Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:2501

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-05-2022
Datum publicatie
13-05-2022
Zaaknummer
C/13/716116 / KG ZA 22-301 HH/MV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ondanks dat de in Zurich gevestigde onderneming Inuikii AG op het eerste gezicht het auteursrecht lijkt te hebben op de INUIKII-wintersneaker, wijst de voorzieningenrechter haar vorderingen af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/716116 / KG ZA 22-301 HH/MV

Vonnis in kort geding van 10 mei 2022

in de zaak van

de vennootschap naar buitenlands recht

INUIKII AG,

gevestigd te Zürich (Zwitserland),

eiseres bij dagvaarding van 28 maart 2022,

advocaten mr. A.P. Groen en mr. J. Visser te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SHOP EST'SEVEN B.V.,

gevestigd te Lijnden,

gedaagde,

advocaten mr. E.C. Menkhorst en mr. A. Hosseini te Zeist.

Partijen zullen hierna Inuikii en Est'Seven worden genoemd.

1 De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 21 april 2022 heeft Inuikii de dagvaarding toegelicht. Est'Seven heeft verweer gevoerd.
Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:

aan de zijde van Inuikii: [naam 1] met mrs. Groen en Visser en met E.H. Roest, tolk;

aan de zijde van Est'Seven: [naam 2] met mrs. Menkhorst en Hosseini.
Na verder debat is vonnis bepaald op 10 mei 2022.

2 De feiten

2.1.

Inuikii brengt de zogenoemde INUIKII winter sneaker op de markt, uitgevoerd in verschillende kleuren en materialen. Hieronder staat een afbeelding van een van de INUIKII winter sneakers:

2.2.

Est'Seven brengt de zogenoemde Est’Mouton Boot op de markt, eveneens uitgevoerd in verschillende kleuren en materialen. Hieronder staat een afbeelding van een van de Est’Mouton Boots:

2.3.

Bij brief van 29 oktober 2021 van de Duitse advocaat van Inuikii is Est'Seven er – kort gezegd – op gewezen dat Inuikii de ontwerper en distributeur is van de INUIKII winter sneaker en dat Est'Seven met de Est’Mouton Boot alle essentiële kenmerken van de INUIKII winter sneaker heeft overgenomen. Est'Seven is verzocht te berichten op welke gronden zij meent de “Imitation Boots” aan te mogen bieden en te distribueren.
2.4. Bij brief van 6 december 2021 van de Nederlandse advocaat van Inuikii is de advocaat van Est'Seven – kort gezegd – bericht dat de INUIKII winter sneaker als een auteursrechtelijk beschermd werk kan worden aangemerkt, dat de Est’Mouton Boot hierop inbreuk maakt en is Est'Seven onder meer verzocht die inbreuk met onmiddellijke ingang te staken.

3 Het geschil

3.1.

Inuikii vordert – kort gezegd – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
A. Est'Seven te bevelen om het te koop aanbieden of anderszins beschikbaar stellen van (afbeeldingen of verveelvoudigingen van) de Est’Mouton Boot in haar verschillende varianten te staken en gestaakt te houden;
B. Est'Seven te bevelen om opgave te doen van:
a. de volledige naam- en adresgegevens van de professionele afnemers van de Est’Mouton Boot;
b. het totale aantal door Est'Seven ingekochte en/of in voorraad gehouden Est’Mouton Boots, met opgave van inkoopprijzen en inkoopdata, gestaafd door middel van bewijzen;
c. een specificatie van het totale aantal door Est'Seven reeds verkochte en geleverde Est’Mouton Boots, alsmede de gehanteerde verkoopprijzen en leverdata, gestaafd door middel van bewijzen;
C. een en ander op straffe van dwangsommen; en
D. met veroordeling van Est'Seven in de kosten van dit geding, te begroten op de voet van artikel 1019h Rv.

3.2.

Inuikii stelt hiertoe – samengevat weergegeven – het volgende. Inuikii is een merk voor luxe schoeisel en bestaat sinds 2016. Daaraan voorafgaand werden de schoenen verhandeld door Zeitneu GmbH, opgericht in 2012 en toen nog handelend onder de naam IKKII. Inuikii verhandelt haar schoenen via luxe (web)winkels, onder meer via de Bijenkorf in Amsterdam. De INUIKII winter sneaker werd voor het eerst op de markt gebracht op 19 januari 2015. Onder punt 9 van de dagvaarding zijn 13 punten opgesomd die de INUIKII winter sneaker kenmerken. Die kenmerken dragen bij aan de totaalindruk van de INUIKII winter sneaker, dat als een werk in de zin van de Auteurswet kan worden aangemerkt. Na de introductie van de INUIKII winter sneaker is de populariteit daarvan in hoog tempo gestegen. Tal van mode-influencers hebben aandacht besteed aan de sneaker. Est'Seven importeert en verhandelt vanaf eind 2021 een goedkope look-a-like. Zij betrekt haar schoenen van [naam voormalige producent] , de voormalige producent van de INUIKII winter sneaker, die over alle ontwerptekeningen en know-how beschikt. Om die reden is de Est’Mouton Boot nagenoeg identiek aan de INUIKII winter sneaker. Slechts op drie punten (genoemd onder punt 18 van de dagvaarding) wijkt de Est’Mouton Boot in geringe mate af. Er is dan ook sprake van auteursrechtinbreuk dan wel van slaafse nabootsing, hetgeen onrechtmatig is op grond van artikel 6:162 BW. Est'Seven verspreidt de Est’Mouton Boot tenminste via haar eigen en dertien andere webwinkels.

3.3.

Est'Seven heeft – samengevat weergegeven – het volgende verweer gevoerd.
(1) Inuikii is geen rechthebbende, althans dit heeft zij onvoldoende onderbouwd;
(2) de INUIKII winter sneaker is geen auteursrechtelijk beschermd werk en geniet evenmin bescherming op grond van slaafse nabootsing;
(3) de Est’Mouton Boot maakt geen inbreuk op de INUIKII winter sneaker;
(4) er is geen sprake van ontlening of van onrechtmatig handelen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4
4. De beoordeling

Is Inuikii rechthebbende op de INUIKII winter sneaker?

4.1.

Inuikii heeft als onderbouwing dat zij auteursrechthebbende is op de INUIKII winter sneaker een verklaring van 11 maart 2022 in het geding gebracht van [naam 1] (productie 6). Zij is director (Präsidentin des Verwaltungsrates) van Inuikii. In haar verklaring staat dat zij de INUIKII winter sneaker in 2014 heeft ontworpen en dat zij in dat jaar aan Zeitneu GmbH een exclusief recht heeft verstrekt om al haar rechten ten aanzien van die sneaker te gebruiken. Zeitneu GmbH heeft de sneaker vervolgens in Europa op de markt gebracht onder de merknaam IKKII. De productie van de sneaker heeft Zeitneu GmbH ondergebracht bij het bedrijf [naam voormalige producent] in Istanbul (Turkije). In 2016 is de relatie tussen Zeitneu GmbH en [naam voormalige producent] geëindigd. Eveneens in 2016 heeft Zeitneu GmbH al haar rechten met betrekking tot de sneaker (waaronder de distributie) overgedragen aan Inuikii. Tegelijkertijd is de merknaam waaronder de sneaker op de markt werd gebracht gewijzigd van IKKII in INUIKII, dit alles aldus de verklaring van
[naam 1] .

4.2.

Est'Seven heeft bestreden dat Inuikii de auteursrechthebbende is. Est'Seven heeft hiertoe een verklaring in het geding gebracht van 7 april 2022 van [naam voormalige producent] . In die verklaring staat dat [naam voormalige producent] in 2010 het ontwerp heeft gemaakt voor de sneaker. Ten bewijze hiervan heeft hij bij zijn verklaring een e-mail uit 2010 gevoegd, die hij heeft gestuurd naar zijn vader en waarin een tekening van de sneaker is opgenomen. Volgens de verklaring zijn in 2010 samples gemaakt van de sneaker en is in dat jaar ook gestart met de productie. [naam voormalige producent] verkoopt de sneaker nog steeds in tal van landen wereldwijd. In het verleden heeft [naam voormalige producent] de sneaker geproduceerd voor Zeitneu GmbH. Een van de samples is destijds door [naam 1] mee naar huis genomen. Later heeft [naam voormalige producent] samen met Est'Seven enkele veranderingen aangebracht in de sneaker. Est'Seven beschikt thans over het recht dit gewijzigde ontwerp (de Est’Mouton Boot) te gebruiken en te verkopen, dit alles aldus de verklaring van [naam voormalige producent] .

4.3.

Als reactie op de verklaring van [naam voormalige producent] heeft Inuikii een aanvullende verklaring van [naam 1] van 18 april 2022 in het geding gebracht (productie 11). Zij verklaart hierin dat dat de e-mail uit 2010 vervalst is. [naam voormalige producent] heeft nooit eerder rechten geclaimd op het ontwerp of Inuikii benaderd om mee te delen in het succes van de INUIKII winter sneaker. Als ontwerper heeft [naam 1] [naam voormalige producent] bereid gevonden om haar ontwerpen te produceren. Zij verwijst naar een overeenkomst van 28 maart 2013 (en een addendum van 8 april 2015) gesloten tussen Zeitneu GmbH en [naam voormalige producent] . Weliswaar zien deze overeenkomst en dit addendum op andere schoenen dan de INUIKII winter sneaker, maar hieruit blijkt wel dat de ontwerpen eigendom zijn van Zeitneu GmbH en dat [naam voormalige producent] niet de ontwerper, maar de producent is. Toen [naam 1] in contact kwam met [naam voormalige producent] had zij het ontwerp voor de INUIKKI winter sneaker al gemaakt. [naam voormalige producent] heeft hieraan geen creatieve bijdrage geleverd. Dit blijkt tevens uit een e-mail van 14 april 2022 van [naam 3] en een e-mail van 14 april 2022 van [naam 4] , die bij de verklaring zijn gevoegd. Bij e-mail van 25 maart 2022 heeft [naam 1] [naam voormalige producent] gesommeerd de inbreuk op haar ontwerp te staken, dit alles aldus de aanvullende verklaring van [naam 1] .

4.4.

Op de mondelinge behandeling van dit kort geding heeft Inuikii aangevoerd dat zij het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau een onderzoek heeft laten verrichten naar de e-mail van [naam voormalige producent] uit 2010. Uit een e-mail van dat bureau van 20 april 2022 is gebleken dat er voldoende reden is om te twijfelen aan de authenticiteit van de (doorgestuurde) e-mail uit 2010. Verder baseert Inuikii haar auteursrechten op het bewijsvermoeden van artikel 4 Auteurswet (haar naam staat op het werk) en op het bewijsvermoeden van artikel 8 Auteurswet (de werken zijn steeds als afkomstig van Inuikii openbaar gemaakt, zonder de vermelding van een natuurlijk persoon).

4.5.

Op de mondelinge behandeling van dit kort geding heeft Est'Seven aangevoerd dat de bewering van Inuikii dat zij auteursrechthebbende is enkel is gebaseerd op de verklaringen van [naam 1] . Uit niets blijkt dat zij een ontwerpachtergrond heeft. Zij beschrijft niet hoe het ontwerpproces is verlopen. Evenmin zijn ontwerptekeningen of eerste schetsen o.i.d. in het geding gebracht. Dat [naam 1] ontwerper is van de INUIKII winter sneaker kan dus niet worden vastgesteld. Het ontwerp kan evengoed ontleend zijn aan de schoen van een andere partij. De verklaringen van [naam 3] en [naam 4] zijn evenmin doorslaggevend. Hieruit blijkt niet dat [naam 1] de schoen zelf heeft ontworpen. Bovendien gaat het hier om (bevriende) medewerkers van [naam 1] , die dus niet onpartijdig zijn.
heeft ook verklaard dat zij de winter sneaker in 2014 heeft ontworpen en dat deze in 2015 op de markt is gebracht, maar ook voor deze stelling van Inuikii ontbreekt elk bewijs (bijvoorbeeld in de vorm van facturen, brochures of screenshots van websites).
Est'Seven heeft vervolgens aangevoerd dat, mocht al worden aangenomen dat [naam 1] auteursrechthebbende is, niet is aangetoond dat thans Inuikii auteursrechthebbende is. Uit de verklaring van [naam 1] kan worden afgeleid dat zij destijds een licentie heeft gegeven aan Zeitneu GmbH. Er is echter geen akte van overdracht van het auteursrecht in het geding gebracht die geldt tussen [naam 1] en Zeitneu GmbH. Evenmin is een akte van overdracht in het geding gebracht die geldt tussen Zeitneu GmbH en Inuikii. Op grond van artikel 2 Auteurswet zijn dergelijke aktes vereist.
Tot slot heeft Est'Seven aangevoerd dat [naam 1] niet de ontwerper van de sneaker kan zijn omdat [naam voormalige producent] dit is. Verwezen wordt naar de onder 4.2 genoemde verklaring van [naam voormalige producent] . Kort voor de mondelinge behandeling van dit kort geding heeft Est'Seven drie verklaringen in het geding gebracht van personen die reeds in 2010/2011 betrokken waren bij de productie van de schoen door [naam voormalige producent] . Op de mondelinge behandeling heeft de advocaat van Est'Seven aangevoerd dat zij pas een dag daarvoor de e-mail van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau heeft ontvangen. Om die reden was het niet meer mogelijk een tegenonderzoek te verrichten. Zij heeft nog wel navraag kunnen doen bij haar broer, die deskundig is op het gebied van IT. Hij heeft verklaard dat de twee punten op grond waarvan gezegd wordt dat de e-mail van [naam voormalige producent] uit 2010 niet authentiek is, niet per se hoeven te kloppen. Voor beide punten is een goede verklaring mogelijk. Het kan dus wel degelijk gaan om een originele e-mail die in 2010 is verzonden, dit alles aldus Est'Seven.

4.6.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Om in een kort geding, bij wijze van voorlopige voorziening, een vordering die (mede) is gebaseerd op een inbreuk op auteursrechten te kunnen toewijzen, moet buiten redelijke twijfel staan dat de eisende partij de auteursrechthebbende is. Het ligt op de weg van de eisende partij om dit voldoende aannemelijk te maken. In dit geval lijkt Inuikii op het eerste gezicht als auteursrechthebbende te kunnen worden aangemerkt. Zij brengt immers de INUIKII winter sneaker, waarvan onweersproken is dat dit een succesvol ontwerp is, al geruime tijd op de markt zonder hierop door derden (bijvoorbeeld door [naam voormalige producent] ) te worden aangesproken. Na kennisname van het door Est'Seven gevoerde verweer, staat echter niet meer buiten redelijke twijfel dat Inuikii in dit kort geding als auteursrechthebbende kan worden aangemerkt. Est'Seven heeft voorshands terecht vraagtekens gezet bij de vraag of [naam 1] wel de ontwerper is. Dit blijkt weliswaar uit haar eigen verklaring, maar is onvoldoende ondersteund door aanvullend bewijs. Evenmin is duidelijk of en hoe haar (beweerde) auteursrecht is overgegaan op Zeitneu GmbH en vervolgens op Inuikii. Aktes dienaangaande zijn niet in het geding gebracht. Een beroep op de bewijsvermoedens van de artikelen 4 en 8 van de Auteurswet, ervan uitgaande dat de Nederlandse Auteurswet hier van toepassing is, kan Inuikii niet baten. Omdat Est'Seven gemotiveerd heeft aangevoerd dat [naam voormalige producent] de ontwerper is van de schoen, kan op voorhand niet worden uitgesloten dat Est'Seven er in een bodemprocedure in slaagt de bewijsvermoedens te weerleggen. Verder kan er – gezien hetgeen hierover ter zitting is verklaard door de advocaat van Est'Seven – niet zonder meer van worden uitgegaan dat de e-mail van [naam voormalige producent] uit 2010 vals is. Het onderzoek is immers gedaan op de recent doorgestuurde e-mail uit 2010 en niet op de originele e-mail die zich op de computer van [naam voormalige producent] bevindt. Ook gezien de verklaringen van de personen die volgens [naam voormalige producent] bij het ontwerpproces waren betrokken kan niet op voorhand worden uitgesloten dat hij ontwerper of medeontwerper was van de schoen. Al met al komt het erop neer dat Est'Seven erin is geslaagd voldoende twijfel te zaaien over de vraag wie de auteursrechthebbende is. Hierop stuit toewijzing van de vorderingen voor zover die zijn gebaseerd op het auteursrecht af. Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op het leerstuk van de slaafse nabootsing, treffen zij hetzelfde lot.

4.7.

Of de INUIKII winter sneaker een auteursrechtelijk beschermd werk is en of de Est’Mouton Boot hierop inbreuk maakt, behoeft bij deze stand van zaken geen verdere bespreking.

Conclusie en proceskosten

4.8.

De gevraagde voorzieningen zullen op grond van het bovenstaande worden geweigerd. Inuikii zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Est'seven worden begroot op € 676,- aan griffierecht. Het salaris advocaat dient op de voet van artikel 1019h Rv te worden vastgesteld. Est'Seven heeft een bedrag gevorderd van € 14.930,43. Op basis van twee declaraties (productie 4 voor de periode tot en met 13 april 2022 en productie 16a voor de periode van 14 tot en met 19 april 2022) is een bedrag van € 11.570,43 toewijsbaar. De advocaatkosten gemaakt op 20 en 21 april 2022 zijn (te) ruim geschat (voor twee advocaten 16 uur voorbereiding zitting en 6 uur zitting en reistijd), zodat die kosten worden beperkt en een totaal bedrag van € 12.500,- voorshands voor toewijzing in aanmerking komt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt Inuikii in de proceskosten, aan de zijde van Est'seven tot op heden begroot op € 676,- aan griffierecht en € 12.500,- aan salaris advocaat,

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Hoogeveen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2022.1

1 type: MV coll: LO