € 500,- aan [naam 1] heeft overhandigd. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten om deze verklaringen als ongeloofwaardig ter zijde te schuiven en zij gaat er daarom vanuit dat verdachte inderdaad € 500,- voor de Apple Watch heeft betaald.

De rechtbank acht de verklaring van [naam 1] , dat hij de Apple Watch eerst enkele maanden zelf heeft gedragen en pas daarna aan verdachte heeft doorverkocht omdat het horloge hem niet beviel, niet geloofwaardig. Zijn verklaring is in de eerste plaats in strijd met het WhatsApp-gesprek tussen [naam 1] en zijn zoon [naam zoon] op de dag van aankoop van de Apple Watch. [naam 1] zegt hierin dat hij die dag bij Apple was in verband met een Apple Watch voor [verdachte] . Ook de vraag van verdachte in het WhatsApp-gesprek van 25 februari 2016: “Hadden we Apple care op de IWatch afgesloten, weet je dat nog?”, duidt er op dat verdachte al vanaf het moment dat de Apple Watch door [naam 1] werd gekocht bij deze koop betrokken is geweest. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat [naam 1] de Apple Watch niet voor zichzelf maar voor verdachte heeft aangeschaft.

Anders dan [naam 1] het doet voorkomen heeft verdachte dan ook niet een tweedehands maar een nieuwe Apple Watch van hem ontvangen. Het door verdachte betaalde geldbedrag van € 500,- is dan veel te laag. De rechtbank acht bewezen dat verdachte van [naam 1] een geldbedrag van € 769,- als gift heeft aangenomen, zijnde het verschil tussen de aankoopprijs van € 1.269,- voor de Apple Watch en het geldbedrag van € 500,- dat verdachte voor het horloge aan [naam 1] heeft overhandigd.

Belofte geldbedrag i.v.m. aanschaf Renault Captur, Opel Mokka, Onderhoud Opel Zafira juni/juli 2015, Belofte/toezeggen reparatie telefoon bij Teleworld

Met de officieren van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het bewijs ontoereikend is om tot een bewezenverklaring te komen voor deze beloften en/of giften, zodat de rechtbank verdachte van deze onderdelen zal vrijspreken.

6.1.4.

Totale omvang van de door verdachte aangenomen giften en belofte

De rechtbank stelt vast dat de door verdachte aangenomen giften en belofte zien op de volgende bedragen:

- € 777,95 (iPad Wi-Fi 64 Goud);

- € 4.000,- (geschatte voordeel bij koop Suzuki motor);

- € 903,54 + € 146,46 (21% btw 6 zonnepanelen en ledverlichting);

- belofte € 347,55 (21% btw 3 zonnepanelen);

- € 81,97 (21% btw huur partytent);

- € 769,- (voordeel bij koop Apple Watch).

De totale omvang van de giften en belofte die verdachte heeft aangenomen ziet aldus op een bedrag van € 7.026,47.

6.1.5.

Is gelet op de omvang, aard en frequentie van de giften het doel van [naam 1] en [naam 2] geweest een voorkeursbehandeling te krijgen?

De rechtbank is van oordeel dat de omvang, aard en frequentie van de hiervoor onder 6.1.4. genoemde giften en belofte bevestigen dat deze door [naam 1] en zijn vader [naam 2] zijn gedaan met het kennelijke doel om een relatie met verdachte te doen ontstaan of te onderhouden waardoor zij van verdachte, in diens hoedanigheid van ambtenaar bij de gemeente Amsterdam, een voorkeursbehandeling zouden krijgen. Verdachte wist dit, maar heeft deze giften en belofte niettemin aangenomen. Die wetenschap maakt de rechtbank op uit de gunsten die verdachte in de tenlastegelegde periode aan [naam 2] en [naam 1] verleende, toen verdachte ook giften van hun ondernemingen ontving. Die giften en belofte stegen bovendien ruimschoots uit boven hetgeen binnen een gemiddelde vriendschappelijke relatie als gebruikelijk mag worden beschouwd. Desondanks heeft verdachte deze giften en belofte keer op keer aangenomen.

6.1.6.

Is sprake van contra-indicaties?

De giften en belofte zijn van dien aard dat deze geen rechtvaardiging kunnen vinden in de tussen verdachte en [naam 1] bestaande vriendschap. De waarde van de door verdachte aangenomen goederen en belofte kunnen niet worden gezien als een acceptabele attentie binnen een vriendschapsrelatie. De waarde van de goederen en de frequentie waarin ze zijn aangenomen, staan daaraan in de weg. Weliswaar kostten de giften, voor zover gedaan in de vorm van een btw-constructie, niet [naam 1] en zijn ondernemingen, maar de fiscus geld. Toch heeft [naam 1] een aanzienlijk risico genomen door aankoopbedragen voor verdachte onder valse voorwendselen in zijn boekhouding weg te schrijven. Bovendien is de vriendschap ontstaan uit een zakelijke relatie en is [naam 1] ook met in ieder geval één andere ambtenaar van de gemeente Amsterdam bevriend, die ook wordt veroordeeld voor passieve ambtelijke omkoping. Dit lijkt dus geen eenmalig voorval te zijn dat zich enkel afspeelt binnen de vriendschapsrelatie van verdachte en [naam 1] . Door het aannemen van de giften en belofte moet het voor verdachte duidelijk zijn geweest dat van hem werd verwacht dat hij bij zijn werkzaamheden als ambtenaar in het bijzonder de belangen van [naam 1] en diens vader in het oog moest houden en dat heeft hij ook gedaan.

Met betrekking tot de verleende dienst, bestaande uit het regelen door [naam 1] van tickets voor de concerten van Beyoncé en One Direction voor de kinderen van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat deze handelingen kunnen worden verklaard door de tussen verdachte van [naam 1] bestaande vriendschapsrelatie. Zij acht deze door [naam 1] verleende hulp niet van zodanige aard dat het voor verdachte duidelijk moet zijn geweest of dat hij had moeten vermoeden dat van hem daarvoor als ambtenaar een tegenprestatie werd verwacht. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat verdachte met betrekking tot de tickets van Beyoncé en One Direction een dienst heeft aangenomen in de zin van artikel 363 Sr. Zij zal verdachte daarom van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken.

6.1.7.

Conclusie

De rechtbank acht het tenlastegelegde niet bewezen waar het betreft de volgende onderdelen:

- twee VIP-tickets concert One Direction;

- twee tickets concert Beyoncé;

- belofte geldbedrag i.v.m. aanschaf Renault Captur;

- Opel Mokka;

- onderhoud Opel Zafira juni/juli 2015;

- belofte/toezeggen reparatie telefoon bij Teleworld.

Met betrekking tot de overige in de tenlastelegging opgenomen onderdelen acht de rechtbank telkens ambtelijke omkoping bewezen, op de wijze zoals hierna vermeld onder 7.

7 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in voetnoten opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

in de periode vanaf 1 oktober 2008 tot en met 31 december 2014 in Nederland, als ambtenaar, te weten in zijn hoedanigheid van medewerker Beleidsrealisatie D op de afdeling Heel Beheer bij het Stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam, althans in een ambtelijke hoedanigheid,

giften van [naam 1] in privé en [naam 2] in zijn hoedanigheid als vennoot van [naam VOF] :

- een IPad Wi-Fi 64 GB Goud en een IPad Air smartcase middernachtblauw van het merk Apple en een toetsenbord van het merk Logitech met een totale waarde van

€ 777,95 inclusief btw, en

- een geldbedrag, zijnde het voordeel dat verdachte in totaal heeft gehad bij de aankoop van een motor van het merk Suzuki, type DL650A met kenteken

[kenteken] ,

heeft aangenomen, wetende dat deze giften hem, verdachte gedaan werden ten einde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen en/of na te laten, zodat in de toekomst op andere dan op zakelijke gronden opdrachten aan de bedrijven van de omkopers zouden worden gegund;

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

in de periode vanaf 1 januari 2015 tot en met 5 juli 2016 in Nederland, als ambtenaar, te weten in zijn hoedanigheid van medewerker Beleidsrealisatie D op de afdeling Heel Beheer bij het Stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam, althans in een ambtelijke hoedanigheid,

giften van [naam 1] in zijn hoedanigheid als bestuurder van [naam VOF] en ABM Civiel B.V., te weten:

