Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:4494

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-08-2022
Datum publicatie
05-08-2022
Zaaknummer
AMS 20/4074 en AMS 20/4056
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunning die was verleend voor de bouw van een boetiekhotel in een complex waarin een zorg- en wooncentrum is gevestigd, 122 appartementen voor onder meer senioren en een huisartsenpraktijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: AMS 20/4074 en AMS 20/4056

uitspraak van de meervoudige kamer van 3 augustus 2022 in de zaken tussen

Bewonerscommissie Osdorperhof e.a.1, te Amsterdam

(gemachtigde: mr. H.A. Sarolea),

en

[eiser 2] en [eiser 3] , te [plaats] (de huisartsen),

hierna gezamenlijk: eisers

(gemachtigde: mr. T.A.M. van Oosterhout),

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder,

hierna: het college

(gemachtigde: H.D. Hosper)

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

de besloten vennootschap Inspire You Hotel B.V., te Amsterdam, (hierna: You Hotel)

(gemachtigden: mr. D. Korsse en mr. T. Rötscheid).

Procesverloop

Met het besluit van 17 februari 2016 heeft het college aan You Hotel een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van de eerste, tweede en derde verdieping van het gebouw aan de [adres] van een kantoorfunctie naar een logiesfunctie.

Met het besluit van 20 december 2016 heeft het college, naar aanleiding van de door eisers daartegen gemaakte bezwaren, het besluit van 17 februari 2016 herroepen en onder aanvulling van een nadere motivering en belangenafweging opnieuw een omgevingsvergunning verleend voor de betreffende functiewijziging.

Met de uitspraak van 12 april 2018 heeft de rechtbank de door eisers daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard, het besluit van 20 december 2016 vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit te nemen.

Tegen deze uitspraak heeft You Hotel hoger beroep ingesteld. Eisers hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.

Met het besluit van 22 mei 2018 heeft het college opnieuw op de bezwaren beslist en de aangevraagde omgevingsvergunning alsnog geweigerd.

Op 11 september 2019 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) het beroep en het incidenteel hoger beroep ongegrond verklaard. De Afdeling heeft de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover daarin is geoordeeld dat het college een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen. De Afdeling heeft verder

de beslissing op bezwaar van 22 mei 2018, waarbij de omgevingsvergunning is geweigerd, vernietigd. De Afdeling heeft tot slot de beslissing op bezwaar van 20 december 2016 vernietigd en bepaald dat het college een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen.

Het college heeft op 9 juni 2020 een nieuwe omgevingsvergunning afgegeven aan You Hotel op basis van een op 10 januari 2020 gewijzigde aanvraag.

Met het besluit van 9 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft het college de bezwaren van eisers ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit afzonderlijk beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

You Hotel heeft een standpunt ingebracht.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2022. De huisartsen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens de bewonerscommissie zijn verschenen; [naam 1] , [mede eiser] , [naam 2] en [naam 3] , bijgestaan door hun gemachtigde. Namens derde-partij zijn [naam 4] . en [naam 5] verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden.

Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek heropend. Daarbij is het college in de gelegenheid gesteld om nadere stukken in te sturen. Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld om te reageren.

Partijen hebben toestemming gegeven om zonder nadere zitting uitspraak te doen.

Overwegingen

Inleiding

1. Deze procedure gaat over de vraag of het college een omgevingsvergunning mocht verlenen voor de vestiging van een hotel in het complex aan de [adres] . Het complex bestaat uit een hoogbouw- en een laagbouwgedeelte en is eigendom van de woningstichting Rochdale. In het complex is het zorg- en wooncentrum ’De Osdorperhof’ gevestigd. De huisartsenpraktijk van eisers [eiser 2] en [eiser 3] is gevestigd op de begane grond van de hoogbouw. In de hoogbouw vanaf de vierde verdieping bevinden zich 49 seniorenappartementen. De eerste tot en met de derde verdieping van de hoogbouw staan sinds 2012 leeg en deden voorheen dienst als kantoorruimte van de stichting Cordaan. De laagbouw bestaat uit 122 appartementen, deels voor senioren en deels voor patiënten met een GGZ- of VGZ-indicatie. In de laagbouw is ook een zorgcentrum van de stichting Cordaan gevestigd. De huurders van een aantal senioren appartementen in de Osdorperhof hebben zich verenigd in bewonerscommissie Osdorperhof.

3. You Hotel wil een zogenoemd ‘boetiek hotel’ vestigen op de leegstaande eerste tot en met de derde verdieping van de hoogbouw. Het gebouw heeft in het geldende bestemmingsplan 'Zuidoosthoek' de bestemming 'Maatschappelijk', die de vestiging van een hotel niet toestaat. Daarom heeft You Hotel een omgevingsvergunning aangevraagd om de verdiepingsvloeren 1, 2 en 3 in afwijking van het bestemmingsplan als een hotel te mogen gebruiken.

4. De rechtbank verwijst voor de beschrijving van de procedure tot nu toe naar het procesverloop. Na de beschreven procedure heeft You Hotel op 10 januari 2020 een gewijzigd plan ingediend. Hierbij is het aantal bedden van het hotel gereduceerd van 300 bedden naar 165 bedden en komen er geen zespersoons kamers meer. Het gewijzigd plan is door het college als ondergeschikte wijziging ten aanzien van het oorspronkelijke plan in de lopende procedure betrokken.

Het bestreden besluit

5. Het college heeft op 9 juni 2020 een omgevingsvergunning verleend voor het gewijzigde plan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo), gelezen in verbinding met artikel 4, aanhef en onder 9, van de bij het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor) behorende bijlage II. Op dezelfde datum heeft het college de bezwaren van eisers tegen het gewijzigde besluit ongegrond verklaard.

Omvang van het geding

6. De Afdeling heeft met de uitspraak van 11 september 2019 bepaald dat de beslissing op bezwaar van 20 december 2016, waarbij onder aanvullende motivering opnieuw vergunning is verleend, onvoldoende is gemotiveerd op het onderdeel waarbij de verschillende functies in het gebouw (zorgfunctie/huisartsenpraktijk versus het hotel) en de daarmee samenhangende belangen zijn afgewogen. Om die reden heeft de Afdeling de beslissing op bezwaar van 20 december 2016 vernietigd en bepaald dat een nieuwe beslissing op bezwaar genomen moest worden genomen, met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. Daarbij heeft de Afdeling geoordeeld dat het college het hotelplan op de juiste wijze aan de Hotelstrategie2 heeft getoetst. De Afdeling heeft verder geoordeeld dat het college zich heeft mogen baseren op de aan het besluit ten grondslag liggende onderzoeken over de parkeerbehoefte van auto's en fietsen. Voor zover partijen hierover gronden hebben aangevoerd stelt de rechtbank vast dat deze gronden vallen buiten de omvang van het geding. De rechtbank zal deze gronden daarom onbesproken laten.

7. Ten aanzien van het standpunt van vergunninghouder, ingenomen tijdens de zitting, dat hij in het bezit is van een onherroepelijke bouwvergunning en dat die vergunning een zelfstandige titel vormt om af te wijken van het planologisch regime ter plaatste overweegt de rechtbank als volgt. Uit de stukken blijkt dat op 13 oktober 2016 een bouwvergunning is verleend voor het wijzigen van de eerste tot en met de derde verdieping. De rechtbank heeft in de uitspraak van 12 april 2018 een oordeel gegeven over de samenhang van de omgevingsvergunning van 13 oktober 2016 (bouwen) en de procedure omtrent planologische afwijking. De Afdeling3 heeft vervolgens ten aanzien van de bij besluit van 13 oktober 2016 verleende omgevingsvergunning overwogen dat het college deze vergunning heeft verleend voor de activiteit bouwen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo voor het wijzigen van de entree van het voorziene hotel naar aanleiding van een daartoe ingediende, nieuwe aanvraag. De Afdeling heeft geoordeeld dat het besluit ziet op een andere activiteit dan het besluit van 17 februari 2016 en geen intrekking, wijziging of vervanging van het besluit tot vergunningverlening van 17 februari 2016 is. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarover thans anders te oordelen en gaat ervan uit dat de vergunning van 13 oktober 2016 enkel ziet op de wijziging van de entree. De rechtbank volgt vergunninghouder daarom niet in het standpunt dat de omgevingsvergunning van
13 oktober 2016 een zelfstandige titel vormt om af te wijken van het bestemmingsplan voor het voorziene hotel.

Oordeel van de rechtbank

8. De rechtbank stelt voorop dat het college beleidsruimte toekomt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen. Het college moet daarbij de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.

9. De Afdeling heeft in de al aangehaalde uitspraak overwogen dat de specifieke zorgbehoeften van de bewoners maakt dat de commerciële functie van het hotel niet op voorhand te verenigen is met de zorgfunctie van de bewoners. Dit betekent dat voor de ruimtelijke onderbouwing om van het bestemmingsplan af te wijken deze belangenafweging voorop staat. De Afdeling heeft geoordeeld dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd op het onderdeel waarbij de verschillende functies in het gebouw (zorgfunctie bewoners en huisartsenpraktijk versus het hotel) en de daarmee samenhangende belangen zijn afgewogen.

10. Vergunninghouder heeft naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling een gewijzigd plan ingediend waarbij het aantal bedden is verminderd en de zespersoons kamers vervallen. De rechtbank overweegt dat, hoewel dit een verbetering is ten opzichte van het oorspronkelijk plan, niet is gebleken dat de doelgroep van het hotel (namelijk jongeren) wezenlijk is veranderd. In zoverre maakt het gewijzigd plan niet dat er sprake is van een gewijzigd evenwicht in de belangenafweging. Naast het commercieel belang ziet de rechtbank geen ander belang van vergunninghouder. De vraag of het commercieel belang van vergunninghouder zich verdraagt met de zorgbehoefte van de bewoners dient in de belangenafweging zorgvuldig te worden afgewogen.

