Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:4063

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-06-2022
Datum publicatie
02-08-2022
Zaaknummer
C/13/714524 / HA RK 22-67
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Voorlopig deskundigenbericht. Geen selectie van medisch dossier ter voorkoming van hindsight of outcome bias van deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2022-0522
GZR-Updates.nl 2022-0200
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/714524 / HA RK 22-67

Beschikking van 23 juni 2022

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

advocaat mr. S.J. de Groot te Amersfoort,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

AMSTERDAM UMC, LOCATIE VUMC,

zetelend te Amsterdam,

verweerster,

advocaat mr. J.A. de Clerck te Utrecht.

Partijen worden hierna [verzoekster] en VUmc genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen van 25 februari 2022,

  • -

    de tussenbeschikking van 31 maart 2022, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

  • -

    het verweerschrift met bijlagen van 9 mei 2022,

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 16 mei 2022, met de daarin genoemden (proces)stukken.

1.1.

De beschikking is bepaald op heden.

2 Feiten

2.1.

[verzoekster] is de echtgenoot van wijlen de heer [naam] (hierna: [naam] ).

2.2.

[naam] is in de avond van 29 maart 2011 bij het VUmc binnengekomen op de SEH, waarna hij na diverse onderzoeken is opgenomen op de afdeling longziekten.

2.3.

In de daarop volgende nacht, op 30 maart 2011, is [naam] overleden aan een myocardinfarcering, dan wel een ernstige ritmestoornis bij hartfalen.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen. [verzoekster] stelt dat het VUmc toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst met [naam] , althans dat het VUmc onzorgvuldig heeft gehandeld. Volgens [verzoekster] is tijdens de triage op de SEH en daarop volgende opname niet voldaan aan de medisch professionele standaard. [verzoekster] wil graag duidelijkheid verkrijgen over haar proceskansen in verband met het nemen van verdere rechtsmaatregelen tegen het VUmc door middel van benoeming van en rapportage door een medisch deskundige.

3.2.

Het VUmc betwist dat niet overeenkomstig de medisch professionele standaard is gehandeld. Het VUmc voert geen verweer tegen het verzoek van [verzoekster] om een voorlopige deskundige te benoemen. Wel maakt het VUmc bezwaar tegen de door [verzoekster] voorgestane wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd en tegen de door [verzoekster] voorgestelde vraagstelling. Volgens het VUmc moet de deskundige zijn oordeel over het medisch handelen op 29 maart 2011 vormen zonder kennis van het uiteindelijke medisch beloop, te weten het tijdens de opname Longziekten overlijden van [naam] en de oorzaak daarvan. Het VUmc vreest dat anders de zogenaamde hindsight bias of outcome bias de beoordeling van de deskundige zal vertroebelen. Daarom stelt het VUmc zich op het standpunt dat aan de deskundige enkel het medisch dossier en de medische gegevens ter beschikking worden gesteld tot de opname van [naam] op de afdeling Longziekten, zodat een situatie wordt gecreëerd vergelijkbaar met de situatie waarin de behandelend artsen zich bevonden.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna - indien nodig - worden ingegaan.

4 De beoordeling

Voorlopig deskundigenonderzoek

4.1.

Een voorlopig deskundigenonderzoek kan ertoe dienen een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen bericht zekerheid te verkrijgen over voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden en aldus beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen en/of, als daartoe wordt overgegaan, beter te kunnen toelichten op grond waarvan een vordering wordt ingesteld of verweer wordt gevoerd. Voorop staat dat een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenonderzoek in beginsel dient te worden toegewezen, mits dat verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Dit is echter anders indien de rechter op grond van feiten en omstandigheden van oordeel is dat het verzoek in strijd is met een goede procesorde, dat van de bevoegdheid toepassing van dit middel te verlangen, misbruik wordt gemaakt – bijvoorbeeld omdat verzoeker wegens onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot het uitoefenen van die bevoegdheid kan worden toegelaten – of dat het verzoek moet afstuiten op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

4.2.

Nu de vraag of er medisch zorgvuldig is gehandeld centraal staat, [verzoekster] haar procespositie ook op dat punt nader wil bepalen, en het verzoek tot een voorlopig

deskundigenbericht in het licht van die vraag relevant en voldoende concreet is, geldt het uitgangspunt dat een verzoek daartoe moet worden toegewezen. De rechtbank zal dan ook een voorlopig deskundigenonderzoek bevelen.

Inrichting van het deskundigenonderzoek

4.3.

In geschil is of een selectie dient te worden gemaakt in de medische informatie die aan de deskundige wordt verstrekt.

4.4.

De rechtbank stelt voorop dat het in een deskundigenonderzoek zoals hier aan de orde niet uitsluitend gaat om de beoordeling van beeldmateriaal en dat niet is te voorkomen dat enige bias zal ontstaan. Dit laatste wordt in de terzake relevante literatuur onderkend. Onzeker is dan ook of winst kan worden behaald met het schiften van het dossier, zoals door het VUmc beoogd.

Het is van groot belang dat de juiste informatie aan de deskundige wordt overhandigd. Het selectief presenteren van het dossier aan de deskundige brengt het risico mee dat de deskundige onvoldoende wordt geïnformeerd. Daarmee kan de kwaliteit van het onderzoek en de waarheidsvinding in gevaar komen. Dat dit risico reëel is, bleek al bij de mondelinge behandeling, toen [verzoekster] terecht wees op bepaalde informatie waarover de behandelend arts(en) op de SEH wel beschikte(n), maar die in de door het VUmc gemaakte selectie ontbrak.

Indien de verzoeker van een voorlopig deskundigenbericht in een medische aansprakelijkheidszaak zich moet buigen over een (door de verweerder gewenste) selectie van het medisch dossier, heeft dat niet alleen praktische maar ook financiële implicaties. Voor die selectie zal doorgaans een medisch advies moeten worden ingewonnen. Een en ander werpt een verhoogde drempel op voor het inwinnen van een voorlopig deskundigenbericht, hetgeen op gespannen voet staat met het doel en de strekking van het voorlopig deskundigenrapport.

Verder is het in beginsel aan de deskundige om te bepalen over welke informatie hij wenst te beschikken en op welke wijze hij de beschikbare informatie zal raadplegen in het kader van de door hem te beantwoorden vragen. Hij dient zich ervan rekenschap te geven dat de kans op hindsight of outcome bias bestaat en bij voorkeur in zijn rapport te motiveren waarom hij desondanks tot zijn conclusie is gekomen.

4.5.

De rechtbank is, na afweging van de betrokken belangen, van oordeel dat de nadelen van de door het VUmc beoogde werkwijze niet opwegen tegen het mogelijke voordeel en zal dan ook geen restricties verbinden aan de omvang van het medisch dossier dat [verzoekster] aan de deskundige zal overhandigen. Wel zal aan de deskundige de door partijen (vooruitlopend op het oordeel van de rechtbank) geformuleerde vraag 5 worden voorgelegd.

Deskundige

4.6.

Partijen zijn het eens over de persoon van de te benoemen deskundige, te weten prof. dr. J.G. van der Hoeven. Desgevraagd heeft prof. dr. J.G. van der Hoeven aan de rechtbank meegedeeld bereid en in staat te zijn als deskundige op te treden. De rechtbank zal deze deskundige benoemen.

Vragen

4.7.

Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard het eens te zijn over de aan de deskundige voor te leggen vragen. Aan de deskundige zullen deze (door partijen geformuleerde en) in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd. De vraagstelling is in concept aan de deskundige meegedeeld en hij heeft verklaard hiermee uit de voeten te kunnen.

Voorschot

4.8.

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de verzoekende partij moet worden gedeponeerd.

4.9.

De deskundige hanteert een uurtarief van € 125 incl. btw. Hij heeft ingeschat 30-40 uur aan het onderzoek te moeten besteden. [verzoekster] heeft zich akkoord verklaard met het voorschot. Het VUmc heeft de rechtbank bericht dat zij kan instemmen met het uurtarief van de deskundige, maar dat zij de verwachte tijdsbesteding uitzonderlijk hoog acht. Het VUmc heeft voorgesteld dat de deskundige eerst de tijd die hij verwacht aan het onderzoek nader specifieert. De rechtbank begroot het voorschot op 40 x € 125 = € 5.000 incl. btw. De rechtbank acht een nadere specificatie vooraf niet nodig, omdat dit voorschot haar redelijk voorkomt. De deskundige dient bij zijn declaratie te zijner tijd zijn tijdsbesteding te specificeren en verantwoorden.

Overig

4.10.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

4.11.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

Vraag 1

Kunt u een beschrijving geven van het beloop van de triage en ziekenhuisopname van de heer [naam] ?

Vraag 2

Is de beoordeling op de SEH en het besluit tot opname van [naam] op de afdeling longziekten overeenkomstig de op dat moment geldende medisch professionele standaard geweest? Wilt u daarbij ook aandacht besteden aan de uitgevoerde onderzoeken en de interpretatie van de uitslagen? Wilt u uw antwoord zoveel als mogelijk motiveren en daarbij zo mogelijk verwijzen naar literatuur, protocollen, richtlijnen etc.?

Vraag 3

Indien u tot het oordeel komt dat niet in overeenstemming met de medisch professionele standaard is gehandeld, wilt u dan uitleggen hoe er wel gehandeld had moeten worden? Wilt u uw antwoord zoveel als mogelijk motiveren en daarbij zo mogelijk verwijzen naar literatuur, protocollen, richtlijnen, etc.?

Vraag 4

Indien u tot het oordeel komt dat niet in overeenstemming met de medisch professionele standaard is gehandeld, wilt u dan – voor zover mogelijk binnen uw vakgebied – toelichten in welke zin het beloop voor betrokkene anders zou zijn geweest?

Vraag 5

Hoe is in de beoordeling rekening gehouden met de informatie over het verdere verloop waarover artsen ten tijde van SEH geen beschikking hadden?

Vraag 6

Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen, binnen uw vakgebied en in het kader van de aan uw verstrekte opdracht overige relevante opmerkingen die u naar voren wil brengen?

5.2.

benoemt tot deskundige:

Prof. dr. J.G. van der Hoeven

[adres]

telefoonnummer: [telefoonnummer]

e-mail: [e-mailadres]

het voorschot

5.3.

bepaalt het voorschot op € 5.000 (incl. btw),

5.4.

bepaalt dat [verzoekster] het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

5.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

5.6.

bepaalt dat [verzoekster] haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

5.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

5.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • -

    de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

  • -

    de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

  • -

    indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

5.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

5.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk twee maanden na deze beslissing een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

5.11.

wijst de deskundige er op dat:

  • -

    uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • -

    dat de deskundige [verzoekster] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van haar inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in art. 7:464 lid 2 onder b BW en, indien [verzoekster] als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [verzoekster] (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en [verzoekster] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of [verzoekster] gebruik wil maken van haar blokkeringsrecht (waarbij [verzoekster] zich van commentaar op het concept moet onthouden),

  • -

    dat, indien [verzoekster] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van haar blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,

  • -

    dat, indien [verzoekster] geen gebruik maakt van haar inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden

5.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Bockwinkel, bijgestaan door mr. C. Mellema, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2022.1

1 type: coll: