Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:4314

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-07-2022
Datum publicatie
30-09-2022
Zaaknummer
C/13/705756 / HA ZA 21-721
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Postcontractueel non-concurrentiebeding niet in strijd met mededingingsrecht, er is sprake van beschermenswaardige knowhow. Beding is evenmin onredelijk bezwarend of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/705756 / HA ZA 21-721

Vonnis van 27 juli 2022

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. J.D.A. van Lynden te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTICOPY NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. P.J.B. van Deurzen te 's-Gravenhage.

Partijen worden hierna [eisers 1 t/m 3] en Multicopy genoemd. [eisers 1 t/m 3] worden afzonderlijk ook [eiser 1] en de [eisers 2 en 3] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 29 juli 2021, tevens incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening, met producties,

- de conclusie van antwoord in het incident,

- het vonnis in incident van 29 september 2021, waarbij de voorlopige voorziening is toegewezen,

- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak, tevens eis in reconventie, met producties,

- de akte overleggen stukken van Multicopy, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 5 januari 2022, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 25 februari 2022 met de daarin genoemde stukken,

  • -

    het bericht van Multicopy van 16 maart 2022 dat zij wenst voort te procederen,

  • -

    de antwoordakte van Multicopy van 13 april 2022.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De vader van [eiser 2] en [eiser 3] (hierna: [naam] ) heeft in 1992 [eiser 1] opgericht. [eiser 1] is gevestigd op het adres [adres] in een bedrijfspand dat eigendom is van een andere vennootschap van [naam] (hierna ook het pand).

2.2.

In 2011 zijn [eiser 1] en [naam] in privé franchisenemers geworden van Multicopy. Daartoe hebben zij met Multicopy op 31 oktober 2011 een franchise-overeenkomst gesloten. Deze luidt, voor zover hier van belang:

“3. Ondersteuning door franchisegever

3.1

De franchisegever zal franchisenemer zijn know-how voor de exploitatie van de franchise ter beschikking stellen. De know-how heeft met name betrekking op het verrichten van diensten en de levering van goederen onder de franchise, inkooptechnieken, de methode van contact met de klanten, commerciële methoden, de inrichting van de vestiging en de administratie.

Deze know-how is erop gericht de concurrentiepositie van de franchisenemer bij het aangaan van deze overeenkomst te versterken.

(…)

3.3

Franchisegever zal franchisenemer de handboeken van het franchisenet ter beschikking stellen. De handhoeken kunnen ook deels in electronische vorm ter beschikking worden gesteld. De handhoeken zullen onder andere informatie en voorschriften bevatten met betrekking tot de door franchisegever ter beschikking gestelde know-how.

(…)

8. Duur en beëindiging van de overeenkomst

8.1

Deze overeenkomst wordt tussen partijen aangegaan voor een periode van 5 jaar, te rekenen vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst.

(…)

8.10

Franchisenemer en franchisenemer in privé zullen zich na het einde van deze overeenkomst met onmiddellijke ingang onthouden van het gebruik van de aan hen door franchisegever ter beschikking gestelde know-how, tenzij en voor zover die

know-how, anders dan wegens schending van de verplichting van franchisenemer of

franchisenemer in privé, algemeen bekend of gemakkelijk toegankelijk is geworden.

8.11

Franchisenemer en franchisenemer in privé zullen rechtstreeks noch indirect gedurende één jaar na beëindiging van deze franchise-overeenkomst in het vestigingspunt goederen en diensten verkopen die kunnen concurreren met de goederen en diensten die het voorwerp zijn van deze franchise-overeenkomst.

