Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:2638

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-05-2022
Datum publicatie
18-05-2022
Zaaknummer
C/13/692049 / HA ZA 20-1082
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid internetplatform voor nepadvertenties met portret en/of naam bekend persoon?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/692049 / HA ZA 20-1082

Vonnis van 18 mei 2022

in de zaak van

1. de stichting

STICHTING VLADIMIR,

gevestigd te Amsterdam,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [eiser 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [eiser 4],

wonende te [woonplaats] ,

5. [eiser 5],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. M.Ch. Kaaks te Amsterdam,

tegen

1. de vennootschap naar buitenlands recht

GOOGLE IRELAND LIMITED,

gevestigd te Dublin (Ierland),

2. de vennootschap naar buitenlands recht

GOOGLE LLC,

gevestigd te Mountain View, Californië (Verenigde Staten van Amerika),

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GOOGLE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaat mr. D. Verhulst te Amsterdam.

Eisers zullen hierna ieder afzonderlijk Stichting Vladimir, [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] en [eiser 5] worden genoemd. Eisers onder 2-5 worden gezamenlijk [eiser 2] c.s. genoemd en alle eisers tezamen Stichting Vladimir c.s. Gedaagden worden ieder afzonderlijk Google Ireland, Google LLC en Google NL genoemd en tezamen Google c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaardingen van Stichting Vladimir c.s. van 10 en 14 juli 2020,

  • -

    de akte houdende overlegging producties 1 t/m 39 van Stichting Vladimir c.s., met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord van Google c.s., met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 22 september 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 8 maart 2022, met de daarin genoemde stukken,

  • -

    de brief van de advocaat van Stichting Vladimir c.s. van 16 maart 2022 waarin hij bericht dat twee lastgevers een deel van hun schade vergoed hebben gekregen en dat de vorderingen ten aanzien van deze twee lastgevers worden ingetrokken,

  • -

    de e-mail van de advocaat van Stichting Vladimir c.s. van 17 maart 2022, met de bijgevoegde e-mail van de advocaat van Google c.s. van 17 maart 2022 waarin hij heeft geschreven dat Google c.s. akkoord gaat met het intrekken van de vorderingen ten aanzien van de twee lastgevers,

  • -

    de brief van de advocaat van Google c.s. van 7 april 2022 naar aanleiding van het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Partijen

2.1.

Stichting Vladimir is een stichting die ten doel heeft het bestrijden van publieksmisleiding door middel van nepnieuws (“fakenews”) en/of misleidende advertenties, waarbij ongeautoriseerd gebruik wordt gemaakt van, of verwezen wordt naar naam, portret, bekendheid, reputatie, goodwill, deskundigheid, en/of het gezag van personen, rechtspersonen en/of organisaties. Stichting Vladimir is opgericht door [eiser 2] , die ook bestuurder is.

2.2.

[naam 1] (hierna: [naam 1] of lastgever) en twee andere personen hebben aan Stichting Vladimir last en volmacht gegeven om namens hen tegen Google c.s. te procederen “om de betrokkenheid van Google en haar advertentienetwerk bij de verspreiding van misleidende en frauduleuze bitcoinadvertenties met het portret van bekende Nederlanders en haar verantwoordelijkheid daarvoor, te laten toetsen door de Nederlandse rechter”.

2.3.

[eiser 2] , [eiser 4] , [eiser 3] en [eiser 5] zijn (bekende) Nederlandse mediapersoonlijkheden.

2.4.

Google c.s. is het meest bekend vanwege haar zoekmachine Google Search. Zij biedt daarnaast nog andere online diensten aan, onder meer op het gebied van reclame. Google Ireland levert Google-reclamediensten aan gebruikers in de Europese Economische Ruimte (EER) en Google LLC levert deze diensten aan gebruikers buiten de EER. Google NL richt zich op verkoopondersteunende activiteiten. Zij levert geen (rechtstreekse) diensten aan adverteerders of internetgebruikers.

Soorten advertenties, voorwaarden en beleid

2.5.

Google c.s. biedt haar diensten op het gebied van online reclame op twee verschillende manieren aan: via search advertising, advertenties die verschijnen bij zoekresultaten op de zoekpagina van Google Search, en via display advertising, advertenties die verschijnen op websites of in apps van uitgevers, dat wil zeggen exploitanten van websites of apps. Deze zaak ziet uitsluitend op display advertising.

2.6.

Het Google Display Netwerk (hierna: GDN) is een netwerk van websites en apps waarop uitgevers advertentieruimte beschikbaar kunnen stellen en waarop adverteerders advertenties kunnen plaatsen voor display advertising. Voor adverteerders gaat dat via de dienst Google Ads, en voor uitgevers van websites en apps die advertentieruimte beschikbaar stellen via de dienst Google AdSense.

2.7.

Iedere uitgever die gebruik wil maken van Google AdSense moet akkoord gaan met de Servicevoorwaarden en het programmabeleid van Google AdSense. Uitgevers die Google AdSense gebruiken, plaatsen een stukje Google-code op hun websitepagina of app, die ervoor zorgt dat op de door hen aangegeven plek advertenties kunnen verschijnen. Wanneer een internetgebruiker de website of app van de uitgever bezoekt, stelt Google de advertenties beschikbaar die aan de desbetreffende internetgebruiker worden getoond. Iedere uitgever is verplicht om in de advertentie een ‘Ad Choices’ icoon te tonen, dat Google naar eigen zeggen automatisch in advertenties opneemt. Het ‘Ad Choices’ icoon ziet er als volgt uit [rechtsbovenin rood omcirkeld]:

2.8.

Google Ads is een dienst van Google c.s. waarbij een adverteerder een Google Ads advertentie-account kan aanmaken en daarmee online advertenties kan maken en plaatsen. Elke adverteerder gaat bij het creëren van een account akkoord met de toepasselijke algemene voorwaarden en het Google Ads beleid. Hierin is onder meer bepaald dat het adverteerders is verboden om misleidende en frauduleuze advertenties te plaatsen of om anderszins misbruik te maken van het advertentienetwerk, er geldt een verbod voor clickbait-techniek (het gebruik van een misleidende sensationele titel in een poging om een internetgebruiker tot een klik te bewegen) en een verbod tot het gebruik van cloaking (een verhullende techniek waarbij het advertentiebeoordelingssysteem wordt misleid door dat systeem te leiden naar een andere webpagina dan de pagina waarnaar de advertentie verwijst wanneer de gebruiker op de advertentie klikt).

2.9.

Adverteerders kunnen via Google Ads displayadvertenties creëren en een advertentie-opmaak kiezen. Adverteerders kunnen daarbij eigen advertenties maken en uploaden, maar zij kunnen er ook voor kiezen om advertentieonderdelen (tekst, afbeelding, en een link naar de landingspagina) apart te uploaden, waarna deze door Google geautomatiseerd in een bepaald format worden opgemaakt als advertentie (een zogeheten responsieve display advertentie). Google c.s. maakt bij deze geautomatiseerde opmaak gebruik van algoritmes.

2.10.

Een responsieve display advertentie moet worden onderscheiden van een zogeheten native ad. Native ads zijn advertenties die zich niet alleen voegen naar de beschikbare advertentieruimte (zoals bij een responsieve display advertentie), maar ook naar de vormgeving (denk aan kleur en lettertype) van de website waarop zij verschijnen. Native ads zijn niet alleen een functionaliteit van Google c.s., maar worden door allerlei advertentieplatformen aangeboden.

2.11.

Native advertising betreft een functionaliteit die Google c.s. aan uitgevers aanbiedt. Het is de keuze van de uitgever of hij de optie van native ads voor zijn website aan adverteerders aanbiedt. Een adverteerder maakt van die geboden mogelijkheid gebruik door, net als bij responsieve display advertenties, de losse advertentieonderdelen te uploaden. Die leiden vervolgens op basis van de door de uitgever vooraf ingestelde vormgevingsinstructies tot een advertentie. De uitgever is hierbij wel gebonden aan de grenzen die Google hieraan stelt, op basis van haar advertentiebeleid.

De advertenties in kwestie

2.12.

De afgelopen jaren zijn er advertenties op websites en in apps verschenen met daarin een afbeelding van een bekende Nederlander, onder wie [eiser 2] , waarin consumenten worden verleid om te investeren in bitcoins, andere cryptovaluta of andere financiële producten (door partijen ook wel aangeduid als: de bitcoinadvertenties). Als internetgebruikers op de advertentie klikken, komen zij terecht op een pré-landingspagina: een website (meestal beheerd door oplichters) waarop bijvoorbeeld een artikel staat waarin is beschreven hoe de bekende Nederlander in kwestie veel geld zou hebben verdiend met bitcoininvesteringen. In het artikel wordt met een link verwezen naar een website met een “beleggingsplatform” (de echte landingspagina). Daarop kunnen internetgebruikers hun contactgegevens achterlaten en vervolgens (al dan niet nadat telefonisch contact met hen is opgenomen) deelnemen aan een (verzonnen) kans om te investeren.

Eén van de verschenen bitcoinadvertenties ziet er uit als volgt:

Om privacy redenen wordt de afbeelding niet getoond.

2.13.

Stichting Vladimir c.s. heeft voorbeelden overgelegd van de bitcoinadvertenties. Google c.s. heeft na onderzoek de afbeeldingen en URL’s (uniek internetadres voor een website) uit de door Stichting Vladimir c.s. overgelegde voorbeelden gematcht met in totaal 17 advertenties die door adverteerders met behulp van Google Ads zijn gemaakt. Van deze 17 advertenties bevatten 16 advertenties de naam en/of afbeelding van [eiser 2] en 1 advertentie de naam en afbeelding van [eiser 3] . Alle 17 advertenties dateren uit de periode tussen februari en augustus 2020.

2.14.

[naam 1] heeft een verklaring afgelegd waarin hij heeft geschreven dat hij op een advertentie met de beeltenis van [eiser 2] heeft geklikt, dat dit hem naar een website leidde die hij enkele keren heeft doorgenomen en dat hij zich vervolgens heeft aangemeld en heeft besloten om deel te nemen. In zijn verklaring staat verder dat hij daarna is gebeld door een Engels sprekend persoon die hem heeft aangeboden om een “vertaal site” op zijn computerscherm te plaatsen, waarna deze persoon de controle over de computer heeft overgenomen en een bedrag van € 35.000,- van zijn spaarrekening heeft afgeschreven.

3 Het geschil

3.1.

De rechtbank merkt de berichten van 16 en 17 maart 2022 van de advocaat van Stichting Vladimir c.s. (zie 1.1) aan als een vermindering van eis, in die zin dat de vorderingen van Stichting Vladimir met betrekking tot twee lastgevers met instemming van Google c.s. zijn ingetrokken.

3.2.

Stichting Vladimir c.s. vordert – na eiswijzigingen – om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

Op vordering van Stichting Vladimir:

Primair

I. te verklaren voor recht dat Google Ireland, Google LLC en/of Google NL onrechtmatig hebben gehandeld jegens de lastgever voor wie Stichting Vladimir opkomt, te weten [naam 1] , door advertenties online aan hem te tonen, dan wel door toe te staan dat advertenties werden geplaatst en gehandhaafd op door hem bezochte websites van het GDN waarin het portret van [eiser 2] werd getoond en waarbij de advertentie doorklikte naar een website en/of landingspagina die misleidend van aard was c.q. waren waarop reclame werd gemaakt voor Bitcoins of andere cryptovaluta en/of investeringen daarin;

II. te verklaren voor recht dat Google Ireland, Google LLC en/of Google NL onrechtmatig hebben gehandeld jegens de lastgever voor wie Stichting Vladimir opkomt, te weten [naam 1] , door een of meer advertenties online aan hem te tonen, dan wel door toe te staan dat een of meer advertentie(s) werden geplaatst en gehandhaafd op door hem bezochte websites van het GDN, waarin het portret van [eiser 2] werd getoond, en waarbij de advertentie(s) doorklikte(n) naar een website en/of landingspagina waarop reclame werd gemaakt voor Bitcoins of andere cryptovaluta en/of investeringen daarin, zonder dat deze advertentie(s) als commerciële communicatie duidelijk als zodanig herkenbaar was en/of zonder dat deze advertenties de identiteit van de adverteerder vermeldde;

III. Primair: Google Ireland, Google LLC en/of Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te veroordelen tot schadevergoeding aan de lastgever voor wie Stichting Vladimir opkomt, te weten [naam 1] , nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

Subsidiair: Google Ireland, Google LLC en/of Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te veroordelen tot schadevergoeding aan de lastgever voor wie Stichting Vladimir opkomt, te weten [naam 1] , nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, indien Google c.s. nalaat binnen twee weken na het in deze zaak te wijzen vonnis haar de identificeerbare gegevens te verstrekken (als bedoeld onder de subsidaire vordering IV) met betrekking tot tenminste de 17 advertenties genoemd in randnummer 133 van de conclusie van antwoord zijdens Google c.s., teneinde [naam 1] in staat te stellen om de (leidinggevende) natuurlijke personen die feitelijk verantwoordelijk zijn voor de aan hem getoonde advertenties, althans de bedoelde 17 advertenties, te identificeren.

Subsidiair

IV. Google Ireland, Google LLC en/of Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te veroordelen tot het doen van opgave aan Stichting Vladimir ten behoeve van lastgever [naam 1] binnen tien werkdagen na het ten deze te wijzen vonnis van de volgende gegevens met betrekking tot de sub I bedoelde advertenties, althans van de 17 advertenties genoemd in randnummer 133 van de conclusie van antwoord zijdens Google c.s.: de naam, het adres, de woonplaats, het telefoonnummer, het emailadres, het KvK-nummer, het BTW-nummer en het bankrekeningnummer van de adverteerder en de daarbij betrokken feitelijk leidinggevende personen;

V. Google Ireland, Google LLC en Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te veroordelen tot het binnen twintig werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis verstrekken van een bevestiging van een door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant, die op kosten van gedaagden vaststelt dat de hiervoor sub IV bedoelde opgave volledig en correct is;

Op vordering van [eiser 2] c.s.:

Primair

VI. te verklaren voor recht dat gedaagden Google Ireland, Google LLC en/of Google NL onrechtmatig hebben gehandeld jegens [eiser 2] c.s. door advertenties online te doen verschijnen waarin hun naam en/of portret is gebruikt c.q. is gepubliceerd en waarbij zij in de advertentie en/of in de website waarnaar de advertentie doorklikte in verband worden gebracht, althans op misleidende wijze, met bitcoins of andere cryptovaluta, althans deze verklaring voor recht te beperken tot de 17 advertenties genoemd in randnummer 133 van de conclusie van antwoord zijdens Google c.s.;

VII. te verklaren voor recht dat Google Ireland, Google LLC en/of Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, aansprakelijk zijn voor de schade die [eiser 2] c.s. als gevolg van het sub VI bedoelde onrechtmatig handelen geleden hebben, althans met een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen verdeling van de aansprakelijkheid;

VIII. Primair: Google Ireland, Google LLC en/of Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te veroordelen tot vergoeding van de door [eiser 2] c.s. geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

Subsidiair: Google Ireland, Google LLC en/of Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te veroordelen tot schadevergoeding aan [eiser 2] c.s. nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, indien Google c.s. nalaat binnen twee weken na het in deze zaak te wijzen vonnis hun de identificeerbare gegevens te verstrekken (als bedoeld onder de subsidiaire vordering X) met betrekking tot tenminste de 17 advertenties genoemd in randnummer 133 van de conclusie van antwoord zijdens Google c.s., teneinde [eiser 2] c.s. in staat te stellen om tenminste de leidinggevende natuurlijke personen die feitelijk verantwoordelijk zijn voor de bedoelde 17 advertenties, te identificeren.

IX. Google Ireland, Google LLC en/of Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te gebieden het verspreiden, plaatsen en/of tonen van de sub VI bedoelde advertenties te staken en gestaakt te houden;

Subsidiair

X. Google Ireland, Google LLC en/of Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te veroordelen tot het doen van opgave, binnen tien werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, van de volgende gegevens met betrekking tot de sub VI bedoelde advertenties:

a. hoe vaak, wanneer en op welke websites in het GDN deze advertenties zijn getoond, gespecificeerd per dag;

b. hoe vaak, wanneer en hoeveel consumenten daarop hebben geklikt, gespecificeerd per dag;

c. welke vergoedingen Google Ireland, Google LLC en Google NL in verband hiermee hebben ontvangen, gespecificeerd per adverteerder, per reclamecampagne, per eiser en per dag;

d. welke vergoedingen Google Ireland, Google LLC en Google NL in verband hiermee hebben betaald aan de houders van websites waarop de advertenties zijn getoond, gespecificeerd per adverteerder, per reclamecampagne, per eiser en per dag;

e. afschriften van alle rapporten die Google c.s. met betrekking tot deze advertenties, althans met betrekking tot de campagnes waartoe deze advertenties behoorden, aan de desbetreffende adverteerders heeft verstrekt;

f. afschriften van de door Google c.s. met de adverteerder gesloten overeenkomst, de door de adverteerder aan Google c.s. verstrekte informatie inclusief de licentie van de relevante autoriteiten, en alle door Google c.s. aan de adverteerder verstrekte informatie, inclusief de instructies die met betrekking tot de advertenties bij aanvang van de desbetreffende campagne(s) zijn gegeven; en

g. de naam, het adres, de woonplaats, het telefoonnummer, het emailadres, het KvK-nummer, het BTW-nummer en het bankrekeningnummer van de adverteerder en de daarbij betrokken feitelijk leidinggevende personen;

XI. Google Ireland, Google LLC en Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te veroordelen tot het binnen twintig werkdagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis verstrekken van een bevestiging van een door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke register-accountant, die op kosten van gedaagden vaststelt dat de hiervoor sub X bedoelde opgave volledig en correct is;

Op vordering van alle eisers:

XII. Primair: Google Ireland, Google LLC en Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te gebieden dat zij alle advertenties die op in het GDN, althans op websites die behoren tot het GDN, worden geplaatst, althans dat alle advertenties die door Google c.s op het GDN getoond worden aan eisers (dat wil zeggen aan lastgever [naam 1] en aan [eiser 2] c.s. ), voorzien of doen voorzien van een duidelijk zichtbare vermelding dat het om een advertentie gaat, door middel van de toevoeging “Advertentie” of van een vergelijkbare aanduiding of zodanige toevoeging of bewerking die ertoe leidt dat de advertentie duidelijk herkenbaar is als commerciële communicatie als bedoeld in art. 3:15e lid 1 sub a BW reclame-uiting;

Subsidiair: Google Ireland, Google LLC en Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te gebieden dat zij alle responsieve advertenties c.q. native ads die in het GDN, althans op websites die behoren tot het GDN, worden geplaatst en/of getoond aan eisers (dat wil zeggen aan lastgever [naam 1] en aan [eiser 2] c.s. ), voorzien of doen voorzien van een duidelijk zichtbare vermelding dat het om een advertentie gaat door middel van de toevoeging “Advertentie” of door middel van een vergelijkbare aanduiding of zodanige toevoeging of bewerking die ertoe leidt dat de advertentie duidelijk herkenbaar is als commerciële communicatie als bedoeld in art. 3:15e lid 1 sub a BW reclame-uiting;

Meer subsidiair: Google Ireland, Google LLC en Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te gebieden dat zij alle responsieve advertenties c.q. native ads die in het GDN, althans op websites die behoren tot het GDN, worden geplaatst en/of getoond aan eisers (dat wil zeggen aan lastgever [naam 1] en aan [eiser 2] c.s.), en die door opmaak, presentatie en/of inhoud niet duidelijk herkenbaar zijn als commerciële communicatie c.q. reclame, voorzien of doen voorzien van een duidelijk zichtbare vermelding dat het om een advertentie gaat door middel van de toevoeging “Advertentie” of door middel van een vergelijkbare aanduiding of zodanige toevoeging of bewerking die ertoe leidt dat de advertentie duidelijk herkenbaar is als commerciële communicatie als bedoeld in art. 3:15e lid 1 sub a BW reclame-uiting;

Google Ireland, Google LLC en Google NL ieder afzonderlijk, althans hoofdelijk, te gebieden tot betaling van een dwangsom van € 50.000,- per dag (een deel van de dag daaronder begrepen) dat zij niet voldoen aan het bepaalde onder IV, V, IX, X, Xl en XII;

XIII. Google Ireland, Google LLC en Google NL hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding, vermeerderd met de nakosten.

3.3.

Stichting Vladimir c.s. legt – kort samengevat – aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Google c.s. handelt onrechtmatig door het plaatsen van bitcoinadvertenties, althans het faciliteren daarvan, althans doordat Google c.s. te weinig heeft gedaan om het verschijnen van de bitcoinadvertenties te voorkomen. Ook zijn de bitcoinadvertenties onrechtmatig omdat ze niet duidelijk herkenbaar zijn als advertentie en dat is misleidend. Daarmee maakt Google c.s. zich eveneens schuldig aan een oneerlijke handelspraktijk.

De schade bestaat uit twee onderdelen. Ten aanzien van Stichting Vladimir is de schade het bedrag dat [naam 1] heeft betaald aan de oplichters. Ten aanzien van [eiser 2] c.s. bestaat de schade uit reputatieschade en inbreuk op het portretrecht.

3.4.

Google c.s. voert verweer.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht

4.1.

Aangezien deze zaak een internationaal karakter heeft, dient de rechtbank eerst ambtshalve te beoordelen of zij bevoegd is kennis te nemen van het geschil.

4.2.

Ten aanzien van Google NL is de Nederlandse rechter bevoegd op grond van de hoofdregel van artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), omdat Google NL in Amsterdam is gevestigd.

4.3.

Google Ireland is gevestigd in de Europese Unie en de vordering in de hoofdzaak betreft een handelszaak die is ingesteld na 10 januari 2015. Dit betekent dat de vraag of de Nederlandse rechter ten aanzien van Google Ireland in deze zaak rechtsmacht heeft, beantwoord wordt aan de hand van Brussel I-bis1.

4.4.

In artikel 26 Brussel I-bis is bepaald dat het gerecht waarvoor de verweerder verschijnt bevoegd is, tenzij de verschijning ten doel heeft die bevoegdheid te betwisten.

Google Ireland is verschenen in deze procedure zonder de bevoegdheid te betwisten. De Nederlandse rechter komt daardoor rechtsmacht toe, nu geen van de situaties van exclusieve bevoegdheid als bedoeld in artikel 24 Brussel I-bis zich voordoet.

4.5.

Hoewel Google LLC niet in de Europese Unie is gevestigd, kan ook voor deze gedaagde de bevoegdheid van de Nederlandse rechter worden aangenomen, ofwel op grond van artikel 26 Brussel I-bis, omdat voor deze bepaling niet de beperking van het formele toepassingsgebied als bedoeld in artikel 6 lid 1 Brussel I-bis geldt2, ofwel op grond van artikel 9 onder a Rv (verschijnen in de procedure zonder de bevoegdheid te betwisten).

4.6.

Het toepasselijk recht moet in dit geval, nu sprake is van vorderingen op grond van onrechtmatige daad, worden bepaald aan de hand van de Rome II Verordening3 (hierna: Rome II). De vordering op grond van onrechtmatige daad voor zover deze ziet op schending van de persoonlijke levenssfeer valt niet onder Rome II. In artikel 1 lid 2 onder g Rome II zijn niet-contractuele verbintenissen die voortvloeien uit een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer of op de persoonlijkheidsrechten, waaronder begrepen smaad uitgesloten van het materiële toepassingsgebied van Rome II. Op grond van artikel 10:159 van het Burgerlijk Wetboek (BW), zijn de conflictregels uit Rome II desalniettemin van (overeenkomstige) toepassing.

Op grond van artikel 14 Rome II kunnen partijen een rechtskeuze maken. De rechtbank stelt vast dat partijen in deze zaak blijkens de over en weer betrokken standpunten zijn uitgegaan van de toepasselijkheid van Nederlands recht. Zo verwijzen beide partijen naar diverse bepalingen van Nederlandse wetgeving. Dat merkt de rechtbank aan als een (impliciete) rechtskeuze voor de toepasselijkheid van Nederlands recht die voldoende blijkt uit de omstandigheden van het geval.

Overigens, ook zonder rechtskeuze zou in dit geval op grond van de hoofdregel van artikel 4 lid 1 Rome II Nederlands recht van toepassing zijn. De plaats waar de gestelde door Stichting Vladimir c.s. gevorderde schade ten gevolge van de volgens haar onrechtmatige internetpublicaties zich voordoet, is namelijk gelegen in Nederland. Aangenomen kan worden dat de schade die direct uit het onrechtmatige handelen voortvloeit in Nederland wordt geleden ( [naam 1] ), althans dat het centrum van de belangen (van [eiser 2] c.s.) in Nederland is gelegen.

Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat de vordering ten aanzien van de inbreuk op het portretrecht van [eiser 2] c.s. niet wordt aangemerkt als een IE-inbreuk en derhalve niet valt onder de bijzondere regel van artikel 8 Rome II.

De bitcoinadvertenties

4.7.

In deze zaak staat niet ter discussie dat op internet, via allerlei kanalen waaronder het GDN, bitcoinadvertenties zijn verspreid waarin gebruik is gemaakt van de naam en/of het portret van in ieder geval [eiser 2] . Het plaatsen van deze advertenties door adverteerders vormt een eerste stap om de internetgebruiker te verleiden om bijvoorbeeld investeringen in risicovolle financiële producten te doen, waarna de internetgebruiker soms grote geldbedragen kwijtraakt. Tussen partijen is niet in geschil dat het plaatsen van deze advertenties moet worden aangemerkt als een onrechtmatige daad van de adverteerder jegens de betreffende internetgebruiker en jegens de bekende Nederlander van wie de naam of het portret zonder toestemming wordt gebruikt. Ook is tussen partijen niet in geschil dat achter deze websites oplichters schuilgaan.

4.8.

In deze zaak is niet de adverteerder de door Stichting Vladimir c.s. aangesproken partij maar Google c.s. Centraal staat dan ook de vraag of Google c.s. als internetplatform een verwijt kan worden gemaakt. Daarbij is van belang dat de eisende partijen in deze procedure alleen kunnen opkomen voor hun eigen belangen. Dat wil zeggen dat Stichting Vladimir alleen kan opkomen voor de belangen van de lastgever [naam 1] voor wie Stichting Vladimir optreedt en dat [eiser 2] c.s. alleen kan opkomen voor de belangen van respectievelijk [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] en [eiser 5] . De belangen van anderen, zoals andere consumenten, of een meer algemeen belang kunnen in deze procedure niet in aanmerking worden genomen. Stichting Vladimir heeft deze procedure immers niet ingestoken als een collectieve actie in de zin van artikel 3:305a BW.

4.9.

Stichting Vladimir c.s. vraagt een oordeel over drie gedragingen van Google c.s.:

  1. Google c.s. toont op internet advertenties die niet duidelijk herkenbaar zijn als commerciële communicatie. Dat wreekt zich in het bijzonder als dat advertenties zijn van malafide adverteerders en die advertenties eruit zien als nieuws.

  2. Google c.s. is zodanig betrokken bij de onrechtmatige bitcoinadvertenties dat zij aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die het verspreiden en tonen van deze advertenties hebben veroorzaakt.

  3. Google c.s. handelt onzorgvuldig door de identiteit van de adverteerders aan de poort niet te controleren. Google c.s. kan niet waarborgen dat zij van de malafide adverteerders daadwerkelijk de identificeerbare gegevens kan verstrekken. Dat is onrechtmatig jegens derden die door de malafide adverteerders worden benadeeld.

Daarbij stelt Stichting Vladimir c.s. dat Google c.s. niets heeft gedaan om adverteerders tegen te houden én dat Google c.s. zelf een actieve rol heeft gespeeld om het verschijnen van de bitcoinadvertenties mogelijk te maken.

4.10.

Google c.s. betwist dat zij het onrechtmatig handelen van adverteerders faciliteert of bevordert. Zij voert onder meer aan dat zij geen bemoeienis heeft met de inhoud en plaatsing van advertenties en dat zij geen misleidende advertenties verspreidt, maar deze juist bestrijdt. Google c.s. wijst erop dat de overgelegde advertenties misleidend zijn vanwege hun inhoud en niet vanwege de vormgeving van display advertenties in het algemeen.

Onrechtmatig handelen van Google c.s. wegens het verschijnen van de bitcoinadvertenties?

4.11.

Vooropgesteld wordt dat de bitcoinadvertenties zijn opgesteld door adverteerders en door de adverteerders via het GDN zijn geplaatst. Bij de totstandkoming van de inhoud van die advertenties is Google c.s. niet betrokken geweest. Het is de adverteerder die primair verantwoordelijk is voor de inhoud van een advertentie. Het feit dat Google c.s. als internetplatform fungeert voor het samenbrengen van uitgevers en adverteerders en voor het verspreiden en tonen van deze advertenties via het GDN maakt Google c.s. daarmee nog niet, althans niet zonder meer, aansprakelijk voor eventuele onrechtmatige inhoud van advertenties van adverteerders. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist, bestaande uit een eigen verwijtbaar handelen of nalaten van Google c.s.

4.12.

De vraag is allereerst of het aanbieden door Google c.s. van bepaalde advertentiediensten, waaronder responsieve display advertenties en/of native ads, dergelijke bijkomende omstandigheden opleveren. Bij de beantwoording van die vraag dient eerst te worden vastgesteld wat de rol van Google c.s. precies is.

4.13.

Google c.s. heeft voor haar reclameactiviteiten als het ware een bemiddelingsfunctie tussen adverteerders enerzijds en uitgevers anderzijds. Het GDN is een platform voor uitgevers die online advertentieruimte aanbieden en adverteerders die online willen adverteren. Daarbij biedt Google c.s. uitgevers en adverteerders diverse mogelijkheden, waaronder de mogelijkheid van responsieve advertenties (waarbij de advertentie door een geautomatiseerde tool van Google c.s. wordt opgemaakt) en de mogelijkheid van native ads, met als doel om advertenties te optimaliseren.

4.14.

Stichting Vladimir c.s. stelt dat alleen al het aanbieden van de mogelijkheid van responsieve advertenties en native ads door Google onrechtmatig is omdat dit het risico in het leven roept dat advertenties verschijnen die misleidend kunnen zijn. Hierin wordt Stichting Vladimir c.s. niet gevolgd. Niet kan worden geoordeeld dat het aanbieden van dergelijke diensten als zodanig onrechtmatig is. Het enkele gebruik van de door Google c.s. geboden vormgevingsmogelijkheden leidt er immers op zichzelf genomen niet toe dat een advertentie misleidend is. Of een advertentie misleidend is, is vooral afhankelijk van de inhoud van de advertentie. Met die inhoud heeft Google c.s. geen bemoeienis. Voor zover Stichting Vladimir c.s. bedoelt dat het risico op het verschijnen van een misleidende advertentie met de aangeboden reclame-diensten wordt vergroot, is dat onvoldoende omdat niet is gebleken dat dat risico onaanvaardbaar wordt vergroot.

4.15.

Vervolgens ligt de vraag voor of er andere bijkomende omstandigheden zijn, die wel leiden tot onrechtmatig handelen van Google c.s. Stichting Vladimir c.s. stelt in dit verband dat Google c.s. onvoldoende maatregelen neemt om het verschijnen van malafide advertenties te voorkomen. Daarnaast stelt zij dat een advertentie kan worden getoond zonder de expliciete vermelding ‘advertentie’.

4.16.

De vraag of Google c.s. een eigen verwijt kan worden gemaakt doordat zij onvoldoende maatregelen zou treffen om onrechtmatig handelen van derden (te weten de bitcoinadvertenties van adverteerders) te voorkomen, is (opnieuw) afhankelijk van de rol die Google c.s. hierin speelt. Naar het oordeel van de rechtbank kan verder bij de beoordeling van de vraag of Google c.s. een zelfstandig verwijt kan worden gemaakt bijvoorbeeld meewegen de bekendheid van Google c.s. met het onrechtmatig handelen van deze adverteerders, hoe bezwaarlijk het nemen van voorzorgsmaatregelen voor Google c.s. is, welke maatregelen Google c.s. daadwerkelijk neemt ter voorkoming van de bitcoinadvertenties, de waarschijnlijkheid van onachtzaamheid van de internetgebruiker (in dit geval lastgever [naam 1] ) naar aanleiding van de advertentie, hoe groot de kans is dat hieruit schade ontstaat en hoe ernstig de gevolgen daarvan kunnen zijn.

4.17.

Duidelijk is dat het fenomeen van (nep)advertenties waarbij zonder toestemming gebruik wordt gemaakt van het portret (of de naam) van een bekend persoon zich sinds enkele jaren voordoet en bij Google bekend is. Google c.s. erkent dat zij een verantwoordelijkheid heeft als het gaat om bestrijding van misleidende advertenties die via het GDN worden verspreid. Zo geldt op grond van het beleid van Google c.s. onder meer een verbod voor misleidende advertenties (zie 2.8). Bitcoinadvertenties zijn met hun sensationele tekst aan te merken als zogenoemde clickbait advertenties, die ook verboden zijn. Google c.s. heeft voldoende toegelicht dat zij ter handhaving van haar beleid maatregelen neemt om bitcoinadvertenties tegen te houden, zoals proactieve en reactieve geautomatiseerde detectiemethoden op basis van machine learning-technieken en menselijke controles, maar dat alle (mogelijk) misleidende bitcoinadvertenties tegenhouden of verwijderen zonder voorafgaande melding feitelijk onmogelijk is. De bitcoinadvertenties bevatten vaak immers geen letterlijke verwijzing naar bitcoins of andere cryptovaluta en kunnen dus niet automatisch op die kenmerken eruit worden gefilterd. De bitcoinadvertenties bevatten vaak een heel algemene en onbegrijpelijke tekst (“De grootste leugen is bekendgemaakt… ‘Verhaal’ achter schandaal is bekendgemaakt Het interview werd door…” of “zijn grootste lie De microfoon was aan! Is dat het einde van de carrière in de [eiser 2] ?”), wat het eruit filteren van dit soort advertenties bemoeilijkt. Bovendien maakten de bitcoinadvertenties gebruik van cloaking – wat ook is verboden op basis van het beleid van Google c.s. (zie 2.8) – waarbij het advertentiebeoordelingssysteem wordt misleid door dat systeem te leiden naar een andere webpagina dan de pagina waarnaar de advertentie verwijst. Ook cloaking bemoeilijkt het filteren van dit soort advertenties. De hiervoor weergegeven, door Google c.s. toegelichte wijze van het nemen van maatregelen is door Stichting Vladimir c.s. niet gemotiveerd weersproken, anders dan door te stellen dat Google c.s. meer zou moeten doen, zonder dit verder concreet te maken. Stichting Vladimir c.s. wijst er enkel op dat Google c.s. alle identificerende gegevens van de adverteerders zou moeten opvragen en controleren. Die maatregel kan echter niet voorkomen dat de schadelijke advertenties worden verspreid, zodat de rechtbank in dit verband aan deze stelling van Stichting Vladimir c.s. voorbijgaat.

4.18.

Bovendien is een massale verspreiding van bitcoinadvertenties via het GDN niet komen vast te staan. Stichting Vladimir c.s. heeft een aantal voorbeelden overgelegd. Deze voorbeelden zijn door Google c.s. gematcht aan 17 advertenties die door adverteerders met behulp van Google Ads zijn gemaakt. Weliswaar heeft eigen onderzoek door Google c.s. in haar systemen ertoe geleid dat een hoger aantal advertentie-onderdelen zijn gevonden, maar Google c.s. heeft toegelicht dat een advertentie uit meerdere onderdelen bestaat en dat een groot deel hiervan niet op internet is verschenen. Tegenover de gemotiveerde betwisting van Google c.s. heeft Stichting Vladimir c.s. geen verdere voorbeelden van verschenen advertenties overgelegd. Het staat verder vast dat de hiervoor genoemde 17 advertenties korte tijd na de melding zijn verwijderd. Daarnaast heeft [eiser 2] ook ter zitting bevestigd dat het aantal advertenties op dit moment veel minder is. Toen Google c.s. werd geconfronteerd met dit soort bitcoinadvertenties heeft zij haar werkwijze hierop ook aangepast om effectiever te kunnen optreden. Het lijkt er dus op dat de maatregelen die Google c.s. treft wel degelijk effectief zijn, ook al leiden ze er niet toe dat alle bitcoinadvertenties worden geweerd of verwijderd. Verder kan van Google c.s. niet worden gevergd dat zij iedere advertentie handmatig controleert, ook omdat dit neer zou komen op een algemeen filtergebod.

4.19.

Ten aanzien van de omstandigheid dat advertenties niet altijd een expliciete vermelding ‘advertentie’ bevatten, geldt het volgende. In het algemeen kan niet worden geoordeeld dat Google c.s. onrechtmatig handelt indien bij een advertentie van een adverteerder niet een dergelijke aanduiding staat. De vraag of een advertentie misleidend is, hangt immers af van de concrete omstandigheden van het geval en wordt veelal bepaald door de keuzes van de adverteerder. Advertenties zullen in veel gevallen een merknaam of logo bevatten en/of een product of dienst aanprijzen en kunnen daarmee dan als zodanig al herkenbaar zijn. Een advertentie kan anderzijds ook met de vermelding van het woord “advertentie” misleidend zijn. Google c.s. heeft in dit verband erop gewezen dat zij in haar voorwaarden heeft bepaald dat het adverteerders verboden is om misleidende advertenties te plaatsen. Al met al kan niet worden vastgesteld dat Google c.s. op dit punt tekortschiet in het treffen van maatregelen.

4.20.

Ondanks de getroffen maatregelen kan het gebeuren dat aan de internetgebruiker misleidende advertenties worden getoond, zonder dat die herkenbaar zijn als advertentie en zonder dat daarbij het woord ‘advertentie’ staat vermeld.

4.21.

Mocht een internetgebruiker op een dergelijke misleidende advertentie klikken, dan is de kans dat hieruit schade ontstaat nog niet zo groot. Het is namelijk een stapsgewijs proces: de internetgebruiker moet hebben geklikt op de advertentie, die doorverwijst (al dan niet via meerdere stappen) naar een pré-landingspagina, die vervolgens weer doorverwijst naar de echte landingspagina over bitcoin-investeringen. Pas na het achterlaten van gegevens, wordt de internetgebruiker hierover teruggebeld en wordt gevraagd om veel geld te investeren in bitcoins of andere cryptovaluta. Pas daarna, als een investering wordt gedaan, is de internetgebruiker zijn of haar geld kwijt. Dit kan wel tot enorme schade bij de betreffende internetgebruiker leiden, maar die eventuele schade ontstaat dus niet direct bij en door het plaatsen van zo’n advertentie.

4.22.

De conclusie is dan ook dat de kans dat er een malafide advertentie verschijnt niet groot is door de door Google c.s. genomen voorzorgsmaatregelen en de kans dat hieruit vervolgens voor de internetgebruiker schade ontstaat is niet zo groot vanwege het stapsgewijze karakter dat wordt gehanteerd door de personen achter de bitcoinadvertenties. In licht daarvan heeft Stichting Vladimir c.s. onvoldoende onderbouwd dat Google c.s. toen zij bekend was met het onrechtmatig karakter van de bitcoinadvertenties te weinig heeft gedaan om het verschijnen van de bitcoinadvertenties te voorkomen.

4.23.

Ten aanzien van [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] en [eiser 5] gaat het om gestelde schending van hun portretrecht. Het zonder toestemming gebruiken van het portret of de naam van een bekend persoon in een misleidende advertentie zal bij het verschijnen ervan onmiddellijk tot schade kunnen leiden, omdat een dergelijke publicatie afbreuk doet aan of schadelijk kan zijn voor de wijze waarop de geportretteerde zijn bekendheid wenst te exploiteren. Of dit in zijn algemeenheid tot hoge vergoedbare schade zal leiden, is maar zeer de vraag. Dat in deze zaak [eiser 4] en [eiser 5] schade hebben geleden, is niet gebleken, omdat in deze procedure helemaal geen advertenties zijn getoond met hun portret en/of naam erin. Dat er mogelijk wel dergelijke advertenties zijn geweest, is betwist, en daarna door Stichting Vladimir c.s. niet meer onderbouwd. Van [eiser 3] is slechts één screenshot van een website overgelegd, met het logo van De Telegraaf, een foto van [eiser 3] en een poes met een bordje “I stole bitcoins” en een tekst (“KLANT NIEUWE BETALING [eiser 3] Onthult Hoe Hij 2,3 Miljoen euro Verdiende Na Zijn faillissement. Hij Beweert Dat Iedereen Dit Kan en Laat bij “ [eiser 3] ” Hoe Het Moet! “Dit is de beste kans die ik ooit heb gehad!”). Het lijkt erop dat dit een schermafdruk van een pre-landingspagina is. Dat via het GDN een advertentie is getoond waarin het portret van [eiser 3] is gebruikt in een bitcoinadvertentie is dan ook niet komen vast te staan. [eiser 2] zelf heeft weinig toegelicht hoe groot zijn schade zou zijn. Ook ten aanzien van [eiser 2] c.s. komt de rechtbank onder de gegeven omstandigheden tot de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat Google c.s. te weinig heeft gedaan om het verschijnen van de bitcoinadvertenties te voorkomen.

4.24.

Concluderend is het optreden van Google c.s. bij het plaatsen van de bitcoinadvertenties niet onrechtmatig jegens lastgever [naam 1] en [eiser 2] c.s.

4.25.

Op dit punt is dus geen sprake van onrechtmatig handelen of nalaten door Google c.s., zodat in het midden kan blijven of Google c.s. een beroep kan doen op de vrijstelling van aansprakelijkheid van artikel 6:196c BW. De Stichting Vladimir c.s. heeft ook nog verwezen naar de Algemene Verordening Gegevensbescherming, maar zij heeft haar stellingen op dit punt onvoldoende toegelicht.

Oneerlijke handelspraktijk

4.26.

De rechtbank komt nu toe aan het verwijt over oneerlijke handelspraktijken. Stichting Vladimir c.s. stelt dat Google c.s. aansprakelijk is wegens schending van de regels omtrent oneerlijke handelspraktijken. Vanwege het valse karakter van de als nieuwsbericht gepresenteerde advertenties is volgens Stichting Vladimir c.s. sprake van een misleidende handelspraktijk als bedoeld in de artikelen 6:193c tot en met 6:193g BW.

4.27.

Google c.s. betwist dat Stichting Vladimir c.s. een beroep toekomt op deze bepalingen, dat Google c.s. een handelspraktijk verricht en dat zij niet aan deze bepalingen voldoet.

4.28.

Een oneerlijke handelspraktijk is te beschouwen als een species van de onrechtmatige daad. De regeling over oneerlijke handelspraktijken in Afdeling 3a van boek 6 BW is een implementatie van de Europese richtlijn oneerlijke handelspraktijken4 en beoogt een consument bescherming te bieden tegen oneerlijke handelspraktijken van een handelaar.

4.29.

Ten aanzien van de lastgever [naam 1] – die als consument kan worden aangemerkt – is niet duidelijk geworden of een via het GDN geplaatste advertentie een rol heeft gespeeld bij de advertenties, berichten en/of links waarop [naam 1] heeft geklikt. De (stapsgewijze) oplichting bij [naam 1] bestond deels uit het klikken op een advertentie en het feit dat hij mogelijk is gehackt (volgens de verklaring van [naam 1] werd zijn computer overgenomen door iemand anders). Stichting Vladimir c.s. heeft onvoldoende onderbouwd dat [naam 1] daadwerkelijk enige via Google-diensten verspreide of getoonde advertenties heeft gezien of aangeklikt die verband houdt met cryptovaluta. De enkele stelling dat er een grote kans is dat het een advertentie op nu.nl was, is daarvoor onvoldoende. Gelet op het voorgaande wordt aan een verdere beoordeling over een mogelijk oneerlijke handelspraktijk ten opzichte van [naam 1] niet toegekomen.

4.30.

[eiser 2] c.s. treedt in dit geval niet op in de hoedanigheid van consument. [eiser 2] c.s. komt in de hoedanigheid van geportretteerd persoon op tegen verspreiding van de bitcoinadvertenties, omdat hij als bekende mediapersoonlijkheid belang heeft bij bescherming van zijn portret. [eiser 2] c.s. stelt daartoe dat het gebruik van zijn portret schadelijk is voor zijn naam en reputatie en afbreuk doet aan zijn verzilverbare populariteit. [eiser 2] c.s. heeft niet gesteld dat de bitcoinadvertenties aan hem zijn getoond. Hij beroept zich erop dat ze zijn getoond aan andere internetgebruikers. Voor [eiser 2] c.s. geldt echter dat hij uitsluitend kan opkomen voor zijn eigen belangen. Op het voorgaande stuit het beroep van [eiser 2] c.s. op een oneerlijke handelspraktijk af. Overigens kunnen voor een gemiddelde internetgebruiker de bitcoinadvertenties wellicht misleidend zijn, maar juist voor [eiser 2] c.s. moet duidelijk zijn geweest dat het hier ging om een nepadvertentie. [eiser 2] c.s. zelf kan door de nepadvertenties dus niet zijn misleid.

4.31.

De conclusie is dan ook dat de vorderingen niet kunnen worden toegewezen op basis van de grondslag van oneerlijke handelspraktijken.

Tussenconclusie

4.32.

Op basis van het voorgaande zullen de vorderingen I tot en met III van Stichting Vladimir en de vorderingen VI tot en met IX (VIII primair) van [eiser 2] c.s. worden afgewezen. Ook vordering XII met betrekking tot herkenbaarheid van de advertenties wordt op grond van het voorgaande afgewezen.

Gegevens verstrekken

4.33.

Omdat de primair gevorderde schadevergoeding voor zowel lastgever [naam 1] als [eiser 2] c.s. wordt afgewezen op grond van het voorgaande, komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de subsidiaire vordering tot afgifte van gegevens van de adverteerders (vordering IV ten aanzien van de lastgever en vordering X ten aanzien van [eiser 2] c.s.).

4.34.

Ten eerste geldt dat ten aanzien van [eiser 2] c.s. de verstrekking van de gegevens, zoals genoemd in vordering X onder a tot en met f, zijn gevorderd met het oog op de vaststelling van de schade die hij op Google c.s. wil verhalen. Voor een veroordeling tot verstrekking van die gegevens bestaat geen grond, reeds omdat niet is komen vast te staan dat Google c.s. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser 2] c.s.

4.35.

De gevorderde gegevens zoals genoemd in vordering IV en in vordering X onder g hebben betrekking op gegevens van de adverteerders die de bitcoinadvertenties hebben geplaatst. Het niet afgeven van identificerende gegevens van degene die onrechtmatige informatie heeft geplaatst kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn. Daarbij moet worden getoetst aan de criteria die de Hoge Raad heeft geformuleerd in zijn arrest van 25 november 2005 (Lycos/Pessers)5:

  1. de mogelijkheid dat de informatie, op zichzelf beschouwd, jegens de derde (in dit geval: [eiser 2] c.s.) onrechtmatig en schadelijk is, is voldoende aannemelijk;

  2. de derde heeft een reëel belang bij de verkrijging van de NAW-gegevens;

  3. aannemelijk is dat er in het concrete geval geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de NAW-gegevens te achterhalen;

  4. afweging van de betrokken belangen van de derde, de serviceprovider (in dit geval: Google c.s.) en de websitehouder (in dit geval: de uitgever) (voor zover kenbaar) brengt mee dat het belang van de derde behoort te prevaleren.

4.36.

De vordering kan niet worden toegewezen ten aanzien van Stichting Vladimir, lastgever [naam 1] . Het is zoals hiervoor is overwogen niet duidelijk op welke advertentie hij heeft geklikt en dus welke NAW-gegevens verstrekt zouden moeten worden.

4.37.

Ten aanzien van [eiser 2] c.s. geldt dat alleen ten aanzien van [eiser 2] is komen vast te staan dat zijn naam en portret in de bitcoinadvertenties zijn gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat [eiser 2] een reëel belang heeft om de personen die achter de advertenties zitten in rechte te kunnen aanspreken en dat het bestaan van concrete, minder ingrijpende mogelijkheden niet aannemelijk is geworden. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het belang van [eiser 2] om te kunnen optreden tegen schending van zijn rechten zwaarder weegt dan de belangen van Google c.s. en dan de privacybelangen van de inbreukmakers. Dit is als zodanig ook niet door Google c.s. bestreden. [eiser 2] heeft daarom belang bij verstrekking van identificeerbare gegevens van de adverteerders van de bitcoinadvertenties. Google c.s. heeft over de gevraagde gegevens onweersproken aangevoerd dat btw-nummers, KvK-nummers en gegevens van feitelijk leidinggevenden van adverteerders niet worden geregistreerd. Daarmee staat niet vast dat Google c.s. over dergelijke gegevens beschikt. Het toe te wijzen bevel zal daarom worden beperkt tot de naam, het adres, de woonplaats, het telefoonnummer, het e-mailadres en het bankrekeningnummer van de adverteerder. Het toe te wijzen bevel zal verder worden beperkt tot die gegevens van de 17 advertenties die Google c.s. heeft kunnen herleiden aan de hand van de door Stichting Vladimir c.s. gegeven voorbeelden en voor zover Google c.s. over die gegevens beschikt.

4.38.

Het bevel tot afgifte van de gegevens zal verder alleen worden opgelegd aan Google Ireland en Google LLC. [eiser 2] heeft namelijk geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat Google NL – gelet op haar activiteiten (zie 2.4) – is aan te merken als serviceprovider die kan beschikken over de betreffende gegevens. De rechtbank zal verder anders dan gevorderd Google Ireland en Google LLC niet hoofdelijk veroordelen nu zij zelf kunnen bepalen wie hiertoe de meest gerede partij is.

De gevorderde dwangsom voor uitvoering van dit bevel zal worden toegewezen, maar wel worden beperkt en gemaximeerd op de wijze zoals onder de beslissing is vermeld.

4.39.

De onder vordering VIII subsidiair gevorderde schadevergoeding, indien Google c.s. nalaat binnen twee weken na vonnisdatum de gegevens te verstrekken, zal worden afgewezen. Deze vordering is prematuur. De gevolgen van het eventuele niet verstrekken van de gegevens door Google Ireland en Google LLC vergen immers een zelfstandige afweging waarover [eiser 2] ook niets heeft toegelicht, en kunnen daarom nog niet aan de orde komen in deze procedure.

4.40.

[eiser 2] c.s. vordert onder vordering XI een bevestiging van de juistheid en volledigheid van de te verstrekken gegevens door een door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant. Deze vordering wordt gelet op het risico van executieproblemen afgewezen. Hetgeen aldus van de accountant wordt gevraagd, komt neer op een verklaring dat de opgave, voor zover verifieerbaar, een getrouwe weergave van de werkelijkheid vormt. Dit vormt een opdracht voor het geven van een vorm van assurance door een registeraccountant. De rechtbank is er ambtshalve mee bekend dat een registeraccountant, zeker als die accountant niet de huisaccountant is, die assurance niet kan geven.

Slotsom en proceskosten

4.41.

De conclusie is dat alleen de vordering van [eiser 2] tot de afgifte van de NAW-gegevens van de adverteerders van de 17 advertenties (vordering X onder g) wordt toegewezen en dat voor het overige de vorderingen worden afgewezen.

4.42.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

gebiedt Google Ireland en Google LLC tot het doen van opgave aan [eiser 2] , binnen vier weken na betekening van dit vonnis, van de volgende gegevens met betrekking tot de 17 advertenties genoemd in randnummer 133 van de conclusie van antwoord van Google c.s.: de naam, het adres, de woonplaats, het telefoonnummer, het e-mailadres en het bankrekeningnummer van de adverteerder, een en ander voor zover Google Ireland en/of Google LLC over die gegevens beschikken,

5.2.

veroordeelt Google Ireland en Google LLC om aan [eiser 2] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1, uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bakker, mr. H.J. Schaberg en mr. J.T. Kruis, rechters, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2022.

1 de Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis)

2 vgl. HvJ EG 13 juli 2000, C-412/98, Jur. 2000, p. I-5925, NJ 2003/597 (Group Josi/UGIC)

3 Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen, PbEU 2007, L 199/40.

4 Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt, PbEU 2005, L 149.

5 ECLI:NL:HR:2005:AU4019 (zie ook: ECLI:NL:PHR:2021:83)