Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:4957

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-08-2022
Datum publicatie
25-08-2022
Zaaknummer
13/067090-22 (1), 13/172296-22 (2)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

diefstal in vereniging van meerdere motoren, modus operandi, herkenningen, heler-steler-regel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/067090-22 (1), 13/172296-22 (2) (ter terechtzitting gevoegd) (Promis)

Datum uitspraak: 17 augustus 2022

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres verdachte] ,

thans gedetineerd in het [detentieplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 augustus 2022.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak 1 en zaak 2 aangeduid.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.R. Zetsma en van wat verdachte en zijn raadsman mr. S. Ettalhaoui, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

Zaak 1

diefstal van vijftien motoren door middel van braak en/of verbreking in vereniging namelijk:

  • -

    op 16 maart 2022 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 1] (zaak A);

  • -

    in de periode 4 t/m 9 maart 2022 een motor die toebehoorde [slachtoffer 2] (zaak B);

  • -

    in de periode 6 t/m 8 december 2021 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 3] (zaak C);

  • -

    op 9 maart 2022 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 4] (zaak D);

  • -

    op 14 december 2021 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 5] (zaak E);

  • -

    op 12 maart 2022 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 6] (zaak F);

  • -

    in de periode 14 t/m 15 maart 2022 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 7] (zaak I);

  • -

    op 14 maart 2022 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] (zaak J);

  • -

    op 14 december 2021 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 10] (zaak K);

  • -

    op 4 maart 2022 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] (zaak L);

  • -

    op 3 maart 2022 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] (zaak M);

  • -

    op 11 maart 2022 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 15] (zaak N);

  • -

    in de periode 11 t/m 12 maart 2022 een motor die toebehoorde aan [slachtoffer 16] (zaak O);

  • -

    op 13 maart 2022 twee motoren die toebehoorden aan [slachtoffer 17] (zaak P)

en/of

opzet-/schuldheling in vereniging van een motor (zaak C) op 16 maart 2022.

Zaak 2

diefstal in vereniging van een motor op 10 december 2021 die toebehoorde aan [slachtoffer 18] (zaak Q) in Amsterdam door middel van braak en/of verbreking in vereniging.

De tekst van de integrale tenlasteleggingen zijn opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten in zaak 1 en 2. Hij heeft hierbij verwezen naar de leeswijzer die bij het dossier is gevoegd en waarin de meeste bewijsmiddelen zijn opgesomd. Ten aanzien van de motor met kenteken [nummer 1] (zaak C) heeft de officier van justitie de tenlastelegging geïnterpreteerd als een primair/subsidiaire tenlastelegging en gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde (diefstal door middel van braak en/of verbreking in vereniging).

De officier van justitie heeft aangevoerd dat er veel onderlinge verbanden zijn tussen de ten laste gelegde diefstallen. Zo zijn zaken A en C verbonden omdat zaak C de eerder gestolen vluchtmotor betrof bij de diefstal (en betrapping op heterdaad) van zaak A. In de zaken D en M komt de kleding van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] overeen. Beide zaken kunnen vervolgens gekoppeld worden aan de zaken P en N wegens dezelfde grondslag. Zaken E en K zijn verbonden via herkenningen door verbalisanten. Zaken Q en N passen eveneens in dat beeld: overeenkomsten in kleding en herkenningen door verbalisanten. Zaken F en O hebben in dezelfde nacht plaatsgevonden, net als de zaken I en J.

Uit deze zaken blijkt dat er een duidelijke modus operandi was: medeverdachte [medeverdachte] opende vooral de deuren en maakte de weg vrij, terwijl verdachte de slijptol hanteerde en daadwerkelijk de motoren wegnam en daarop wegreed. Vrijwel alle zaken zijn bovendien gepleegd in Amsterdam Oost op tijdstippen midden in de nacht. Bij veel van de zaken droegen verdachten oranje handschoenen die fel afsteken en zeer herkenbaar zijn.

In de zaken A en C zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte] tezamen op heterdaad aangehouden na een gevaarlijke achtervolging. In zaak B is verdachte naar aanleiding van een helder signalement herkend door verbalisanten. Datzelfde geldt voor zaak D, waarin medeverdachte [medeverdachte] zichzelf filmt in een boxgang die zich direct onder de flat van verdachte bevindt. Ook in zaak F is verdachte door verbalisanten herkend en is hij degene die de slijptol hanteert. Tussen de zaken I en J zit maar 42 minuten tijdsverschil en ook daarin is verdachte herkend. De bewezenverklaring in zaak K is eveneens gestoeld op herkenningen door meerdere verbalisanten. In zaak L gaat het om schakelbewijs betreffende de opvallende kleding van verdachte. In de zaken M en N bevat het dossier eveneens filmpjes, gemaakt door medeverdachte [medeverdachte] , in de boxgang onder de woning van verdachte. Ook daarbij is verdachte herkend door verbalisanten. Datzelfde geldt voor de zaken O en P. Er is geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de herkenningen, mede gelet op het overzichtsproces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 10] .

Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat ten aanzien van zaak N, nu deze diefstal is gepleegd in Diemen, bewezen wordt verklaard “in Nederland”.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich – overeenkomstig zijn schriftelijke pleitaantekeningen – op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken wegens het ontbreken van voldoende bewijs. Het bewijs berust grotendeels op camerabeelden, een gestelde modus operandi en herkenningen. Met die herkenningen moet voorzichtig worden omgegaan. Het betreft in deze zaak telkens herkenningen van dezelfde verbalisanten waarvan een aantal verdachte al jaren kennen.

In zaak A zijn er geen bewijsmiddelen die verdachte linken aan de diefstal van de motor noch aan een van de opzittenden van de vluchtmotor waarmee de daders van de diefstal zijn gevlucht. De verbalisanten stellen dat zij verdachte onder andere herkennen aan een grijs gewatteerde jas maarbij verdachte is niet een dergelijke jas aangetroffen. Daarnaast is geverbaliseerd dat de motor waarschijnlijk gestart zou zijn met een schroevendraaier maar blijkens onderzoek van de verdediging is dit niet mogelijk bij een dergelijk type motor. Bovendien is er geen schroevendraaier of iets soortgelijks aangetroffen in de omgeving van de bosschages.

In zaak B is het verwijzen naar processen-verbaal van andersoortige diefstallen in combinatie met het signalement blauw/grijze gewatteerde Nike jas, bivakmuts en oranje handschoenen, onvoldoende om te gebruiken als schakelbewijs. De gestelde onderbouwing van dezelfde modus operandi en een identieke beschrijving van het signalement in de andere zaken komt onvoldoende gewicht toe om mee te nemen bij de waardering van de bewijsmiddelen.

In zaak C ontbreekt het bewijs nu er geen camerabeelden zijn van de diefstal, en het signalement van verdachte bij aanhouding op 16 maart 2022 niet overeenkomt met het signalement bij zaak A. Uit (de beschrijving van) de beelden van de bodycam kan geen signalement van verdachte worden opgemaakt.

In zaak D wordt bij de beschrijving van de camerabeelden verwezen naar een signalement dat overeen zou komen met het signalement van verdachte in een andere zaak (schakelbewijs). Voorts wordt verwezen naar verdachte in een groene jas. Uit geen enkel bewijsmiddel blijkt echter dat hij een groene jas in zijn bezit heeft. Dit geldt ook voor een lichtblauwe Nike-jas.

In zaak E komen de gepresenteerde bewijsmiddelen (herkenningen) weinig bewijswaarde toe. In zaak F zijn de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bekeken onvoldoende voor een bewezenverklaring, nu deze eveneens gebaseerd zijn op een lichtblauwe jas die niet bij verdachte is aangetroffen.

In zaak I is hetzelfde voornoemde signalement gecombineerd met de herkenning zonder verdere onderbouwing onvoldoende. Datzelfde geldt voor zaak J, waarbij niet onderbouwd is dat het telefoonnummer van verdachte in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] zou zijn aangetroffen.

In zaak K zijn de herkenningen onvoldoende beschreven aan de hand van onderscheidende kenmerken en is bij de herkenning door verbalisant [verbalisant 2] een foto uit een andere zaak gebruikt.