- een geldbedrag van € 903,54, zijnde 21% btw berekend over het aankoopbedrag van € 5.206,09 voor de levering en installatie van 6 zonnepanelen van AaboGreenProjects en een geldbedrag van € 146,46, zijnde 21% btw berekend over het aankoopbedrag van € 843,91 voor de levering en installatie van ledverlichting van Ledsgoled,

- een geldbedrag van € 81,97, zijnde het voordeel dat verdachte in totaal heeft gehad bij de huur van een partytent, geleverd door [naam tenten service] ,

- een geldbedrag van € 769,-, zijnde het voordeel dat verdachte heeft gehad bij de aanschaf van een Apple Watch van het merk Apple bij de Apple Store,

en een belofte van [naam 1] in zijn hoedanigheid als bestuurder van [naam VOF] , te weten:

- een geldbedrag van € 347,55, zijnde 21% btw berekend over het aankoopbedrag van € 2.002,55 voor de levering en installatie van 3 zonnepanelen van AaboGreenProjects,

heeft aangenomen, wetende dat deze giften en belofte hem, verdachte, gedaan werden, telkens ten einde hem te bewegen in zijn bediening iets te doen en/of na te laten, zodat in de toekomst op andere dan op zakelijke gronden opdrachten aan de bedrijven van de omkopers zouden worden gegund.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

8 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

9 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

10 Motivering van de straffen

10.1.

Eis van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 200 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen, en een geldboete van € 10.000,- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 81 dagen.

10.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat sprake is van een forse schending van de redelijke termijn. Een eventueel op te leggen straf zal daarom in aanzienlijke mate moeten worden verminderd. Bij de strafoplegging zal daarnaast ten gunste van verdachte rekening moeten worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte zijn medewerking aan het onderzoek heeft verleend. Verdachte is bovendien al zwaar door deze strafzaak getroffen; hij heeft zijn werk verloren en op veel goederen van hem ligt beslag. Er kan volstaan worden met een lagere taakstraf dan gevorderd. Een geldboete voegt niets toe, temeer nu er ook nog een ontnemingsvordering is ingediend.

10.3.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft in twee jaar tijd ruim € 7.000,- voordeel gekregen via [naam 1] en [naam 2] , die als doel hadden een voorkeursbehandeling te krijgen bij het verstrekken van stratenmakerswerk bij de gemeente Amsterdam. Verdachte heeft daarmee zijn (informatie)positie als ambtenaar misbruikt om zichzelf te verrijken.

Door hieraan mee te werken heeft verdachte het aanzien en het vertrouwen in de integriteit van de gemeente Amsterdam ernstig geschaad. Voor het goed functioneren van het openbaar bestuur is het van essentieel belang dat het zuiver handelt. Dat is waarom hoge integriteits-eisen worden gesteld aan ambtenaren. De samenleving als geheel, en andere aannemersbedrijven dan die van [naam 1] en [naam 2] in het bijzonder, moeten erop kunnen vertrouwen dat ambtenaren hun werk integer uitvoeren. Alleen dan kan sprake zijn van een gelijk speelveld voor alle partijen.

Door samen met [naam 1] ‘btw-trucs’ toe te passen heeft verdachte bovendien meegewerkt aan het misleiden van de fiscus. Verdachte kwam als privépersoon geen btw-korting toe, maar hij ontving die wel. Verdachte vond in [naam 1] een bondgenoot, die met boekhoudkundige misleiding een tijd lang onder de radar voordelen heeft uitgedeeld aan verdachte. Dat is een slinkse manier van doen, die oneerlijk is ten opzichte van iedereen die wel btw betaalt.

Verdachte heeft weliswaar bij de Rijksrecherche en op de zitting verklaard, maar heeft hierbij voorgedaan alsof hij niet wist van btw-trucs en alsof hij slechts kortingen om niet zou hebben gekregen van [naam 1] . Gelet op de giften die verdachte heeft ontvangen en de gemeentelijke informatie die hij heeft doorgespeeld aan [naam 1] , lijkt hij zich hiermee onwetender voor te doen dan in werkelijkheid het geval is.

De rechtbank vindt deze vorm van omkoping ernstig. Daarom kan zij deze feiten in beginsel niet anders dan met een taakstraf van 140 uren sanctioneren. Daarbij is nog geen rekening gehouden met overschrijfding van de redelijke termijn. Ook legt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand op met een proeftijd van twee jaren, om te voorkomen dat verdachte opnieuw de fout in gaat. Deze stok achter de deur vindt de rechtbank met name passend nu verdachte inmiddels bij een andere gemeente als ambtenaar werkzaam is.

Redelijke termijn.

De rechtbank constateert dat de behandeling van de strafzaak lang op zich heeft laten wachten. Verdachte is in verband met de beschuldiging op 8 november 2016 voor het eerst als verdachte gehoord. Deze datum kan worden beschouwd als het moment waarop de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is gestart. Verdachte heeft voor de onderhavige strafzaak niet in voorarrest gezeten. De strafzaak had daarom binnen 2 jaren moeten zijn afgedaan. De inhoudelijke behandeling van de strafzaak vond echter pas plaats op vanaf 1 november 2021, terwijl op 10 januari 2022 vonnis wordt gewezen. De redelijke termijn is daarom met ongeveer drie jaar en twee maanden overschreden. De lange duur van de vervolging is niet aan de verdediging te wijten, terwijl de ingewikkeldheid en omvang van de zaak de overschrijding slechts voor een klein deel rechtvaardigen. Dit dient in het voordeel van verdachte tot uitdrukking te komen in de hoogte van de straf. De rechtbank zal daarom de voor de feiten passend geachte taakstraf van 140 uren met 20 uren verminderen.

Beslag

Verbeurdverklaring

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

- motorfiets, Suzuki ( [kenteken] ) (20150006-24440);

- horloge, Apple Iwatch (20015006-24441);

- Apple iPad Air met smart case en Logitech (20150006-24442).

Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe. Nu met betrekking tot die voorwerpen het bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Teruggave aan verdachte

Onder verdachte is tevens het volgende voorwerp in beslag genomen:

- personenauto, Opel Mokka, blauw ( [kenteken] ) (20150006-24439).

Omdat verdachte met betrekking tot de Opel Mokka wordt vrijgesproken zal de rechtbank deze personenauto aan verdachte terug laten geven.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 57, 363 en 363 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1 tenlastegelegde, waar het betreft de twee VIP-tickets voor een concert van One Direction en de twee tickets voor een concert van Boyencé, en het onder 2 tenlastegelegde, waar het betreft de belofte van een geldbedrag i.v.m. de aanschaf van een Renault Captur, de Opel Mokka, het onderhoud van de Opel Zafira en de belofte/toezegging reparatie telefoon bij Teleworld, niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

telkens als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten;

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

telkens als ambtenaar een gift of belofte aannemen, wetende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 (zestig) dagen.

Veroordeelt verdachte voorts tot een gevangenisstraf van 1 (één) maand.

Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Verklaart verbeurd:

- motorfiets, Suzuki ( [kenteken] ) (20150006-24440);

- horloge, Apple Iwatch (20015006-24441);

- Apple iPad Air met smart case en Logitech (20150006-24442).

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- personenauto, Opel Mokka, blauw ( [kenteken] ) (20150006-24439).

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Vaandrager, voorzitter,

mrs. O.P.M. Fruytier en C. Huizing-Bruil, rechters,

in tegenwoordigheid van B. de Hoogh, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 januari 2022.

1 In de hierna volgende voetnoten wordt telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering.

2 1609131120.DOC, blz. 400400

3 1609121000.DOC, blz. 400378

4 1609121002.DOC, blz. 400381 e.v.

5 1609121006.DOC, blz. 400391 e.v.

6 1609121008.DOC, blz. 400395 e.v.

7 1609121018.DOC, blz. 400397 e.v.

8 1610301730.BD_ [naam VOF] , (+ 1508131000.DOC) persoons en bedrijfsdossiers, blz. 002143 e.v. en blz. 400009 e.v.

9 1610301730.BD_ [naam VOF] , (+ 1509021412.DOC) persoons en bedrijfsdossiers, blz. 002143 e.v.

10 Blz. 400010

11 1509010934.DOC, blz. 300365 e.v.

12 1510271402.AMB, blz. 300446

13 1611081155. [naam VOF] , blz. 400515 e.v.

14 1611091322. [naam VOF] , blz. 400566 e.v.

15 1612011010. [naam VOF] , blz. 400597 e.v.

16 1605171715.AMB, blz. 400283

17 1605171715.AMB, blz. 400283

18 1605171715.AMB, blz. 400284

19 1605171715.AMB, blz. 400285

20 1605171715.AMB, blz. 400285

21 1605171715.AMB, blz. 400286

22 1611091010.AMB (in het bijzonder blz. 400558 e.v.)

23 1605171715.AMB, blz. 400287

24 1605171715.AMB, blz. 400287

25 1612211000. [naam VOF] , blz. 400661 e.v.

26 1607051234.IBN, beslagdossier blz. 008342 e.v.

27 1701100840.IBN, beslagdossier blz. 008354 e.v.

28 1603101415.IBN, beslagdossier blz. 008211 e.v.

29 1606141149.DOC, blz. 400310

30 1605171715.AMB, blz. 400276 e.v.(in het bijzonder blz. 400279)

31 1612011255. [naam VOF] , blz. 400606 e.v. (in het bijzonder blz. 400619 e.v.)

32 1606101352.DOC, blz. 400301 e.v.

33 1611021500.DOC, blz. 400484

34 1609291521.FIN, blz. 400403 e.v.

35 1609291559.AMB, blz. 400406 e.v.

36 1607051234.IBN, beslagdossier blz. 008342 e.v.

37 1611081000.AMB, blz. 400540 e.v.

38 1610101322.DOC, blz. 400415 e.v.

39 1610131105.DOC, blz. 400450 e.v.

40 1610101125.DOC, blz. 400410 e.v.

41 1604041453.DOC, blz. 400251

42 1610101315.DOC, blz. 400414.

43 1604051430.AMB, blz. 400256 e.v.

44 1610101418.DOC, blz. 400441 e.v.

45 1604041532.DOC, blz. 400254 e.v.

46 1610101425.DOC, blz. 400444

47 1612011255. [naam VOF] , blz. 400606 e.v.

48 verhoor getuige [naam 1] bij de rechter-commissaris d.d. 4 maart 2019

49 1602151704. [naam VOF] , blz. 400215 e.v.

50 1610251522.DOC, blz. 400458

51 1603011054. [naam VOF] , blz. 400231 e.v.

52 1603011245. [naam VOF] , blz. 400233 e.v.

53 1603021456. [naam VOF] , blz. 400237 e.v.

54 1610131102.DOC, blz. 400447

55 1603081028.DZK, beslagdossier blz. 008168 e.v.

56 1603081130.DZK, beslagdossier blz. 008181 e.v.

57 1610131104.DOC, blz. 400449

58 1610051512.DOC, blz. 400408 e.v.

59 1605171715.AMB, blz. 400276 (in het bijzonder blz. 400280)

60 1606141206.DOC, blz. 400314 e.v.

61 1611011318.DOC, blz. 400479

62 verhoor getuige [naam 1] bij de rechter-commissaris, d.d. 4 maart 2019

63 1611091010.AMB, blz. 400555 e.v.

64 1607051234.IBN, beslagdossier blz. 008342 e.v.

65 1701100844.IBN, beslagdossier blz. 008357 e.v.

66 1703220952.DIGI, beslagdossier blz. 008489 e.v.

67 1603101415.IBN, beslagdossier blz. 008211 e.v.

68 1606201414.DOC, blz. 400323

69 1610261124.AMB (in het bijzonder blz. 400477)

70 1605171715.AMB, blz. 400276 e.v. (in het bijzonder blz. 400282 e.v.)

71 1701241016.DOC, blz. 400698

72 1701241018.DOC, blz. 400700

73 612011255. [naam VOF] , blz. 400606 e.v. (in het bijzonder blz. 400625 e.v.)

74 [naam VOF] , blz. 400515 e.v. (in het bijzonder blz. 400531 e.v.)