Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:3141

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-06-2022
Datum publicatie
09-06-2022
Zaaknummer
C/13/717154 / KG ZA 22-388
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Een Russische vennootschap, deel van de Nederlandse Boskalis-groep, werkte aan een LNG-project in Rusland en heeft na de Russische inval in Oekraine het werk gestaakt. EU-sancties (Verordening (EU) nr. 833/2014) van toepassing? De opdrachtgever vindt van niet en verzoekt bank om uitbetaling bankgaranties. Boskalis wil dat tegenhouden in kort geding. Verbod op trekken en uitbetalen bankgaranties toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2022/257
NTHR 2022, afl. 4, p. 157
RF 2022/62
JOR 2022/247 met annotatie van Russcher, P.C.
TVA 2022/98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/717154 / KG ZA 22-388 EAM/MAH

Vonnis in kort geding van 9 juni 2022

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOSKALIS WESTMINSTER DREDGING B.V.,

gevestigd te Papendrecht,

2. de rechtspersoon (limited liability company) naar Russisch recht

BOSKALIS LLC,

gevestigd te Sint Petersburg, Rusland,

eiseressen bij dagvaarding op verkorte termijn van 9 mei 2022

advocaten mr. A.R.J. Croiset van Uchelen en mr. S.J. van Calker te Amsterdam, tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAREN B.V.,

gevestigd te Amsterdam, gedaagde,

advocaten mr. E.C. Netten en mr. F.A. van de Wakker te Amsterdam, en

2. de rechtspersoon naar Frans recht

CRÉDIT AGRICOLE CORPORATE & INVESTMENT BANK S.A., via haar

bijkantoor

CRÉDIT AGRICOLE CORPORATE & INVESTMENT BANK, Belgium

Branch,

gevestigd te Parijs, Frankrijk, mede kantoorhoudende te Brussel, België, gedaagde,

advocaten mr. A.J. Haasjes en mr. A.C. Rozeman te Amsterdam

Partijen zullen hierna ook Boskalis c.s., Saren en CACIB worden genoemd. Eiseressen 1 en 2 zullen afzonderlijk BWD en Boskalis LLC worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Bij de zitting op 19 mei 2022 waren aanwezig:

- aan de kant van Boskalis c.s.: [naam 1] en [naam 2] , met mr. Croiset van Uchelen, mr. Van Calker, mr. J.W. Krabbendam en mr J. J. Strijder,

- aan de kant van Saren: [naam 3] (contract manager), [naam 4] (dep. contract manager) en [naam 5] (barrister) (alledrie via videoverbinding), [naam 6] (directeur), allen bijgestaan door een tolk Engels, en [naam 7] , met mr. Netten en mr. Van de Wakker,

- aan de kant van CACIB: mr. Haasjes en mr. Rozeman.

1.2.

Op de zitting heeft Boskalis c.s. de dagvaarding toegelicht. Saren heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een tevoren ingediende conclusie van antwoord. CACIB heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Alle partijen hebben een pleitnota in het geding gebracht en Boskalis c.s. en Saren ook producties.

1.3.

Aan het slot van de zitting heeft de voorzieningenrechter vonnis bepaald op 9 juni 2022 en bij wijze van – direct ingaande – ordemaatregel:

- aan CACIB verboden om enige uitbetaling te doen onder enig verzoek tot uitbetaling onder de bankgaranties, bedoeld in punt 3.9 van de dagvaarding, totdat vonnis is gewezen in dit kort geding, en

- de termijn van vijf werkdagen waarbinnen CACIB dient te beslissen op het op 18 mei 2022 door Saren gedane verzoek tot uitbetaling geschorst met ingang van 19 mei 2022 totdat vonnis is gewezen in dit kort geding.

2 De feiten

2.1.

BWD is een Nederlandse vennootschap, dochter van de topholding (Koninklijke Boskalis Westminster N.V.) van de Boskalis-groep. De groep is een grote internationale dienstverlener op het gebied van baggeren, maritieme infrastructuur en maritieme diensten. De groep is wereldwijd actief met ruim 600 schepen en vaartuigen en meer dan l0.000 medewerkers, inclusief deelnemingen. Boskalis LLC is een vennootschap naar Russisch recht binnen de groep. Haar aandelen worden (indirect) voor 100% gehouden door BWD.

2.2.

Saren is een Nederlandse vennootschap, opgericht in 2018 door Servizi Energia Italia S.p.A., een indirecte dochtermaatschappij van Saipem S.p.A. (Saipem) en RHI Russia B.V., een indirecte dochtermaatschappij van Rönesans Holding A.S. (Renaissance). Saipem is een vennootschap naar Italiaans recht en Renaissance is een Turkse projectontwikkelaar met een grote aanwezigheid in de Russische Federatie (hierna: Rusland) en andere voormalige Sovjetstaten. Saren is een joint venture, opgericht als special purpose vehicle om de functie van aannemer te vervullen voor het na te noemen Arctic LNG 2 Project. Zij opereert via haar geregistreerde branch in Moermansk, Rusland.

2.3.

De Russische vennootschap LLC Arctic LNG 2 (Arctic) is opdrachtgever van (onder meer) Saren in het Arctic LNG 2 Project (het Project), dat de bouw behelst van een LNG (liquid natural gas) terminal ten zuidoosten van Nova Zembla op het Russische schiereiland Gydan. In de terminal wordt gas uit het Utrenneye- gasveld omgezet in LNG en stabiel gascondensaat en overgeslagen op transportijsbrekers. Als onderdeel van het Project worden drie gravity-based structures (GBS'en) gebouwd waar de transportijsbrekers kunnen aanleggen. Hierop worden zogeheten 'LNG-treinen' geplaatst waarin het gewonnen aardgas kan worden omgezet in LNG, wat daar (tijdelijk) kan worden opgeslagen en vervolgens naar de schepen overgeslagen. Met de transportijsbrekers kan het gas dat op Gydan wordt geproduceerd vrijwel het gehele jaar worden vervoerd in westelijke richting naar Moermansk of in oostelijke richting naar oost-Rusland en Japan.