In zaak L ontbreekt de link naar verdachte en komt de gestelde modus operandi bovendien niet overeen, nu er vier daders op de beelden te zien zijn. Ook de onderbouwing van de herkenning ontbreekt. Dat laatste geldt ook voor zaak M. Verdachte zou volgens dit dossier vaker een groene jas hebben gedragen, maar deze stelling blijkt niet uit het dossier.

In zaak N kan de herkenning van [getuige] niet voor het schakelbewijs worden gebruikt nu dit twee verschillende signalementen van twee personen betreft.

In zaak O wordt verwezen naar verdachte omdat hij op andere beelden zou zijn herkend als de slijper van sloten van motoren en dat er een grijze motor/scooter in beeld zou zijn te zien. Dat is echter niet zo en ook de gestelde modus operandi is hier niet aan de orde. In zaken O en P wordt, net als bij vele zaken, verwezen naar het niet kloppende signalement van verdachte.

Zaak Q is wederom gestoeld op een herkenning zonder concreet signalement.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Aanleiding

Op 16 maart 2022 worden verdachte en medeverdachte [medeverdachte] aangehouden ter zake motordiefstal. Na een melding van twee medewerkers van Handhaving dat de verdachten, gehuld in bivakmutsen, rond 02:28 uur een motor hadden gestolen in het gebied van Amsterdam Oost in de wijk Zeeburg, wordt door de politie een onderzoek gestart. Verdachten hebben de gestolen motor achtergelaten en zijn samen op een grijze motorscooter gevlucht. Het onderzoek resulteert in een achtervolging vanaf de [adres 1] tot in Amsterdam Zuidoost. Uiteindelijk worden verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen aangetroffen in de bosschages in de nabijheid van de motorscooter, welke later ook gestolen blijkt te zijn.

De politie start naar aanleiding van deze aanhouding een strafrechtelijk onderzoek naar verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Op basis van dit onderzoek in de politiesystemen komen er een signalement en een modus operandi naar voren die met meerdere motordiefstallen die gepleegd waren in de maanden ervoor in verband kunnen worden gebracht. Ook komen er gedurende het onderzoek camerabeelden van diverse plaatsen delict naar voren van het plegen van motordiefstallen, waarbij de verdachten [medeverdachte] en [verdachte] door diverse verbalisanten herkend worden als de daders. Hierdoor ontstaat het vermoeden dat de verdachten zich stelselmatig schuldig hebben gemaakt aan motordiefstallen in vereniging door middel van braak.

Bewijsoverwegingen

Modus operandi

De rechtbank overweegt dat bij vrijwel alle aan verdachte ten laste gelegde feiten dezelfde werkwijze, oftewel modus operandi, is gebruikt. De diefstallen vonden plaats in een periode van ongeveer drie maanden, midden in de nacht. De motoren waren vrijwel allemaal gestald in parkeergarages in Amsterdam Oost (Zeeburg) en Amsterdam Zuidoost. De diefstallen werden gepleegd door twee personen waarvan één of beiden een zwarte bivakmuts en opvallende oranje handschoenen droeg. Eén persoon droeg vaak een blauwgrijze jas met een Nike-teken en de andere een zwarte/donkere jas. Een van de personen leek voornamelijk zorg te dragen voor de toegang tot de plek waar de motor gestald stond en de ander hanteerde vaak een slijptol om de motoren – welke meestal afgesloten waren middels het reguliere slot en met een stuurslot en/of kettingslot – los te maken. Vaak is te zien dat de daders zich naar en van de plaats van de diefstal verplaatsen op een grijze motorscooter zonder kentekenplaat. Bij de aanhouding van verdachte en zijn medeverdachte is een soortgelijke grijze motorscooter aangetroffen zonder kentekenplaat. Op de filmpjes die op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] zijn aangetroffen, zijn meerdere gestolen motoren te zien in een boxgang met blauwe deurstijlen. Verbalisant [verbalisant 3] , heeft, gehoord als getuige ter terechtzitting van 3 augustus 2022, verklaard dat hij heeft waargenomen dat de boxgang op deze opnames overeenkomt met de boxgang die zich onder de woning van verdachte bevond. In deze boxgang zijn de deurkozijnen blauw geschilderd en in boxgangen van andere flats in de buurt hebben de deurkozijnen allemaal een andere kleur.

Herkenningen

De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van herkenningen behoedzaamheid betracht dient te worden. De herkenning van een persoon op (bewegend) beeld kan plaatsvinden, grof gezegd, op basis van diens gezicht, kleding en accessoires en/of postuur, houding en manier van bewegen. Hiervan heeft de gezichtsherkenning onmiskenbaar de hoogste diagnostische waarde. Het gezicht is immers uit zijn aard uniek en de meeste mensen zijn uitstekend in staat gezichten te herkennen. De rechtbank heeft bij de beoordeling de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  1. zijn de beelden voldoende duidelijk en helder om een gezichtsherkenning op te kunnen baseren;

  2. hoe goed kent de herkenner de verdachte;

  3. wat is het aantal in aanmerking komende herkenningen, die onafhankelijk van elkaar zijn gedaan;

  4. zijn er feiten of omstandigheden die een herkenning mogelijk zouden kunnen falsificeren of onbetrouwbaar zouden kunnen maken.

In onderhavige zaken draagt één van de twee verdachten vaak een blauwgrijze jas met een zwart Nike-teken op de linkerborst. Verbalisanten herkennen deze persoon aan de hand van stills als zijnde verdachte.1 De rechtbank heeft geconstateerd dat de kleur van deze jas op sommige beelden meer naar de kleur blauw neigt en op sommige beelden meer grijs. Gelet op het merklogo en het model (een gewatteerde jas met een specifiek banenpatroon en een bepaalde lengte en breedte) stelt de rechtbank echter vast dat dit steeds dezelfde jas betreft. De rechtbank overweegt verder dat de herkenningen voldoen aan bovengenoemde criteria, nu zij steeds voorzien zijn van een onderbouwing ofwel gebaseerd zijn op veelvuldig persoonlijk contact. In een enkele zaak draagt een verdachte een groene gewatteerde jas. Ook deze persoon wordt door de politie herkend als zijnde verdachte.2 Ook ten aanzien van deze herkenning ziet de rechtbank geen aanleiding om de betrouwbaarheid hiervan in twijfel te trekken.

Daar komt bij dat de rechtbank zelf ook overeenkomsten heeft waargenomen tussen de persoon op een aantal op de zitting getoonde foto’s/stills en de ter zitting verschenen verdachte. Dit betreft met name de specifieke wenkbrauwen en de vorm en stand van de ogen en bij een van de stills waarop verdachte goed in beeld is zonder gezichtsbedekking, ook de vorm van het gelaat en waarop hij voornoemde grijs/blauwe jas draagt. Op één van de foto’s (M22) is ook duidelijk de slijptol te zien.3

Een aantal feiten vertoont sterke onderlinge overeenkomsten omdat bijvoorbeeld de pleegperiode of modus operandi (nagenoeg) identiek is. Feiten met een dergelijke onderlinge overeenkomst zal de rechtbank hierna als cluster bespreken.

Zaak 1

Ten aanzien van zaak A (kenteken [nummer 2] ) en zaak C (kenteken [nummer 1] )

Feiten en omstandigheden

Handhavers [naam 1] en [naam 2] doen op 16 maart 2022 een melding dat zij rond 02:15 uur op de [adres 1] te Amsterdam twee jongens, gehuld in bivakmutsen, tegen een motor zien tikken. De jongens hebben zelf ook een motor bij zich. Ze schrikken van de handhavers en trekken de motoren een steeg in.4 De bestuurder van een van de motoren duwt de andere motor met zijn voet voort. Wanneer zij [naam 2] zien, rijden ze met beide motoren weg.5 Om 02:30 uur zien verbalisanten in een surveillanceauto ter hoogte van de Borneolaan twee personen in tegenovergestelde richting met bivakmutsen op een motorscooter en een motorfiets (die later gestolen blijkt te zijn op de [adres 1] ) rijden. Verbalisanten zien dat de personen de motorfiets laten vallen en beiden op de motorscooter zonder kenteken doorrijden.6 Verbalisant [verbalisant 4] , belast met motorsurveillance, heeft de personen eveneens in beeld en geeft hun signalement door.7

[verbalisant 4] achtervolgt de motorscooter en ziet dat de bestuurder ter hoogte van een trap bij de Bijlmerdreef de motorscooter op de grond laat vallen, waarna beide personen die op de motorscooter zaten, de trap op rennen. Dit is gezien door verbalisant [verbalisant 5] na het uitkijken van de camerabeelden van de body-cam van de motorrijder.8 De bijrijder draagt handschoenen met oranje er in. Wanneer [verbalisant 4] hen uit het oog verliest omdat zij te voet de wijk in vluchten, wordt de omgeving afgezet en door onder andere hondengeleider [naam 3] doorzocht. Op het moment dat zijn hond in de richting van het binnentuinencomplex bij de [adres 2] trekt, ziet hij bij de bosschages een been uitsteken. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] liggen samen in de bosjes en worden hierop aangehouden.9 Verbalisanten [verbalisant 6] , [verbalisant 7] en [verbalisant 8] hebben de twee personen, die voldeden aan het opgegeven signalement, tijdens de achtervolging tevens waargenomen. Nadat zij waren aangetroffen en aangehouden, verbaliseren zij dat de twee personen exact voldeden aan het signalement dat door verbalisanten tijdens de achtervolging was doorgegeven. Zij herkennen beiden als de opzittenden van de motorscooter die door hen werd achtervolgd en kunnen met 100% zekerheid zeggen dat de juiste personen zijn aangehouden.10 Ook motoragent [verbalisant 4] herkent verdachte en medeverdachte [medeverdachte] direct als de opzittenden van de motorscooter.11

De motor met kenteken [nummer 2] , merk Kawasaki, type ER-6N, toebehorend aan aangever [slachtoffer 1] , wonende op de [adres 1] te Amsterdam,12 wordt door handhaver [naam 1] op het fietspad aangetroffen. Het adres van aangever is nagenoeg op dezelfde plek als waar hij en [naam 2] de diefstal hebben waargenomen.13

Na het aantreffen van de motorscooter (Piaggio Beverly) zonder kenteken is er onderzoek gedaan naar het voertuigidentificatienummer.14 De motorscooter bleek als gestolen te staan gesignaleerd en behoort bij het eigenlijke kenteken [nummer 1] . Aangever [slachtoffer 3] verklaart dat de motor, merk Piaggio, type Beverly 350i, tussen 6 december 2021 omstreeks 13:00 uur en 8 december 2021 omstreeks 17:30 uur uit de parkeergarage [naam parkeergarage] te Amsterdam is gestolen.15

Bewijsoverweging in zaak A

Verbalisanten zien kort na de melding van de handhavers twee personen met bivakmutsen in de nabije omgeving op de, naar later bleek, zojuist gestolen motor en een motorscooter rijden. Op het moment dat de verbalisanten in het zicht zijn van de personen zien zij dat zij de motorfiets laten vallen en beiden op de motorscooter wegvluchten. Hieruit leidt de rechtbank af dat de twee personen die (met bivakmutsen op) de motor met kenteken [nummer 2] aan de [adres 1] hebben gestolen, ook de personen zijn die later (eveneens met bivakmutsen op) op de gestolen motor en de motorscooter zonder kenteken reden. Verbalisanten hebben vervolgens waargenomen dat dezelfde twee personen hun (vlucht-)route vervolgden op de motor zonder kenteken. De rechtbank stelt op basis van de eigen waarneming van de bodycam-beelden van verbalisant [verbalisant 4] vast dat twee personen voor de trap op de Bijlmerdreef van deze motor zijn gestapt en deze motor op straat achterlieten. De rechtbank leidt hieruit af dat dit dezelfde personen betreft die te voet de wijk in Amsterdam Zuidoost in zijn gevlucht. De hondengeleider heeft vervolgens verdachte en medeverdachte [medeverdachte] dicht bij elkaar in de bosschages in deze wijk aangetroffen. Gelet op voorgaande en gelet op de herkenningen van meerdere verbalisanten, acht de rechtbank bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] de personen zijn geweest die de motor met kenteken [nummer 2] (zaak A) hebben gestolen.

Partiële vrijspraak voor diefstal en bewijsoverweging voor opzetheling in zaak C

Op grond van de in het dossier vervatte bewijsmiddelen acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte de motor met kenteken [nummer 1] in de periode van 6 tot en met 8 december 2021 heeft gestolen. Gelet op bovenstaande acht de rechtbank wel bewezen dat verdachte zich op 16 maart 2022 met een ander schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van deze motorscooter.

Ten aanzien van zaken K (kenteken [nummer 3] ) en E (kenteken [nummer 4] )

Feiten en omstandigheden

Aangever [slachtoffer 10] heeft op 16 december 2021 aangifte gedaan van de diefstal van zijn motor, merk Husqvarna, type 701 S supermoto (kenteken [nummer 3] ) tussen 13 december omstreeks 19:00 uur en 16 december 2021 omstreeks 09:00 uur uit de parkeergarage aan de [adres 3] te Amsterdam. Hij zag dat er een stuk kapotte ketting op de grond lag.16 Op 19 maart 2022 bekijkt verbalisant [verbalisant 9] de camerabeelden van parkeergarage [naam parkeergarage 2] (de rechtbank begrijpt: de parkeergarage aan de [adres 3] ). Hij ziet dat er op 14 december 2021 omstreeks 00:28 uur twee personen de hal van de parkeergarage binnen komen. De eerste persoon draagt een gewatteerde blauwe jas met capuchon, een lichte broek en witte schoenen. Hij opent de linker deur en kijkt direct in de camera. Verbalisant [verbalisant 9] herkent deze persoon direct ambtshalve en met 100% zekerheid als zijnde verdachte [verdachte] . . Hij herkent de tweede persoon niet en duidt hem aan als NN2. De verbalisant ziet dat NN2 een donkere huidskleur heeft, een mondkapje draagt en een zwarte jas met een blauwe capuchon. Op dezelfde camerabeelden ziet verbalisant [verbalisant 9] dat omstreeks 02:40 uur NN2 vanuit de parkeergarage opnieuw de hal in komt lopen. NN2 heeft dezelfde kleding aan als op de eerdere beelden alleen met een donkerkleurige capuchon. Achter NN2 ziet de verbalisant een tweede man aan komen lopen met een motorfiets die hij de hal inbrengt. Hoewel deze man een donkere sjaal voor zijn mond draagt herkent de verbalisant verdachte direct met 100 % zekerheid aan zijn ogen. De persoon die hij als verdachte heeft herkend staat recht voor de camera stil en kijkt de camera in. De verbalisant ziet op dat moment dat deze persoon een donkere jas draagt van het merk Nike met twee diagonale banen op het voorpand die samen een V vormen. De verbalisant ziet dat NN2 vervolgens de entreedeur openhoudt en dat verdachte de motorfiets met het kenteken [nummer 3] naar buiten rijdt.17

Aangever [slachtoffer 5] heeft op 16 december 2021 aangifte gedaan van diefstal van zijn motor van het merk BMW, Type R 1200 GS (kenteken [nummer 4] ) uit een parkeergarage aan de [adres 4] in Amsterdam tussen 11 december 2021 omstreeks 16:00 uur en 15 december 2021 omstreeks 18:00 uur.18

Verbalisant [verbalisant 9] heeft ook beelden bekeken die op dezelfde datum zijn opgenomen als de hiervoor beschreven beelden van [naam parkeergarage 2] . Op de camerabeelden ziet hij een soortgelijke ruimte als bij [naam parkeergarage 2] maar nu staat de tekst “ [naam 4] ” in beeld. (Het is de rechtbank bekend dat de [adres 3] om de hoek ligt van de [adres 4] ). Hij ziet op deze beelden dat om 03.57 uur, iets meer dan een uur nadat verdachte en NN2 uit beeld liepen met de motor bij [naam parkeergarage 2] , NN2 vanuit de parkeergarage de hal van [naam 4] inloopt, kort daarna gevolgd door dezelfde mededader als bij [naam parkeergarage 2] . De verbalisant ziet dat beide personen op dat moment exact hetzelfde gekleed zijn als bij de eerdere diefstal om 02:40 uur uit [naam parkeergarage 2] , waarbij de verbalisant de tweede persoon heeft herkend als zijnde verdachte. Verdachte duwt een blauwgekleurde motorfiets met windscherm en een koffer voort. De verbalisant beschrijft dat NN2 de deur openhoudt waardoor verdachte de motorfiets de hal in kan rijden. NN2 houdt om 03:59 uur de entreedeur open waarna verdachte de motorfiets met kenteken [nummer 4] naar buitenduwt.19

Bewijsoverweging

Zoals hiervoor al overwogen herkent verbalisant [verbalisant 9] de eerste persoon die omstreeks 00:28 uur te zien is op de beelden van [naam parkeergarage 2] direct ambtshalve en met 100% zekerheid als zijnde verdachte. Hij herkent hem vanwege zijn eerdere functie bij het High Impact Crime-team (HIC). Bij het HIC hebben ze meerdere diefstallen van motoren onderzocht en meerdere verdachten aangehouden, waaronder verdachte [verdachte] . Ook wanneer de eerste persoon om 02:40:59 uur in de camera kijkt, herkent [verbalisant 9] hem met 100% zekerheid als zijnde verdachte.20 Hij herkent hem aan zijn ogen, die ondanks de mondbedekking goed zichtbaar zijn. Ook verbalisant [verbalisant 11] herkent verdachte op de beelden van ’ [naam parkeergarage 2] en [naam 4] . Hij heeft verdachte veelvuldig in persoon ontmoet en herkent hem aan zijn jongetjesachtige smalle gezicht, zijn licht getinte huidskleur, zijn tengere postuur en deels aan zijn wenkbrauwen en donkere ogen. Op basis van de deelvergrotingen van het tweede moment, waarop alleen de ogen van de dader te zien zijn, concludeert hij dat de donkere wenkbrauwen, de tussenliggende afstand van de wenkbrauwen en zijn donkere ogen duidelijk overeenkomen.21 Verbalisant [verbalisant 2] herkent verdachte op de foto van de aandachtvestiging die het eerste moment betreft van de camerabeelden in [naam parkeergarage 2] waarop de dader nog geen gezichtsbedekking draagt. Hij heeft verdachte veelvuldig staande gehouden en gesproken. Hij herkent hem aan zijn leeftijd, postuur, huidskleur, gezichtsvorm en houding en ook droegen aan de herkenning bij de ogen wenkbrauwen, neus en mond.22

De rechtbank heeft ten slotte op de stills van de camerabeelden bij [naam parkeergarage 2] een aantal overeenkomsten gezien tussen de daarop afgebeelde dader van de diefstal van de motor met kenteken [nummer 3] en de ter zitting verschenen verdachte. De rechtbank heeft met name sterke overeenkomsten waargenomen ten aanzien van de ogen en de wenkbrauwen.

Zoals hiervoor ook is overwogen voldoen al deze herkenningen aan de uitgangspunten die de rechtbank hanteert bij de beoordeling van de betrouwbaarheid daarvan. Daar komt nog bij dat de rechtbank zelf ook een aantal overeenkomsten heeft waargenomen tussen de dader op de stills van de camerabeelden bij [naam parkeergarage 2] en de ter zitting verschenen verdachte.

De rechtbank acht het ten laste gelegde in zaak K bewezen op grond van de aangifte, de camerabeelden en de hierboven weergegeven herkenningen.

In het verlengde hiervan acht de rechtbank eveneens bewezen de diefstal van de motor met kenteken [nummer 4] zoals in zaak E ten laste is gelegd. De rechtbank heeft daarbij redengevend gevonden het korte tijdsbestek tussen de beide diefstallen die in hetzelfde garagecomplex plaatsvonden, de vastgestelde modus operandi en het feit dat verdachte en de mededader bij beide diefstallen dezelfde kleding droegen.

Ten aanzien van zaak M (kenteken [nummer 5] )

Feiten en omstandigheden

Door [slachtoffer 14] is aangifte gedaan van diefstal van zijn motor van het merk Yamaha, type MTN 850 (kenteken [nummer 5] ) uit de parkeergarage bij de [adres 5] te Amsterdam tussen 1 maart 2022 omstreeks 16:30 uur en 4 maart 2022 omstreeks 10:00 uur.23 Op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] is een foto aangetroffen waarop twee personen (gehuld in een groene en zwarte gewatteerde jas) in een lift staan.24 Verbalisant [verbalisant 10] herkent verdachte als zijnde de persoon in de groene jas. Hij draagt een schroevendraaier en een oranje voorwerp. Op de telefoon is daarnaast een video van 3 maart 2022 aangetroffen waarop verdachte (eveneens in die groene jas) met een slijptol bezig was bij een zwarte motor. In een video van 3 maart 2022 om 04:05 uur laat medeverdachte [medeverdachte] de motor met kenteken [nummer 5] zien.25

Bewijsoverweging

De rechtbank neemt, net als verbalisant [verbalisant 10] , waar dat de persoon die op foto IMG4254 een groene gewatteerde jas draagt, verdachte is. Zij verwijst hierbij naar de stand van de wenkbrauwen en ogen. De rechtbank stelt eveneens vast dat dit dezelfde persoon betreft die op de video op 3 maart 2022 midden in de nacht een slijptol hanteert bij een motor. Tot slot stelt de rechtbank vast dat op de laatste video medeverdachte [medeverdachte] de motor met kenteken [nummer 5] laat zien terwijl hij zich bevindt in een gang met blauwe deurstijlen. Gelet op de eerder beschreven modus operandi, meer specifiek een tweetal daders, de oranje handschoenen die verdachte vastheeft in de lift en die later ook te zien zijn op de video van medeverdachte [medeverdachte] met de desbetreffende motor in de gang onder de woning van verdachte, kan dit volgens de rechtbank niet tot een andere conclusie leiden dan dat verdachte de motor met kenteken [nummer 5] op 3 maart 2022 samen met medeverdachte [medeverdachte] heeft gestolen.

Ten aanzien van zaak B (kenteken [nummer 6] )

Feiten en omstandigheden

[slachtoffer 2] heeft op 10 maart 2022 aangifte gedaan van de diefstal van haar motor van het merk Yamaha, type Mtn690 (kenteken [nummer 6] ), tussen 4 maart 2022 omstreeks 17:00 uur en 9 maart 2022 omstreeks 22:45 uur uit de parkeergarage aan de [adres 6] te Amsterdam.26 Een stuk stuurslot lag op de grond en het kettingslot was ogenschijnlijk doorgesneden. Blijkens de camerabeelden komen twee jongens op 8 maart 2022 rond 02:05 uur de parkeergarage binnen. De eerste persoon is gekleed in een blauwgrijze jas met capuchon. Hij draagt een zwarte bivakmuts en oranje handschoenen en loopt later met de motor aan de hand de garage uit.27

Bewijsoverweging

Het signalement van verdachte op de camerabeelden van de parkeergarage komt volledig overeen met het signalement van verdachte bij eerdere diefstallen: een blauwgrijze Nike-jas, oranje handschoenen en een zwarte bivakmuts.28 Ook heeft de rechtbank bij de hiervoor bewezen geachte diefstal van de motor met kenteken [nummer 3] (zaak K) uit [naam parkeergarage 2] op de camerabeelden gemaakt omstreeks 0.28 uur zelf waargenomen dat de persoon waarvan zij op basis van herkenningen heeft vastgesteld dat het verdachte is een gewatteerde blauwgrijze jas draagt. Daarnaast past ook deze diefstal binnen de vastgestelde modus operandi nu deze is gepleegd door twee daders in een parkeergarage midden in de nacht, in Amsterdam Oost, waarbij vermoedelijk gebruik is gemaakt van een slijptol. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met een ander op 8 maart 2022 de motor met kenteken [nummer 6] heeft gestolen.

Ten aanzien van zaak D (kenteken [nummer 7] )

Feiten en omstandigheden

Op 10 maart 2022 heeft [slachtoffer 4] aangifte gedaan van diefstal van zijn motor van het merk Suzuki, Type GSX-R600 (kenteken [nummer 7] ) tussen 8 maart 2022 omstreeks 20:00 uur en 9 maart 2022 omstreeks 09:00 uur. De motor stond geparkeerd op het voetpad voor de flat aan het [adres 7] te Amsterdam.29 Op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] is een video aangetroffen van 9 maart 2022 om 04:38 uur. [medeverdachte] is gekleed in een donkere jas met bivakmuts en zegt: “done deal”. Vervolgens komt er een blauw met grijze Suzuki motor in beeld. Op het filmpje is ook een tweede persoon in beeld te zien. Daarnaast is op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] een foto aangetroffen van een andere telefoon waarop een motor is te zien. Deze motor is volledig gelijk aan de motor die is te zien op eerdergenoemde video. Bij de foto staat de tekst: “gestolen kenteken: [nummer 8] , hit me up als je wat ziet”. 30 Op de camerabeelden van de Jumbo is te zien dat op 9 maart 2022 om 04:27 uur een grijze motorscooter met daarop twee personen aan komt rijden. Twee personen lopen naar een motor en rommelen daar ongeveer anderhalve minuut mee. Vervolgens nemen ze de motor mee.31

Bewijsoverweging

Het signalement van de tweede persoon op de video van medeverdachte [medeverdachte] komt volgens verbalisant [verbalisant 10] overeen met het signalement van verdachte op de foto IMG 4252 (de rechtbank begrijpt: IMG 4254).32 De rechtbank stelt eveneens vast dat de groene jas op de video overeenkomt met de jas op de foto in de lift, waarvan eerder is vastgesteld dat de persoon die de jas draagt, verdachte is. De rechtbank stelt bovendien op basis van eigen waarneming vast dat op de video dezelfde blauwe deurstijlen (uit de boxgang onder de woning van verdachte) te zien zijn als bij de zaken M en N. Verdachte was dan ook samen met de medeverdachte kort na de diefstal in het bezit van de motor. Ook deze zaak past volgens de rechtbank binnen de gestelde modus operandi gelet op het signalement, grijze motorscooter, de deurstijlen en het tweetal daders. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte op 9 maart de motor met kenteken [nummer 7] heeft gestolen.

Ten aanzien van zaak N (kenteken [nummer 9] )

Feiten en omstandigheden

[slachtoffer 15] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn motor van het merk Piaggio, type Vespa (kenteken [nummer 9] ) uit de parkeergarage bij [adres 8] te Diemen tussen 10 maart 2022 omstreeks 21:00 uur en 11 maart 2022 omstreeks 08:30 uur.33 De in deze garage geparkeerde auto van het merk Tesla heeft twee personen op 11 maart 2022 gefilmd. De eerste persoon is gekleed in een grijze jas met een Nike-logo erop en draagt een bivakmuts en oranje handschoenen. Op de beelden is te zien dat deze persoon rijdt op een grijze motorscooter zonder kentekenplaat en dat de tweede achterop zit. De persoon in de Nike-jas pakt gereedschap uit de buddyseat van de motorscooter en legt even later een slotentrekker terug.34 Op een video die is aangetroffen op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] , is de motor met kenteken [nummer 9] met daarop twee oranje handschoenen te zien in de gang met de blauwe deurlijsten.35


Bewijsoverweging

Verbalisant [verbalisant 2] herkent verdachte als zijnde de persoon met de Nike-jas op de stills van de beelden van de Tesla die gebruikt zijn bij een aandachtvestiging en de daarna bekeken camerabeelden. Hij kent verdachte al zeer lang vanwege zijn werkzaamheden in de Bijlmermeer. Hij heeft veelvuldig persoonlijk contact met hem gehad en herkent hem aan zijn leeftijd, postuur, huidskleur, houding en manier van bewegen. Aan zijn herkenning droegen de volgende specifieke kenmerken bij: zijn ogen en wenkbrauwen. Hij heeft verdachte bovendien meerdere malen op straat gezien waarbij hij zijn manier van bewegen heeft gezien. De manier van lopen komt overeen met de persoon op de beelden in de parkeergarage.36 Gelet op deze herkenningen en de modus operandi, bestaande uit een tweetal daders, het signalement, de blauwe deurlijsten en de grijze motorscooter zonder kentekenplaat, acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] op 11 maart 2022 de motor met kenteken [nummer 9] heeft gestolen.

Ten aanzien van zaken O (kenteken [nummer 10] ) en F (kenteken [nummer 11] )

Feiten en omstandigheden

[slachtoffer 16] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn motor van het merk Kawasak, type Race Tour (kenteken [nummer 10] ) uit de parkeergarage bij het [adres 9] te Amsterdam tussen 11 maart 2022 omstreeks 19:00 uur en 12 maart 2022 omstreeks 14:00 uur.37 Op camerabeelden is te zien dat op 12 maart 2022 omstreeks 03:59 uur twee personen de parkeergarage betreden. De eerste persoon (aangeduid met NN1) draagt een grijze jas met capuchon en oranje handschoenen. De tweede persoon (aangeduid met NN2) loopt achter de eerste aan en duwt de motor met kenteken [nummer 10] . Het lijkt erop dat NN1 NN2 filmt met zijn mobiele telefoon. NN1 houdt de deur open en ze verlaten de parkeergarage met de motor.38 Op een opname van 12 maart 2022 om 03:55 uur die is aangetroffen op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] , is een slijptol te horen en zijn vonken en auto’s te zien.39

[slachtoffer 6] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn kobaltblauwe motor van het merk Piaggio, type Vespa GTS (kenteken [nummer 11] ) eveneens uit de parkeergarage aan het [adres 9] en in dezelfde nacht, tussen 12 maart 2022 omstreeks 01:00 uur en 12 maart 2022 omstreeks 09:00 uur.40 Op een video van 11 maart 2022 om 22:28 uur die is aangetroffen op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] , is [medeverdachte] zelf te zien en is de tekst te lezen “vroege dienst today”. Op de achtergrond staat een kobaltblauwe Vespa met een tweede persoon. Het signalement van deze persoon is een blauwgrijze gewatteerde jas met bivakmuts.41 Op de camerabeelden van de parkeergarage is te zien dat op 12 maart 2022 omstreeks 03:13 uur twee personen, waarvan één wederom met een grijze jas met capuchon en oranje handschoenen, met de blauwe motorscooter voorzien van kenteken [nummer 11] lopen. De persoon met de grijze jas loopt voorop en de andere persoon duwt de motorscooter.42

In een video afkomstig van de telefoon op 12 maart 2022 om 04:50 is een kobaltblauwe motor (gelijkend aan de motor in video 4374) en een groene motor te zien in een garage/box.43

Bewijsoverweging

De rechtbank leidt uit bovenstaande af dat beide diefstallen op dezelfde locatie en in dezelfde nacht zijn gepleegd. Beide motoren zijn bovendien later die nacht op een video in een garage/box terug te zien. Gelet op het overeenkomende signalement van verdachte (de grijze jas en oranje handschoenen en bivakmuts) en de terugkerende modus operandi ten aanzien van beide feiten (twee daders, in parkeergarages waarbij verdachte de slijptol hanteert), acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] op 12 maart 2022 de motoren met kentekens [nummer 10] en [nummer 11] heeft gestolen.

Ten aanzien van zaak P (kentekens [nummer 12] en [nummer 13] )

Feiten en omstandigheden

[slachtoffer 17] heeft aangifte gedaan van diefstal van de motoren van de merken Piaggio, type Beverly (kenteken [nummer 12] ) en Yamaha, type MTN85O-A (kenteken [nummer 13] ) uit de parkeergarage aan de [adres 10] te Amsterdam tussen 11 maart 2022 omstreeks 09:00 uur en 14 maart 2022 omstreeks 11:45 uur.44 Blijkens camerabeelden van die parkeergarage arriveren daar op 13 maart 2022 twee personen, waarvan één (NN1) met een blauwgrijze Nike-jas met capuchon, een bivakmuts en oranje handschoenen. De verbalisant constateert dat het signalement van deze persoon volledig overeenkomt met het signalement van verdachte. NN1 kroop onder de garagedeur door en opende de voetgangerstoegangsdeur voor NN2, die op een grijze motorscooter zonder kentekenplaat de garage inreed. Zij verlaten de garage om 02:42 met de zwarte motorscooter met het kenteken [nummer 12] en de grijze motorscooter. Om 03:42 uur kroop NN1 weer onder de garagedeur door en opende de voetgangerstoegangsdeur. Daarna rennen NN1 en NN2 de garage in. Beide personen zijn nog hetzelfde gekleed als een uur daarvoor. NN2 pakt de motor met kenteken [nummer 13] en beiden verlaten met de motor de garage om 03:43 uur.45

Bewijsoverweging

De rechtbank leidt ook in deze zaak uit bovenstaande af dat beide diefstallen op dezelfde locatie en in dezelfde nacht zijn gepleegd. Verbalisant [verbalisant 10] benoemt dat het signalement van de persoon met de Nike-jas volledig overeenkomt met het signalement van verdachte bij eerdere motordiefstallen waar hij is herkend door meerdere verbalisanten.46 De rechtbank volgt deze bevindingen en komt tot dezelfde conclusie. Bovendien passen deze twee diefstallen binnen de terugkerende modus operandi. Zo vonden de diefstallen wederom plaats midden in de nacht in parkeergarages en maakte het tweetal daders gebruik van een grijze motorscooter zonder kentekenplaat. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte op 13 maart 2022 samen met medeverdachte [medeverdachte] de motoren met kentekens [nummer 12] en [nummer 13] heeft gestolen.

Ten aanzien van zaken J (kenteken [nummer 14] ) en I (kenteken [nummer 15] )

Feiten en omstandigheden

[slachtoffer 8] heeft namens [slachtoffer 9] aangifte gedaan van diefstal van zijn motor van het merk KTM, type 690 SM (kenteken [nummer 14] ) uit de parkeergarage aan de [adres 6] te Amsterdam

tussen 13 maart 2022 omstreeks 20:30 uur en 14 maart 2022 omstreeks 21:20 uur.47 Blijkens de camerabeelden van 14 maart 2022 om 02:27 uur komen twee personen aanrijden. Eén van hen, NN1, draagt een licht grijs/blauw jas, een zwarte bivakmuts en oranje handschoen. NN1 heeft een voorwerp in zijn hand wat lijkt op een slijper. NN1 komt om 02.35 uur aanrijden op een motor voorzien van kenteken [nummer 14] . Hij rijdt de garage uit.48 Op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] is een opname aangetroffen van 14 maart om 03:01 uur waarop een persoon te zien is met hetzelfde signalement als NN1 (een grijs/blauwe jas en oranje handschoenen) die naast de motor staat met voornoemd kenteken. Hij rijdt er vervolgens op weg.49

[slachtoffer 7] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn motor van het merk Husqvarna, type SMS630 (kenteken [nummer 15] ) uit een parkeergarage aan de [adres 11] tussen 15 maart 2022 omstreeks 11:00 uur en 15 maart 2022 omstreeks 13:00 uur. Het kettingslot en het schrijfremslot lagen doormidden op de grond.50 Op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] is een video aangetroffen van 14 maart om 03:43 uur waarop te zien is dat er een motor over het fietspad richting de filmer reed. De verbalisant hoort de filmer zeggen: “Another one. Laat me zien wat deze kan. Deze is niet zo sterk”.51 De bestuurder van deze motor met voornoemd kenteken is gekleed in een blauwgrijze gewatteerde jas, draagt een bivakmuts en witte Adidas schoenen.52

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt vast dat de parkeergarage aan de [adres 6] (zaak J) en de parkeergarage aan de [adres 11] (zaak I) in elkaars nabijheid liggen. Op de opnames die zijn aangetroffen in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] is de persoon met de blauwgrijze jas en oranje handschoenen te zien met de gestolen motoren van de zaken J en I. Het tijdsverschil tussen deze opnames is gering. Het signalement van deze persoon komt overeen met dat van een van de daders die te zien is op de camerabeelden van de parkeergarage van de [adres 6] . Gezien de korte tijdspanne tussen beide opnames op de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] is aannemelijk dat het bij beide diefstallen om dezelfde persoon gaat. Gelet op bovenstaande en het feit dat bij deze zaken wederom dezelfde vastgestelde modus operandi is gehanteerd, acht de rechtbank bewezen dat verdachte degene is met de blauwgrijze jas en dat hij zich op 14 maart 2022 samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de motor met kenteken [nummer 14] , en aan de diefstal van de motor met kenteken [nummer 15] .

Ten aanzien van zaak Q (kenteken [nummer 16] ) in zaak 2

Feiten en omstandigheden

Door [slachtoffer 18] is aangifte gedaan van diefstal van zijn motor van het merk Piaggio, Type M34 (kenteken [nummer 16] ) uit de parkeergarage aan de [adres 12] te Amsterdam tussen 7 december 2021 omstreeks 16:00 uur en 10 december 2021 omstreeks 10:00 uur.53 Blijkens de camerabeelden van deze parkeergarage van 10 december 2021 arriveren twee personen om 02:22 uur op een grijze motorscooter met een kentekenplaat.54 Beide personen dragen oranje handschoenen. Eerst rommelen ze bij een motor, waarna ze om 02:32 de garage verlaten. Om 02:51 uur komen ze terug en verlaten ze de parkeergarage met de motor met kenteken [nummer 16] .55

Bewijsoverweging

De modus operandi komt volledig overeen met de andere bewezen geachte feiten: een motordiefstal door twee daders midden in de nacht in een parkeergarage in Amsterdam Oost. De daders dragen oranje handschoenen en maken gebruik van een grijze motorscooter. Zoals hiervoor vermeld is bij hun aanhouding op 16 maart 2022 een grijze motorscooter aangetroffen. De rechtbank stelt, net als verbalisant [verbalisant 10] ,56 vast dat verdachten bij meerdere diefstallen gebruik hebben gemaakt van deze motorscooter. De motorscooter heeft dan geen kentekenplaat. Gelet op bovenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte op 10 december 2021 de motor met kenteken [nummer 16] heeft gestolen samen met medeverdachte [medeverdachte] .

Partiële vrijspraak in zaak 1

Ten aanzien van zaak L (kenteken [nummer 17] )

Feiten en omstandigheden

[slachtoffer 11] heeft namens [slachtoffer 12] aangifte gedaan van diefstal van de motor van het merk Kawasaki, type Ninja H2 SX SE (kenteken [nummer 17] ) uit de parkeergarage aan de [adres 13] tussen 3 maart 2022 omstreeks 23:00 uur en 4 maart 2022 omstreeks 08:30 uur.57 Blijkens de camerabeelden zijn er op 4 maart 2022 om 01:21 uur vier personen in de parkeergarage aanwezig. De eerste persoon draagt een blauwgrijze jas, oranje handschoenen en een bivakmuts. Later die nacht, om 04:01 uur, is deze persoon handelingen met een slijptol aan het uitvoeren. Een andere persoon rijdt uiteindelijk met de motor weg, en de eerste persoon helpt hem daarbij.58

Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van bovenstaande niet worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de motor met kenteken [nummer 17] op 4 maart 2022. De rechtbank vindt namelijk dat het geheel aan feiten en omstandigheden naar uiterlijke verschijningsvorm onvoldoende past in de vastgestelde modus operandi. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van dit feit.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het in zaak 1 cumulatief/alternatief ten laste gelegde

op tijdstippen gelegen in de periode van 6 december 2021 tot en met 16 maart 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander,

- op 16 maart 2022 een motor (merk: Kawasaki, type: ER-6N, kenteken [nummer 2] ), die aan [slachtoffer 1] toebehoorde (zaak A) en

- op 8 maart 2022 een motor (merk: Yamaha, type MTN-690, kenteken [nummer 6] ), die aan [slachtoffer 2] toebehoorde (zaak B) en

- op 9 maart 2022 een motor (merk: Suzuki, type: GSX-R600, kenteken [nummer 7] ), die aan [slachtoffer 4] toebehoorde (zaak D) en

- op 14 december 2021 een motor (merk: BMW, type: R 1200 GS, kenteken [nummer 4] ), die aan [slachtoffer 5] toebehoorde (zaak E) en

- op 12 maart 2022 een motor (merk: Piaggio, type: Vespa, kenteken [nummer 11] ), die aan [slachtoffer 6] toebehoorde (zaak F) en

- op 14 maart 2022 een motor (merk: Husqvarna, type: SMS-630, kenteken [nummer 15] ), die aan [slachtoffer 7] toebehoorde (zaak I) en

- op 14 maart 2022 een motor (merk: KTM, type 690SM, kenteken: [nummer 14] ), die aan [slachtoffer 9] toebehoorde (zaak J) en

- op 14 december 2021 een motor (merk: Husqvarna, type: 701S, kenteken [nummer 3] ), die aan [slachtoffer 10] toebehoorde (zaak K) en

- op 3 maart 2022 een motor (merk: Yamaha, type: MTN-850, kenteken [nummer 5] ), die aan [slachtoffer 14] toebehoorde (zaak M) en

- op 11 maart 2022 een motor (merk: Piaggio, type: Vespa, kenteken [nummer 9] ), die aan [slachtoffer 15] toebehoorde (zaak N) en

- op 12 maart 2022 een motor (merk: Kawasaki, type: Race Tour, kenteken: [nummer 10] ), die aan [slachtoffer 16] toebehoorde (zaak O) en

- op 13 maart 2022 motoren (merk: Piaggio, type: Beverly, kenteken: [nummer 12] en merk: Yamaha, type: MTN850-A, kenteken: [nummer 13] ), die aan [slachtoffer 17] toebehoorden (zaak P),

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen motoren onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

en

op 16 maart 2022 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, een motor (merk: Piaggio, type: Beverly 350i, kenteken [nummer 1] ) (zaak C), voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Ten aanzien van het in zaak 2 ten laste gelegde

op 10 december 2021 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, een motor (merk: Piaggio, type: M34, kenteken: [nummer 16] ), die aan [slachtoffer 18] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader die weg te nemen motor onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. In de tenlastelegging staat bij zaak J het kenteken [nummer 18] en bij zaak M het kenteken [nummer 19] vermeld. Uit het dossier blijkt dat dit zonder meer moet zijn [nummer 14] en [nummer 5]. De rechtbank leest de tenlastelegging verbeterd en corrigeert de kennelijke verschrijving in de bewezenverklaring. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf en maatregel

7.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de vijftien door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest.

7.2

Strafmaatverweer van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de oriëntatiepunten voor motordiefstallen, vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) te hanteren.

De raadsman heeft verder bepleit om een straf gelijk aan het reeds ondergane voorarrest op te leggen en het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen, gelet op het feit dat verdachte één à twee jaar niet in aanraking is gekomen met justitie. Dat is een positieve ontwikkeling gezien het feit dat hij vanaf jonge leeftijd vast heeft gezeten in jeugdinrichtingen en later penitentiaire inrichtingen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om een groot gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, mogelijk in combinatie met een taakstraf Verdachte is bereid om zich aan de voorwaarden van de reclassering te houden.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft in een periode van slechts een paar maanden samen met een ander veertien motoren gestolen. Verdachte en zijn mededader hebben daarbij grote schade veroorzaakt. Op twee na is geen van de gestolen motoren teruggevonden. Een deel van de schade is vergoed door verzekeringsmaatschappijen maar niet alles. De eigenaren van de gestolen motoren hebben naast de financiële schade ook veel overlast ondervonden van de diefstallen. En niet alleen de eigenaren hebben schade geleden door het handelen van verdachte en zijn mededader. Ook de verzekeringsmaatschappijen hebben uit moeten keren wat uiteindelijk weer zal leiden tot hogere premies waar wij allemaal last van ondervinden. Er was sprake van een professionele aanpak. Verdachte en zijn mededader gingen doelbewust te werk waarbij heel gericht motoren werden weggenomen. De motoren die gestolen zijn stonden bijna allemaal in een afgesloten parkeergarage. Op de beelden is te zien dat de daders precies wisten welke motor weggenomen moest worden. Dit wijst op een gedegen voorbereiding waarbij de situatie van te voren is afgelegd (door verdachte of anderen). Daarbij maakten verdachte en zijn mededader gebruik van professionele apparatuur waarmee ze zelfs motoren die zeer goed waren beveiligd met meerdere sloten in korte tijd onder hun bereik konden brengen.

Verdachte en medeverdachte hebben na de diefstal op 16 maart 2022 geprobeerd te vluchten, waarbij zij nietsontziend en met een veel te hoge snelheid over wegen, fietspaden en voetpaden hebben gereden. Verdachte bestuurde eerst een eigen motor en later de vluchtscooter. Hij mag van geluk spreken dat er als gevolg van zijn uiterst riskante rijgedrag geen ongelukken zijn gebeurd, waarbij willekeurige weggebruikers getroffen hadden kunnen worden. Verdachte heeft er alles aan gedaan om uit handen te blijven van de politie en heeft zich daarbij niets gelegen laten liggen aan de belangen van anderen.

De persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 11 juli 2022. Hieruit blijkt dat verdachte veelvuldige recidive heeft ten aanzien van vermogensfeiten, meer specifiek voor diefstallen in vereniging met braak.

De reclassering schetst in het rapport van 14 juni 2022 dat verdachte een moeilijke jeugd heeft gehad en dat hij sinds zijn vijftiende jaar meerdere lange detenties heeft gehad en dat hij in de gesloten jeugdzorg heeft verbleven. Verdachte mist daardoor vaardigheden om zichzelf staande te houden in de maatschappij en heeft geen steunend sociaal netwerk. Hoewel verdachte wantrouwend is tegenover hulpverlening accepteert hij wel begeleiding door Levvel en is hij sinds een jaar in behandeling bij Inforsa. De reclassering heeft geadviseerd verdachte bij een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf bijzondere voorwaarden op te leggen in de verwachting dat verdachte thans wel positief zal staan tegenover een begeleidingstraject bij de reclassering. De reclasseringswerker M. Feddema heeft op zitting het advies van de reclassering nader toegelicht.

De strafbepaling

De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op zijn strafblad heeft verdachte al veel kansen gehad. Ook eerder opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraffen hebben hem kennelijk niet weerhouden van het plegen van deze diefstallen. Eerder toezicht door de reclassering is negatief geretourneerd. Verdachte heeft op de zitting ook aangegeven dat de begeleiding van Levvel en de behandeling van Inforsa op eigen initiatief zijn ingezet en dat hij geen reclasseringstoezicht nodig heeft om dit op te pakken nadat hij vrijkomt. De rechtbank ziet daarom geen meerwaarde in het opleggen van een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Bij de bepaling van de hoogte van de gevangenisstraf neemt de rechtbank de LOVS-oriëntatiepunten voor diefstallen van auto’s en motorfietsen als uitgangspunt. Daarbij weegt zij als strafverzwarende factoren mee dat er sprake was van een professioneel samenwerkingsverband en dat er grote schade is veroorzaakt.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden geen aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

Verzoek opheffing voorlopige hechtenis

Het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis wordt afgewezen, gelet op de hierna op te leggen gevangenisstraf.

8 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

- 1 stuks telefoontoestel (G6162543)

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de telefoon verbeurd dient te worden verklaard, nu met behulp van dit voorwerp het bewezen geachte is begaan.

De raadsman heeft om teruggave van de telefoon gevraagd.

De rechtbank gelast de teruggave van de telefoon aan verdachte, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte met behulp van dit voorwerp het bewezen geachte heeft begaan.

9 De vorderingen van de benadeelde partijen

9.1

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (zaak C)

Ten aanzien van de vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert € 3.570,- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk en gedeeltelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 3.270,- gelet op het feit dat op basis van het dossier niet vastgesteld kan worden dat de helm zich in de gestolen motor bevond, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering af te wijzen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde rechtstreeks schade heeft geleden. Uit de aangifte van de benadeelde partij blijkt dat in de motor een grijze helm zat die ook gestolen is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom in z’n geheel toe, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De verdachte is aansprakelijk voor de schade van het bedrag van € 3.570,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer, naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van
€ 3.570,-.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

9.2

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 5] (zaak E)

Ten aanzien van de vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert € 22.270,67 aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk en gedeeltelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 17.500,- gelet op de afschrijving van de motor, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering af te wijzen.

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 17.500,-, rekening houdend met een afschrijving van ongeveer 25%, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in zijn vordering.

De verdachte is aansprakelijk voor de schade van het bedrag van € 17.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer, naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van
€ 17.500,-.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

9.3

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 14] (zaak M)

Ten aanzien van de vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 14] vordert € 988,24 aan vergoeding van materiële schade, bestaande uit accessoires motor € 981,16 en reiskosten € 7,08, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk en geheel toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 981,16, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De reiskosten naar slachtofferhulp zijn geen rechtstreekse schade maar zullen hieronder meegenomen worden als proceskosten.

De rechtbank wijst de vordering voor het overige af.

De verdachte is aansprakelijk voor de schade van het bedrag van € 981,16, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op € 7,08, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer, naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van
€ 981,16.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

9.4

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 7] (zaak I)

Ten aanzien van de vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 7] vordert € 5.950,- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk en gedeeltelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 5.500,- gelet op de afschrijving van de motor, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering af te wijzen.

De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.500,-, rekening houdend met een redelijke afschrijving op de waarde van de motor, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in zijn vordering.

De verdachte is aansprakelijk voor de schade van het bedrag van € 5.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit materiële schade. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer, naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van
€ 5.500,-.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

9.5

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 9] (zaak J)

Ten aanzien van de vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 9] vordert € 4.200,- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, nu niet is gebleken of de geleden schade is of zal worden uitbetaald door de verzekering.

De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering af te wijzen.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering. De behandeling van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering niet is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

9.6

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 12] (zaak L)

Ten aanzien van de vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 12] vordert € 420,95 aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk en deels toe te wijzen tot een bedrag van € 300,- gelet op de afschrijving van de motor, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De verdediging heeft primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging verzocht de vordering af te wijzen.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering nu zij verdachte vrijspreekt van het in zaak L ten laste gelegde.

De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 47, 57, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

11 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Spreekt verdachte vrij van hetgeen aan hem ten laste is gelegd in zaak L (kenteken [nummer 17] );

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het in zaak 1 cumulatief/alternatief en zaak 2 ten laste gelegde:

telkens, diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd

en

medeplegen van opzetheling

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

- 1 stuks telefoontoestel (G6162543)

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe tot een bedrag van
€ 3.570,- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd d.d. 6 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 3] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij. [slachtoffer 3] aan de Staat € 3.570,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd d.d. 6 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 45 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

Wijst de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe tot een bedrag van € 17.500,- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd d.d. 14 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 5] aan de Staat € 17.500,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd d.d. 14 december 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 122 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14]

Wijst de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe tot een bedrag van € 981,16 aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd d.d. 3 maart 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Wijst de vordering voor het overige af.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij [slachtoffer 14] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 14] aan de Staat € 981,16,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd d.d. 3 maart 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 19 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7]

Wijst de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe tot een bedrag van € 5.500,- aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd d.d. 14 maart 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de benadeelde partij [slachtoffer 7] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 7] aan de Staat € 5.500,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd d.d. 14 maart 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 65 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover het bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 9] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 12] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E. Akkermans, voorzitter,

mrs. C.W. Bianchi en M. Smeets, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.S. Schakenraad en E.J.M. Veerman, griffiers

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 augustus 2022.

1 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2021258319-5 van 19 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 9] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de herkenning van verdachte inclusief stills (pagina K6 e.v.).

2 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de herkenning van verdachte inclusief stills (pagina M7 e.v.).

3 Met name de volgende stills die op meerdere plekken in het dossier zijn opgenomen maar ook op pagina’s K43, M10, M22

4 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-32 van 16 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 12] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam (pagina A58 e.v.).

5 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-38 van 17 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 12] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam (pagina A76 e.v.).

6 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-13 van 16 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 13] en [verbalisant 14] , hoofdagenten bij de Eenheid Amsterdam (pagina A42 e.v.).

7 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-15 van 16 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 15] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina A50 e.v.).

8 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-40 van 18 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 5] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina A78 e.v.).

9 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-15 van 16 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 4] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina A50 e.v.).

10 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-3 van 16 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 6] , [verbalisant 8] en [verbalisant 7] , hoofdagenten en brigadier bij de Eenheid Amsterdam (pagina A38 e.v.).

11 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-15 van 16 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 4] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina A50 e.v.).

12 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-10 van 16 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 16] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 1] (pagina A35 e.v.).

13 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-7 van 16 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 17] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina A112 e.v.).

14 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-8 van 9 juni 2022, opgemaakt door [verbalisant 4] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina C40 e.v.).

15 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2022051017-4 van 10 december 2021, opgemaakt door [verbalisant 18] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 3] (pagina C2 e.v.).

16 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2021258401-4 van 16 december 2021, opgemaakt door [verbalisant 19] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 10] (pagina K2 e.v.).

17 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2021258319-5 van 19 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 9] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam (pagina K6 e.v.).

18 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2021258319-4 van 16 december 2021, opgemaakt door [verbalisant 20] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 5] (pagina E2 e.v.).

19 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2021258319-5 van 19 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 9] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam (pagina K6 e.v.).

20 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2021258319-5 van 19 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 9] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam (pagina K6 e.v.).

21 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2021258319-6 van 21 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 11] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam inhoudende de herkenning van verdachte inclusief stills (pagina K30 e.v.).

22 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2021258401-6 van 30 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 2] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam inhoudende de herkenning van verdachte inclusief stills (pagina K76 e.v.).

23 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2022042370-3 van 4 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 21] , hoofdagent bij de Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de aangifte van aangever [verbalisant 22] namens [slachtoffer 14] (pagina E2 e.v.).

24 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van IMG4254 (pagina M6 e.v.).

25 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van IMG4255 en IMG4256 (pagina M6 e.v.).

26 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2022046712-2 van 16 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 23] , ambtenaar bij de Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 2] (pagina B2 e.v.).

27 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022046712 van 16 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 24] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van camerabeelden en stills (pagina B7 e.v.).

28 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-59 van 30 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende een opsomming van de aan verdachten te linken zaken en stills (pagina B25 e.v.).

29 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 202204 6674-2 van 10 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 20] , hoofdagent bij de Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 4] (pagina D2 e.v.).

30 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van IMG4347 en IMG4357 (pagina D11 e.v.).

31 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022046674-7 van 12 juni 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina D67 e.v.).

32 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van IMG4347 en IMG4357 (pagina D11 e.v.).

33 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2022047656-2 van 11 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 25] , ambtenaar bij de Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 15] (pagina N2 e.v.).

34 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer -2022047656-5 van 19 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 26] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam (pagina N6 e.v.).

35 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van IMG4366 (pagina N34 e.v.).

36 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022047656-6 van 30 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 2] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam inhoudende de herkenning van verdachte inclusief stills (pagina N89 e.v.).

37 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2022048560-2 van 12 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 25] , ambtenaar bij de Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 16] (pagina O2 e.v.).

38 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-57 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 27] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina O28 e.v.).

39 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van IMG4378 (pagina O7 e.v.).

40 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2022048616-2 van 12 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 28] , hoofdagent bij de Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 6] (pagina F2 e.v.).

41 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van IMG4374 (pagina F7 e.v.).

42 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-56 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 27] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina F28 e.v.).

43 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van IMG4378 (pagina F7 e.v.).

44 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2022049848-6 van 14 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 29] , ambtenaar bij de Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 17] (pagina P2 e.v.).

45 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022049848-8 van 16 mei 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina P6 e.v.).

46 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022049848-8 van 16 mei 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina P6 e.v.).

47 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2022050241-2 van 14 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 20] , hoofdagent bij de Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 8] namens [slachtoffer 9] (pagina J2 e.v.).

48 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022050241 van 16 mei 2022, opgemaakt door [verbalisant 24] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam (pagina J7 e.v.).

49 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van IMG4408 (pagina J27 e.v.).

50 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2022050599-2 van 15 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 21] , hoofdagent bij de Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 7] (pagina I2 e.v.).

51 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-52 van 27 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de beschrijving van IMG4409 (pagina I7 e.v.).

52 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022051017-59 van 30 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende een opsomming van de aan verdachten te linken zaken en stills (pagina I28 e.v.).

53 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2021258491-5 van 18 december 2021, opgemaakt door [verbalisant 30] , brigadier bij de Eenheid Amsterdam, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 18] , (pagina Q1 e.v.).

54 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-65 van 5 juli 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, (pagina 284 e.v. nazending zitting).

55 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 20212 58 4 91-6 van 3 juli 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina Q4 e.v.).

56 Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2022051017-65 van 5 juli 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam, (pagina 284 e.v. nazending zitting).

57 Een geschrift, te weten een niet-ondertekend proces-verbaal nummer 2022042519-4 van 4 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 23] , ambtenaar bij de Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de aangifte van aangever [slachtoffer 11] namens [slachtoffer 12] (pagina L2 e.v.).

58 Een ambtsedig proces-verbaal inclusief fotobijlagen nummer 2022042519-53 van 29 maart 2022, opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent bij de Eenheid Amsterdam (pagina L7 e.v.).