(…)

9. Diverse bepalingen

(…)

9.7

Franchisenemer en franchisenemer in privé verbeuren elk afzonderlijk, bij overtreding van het verbod opgenomen in artikel (…) 8.11 (concurrentie-beding) (…) ten gunste van franchisegever, een zonder rechterlijke tussenkomst onmiddellijk opeisbare boete groot € 25.000,- (vijfentwintigduizend Euro) voor iedere overtreding, vermeerderd met een bedrag groot € 1000,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van franchisegever om deze overeenkomst te ontbinden, onverminderd het recht van franchisegever om ter zake volledige schadevergoeding te vorderen en onverminderd het recht van franchisegever om in rechte - al dan niet in kort geding - nakoming te vorderen op straffe van een hogere dwangsom en/of andere dwangmiddelen. (…)”

Bij deze franchise-overeenkomst zitten bijlagen die afzonderlijk zijn ondertekend. Bijlage IV bij deze overeenkomst luidt, voor zover hier van belang:

“Verwijzend naar de franchise overeenkomst en met name het bepaalde in artikel 8.11 van

deze franchise overeenkomst. Dit artikel 8.11 betreft kort gezegd het verbod om binnen één

jaar na beëindiging in het vestigingspunt te concurreren met de franchiseketen.

Het bepaalde in artikel 8.11 komt te vervallen. (…)”

2.3.

Bij e-mail van 2 september 2014 heeft [naam] aan Multicopy geschreven, voor zover hier van belang:

“Gisteravond gesprek gehad met beide zonen. (…)

Ook heb ik hen verteld dat Multicopy (…) zich inzet om hun te begeleiden naar het pad van zelfstandig ondernemer en aanverwante zaken, (…)”

2.4.

In 2017 heeft [naam] [eiser 1] overgedragen aan de [eisers 2 en 3] .

2.5.

Op 1 augustus 2017 zijn [eiser 1] en de [eisers 2 en 3] in privé een nieuwe franchiseovereenkomst aangegaan met Multicopy voor de duur van vijf jaar, ingaande op 17 februari 2017. Deze franchiseovereenkomst bevat dezelfde bepalingen als de overeenkomst uit 2011 zoals hiervoor in 2.2 weergegeven. Bij de overeenkomst uit 2017 is geen Bijlage IV gevoegd.

2.6.

De [eisers 2 en 3] hebben Multicopy bij brief van 20 januari 2021 bericht dat zij de franchiseovereenkomst na afloop daarvan op 17 februari 2022 niet zullen verlengen en zij hebben verzocht om ermee in te stemmen dat [eisers 1 t/m 3] op het adres [adres] blijft. Zij hebben daarbij aangeboden tegemoet te komen aan Multicopy door betaling van € 20.000.

2.7.

Na enige correspondentie heeft de raadsman van Multicopy bij brief van 12 mei 2021 aan de raadsman van [eisers 1 t/m 3] geschreven, voor zover hier van belang:

“Uw cliënte, [eiser 1] B.V., stelt zich samengevat op het standpunt dat een beroep op

artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid

onaanvaardbaar is. In dat artikel is bepaald dat het uw cliënte gedurende 1 jaar na het einde van de overeenkomst niet is toegestaan om in de huidige vestiging een vergelijkbare

onderneming te voeren.

Cliënte betwist dat een beroep op dat beding in onderhavige omstandigheden onredelijk is (…)

Cliënte zou bij voorkeur zien dat uw cliënte de opzegging heroverweegt en de samenwerking voortzet. Een afkoopsom van EUR 20.000,- is voor cliënte niet bespreekbaar. Daarmee zou cliënte een verkeerd signaal afgeven richting de franchisenemers. (…)”

2.8.

Een rapport van 15 februari 2022 dat in opdracht van [eisers 1 t/m 3] is opgesteld door een senior bedrijfseconomisch adviseur van het Vakcentrum Bedrijfsadvies luidt, voor zover hier van belang:

“5. Multicopy heeft een aantal mappen met documenten ingebracht en gesteld dat deze know how betreffen. [eiser 1] heeft mij verzocht map 1 van 4 te beoordelen.