De GBS'en met daarbovenop de LNG-treinen worden in Moermansk gebouwd en enkele honderden kilometers naar Gydan gesleept om daar op hun definitieve plaats te worden gelegd. Vanwege het arctische klimaat op Gydan zijn er jaarlijks slechts circa acht weken waarin de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. De drie GBS'en en LNG-treinen zouden daarom één voor één worden geplaatst in de zomers van respectievelijk 2022, 2023 en 2025.

2.4.

Arctic is een joint venture tussen Novatek (Rusland, 60%), TotalEnergies (Frankrijk, 10%), CNPC (China, 10%), CNOOC (China, 10%) en een consortium bestaande uit Mitsui en Jogmec (Japan, 10%).

2.5.

Arctic heeft een aanneemovereenkomst gesloten met Saren, die op haar beurt twee onderaanneemovereenkomsten (de Work Contracts) met Boskalis LLC heeft gesloten:

(1) het LNG Train Underbase Foundation, Scour Protection and Backfilling Work Contract van 25 februari 2021 (het Bedding Contract); en

(2) de Bundwall Removal DDG1 and DDG2 Work Contract van 29 december 2021 (het Bundwall Contract).

Op de Work Contracts zijn de algemene voorwaarden van Saren van toepassing met de daarin door Boskalis LLC bedongen aanpassingen (de Work Contract GTC, hierna ook: WCG).

2.6.

De werkzaamheden van Boskalis LLC binnen het Project zien onder meer op het uitbaggeren van de zeebodem en deze voorzien van een deklaag van stenen die als fundering zullen dienen voor de GBS'en.

2.7.

Artikel 33 WCG bevat een specifieke regeling voor het geval sancties van toepassing worden op de werkzaamheden onder de Work Contracts. Indien een partij vindt dat door sancties de werkzaamheden onder de Work Contracts illegaal zijn geworden, dient die partij op grond van art. 33.5 de andere partij onmiddellijk te informeren. Artikel 33.5 en – het aangepaste – artikel 33.6 voorzien verder in een regeling op grond waarvan partijen in overleg dienen te treden over aanpassing van de Work Contracts om de werkzaamheden van Boskalis LLC alsnog mogelijk te maken, en zo nodig een vergunning (authorization) aan te vragen om de werkzaamheden toe te staan.

2.8.

Artikel 33.7 WCG luidt:

"If SUB-CONTRACTOR suffers any delay in the performance of the WORK due to the introduction of SANCTIONS after the EFFECTIVE DATE, SUB-CONTRACTOR shall only be entitled to an extension of time. No compensation or cost relief shall be claimable by SUB-CONTRACTOR in connection with sanctions for any reason whatsoever.”

2.9.

In – het aangepaste - artikel 33.8 WCG is bepaald dat beide partijen de bevoegdheid hebben om de Work Contracts te beëindigen indien het evident is dat de benodigde vergunning niet zal worden verkregen of als partijen geen overeenstemming over aanpassing van de Work Contracts bereiken:

"If it becomes evident that the PARTIES do not obtain the respective AUTHORIZATIONS or reach an agreement regarding amendment to the WORK CONTRACT to continue performance of the WORK, either PARTY at its sole discretion and before expiry of time periods set out in Clauses 33.5 and 33.6 above, may terminate the WORK CONTRACT by giving notice to the other PARTY 30 days before the date of termination.

(…) "

2.10.

Op de Work Contracts is Engels recht van toepassing (artikel 35 WCG).

2.11.

In artikel 37 WCG is een geschillenregeling opgenomen. Lid 2 bevat een arbitraal beding:

“Unless otherwise stated in the WORK CONTRACT, all disputes arising out of or in connection with the WORK CONTRACT DOCUMENTS which are not settled amicably under the preceding paragraph of this Clause within 45 (forty-five) days after receipt of the above-mentioned written request, may be submitted by either PARTY to arbitration in accordance with the Singapore International Arbitration Center (SIAC).

(...)"

2.12.

CACIB heeft op 26 maart 2021 en 3 februari 2022 aan Saren vijf bankgaranties afgegeven voor in totaal € 39,5 miljoen (de Bankgaranties), ter verzekering van de verplichtingen van Boskalis LLC uit de Work Contracts jegens Saren, de begunstigde van de Bankgaranties.

2.13.

Op 24 februari 2022 is Rusland Oekraïne binnengevallen.

2.14.

In verband daarmee zijn op 25 februari 2022 bij (wijzigings)verordening (EU) 2022/328 van de Raad van de Europese Unie de sancties uitgebreid onder Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraine destabiliseren (hierna: de Sanctieverordening). Nadien zijn de sancties nog een aantal keer uitgebreid en is de Sanctieverordening dienovereenkomstig aangepast.

2.15.

Op 4 maart 2022 heeft Boskalis LLC de werkzaamheden gestaakt en de

‘construction site’ in Rusland verlaten.

2.16.

Nadien heeft telefonisch contact plaatsgevonden tussen Boskalis LLC en Saren.

2.17.

Bij twee brieven (voor elk van de Work Contracts één) van 22 maart 2022 heeft Boskalis LLC aan Saren het volgende geschreven. Nakomen van de verplichtingen van Boskalis LLC uit de Work Contracts is illegaal geworden door de Sanctieverordening. Boskalis LLC ziet geen mogelijkheid om de Work Contracts zodanig te wijzigen dat het werk in overeenstemming met de Sanctieverordening kan worden voortgezet. Omdat is overeengekomen om van toepassing zijnde sancties na te leven, ziet zij geen andere mogelijkheid dan de Work Contracts te beëindigen met een opzegtermijn van 30 dagen.

2.18.

Op 25 maart 2022 heeft Saren per brief aan Boskalis LLC geantwoord dat de Sanctieverordening niet van toepassing is op de door Boskalis

LLC uit te voeren werkzaamheden ("SUBCONTRACTOR quoted regulation is related to dual use material export to Russia which is clearly not applicable to this WORK CONTRACT”) en Boskalis LLC gesommeerd het werk te hervatten.

