Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:5111

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-08-2022
Datum publicatie
02-09-2022
Zaaknummer
9738394 CV EXPL 22-3608
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een tegelzetter moet een woningeigenaar bij wie hij in 2018 een tegelvloer legde een schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 9738394 CV EXPL 22-3608

vonnis van: 25 augustus 2022

fno.: 51491

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

nader te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. M.W.J.M. Jonk (DAS)

t e g e n

[gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- dagvaarding van 3 maart 2022 met producties;
- antwoord;
- instructievonnis;
- dagbepaling mondelinge behandeling.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 juli 2022. [eiser] is verschenen, vergezeld door de gemachtigde. [gedaagde] is in persoon verschenen. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast:

1.1.

[eiser] heeft op 10 december 2018 een overeenkomst van opdracht gesloten met [gedaagde] uit hoofde waarvan [gedaagde] tegels van 120x120 centimeter zou plaatsen in de woning van [eiser] voor een bedrag van € 4.500,00.

1.2.

Op 11 december 2018 heeft [eiser] een aanbetaling gedaan van € 1.000,00.

1.3.

[gedaagde] is gestart met de werkzaamheden op 12 december 2018.

1.4.

Op 12 december 2018 heeft [eiser] om 19:35 uur per Whatsapp aan [gedaagde] gestuurd:

“Denk je dat je ook die niveleer systeem kan gebruiken om alles eenbeetje recht te trekken maakt het missxhien ook makkelijker”.

1.5.

Op 15 december 2018 heeft [eiser] het restant van € 3.500,00 aan [gedaagde] betaald.

1.6.

Op 4 januari 2019 heeft [eiser] per Whatsapp aan [gedaagde] gestuurd:

“(…) Ik zou graag hebben dat je nog komt kijken naar die kloppende tegels want ik maag me toch zorgen en ook of je die voeg kan afmaken.”

1.7.

[gedaagde] is hierna langs gegaan bij [eiser] en heeft een aantal voegen hersteld.

1.8.

Op 29 juni 2020 heeft [eiser] per Whatsapp aan [gedaagde] gestuurd:

“(…)Waar we al eerder ook aangaven dat de tegels klapperden en leken dat ze niet goed vast zaten. Je gaf toen aan dat we ons geen zorgen hoeven te maken en dat de tegels niet kapot zullen gaan. Maar nu zien we ook op meerdere plekken dat de voeg los laat en dat de tegels meer los lijken te liggen en echt kraken. Dus we zijn nu echt bang dat ze zullen breken. Daarom wil ik je vragen om er toch naar te kijken en of je er toch wat aan kan doen.”

1.9.

Op 2 juli 2020 heeft [gedaagde] per Whatsapp gereageerd:

“(…) Het spijt mij zeer broer maar ik ben al meer dan 1 jaar gestopt met mijn bedrijf. (…) Ik kan je helaas niet helpen. (…)”

1.10.

Op 13 augustus 2020 heeft [eiser] een ingebrekestelling verzonden aan [gedaagde] , waarin [gedaagde] wordt verzocht om binnen twee weken de klachten te verhelpen.

1.11.

In reactie hierop heeft [gedaagde] op 14 augustus 2020 per Whatsapp aan [eiser] gestuurd dat hij is gestopt met zijn bedrijf.

1.12.

Op 4 maart 2021 heeft de gemachtigde van [eiser] in een brief aan [gedaagde] te kennen gegeven dat een deskundigenonderzoek zal worden uitgevoerd.

1.13.

In reactie hierop heeft [gedaagde] bij e-mail van 5 maart 2021 aansprakelijkheid betwist.

1.14.

Op 9 juli 2021 is het expertiserapport ontvangen van Dekra. Hierin is onder meer opgenomen:

“Van het totale oppervlakte van het vloertegelwerk op de begane grond is 50% gebrekkig aangebracht door partij 2.

Wij hebben het sterke vermoeden dat het tegelwerk in de hal en eetkamer dubbelzijdig verlijmd is, en in het overige oppervlakte van de begane grond niet.

Volgens de algemeen geldende uitvoeringsrichtlijn “URL 35-101: Uitvoeringsrichtlijn voor het aanbrengen van wand- en vloertegels in reguliere binnentoepassing” wordt in hoofdstuk 2.2 vermeld dat tegels met een grotere afmeting dan 30x30 centimeter dubbelzijdig verlijmd moeten worden.

(…)

is het gebrek aan voldoende lijmcontactoppervlak van de vloertegels de oorzaak van de problematiek.

(…)

De ontstane gebreken aan het vloertegelwerk kunnen partieel hersteld worden. Partij 1 heeft een offerte aangeleverd van de firma De Tegeldokter. In deze offerte staat beschreven dat via de voegen van het vloertegelwerk injectiehars onder de tegels wordt geïnjecteerd.

(…)

Gelet op de offerte van De Tegeldokter komen de herstelkosten uit op EUR 1.125,30. (…)”

1.15.

Dekra heeft op 9 juli 2021 een factuur ter hoogte van € 1.724,25 aan [eiser] gestuurd.

1.16.

De offerte van De Tegeldokter van 9 juli 2021 was gebaseerd op telefonisch overleg, en is in verband met de coronapandemie in juli 2021 komen te vervallen.

1.17.

[eiser] heeft opnieuw een offerte opgevraagd en na bezoek op locatie heeft De Tegelmakers op 29 juli 2021 een herstelbedrag van € 5.092,50 vastgesteld.

1.18.

De gemachtigde van [eiser] heeft op 10 augustus 2021 het deskundigenrapport en de herstelofferte aan [gedaagde] toegezonden en hem gesommeerd om het schadebedrag van € 5.092,50 te voldoen binnen 15 dagen, bij gebreke waarvan buitengerechtelijke kosten verschuldigd worden.

1.19.

[eiser] heeft ook een offerte opgevraagd bij Tegelherstel, die de schade heeft begroot op € 3.000,00.

1.20.

Bij brief van 13 december 2021, die een omzettingsverklaring behelst als bedoeld in artikel 6:87 BW, heeft [eiser] de vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. In dezelfde brief heeft [eiser] [gedaagde] gesommeerd om de schade van € 3.000,00 te betalen.

1.21.

[gedaagde] heeft in zijn reactie van 13 december 2021 gesteld dat hij niet zal betalen, dat de tegels niet stuk zijn en dat hij geen garantie geeft op de tegels, die niet bij hem vandaan komen.

Vordering

2. [eiser] vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. € 3.000,00 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf
29 augustus 2020, althans 3 maart 2022 tot aan de voldoening;
b. € 1.724,25 aan onderzoekskosten voor een onafhankelijke expertise
c. € 514,25 aan buitengerechtelijke incassokosten;
d. de proceskosten.

3. [eiser] stelt hiertoe, samengevat en zakelijk weergegeven, dat [gedaagde] gebrekkig werk heeft geleverd en dat als gevolg hiervan een groot deel van de tegels hol klinken en het voegwerk loslaat. De oorzaak hiervan is dat [gedaagde] te weinig lijm heeft gebruikt. [eiser] heeft [gedaagde] meermaals in de gelegenheid gesteld om de vloer te herstellen. Doordat nakoming door [gedaagde] uitbleef, is hij in verzuim geraakt. Daarom heeft [eiser] het recht om de werkzaamheden door een derde te laten herstellen en de kosten als vervangende schadevergoeding op [gedaagde] te verhalen. Hiertoe heeft [eiser] een omzettingsverklaring gestuurd. [eiser] vordert de herstelkosten zoals geschat door Tegelherstel, waarbij uitgegaan wordt van herstel door injectie via de voegen. Tevens heeft [eiser] recht op de gemaakte kosten voor het onderzoek door Dekra. Tot slot maakt [eiser] aanspraak op buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.

Verweer

4. [gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de vordering. Hij betwist dat er scheuren in de tegels en de voegen zijn. Ze zijn enkel een beetje versleten, maar dat komt doordat [eiser] zelf heeft gekozen voor kleine voegen bij grote tegels. Ondanks het advies van [gedaagde] om grote voegen te kiezen, heeft [eiser] voor kleine voegen gekozen. Daarnaast kon [gedaagde] moeilijk voegen, omdat allerlei spullen op de tegels waren gezet. Dat de tegels hol klinken komt doordat [eiser] zelf voor een nivelleersysteem heeft gekozen, wat ertoe kan leiden dat de tegel aan de onderkant een beetje loskomt. Bovendien heeft [eiser] de rekening gewoon betaald en kan hij niet achteraf nog met klachten kan komen. [eiser] had eerder moeten klagen. Tot slot voert [gedaagde] aan dat het deskundigenrapport niet de oorzaak van de klachten aangeeft.

Beoordeling

5. De vraag die voorligt is of [gedaagde] is tekortgeschoten in de uitvoering van de werkzaamheden en de vervangende schadevergoeding en onderzoekskosten moet betalen.

Gebreken in het tegelwerk

6. [gedaagde] heeft betwist dat er gebreken in het tegelwerk zijn. Er zouden geen scheuren in het voegwerk zitten. Ter zitting heeft [gedaagde] aangevoerd dat de tegels niet stuk zijn en dat ze niet los liggen. De tegels klinken dan wel hol, maar volgens [gedaagde] is dat niet zo erg. Het is al vier jaar later, en de tegels zijn nog steeds niet stuk gegaan. Er valt niets te herstellen, aldus [gedaagde] .

7. Uit het deskundigenrapport van Dekra volgt echter dat van het totale vloeroppervlak 50% van de tegels gebrekkig is aangebracht. [gedaagde] heeft ter zitting toegegeven dat hij een dunnere lijmlaag heeft gebruikt met het oog op deuren die open moesten kunnen, waarvan de noodzaak overigens door [eiser] is weersproken. Uit het rapport blijkt dat een deel van de tegels los ligt, er hoogteverschillen zijn waargenomen en het voegwerk beschadigd is. Ook kan uit dit rapport worden afgeleid dat het niet de bedoeling is dat tegels hol klinken. Aangenomen kan worden dat holle tegels in ieder geval ergerlijk kunnen zijn voor degenen die er dagelijks overheen lopen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan het verweer van [gedaagde] , dat hij niet nader heeft onderbouwd, op grond van het bovenstaande niet slagen. Daarom wordt aangenomen dat er gebreken zijn in het tegelwerk.

De waarschuwingsplicht van [gedaagde] c.s. ingevolge artikel 7:754 BW

8. [gedaagde] heeft – naar de kantonrechter begrijpt – als subsidiair verweer aangevoerd dat indien vast komt te staan dat het tegelwerk gebrekkig is, dit het gevolg is van keuzes die door [eiser] zijn gemaakt en omstandigheden die aan [eiser] te wijten zijn. Deze gebreken kunnen [gedaagde] daarom niet verweten worden. [gedaagde] heeft ter zitting onweersproken gesteld dat hij een alternatieve werkwijze heeft moeten toepassen. In verband met de geplaatste spullen op de keukenvloer heeft hij dikker voegmiddel gebruikt. Daarnaast heeft [gedaagde] , gelet op de wensen van [eiser] , dunne voegen tussen de tegels gemaakt en een nivelleersysteem toegepast. Dit kan ertoe leiden dat de tegels aan de onderkant op sommige plekken los komen te zitten, en dat de tegels hol gaan klinken

9. [eiser] stelt dat [gedaagde] heeft nagelaten om [eiser] te informeren over de eventuele negatieve gevolgen van de door [gedaagde] gehanteerde alternatieve werkwijze. [eiser] heeft als leek een professional ingeschakeld, en [gedaagde] heeft zijn waarschuwingsplicht geschonden.

10. De kantonrechter overweegt dat sprake is van een overeenkomst van aanneming van werk. Uit artikel 7:760 lid 2 BW volgt dat de gevolgen van een ondeugdelijke uitvoering van het werk voor rekening van [eiser] als opdrachtgever komen, indien de ondeugdelijke uitvoering is te wijten aan gebreken of ongeschiktheid van zaken afkomstig van hem, tenzij [gedaagde] zijn waarschuwingsplicht als bedoeld in artikel 7:754 BW heeft geschonden. Op grond van artikel 7:754 BW is de aannemer bij het aangaan of het uitvoeren van de overeenkomst verplicht de opdrachtgever te waarschuwen voor gebreken of ongeschiktheid van in dit geval de gehanteerde werkwijze (dunne voegen, nivelleersysteem, tegelen terwijl spullen op tegels geplaatst werden), voor zover [gedaagde] deze gebreken of ongeschiktheid kende of redelijkerwijs behoorde te kennen.

11. [gedaagde] heeft bij mondeling antwoord aangevoerd dat hij [eiser] had geadviseerd om voor grotere voegen te kiezen, maar dat wordt door [eiser] betwist. Ter zitting heeft [gedaagde] naar voren gebracht dat hij ervan op de hoogte was dat er risico’s kleefden aan de gehanteerde werkwijze, maar dat hij desondanks [eiser] niet voor deze risico’s heeft gewaarschuwd. [gedaagde] heeft dit nagelaten omdat hij enkel de opdrachtnemer was en geen adviseur. Dit verweer kan niet slagen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om [eiser] te wijzen op de risico’s. Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat [gedaagde] zijn waarschuwingsplicht heeft geschonden.

Klachtplicht

12. [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiser] niet op tijd heeft geklaagd over de gebreken. De kantonrechter is echter van oordeel dat [eiser] wel tijdig geklaagd heeft: op 4 januari 2019 heeft [eiser] aan de bel getrokken toen de tegels hol klonken. Ook op 29 juni 2020 heeft [eiser] per Whatsapp aan [gedaagde] laten weten dat er wat mis was met het tegelwerk. Derhalve kan dit verweer niet slagen.

Conclusie

13. Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat [gedaagde] is tekortgeschoten in zowel zijn adviserende als uitvoerende functie en daarom aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade. Nu [gedaagde] de hoogte van de vervangende schadevergoeding niet heeft betwist, zal deze in zijn geheel worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente wordt op grond van de wet toegewezen.

14. De door [eiser] gevorderde kosten van het rapport van Dekra komen slechts voor vergoeding in aanmerking indien deze zijn aan te merken als redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW. Vereist is dat het maken van de kosten redelijkerwijze verantwoord is en dat de omvang van de kosten redelijk is. Gezien de aard van de vordering acht de kantonrechter het redelijk dat [eiser] een expert heeft ingeschakeld om de hoogte van de schade vast te stellen. Ook de kosten die gemoeid zijn met de rapportage zijn redelijk, zodat de gevorderde kosten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan en voor toewijzing gereed liggen.

15. Wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Deze zijn daarom ook toewijsbaar.

16. [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van:

- € 3.000,00 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 29 augustus 2020 tot aan de voldoening;

- € 1.724,25 aan onderzoekskosten;

- € 514,25 aan buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:
exploot € 134,82
salaris € 622,00
griffierecht € 244,00
-----------------
totaal € 1.000,82
voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 124,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.