6. Centraal staat de vraag wat als knowhow kan worden aangemerkt die voor bescherming in aanmerking komt. Aanknopend bij de Wet Franchise zijn daar drie criteria voor, geheim, wezenlijk en geïdentificeerd.

(…)

37. Het voorgaande leidt bij mij tot de conclusie dat Map 1 geen knowhow bevat in de zin van de Wet Franchise, omdat deze niet geheim of wezenlijk is.

(…)”

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eisers 1 t/m 3] vorderen na wijziging van eis – kort gezegd – om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
primair

- voor recht te verklaren dat het in artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst van [eiser 1] opgenomen postcontractuele non-concurrentiebeding nietig is, althans dat dit is vernietigd door [eiser 1] , althans het te vernietigen, althans voor recht te verklaren dat deze bepaling niet van toepassing is, althans ongeldig, en Multicopy [eisers 1 t/m 3] niet aan deze verplichting kan houden, en

- voor recht te verklaren dat [eisers 1 t/m 3] bij en na afloop van de franchise-overeenkomst van rechtswege geen contractuele verplichtingen jegens Multicopy hebben op grond van die overeenkomst;

subsidiair

- voor recht te verklaren dat [eisers 1 t/m 3] na de voldoening van een bedrag van € 15.000,- aan Multicopy niet meer gebonden zijn aan het post-contractuele non-concurrentiebeding;

meer subsidiair

- het maximum van de op grond van de franchiseovereenkomst te verbeuren boetes te bepalen op een bedrag van € 15.000,- jegens [eisers 1 t/m 3] gezamenlijk, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;

met veroordeling van Multicopy in de proceskosten.

3.2.

Daartoe stellen [eisers 1 t/m 3] het volgende.

Bij de in 2011 gesloten franchiseovereenkomst is in Bijlage IV afgesproken dat artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst niet gold. [eisers 1 t/m 3] mochten ervan uitgaan dat de overeenkomst in 2017 op dezelfde voorwaarden werd aangegaan als de eerdere franchiseovereenkomst met [naam] Withaar heeft hen namelijk verzekerd dat dat het geval was.

Multicopy heeft [eisers 1 t/m 3] geen relevante en beschermenswaardige knowhow verschaft. Conform vaste rechtspraak is een postcontractueel non-concurrentiebeding alleen geldig als het essentieel is ter bescherming van knowhow, waarbij die knowhow geheim, wezenlijk en bepaalbaar is. Multicopy heeft geen beschermenswaardige knowhow overgedragen. Ook heeft Multicopy geen kennis, ervaring of knowhow aan [eisers 1 t/m 3] verschaft waar [eisers 1 t/m 3] nog niet over beschikte. Het concurrentiebeding is daarom zinledig en in strijd met het mededingingsrecht. Het is immers een concurrentiebeperkende afspraak en daarmee in strijd met artikel 6 lid 1 van de Mededingingswet (Mw). Artikel 6 lid 2 van de Mw bepaalt dat verboden overeenkomsten nietig zijn. Dit is slechts anders als overgedragen knowhow en de identiteit en reputatie van de formule van Multicopy moeten worden beschermd.

Het non-concurrentiebeding kwalificeert ook als een onredelijk bezwarende algemene voorwaarde en is op grond van artikel 6:233 Burgerlijk Wetboek (BW) vernietigbaar. [eisers 1 t/m 3] hebben zelf de onderneming opgebouwd. Multicopy heeft daar vrijwel niets aan omzet of kennis aan toegevoegd. De onderneming was al gevestigd in het pand voordat [eisers 1 t/m 3] in zee ging met Multicopy en Zalm sr heeft dat pand specifiek voor de onderneming laten ontwerpen en bouwen. Het was voor Multicopy duidelijk dat [eiser 1] in haar eigen pand was gevestigd en dat zij daar na het einde van de overeenkomst zou willen blijven. Multicopy had dit expliciet moeten aansnijden bij de aanvang van de franchiseovereenkomst in 2017. Als [eiser 1] voor een jaar een ander pand moet betrekken, maakt zij disproportioneel hoge kosten. Het vasthouden aan het beding zou betekenen dat [eiser 1] voor een jaar haar werkzaamheden moet neerleggen.

Het beroep op het non-concurrentiebeding is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het wordt gebruikt als oneigenlijk drukmiddel om de franchisenemer ertoe te bewegen franchisenemer te blijven, althans om de franchisenemer op oneigenlijke wijze uit de markt te weren. Daarbij is mede van belang dat er geen te beschermen knowhow is verstrekt en dat [eisers 1 t/m 3] in 2017 niet wisten dat artikel 8.11 niet in een bijlage was uitgesloten. In de toepassing van artikel 6:248 BW werken de bepalingen en de achtergrond van de Wet Franchise door.

3.3.

Multicopy voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisers 1 t/m 3]

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

Multicopy vordert samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [eisers 1 t/m 3] , op straffe van een dwangsom, tot het met ingang van 17 februari 2022 staken en tot 17 februari 2023 gestaakt houden van het exploiteren - in welke vorm dan ook - van een onderneming die concurreert met de exploitatie van de Multicopy-formule, althans om tot 17 februari 2023 geen soortgelijke activiteiten te verrichten als bedoeld in artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst in hetzelfde vestigingspunt als bedoeld in artikel 8.11 franchiseovereenkomst, met veroordeling van [eisers 1 t/m 3] in de proceskosten.

3.6.

[eisers 1 t/m 3] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Multicopy.

3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

Mededingingsrecht

4.1.

[eisers 1 t/m 3] stellen primair dat Multicopy geen beroep kan doen op het non-concurrentiebeding in artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst omdat het nietig is wegens strijd met artikel 6 Mw.

4.2.

Op grond van artikel 6 lid 1 Mw zijn overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst, verboden. Op grond van het tweede lid zijn de krachtens het eerste lid verboden overeenkomsten en besluiten van rechtswege nietig.

4.3.

Bij de vraag of sprake is van een beperking van de mededinging als bedoeld in artikel 6 Mw dient zoveel mogelijk aansluiting te worden gezocht bij de uitleg van het kartelverbod in artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) in de rechtspraak van het Hof van Justitie. Het kartelverbod verbiedt alle samenwerking tussen ondernemingen die de mededinging op de markt (merkbaar) beperkt. In het Pronuptia-arrest van het Hof van Justitie van 28 januari 1986 (C161/84) is onder meer geoordeeld dat een franchisegever mededingingsrechtelijk gezien gebruik mag maken van een postcontractueel non-concurrentiebeding om te voorkomen dat overgedragen knowhow en verleende bijstand ten goede komen aan concurrenten. Een franchisegever moet knowhow kunnen overdragen en een franchisenemer de nodige bijstand en toepassing van zijn methoden kunnen verlenen, zonder het risico dat die knowhow en bijstand aan concurrenten ten goede komen.

4.4.

Het geschil spitst zich in dit verband toe op de vraag of Multicopy aan [eisers 1 t/m 3] beschermenswaardige knowhow heeft overgedragen en bijstand heeft verleend. Voor de vraag wat beschermenswaardige knowhow is, zoekt de rechtbank – net als partijen – aansluiting bij de definitie daarvan in de op 1 januari 2021 in werking getreden Wet franchise. Deze wet is weliswaar niet van toepassing op de franchiseovereenkomst tussen partijen, maar biedt wel een belangrijk gezichtspunt bij de uitleg van het begrip knowhow. In de Wet franchise is in artikel 7:911 lid 2 onder a sub 2 BW bepaald dat knowhow een geheel van niet door een intellectueel eigendomsrecht beschermde praktische informatie is, voortvloeiende uit de ervaring van de franchisegever en uit de door hem uitgevoerde onderzoeken, welke informatie geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is.

4.5.

Multicopy heeft ter ondersteuning van haar standpunt dat zij knowhow aan [eisers 1 t/m 3] heeft overgedragen vier mappen in het geding gebracht met daarin stukken die volgens Multicopy de overgedragen knowhow documenteren. Het gaat onder meer om haar Franchise Support Gids, kwartaalberichten, interne tijdschriften van Multicopy en handleidingen, bijvoorbeeld voor het opstellen van een businessplan of het gebruik van sociale media. In het handboek is onder meer de werking van de Multicopy-formule beschreven. Ook zijn er diverse op maat gemaakte cursussen en trainingen. Volgens Multicopy is in de documentatie informatie te vinden over het verrichten van diensten en de levering van goederen onder de franchise, inkooptechnieken, de methode van contact met de klanten, commerciële methoden, de inrichting van de vestiging en de (wijze van) administratie. Zij stelt dat zij marketingbepalingen, huisstijlregels, inkoopregelingen, verkoopstrategieën en basisafspraken aan [eisers 1 t/m 3] heeft verschaft en zij stelt dat haar formule bestaat uit een strategische visie, een marketing campagneplan, ICT hulpprogramma’s, order en klant management systemen en franchisefees. Al deze informatie, aldus Multicopy, is pas verstrekt na het sluiten van de franchiseovereenkomst en geheim. Daarnaast stelt Multicopy dat zij [eisers 1 t/m 3] intensief heeft begeleid en dat zij aan de [eisers 2 en 3] trainingen heeft gegeven.

4.6.

[eisers 1 t/m 3] stellen zich op het standpunt dat geen beschermenswaardige knowhow is overgedragen of bijstand is verleend. Zij verwijzen ter onderbouwing naar het rapport van de bedrijfseconomisch adviseur van het Vakcentrum Bedrijfsadvies (zie r.o. 2.8), die een deel van de overgelegde documentatie, waaronder het handboek, heeft bekeken. In het rapport staat onder meer dat Multicopy algemene informatie, grotendeels uit openbare bronnen, verschaft aan haar franchisenemers, dat de aangeboden trainingen en webinars geen specifieke kennis bevatten voor de drukkerij business maar meer algemene ondernemersinformatie op basisniveau, dat het handboek een beschrijving van de Multicopy-organisatie bevat maar geen knowhow, alsmede dat de strategische visies zeer algemeen zijn geformuleerd en dat daarin geen geheime of wezenlijke informatie staat. Verder betoogt [eisers 1 t/m 3] dat Multicopy niet duidelijk maakt welke specifieke onderdelen van de mappen nu precies knowhow zouden betreffen.

4.7.

Naar het oordeel van de rechtbank is op basis van de toelichting van Multicopy in de processtukken en de overgelegde documentatie voldoende komen vast te staan dat Multicopy aan [eisers 1 t/m 3] geheime, wezenlijke en geïdentificeerde informatie heeft verschaft die voldoet aan de vereisten in artikel 7:911 lid 2 onder a sub 2 BW. Weliswaar betreffen enkele van de stukken in de mappen meer algemene onderwerpen, zoals de handleiding voor het opstellen van een businessplan, maar dat neemt niet weg dat wanneer de documentatie in samenhang wordt bezien de informatie zodanig is toegespitst op een grafisch dienstverlenend bedrijf en de strategie van Multicopy dat sprake is van beschermenswaardige knowhow. Het geheel van informatie houdt een uitgewerkt en gespecialiseerd winkelconcept in voor een grafisch dienstverlenend bedrijf. De kwartaalberichten behandelen onderwerpen die spelen binnen de franchiseorganisatie en worden in beginsel niet naar buiten gebracht. Het feit dat een zelfstandige ondernemer in de branche ook langs andere weg aan afzonderlijke onderdelen van de verstrekte informatie kan komen, maakt niet dat het geheel van de door Multicopy verstrekte informatie niet kan worden aangemerkt als geheim en wezenlijk. De rechtbank deelt niet de conclusie van het rapport van het Vakcentrum Bedrijfsadvies, omdat in dat rapport is ingezoomd op een aantal onderdelen van de informatie, waarbij soms selectief is geciteerd en waarbij de informatie onvoldoende als geheel en in onderlinge samenhang lijkt te zijn bezien, met name waar het betreft het handboek van Multicopy.

4.8.

[eisers 1 t/m 3] hebben nog aangevoerd dat zij de benodigde kennis al hadden en dat zij de werkwijze van Multicopy, bestaande uit het versturen van veel mails met zeer diverse inhoud over allerlei aspecten van alle soorten communicatie, minder geschikt vonden voor hun onderneming.

Wat de stelling betreft dat [eisers 1 t/m 3] de benodigde kennis al hadden, geldt weliswaar dat [eiser 1] onder leiding van [naam] vele jaren ervaring had, maar [eisers 1 t/m 3] gaan eraan voorbij dat de [eisers 2 en 3] in 2017 voor het eerst zelfstandig het bedrijf zijn gaan leiden. Multicopy heeft onbetwist aangevoerd dat zij de twee jonge en relatief onervaren broers daarbij heeft bijgestaan en dat dat ook het idee was achter het aangaan van de franchiseovereenkomst: [eisers 1 t/m 3] wilden bij een grotere club horen en wilden kunnen terugvallen op de kennis en ervaring van Multicopy. Ook heeft Multicopy onbetwist aangevoerd dat zij veel tijd in de [eisers 2 en 3] heeft geïnvesteerd. Uit het voorgaande volgt dus dat Multicopy ook relevante bijstand heeft verleend.

Dat [eisers 1 t/m 3] , zoals zij stellen, niet alle verstrekte informatie gebruikten en dat [eisers 1 t/m 3] andere ideeën hadden over de manier van communiceren met klanten, neemt niet weg dat deze kennis door Multicopy is verstrekt en dat sprake is van overgedragen knowhow en verleende bijstand.

4.9.

De slotsom is dat het beroep op artikel 6 Mw faalt en de vordering om voor recht te verklaren dat het postcontractuele non-concurrentiebeding nietig is, zal worden afgewezen.

Onredelijk bezwarend

4.10.

[eisers 1 t/m 3] stellen verder dat artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst onredelijk bezwarend is als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW.

4.11.

Bij de beoordeling of sprake is van een onredelijk bezwarend beding voor [eisers 1 t/m 3] als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW moet worden gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen en de wederzijds kenbare belangen van partijen.

4.12.

Voor een non-concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst gelden op grond van het mededingingsrecht bepaalde voorwaarden. Wanneer daaraan is voldaan, zal een non-concurrentiebeding niet snel als onredelijk bezwarend worden aangemerkt. Zoals hiervoor is overwogen, voldoet artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst aan de mededingingsrechtelijke vereisten van een toegestaan non-concurrentiebeding. Daar komt nog bij dat de knowhow die Multicopy aan [eisers 1 t/m 3] heeft verschaft als een voor het concurrentiebeding compenserend voordeel kan worden aangemerkt. Verder geldt dat het beding is aangegaan tussen twee professionele partijen van wie mag worden verwacht dat zij de overeenkomst lezen en dus beseffen welke verplichtingen zij aangaan. Anders dan [eisers 1 t/m 3] hebben betoogd, rustte op Multicopy niet een (zorg)plicht om [eisers 1 t/m 3] bij het aangaan van de franchiseovereenkomst in 2017 te wijzen op het bepaalde in artikel 8.11. Over de betekenis van die bepaling heeft, gelet op de duidelijke bewoordingen ervan, geen misverstand kunnen bestaan. In het licht van het voorgaande zijn de door [eisers 1 t/m 3] aangevoerde omstandigheden van onvoldoende gewicht om de conclusie te rechtvaardigen dat het non-concurrentiebeding voor hen onredelijk bezwarend is.

Redelijkheid en billijkheid

4.13.

Artikel 6:248 lid 2 BW bepaalt dat een tussen partijen overeengekomen regel niet van toepassing is, voor zover dat in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Deze maatstaf moet terughoudend worden toegepast, waarbij partijen in beginsel zijn gebonden aan wat zij zijn overeengekomen. De stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW kunnen rechtvaardigen, rust op [eisers 1 t/m 3]

4.14.

[eisers 1 t/m 3] stellen dat zij hoge kosten moeten maken om te verhuizen als Multicopy een beroep kan doen op het non-concurrentiebeding, dat zij die kosten niet kunnen opbrengen en dat dat betekent dat zij hun werkzaamheden voor een jaar moeten neerleggen. Multicopy heeft hiertegenover gesteld dat zij een gerechtvaardigd belang heeft om vast te houden aan het non-concurrentiebeding, aangezien zij meerdere franchisenemers heeft die graag in het gebied waar het pand van [eisers 1 t/m 3] is gelegen actief willen worden en de locatie van [eiser 1] bepalend is. Ook heeft Multicopy betwist dat een verhuizing hoge kosten meebrengt en dat zware en grote machines moeten worden verhuisd.

4.15.

Vooropgesteld wordt dat de reikwijdte van het non-concurrentiebeding zowel in tijd als in geografisch opzicht beperkt is. Het is beperkt tot een jaar en tot hetzelfde vestigingsadres. Het non-concurrentiebeding strekt zich zodoende niet uit tot het gehele geografische gebied waarbinnen [eisers 1 t/m 3] de franchise-formule mochten exploiteren. Het beding staat er dus niet aan in de weg dat [eisers 1 t/m 3] hun huidige onderneming op een ander adres kunnen voortzetten. Dat mag zelfs een nabijgelegen adres zijn. Verder is niet komen vast te staan dat hoge kosten daadwerkelijk aan een verhuizing van [eiser 1] en daarmee de voortzetting van het bedrijf, in de weg staan, terwijl het belang dat Multicopy wil beschermen (geen concurrentie met de franchise-keten vanuit hetzelfde vestigingspunt) door vast te houden aan het non-concurrentiebeding als gerechtvaardigd wordt aangemerkt. Van disproportionele gevolgen voor [eisers 1 t/m 3] als gevolg van het tijdelijk moeten verlaten van het huidige adres is dan ook geen sprake.

Het betoog tenslotte dat Multicopy het non-concurrentiebeding alleen als drukmiddel gebruikt om franchisenemers te weerhouden van het opzeggen van de overeenkomst gaat evenmin op. Multicopy heeft aan [eisers 1 t/m 3] knowhow verstrekt waartegenover het non-concurrentiebeding stond, Multicopy heeft een gerechtvaardigd belang bij handhaving van het beding en dat beding verhindert niet dat [eisers 1 t/m 3] hun bedrijf op een andere locatie (in of buiten Waddinxveen) voortzetten.

Al met al geldt dat het beroep van Multicopy op artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst naar het oordeel van de rechtbank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is.

Niet overeengekomen

4.16.

[eisers 1 t/m 3] hebben tenslotte aan de primaire vordering ten grondslag gelegd dat het beding in artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst niet is overeengekomen omdat mondeling een andere afspraak is gemaakt. Door Withaar, de vertegenwoordiger van Multicopy, zou volgens [eisers 1 t/m 3] zijn toegezegd dat de [eisers 2 en 3] bij een beëindiging van de franchiseovereenkomst vrij waren om de onderneming op het oude adres voort te zetten.

4.17.

Artikel 8.11 maakt onderdeel uit van de door de [eisers 2 en 3] ondertekende franchiseovereenkomst. De stelplicht dat mondeling een andere afspraak is gemaakt dan wat in de franchiseovereenkomst staat, rust op [eisers 1 t/m 3] Tegenover de gemotiveerde betwisting door Multicopy hebben [eisers 1 t/m 3] hun stelling onvoldoende onderbouwd. Het standpunt van [eisers 1 t/m 3] strookt ook niet met de inhoud van de brief van 20 januari 2021 van de [eisers 2 en 3] (zie 2.6) en de daarna gevoerde correspondentie. Daaruit blijkt dat zij zich er bewust van waren dat zij op grond van de franchiseovereenkomst niet in het pand mochten blijven na het einde van die overeenkomst.

4.18.

De slotsom is dat de primaire vorderingen moeten worden afgewezen.

4.19.

Voor hun subsidiaire vordering hebben [eisers 1 t/m 3] geen rechtsgrond gesteld. Niet duidelijk is waarom [eisers 1 t/m 3] het recht zouden hebben om het non-concurrentiebeding af te kopen. Deze vordering moet daarom worden afgewezen.

Op de vraag tenslotte of een eventueel te verbeuren contractuele boete zal moeten worden gematigd, zoals meer subsidiair gevorderd, kan nu nog niet worden vooruitgelopen. Dat kan pas worden beoordeeld als sprake is van overtreding van een beding in de overeenkomst waarop het boetebeding van toepassing is en daarbij zal dan acht moeten worden geslagen op alle omstandigheden van het geval.

4.20.

De vorderingen zullen worden afgewezen en [eisers 1 t/m 3] zullen worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden aan de zijde van Multicopy begroot op € 667,- voor griffierecht en op € 1.407,50 (2,5 punten x tarief € 563,-) voor salaris advocaat. De nakosten zullen worden toegewezen als in de beslissing vermeld.

in reconventie

4.21.

De vordering in reconventie is toewijsbaar. Verwezen wordt naar de hiervoor in conventie gegeven beoordeling. Daaruit volgt dat Multicopy een beroep kan doen op het postcontractuele non-concurrentiebeding in artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst.

4.22.

In het vonnis in incident van 29 september 2021 is het beding geschorst voor een periode tot en met drie maanden na de dag van het eindvonnis in deze zaak. In lijn met het vonnis in incident zal de ingangsdatum van het gevorderde daarom worden bepaald op 28 oktober 2022.

4.23.

In het licht van het in de franchiseovereenkomst opgenomen boetebeding gaat de rechtbank ervan uit dat dat boetebeding een voldoende prikkel tot nakoming vormt. Daarom bestaat geen aanleiding om daarnaast nog een dwangsom op te leggen.

4.24.

[eisers 1 t/m 3] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden aan de zijde van Multicopy begroot op € 563,- (2 punten x tarief € 563,- x factor 0,5). De nakosten zullen worden toegewezen als in de beoordeling vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt [eisers 1 t/m 3] in de proceskosten, aan de zijde van Multicopy tot op heden begroot op € 2.074,50,

in reconventie

5.3.

veroordeelt [eisers 1 t/m 3] tot het met ingang van 28 oktober 2022 staken en tot 28 oktober 2023 gestaakt houden van het in hetzelfde vestigingspunt als bedoeld in artikel 8.11 van de franchiseovereenkomst exploiteren - in welke vorm dan ook - van een onderneming die concurreert met de exploitatie van de Multicopy-formule,

5.4.

veroordeelt [eisers 1 t/m 3] in de proceskosten, aan de zijde van Multicopy tot op heden begroot op € 563,-,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in conventie en in reconventie

5.6.

veroordeelt [eisers 1 t/m 3] in de na dit vonnis aan de zijde van Multicopy ontstane nakosten, begroot op € 255,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en [eisers 1 t/m 3] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.7.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen in 5.2 tot en met 5.4 en 5.6 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Kruis en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2022.1

1 type: EMH coll: