Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:4697

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-08-2022
Datum publicatie
16-08-2022
Zaaknummer
9583218 EA VERZ 21-770
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst werkgever wegens disfunctioneren afgewezen. Tegenverzoek werknemer toegewezen, met toekenning van billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever. Nevenverzoeken grotendeels toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0923
JAR 2022/219 met annotatie van Kanen, B.C.L.
XpertHR.nl 2022-20008158
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 9583218 EA VERZ 21-770

beschikking van: 12 augustus 2022

func.: 991

beschikking van de kantonrechter

i n z a k e

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Red Bull Nederland B.V.

gevestigd te Amsterdam

verzoekster in de hoofdzaak

verweerster in het tegenverzoek

nader te noemen: Red Bull

gemachtigde: mr. G.B.E.M. Schippers (Rechtaan Bedrijfsjuridisch Advies)

t e g e n

[verweerster]

wonende te [woonplaats]

verweerster in de hoofdzaak

verzoekster in het tegenverzoek

nader te noemen: [verweerster]

gemachtigde: mr. K.J. Hillebrandt

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Red Bull heeft op 10 december 2021 een verzoekschrift met producties ingediend dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [verweerster] heeft een verweerschrift met producties ingediend, tevens houdende een zelfstandig tegenverzoek met nevenverzoeken. Voorafgaand aan de zitting heeft [verweerster] nog nadere stukken in het geding gebracht.

Het verzoek is mondeling behandeld op 23 februari 2022. Red Bull is verschenen bij [naam 1] , leidinggevende van [verweerster] , [naam 2] , logistics and customer service manager en [naam 3] van HR, vergezeld door de gemachtigde. [verweerster] is in persoon verschenen, vergezeld door haar partner [naam 4] , haar gemachtigde en mr. D. Maurits. Partijen hebben ter zitting hun standpunten aan de hand van een pleitnota toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Na verder debat zijn partijen in de gelegenheid gesteld nog een schriftelijke reactie in te dienen. Red Bull heeft op 16 maart 2022 een akte tot levering bewijs ingediend. Hierop heeft [verweerster] op 21 april 2022 schriftelijk gereageerd. Vervolgens hebben partijen over en weer nog een schriftelijke reactie ingediend, waarna beschikking is gevraagd en een datum voor beschikking is bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

1.1.

[verweerster] , geboren op [geboortedatum] 1974, is sinds 17 december 2012 in dienst van Red Bull en is laatstelijk werkzaam in de functie van Customer Service Specialist.
Het salaris op basis van 32 uren per week bedraagt € 3.010,53 bruto per maand exclusief bonus, vakantietoeslag en overige emolumenten.

1.2.

Een Customer Service Specialist bij Red Bull is verantwoordelijk voor het uitvoeren, managen en optimaliseren van het volledige ordermanagementproces en voor de logistieke afhandeling en de facturatie van de dagelijkse orders, het monitoren van het functioneren van de logistieke partners en het initiëren van verbeterprocessen om zo kosten te verlagen. Verder is een Customer Service Specialist verantwoordelijk voor het oplossen van problemen in de communicatie met klanten en het opstarten en implementeren van verschillende optimalisatieprocessen gericht op kostenverlaging, serviceverbetering en een toename in efficiëntie in de uitvoer van verschillende logistieke processen.

Verzoek en verweer

2. Red Bull verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden vanwege disfunctioneren, met veroordeling van [verweerster] in de kosten van het geding.

3. Aan dit verzoek legt Red Bull ten grondslag dat sprake is van een redelijke grond als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder d jo lid 1 BW. Volgens Red Bull is [verweerster] niet geschikt voor het verrichten van de bedongen werkzaamheden, ondanks begeleiding, coaching en wekelijkse gesprekken. Red Bull heeft [verweerster] hiervan tijdig in kennis gesteld en haar voldoende de gelegenheid gegeven haar functioneren te verbeteren. De ongeschiktheid is niet het gevolg van onvoldoende zorg van Red Bull ten aanzien van scholing of ten aanzien van de arbeidsomstandigheden. Herplaatsing van [verweerster] in een andere passende functie binnen de organisatie is binnen een redelijke termijn niet mogelijk en ligt niet in de rede.