2.19.

Bij brieven van 30 maart 2022 heeft Saren Boskalis LLC gerappelleerd en daarbij een opinie gevoegd van het advocatenkantoor DLA Piper waarin wordt geconcludeerd dat de baggerwerkzaamheden en levering van ‘dredgers’ (baggerschepen) door Boskalis LLC niet verboden zijn op grond van artikel 3 van de Sanctieverordening en Annex II. Tenslotte heeft Saren voorgesteld overeenkomstig artikel 37.l(a) WCG tot een minnelijke regeling te komen.

2.20.

Bij brief van 5 april 2022 heeft Boskalis LLC aan Saren een opinie gezonden van Wladimiroff Advocaten, waarin wordt gesteld dat het gaat om levering van vaartuigen en bijbehorende diensten, die onder artikel 2a (= 2 bis) en Annex VII van de Sanctieverordening vallen en daarom wel degelijk verboden zijn. Daarbij heeft Boskalis LLC aangeboden om, hoewel de Work Contracts zijn beëindigd, in minnelijk overleg te treden met Saren.

2.21.

Bij brief van 15 april 2022 heeft Saren haar sommatie tot werkhervatting herhaald en geantwoord dat, als het standpunt van Boskalis LLC over de toepasselijkheid van de Sanctieverordening gevolgd moet worden, Boskalis LLC een vergunning (authorization) zou moeten aanvragen bij de bevoegde autoriteit om alsnog de werkzaamheden onder de Work Contracts uit te mogen voeren, maar dat zij dat heeft nagelaten.

2.22.

Op 20 april 2022 heeft Saren aan Boskalis LLC geschreven dat zij een ingebrekestelling heeft ontvangen van Arctic en haar sommatie herhaald. Daarop heeft Boskalis LLC bij brief van 26 april 2022 haar standpunt gehandhaafd dat de werkzaamheden illegaal zijn onder de Sanctieverordening en dat niet te verwachten is dat een vergunning zal worden verstrekt voor de werkzaamheden.

2.23.

Op 27 april 2022 heeft Saren bij CACIB vijf verzoeken tot uitbetaling onder de Bankgaranties gedaan.

2.24.

Op 29 april 2022 heeft Baggermaatschappij Boskalis B.V. bij de Nederlandse overheid (Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (CDIU) van de Douane) een vergunning ‘uitvoer/wederuitvoer sanctiegoederen naar Rusland’ in verband met het Project aangevraagd. Op 9 mei 2022 heeft de CDIU de ontvangst van de aanvraag bevestigd en gevraagd om een ontbrekend stuk, te weten een ondertekend end user certificate.

2.25.

Bij notice of assignment van 29 april 2022 hebben Arctic en Saren aan Boskalis LLC gemeld dat Saren op 28 april 2022 haar rechten uit de Work Contracts, de Bankgaranties en uit een door Boskalis Westminster International B.V. verstrekte parent company guarantee van 17 maart 2021 aan Arctic heeft overgedragen.

2.26.

Bij brieven van 4 mei 2022 heeft CACIB uitbetaling onder de Bankgaranties aan Saren geweigerd omdat de trekkingsverzoeken niet aan de daaraan te stellen (formele) vereisten voldeden.

2.27.

Krachtens beslissing van het arbitrale hof van Moermansk van 6 mei 2022 heeft Arctic beslag laten leggen op twee schepen van Boskalis c.s. die werden gebruikt bij het Project, te weten de Nordic Giant en de Arctic Scradeway.

2.28.

Arctic en Saren hebben op 16 mei 2022 in reactie op de brief van Boskalis LLC van 26 april 2022 een door Arctic ondertekend end user certificate aan Boskalis LLC gestuurd. Daarin wordt, kort gezegd, verklaard dat het bij de levering van stenen en het gebruik van vaartuigen door Boskalis LLC niet gaat om zogenaamd dual-use (zie hierna onder 4.10).

2.29.

Op 18 mei 2022 heeft Saren nieuwe verzoeken gericht aan CACIB tot uitbetaling onder de Bankgaranties. Daarop is door CACIB nog niet beslist.

2.30.

In een deed van 18 mei 2022 hebben Arctic en Saren vastgelegd dat Saren gerechtigd is om onder de Bankgaranties betaling te verlangen, dat de uit dien hoofde ontvangen bedragen ook aan Saren toekomen, maar niettemin in mindering zullen strekken op hetgeen Boskalis LLC aan Arctic is verschuldigd uit hoofde van de Work Contracts (na de cessie).

3 Het geschil

3.1.

Boskalis c.s. vordert, kort gezegd:

1) Saren te verbieden enig verzoek tot uitbetaling onder een of meer van de Bankgaranties te doen;

2) Saren te gebieden om, voor zover zij een dergelijk verzoek al heeft gedaan, dat verzoek in te trekken;

3) Saren te verbieden om een rechtsgeldige cessie of overdracht ("assignment”') aan te gaan met betrekking tot de Work Contracts, de Bankgaranties en andere Work Contract Documents;

4) Saren te gebieden om, voor zover zij reeds een dergelijke assignment is aangegaan, deze ongedaan te maken;

5) een en ander op straffe van dwangsommen;

6) CACIB te verbieden om enige uitbetaling te doen onder enig verzoek tot uitbetaling onder de Bankgaranties aan Saren dan wel Arctic;

7) CACIB te verbieden om goedkeuring te verlenen voor de assignment van de rechten, titel, belangen en opbrengsten op en van de Bankgaranties van Saren aan Arctic; en

8) Saren te veroordelen in de proceskosten, met wettelijke rente, en de nakosten.

3.2.

Boskalis c.s. voert daartoe, samengevat, het volgende aan. Vanwege de Russische inval vanaf 24 februari 2022 in Oekraïne hebben onder meer de Europese Unie, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten (additionele) economische sancties afgekondigd tegen Rusland. De Sanctieverordening, die specifiek de energiesector tot doelwit heeft, maakt de door Boskalis LLC onder de Work Contracts uit te voeren werkzaamheden onmogelijk. Het opzettelijk handelen in strijd met de Sanctieverordening is een misdrijf (art. 2 lid 1 WED). De werkzaamheden voor het Project zouden worden uitgevoerd door verschillende Europese partijen uit onder andere Nederland en België, die inmiddels vrijwel allemaal te kennen hebben gegeven de werkzaamheden niet te kunnen en zullen voortzetten in het licht van de Russische invasie in Oekraïne en de daarmee samenhangende internationale sanctiewetgeving. De Japanse en Franse aandeelhouders in Arctic hebben bovendien in maart 2022 een stop gezet op (nieuwe) investeringen in het project. Verder hebben SACE (de Export Credit Agency van Italië) en de Italiaanse Staatsbank CDP de aan het project toegezegde leningen bevroren vanwege de sancties.

Boskalis LLC heeft de Work Contracts dan ook beëindigd. Saren is het daar ten onrechte niet mee eens en heeft betalingsverzoeken onder de Bankgaranties gedaan.

Die betalingsverzoeken leveren misbruik van de Bankgaranties op, nu Boskalis LLC niet in gebreke is maar zich (anders dan Saren) aan de toepasselijke sanctieregelgeving houdt, en Saren niets van Boskalis LLC te vorderen heeft. De Bankgaranties zijn, zoals gebruikelijk binnen de groep, op verzoek en voor rekening van BWD afgegeven. BWD zou bij uitbetaling door CACIB worden gedebiteerd en dus schade lijden. Bovendien zou uitbetaling strijd opleveren met de toepasselijke sanctieregelgeving. Dat is temeer zo, omdat de opbrengsten van die Bankgaranties aan Arctic zouden toekomen, aan wie Saren ook geprobeerd heeft haar rechten onder de Bankgaranties te cederen. Het zou voor Boskalis LLC en BWD nagenoeg onmogelijk worden om de aldus naar Rusland weggevloeide bedragen nog terug te krijgen. Aan Saren moet daarom verboden worden om betaling onder de Bankgaranties te verlangen en te verkrijgen.

Hoewel Boskalis LLC meent dat het aanvragen van een vergunning voor de uitvoer en wederinvoer van sanctiegoederen naar Rusland zinloos is en de aanvraag zal worden afgewezen, heeft zij gezien het aandringen van Saren een vergunning aangevraagd. De termijn om een aanvraag te doen eindigde op 1 mei 2022. Voordien had Boskalis LLC echter niet de benodigde "End-use Certificates / End-User Statements", ondertekend door Arctic, ontvangen. Daarom heeft Boskalis LLC de vergunningsaanvraag ingediend op 29 april 2022 zonder die bijlage.

Hangende de vergunningaanvraag heeft Boskalis LLC op grond van artikel 33.7 WCG in ieder geval uitstel van haar verplichtingen onder de contracten en is een call onder de Bankgaranties dus misbruik. De beslissing op de aanvraag kan nog acht weken duren. Voor die tijd, vanaf 27 mei 2022, gaat een algeheel verbod gelden op de levering van goederen, technologie en aanverwante diensten voor de aardgasindustrie. Van dat verbod, dat ook zal gelden voor bestaande contracten, zal geen vrijstelling mogelijk zijn. Het is daarom evident dat de vergunning niet zal worden verleend en Boskalis LLC heeft de Work Contracts dus met recht beëindigd (artikel 33.8 WCG). En als dat niet zo zou zijn, dient Saren op grond van artikel 33.7 WCG uitstel voor de nakoming te verlenen gedurende de sanctiebeperkingen.

Bij beëindiging dient nog een afrekening plaats te vinden. Alleen al op grond daarvan heeft Boskalis LLC een vordering van € 14 miljoen op Saren (nog afgezien van overige schade). Ook om die reden moet betaling onder de Bankgaranties worden tegengehouden.

Om zeker te stellen dat de uitspraak in dit kort geding ook jegens CACIB geldt, zodat Saren zich er jegens CACIB niet op kan beroepen dat de uitspraak voor CACIB niet geldt en CACIB haar gewoon moet betalen, wat CACIB in een lastige positie zou brengen, is ook CACIB gedagvaard en wordt tegen haar zekerheidshalve een uitbetalingsverbod onder de Bankgaranties gevorderd.

Boskalis c.s. vordert verder onder meer een verbod op cessie van de Work Contracts. Ter toelichting stelt zij, samengevat, het volgende. Door de beëindiging van de Work Contracts door Boskalis LLC op 22 maart 2022 zijn deze niet meer van kracht per 21 april 2022. De assignment (cessie) per 28 april 2022 is daarmee zonder effect. Voor het geval de beëindiging van de Work Contracts toch niet rechtsgeldig zou zijn, compliceert een assignment in elk geval de positie van Boskalis LLC in het licht van de toepasselijke sancties nog meer omdat de wederpartij van Boskalis LLC onder de Work Contracts door de assignment een volledig Russische wederpartij zou zijn geworden. De sanctieregelgeving zou uitvoering dan a fortiori verbieden.

Daar komt bij dat het Russische Novatek een van de aandeelhouders van Arctic is. CEO en minderheidsaandeelhouder in Novatek is Leonid Mikhelson, een Russische oligarch die sinds april 2022 op de sanctielijst van het Verenigd Koninkrijk staat.

Een andere inmiddels afgetreden bestuurder, Gennady Timchenko, die nog wel indirect minderheidsaandeelhouder in Novatek is, is ook een Russische oligarch die al sinds februari 2022 op de sanctielijsten van zowel de Europese Unie als het Verenigd Koninkrijk staat.

3.3.

Saren voert – samengevat – de volgende verweren.

Zij voert als formeel verweer dat de (Amsterdamse) voorzieningenrechter niet bevoegd is over het geschil te oordelen, behalve waar het vorderingen 1) en 2) van BWD betreft, omdat tussen Boskalis LLC en Saren een exclusief arbitragebeding geldt en omdat in de verhouding tot CACIB de Belgische rechter bevoegd is.

Inhoudelijk voert Saren aan dat zij gerechtigd is de Bankgaranties te trekken omdat zij miljoenen schade lijdt doordat Boskalis LLC de werkzaamheden heeft gestaakt en daarmee wanprestatie pleegt. Saren heeft op Boskalis LLC een vordering van tenminste € 21 miljoen. De trekkingsverzoeken zijn dus niet kennelijk bedrieglijk of willekeurig, laat staan manifestly fraudulent naar Engels recht.

Boskalis LLC kan zich volgens Saren niet achter de Sanctieverordening verschuilen, omdat de werkzaamheden niet onder de Sanctieverordening vallen en omdat Boskalis LLC, als Russische vennootschap die zich heeft verplicht in Rusland baggerwerkzaamheden te verrichten, niet onder het bereik ervan valt.

De vorderingen tegen CACIB zijn volgens Saren evenmin toewijsbaar, omdat de bankgaranties worden beheerst door Engels recht en de vorderingen daar stranden wegens de insuperable difficulty en de convenience test; BWD dient af te rekenen met Boskalis LLC en heeft dus geen belang.

Het argument van Boskalis c.s. dat een beroep op de Bankgaranties jegens BWD onrechtmatig is, is gekunsteld omdat BWD geen partij is bij de Work Contracts.

Met betrekking tot de cessie dienen in de ogen van Saren alle bezwaren te worden verworpen. Boskalis c.s. maakt niet inzichtelijk waarom zij door de cessie wordt geschaad en heeft daarom geen spoedeisend belang. Cessie van de Bankgaranties heeft bovendien niet plaatsgevonden en zal niet plaatsvinden. De vorderingen uit hoofde van de Work Contracts zijn al gecedeerd. Boskalis LLC kan hiertegen opkomen voor het bevoegde forum, arbitrage bij het SIAC. BWD heeft hier niets van te vinden. Als de cessie van de Work Contracts al inhoudelijk kan worden bezien, dan geldt, aldus nog steeds Saren, dat deze onaantastbaar is omdat de Sanctieverordening er niet aan in de weg stond. En als dit laatste niet juist zou blijken, is de cessie niet tot stand gekomen en heeft Boskalis c.s. geen belang bij (dat deel van de) vorderingen 3) en 4). Om vergelijkbare redenen leidt de stelling van Boskalis c.s. dat zij de Work Contracts heeft opgezegd en dat deze daarom niet voor cessie vatbaar zijn, niet tot toewijzing van de vorderingen.

Los daarvan is vordering 4) niet uitvoerbaar omdat Saren een retrocessie niet zelfstandig kan bewerkstelligen; daar heeft zij Arctic voor nodig, maar die is niet gedagvaard. Tenslotte meent Saren dat een belangenafweging in haar voordeel dient uit te vallen.

3.4.

CACIB refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Zij licht nog toe dat op de Bankgaranties het recht van Engeland en Wales van toepassing is, evenals de Uniform Rules for Demand Guarantees, 748/2010 Revision (URDG). Op grond van artikel 20(a) URDG is CACIB verplicht betalingsverzoeken van Saren binnen vijf werkdagen te beoordelen. CACIB beoordeelt onafhankelijk of zij, gelet op de toepasselijke regels, tot betaling moet overgaan en acht zich niet gebonden aan de standpunten van Boskalis c.s. of Saren over de toepassing van het Engelse recht of van de Sanctieverordening.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

Saren is gevestigd Nederland. De Nederlandse rechter heeft dus rechtsmacht op grond van artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Op grond van artikel 7 Rv geldt dit, vanwege de samenhang en de doelmatigheid, ook voor de vorderingen tegen CACIB. Overigens is tussen BWD en CACIB in de aan de Bankgaranties ten grondslag liggende Bond Facility ook overeen gekomen dat de Nederlandse rechter bevoegd is.

4.2.

Saren voert aan dat de overheidsrechter niet bevoegd is, omdat Boskalis LLC en Saren in artikel 37.2 WCG arbitrage bij het SIAC hebben afgesproken. Dit verweer wordt verworpen, omdat voldoende aannemelijk is dat de gevraagde beslissing niet of niet tijdig in arbitrage kan worden verkregen (artikelen 1022 tot en met 1022c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De overheidsrechter in kort geding dient dan als ‘vangnet’. Daarnaast geldt dat zowel BWD als CACIB niet aan het arbitrale beding gebonden zijn.

De Sanctieverordening

4.3.

Het geschil draait in de kern om de vraag of de werkzaamheden van Boskalis LLC aan het Project door de Sanctieverordening worden verboden. Allereerst zal worden bezien wat de achtergrond, het doel en het rechtskarakter van de sancties is en vervolgens of de Sanctieverordening naar voorlopig oordeel in dit geval van toepassing is en zo ja, of dat tot toewijzing van de vorderingen moet leiden.

4.4.

De Europese sancties die sinds de Russische annexatie van de Krim van kracht waren op grond van Verordening (EU) Nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, zijn sinds de Russische inval in Oekraïne gewijzigd met acht verordeningen en aangevuld met een uitvoeringsverordening, waarbij de sancties met iedere verordening zijn uitgebreid en meer recente sancties in het bijzonder betrekking hebben op de energiesector.

4.5.

Het doel van de sancties is om de druk op de Russische regering en economie op te voeren en de middelen van het Kremlin voor de agressie te beperken (Raad van de EU, Persmededeling 8 april 2022).

4.6.

Van belang is verder dat EU-recht in het algemeen voorrang heeft op het recht van de lidstaten en dat EU-verordeningen zowel verticale als horizontale rechtstreekse werking hebben. Het standpunt van Saren dat de Sanctieverordening zich slechts richt tot lidstaten en dat Boskalis c.s. er daarom geen beroep op zou kunnen doen, is dus niet juist.

Zijn de werkzaamheden verboden onder de Sanctieverordening?

4.7.

Als gezegd stelt Boskalis c.s. dat de werkzaamheden verboden zijn op grond van artikel 2 bis en naar verwachting vanaf 27 mei 2022 ook op grond van artikel 3 ter van de Sanctieverordening.

4.8.

Artikel 2 bis luidde met ingang van 25 februari 20221, voor zover relevant: “1. Het is verboden om de in bijlage VII vermelde goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot de militaire en technologische versterking van Rusland of tot de ontwikkeling van de defensie- en veiligheidssector, ongeacht of deze van oorsprong uit de Unie zijn, direct of indirect te verkopen, te leveren, over te dragen aan of uit te voeren naar natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland.

2. Het is verboden om:

a. a) direct of indirect aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland technische bijstand, tussenhandeldiensten of andere diensten te verlenen die verband houden met de in lid 1 bedoelde goederen en technologie en met de levering, de vervaardiging, het onderhoud en het gebruik van deze goederen en technologie;

b) direct of indirect aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland financiering of financiële bijstand in verband met de in lid 1 bedoelde goederen en technologie, te verlenen voor de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer van deze goederen en technologie, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, tussenhandeldiensten of andere diensten.

(…)”

4. (..)

5. In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten vergunning verlenen voor de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer van de in lid 1 bedoelde goederen en technologie of de verlening van daarmee verband houdende technische of financiële bijstand, voor niet-militair gebruik of voor een niet-militaire eindgebruiker, nadat zij hebben geconstateerd dat die goederen of technologie of de daarmee verband houdende technische of financiële bijstand verschuldigd zijn uit hoofde van contracten die zijn gesloten vóór 26 februari 2022, of van aanvullende overeenkomsten die nodig zijn voor de uitvoering van zulke contracten, op voorwaarde dat de vergunning vóór 1 mei 2022 wordt aangevraagd.

6. (…)

7. Wanneer zij besluiten nemen inzake de in de leden 4 en 5 bedoelde verzoeken om vergunningen, verlenen de bevoegde autoriteiten geen vergunning indien zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat:

i. i) de eindgebruiker een militaire eindgebruiker zou kunnen zijn of een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam als bedoeld in bijlage IV, of dat de goederen voor militair eindgebruik bestemd zouden kunnen zijn; of

ii) de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer van in lid 1 bedoelde goederen en technologie of de verlening van daarmee verband houdende technische of financiële bijstand bestemd is voor de

luchtvaart of de ruimtevaartindustrie.

8. (..)”

4.9.

Categorie VI van bedoelde bijlage VII ziet op ‘Zeewezen en schepen’ en bevat onder meer bepaling X.A.VI.001:

"f. Vaartuigen (zowel oppervlakteschepen als onderzeeboten), met inbegrip van opblaasboten, en specifiek daarvoor ontworpen componenten, andere dan die gespecificeerd in de CML of in Verordening (EU) 2021/821;

Noot: XA. VL00Jf heeft geen betrekking op vaartuigen gedurende tijdelijk verblijf, gebruikt voor privé-vervoer of voor het vervoer van passagiers of goederen uit of door het douanegebied van de Unie."

4.10.

De bepaling ziet op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik en op beperkingen op de uitvoer van bepaalde producten en technologie die kunnen bijdragen tot technologische versterking van de Russische defensie- en veiligheidssector (dual-use-goederen). Niet betwist is dat Boskalis LLC ten behoeve van het Project gebruik maakte van vaartuigen (die ter beschikking worden gesteld door de Nederlandse Boskalis Groep). Naar voorlopig oordeel is goed denkbaar dat op het moment dat Boskalis LLC de Work Contracts beëindigde (22 maart, tegen 21 april 2022) - en ook nu nog - deze vaartuigen moeten worden aangemerkt als zogenaamde ‘dual-use’ goederen in de zin van genoemde bepaling en dat het verlenen van diensten die verband houden met deze vaartuigen en met het gebruik ervan dus op grond van lid 2 van artikel 2 bis Sanctieverordening verboden zijn.

4.11.

Op 15 maart 2022 heeft de EU de sancties uitgebreid en besloten nieuwe investeringen in de Russische energiesector te verbieden, en verregaande

uitvoer-beperkingen op te leggen voor materiaal, technologie en diensten voor die sector. Dit is neergelegd in een wijziging van de Sanctieverordening2. Daarin is ook een weigeringsgrond (gebruik voor de energiesector) toegevoegd aan de vergunningsbepaling artikel 2 bis lid 7.

4.12.

Verder stelt Boskalis c.s. dat de werkzaamheden vanaf 27 mei 2022 ook verboden zullen zijn op grond van artikel 3 ter Sanctieverordening, omdat dan – kort gezegd - levering van goederen, technologie en diensten ten behoeve van het vloeibaar maken van aardgas verboden wordt. Dat is inderdaad aannemelijk, omdat het vloeibaar maken van aardgas op 8 april 2022 in lid 1 is toegevoegd3 aan artikel 3 ter, dat sindsdien luidt:

Artikel 3 ter

1. Het is verboden om goederen en technologie die geschikt zijn voor gebruik in de raffinage van olie en het vloeibaar maken van aardgas, als vermeld in bijlage X, al dan niet van oorsprong uit de Unie, direct of indirect te verkopen, te leveren, over te dragen aan of uit te voeren naar natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland.

2. Het is verboden om:

a. a) direct of indirect aan natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland technische bijstand, tussenhandeldiensten of andere diensten te verlenen die verband houden met de in lid 1 bedoelde goederen en technologie en met de levering, de vervaardiging, het onderhoud en het gebruik van deze goederen en technologie;

b) direct of indirect aan personen, entiteiten of lichamen in Rusland of voor gebruik in Rusland financiering of financiële bijstand in verband met de in lid 1 bedoelde goederen en technologie te verlenen voor de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer van deze goederen en technologie of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, tussenhandeldiensten of andere diensten.

3. De verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op de uitvoering tot 27 mei 2022 van contracten die vóór 26 februari 2022 zijn gesloten, of van aanvullende overeenkomsten die nodig zijn voor de uitvoering van zulke contracten.

4. In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de bevoegde autoriteiten op door hen passend geachte voorwaarden vergunning verlenen voor de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer van de in bijlage X vermelde goederen en technologie of voor de verlening van daarmee verband houdende technische of financiële bijstand, nadat zij hebben geconstateerd dat die goederen of technologie of de verlening van daarmee verband houdende technische of financiële bijstand noodzakelijk zijn voor de dringende preventie of beperking van de gevolgen van een gebeurtenis die ernstige en aanzienlijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van de mens of het milieu zou kunnen hebben.

In naar behoren gerechtvaardigde spoedgevallen kan de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer plaatsvinden zonder voorafgaande vergunning mits de exporteur de bevoegde autoriteit daarvan kennis geeft binnen vijf werkdagen nadat de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer heeft plaatsgevonden, en daarbij nadere informatie verstrekt over de reden(en) van de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer zonder voorafgaande vergunning.

4.13.

Saren betoogt dat Boskalis LLC op grond van artikel 2 bis lid 5 of artikel 3ter lid 4 Sanctieverordening een ontheffing van de verboden zou kunnen krijgen. Boskalis c.s. heeft er echter terecht op gewezen dat het bepaald niet zeker is dat deze vergunning verleend zal worden, zeker niet gelet op de inmiddels aangescherpte regels (zie 4.11 en 4.12 hierboven) met betrekking tot de energiesector, waaronder in het bijzonder het vloeibaar maken van aardgas – waar het Project nu juist op is gericht.

4.14.

De tussenconclusie is dat niet is uitgesloten dat de werkzaamheden sinds 25 februari 2022 verboden waren en dat zelfs zeer aannemelijk is dat zij sinds 27 mei 2022 verboden zijn onder de Sanctieverordening (en geen ontheffing van de verboden kan worden verkregen).

Is de Sanctieverordening van toepassing op Boskalis LLC?

4.15.

Saren voert aan dat de sancties niet gelden voor Boskalis LLC, omdat zij als Russische vennootschap niet onder de reikwijdte van de Sanctieverordening zou vallen.

4.16.

Artikel 13 Sanctieverordening bepaalt dat de verordening van toepassing is:

a. a) op het grondgebied van de Unie;

b) aan boord van vlieg- of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen;

c) op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn;

d) op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen, binnen of buiten het grondgebied van de Unie;

e) op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties.

4.17.

De Sanctieverordening is dus in ieder geval van toepassing op BWD, Saren en CACIB. Voor de beoordeling van de toewijsbaarheid van de vorderingen is van belang of de Sanctieverordening ook voor Boskalis LLC geldt (en of zij het werk dus terecht heeft neergelegd). Saren wijst er terecht op dat Boskalis LLC, een Russische vennootschap, niet in één van de categorieën van artikel 13 valt. Dat erkent Boskalis c.s. ook, maar zij stelt dat, omdat de enig bestuurder van Boskalis LLC een Nederlander is, Boskalis LLC indirect is onderworpen aan de Sanctieverordening: deze bestuurder moet ervoor zorg dragen dat Boskalis LLC niet handelt in strijd met de sancties.

4.18.

Boskalis c.s. wijst in dit verband op hetgeen de Europese Commissie over de positie van Nederlandse bestuurders van Russische dochtermaatschappijen schrijft in een FAQ van 16 maart 2022:

"Subsidiaries of EU companies are incorporated under the laws of the host country, thus bound by the host country laws. Nevertheless, EU nationals working for that subsidiary are personally bound by EU sanctions and can be held personally liable for participating in transactions which breach EU sanctions. For example, even if the subsidiary itself entered the transaction, EU nationals facilitating the transaction could still be covered by the anti-circumvention clause if they ''participate in activities" the object or effect of which was to circumvent

the main prohibition. In addition, decisions taken by the foreign subsidiary that need to be cleared/green-lighted by the EU parent company would be relevant, in that the latter is bound in respect of its own actions. "

4.19.

Ook wijst Boskalis c.s. op het feit dat het op grond van artikel 12 van de Sanctieverordening niet is toegestaan om een Russische dochtermaatschappij te gebruiken om de Sanctieverordening te omzeilen en op de uitleg die de Europese Commissie daaraan geeft.

4.20.

Artikel 12 van de Sanctieverordening luidt:

“Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of`tot gevolg hebben dat de verbodsbepalingen van deze verordening worden omzeild.

x4.21. De Europese Commissie heeft op 18 april 2022 een FAQ-document gepubliceerd, dat voor zover relevant luidt:

"(…) it is prohibited for EU parent companies to use their Russian subsidiaries to circumvent the obligations that apply to the EU parent, for instance by delegating to them decisions which run counter the sanctions, or by approving such decisions by the Russian subsidiary. "

4.22.

In dit licht en gelet op doel en strekking (zie 4.5) van de Sanctieverordening en van artikel 12 in het bijzonder, wordt er voorshands vanuit gegaan dat de sancties niet alleen mede zijn gericht op de Nederlandse (groot)moeders van Boskalis LLC en haar Nederlandse bestuurder, maar ook op Boskalis LLC zelf.

Tussenconclusie 2

4.23.

De tweede tussenconclusie is dat er voorshands vanuit wordt gegaan dat Boskalis LLC onder de Sanctieverordening valt en dus verplicht was de werkzaamheden te staken.

(Verzoek om) uitbetaling verbieden?

4.24.

De volgende vraag is of dit moet leiden tot een verbod op (het verzoeken om) uitbetaling van de Bankgaranties. Volgens Boskalis c.s. is dat het geval op grond van artikel 11 van de Sanctieverordening. Saren betwist dat.

4.25.

Artikel 11 luidt, voor zover relevant:

1. Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavige verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a. a) (…)

b) elke andere Russische persoon, Russische entiteit of Russisch lichaam;

c) een persoon, entiteit of lichaam, handelend voor rekening of ten behoeve van een van de in punt a) of punt b) van dit lid bedoelde personen, entiteiten of lichamen.

2. In elke procedure waartoe een vordering aanleiding geeft, moet het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, door de eiser worden geleverd.

3. Dit artikel geldt onverminderd het recht van de in lid 1 bedoelde personen, entiteiten en lichamen op toetsing door de rechter van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van de contractuele verplichtingen in overeenstemming met deze verordening.

4.26.

Uit tussenconclusies 1 en 2 volgt dat er voorshands vanuit moet worden gegaan dat het hier gaat om contracten aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van de Sanctieverordening zijn ingesteld, zoals bedoeld in lid 1 van artikel 11. Een vordering tot uitbetaling onder de Bankgaranties is dan niet toewijsbaar in de zin van die bepaling. Gelet op zowel de (poging tot) cessie van de Bankgaranties door Saren aan Arctic als de deed van 18 mei 2022 (zie 2.30) als de verklaringen van partijen ter zitting, is immers aannemelijk dat als CACIB tot uitbetaling van de Bankgaranties overgaat, de baten aan Arctic ten goede komen. Saren doet dus een betalingsverzoek voor rekening of ten behoeve van een Russische vennootschap, Arctic, hetgeen valt onder artikel 11 lid 1 sub c van de Sanctieverordening. CACIB mag een dergelijk verzoek dus ook niet inwilligen. Dat geldt ook voor een eventueel trekkingsverzoek van Arctic in geval Saren de Bankgaranties toch rechtsgeldig aan Arctic zou blijken te hebben overgedragen of zal overdragen. Een dergelijk trekkingsverzoek zou onder artikel 11 lid 1 sub b vallen.

4.27.

Gelet op dit alles is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure zowel een verzoek om uitbetaling onder de Bankgaranties als het (door CACIB) honoreren van een dergelijk verzoek onrechtmatig zal worden geoordeeld, alleen al wegens strijd met de Sanctieverordening. Of dat ook op andere gronden het geval is (bijvoorbeeld omdat Boskalis c.s. volgens de contractuele regels de Work Contract heeft opgezegd en zij niet in verzuim is en Saren dus geen claim heeft – zoals Boskalis c.s. eveneens stelt, maar Saren betwist) kan bij deze stand van zaken in het midden blijven.

4.28.

Vorderingen 1, 2 en 6 zijn dus toewijsbaar. Boskalis c.s. heeft daarbij ook een (spoedeisend) belang, dat zwaarder weegt dan het belang van Saren bij afwijzing van de vorderingen. Indien immers CACIB overgaat tot uitbetaling onder de Bankgaranties aan Saren, al dan niet na een nieuw verzoek van Saren, lijdt Boskalis c.s. immers € 39,5 miljoen schade (bovenop de schade die het staken van het Project en het beslag op de twee schepen haar al oplevert). Voldoende aannemelijk is dat dat geld – in ieder geval het gedeelte dat in roebels op de Russische bankrekening van Saren moet worden gestort - dan naar Rusland vloeit, waar het (gezien de huidige geopolitieke situatie en de staat van de Russische rechtsstaat) niet of nauwelijks terug te halen zal zijn als de uitbetaling later in een bodemprocedure onterecht wordt geoordeeld. Daar tegenover is niet duidelijk geworden waarom Saren groot belang heeft bij directe uitbetaling van de Bankgaranties. Het is weliswaar aannemelijk dat ook zij schade lijdt door de beëindiging van de werkzaamheden, maar zij heeft voldoende zekerheden. De Bankgaranties blijven immers nog geldig. Daarnaast heeft Saren nog andere zekerheden: zo is de waarde van de in Rusland in beslag genomen schepen ca € 39 miljoen en is aan Saren voor het Bedding Contract een parent company guarantee afgegeven door Boskalis Westminster International B.V. Tenslotte is niet gesteld of gebleken dat Boskalis c.s. in de toekomst onvoldoende verhaal zal bieden.

Cessie

4.29.

Met betrekking tot vorderingen 3, 4 en 7 wordt als volgt geoordeeld. Saren heeft verklaard dat cessie van de Bankgaranties niet heeft plaatsgevonden en niet zal plaatsvinden. Zij beschouwt haar poging daartoe van eind april 2022 kennelijk als ongeldig, althans mislukt. De cessie van de Work Contracts aan Arctic heeft plaatsgevonden op 28 april 2022. Het terugdraaien van deze cessie in kort geding gaat te ver, alleen al omdat Arctic niet is gedagvaard. Daarnaast is niet voldoende aannemelijk geworden dat Boskalis c.s. een groter belang heeft bij het terugdraaien van de cessie dan Saren bij het handhaven ervan. Het verbieden van een toekomstige cessie zou nog verder gaan en is daarom evenmin toewijsbaar. Dit betekent dat er ook geen aanleiding is om CACIB te verbieden cessie van de Bankgaranties goed te keuren. Vorderingen 3, 4 en 7 zullen dus worden afgewezen.

Dwangsom

4.30.

Nu het CACIB wordt verboden uit te keren onder de Bankgaranties en er geen aanleiding is om te veronderstellen dat CACIB dit vonnis niet zal nakomen, is het niet nodig om aan de jegens Saren toegewezen vorderingen een dwangsom te verbinden.

Proceskosten

4.31.

Saren zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Boskalis c.s. heeft niet gevorderd CACIB in de proceskosten te veroordelen. De kosten aan de zijde van Boskalis c.s. worden begroot op:

- dagvaarding € 103,33

- griffierecht 676,00

- salaris advocaat 1.524,00

Totaal € 2.303,33

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt Saren enig verzoek tot uitbetaling onder een of meer van de Bankgaranties te doen,

5.2.

gebiedt Saren om, voor zover zij een verzoek tot uitbetaling onder een of meer van de Bankgaranties heeft gedaan, dat verzoek of die verzoeken jegens CACIB in te trekken,

5.3.

verbiedt CACIB om enige uitbetaling te doen onder enig verzoek tot uitbetaling onder de Bankgaranties aan Saren dan wel Arctic,

5.4.

veroordeelt Saren in de proceskosten, aan de zijde van Boskalis c.s. tot op heden begroot op € 2.303,33, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Saren deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan,

5.5.

veroordeelt Saren in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 85,00 en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.A.H. Verburgh, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2022.

Bij afwezigheid van mr. Messer is dit vonnis ondertekend door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, die het vonnis uitsprak.