11. De rechtbank is van oordeel dat het college onvoldoende blijk heeft gegeven van een zorgvuldige belangenafweging met aandacht voor de specifieke zorgbehoeften van de bewoners en de bijzondere zorgtaak van de huisartsenpraktijk. Uit de onderliggende stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat er weinig ruimte is in de directe omgeving van het hotel. Vergunninghouder heeft op de zitting toegelicht dat er geen dienst- of leveranciersingang wordt gerealiseerd. Dit betekent dat voor afvalverwerking en was-bevoorrading en -verwerking gebruik gemaakt moet worden van de (enige) toegangsdeur aan de voorzijde van het hotel. Verder heeft vergunninghouder toegelicht dat de kamers niet zijn voorzien van buitenruimtes. Deze omstandigheden maken het aannemelijk dat er sprake zal zijn van geïntensiveerd gebruik van de ruimte direct aan de voorzijde en in de directe omgeving van het hotel en daarmee ook in de directe woonomgeving van de bewoners en nabij de toegang tot de huisartsenpost. De rechtbank is van oordeel dat het college onvoldoende het geïntensiveerde gebruik van de buitenruimte in de directe omgeving van de toegangsruimte van de woningen en de huisartsenpost heeft meegewogen. Verder is op de zitting gesproken over ‘De Buren’, een “buurthuis” met terras direct gelegen aan de voorzijde van het appartementencomplex. Ter zitting is aangegeven dat van de voorzieningen van dit buurthuis niet alleen de nabij woonachtige ouderen, maar ook anderen gebruik kunnen maken. Het college stelt dat het uiteraard nog niet bekend is in hoeverre de overwegend jeugdige gasten van het hotel gebruik gaan maken van deze voorziening omdat het hotel nog niet in gebruik is genomen. De rechtbank is van oordeel dat het college op dit punt onvoldoende oog heeft voor het belang van deze voorziening voor de sociale cohesie van de kwetsbare bewoners. Op de zitting is verder gesproken over de hellingbaan voor de ingang van het hotel, waarvan minder valide bewoners gebruik maken om de ingang van hun appartementen te bereiken. Uit de toelichting van vergunninghouder begrijpt de rechtbank dat de hellingbaan direct voorlangs de ingang van het hotel loopt en het pad kruist naar de enige toegangsdeur van het hotel. De hotelgasten moeten zich over de hellingbaan van de bewoners naar het toegangspad van het hotel begeven en het is aannemelijk dat zij zich daar ook zullen ophouden. Ook op dit onderdeel heeft het college onvoldoende oog voor de belang van gescheiden toegangsruimtes voor de verschillende functies.

12. Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van de bewoners onvoldoende zijn meegewogen en dat het college niet redelijkerwijs een vergunning heeft mogen verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan.

Conclusie

13. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank zal het besluit van 9 juni 2020 vernietigen wegens strijd met de artikelen 3:2, 3:4, tweede lid, en 7:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Gelet op de lange duur van de procedure en nu het college al twee keer de gelegenheid heeft gehad om een besluit te nemen, ziet de rechtbank aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank zal daartoe de omgevingsvergunning van 9 juni 2020 herroepen en de aanvraag van You Hotel en de daarbij toegepaste wijzigingen afwijzen.

14. Het college dient het griffierecht aan eisers afzonderlijk te vergoeden.

15. De rechtbank veroordeelt het college in de door eisers afzonderlijk gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor beide partijen afzonderlijk vast op € 1.897,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor een nadere reactie een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart de beroepen gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit van 9 juni 2020;

  • -

    herroept de omgevingsvergunning van 9 juni 2020 en wijst de aanvraag en de daarbij toegepaste wijzigingen af en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

  • -

    veroordeelt het college in de proceskosten van de bewonerscommissie tot een bedrag van € 1.897,50;

  • -

    veroordeelt het college in de proceskosten van de huisartsen tot een bedrag van € 1.897,50;

  • -

    bepaalt dat het college eisers het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van elk € 178,00 dient te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, voorzitter, en mr. H.B. van Gijn en mr. D. Sullivan, leden, in aanwezigheid van N. van der Kroft, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2022.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Bijlage 1: Lijst mede eisers:

De heer [mede eiser]

De heer [mede eiser]

De heer [mede eiser]

De heer [mede eiser]

De heer [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

De heer [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

De heer [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

De heer [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

De heer [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

De heer [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

De heer [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

De heer [mede eiser]

De heer [mede eiser]

De heer [mede eiser]

Mevrouw [mede eiser]

1 Zie voor mede eisers de bijlage bij deze uitspraak.

2 Regionale Hotelstrategie 2016-2022

3 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 september 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3126), overweging 5.2.