4. [verweerster] voert als verweer - samengevat – dat disfunctioneren nergens uit blijkt. [verweerster] is hier ook niet van in kennis gesteld en haar is ook geen kans tot verbetering geboden.
De opzegging houdt bovendien verband met ziekte. Het verzoek van Red Bull moet daarom worden afgewezen. [verweerster] heeft ter zitting haar primaire verweer gericht op afwijzing van het verzoek laten vallen, omdat zij door de door Red Bull veroorzaakte situatie niet goed inziet hoe zij binnen Red Bull nog kan functioneren.

Tegenverzoek en verweer

5. [verweerster] verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, met toekenning van een transitievergoeding op grond van artikel 7:673 BW, een billijke vergoeding op grond van artikel 7:671 b lid 9 sub c BW en enkele nevenvorderingen: toepassing van een salarisverhoging, toekenning van een bonus, buitengerechtelijke kosten en immateriële schadevergoeding, een verklaring voor recht dat Red Bull bij ontbinding geen rechten kan ontlenen aan het overeengekomen non-concurrentie- en relatiebeding en verstrekking van een deugdelijke eindafrekening.

6. Hetgeen [verweerster] aan haar zelfstandig tegenverzoek ten grondslag legt en het verweer van Red Bull gericht op afwijzing daartegen, komt voor zover van belang bij de beoordeling aan de orde.

Beoordeling verzoek

7. De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:671b lid 1 jo 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub c tot en met h BW en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.

8. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door Red Bull naar voren gebrachte feiten en omstandigheden geen redelijke grond voor ontbinding vanwege disfunctioneren op (artikel 7:669 lid 3 onder d BW). Daartoe wordt het volgende overwogen.

9. In de gesprekken die hebben plaatsgevonden, waarvan de inhoud gedeeltelijk terugkomt in de door Red Bull in het verzoekschrift aangehaalde e-mails en gespreksverslagen, wordt niet duidelijk dat Red Bull zich op het standpunt stelde dat [verweerster] disfunctioneerde. Disfunctioneren blijkt ook niet uit de beoordelingsverslagen die [verweerster] in het geding heeft gebracht. Wel zijn de stressklachten die [verweerster] ervaarde vanwege de werkdruk aan de orde gekomen, maar het functioneren als zodanig is altijd als goed beoordeeld. Dat [verweerster] meerdere keren is uitgevallen maakt nog niet dat zij ongeschikt is de functie uit te voeren.

10. Red Bull heeft [verweerster] tot en met het jaar 2021 altijd geprezen om haar goede werk en inzet. Dat volgt uit de beoordelingen van [verweerster] . Zo heeft [verweerster] jaarlijks 70 tot 90% van haar maximale bonus uitgekeerd gekregen, terwijl bonussen niet worden uitgekeerd wanneer de werknemer minder dan 50% van zijn of haar individuele performance targets behaalt. Verder heeft [verweerster] vanaf het begin van haar dienstverband tot en met 2021 jaarlijkse salarisverhogingen gekregen en heeft zij in 2020 en in 2021 bovendien een ‘swingfactor’ bonus uitgekeerd gekregen voor haar prestaties bij de overgang naar een nieuwe logistieke partner in 2020. Zo’n swingfactor bonus wordt alleen uitgekeerd als er een zeer bijzondere prestatie is geleverd. Uit het klanttevredenheidsonderzoek volgt tot slot dat ook de klanten van Red Bull erg tevreden zijn over [verweerster] .

11. Het door Red Bull aan haar verzoek ten grondslag gelegde geeft tegenover de gemotiveerde betwisting door [verweerster] onvoldoende blijk van disfunctioneren. Evenmin heeft Red Bull tegenover de gemotiveerde betwisting door [verweerster] aangetoond dat de werkdruk in de loop der jaren gelijk is gebleken dan wel lager is geworden, gelet op de stijging van het aantal orders en verkopen en daarmee ook de groei van Red Bull, een toename aan veeleisende klanten, de overgang naar een nieuwe logistieke partner en het feit dat het een functie van 1,0 FTE betreft terwijl [verweerster] deze op basis van 0,8 FTE verrichte. Niet is komen vast te staan dat de hiermee gepaard gaande (extra) werkzaamheden tot aan het moment van herstructurering, die Red Bull pas na het entameren van de onderhavige procedure heeft doorgevoerd, structureel door anderen dan [verweerster] zijn opgevangen.

12. Het had op de weg van Red Bull gelegen om [verweerster] tijdig schriftelijk te informeren over het door haar ingenomen standpunt dat sprake is van disfunctioneren en [verweerster] te waarschuwen dat dit tot haar ontslag kon leiden. Dat is niet gebeurd. Red Bull erkent dit. Red Bull verwijst in dat opzicht naar haar ‘empowerment’-beleid (geen dossier opbouwen met waarschuwingen en berispingen, maar aanmoediging), maar dat beleid kan niet afdoen aan haar verplichting om onder de gegeven omstandigheden [verweerster] op zijn minst schriftelijk in kennis te stellen van haar standpunt en de verstrekkende gevolgen daarvan. Eerst naar aanleiding van het concept ontbindingsverzoek raakte [verweerster] ervan op de hoogte dat Red Bull zich kennelijk op het standpunt stelde dat sprake is van disfunctioneren. Voor die tijd is dat nooit aan [verweerster] of haar gemachtigde kenbaar gemaakt, ook niet op verzoek, en vond Red Bull dat [verweerster] dat allemaal wel kon afleiden uit het personeelsdossier.

13. Red Bull stelt dat zij [verweerster] een verbetertraject heeft aangeboden, maar het (PIP) traject waarnaar Red Bull verwijst had uitsluitend betrekking op hoe om te gaan met de werkdruk en met stress die [verweerster] ondervond, terwijl het goed mogelijk is dat het ontstaan van te hoge werkdruk en de stressklachten van [verweerster] het gevolg zijn van de hiervoor vermelde groei en ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden bij Red Bull, met als gevolg een aanzienlijk zwaarder takenpakket van [verweerster] Van een adequaat verbetertraject vanwege disfunctioneren, met ontslagoptie, is in ieder geval niet gebleken. Evenmin is gebleken aan welke doelstellingen [verweerster] geacht werd te voldoen om haar functioneren te verbeteren, bij gebreke waarvan ontslag het gevolg zou zijn. Dat een verbetertraject met ontslagoptie volgens Red Bull verlammend zou werken is inderdaad niet uit te sluiten, maar dat betekent niet dat zij jegens [verweerster] niet duidelijk kenbaar had moeten maken dat het om een verbetertraject zou gaan met als mogelijk gevolg ontslag wegens disfunctioneren.

14. Voorts mag de opzegging van het dienstverband geen verband houden met ziekte, terwijl Red Bull met zoveel woorden in het verzoekschrift erkent dat daarvan sprake is. Red Bull stelt immers dat tijdens het gesprek met [verweerster] van eind juli 2021 duidelijk werd dat [verweerster] nieuwe fysieke en mentale klachten ervaarde, wat voor Red Bull de concrete aanleiding was om de gesprekken te starten over beëindiging van het dienstverband.

15. Conclusie van het voorgaande is dat het verzoek van Red Bull niet kan worden toegewezen op grond van disfunctioneren. Nu disfunctioneren de enige grond is waarop Red Bull haar verzoek baseert, moet het verzoek worden afgewezen, met veroordeling van Red Bull in de proceskosten.

Beoordeling tegenverzoek

16. [verweerster] heeft tijdens de mondelinge behandeling verzocht de arbeidsovereenkomst alsnog te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. [verweerster] stelt zich op het standpunt dat er inmiddels een situatie is ontstaan waarin van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, ten gevolge van het ernstig verwijtbare handelen van Red Bull.

16. De kantonrechter is met partijen van oordeel is dat er een einde moet komen aan de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Daarom ligt herplaatsing niet in de rede.

16. De kantonrechter is ook van oordeel dat verstoorde arbeidsverhouding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Red Bull, zoals hierna nader zal worden toegelicht ter aanvulling op de beoordeling van het verzoek hiervoor, waardoor een situatie is ontstaan waarin van [verweerster] in redelijkheid niet langer gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

16. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van heden.

16. Nu de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, zal de door [verweerster] verzochte transitievergoeding op basis van artikel 7:673 BW worden toegekend.

16. De kantonrechter ziet aanleiding om [verweerster] ook een billijke vergoeding toe te kennen. Gelet op artikel 7:671b lid 9, onderdeel c, BW is voor toekenning van een billijke vergoeding alleen plaats indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, waarvan in dit geval sprake is. Gelet op de ernst van het verwijtbare handelen van Red Bull zal de kantonrechter de billijke vergoeding in redelijkheid vaststellen op een bedrag van € 52.204,00 bruto.

16. Daarbij is aanmerking genomen dat het aannemelijk is, althans niet is uit te sluiten, dat klachten die [verweerster] vanaf 2017 ontwikkelde (mede) zijn ontstaan door te hoge werkdruk, terwijl Red Bull pas na het starten van de onderhavige procedure de noodzaak inzag daar structureel iets aan te doen. Gedurende de periode dat [verweerster] met haar parttime dienstverband de functie vervulde werd het probleem van de te hoge werkdruk wel steeds besproken, maar onvoldoende aangepakt c.q. opgelost. Het is bovendien kwalijk dat Red Bull ten gevolge van het door [verweerster] (wederom) benoemen van de hoge werkdruk en de stress die dit bij haar veroorzaakte, hetgeen Red Bull altijd leek te stimuleren, ineens zonder ook maar enige aankondiging vooraf aanstuurde op beëindiging van het dienstverband, zonder dat hiervoor een redelijke grond aanwezig was.

16. Red Bull heeft [verweerster] vervolgens maandenlang in het duister laten tasten over de reden van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De aankondiging viel in augustus 2021 rauw op het dak van [verweerster] . Nadat [verweerster] een gemachtigde inschakelde, weigerde Red Bull vervolgens lange tijd om met de door [verweerster] gekozen gemachtigde te communiceren, drong Red Bull aan op vervanging van die gemachtigde en bleef Red Bull zich richten tot [verweerster] , ondanks dat [verweerster] aangaf dat zij de communicatie graag via haar gemachtigde zou willen laten verlopen. Eerst nadat [verweerster] het concept ontbindingsverzoek eind november 2021 ontving, kon zij afleiden wat voor Red Bull de reden was om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst over te gaan.

16. Desondanks is [verweerster] door blijven werken, ook gedurende de onderhavige procedure. [verweerster] behaalde haar targets voor 2021 en ontving geen kritiek van Red Bull over haar functioneren. Ondanks die inzet leek Red Bull [verweerster] vrijwel volledig buiten te sluiten. Zo kreeg [verweerster] in tegenstelling tot andere werknemers niet de nieuwste iPhone, was zij niet langer welkom op evenementen en heeft Red Bull [verweerster] zelfs verboden om naar een afscheidsetentje (gelegen in de privésfeer) van een van haar beste collega’s te komen waarvoor zij persoonlijk was uitgenodigd. Ook weigerde Red Bull - in tegenstelling tot alle voorgaande jaren - het functioneren en de targets van [verweerster] te beoordelen, de bonus waar [verweerster] recht op had aan haar uit te keren en de gebruikelijke salarisverhoging aan haar toe te kennen, onder het mom van ‘de huidige gesprekken over de beëindiging van jouw arbeidsovereenkomst’. Eén en ander getuigt niet van goed werkgeverschap.

16. Vervolgens stelde Red Bull [verweerster] de dag na de mondelinge behandeling zonder vooraankondiging ineens op non-actief en ontzegde haar de toegang tot het kantoor en alle IT-systemen. Hierdoor werd het [verweerster] onmogelijk gemaakt nog langer te communiceren richting collega’s, klanten en andere relaties. Ondanks verzoeken daartoe namens [verweerster] is Red Bull niet bereid geweest [verweerster] opnieuw toegang te geven tot haar laptop en e-mail, waardoor [verweerster] mogelijk is belemmerd in het voeren van verweer tegen de nadere onderbouwing van het verzoek die Red Bull mocht geven. Dat Red Bull bepaalde punten heeft genuanceerd, doet niet af aan het op zichzelf niet onbegrijpelijke gevoel van ‘wegpesten’ dat één en ander bij [verweerster] heeft veroorzaakt.

16. Op grond van artikel 7:686a lid 3 BW en gelet op de gegeven omstandigheden acht de kantonrechter het redelijk dat Red Bull de advocaatkosten van [verweerster] vergoedt. Voor toewijzing van het afzonderlijk gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding ziet de kantonrechter geen aanleiding, omdat in het toegekende bedrag aan billijke vergoeding compensatie voor immaterieel geleden schade wordt geacht te zijn inbegrepen.

16. Een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is toewijsbaar, maar de kantonrechter ziet aanleiding het gevorderde bedrag te matigen tot het bedrag dat toewijsbaar is op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (€ 1.881,55).

16. De nevenverzoeken van [verweerster] met betrekking tot de salarisverhoging, het uitkeren van de bonus, de verklaring voor recht aangaande het concurrentie- en relatiebeding en het verstrekken van een deugdelijke eindafrekening zullen als onvoldoende onderbouwd betwist worden toegewezen.

16. Bij deze uitkomst van de procedure zal Red Bull met de proceskosten van het zelfstandig tegenverzoek van [verweerster] worden belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

ter zake van het verzoek van Red Bull

wijst het verzoek af;

veroordeelt Red Bull in de proceskosten aan de zijde van [verweerster] , tot op heden begroot op € 498,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

ter zake van het tegenverzoek van [verweerster]

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van heden;

kent [verweerster] een transitievergoeding toe van € 11.285,00 bruto en een billijke vergoeding van € 52.204,00 bruto en veroordeelt Red Bull tot betaling van deze bedragen aan [verweerster] , te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd;

veroordeelt Red Bull tot betaling aan [verweerster] van:
- € 1.881,55 wegens buitengerechtelijke incassokosten;
- € 9.680,00 wegens advocaatkosten;

veroordeelt Red Bull om binnen twee dagen na deze beschikking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022 tot aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd een salarisverhoging van 1% over het salaris van [verweerster] toe te passen;

veroordeelt Red Bull tot betaling aan [verweerster] van € 3.220,00 bruto ter zake van de bonus over 2021, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 1 januari 2022 tot aan de dag van de voldoening;

verklaart voor recht dat Red Bull geen rechten kan ontlenen aan het tussen partijen overeengekomen non-concurrentie- en relatiebeding;

veroordeelt Red Bull binnen twee dagen na de datum waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd een deugdelijke eindafrekening aan [verweerster] te verstrekken, in het kader waarvan in ieder geval de pro rata opgebouwde vakantiebijslag en opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen dienen te worden uitgekeerd, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd;

veroordeelt Red Bull in de proceskosten aan de zijde van [verweerster] , tot op heden begroot op € 498,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

wijst het meer of anders verzochte af;

ter zake van het verzoek en het tegenverzoek

veroordeelt Red Bull in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 62,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. van der Veen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter