Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:418

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-02-2022
Datum publicatie
11-02-2022
Zaaknummer
9533573 EA VERZ 21-700
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Een naschoolse opvang in Amsterdam mag een groepsleerkracht ontslaan die vanaf de zomer van 2021 weigert zich met een PCR-test te laten testen op het coronavirus.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0186
XpertHR.nl 2022-20007591
JAR 2022/57
Prg. 2022/93
RAR 2022/64
Jurisprudentie HSE 2022/9
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 9533573 EA VERZ 21-700

beschikking van: 10 februari 2022

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap Dons Opvang B.V.

gevestigd te Amsterdam

verzoekster

nader te noemen: DONS

gemachtigde: mr. N. Bakker

t e g e n

[verweerster]

wonende te [woonplaats]

verweerster

nader te noemen: [verweerster]

procederend in persoon

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

DONS heeft op 10 november 2021 een verzoek ingediend met producties dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

[verweerster] heeft een verweerschrift met producties ingediend.

Het verzoek is mondeling behandeld op 20 januari 2022. DONS is verschenen bij [naam 1] (directie), [naam 2] (HR-manager), vergezeld door de gemachtigde.

[verweerster] is in persoon verschenen, vergezeld door [naam 3] . Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, [verweerster] aan de hand van overgelegde schriftelijke aantekeningen.

Na verder debat is beschikking gevraagd en is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

1.1.

[verweerster] , geboren op [geboortedatum] , is sinds 1 december 2016 in dienst van DONS in de functie van groepsleerkracht. Het salaris op basis van een werkweek van 10 uren bedraagt € 912,60 bruto per maand exclusief vakantietoeslag.

1.2.

DONS biedt naschoolse opvang aan voor leerlingen van de scholen waar DONS is gestationeerd.

1.3.

In de periode van 16 maart 2020 tot en met 7 juni 2020 en van 16 december 2020 tot en met 18 april 2021 heeft DONS de opvang van overheidswege moeten sluiten in verband met de coronapandemie.

1.4.

Bij e-mail van 14 april 2021 heeft DONS haar werknemers geïnformeerd over de heropening van de opvang. Daarbij wordt verwezen naar de website van DONS waarop de algemene coronamaatregelen zijn vermeld en de actuele beslisboom kan worden bekeken. Ook wordt het volgende vermeld: “Als je klachten krijgt (ook in het weekend), maak dan meteen een afspraak bij de RAI of een andere locatie waar je met prioriteit kunt testen. Je hebt de uitslag dan al dezelfde dag.”

1.5.

In de nieuwsbrief van DONS van mei 2021 is het volgende vermeld: “Alle kinderopvangorganisaties hebben van de overheid zelftesten ontvangen, waarmee medewerkers zichzelf tot de zomer (2x per week) preventief kunnen testen. Zo kunnen op een laagdrempelige manier sneller besmettingen worden opgespoord en mogelijke uitbraken en quarantaines worden voorkomen. (..) Het gebruik van een zelftest is altijd vrijwillig en is een aanvulling op de bestaande coronamaatregelen voor de kinderopvang en het testbeleid van de GGD, en komt hier dus niet voor in de plaats. (..)”.

1.6.

In de nieuwsbrief van DONS van juni 2021 is het volgende vermeld: “We zijn erg blij dat, na een trage start in januari, het vaccineren nu zo snel gaat. (..) We zijn blij, omdat de risico’s voor de gezondheid afnemen en we stap voor stap meer vrijheid terugkrijgen. Wij vinden het dan ook belangrijk dat medewerkers zich laten vaccineren, zodat we bij DONS naar een veilige werkomgeving terug kunnen. Er zal minder uitval en verzuim zijn, waardoor we meer continuïteit kunnen bieden aan de kinderen. (..) Als organisatie respecteren wij de eigen keuze en vrijheid en je mag erop vertrouwen dat we dit te allen tijde zullen blijven doen. Welke keuze je ook maakt, we vragen iedereen bij DONS respectvol om te gaan met ieders mening hierover. (..).”

1.7.

DONS heeft haar werknemers de instructie gegeven zich te laten testen wanneer zij als nauw contact van een met corona besmet persoon worden gezien of zelf klachten hebben.

1.8.

[verweerster] heeft vanwege klachten bij haarzelf en vanwege een nauw contact met een (naar later bleek) met corona besmette collega twee keer tien dagen in thuisquarantaine doorgebracht. [verweerster] weigert zich te laten testen op het coronavirus.

1.9.

Op 9 augustus 2021 heeft tussen DONS en [verweerster] een gesprek plaatsgevonden en heeft DONS [verweerster] twee weken op non-actief gesteld met doorbetaling van loon omdat [verweerster] bij haar weigering om zich te laten testen bleef.

1.10.

Bij e-mail van 18 augustus 2021 aan [verweerster] heeft DONS de op non-actiefstelling bevestigd en als volgt gemotiveerd: “In ons gesprek van maandag 9 augustus jl. hebben we je aangegeven waarom we geen andere mogelijkheid zagen dan je voorlopig niet in te zetten op de werkvloer. Zoals jij het aangaf is jouw waarheid er een waarin een PCR-test geen Corona kan aantonen. En vooropgesteld dat we jouw mening en keuzes respecteren, past deze waarheid niet goed bij die volgens welke de kinderopvang handelt. DONS heeft een zorgplicht en probeert op advies van overheid en instanties met de juiste voorzorgsmaatregelen een zo veilig mogelijke en verantwoorde omgeving te borgen voor kinderen, ouders en DONS-docenten. Deze verantwoordelijkheid volgt ook specifiek uit de Wet Kinderopvang, de Wet IKK en de nadere regelgeving rond Corona. Op grond van de Arbowetgeving is DONS als werkgever daarnaast verantwoordelijk voor het creëren en waarborgen van een veilige werkomgeving voor ál haar werknemers én de kinderen. Dit gegeven vormt de reden waarom wij alle DONS-ers, die als nauw contact worden gezien of zelf klachten hebben, de instructie geven om zich uit voorzorg te laten testen.

Vanwege jouw keuze om niet te testen hebben wij je inmiddels twee keer in een tijdsbestek van een maand, 10 dagen moeten missen, wat een aanzienlijke impact heeft gehad op je collega’s en de kinderen op de dagen dat je ingeroosterd stond. De eerste quarantaine was je als nauw contact aangewezen van een collega die positief was getest. Tijdens jouw tweede quarantaine, toen je zelf ziek was, realiseerden we ons welke gevolgen dit met zich mee had gebracht wanneer je die dag of in de twee dagen voorafgaand aan je eerste symptomen, voor DONS op de werkvloer had gestaan. Dat zou namelijk, volgens de richtlijnen van de Rijksoverheid, betekend hebben dat we ouders van verschillende kleurgroepen als ook veel van je collega’s op de hoogte hadden moeten brengen van een “mogelijke besmetting bij DONS”. Om hen vervolgens met dit onzekere bericht uit voorzorg en dus wellicht volstrekt onnodig in quarantaine te moeten sturen. (..) Daarnaast zullen wij deze verloren dagen moeten compenseren en jouw diensten moeten vervangen. Dit maakt het al met al voor ons een onwerkbare en onwenselijke situatie.(..) Het gaat hierin met name over de belangenafweging tussen jouw lichamelijke integriteit en de vrijheid om keuzes te maken én de zorgplicht van DONS ten opzichte van medewerkers, kinderen en ouders. Vanuit die zorgplicht geven wij alle DONS-ers de instructie zich te laten testen, wanneer zij als nauw contact worden gezien of zelf klachten hebben. Wij ontvangen dan ook graag jouw schriftelijke bevestiging dat jij daarmee instemt, zodat wij je weer op de groep kunnen plaatsen wanneer de non-actief periode op 23 augustus afloopt.”

1.11.

Bij brief van 24 augustus 2021 heeft [verweerster] aan DONS aangegeven de gevraagde schriftelijke bevestiging niet te zullen geven. Zij schrijft: “Jullie schrijven dat DONS een zorgplicht heeft en dat klopt natuurlijk. Iedere school dient namelijk in te staan voor de veiligheid en gezondheid van de kinderen en docenten. Maar drang uitoefenen op docenten om een PCR-test te nemen past daar niet bij, of beter gezegd, je begeeft je dan als verantwoordelijke op het pad van het plegen van een strafbaar feit. Dwang uitoefenen op mensen is namelijk strafbaar. (..) Als ik niet mag werken omdat ik mij niet wil laten testen, is dat dwang en dwang is strafbaar.” Verder heeft [verweerster] aangegeven dat de PCR-test ondeugdelijk is en niet geschikt is om besmettingen vast te stellen. Ten slotte doet [verweerster] een beroep op artikel 10 lid 1, artikel 11 van de Grondwet en de code van Neurenberg.

1.12.

Bij brief van 3 september 2021 heeft de gemachtigde van DONS [verweerster] een eerste officiële waarschuwing gegeven en opgeroepen voor een gesprek met DONS op 7 september 2021. Vanwege het verlof van [verweerster] is het gesprek verplaatst naar 14 september 2021.

1.13.

[verweerster] heeft bij brief van 7 september 2021 aan de gemachtigde van DONS verzocht om een bewijs dat de PCR-test besmettelijkheid kan aantonen. Na ontvangst daarvan zal zij zich beraden of zij ingaat op de uitnodiging voor het gesprek. [verweerster] verschijnt niet op het gesprek van 14 september 2021.

1.14.

De gemachtigde van DONS heeft bij e-mail van 16 september 2021 aan [verweerster] een tweede officiële waarschuwing gegeven en [verweerster] opgeroepen voor een gesprek op 21 september 2021.

1.15.

Op 21 september 2021 heeft een gesprek tussen partijen plaatsgevonden, waarbij [verweerster] bij haar weigering om een test te laten doen is gebleven.

Verzoek

2. DONS verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de arbeidsovereenkomst met [verweerster] ex artikel 7:671b lid 1, onderdeel a Burgerlijk Wetboek (BW) te ontbinden, zonder toekenning van een transitievergoeding, met veroordeling van [verweerster] in de kosten van het geding.

3. Aan dit verzoek legt DONS ten grondslag dat sprake is van een redelijke grond als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 jo lid 1 BW. Volgens DONS is sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] (e-grond), zodanig dat van DONS redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Subsidiair verzoekt DONS ontbinding op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond).

4. Omdat volgens DONS sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerster] , verzoekt DONS de arbeidsovereenkomst dadelijk te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 9 sub b BW.

5. Ter onderbouwing van haar verzoek stelt DONS het volgende. In verband met de coronapandemie heeft de kinderopvangbranche coronabeleid ontwikkeld in lijn met de maatregelen vanuit de overheid. Dit beleid werd (en wordt) steeds aangepast aan de actuele omstandigheden in Nederland. DONS heeft een zorgplicht. [verweerster] heeft stelselmatig geweigerd aan de voorschriften en instructies van DONS te voldoen, waardoor DONS [verweerster] niet haar werk kan laten doen. Zo heeft [verweerster] in juli 2021 geweigerd zich te laten testen nadat zij in nauw contact was geweest met een besmette collega als gevolg waarvan zij tien dagen in thuisquarantaine moest. In augustus 2021 had [verweerster] zelf coronagerelateerde klachten. Omdat zij wederom weigerde zich te laten testen moest zij weer tien dagen in thuisquarantaine. DONS heeft getracht in gesprek te gaan met [verweerster] om uit de impasse te geraken, maar dit heeft niet tot een oplossing geleid. [verweerster] is sinds 9 augustus 2021 op non-actief gesteld met behoud van loon. Door de weigering om zich te laten testen en andere gedragingen van [verweerster] is inmiddels een verstoorde arbeidsverhouding ontstaan. DONS stelt [verweerster] niet meer te kunnen vertrouwen.

Verweer en voorwaardelijk tegenverzoek

6. [verweerster] verweert zich tegen het verzoek en verzoekt primair de verzochte ontbinding af te wijzen. Voor zover de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerster] -bij wijze van voorwaardelijk tegenverzoek- om de arbeidsovereenkomst te ontbinden en DONS te veroordelen tot betaling van een vergoeding van € 12.000,00 netto.

7. [verweerster] voert daartoe aan dat zij ervoor heeft gekozen bij klachten en bij contact met een besmet persoon tien dagen in thuisquarantaine te gaan. Zij weigert zich te laten testen. Daarbij beroept zij zich -kort samengevat- op de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Beoordeling

8. Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden op grond van artikel 7:671b lid 1 BW. Vaststaat dat geen sprake is van strijd met enig opzegverbod zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 2 BW dat aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg staat.

9. Naar het oordeel van de kantonrechter is er een redelijke grond om de arbeidsovereen-komst te ontbinden. Daarover wordt het volgende overwogen.

juridisch kader

10. Artikel 7:669 lid 1 BW bepaalt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst kan opzeggen indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Herplaatsing ligt in ieder geval niet in de rede indien sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer als bedoeld in art. 7:669 lid 3, onder e, BW.

11. Art. 7:669 lid 3, aanhef en onder e, BW bepaalt dat onder een redelijke grond als bedoeld in artikel 7:669 lid 1 BW wordt verstaan verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

verwijtbaar handelen?

12. DONS heeft aan haar verzoek primair verwijtbaar handelen van [verweerster] (e-grond) ten grondslag gelegd. In de kern gaat het er om of [verweerster] door het weigeren in de door DONS omschreven gevallen een PCR-test te laten doen op het coronavirus jegens DONS verwijtbaar heeft gehandeld en zo ja, of dat tot ontbinding dient te leiden.

13. Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.

14. Sinds maart 2020 heeft het kabinet diverse maatregelen genomen in verband met de uitbraak van het SARS-Cov-2 virus (verder: het coronavirus). DONS volgt het landelijk beleid voor de bestrijding van deze pandemie en neemt op basis daarvan maatregelen op de werkvloer. Onder deze maatregelen valt de instructie aan het personeel om zich bij de GGD te laten testen op het coronavirus als zij in de buurt zijn geweest van een met het coronavirus besmet persoon danwel zelf coronagerelateerde klachten hebben.

15. Bij de beantwoording van de vraag of [verweerster] verwijtbaar heeft gehandeld zijn botsende grondrechten in het geding. Enerzijds zijn dat de grondrechten die nopen tot het terugdringen van de coronapandemie en daarmee tot het nemen van beschermende maatregelen, welke maatregelen door DONS op de werkvloer zijn doorgevoerd. Daarbij valt te denken aan artikel 22 Grondwet, dat waarborgt dat de overheid maatregelen treft ter waarborging van de bevordering en bescherming van de volksgezondheid. Dat de overheid daadwerkelijk moet optreden om een systematisch of structureel disfunctioneren van ziekenhuisdiensten te voorkomen werd in 2019 al door onder andere het EHRM uitgesproken (ECLI:CE:ECHR:2019:0625JUD005496909).

16. Anderzijds kan het invoeren van maatregelen door een werkgever op de werkvloer ook grondrechten van een werknemer beperken. [verweerster] heeft zich daar ook op beroepen. Het gaat dan om het recht op lichamelijke integriteit en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10 en 11 Grondwet).

17. Volgens vaste jurisprudentie is het recht op lichamelijke integriteit en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer echter niet absoluut. Onder omstandigheden is een inbreuk op een grondrecht gerechtvaardigd, ook in de arbeidsrelatie. Daarbij dient de inperking een legitiem doel te hebben, noodzakelijk te zijn (geschikt middel), proportioneel te zijn (verhouding doel en inbreuk) en te voldoen aan het subsidiariteitsvereiste (geen minder ingrijpend middel).

legitiem doel

18. Het doel van de instructie van DONS aan de werknemer om zich te laten testen is het verminderen van de verspreiding van het coronavirus op de werkvloer en daarmee zorg te dragen voor een veilige werkomgeving, zowel voor de werknemer in kwestie als voor haar collega’s, de kinderen en hun ouders. DONS heeft als werkgever op grond van artikel 7:658 BW en artikel 3 Arbowet de plicht voor een veilige en gezonde werkomgeving te zorgen. Daarbij is van belang dat bij DONS sprake is van een epidemiologisch risicovolle situatie op de werkvloer. Inherent aan het werk van [verweerster] is immers dat zij niet voldoende afstand kan houden van haar collega’s en zeker niet van de kinderen. Het doel van de instructie is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook legitiem.

geschikt middel

19. Ook acht de kantonrechter het middel, het doen van een PCR-test, een geschikt middel. In zijn uitspraak van 18 mei 2021 heeft het Gerechtshof Den Haag over de PCR-test het volgende overwogen (ECLI:NL:GHDHA:2021:869).

20. De PCR-test is een test waarmee een stukje genetisch materiaal van een virus kan worden opgespoord, in dit geval genetisch materiaal van het coronavirus. Wanneer dat materiaal in de geteste persoon aanwezig is, is dat daar achtergelaten door het coronavirus. Dat virus heeft die persoon dan dus “besmet”. Omdat dat virus alleen aantoonbaar is met een PCR-test wanneer er voldoende virusdeeltjes aanwezig zijn, duidt een positieve PCR-testuitslag er in beginsel op dat ook een infectie (vermenigvuldiging) heeft plaatsgevonden. Omdat vaststaat dat het coronavirus de ziekte Covid-19 kan veroorzaken, is bij een positieve testuitslag dus een (potentiële) ziekteverwekker aangetroffen. Daaraan doet niet af dat er ook sprake kan zijn van vals-positieve uitslagen en dat een positieve testuitslag niet zonder meer inhoudt dat de geteste persoon besmettelijk is. In combinatie met klachten die passen bij het virus of in combinatie met het feit dat de geteste persoon in contact is geweest met een andere positief geteste persoon, betekent een positieve uitslag in elk geval wel dat de kans reëel is dat de persoon besmettelijk is (geweest) of nog kan worden. Niet gebleken is van een andere methode die meer geschikt is dan testen om het coronavirus op te sporen.

21. De PCR-test wordt op dit moment wereldwijd, en ook door de Europese Commissie en het Europees Centrum voor ziektepreventie en bestrijding, beschouwd als de meest betrouwbare test om de aanwezigheid van (deeltjes van) het coronavirus aan te tonen.

proportionaliteits- en subsidiariteitsvereiste

22. De instructie aan de werknemer om zich te laten testen kan naast de normale bij DONS geldende veiligheidsregels, naar het oordeel van de kantonrechter als proportioneel worden aangemerkt. Het coronavirus is zeer besmettelijk en een minder verstrekkend middel om hetzelfde doel te bereiken, is niet door [verweerster] genoemd en niet goed voorstelbaar, zeker niet in de periode waarin de weigering van [verweerster] om zich te laten testen zich afspeelde.

23. [verweerster] heeft aangevoerd dat zij ervoor kiest zich niet te laten testen maar om in quarantaine te gaan in de door DONS bedoelde situaties. Van DONS kan echter op grond van onder meer bedrijfseconomische- en roostertechnische redenen niet verlangd worden dat zij [verweerster] telkens als zij weigert een test te laten doen toestaat om tien dagen in quarantaine te gaan. Bovendien is er een gerede kans dat [verweerster] onnodig in quarantaine gaat, waardoor ook derden, waaronder andere medewerkers, kinderen en ouders, onnodig in quarantaine moeten gaan. In zoverre is de maatregel ook proportioneel.

conclusie

24. De kantonrechter komt gelet op het vorenstaande tot de conclusie dat de instructie van DONS om in bepaalde situaties een PCR-test van [verweerster] te verlangen weliswaar een inbreuk vormt op haar recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en het recht op onaantastbaarheid van het lichaam, maar toch redelijk is omdat aan de hierboven genoemde voorwaarden om haar grondrechten in te perken is voldaan. Het doel van DONS om door de instructie een veilige (werk)omgeving te scheppen weegt naar het oordeel van de kantonrechter zwaarder dan het bezwaar van [verweerster] tegen het moeten ondergaan van een PCR-test. De inbreuk op de grondrechten van [verweerster] acht de kantonrechter dan ook gerechtvaardigd. Door stelselmatig niet te voldoen aan de redelijke instructie van DONS heeft [verweerster] naar het oordeel van de kantonrechter verwijtbaar gehandeld.

ontbinding

25. Op verzoek van DONS zal daarom de arbeidsovereenkomst worden ontbonden op grond van artikel 7:669 lid 3, onder e BW. Herplaatsing van [verweerster] binnen DONS ligt in een dergelijk geval niet in de rede.

26. De kantonrechter acht het handelen van [verweerster] echter niet zodanig dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen zal worden uitgesproken.

27. Het vorenstaande betekent dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden met inachtneming van de geldende opzegtermijn. Deze bedraagt twee maanden. Omdat op grond van artikel 7:671b lid 9, aanhef en onder a BW die termijn moet worden verminderd met de duur van deze procedure, met dien verstande dat een termijn van ten minste een maand resteert, zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden met ingang van 1 april 2022.

vergoeding

28. [verweerster] heeft verzocht in het geval de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden aan haar een vergoeding toe te kennen. Zij heeft daarbij niet aangegeven of de verzochte vergoeding een billijke vergoeding danwel een transitievergoeding, dan wel een combinatie van deze vergoedingen, betreft.

29. Voor zover [verweerster] heeft gedoeld op toekenning van een billijke vergoeding overweegt de kantonrechter dat gelet op artikel 7:671b lid 9, onderdeel c, BW voor toekenning van een billijke vergoeding alleen plaats is indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat of als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren. Een dergelijke situatie doet zich hier naar het oordeel van de kantonrechter niet voor. Gebleken is dat DONS heeft getracht in gesprek te komen en blijven met [verweerster] om tot een oplossing te komen van hetgeen partijen verdeeld houdt, zoals een goed werkgever betaamt. Nu geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van DONS zal geen billijke vergoeding worden toegewezen.

29. Nu evenmin sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerster] als bedoeld in artikel 7:673 lid 7 onderdeel c BW is DONS overeenkomstig artikel 7:673 BW wel aan [verweerster] de transitievergoeding verschuldigd. Deze vergoeding zal worden bepaald op een bedrag van € 1.785,56 bruto.

31. Nu aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden, hoeft DONS geen gelegenheid krijgen het verzoek in te trekken.

proceskosten

32. Bij deze uitkomst van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 april 2022;

kent aan [verweerster] een transitievergoeding toe ten laste van DONS ter hoogte van € 1.785,56 bruto;

veroordeelt DONS tot betaling van deze vergoeding;

bepaalt dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen;

verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.M. Bilderbeek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.