Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:2453

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-05-2022
Datum publicatie
11-05-2022
Zaaknummer
13/997050-20 (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek 26Douglasville. Veroordeling tot 9 jaar gevangenisstraf in verband met de voorbereiding van ernstige geweldsdelicten (waaronder gijzeling, afpersing en zware mishandeling met voorbedachten rade), deelneming criminele organisatie en witwassen. Verdachte had een coördinerende rol bij de opbouw van de loodsen die waren ingericht om daarin mensen vast te houden en te martelen. Ook had hij een coördinerende en aansturende rol bij de werkzaamheden die in de loodsen plaatsvonden. Tot slot heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan witwassen. Uitgebreide overwegingen van de rechtbank over de rechtmatigheid van de EncroChat-data als bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/997050-20 (Promis)

Datum uitspraak: 11 mei 2022

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[adres] , [woonplaats] ,

gedetineerd in de [naam PI] .

Inhoudsopgave

1. Onderzoek ter terechtzitting 2

2. Tenlastelegging 2

3. Algemene inleiding 3

4. Voorvragen 3

5. Bewijs 3

5.1. De rechtmatigheid van de EncroChat-data als bewijs 3

5.1.1. Inleiding 4

5.1.2. De feitelijke gang van zaken rondom de EncroChat-hack 5

5.1.3. Is de verkrijging van de EncroChat-data rechtmatig? 9

5.1.4. Heeft het gebruik van de EncroChat-data in Nederland rechtmatig plaatsgevonden? 13

5.1.5. Voorwaardelijk verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen 18

5.1.6. Voorwaardelijk verzoek op het voorwaardelijk verzoek 19

5.2. Feiten in het onderzoek 26Douglasville 19

5.2.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie 19

5.2.2. Standpunt van de verdediging 20

5.2.3. Oordeel van de rechtbank 21

5.2.3.1. Identificatie EncroChat-gebruikers 21

5.2.3.2. Identificatie Telegram-gebruikers en dragers van bijnamen 56

5.2.3.3. Voorbereidingshandelingen (feit 1) 61

5.2.3.4. Criminele organisatie (feit 2) 75

5.2.3.5. Medeplegen van witwassen (feit 3) 78

6. Bewezenverklaring 81

7. Strafbaarheid van de feiten 83

8. Strafbaarheid van verdachte 83

9. Motivering van de straffen en maatregel 83

9.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie 83

9.2. Standpunt van de verdediging 84

9.3. Oordeel van de rechtbank 84

10. Beslag 85

11. Toepasselijke wettelijke voorschriften 87

12. Beslissing 87

1 Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 januari 2022, 2, 7, 8, 9, 11 februari 2022 en 28 april 2022.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. J. Plooij en F. Heus (hierna gezamenlijk aangeduid als: het Openbaar Ministerie) en van wat verdachte en zijn raadslieden, mrs. A.D. Kloosterman en R.B.M. Poppelaars, naar voren hebben gebracht.

Het Openbaar Ministerie heeft zijn requisitoir op schrift gesteld en dienovereenkomstig gerekwireerd. De verdediging heeft haar pleidooi in een pleitnota vastgelegd en dienovereenkomstig gepleit. Hieronder zullen, per onderwerp, steeds de standpunten van het Openbaar Ministerie en de verdediging kort worden weergegeven.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging op de zitting van 21 mei 2021 – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

1. medeplegen van voorbereiding van opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling, afpersing en/of zware mishandeling met voorbedachten rade in de periode

1 maart 2020 tot en met 22 juni 2020 te Wouwse Plantage, Wouw, Rotterdam, Den Haag en/of Utrecht;

2. deelneming aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, waaronder moord, opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling, afpersing in vereniging, zware mishandeling met voorbedachten rade, opzetheling en/of handelen in strijd met de Wet Wapens en Munitie in de periode van 1 november 2019 tot en met 22 juni 2020 te Capelle aan den IJssel, Den Haag, Nieuwegein, Rotterdam, Schiedam, Utrecht, Wouw, Wouwse Plantage en/of elders in Nederland;

3. medeplegen van witwassen van een contante geldbedrag ter hoogte van € 73.850,- en een horloge van het merk Maurice Lacroix op 22 juni 2020 te Den Haag.

De rechtbank leest het in de derde regel van het tweede tenlastegelegde vermelde “ [medeverdachte 1] ” als “ [medeverdachte 1] ”, omdat van een kennelijke misslag sprake is. De verbetering van deze misslag schaadt verdachte niet in zijn verdediging.

De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Algemene inleiding

Onderzoek 26Douglasville ziet op een groep personen die ervan wordt verdacht deel te hebben uitgemaakt van een criminele organisatie die tot doel had om – kort gezegd – derden van hun vrijheid te beroven en af te persen en daarbij zo nodig (zwaar) te mishandelen en te doden. De reden daarvoor lijkt te zijn gelegen in een conflict in het criminele milieu naar aanleiding van de verduistering van zeer aanzienlijke geldbedragen. Teneinde het hiervoor beschreven doel te bereiken is in georganiseerd verband – onder meer – een tweetal loodsen gehuurd en ingericht en is een groot aantal goederen verworven. Eén van de loodsen zou daarbij gaan dienen als uitvalsbasis voor de groep die mensen van hun vrijheid zou gaan beroven. De andere loods was uitgerust als een particuliere gevangenis met naast een aantal cellen waarin mensen opgesloten konden worden een ruimte die speciaal was uitgerust om mensen te martelen.

Het onderzoek 26Douglasville is voortgekomen uit het onderzoek 26Antigo. In dat onderzoek ontstond het vermoeden dat de verdachte [medeverdachte 2] , die werd verdacht van het overtreden van de Opiumwet, op zoek was naar een loods. Onderzoek naar de verblijfplaats van [medeverdachte 2] leidde vervolgens naar de verdachte [medeverdachte 3] , die een loods bleek te huren in Wouwse Plantage. In april 2020 werd deze loods nader onderzocht. Rond die tijd werden er in het onderzoek 26Lemont EncroChat-berichten ontvangen waarvan vermoed werd dat die door [medeverdachte 2] werden verzonden en die tevens verband leken te houden met de loods in Wouwse Plantage. Nader onderzoek naar die loods en een loods in Rotterdam en de daarin en daarbij waargenomen activiteiten en het daarmee samenhangende berichtenverkeer heeft geleid tot de huidige verdenkingen.

4 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en het Openbaar Ministerie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

5 Bewijs

De rechtbank zal eerst de rechtmatigheid van het bewijs bespreken dat is verkregen uit het berichtenverkeer dat is gevoerd via EncroChat.

5.1.

De rechtmatigheid van de EncroChat-data als bewijs

5.1.1.

Inleiding

Enkele algemene opmerkingen

De verdediging van verdachte [verdachte] heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat zowel de verkrijging als het gebruik van de EncroChat-data onrechtmatig heeft plaatsgevonden, waardoor sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, hetgeen zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting en daarmee tot vrijspraak, dan wel strafvermindering.

De rechtbank heeft zich in de loop van de behandeling ter terechtzitting van het onderzoek 26Douglasville al meerdere malen uitgelaten over (onderdelen van) deze discussie, in het kader van beslissingen op onderzoekswensen die door verschillende (andere) raadslieden in deze zaak zijn ingediend.1 Nu het onderzoek ter terechtzitting is afgerond wordt in dit vonnis een eindoordeel gegeven over het gevoerde verweer. Daar waar delen van die eerdere –voorlopige– beslissingen nog relevant zijn zal daarnaar worden verwezen of worden die verkort weergegeven. Ook zal worden verwezen naar recente vonnissen van andere rechtbanken over dezelfde materie, of zullen overwegingen soms ontleend zijn aan hetgeen in die vonnissen is overwogen.2

Een aantal raadslieden in het onderzoek 26Douglasville heeft zich aangesloten bij het verweer dat de verdediging van [verdachte] heeft gevoerd. De raadslieden van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] hebben daarnaast ook nog zelf aanvullende opmerkingen gemaakt. Omdat de vraag of de EncroChat-data als bewijs mag worden gebruikt in alle zaken in het onderzoek 26Douglasville in meer of mindere mate relevant is, bespreekt de rechtbank deze vraag ambtshalve in alle vonnissen (voor zover niet tot een vrijspraak wordt gekomen). Daar waar nodig zullen argumenten die aanvullend op het pleidooi van de verdediging van [verdachte] zijn aangevoerd, afzonderlijk worden besproken.

Om proceseconomische redenen is met de raadslieden en het Openbaar Ministerie afgesproken dat indien naar aanleiding van onderzoekswensen stukken aan het dossier zouden worden toegevoegd, (omdat de rechtbank daartoe had beslist dan wel omdat het Openbaar Ministerie daar zelf aanleiding toe zag) deze in het zaaksdossier betreffende alle verdachten zouden worden gevoegd. Dat is ook gebeurd, waardoor het zaaksdossier voor alle verdachten hetzelfde is. Het Openbaar Ministerie heeft volledigheidshalve ook de tussenbeslissingen van de rechtbank op de onderzoekswensen in het zaaksdossier gevoegd.

Het toepassingsbereik van artikel 359a Sv

Het gevoerde verweer moet worden beoordeeld in het kader van het bepaalde in artikel 359a Sv, dat ziet op onherstelbare vormverzuimen begaan bij het voorbereidend onderzoek. Het gaat dan om vormverzuimen die zouden zijn begaan in het onderzoek 26Lemont, nu de EncroChat-data afkomstig is uit dat onderzoek. In dit verband verwijst de rechtbank naar hetgeen zij reeds heeft geoordeeld in de beslissing van 16 juli 20213 op de onderzoekswensen van de verdediging van [medeverdachte 2] .

Dat oordeel houdt kort gezegd in dat aan eventuele vormverzuimen begaan in het onderzoek 26Lemont gevolgen kunnen worden verbonden in 26Douglasville, omdat de verkregen EncroChat-berichten uit onderzoek 26Lemont van bepalende invloed4 lijken te zijn op het opsporingsonderzoek naar en de vervolging van verdachten in het onderzoek 26Douglasville. Niet kan worden volgehouden dat het onderzoek 26Lemont uitsluitend ziet op het bedrijf EncroChat zelf. De rechtbank gaat er daarom van uit dat het onderzoek 26Lemont ook tot doel had om strafbare feiten van de gebruikers van EncroChat op te kunnen sporen, waarna nieuwe opsporingsonderzoeken zouden worden gestart teneinde daarnaar verder onderzoek te doen.

Alvorens dieper in te gaan op de vraag of de EncroChat-data rechtmatig is verkregen en gebruikt, wordt eerst de feitelijke gang van zaken rondom de EncroChat-hack uiteengezet.

5.1.2.

De feitelijke gang van zaken rondom de EncroChat-hack

‘EncroChat’ betreft de naam van de aanbieder van een versleutelde berichtendienst. Een EncroChat-toestel is een gecodeerd (‘versleuteld’) toestel, in de vormgeving lijkend op een mobiele telefoon, die op grote schaal in (onder meer) Nederland en Frankrijk werd aangeboden. Het bedrijf EncroChat leverde naast deze versleutelde toestellen een pakket aan diensten, bestaande uit toegang tot een communicatienetwerk waarbinnen een gebruiker van de dienst via een chat-applicatie ‘versleuteld’ (encrypted) tekstberichten en afbeeldingen kon versturen naar en ontvangen van andere gebruikers van EncroChat-toestellen. De toestellen beschikten over een speciaal ontwikkeld besturingssysteem. Tevens was ieder toestel voorzien van een zogenaamde ‘panic wipe’ en ‘password wipe’ waarmee de inhoud van het complete toestel eenvoudig en snel gewist kon worden.

Op 27 september 2017 werd door het Openbaar Ministerie het onderzoek 26Bismarck gestart naar het bedrijf EncroChat.5

Ook in Frankrijk werd onderzoek gedaan naar EncroChat. Op 30 januari 2020 heeft een Franse rechter een machtiging afgegeven6, waarna de Franse politie een interceptiemiddel heeft geïnstalleerd op een server in Roubaix die werd gelinkt aan het bedrijf EncroChat.

Op 10 februari 2020 werd in Nederland het onderzoek 26Lemont gestart. Dit onderzoek vloeide voort uit het hiervoor genoemde onderzoek 26Bismarck en richtte zich op het bedrijf EncroChat, daaraan gelieerde personen, resellers en daarnaast op de onbekende gebruikers van EncroChat-toestellen die zich schuldig zouden maken aan diverse vormen van georganiseerde criminaliteit.7

In het onderzoek 26Lemont heeft het Openbaar Ministerie op 13 maart 2020 een vordering ingediend bij de rechter-commissaris om een machtiging te verstrekken voor een bevel op grond van de artikelen 126uba en 126t Sv.8 Ter onderbouwing van deze vordering zijn de volgende stukken overgelegd aan de rechter-commissaris:

- Een proces-verbaal ‘Aanvraag bevel binnendringen en onderzoek doen geautomatiseerd werk’, d.d. 13 maart 2020.9

- Een proces-verbaal ‘Titel V beschrijving NN gebruikers Encro c.s.’, d.d. 13 maart 2020.10

- Een ‘begeleidend schrijven bij aanvraag art 126uba Sv in 26Lemont’ van de zaaksofficieren van justitie in de zaak 26Lemont, d.d. 16 maart 2020.11

Uit deze stukken blijkt onder meer het volgende. In verschillende Nederlandse en buitenlandse opsporingsonderzoeken werden vanaf 2017 toestellen van EncroChat aangetroffen. Volgens de politie zijn de functionaliteiten van EncroChat bestemd om nasporing door politie of justitie onmogelijk te maken en snel te kunnen handelen bij een aanhouding. Bovendien hadden eerdere ervaringen met vergelijkbare aanbieders geen legitieme klanten in beeld gebracht, met uitzondering van mogelijk enkele strafrechtadvocaten, aldus de politie.

Ten tijde van het schrijven van de brief van 16 maart 2020 was in (ten minste) 95 lopende onderzoeken zicht op het gebruik van EncroChat-toestellen door één of meerdere subjecten binnen criminele samenwerkingsverbanden die onderwerp van onderzoek waren. Er was zicht gekregen op circa 1750 IMEI-nummers en chat-id’s die in verband konden worden gebracht met lopende onderzoeken. Verder had het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) 46 EncroChat-toestellen gekraakt die in het kader van onderzoek naar ernstige strafbare feiten in beslag waren genomen. Uit de resultaten van dat onderzoek was gebleken dat deze toestellen werden gebruikt door verdachten die in reeds geïdentificeerde criminele samenwerkingsverbanden ernstige strafbare feiten pleegden en/of beraamden.12

Uit onderzoek is verder gebleken dat de infrastructuur (bestaande uit servers) van EncroChat in een datacentrum in Roubaix (Frankrijk) stond. Al het dataverkeer liep – geheel versleuteld – via deze servers. Het ging, aldus de politie, om circa 55.000 EncroChat-toestellen. De gebruikers bevonden zich over de hele wereld. Er waren vermoedelijk circa 12.000 Nederlandse gebruikers en circa 3.000 Franse gebruikers.13 Tot slot blijkt uit voornoemde stukken dat de vordering zich richtte op Nederlandse NN-gebruikers of NN-gebruikers in Nederland van EncroChat, tegen wie de verdenking bestond dat zij zich bezighielden met het beramen of plegen van strafbare feiten in georganiseerde verbanden die door EncroChat werden gefaciliteerd. Aan de rechter-commissaris is een lijst overgelegd van zaken en onderzoeken waarin EncroChat-toestellen zijn aangetroffen dan wel IMEI-nummers van EncroChat-gebruikers zijn onderkend en EncroChat-adressen naar voren zijn gekomen.

Op 27 maart 2020 heeft de rechter-commissaris in het onderzoek 26Lemont de gevorderde machtiging ex de artikelen 126uba en 126t Sv (hierna: de 126uba Sv machtiging) verleend14 voor de duur van maximaal vier weken en onder een zevental voorwaarden. In deze beschikking heeft de rechter-commissaris onder meer het volgende overwogen:

  • -

    “Het blijkt voldoende dat de gebruikers van de door Encro c.s. aangeboden diensten waarde hechten aan communiceren op zodanige wijze dat de inhoud van de communicatie voor anderen verborgen blijft. Voorts (…) is aannemelijk dat een groot tot een zeer groot deel van de gebruikers Encro-communicatie kennelijk gebruikt in relatie tot of ten behoeve van het plegen van ernstige, de rechtsorde verstorende vormen van (georganiseerde) criminaliteit. Aannemelijk is dat de keuze voor communicatie via Encro in vele gevallen is ingegeven door de wens om afgeschermd te kunnen communiceren teneinde ontdekking van gepleegde of te plegen strafbare feiten te voorkomen en om, bij ontdekking, het onderzoeken van die feiten onmogelijk te maken.

  • -

    In een aantal lopende strafrechtelijke onderzoeken is gebleken dat Encrofaciliteiten daadwerkelijk worden gebruikt, waarbij het gebruik ofwel aan de gepleegde of te plegen strafbare feiten is gekoppeld dan wel aan de (NN-)gebruikers die verdacht worden van betrokkenheid bij ernstige strafbare feiten die een ernstige inbreuk op de rechtsorde (zullen) opleveren. Het blijkt dat deze zaken betrekking hebben op onder meer (voorgenomen) liquidaties, wederrechtelijke vrijheidsberoving, grootschalige georganiseerde productie van en handel in verdovende middelen, witwassen en de voorbereiding van zulke strafbare feiten. Daarmee is meer dan duidelijk geworden dat het gaat om strafbare feiten die naar hun aard en/of door het georganiseerd verband waarin zij worden gepleegd, de rechtsorde ernstig ontwrichten.

  • -

    Voorts is voldoende gebleken dat Encrofaciliteiten worden gebruikt binnen criminele samenwerkingsverbanden en tevens dat niet zelden tot het gebruik daarvan is overgegaan nadat publiekelijk bekend werd dat communicatie via zogenoemde PGP-servers niet meer onbereikbaar bleek voor justitiële autoriteiten.

  • -

    Er kan van worden uitgegaan dat het op enige wijze kennisnemen van de communicatie via Encrofaciliteiten dienstbaar is aan en noodzakelijk is voor het onderzoek naar ernstige te plegen of gepleegde strafbare feiten.

  • -

    Inbreuk op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de gebruikers slechts kan worden gerechtvaardigd indien er sprake is van meer dan een beginnend vermoeden ten aanzien van de relatie tussen communicatie en strafbare feiten en indien daarbij gewaarborgd wordt dat anderen dan bij die feiten betrokkenen gevrijwaard blijven van een dergelijke inbreuk.

  • -

    Voorts dient de toepassing van dwangmiddelen, in alle gevallen van het opnemen en kennisnemen van vertrouwelijke communicatie, te voldoen aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. Op een andere wijze dan zoals gevorderd (namelijk door het binnendringen) onderzoek doen naar de inhoud van de Encrocommunicatie is bijzonder tijdrovend en bijzonder moeilijk, waardoor er geen of zeer weinig andere (effectieve) en minder ingrijpende methoden van opsporing en onderzoek mogelijk zijn, zodat de inzet van een middel tot het opnemen en kennisnemen van de inhoud, gelet op de aard en de ernst van de omschreven strafbare feiten, proportioneel en subsidiair is.

  • -

    De waarborging van de vertrouwelijkheid van de communicatie kan worden vormgegeven door het hanteren van een werkwijze waarbij filters worden toegepast bij het verkrijgen van communicatie, een werkwijze die enerzijds recht doet aan het opsporingsbelang maar anderzijds verifieerbaarheid en controleerbaarheid met zich brengt.

  • -

    Meer dan in voldoende mate is aannemelijk gemaakt dat de communicatie slechts kan worden vergaard door gebruik te maken van een de bevoegdheid tot het binnendringen van een geautomatiseerd werk. Het geautomatiseerde werk betreft in het bijzonder (telkens) het Encrotoestel van de eindgebruiker.

  • -

    De Franse rechter machtigingen heeft gegeven tot het binnendringen van geautomatiseerde werken en het opnemen van informatie daaruit, hetgeen impliceert dat ook daar waar de aanbieder van de diensten is gevestigd sprake is geweest van een onafhankelijke rechterlijke controle op door het Openbaar Ministerie in te zetten (zeer ingrijpende) dwangmiddelen.”

De voorwaarden die de rechter-commissaris aan de uitvoering van de machtiging heeft gesteld luiden – voor zover hier relevant – als volgt:

“(…)

4. De vergaarde informatie/communicatie kan slechts worden onderzocht met toepassing van de in een proces-verbaal vastgelegde zoeksleutels (woordenlijsten) welke zullen worden opgeslagen en bewaard ten behoeve van mogelijk latere reproductie of onderzoek, zulks met uitzondering van de onderzoeken waarin reeds is vastgesteld dat er sprake is van in georganiseerd verband gepleegde strafbare feiten, welke onderzoeken zijn vermeld op een voor aanvang van de inzet van het middel, aan de rechter-commissaris over te leggen lijst;

(…)

6. De vergaarde informatie/communicatie wordt na het onderzoek door middel van voornoemde zoeksleutels na maximaal twee weken aangeboden aan de rechter-commissaris om de inhoud, omvang en relatie tot de vermoedelijk gepleegde of te plegen strafbare feiten te controleren en zal niet eerder ter beschikking worden gesteld aan het Openbaar Ministerie of de politie ten behoeve van (opsporings)onderzoeken;

7. De vergaarde informatie/communicatie zal slechts ter beschikking worden gesteld voor onderzoeken naar strafbare feiten die naar hun aard, in georganiseerd verband gepleegd of beraamd, een ernstige inbreuk op de rechtsorde maken, dan wel misdrijven met een terroristisch oogmerk, een en ander voor zover die onderzoeken niet behoren tot die welke op de reeds voor aanvang van de inzet van het middel aan de rechtercommissaris overgelegde lijst zijn vermeld.”

Naar aanleiding van de machtiging van de rechter-commissaris heeft de officier van justitie in onderzoek 26Lemont op 1 april 2020 een bevel 126uba Sv afgegeven. De machtiging is drie keer verlengd, het bevel twee keer.

Vanaf 1 april 2020 heeft de Franse politie door de inzet van een interceptiemiddel live informatie van EncroChat-toestellen verzameld. Hoewel dit niet met zoveel woorden blijkt uit de in 26Douglasville beschikbare stukken, zijn de verdediging en het Openbaar Ministerie het erover eens dat de interceptie plaatsvond doordat via een update vanaf de Franse server een tool is ingezet op alle EncroChat-toestellen van gebruikers, waarna de op die toestellen opgeslagen informatie werd verzameld en verzonden naar de Franse autoriteiten.

De Nederlandse politie heeft vanaf 1 april 2020 tot en met 24 juni 2020 data van EncroChat-toestellen van gebruikers gekopieerd. Om een zo actueel mogelijke kopie van die data van de Franse computersystemen te verkrijgen, gebruikte de Nederlandse politie een wijze van kopiëren waarbij met een zo klein mogelijke vertraging de verzamelde nieuwe data van de EncroChat-toestellen werd gekopieerd naar het onderzoeksnetwerk van de Nederlandse politie.

Op 10 april 2020 hebben de Nederlandse en Franse autoriteiten een Joint Investigation Team (hierna: JIT) overeenkomst gesloten. Dit JIT richt zich op het onderzoeken van de verdenkingen rondom EncroChat en de daaraan gelieerde natuurlijke personen.15

Het onderzoek 26Douglasville stond niet op de lijst van onderzoeken die bij de aanvraag van de 126uba Sv machtiging is gevoegd. De rechter-commissaris heeft in zijn proces-verbaal van 7 oktober 2021 uiteengezet dat het onderzoek 26Douglasville hem door de zaaksofficieren van justitie in 26Lemont in de periode van 15 tot en met 28 april 2020 is voorgelegd. Op basis van de door de officier van justitie gegeven beschrijving van de verdenking, de aard van de strafbare feiten die vermoedelijk in georganiseerd verband werden gepleegd en de identificatie van een of meer gebruikers van EncroChat-diensten heeft de rechter-commissaris, invulling gevend aan de beoordeling zoals uiteengezet in de 126uba Sv machtiging, ingestemd met het gebruik van data uit het onderzoek 26Lemont ten behoeve van het onderzoek 26Douglasville.

Onderzoek 26Douglasville is op 30 april 2020 aan de lijst toegevoegd.

Op 20 april 2020 heeft één van de zaaksofficieren van justitie in 26Lemont op grond van artikel 126dd Sv toestemming gegeven informatie uit het onderzoek 26Lemont te delen met het onderzoeksteam 26Douglasville.

Op 13 juni 2020 waarschuwde het bedrijf EncroChat haar gebruikers dat de autoriteiten waren binnengedrongen.

Op 26 juni 2020 eindigde de interceptie door de Franse politie.

5.1.3.

Is de verkrijging van de EncroChat-data rechtmatig?

Korte weergave van de standpunten

De verdediging van verdachte [verdachte] (hierna: de verdediging) stelt zich – samengevat – op het standpunt dat met het vergaren van alle EncroChat-data een algemene en ongedifferentieerde gegevensverzameling heeft plaatsgevonden, waarbij alle data van alle gebruikers van EncroChat is verzameld zonder dat hiervoor een verband met een strafbaar feit was vereist. Deze wijze van verkrijging van de EncroChat-data verhoudt zich niet met de waarborgen van artikel 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest), gelet op het bepaalde in artikel 52 lid 1 Handvest en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie). Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat geen sprake is van een algemene en ongedifferentieerde gegevensverzameling, dan stelt de verdediging zich op het standpunt dat het (vervolgens) bewaren en gebruiken van de data eveneens in strijd is met de artikelen 7, 8 en 52 lid 1 Handvest. Het hieraan te verbinden rechtsgevolg zou volgens de verdediging primair bewijsuitsluiting moeten zijn en subsidiair strafvermindering.

Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs, zodat bewijsuitsluiting en strafvermindering niet aan de orde zijn.

Hierna zal eerst het toepasselijke juridisch kader worden weergegeven, in het licht van hetgeen de verdediging en het Openbaar Ministerie hebben aangevoerd.

Het internationaal vertrouwensbeginsel in het kader van de verkrijging van de EncroChat-data

In haar beslissing naar aanleiding van de pro forma zitting van 4 december 202016 heeft de rechtbank een aantal overwegingen gewijd aan het internationaal vertrouwensbeginsel (hierna: vertrouwensbeginsel). In onderstaande overwegingen worden deze deels herhaald.

Het vertrouwensbeginsel behelst het vertrouwen dat de tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) toegetreden staat de bepalingen van dat verdrag eerbiedigt en dat de verdachte in geval van schending van enig ander recht dan zijn recht op een eerlijk proces, zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM dat hem in dat verdrag is toegekend, het recht heeft op een daadwerkelijk rechtsmiddel als bedoeld in art. 13 EVRM voor een instantie van die staat. Frankrijk is een tot het EVRM toegetreden staat.

Uit vaste rechtspraak17 over de reikwijdte van het vertrouwensbeginsel volgt dat ten aanzien van onderzoekshandelingen waarvan de uitvoering plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten van een andere tot het EVRM toegetreden staat, de taak van de Nederlandse strafrechter ertoe is beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten van dit onderzoek in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM. Het behoort niet tot de taak van de Nederlandse strafrechter te toetsen of de wijze waarop dit onderzoek is uitgevoerd, strookt met de dienaangaande in het desbetreffende buitenland geldende rechtsregels. De Nederlandse strafrechter toets evenmin of in het recht van het desbetreffende buitenland al dan niet een toereikende wettelijke grondslag bestond voor de door de verrichte onderzoekshandelingen eventueel gemaakte inbreuk op het recht van de verdachte op respect voor zijn privéleven, zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 EVRM, en of die inbreuk geacht kan worden noodzakelijk te zijn, zoals bedoeld in het tweede lid van die bepaling.

Hierboven is vastgesteld dat de interceptie heeft plaatsgevonden door middel van de inzet van een tool op de EncroChat-toestellen van individuele gebruikers. Ook wat betreft de EncroChat-toestellen die zich op Nederlands grondgebied bevonden kan dus worden vastgesteld dat de Franse politie daarin is binnengedrongen, waarna de verkregen gegevens naar een server van de Franse politie zijn gestuurd. Anders dan de verdediging heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat deze gang van zaken niet maakt dat op de verkrijging van de gegevens door de Franse politie het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is. Hoewel hiermee gezegd kan worden dat feitelijk sprake is van onderzoekshandelingen (in EncroChat-toestellen) in Nederland, geldt nog steeds dat de informatie is verzameld in Frankrijk, onder verantwoordelijkheid en met toestemming van de Franse autoriteiten. Hierop is naar het oordeel van de rechtbank het vertrouwensbeginsel onverkort van toepassing. Dat zou naar het oordeel van de rechtbank alleen anders kunnen zijn als dat Franse onderzoek op verzoek van de Nederlandse justitiële autoriteiten heeft plaatsgehad en/of de Nederlandse justitiële autoriteiten een verregaande invloed hebben gehad op de inzet van de interceptietool. Van een dergelijk verzoek dan wel verregaande invloed is niet gebleken. De omstandigheid dat de bij het onderzoek naar EncroChat sprake is geweest van een nauwe samenwerking tussen Frankrijk en Nederland voorafgaand aan het sluiten van de JIT-overeenkomst en later op basis van die overeenkomst staat vast. Dit gegeven op zich doet echter niet af aan de Franse verantwoordelijkheid voor dit deel van het opsporingsonderzoek.

De verdediging heeft verder nog betoogd dat de Franse autoriteiten een rechtshulpverzoek hadden moeten doen voor de inzet van de interceptietool, omdat sprake is geweest van dataverzameling in Nederland. Ook dit betoog volgt de rechtbank niet. Zoals hiervoor uiteengezet heeft de inzet van de interceptietool plaatsgevonden door en onder verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten, waarbij de dataverzameling heeft plaatsgevonden in Frankrijk. De enkele omstandigheid dat de feitelijke uitwerking van de interceptie heeft plaatsgevonden in Nederlandse EncroChat-toestellen dan wel in EncroChat-toestellen op Nederlands grondgebied, maakt gelet op het voorgaande niet dat daarvoor een rechtshulpverzoek was vereist.

Het antwoord op de vraag of het JIT al bestond ten tijde van de start van de interceptie op 1 april 2020, omdat de JIT-overeenkomst pas is ondertekend op 10 april 2020, kan wat de rechtbank betreft in het midden blijven. Een JIT kan worden ingesteld zodat de deelnemende landen opsporingsbevoegdheden kunnen inzetten zonder dat daarvoor telkens rechtshulpverzoeken nodig zijn. Hiervoor heeft de rechtbank geoordeeld dat voor de interceptie door de Franse autoriteiten geen rechtshulpverzoek nodig was. De vraag of die interceptie plaatsvond voorafgaand aan of tijdens het JIT is daarmee niet relevant.

Voorts overweegt de rechtbank dat uit de beschreven gang van zaken niet blijkt dat sprake is van een inbreuk op de soevereiniteit van Nederland, nu uit de stukken blijkt dat de Nederlandse autoriteiten op de hoogte waren van het feit dat de Franse politie een interceptietool zou inzetten die zich ook zou uitstrekken tot toestellen van Nederlandse gebruikers dan wel gebruikers op Nederlands grondgebied. Nog daargelaten dat het antwoord op de vraag of de Franse autoriteiten inbreuk zouden hebben gemaakt op de soevereiniteit van Nederland niet van belang is in het kader van de beoordeling van de strafzaak tegen verdachte.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het vertrouwensbeginsel van toepassing is op de verkrijging van de EncroChat-data door de Franse autoriteiten. Dat betekent dat de taak van de rechtbank ertoe is beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten van dit buitenlandse onderzoek in de strafzaak gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op het recht op een eerlijk proces, als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het EVRM.

De verdediging heeft betoogd dat bij de verkrijging van de EncroChat-data artikel 6 EVRM is geschonden, omdat gehandeld is in strijd met de onschuldpresumptie. Immers – zo stelt de verdediging – is sprake geweest van een bulkinterceptie, waarbij alle data inclusief inhoudelijke communicatie, van alle gebruikers algemeen en ongedifferentieerd is verzameld. Er is dus data onderschept van veel personen die niet in verband gebracht konden worden met strafbare feiten en zonder dat er een verdenking bestond, aldus de verdediging.

De rechtbank stelt voorop dat de verdediging niet heeft onderbouwd waarom specifiek in de strafzaak tegen verdachte sprake is van handelen in strijd met de onschuldpresumptie. De verdediging beschikt met betrekking tot hun cliënt over alle voor het onderzoek relevante data. De data die aan het dossier zijn toegevoegd kunnen zonder nadere uitleg moeilijk worden begrepen als communicatie die de stelling onderbouwt dat ‘veel personen niet in verband konden worden gebracht met strafbare feiten’ en dat is gehandeld in strijd met de onschuldpresumptie. De verdediging volstaat met het maken van algemene opmerkingen, alsof jegens ‘elke burger’ en daarmee dus ook jegens verdachte met de interceptie een inbreuk is gemaakt op artikel 6 EVRM. Daarmee miskent de verdediging de kaders van artikel 359a Sv en de op haar rustende verplichting een verweer van een deugdelijke – concrete – motivering te voorzien, zodat het verweer dat bij de verkrijging van de gegevens sprake is van schending van artikel 6 EVRM reeds daarom wordt verworpen.

Dit gezegd hebbende hecht de rechtbank eraan toch enkele opmerkingen te maken over de stelling dat sprake zou zijn geweest van algemene en ongedifferentieerde gegevensverzameling, omdat dit punt ook verderop in dit vonnis besproken wordt waar het gaat om het gebruik van de EncroChat-data in Nederland.

Naar het oordeel van de rechtbank is bij de EncroChat-hack geen sprake is geweest van algemene en ongedifferentieerde dataverzameling. Weliswaar trof de hack een fors aantal gebruikers, maar de rechtbank volgt op dit punt de overwegingen van de rechter-commissaris in de 126uba Sv beschikking, waarin hij onder meer heeft geoordeeld dat “Aannemelijk is dat de keuze voor communicatie via Encro in vele gevallen is ingegeven door de wens om afgeschermd te kunnen communiceren teneinde ontdekking van gepleegde of te plegen strafbare feiten te voorkomen en om, bij ontdekking, het onderzoeken van die feiten onmogelijk te maken.”

De rechter-commissaris overweegt voorts dat “is gebleken dat Encrofaciliteiten daadwerkelijk worden gebruikt, gekoppeld aan de gepleegde of te plegen strafbare feiten dan wel aan de (NN-) gebruikers die verdacht worden van betrokkenheid bij onder meer (…) (voorgenomen) liquidaties, wederrechtelijke vrijheidsberoving, grootschalige georganiseerde productie van en handel in verdovende middelen, witwassen en de voorbereiding van zulke strafbare feiten, (…) feiten die naar hun aard en/of door het georganiseerd verband waarin zij worden gepleegd, de rechtsorde ernstig ontwrichten.” De rechter-commissaris heeft dit oordeel gebaseerd op de feiten en omstandigheden die de politie en het Openbaar Ministerie hebben omschreven en geverbaliseerd in de bij de aanvraag overgelegde stukken.18

De rechtbank onderschrijft dit oordeel van de rechter-commissaris. De rechter-commissaris heeft vervolgens een afweging gemaakt tussen het belang van de waarborging van de vertrouwelijkheid van de communicatie van de gebruikers van EncroChat enerzijds en het belang van de opsporing anderzijds en heeft, om aan beide belangen recht te doen, een werkwijze voorgeschreven waarbij filters worden toegepast bij het verkrijgen van communicatie. Een werkwijze die ook verifieerbaarheid en controleerbaarheid met zich brengt.

Gelet hierop volgt de rechtbank de verdediging niet in het betoog dat sprake is geweest van algemene en ongedifferentieerde gegevensverzameling.

De verdediging suggereert voorts dat een EncroChat-toestel een doorsnee communicatiemiddel is dat gewoon door de gemiddelde burger wordt gebruikt, maar onderbouwt deze suggestie op geen enkele manier. Daar staat tegenover dat de politie en het Openbaar Ministerie uitvoerig hebben uitgelegd dat de werking van een EncroChat-toestel het gebruik daarvan aantrekkelijk maakt voor ‘personen die willen dat zijzelf en hun handelen niet door de justitiële autoriteiten wordt onderschept’, kort gezegd: voor criminelen. Bovendien acht de rechtbank het ook niet goed voorstelbaar dat de ‘gemiddelde burger’ net zoveel belang als criminelen zou hebben bij het gebruik van een EncroChat-toestel, dat slechts geschikt is voor communicatie met een beperkt aantal medegebruikers en waaraan hoge kosten zijn verbonden. De rechtbank schuift de enkele suggestie van de verdediging dan ook als onaannemelijk terzijde.

Conclusie

De verkrijging van de EncroChat-data levert geen vormverzuim op als bedoeld in artikel 359a Sv. Evenmin is sprake van een inbreuk op artikel 6 EVRM.

5.1.4.

Heeft het gebruik van de EncroChat-data in Nederland rechtmatig plaatsgevonden?

Inleiding

Vooropgesteld wordt dat op het gebruik van de EncroChat-data in Nederland het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is, omdat het gaat om gebruik door de Nederlandse politie dat niet onder verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten heeft plaatsgevonden. De rechtbank moet dus beoordelen of bij het gebruik van de EncroChat-data in onderzoek 26Lemont sprake is van vormverzuimen in de zin van artikel 359a Sv waaraan in de strafzaak jegens verdachte in het onderzoek 26Douglasville gevolgen moeten worden verbonden.

De verdediging heeft aangevoerd dat het gebruik van de data in strijd is met de artikelen 7, 8 en 11 Handvest, omdat er met de verwerking inbreuk is gemaakt op de in die artikelen vervatte grondrechten, terwijl die inbreuk gelet op het bepaalde in artikel 52 van het Handvest niet gerechtvaardigd was. De verdediging heeft in dit kader onder meer verwezen naar de Richtlijnen 2002/58 en 2016/680, de Verordening 2016/679 alsmede een aantal arresten van het Hof van Justitie.19

Het Openbaar Ministerie stelt dat een beroep op het Handvest niet opgaat, omdat de bepalingen uit het Handvest zijn gericht tot de lidstaten, uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen. Dat is volgens het Openbaar Ministerie niet het geval, omdat het hier gaat om regels van opsporing en vervolging binnen een lidstaat en die vallen niet onder het recht van de Unie.

Toepasselijkheid Unierecht

Uit artikel 51 lid 1 Handvest volgt dat de bepalingen uit het Handvest zich richten tot de lidstaten, uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen. Daarvan is sprake wanneer een juridische situatie binnen het toepassingsgebied (ook wel de werkingssfeer) van het Unierecht valt.20 Wanneer nationale wetgeving wordt toegepast die is aangenomen ter omzetting van een richtlijn of een kaderbesluit, dan is sprake van het ten uitvoer brengen van Unierecht. De Europese Unie heeft het ‘Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van georganiseerde criminaliteit’ (hierna: Kaderbesluit) aangenomen. De artikelen 1 en 2 beogen harmonisatie van de strafbaarstelling van deelneming aan een criminele organisatie, onder meer om grensoverschrijdende criminaliteit doeltreffender aan te kunnen pakken.

Deelneming aan een criminele organisatie was ten tijde van het aannemen van dit Kaderbesluit in Nederland al strafbaar gesteld in artikel 140 Sr. Nadat het Kaderbesluit is aangenomen is artikel 140 Sr wat betreft de strafbaarstelling niet gewijzigd, kennelijk omdat de Nederlandse regering van oordeel was dat Nederland met de bestaande strafbaarstelling al voldeed aan de verplichtingen die voortvloeiden uit het Kaderbesluit. Dat neemt niet weg dat het Kaderbesluit in werking is getreden. De strafbaarstelling zoals opgenomen in artikel 140 Sr past binnen de definitie van artikel 1 van het Kaderbesluit en daarmee vallen opsporing en vervolging ter zake van deelneming aan een criminele organisatie binnen de werkingssfeer van het Unierecht. Dat betekent dus dat met de opsporing en vervolging van deelneming aan een criminele organisatie het Unierecht ten uitvoer wordt gebracht, zodat de Nederlandse autoriteiten bij die opsporing en vervolging het Unierecht moeten eerbiedigen.

Gelet op het gevoerde verweer moet de rechtbank dus toetsen of bij het gebruik van de EncroChat-data is voldaan aan de bepalingen van het Handvest, meer in het bijzonder de artikelen 7, 8 en 52 van het Handvest. De verdediging heeft niet onderbouwd waarom sprake zou zijn van een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 11 Handvest, zodat dit artikel verder buiten beschouwing wordt gelaten.

In aanvulling op het voorgaande wordt nog opgemerkt dat uit artikel 52 lid 3 Handvest voortvloeit dat voor zover een grondrecht uit het Handvest overeenkomst met een grondrecht uit het EVRM, de betreffende bepaling uit het Handvest niet zo mag worden uitgelegd dat het minder bescherming biedt dan het overeenkomstige grondrecht uit het EVRM. Dit betekent dat de rechtbank het gebruik van de EncroChat-data ook moet toetsen aan artikel 8 EVRM.

Overigens geldt dat de rechtbank met het Openbaar Ministerie en de verdediging van oordeel is dat met het gebruik van de EncroChat-data is gehandeld binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2016/680. Deze Richtlijn ziet op de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten ten behoeve van de voorkoming, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van straffen. Deze Richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Verderop in dit vonnis zal nader worden ingegaan op de vraag of bij de verwerking van de EncroChat-gegevens is gehandeld conform de uit die Richtlijn voortvloeiende verplichtingen. Op deze plaats volstaat de rechtbank met de opmerking dat – anders dan het Openbaar Ministerie heeft betoogd – omzetting van een Richtlijn in nationaal recht niet tot gevolg heeft dat een direct beroep op de bepalingen van die Richtlijn niet meer aan de orde is. Op alle nationale autoriteiten (dus niet alleen de rechter) rust de verplichting het nationale recht zoveel mogelijk uit te leggen en toe te passen in het licht van de bewoordingen en doelstellingen van de Richtlijn. Indien een burger van mening is dat het nationale recht in strijd is met een bepaling uit een Richtlijn, kan hij een beroep doen op de rechtstreekse werking van die bepaling, mits deze voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk is om te worden toegepast door de nationale rechter.

Relevante bepalingen uit het Handvest

Voor de beoordeling van het verweer van de verdediging zijn de volgende bepalingen uit het Handvest relevant:

Artikel 7

Eenieder heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn communicatie.

Artikel 8

  1. Eenieder heeft recht op bescherming van zijn persoonsgegevens.

  2. Deze gegevens moeten eerlijk worden verwerkt, voor bepaalde doeleinden en met toestemming van de betrokkene of op basis van een andere gerechtvaardigde grondslag waarin de wet voorziet. Eenieder heeft recht van inzage in de over hem verzamelde gegevens en op rectificatie daarvan.

  3. Een onafhankelijke autoriteit ziet erop toe dat deze regels worden nageleefd.

Uit artikel 52 lid 1 Handvest volgt wanneer beperkingen op de grondrechten als bedoeld in de artikelen 7 en 8 zijn toegelaten:

Beperkingen op de uitoefening van de in dit Handvest erkende rechten en vrijheden moeten bij wet worden gesteld en de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden eerbiedigen. Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel kunnen slechts beperkingen worden gesteld, indien zij noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

De rechtbank is van oordeel dat bij de verwerking van de EncroChat-data sprake is van beperkingen op de grondrechten als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van het Handvest alsmede artikel 8 EVRM. De vervolgvraag die dan moet worden beantwoord is of die beperkingen voldoen aan de eisen die artikel 52 lid 1 van het Handvest daaraan stelt.

Wat is de grondslag voor het gebruik van de EncroChat-data?

In het voorgaande is overwogen dat de machtiging van de rechter-commissaris ex artikel 126uba Sv en 126t Sv de grondslag heeft gevormd voor het gebruik van de EncroChat-data door Nederlandse opsporingsambtenaren. Op grond van die machtiging mocht de EncroChat-data worden doorzocht en geanalyseerd door het onderzoeksteam 26Lemont, waarna de beschikbare informatie pas met andere onderzoeksteams mocht worden gedeeld nadat daarvoor aanvullende toestemming was verkregen van de rechter-commissaris. Uiteen is gezet dat voor het gebruik van de EncroChat-data door het onderzoeksteam 26Douglasville aanvullende toestemming is verkregen van de rechter-commissaris.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de artikelen 126uba Sv en 126t Sv de wettelijke grondslag zijn voor het gebruiken van de EncroChat-data. In artikel 126uba Sv is geregeld dat op bevel van de officier van justitie, na machtiging daartoe door de rechter-commissaris, kan worden binnengedrongen in een geautomatiseerd werk. Deze bevoegdheid omvat mede de vastlegging van gegevens die in dat geautomatiseerde werk zijn of worden opgeslagen. Voorts regelt artikel 126t Sv de bevoegdheid om communicatie te mogen opnemen. Uit beide bepalingen volgt niet dat deze bevoegdheden enkel mogen worden ingezet tegen personen van wie de identiteit bekend is: het gaat erom dat er een redelijk vermoeden moet zijn dat de persoon (al dan niet NN) betrokken is bij het in georganiseerd verband beramen of plegen van misdrijven. Hoewel in geen van beide artikelen expliciet benoemd is dat de door de inzet van deze bevoegdheden verkregen informatie mag worden doorzocht, is het naar het oordeel van de rechtbank evident dat deze bepalingen ook het gebruik van de informatie omvatten. Het in het kader van de opsporing mogen opnemen van communicatie en het mogen binnendringen in een geautomatiseerd werk waarbij gegevens mogen worden opgeslagen zonder dat die verder zouden mogen worden doorzocht, zou betrekkelijk zinloos zijn.

Uit de machtiging blijkt dat de rechter-commissaris inzicht heeft gehad in de toe te passen methode (in Frankrijk), waarna hij de gevraagde machtiging tot binnendringen onder bepaalde voorwaarden heeft verleend. Daarmee heeft de rechter-commissaris tevens toestemming gegeven voor het gebruik van de EncroChat-data. Dat de verkrijging van de EncroChat-data (door middel van het feitelijk binnendringen van de geautomatiseerde werken) is gedaan door en onder verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten maakt dit niet anders. Toetsing van dit gedeelte van het opsporingsonderzoek wordt – zoals hierboven overwegen – beperkt door het vertrouwensbeginsel. Het gaat erom dat de Nederlandse politie op grond van de 126uba Sv machtiging de van de Fransen ontvangen EncroChat-data heeft kunnen en mogen gebruiken.

Het voorgaande betekent dat in dit geval de inmenging van de Nederlandse politie in de communicatie en daarmee het privéleven van de individuele gebruiker, zoals dat wordt beschermd door de artikelen 7 en 8 Handvest en artikel 8 EVRM, bij wet is voorzien.

Proportionaliteit en subsidiariteit

De vervolgvraag is of is voldaan aan de uit artikel 52 lid 1 Handvest voortvloeiende eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De verdediging heeft in dit verband verwezen naar meerdere arresten van het Hof van Justitie. Deze arresten zijn niet één op één toepasbaar in deze zaak omdat ze veelal gaan over de uitleg van Richtlijn 2002/58 en het gevallen betreft waarin verplichtingen aan aanbieders van elektronische communicatiemiddelen worden opgelegd, zoals de verplichting tot algemene en ongedifferentieerde bewaring van de verkeers- en locatiegegevens van gebruikers. De rechtbank heeft al eerder geoordeeld dat Richtlijn 2008/58 niet van toepassing is, omdat activiteiten op strafrechtelijk gebied zijn uitgezonderd van de werkingssfeer.21 De verdediging stelt zich inmiddels ook op het standpunt dat Richtlijn 2008/58 niet van toepassing is. Echter, de rechtbank is het met de verdediging eens dat dit niet wegneemt dat de kaders zoals geschetst in de door de verdediging aangehaalde arresten wel degelijk relevant kunnen zijn bij de beoordeling in deze zaak. Het Unierecht is immers van toepassing en aangezien de aangehaalde arresten gaan over de artikelen 7, 8 en 52 lid 1 Handvest kunnen zij wel degelijk handvatten bieden voor de beoordeling of de inbreuken op grondrechten in deze zaak gerechtvaardigd waren.

Bij de beantwoording van de vraag of is voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit stelt de rechtbank voorop haar oordeel dat bij de EncroChat-hack geen sprake is geweest van algemene en ongedifferentieerde dataverzameling, zoals hierboven overwogen. De rechtbank volgt de verdediging dus niet in het primaire standpunt.

De verdediging heeft als subsidiair standpunt aangevoerd dat –mocht de rechtbank oordelen dat geen sprake is van algemene en ongedifferentieerde dataverzameling– ook niet wordt voldaan aan de vereisten van een strikte noodzaak (als bedoeld in artikel 52 lid 1 Handvest) voor beperking van de grondrechten van de artikelen 7 en 8 Handvest. De verdediging onderbouwt dit door te stellen dat de EncroChat-hack niet beantwoordt aan de doelstellingen van het Openbaar Ministerie. De verdediging miskent hiermee dat blijkens artikel 52 lid 1 van het Handvest beperkingen kunnen worden gesteld op de uitoefening van de in het Handvest erkende rechten en vrijheden ‘indien zij noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan de door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen’. De vraag of is voldaan aan de specifieke doelstellingen van het Openbaar Ministerie in het onderzoek 26Lemont is niet relevant. Uit de onderzoeksbevindingen in 26Douglasville blijkt evident dat de beperkingen op de grondrechten zoals vervat in de artikelen 7 en 8 Handvest beantwoorden aan het algemeen belang of de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Immers zijn de grondrechten ingeperkt met als doel bestrijding van zware, gewelddadige criminaliteit, die naar zijn aard en/of door het georganiseerd verband waarin zij wordt gepleegd, de rechtsorde ernstig ontwricht. Dat betekent dat de rechtbank ook dit betoog verwerpt.

Tot slot stelt de verdediging dat niet aan de eisen van subsidiariteit is voldaan, omdat ook met andere onderzoeken had kunnen volstaan. De verdediging voert ter onderbouwing van deze stelling in grote lijnen dezelfde argumenten aan als die ten grondslag zijn gelegd aan de stelling dat niet is voldaan aan de eisen van proportionaliteit, maar legt niet uit met welke onderzoeken in haar visie had kunnen worden volstaan. Daar staat tegenover dat de rechter-commissaris – zo blijkt uit de 126uba Sv machtiging – gemotiveerd heeft geoordeeld dat de informatie niet op een andere, effectieve en minder ingrijpende wijze te verkrijgen en te gebruiken was. Gelet hierop en in het licht van het gestelde, ziet de rechtbank geen redenen om te oordelen dat het gebruik van de EncroChat-data in strijd is met de beginselen van subsidiariteit.

Wet politiegegevens en Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens

Met de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wsjg) is Richtlijn 2016/680 geïmplementeerd. Deze Richtlijn is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten ten behoeve van de voorkoming, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van straffen. De Richtlijn beoogt te waarborgen dat de gegevens die door de autoriteiten worden verzameld op een legitieme wijze worden verwerkt, voor legitieme doelen worden verzameld en verwerkt, en op passende wijze worden beschermd tegen ongeoorloofde en onrechtmatige verwerking.

De verdediging heeft betoogd dat de Wpg de wettelijke grondslag vormt voor het gebruik van de data. Het gaat de verdediging om het gebruik van de data voordat deze met onderzoek 26Douglasville is gedeeld. Hierboven is uiteengezet dat de rechtbank van oordeel is dat de 126uba Sv machtiging de wettelijke grondslag vormt voor het gebruik van de data. Dit geldt voor zowel het gebruik in 26Lemont als het (na aanvullende toestemming daartoe) gebruik in 26Douglasville. Dat betekent dat het verweer reeds daarom wordt verworpen.

Dit neemt niet weg dat het bewaren van de data valt binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2016/680. De rechtbank gaat echter niet verder in op de verweren die de verdediging in dit verband heeft gevoerd, omdat deze niet tot het oordeel kunnen leiden dat het gebruik van de data in de strafzaak tegen verdachte onrechtmatig is. De Wpg (noch de Wsjg) bevat enig belangrijk strafvorderlijk voorschrift, zodat de vragen in hoeverre deze voorschriften van toepassing zijn en of conform deze voorschriften is gehandeld geen vragen zijn die de rechtbank in het kader van de artikelen 348 en 350 Sv dient te beantwoorden, noch vragen die beantwoord moeten worden bij de toetsing of sprake is van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Conclusie

Het gebruik van de EncroChat-data in Nederland heeft rechtmatig plaatsgevonden. Er is geen sprake van schending van de artikelen 7, 8 en 52 lid 1 Handvest en evenmin van artikel 6 en 8 EVRM, zodat ook van vormverzuimen als bedoeld in artikel 359a Sv geen sprake is. Ook dit verweer van de verdediging wordt daarom verworpen.

5.1.5.

Voorwaardelijk verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen

De verdediging heeft het voorwaardelijk verzoek gedaan tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, onder de voorwaarde dat de rechtbank de verweren met betrekking tot de artikelen 7, 8 en 52 lid 1 Handvest niet honoreert. Nu dit laatste niet het geval is, is de voorwaarde ingetreden en zal de rechtbank beslissen op het verzoek.

Om een uniforme toepassing van het EU-recht te waarborgen, voorziet art. 267 EU-werkingsverdrag in een samenwerking tussen het Hof van Justitie en nationale rechtscolleges: bestaat onduidelijkheid over de vraag hoe een bepaling van gemeenschapsrecht moet worden toegepast of uitgelegd, dan heeft de nationale rechter de mogelijkheid -en in sommige gevallen de verplichting- deze vraag voor te leggen aan het Hof van Justitie. Art. 267 EU-werkingsverdrag bepaalt tevens dat gerechten waarvan de beslissingen niet vatbaar zijn voor hoger beroep verplicht zijn zich tot het Hof te wenden wanneer zich vragen met betrekking tot de toepassing of uitleg van EU-recht voordoen.

De rechtbank stelt voorop dat zij bevoegd is tot het stellen van prejudiciële vragen, maar daartoe niet verplicht is. Ook merkt de rechtbank op dat het initiatief om een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie voor te leggen uitsluitend door de nationale rechterlijke instanties kan worden uitgeoefend, ongeacht of partijen in het hoofdgeding al dan niet de wens hebben geuit dat de rechter zich tot het Hof van Justitie wendt.

Het Hof van justitie heeft met betrekking tot het aanhangig maken van de prejudiciële procedure een aantal aanbevelingen gegeven22, waaronder:

5. De rechterlijke instanties van de lidstaten kunnen zich tot het Hof wenden met een vraag over de uitlegging of de geldigheid van het recht van de Unie wanneer zij van oordeel zijn dat een beslissing van het Hof daarover noodzakelijk is om uitspraak te kunnen doen (zie artikel 267, tweede alinea, VWEU). Een prejudiciële verwijzing kan met name bijzonder nuttig zijn wanneer voor de nationale rechterlijke instantie een nieuwe uitleggingsvraag wordt opgeworpen die van belang is voor de uniforme toepassing van het recht van de Unie, of wanneer de bestaande rechtspraak niet voldoende duidelijk is voor een nieuw feitelijk of rechtskader.

De meervoudige strafkamer in de rechtbank Amsterdam heeft geen vraag in de zaak 26Douglasville over de uitleg of de geldigheid van het recht van de Unie waarop zij het antwoord van het Hof van Justitie noodzakelijk vindt voordat zij zelf uitspraak kan doen. Het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen wordt daarom afgewezen.

5.1.6.

Voorwaardelijk verzoek op het voorwaardelijk verzoek

Indien de rechtbank het verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen afwijst, verzoekt de verdediging om heropening van het onderzoek ter terechtzitting en voeging van de volgende stukken aan het dossier.

- De JIT-overeenkomst tussen Nederland en Frankrijk;

- De Europese Opsporingsbevelen (EOB’s) die vanuit onderzoek Bismarck naar Frankrijk zijn gestuurd;

- Het proces-verbaal van verdenking jegens het bedrijf EncroChat en de daaraan gelieerde personen;

- De Franse machtigingen voor de inzet van de interceptietool, alsmede de vorderingen daartoe en de onderliggende aanvragen c.q. onderbouwingen.

De verdediging stelt dat de rechtbank kennelijk meent dat het Hof van Justitie niet voldoende kan worden geïnformeerd over de feiten en het rechtskader om prejudiciële vragen te beantwoorden, maar dat dit betekent dat de rechtbank zichzelf ook onvoldoende geïnformeerd acht om op de verweren te reageren.

Zoals hierboven overwogen ziet de rechtbank geen noodzaak tot het stellen van prejudiciële vragen over de uitleg of de geldigheid van het recht van de Unie, omdat zij zich voldoende voorgelicht acht om uitspraak te kunnen doen. Om dezelfde reden ziet de rechtbank geen redenen het onderzoek te heropenen en de verzochte stukken aan het dossier toe te voegen. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen.

5.2.

Feiten in het onderzoek 26Douglasville

5.2.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met uitzondering van het witwassen van het horloge.

Volgens het Openbaar Ministerie moet, gezien de tijdlijn, de spullen waarnaar verdachte heeft gezocht op internet en die ook daadwerkelijk zijn aangeschaft, de inrichting van en uitrusting in de loodsen, alsmede de vrij concrete plannen die zijn gemaakt, de lezing van verdachte dat het zou het gaan om oplichting als ongeloofwaardig en in strijd met de bewijsmiddelen terzijde worden geschoven.

Verder heeft het Openbaar Ministerie de in zijn ogen redengevende bewijsmiddelen opgesomd.

5.2.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair betoogd dat verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken, wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging aangevoerd dat uit het dossier onvoldoende kan worden afgeleid wat het beoogde misdrijf was. Maar indien dit al vastgesteld kan worden, dan is het niet mogelijk het opzet van verdachte hierop te bewijzen. Volgens verdachte was er sprake van een scam, hetgeen voldoende wordt ondersteund door het dossier. Uit de verklaring van verdachte blijkt –kort gezegd– dat hij en de medeverdachten hielpen met de opbouw van kweekruimten in de loodsen in Wouwse Plantage en in Rotterdam. Het was de bedoeling om hennep te gaan kweken, maar door corona ging dat niet door. Begin april 2020 wijzigde het plan daarom in het opzetten van een poppenkast, benodigd als oplichtingstruc, om toch nog iets van de gemaakte kosten terug te verdienen. Indien de rechtbank geen geloof hecht aan de verklaring van verdachte dan dient alsnog vrijspraak te volgen van dit feit, nu uit de door verdachte ontvangen en (opgeslagen) berichten en afbeeldingen onvoldoende blijkt dat de ten laste gelegde misdrijven werden voorbereid.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat een splitsing dient te worden gemaakt tussen de in de tenlastelegging genoemde deelnemers van de organisatie. Wanneer de verklaring van verdachte wordt gevolgd, is er geen sprake van één grote overkoepelende organisatie, maar van twee losstaande samenwerkingsverbanden. Verdachte heeft verklaard dat het samenwerkingsverband tussen hem, verdachte [medeverdachte 2] en de verdachten die hielpen met het opbouwen en inrichten van de containers, heeft getracht een opdrachtgever op te lichten voor veel geld. Rond deze opdrachtgever lijkt sprake te zijn van een (andere) criminele organisatie in de zin van artikel 140 Sr. Het oogmerk van de organisatie waar verdachte toe zou hebben behoord zag verder niet op de in de tenlastelegging opgenomen misdrijven.

De verdediging heeft subsidiair betoogd dat, indien de rechtbank niet tot een splitsing van beide organisaties komt, er evenmin een veroordeling voor deelname aan een criminele organisatie kan plaatsvinden. Verdachte had namelijk geen (voorwaardelijk) opzet op de specifiek ten laste gelegde oogmerken.

Meer subsidiair heeft de verdediging betoogd dat niet kan worden bewezen dat de organisatie het oogmerk tot moord had. Uit het dossier blijkt namelijk onvoldoende dat er concrete plannen waren om daadwerkelijk over te gaan tot moord. Ook staat niet vast dat de organisatie zich in het verleden met liquidaties zou hebben beziggehouden.

Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte het geldbedrag en horloge niet in juridische zin voorhanden heeft gehad.

5.2.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

5.2.3.1. Identificatie EncroChat-gebruikers

Uit het dossier blijkt van een uitwisseling van chats (berichten) die kennelijk betrekking hebben op ernstige gepleegde en/of nog te plegen geweldsdelicten. De inhoud van de chats en de tijdstippen van verzenden van de chats vormen een substantieel deel van de bewijsvoering door het Openbaar Ministerie. De chatuitwisseling vond plaats via EncroChat-accounts, telkens onder een door de gebruiker van het desbetreffende account zelfgekozen (Engelse) bijnaam.

Op 13 juni 2020 stuurde EncroChat een bericht uit naar zijn gebruikers met de mededeling dat de server gehackt was door de politie. Er zijn bij de aanhoudingen en doorzoekingen, verricht vanaf 22 juni 2020, geen EncroChat-toestellen aangetroffen op de doorzochte adressen of bij de verdachten.

Bij de onderzoeksbevindingen in het dossier bevinden zich ook berichten die via de berichtendienst ‘Telegram’ zijn verzonden. Telegram is een app, vergelijkbaar met WhatsApp, die op iedere telefoon is te downloaden. Ook gebruikers van Telegram kunnen berichten uitwisselen en communiceren met gebruikmaking van nicknames of bijnamen.

Verdachten, door de politie en ter terechtzitting geconfronteerd met onderzoeksbevindingen, hebben zich overwegend beroepen op hun zwijgrecht dan wel ontkend dat zij gebruik maakten van EncroChat. Ook voor wat betreft de bijnamen en gebruikersnamen hebben verdachten overwegend ontkend of gezwegen.

Voor het antwoord op de vraag of een gebruiker van een bepaalde gebruikersnaam kan worden geïdentificeerd heeft de politie onder meer gekeken naar onderlinge verbanden tussen de inhoud van chatberichten, het taalgebruik in chatberichten, paallocaties van EncroChat- en telefoontoestellen, de inhoud en tijdstippen van afgeluisterde telefoongesprekken, tijdstippen van chatberichten, observaties (al dan niet met camera’s) en de tijdstippen en locaties daarvan, afbeeldingen van verstuurde foto’s, in beslag genomen goederen en naar dat wat men wist over de persoonlijke omstandigheden van de in het onderzoek al naar voren gekomen verdachten. In die verbanden zijn aanwijzingen gevonden voor de identiteit van de gebruiker. De politie en het Openbaar Ministerie hebben ten aanzien van een aantal gebruikersnamen geconcludeerd dat op basis van de gevonden aanwijzingen de identiteit van de gebruiker kan worden vastgesteld.

De vraag die de rechtbank allereerst moet beantwoorden is of op basis van de onderzoeksbevindingen in het dossier vastgesteld kan worden welke accounts/bijnamen door welke afzonderlijke verdachten zijn gebruikt in de tenlastegelegde periode en welke bijnaam op welke verdachte ziet.

Gelet op de samenhang van diverse onderzoeksbevindingen kunnen ook de vaststelling van de gebruikte bijnamen van andere gebruikers relevant zijn voor de identificatie van een gebruiker.

De behandeling van de zaak van medeverdachte [medeverdachte 2] is aangehouden voor onbepaalde tijd. De rechtbank zal gelet op de samenhang van de bevindingen betreffende

[medeverdachte 2] met de overige onderzoeksbevindingen echter ook de identiteit van Slempo en de aan [medeverdachte 2] gekoppelde bijnamen vaststellen en tevens onderbouwen, mede nu de verdediging van een aantal medeverdachten naar het verweer van [medeverdachte 2] met betrekking tot de identificatie van Slempo heeft gewezen.

Datzelfde geldt voor de op 10 mei 2020 vermoorde [naam 1] . [naam 1] kwam, onder meer als gebruiker van EncroChat-accounts, in diverse onderzoeken naar voren. Gelet op de samenhang van bepaalde onderzoeksgegevens betreffende [naam 1] , met onderzoeksgegevens die van belang zijn voor de identificatie van medeverdachten, zal ook bij de identificatie van [naam 1] als gebruiker van een aantal EncroChat-accounts worden stilgestaan.

Algemene context onderzoeksbevindingen identificatie

Voordat het onderzoek 26Douglasville startte was een aantal verdachten al als verdachte in beeld bij de politie in het kader van andere strafrechtelijke onderzoeken. Op 20 juni 2019 was onderzoek 26Antigo gestart, een onderzoek naar grootschalige drugshandel en de voorbereiding van moord, waarin onder meer [medeverdachte 2] als verdachte was aangemerkt.23 In de loop van onderzoek 26Antigo kwam een loods aan de [adres loods] in Wouwse Plantage in beeld, die gehuurd bleek door betalingen via rekeningen gelieerd aan [medeverdachte 3] . Het vermoeden bestond dat deze loods door of ten behoeve van [medeverdachte 2] werd gehuurd. Op 7 april 2020 werd de nabije omgeving van de loods aan de [adres loods] te Wouwse Plantage geobserveerd.24 Op 22 april 2020 vond, in het kader van onderzoek 26Douglasville, een inkijk in de loods aan de [adres loods] in Wouwse Plantage plaats25 en werden camera’s geplaatst in en buiten de loods.26 Uit onderzoek 26Antigo zijn verschillende gecommuniceerde tekstberichten, uitgewerkte afgeluisterde telefoongesprekken, beschrijvingen van camerabeelden en observaties toegevoegd aan het dossier 26Douglasville.27

[medeverdachte 4] , [naam 1] en [medeverdachte 5] waren, behalve in 26Douglasville, ook in beeld als verdachten in onderzoek 26Tumwater, een onderzoek naar handel in verdovende middelen. [medeverdachte 4] was daarnaast in beeld als verdachte in de onderzoeken 26Sartell en 26Branson.

Begin 2020 wordt gestart met het onderzoek 26Lemont, gericht op EncroChat en daaraan gelieerde personen. Op 1 april 2020 hebben de Nederlandse autoriteiten voor het eerst data verkregen die rechtstreeks afkomstig waren van de Nederlandse EncroChat-toestellen. Er werd in 26Lemont onder andere vanaf 8 april 2020 data verkregen van het EncroChat-toestel met IMEI-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ), met daaraan gekoppeld de gebruikersnaam ‘Slempo@encrochat.com’ (hierna: Slempo), waarvan het onderzoeksteam vermoedde dat dit gebruikt werd door [medeverdachte 2] . De voor de verdenking jegens [medeverdachte 2] relevant geachte chatgesprekken zijn aan het onderzoeksteam van 26Douglasville ter beschikking gesteld. Uit de berichten en de door Slempo gestuurde foto’s rees het vermoeden dat Slempo een wederrechtelijke vrijheidsberoving dan wel een ander zwaar geweldsmisdrijf aan het voorbereiden was. Op door Slempo verzonden foto’s waren (zee)containers in een loods te zien, containers die kennelijk aan de binnenkant verbouwd werden. In één container was op foto’s een behandelstoel te zien, met riemen om de armen en benen te fixeren. Op één van de verstuurde foto’s waren de opvallend langwerpige dakramen van een loods te zien. Deze foto is vergeleken met een foto van Google Maps van de loods in Wouwse Plantage die in 26Antigo al in beeld was gekomen en men kwam tot de conclusie dat de loods op de foto dezelfde loods kon betreffen als de loods in Wouwse Plantage, die in onderzoek 26Lemont naar voren was gekomen. [medeverdachte 2] heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij iets met die loods te maken had, in verband met hennepkweek.28

EncroChat-toestellen en -accounts

Een EncroChat-toestel betreft een op een telefoon lijkend toestel, voorzien van een simkaart en beveiligd met twee wachtwoorden: een lang wachtwoord om het toestel op te starten als het langer dan 24 uur vergrendeld was en een korter wachtwoord om de telefoon te ontgrendelen als de telefoon korter dan 24 uur vergrendeld was. Deze wachtwoorden konden door de gebruiker worden ingesteld. EncroChat-gebruikers konden alleen één-op-één communiceren met een andere EncroChat-gebruiker, maar pas nadat deze over en weer elkaars username onder een zelfgekozen nickname hadden opgeslagen in de contactlijst. Een chat (bericht) kon bestaan uit tekstberichten en foto’s.29

In onderzoek 26Douglasville zijn vele EncroChat-gebruikersnamen naar voren gekomen. Een gebruikersnaam (username) bestond steeds uit een bijnaam, gevolgd door ‘@EncroChat.com’ Kortheidshalve worden de accounts en de gebruikers hierna meestal alleen met hun bijnaam aangeduid, cursief weergegeven. Dus in plaats van bijvoorbeeld ‘de gebruiker van het EncroChat-toestel met daaraan gekoppeld de gebruikersnaam ‘Lilylawn@encrochat.com’ zal hierna kortheidshalve worden gesproken over Lilylawn.

In 26Douglasville zijn diverse bevindingen uit de hierboven (onder ‘context’) genoemde onderzoeken gecombineerd om tot identificatie van de gebruikersnamen te kunnen komen. Die identificaties hangen veelal met elkaar samen en versterken elkaar over en weer.

[medeverdachte 2]

‘Spierbal’ of de aanduiding ‘’

Uit diverse EncroChat-berichten is gebleken dat Luxuryballoon, Mysticsteak en Typicaltea in hun chats spreken over iemand die ze ‘spierbal’ noemen en deze persoon (ook) aanduiden met kortweg ‘’, de emoticon van een gebogen arm met aangespannen biceps (hierna: ).30

In een EncroChat-gesprek van 27 maart 2020 tussen Luxuryballoon en Typicaltea wordt onder meer het volgende uitgewisseld:

Luxuryballoon Heb je mail

Typicaltea Nee geef ze mail maar

Luxuryballoon Slempo.

Uit deze chat zou kunnen worden opgemaakt dat met en Slempo dezelfde persoon wordt bedoeld. Datzelfde valt op de maken uit een chat van 4 april 2020 tussen Luxuryballoon en Typicaltea en een chat van 31 maart 2020 tussen Mysticsteak en Luxuryballoon.31

Ook uit de inhoud van de chats tussen Slempo en Typicaltea, betreffende auto’s en gestolen kentekenplaten en de chats tussen Slempo en Luxuryballoon over benodigde auto’s, gevolgd door het al genoemde verwijzen naar Slempo in antwoord op de vraag naar de mail van , sterkt de conclusie dat met ‘spierbal’ bedoeld wordt Slempo.32

De rechtbank stelt dan ook vast dat met ‘spierbal’ en de emoticon ‘’ gedoeld werd op Slempo.

Persoon verdachte [medeverdachte 2] , feiten en omstandigheden

Uit de periode vanaf ongeveer medio 2018 tot de datum van zijn aanhouding, 22 juni 2020, staan de volgende feiten en omstandigheden over [medeverdachte 2] vast, die door hem ook niet zijn betwist.

[medeverdachte 2] , een man met een opvallend gespierd en breed postuur, runde sportschool EliteFit aan de [adres] . Hij heeft twee kinderen, [naam kind 1] en [naam kind 2] .

[medeverdachte 2] stond ingeschreven op het adres [adres] , evenals zijn kinderen en de moeder van de kinderen, [naam moeder kinderen] .

[medeverdachte 2] had een relatie met [naam partner] , van wie de roepnaam [naam partner] is. [naam partner] runde een autowasstraat aan de [adres] . Uit onderzoek bleek dat

[medeverdachte 2] overdag regelmatig verbleef op, of in de directe omgeving, van de [adres] . In het verleden had hij gewoond op het adres [adres] .

[medeverdachte 2] stond op een dodenlijst. Hij wilde ‘onder de radar’ blijven en verbleef daarom op diverse adressen, waar hij niet stond ingeschreven. Voor hem werden onder meer een woning aan de [adres] gehuurd en (vervolgens) een woning aan [adres] . Beide adressen betroffen appartementen, gelegen boven winkelcentrum New Babylon. Onder de appartementencomplexen bevond zich een parkeergarage, de Q-Park parkeergarage Centraal Station/New Babylon.

De betalingen voor die appartementen werden gedaan via [medeverdachte 3] , ook wel aangeduid met (die) bolle of Porno, die ook de loods in Wouwse Plantage had gehuurd. [medeverdachte 2] had betrokkenheid bij die loods.

[medeverdachte 2] had de beschikking over een gepantserde BMW X5 (kenteken [kenteken] ) en een gepantserde Volkswagen Passat (kenteken [kenteken] ).

[naam 2] , vermoord op 5 mei 2019, was bij leven een vriend van [medeverdachte 2] .

[naam 3] is een contact van [medeverdachte 2] , beiden waren ook verdachte in onderzoek 26Antigo.

Verklaring verdachte [medeverdachte 2]

ontkent stellig dat hij Slempo en/of spierbal en/of broer en/of Brada

en/of Biggie Brada en/of Biggie Bas(s)ie is of is geweest. Hij heeft verklaard dat Slempo zich heel dicht in zijn omgeving bevond maar dat hij niet wil zeggen wie het was; de politie moet beter zoeken en niet alleen vanuit hun tunnelvisie naar bevestiging van hun hypothese zoeken.33

In reactie op bovenstaande onderzoeksbevindingen heeft hij, onder meer, verklaard dat de BMW X5 en de VW Passat behalve door hem ook door anderen werden gebruikt en dat de politie verkeerde conclusies trekt uit de onderzoeksbevindingen.

Ter terechtzitting van 12 augustus 2021 heeft hij desgevraagd bevestigd dat hij degene was die het wachtwoord waar ‘ [wachtwoord] ’ in voorkomt had ingevoerd op een EncroChat-toestel. Hij had, zo verklaarde hij, dat toestel echter teruggegeven aan degene van wie hij het had gekregen, met de bijbehorende wachtwoorden op een notitie erbij. Dat was meende hij in februari/maart (de rechtbank begrijpt: 2020) geweest, in ieder geval vóór de start van onderzoek 26Douglasville. Hij had het toestel niet lang in gebruik gehad. Hij wil niet zeggen van wie hij het toestel had gekregen en aan wie hij het had teruggegeven. In mei 2020 had hij, aldus [medeverdachte 2] , een ander EncroChat-toestel gekregen van een andere bron. Hij heeft eveneens bevestigd dat hij betrokkenheid had bij de loods in Wouwse Plantage.

Kort samengevat komt de uitvoerige schriftelijke verklaring van [medeverdachte 2] , opgesteld op basis van het volledige dossier en de onderzoeksbevindingen van de politie, neer op het bevestigen van de meeste onderzoeksbevindingen in het dossier, maar het betwisten van de conclusies die daaruit worden getrokken.

Slempo

Op het toestel van Slempo, met IMEI nummer * [nummer]34 was (vanaf 4 mei 2021) een printertap aangesloten35. Omdat het toestel soms was ontkoppeld van het netwerk gaf het niet altijd

locatiegegevens, mogelijk omdat het toestel dan was uitgeschakeld.36 Het wachtwoord van het Slempo-toestel bleek ‘ [wachtwoord] ?!;:’. Uit onderzoek is gebleken dat ook het wachtwoord ' [wachtwoord] ?!;:' vijfmaal was ingevoerd om het Slempo-toestel te ontgrendelen. Dit wachtwoord vormt een link met [medeverdachte 2] , omdat gebleken is dat hij tot en met 2016 eigenaar was van een perceel aan het [adres] , met postcode [postcode] .37

Op 8 april 2020 stuurt Slempo foto’s naar Luxuryballoon van een loods waarin zeecontainers staan. Uit ingesteld onderzoek bleek dat de uiterlijke kenmerken van de loods op de foto's sterk overeenkwamen met die van de loods aan de [adres loods] te Wouwse Plantage (loods 1), die naar voren was gekomen in het onderzoek naar o.a. [medeverdachte 2] .38

Wegens het vermoeden dat [medeverdachte 2] de gebruiker van het Slempo-toestel was, zijn ter identificatie vervolgens verschillende observaties op hem gedaan en vergeleken met de gegevens van de printertap.

Op 19 april 2020 omstreeks 19:47 uur werd gezien dat een BMW X5 ( [kenteken] ) in Den Haag in de parkeergarage New Babylon (de Q-Park parkeergarage Centraal Station/New Babylon, gevestigd in perceel [adres] ) parkeerde39.

Op 20 april 2020 werd een observatie verricht op [medeverdachte 2] . De observanten werd continu de locatie doorgegeven van de telecommunicatiemasten waar het toestel van Slempo contact mee maakte.40 Tot 10:10 uur straalde het Slempo-toestel verschillende masten in dezelfde omgeving aan. Om 10:11 uur zag het observatieteam dat de BMW X5 ( [kenteken] ) vertrok uit de parkeergarage New Babylon, gelegen onder het appartementencomplex waarin het perceel [adres] is gevestigd. Er zaten twee personen in de BMW X5. Op de printertap zag men dat het Slempo-toestel vervolgens verschillende zendmasten langs de A12 vanuit Den Haag richting Utrecht aanstraalde. Het observatieteam zag dat omstreeks 10:51 uur de BMW X5 ( [kenteken] ) op de Burgemeester van der Heidelaan ter hoogte van de Ridderhoflaan te Utrecht (Vleuten) geparkeerd werd.41 Het Slempo-toestel straalde om 10:50 uur een mast aan in de directe omgeving van de Burgermeester van der Heidelaan. Om 10:54 uur zag het observatieteam dat vanaf de bestuurderszijde van de BMW X5 ( [kenteken] ) [naam partner] uitstapte en aan de passagierskant [medeverdachte 2] uitstapte.

Op 23 april 2020 werd aan de hand van de telecom-locatiegegevens vastgesteld dat vanaf 10:23 uur het Slempo-toestel vanuit centrum Den Haag verschillende zendmasten in de richting van Utrecht aanstraalde en vervolgens om 10:59 uur meerdere telecom-masten in Vleuten gebruikte. Hierna was het toestel losgekoppeld van het netwerk en gaf het geen locatiegegevens.42

Om 13:42 werd geobserveerd dat de zwarte BMW X5 ( [kenteken] ) zonder inzittenden stond geparkeerd op de Prof. Titus Brandsmalaan te Vleuten. Gezien werd dat om 15:34 uur

[medeverdachte 2] aan kwam lopen en om 15:35 instapte als bestuurder van de BMW X5 op de Titus Brandsmalaan en vertrok.43 Vanaf 16:17 uur bewoog het Slempo-toestel via het aanstralen van zendmasten vanuit Vleuten, via de Meern, (weer terug) in de richting van Den Haag.44

Op 24 april 2020 is aan de hand van de locatiegegevens van telecommasten waargenomen dat het Slempo-toestel ’s ochtends vanuit het Centrum Den Haag in de richting van Utrecht verplaatste en om 11:17 uur als laatste een telecommast op de locatie [adres] gebruikte. De betreffende telecommast geeft dekking over het gebied waar het observatieteam om 12:12 uur de BMW geparkeerd zag staan aan de Burgemeester van der Heidelaan. [medeverdachte 2] is niet waargenomen.45 Na 11:17 uur is het Slempo-toestel ontkoppeld van het netwerk en werden geen locatiegegevens doorgegeven, tot 17:24 uur. Om 17:24 uur gebruikt het Slempo-toestel een telecommast te Breukelen (Broekdijk Oost) en daarna verplaatste het zich blijkens de aangestraalde masten richting Den Haag.

De rechtbank overweegt dat uit de samenhang van bovenstaande onderzoeksbevindingen kan worden opgemaakt dat het Slempo-toestel (IMEI-nummer * [nummer] ) op de dagen en de tijdstippen dat van [medeverdachte 2] werd geobserveerd, een telecommast in de directe omgeving van die observaties gebruikte, waarbij de dekking van die mast samen viel met de locatie waar [medeverdachte 2] en/of de BMW en/of de Volkswagen Passat ( [kenteken] ) op dat moment werden waargenomen. De rechtbank ziet hierin een aanwijzing die wijst naar [medeverdachte 2] als mogelijke gebruiker van Slempo.

Op 19 mei 2020 werd tussen 14:47 en 14:50 een EncroChat tussen Slempo, Naturalmode en Tronik gevoerd:46

Slempo Broer ik moet je spoed zien

Voor klus

Tronik Oke zeg maar waar kom ik gelijk Broer

Moet ik nou naar de gym komen

Slempo Nee ik ben net klaar

Ga nu rijden maar dh

Tronik Oke zou ij nou daar komen Broer (…)

Slempo Zal ik je appen als ik dh ben

Spreken we daar af

Denk met 2 uurtjes

Doen we wandelen in dat park

Tronik Oke toptop

Naar aanleiding van deze chat vond op 19 mei 2020 een observatie op het Malieveld in Den Haag plaats. Hierbij werd onder andere om 17:10 uur [medeverdachte 6] in een VW Caddy ( [kenteken] ) waargenomen in de omgeving van de Bezuidenhoutseweg te Den Haag. Om 17:40 uur werd gezien dat [medeverdachte 6] op een bankje ging zitten in het Koekamppark naast de Bezuidenhoutseweg en om 18:20 uur zat ook [verdachte] op het bankje. [medeverdachte 6] en [verdachte] waren in gesprek met elkaar. Na een tijdje liepen ze weg. Om 18:46 uur werd waargenomen dat ze

[medeverdachte 2] ontmoetten. Om 19:43 uur werd gezien dat ze gedrieën richting Bezuidenhoutseweg liepen. [medeverdachte 6] liep vervolgens terug naar de VW Caddy en reed daarin weg.

Mastlocatiegegevens IMEI * [nummer] : 47

Tussen 18:34 uur en 20:03 uur gebruikte het toestel van Slempo (IMEI-nummer * [nummer] ) meerdere telecommasten rondom het Malieveld die dekking gaven over de locatie waar

[medeverdachte 2] werd waargenomen door het observatieteam.

Als de gebruiker van Naturalmode is [verdachte] geïdentificeerd en als de gebruiker van Tronik' [medeverdachte 6] , zie hieronder.

De rechtbank ziet in de samenhang van bovenstaande onderzoeksresultaten opnieuw een aanwijzing dat [medeverdachte 2] mogelijk Slempo is.

Op 1 juni 2020 vond de volgende chat tussen Sonicjaw en Slempo plaats:48

Sonicjaw Even afspreken?

Slempo Ja kan ben nu in ut.

Ga zo reizen naar sh. Dh. Zeg maar”.

Sonicjaw 16:00

Slempo Oke top

Parkwandeling?

Sonicjaw Ja is goed maat.

Op 1 juni 2020 om 16:04 uur straalde het Slempo-toestel een mast aan in de omgeving van het Malieveld.49 Om 16:06 uur stopt de BMW X5 ( [kenteken] ) bij het Paviljoen Malieveld.

[medeverdachte 2] stapt uit en vervolgt te voet zijn weg in de richting van het Paviljoen Malieveld. Bij Paviljoen Malieveld neemt [medeverdachte 2] plaats bij [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] op het terras. Vanaf 16:27 uur zijn [medeverdachte 2] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] te zien terwijl ze samen heen en weer lopen op een van de voetpaden aan het Malieveld.50 Rond 17:30 uur splitsen de drie mannen op. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] vertrekken kort daarna in een VW Golf, [medeverdachte 2] loopt korte tijd later de parkeergarage Q-Park Babylon binnen.

Ook in deze combinatie van onderzoeksbevindingen ziet de rechtbank een aanwijzing dat

[medeverdachte 2] mogelijk Slempo is.

Op 2 juni 2020 chatte Slempo met Sonicjaw:51

Slempo En hoop vandaag of morgen leuk nieuws te hebben dan zetten

we deze week al stempel

Sonicjaw Toppp

Slempo Zeg je live wat we gaan doen maar gaat heftig worden als lukt

Wordt voorpagina. Ps zeg die patient niks over onze plannen ik

moet even wat uitzoeken er is wat gelekt wil weten waar vandaan komt

(…)

Slempo Maat zullen we ff rondje lopen vanmiddag? Dan pak ik die hulk

gelijk mee

Sonicjaw Ja maag

Op 3 juni 2020 chatte Slempo met Sonicjaw:52

Slempo Zeg hoe laat in rotje haal ik die hulk op en doen we rondje geef ik jullie update

Ik kan vanaf 1530

Sonicjaw Ja 15:30

(…)

Dus 15:30. Zelfde plek

Slempo Oke is goed. Dat park in DH?

Of rtm

Sonicjaw Doe rtm maat

Slempo Is goed.

(13:45:24) Ik zit al op a12 ik kan ook nu. Rij nu bij gouda. (…)

(13:46:10) Ik ben er met 20 min wacht ik wel op je geen probleem

Sonicjaw Ja fles heb ik rond 14:15. En dan kom ik.

Slempo Top. Ok wacht bij speeltuin (chatbericht van 13:47 uur)

Een observatieteam ziet op 3 juni 2020 rond 14:43 uur [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] bij een speeltuin aan de Berberisweg in Rotterdam Noord.53

Om 15:00 uur straalt het toestel van Slempo een mast op het Terbregseplein (een verkeersknooppunt op de A2054) in het noordoosten van Rotterdam aan.55

De rechtbank overweegt dat de verbanden tussen vorenstaande onderzoeksbevindingen wijzen naar [medeverdachte 2] als gebruiker van het account Slempo.

Op 12 juni 2020 maakt het Slempo-toestel (IMEI-nummer * [nummer] ) tussen 14:11 en 14:21 uur gebruik van telecommasten die dekking geven over de Rijksweg A12 en Nieuwerbrug.56

Om 14:16 uur57 stuurt Slempo twee foto’s naar Vuittonsport:

  • -

    een foto, gemaakt vanaf de bijrijdersstoel door de voorruit van een auto, van een file

  • -

    en een foto van een navigatiesysteem in een dashboard.

Op deze tweede foto is op de kaart van het navigatiesysteem de rijksweg A12 tussen Waarder en Nieuwerbrug zichtbaar. Ook zichtbaar op de foto zijn, in het stof op het scherm van het navigatiesysteem, vingerafdrukken en een vingerveeg.

De BMW X5 met kenteken [kenteken] werd op 12 juni 2020 om 14:18 uur door een ANPR-camera vastgelegd, de locatie van de BMW was ‘Rijksweg A 12, Li 38.6 TS3 Nieuwerbrug’.

Na inbeslagname op 20 juni 2020 van de BMW X5 ( [kenteken] ) in de parkeergarage New Babylon, is op 25 juni 2020 een foto gemaakt van het scherm van het navigatiesysteem. Bij onderzoek bleek dat op de foto die op 25 juni 2020 was gemaakt, op het scherm van het navigatiesysteem van de BMW X5 een duidelijke vingerveeg en vingerafdrukken in het stof zichtbaar waren.

De rechtbank overweegt dat uit de samenhang van bovenstaande onderzoeksgegevens kan worden opgemaakt dat de foto’s door Slempo zijn verzonden vanuit de BMW type X5 ( [kenteken] ), die gebruikt wordt door [medeverdachte 2] en [naam partner] . Ook dit wijst naar

[medeverdachte 2] als zijnde Slempo.

Overige bijnamen

Met betrekking tot de identiteit van degene die door anderen met de bijnamen Biggie Brada, Biggie Basie, Grote Broer, GB of BB wordt aangeduid zijn onder meer de volgende onderzoeksbevindingen van belang.

- Op 14 augustus 2019 spreekt [naam vriendin] , de vriendin van [naam 3] , over de telefoon met haar zus [naam zus] . Ze gebruiken af en toe Surinaamse woorden. [medeverdachte 3] is een oom van [naam vriendin] . Ze spreekt over ‘broer’ en over ‘ [medeverdachte 3] ’ en zegt dat hij (ze heeft het dan over [naam 3] , haar vriend [naam 3] ) gewoon nog een maand salaris krijgt van die biggiemang (vertaald: grote baas). [naam 3] krijgt volgens [naam vriendin] een vast maandsalaris. En daarnaast, wanneer hij een klusje doet krijgt hij extra. Omdat hij bij die biggie brada hoort, moet hij nog wel gewoon nog steeds deel uitmaken van alles wat bij hem hoort. [naam vriendin] zegt: “Dus hij heeft zoiets van, als ik mijzelf niet nuttig maak voor ‘broer’, gaat ’broer’ ook mijn salaris stoppen.”58

- Op 17 augustus 2019 praat [naam 3] met [moeder medeverdachte 3] , zijnde de moeder van [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] , die in dit vonnis verder wordt aangeduid als verdachte [medeverdachte 3] ) en de oma van [naam vriendin] . [moeder medeverdachte 3] heeft het over biggie brada (vertaald: grote baas) en dat [naam 3] niet steeds tussen [medeverdachte 3] en biggie basie moet komen. [naam 3] zegt daarop: “Maar die baas en ik zijn toch samen? Wij betalen dat toch samen, dus“59

- Op 31 augustus 2019 belt [naam vriendin] het met haar zus [naam zus] . [naam vriendin] zegt dat [naam partner] biggie brada van iets op de hoogte had gesteld. [naam zus] reageert: “Dus zo is het, ja, zo weet hij het. Zij gaat het toch wel tegen haar man zegen.60

- Op 3 september 2019 is op camerabeelden waargenomen dat [naam 3] om 18:38 uur in het centrum van Den Haag loopt, richting het station. Ook is waargenomen dat [medeverdachte 2] die avond in Den Haag is: [medeverdachte 2] (en [naam 4] ) liepen om 19:01 uur die avond door het centrum van Den Haag.61

- Enkele minuten na de waarneming van [naam 3] , om 18:45 uur, geeft [naam 3] via de telefoon aan [naam vriendin] door dat hij op Den Haag CS staat en de metro zoekt. Vervolgens zegt hij onder meer: “Hij is gewoon bang dat ik eigenlijk mijn werk niet meer wil doen of kan doen. (…) Kijk, ik ben gewoon eigenlijk de belangrijkste persoon voor hen. (…) lk zeg mijn meissie gaat niet klagen als ik een avond niet thuis kom. Als ik moet omdat ik uh uhm, iemand in de gaten (..ntv..) daar zit geen vaste tijden aan vast. lk zeg uh (..ntv..) snappen, Niet dat hij niet meer die einde gevaarlijke dit dat zus zo. Ik zeg hem, ik wíl dat ook gewoon niet meer. (…) Hij zegt ja, eigenlijk komt het er gewoon op neer dat iedereen mii nodig heeft. Maar ik zeg tegen hem, ja maar ja, ik kan mij, ik kan dat gewoon niet man. Mijn hoofd is ook gewoon te gestrest.62

- Op een in beslag genomen telefoon stond een chat van 10 september 2019 tussen [naam 3] en [naam vriendin] . [naam 3] chat om 13:54 Ik was bij broer. Ga nu naar de telefoonwinkel.63

- Uit verder onderzoek van de inhoud van de telefoon blijkt dat deze telefoon eerder op die dag, op 10 september 2019 tussen 12:29 uur en 13:38 uur, gebruik heeft gemaakt van de wifi-verbinding [naam wifi verbinding] . Vastgesteld werd dat dit bewuste Coolblue-filiaal is gevestigd in het winkelcentrum New Babylon te Den Haag, gelegen onder het appartement [adres] .64

- Op 5 december 2019 wordt vertrouwelijke communicatie opgenomen tussen [naam 3] en [naam 5] , die samen in een auto zitten. [naam 3] ( [naam 3] ) voert telefoongesprek en zegt daarin onder meer: [naam 3] : "lk snap wel wat we daar willen doen, dat dat stinkt natuurlijk."

Daarna, tegen [naam 5] :

[naam 3] : Broer maakt hem helemaal af.

[naam 5] : lacht.

[naam 3] : Die man is al maanden bezig met iets te huren, hebben ze een loods gehuurd, zitten de gaten en buizen van de wietplantage van de vorige er nog in.

[naam 3] : Is logisch dat die man boos wordt toch?

[naam 5] : Ja sowieso.

[naam 3] : Kost geld, tijd, dit dat. (…)

Broer zit er zelf ook mee dat hij ons geen geld kan geven. (…) En als hij dan

dingen probeert en het andere lukt niet. (…) Ja dan voelt hij misschien een beetje

druk van ons. Je weet toch.65

Uit gegevens van het politiesysteem BVI-IB is naar voren gekomen dat op 4 september 2018 in het bedrijfspand, met een loods, aan de [adres loods] een in werking zijnde hennepkwekerij met 460 planten was aangetroffen.66 Vanaf een bankrekening op naam van [medeverdachte 11] werd eind november 2019 de waarborgsom voor het bedrijfspand aan de [adres loods] voldaan. De huurovereenkomst van deze loods werd op 22 november 2019 namens Aannemersbedrijf Allround B.V. ondertekend door [medeverdachte 11] .

De rechtbank overweegt dat op grond van bovenstaande onderzoeksbevindingen, in onderlinge samenhang bezien, kan worden geconcludeerd dat [naam 3] betaald wordt voor werkzaamheden die hij verricht voor biggie mang, die ook wel biggie brada of (grote) broer wordt genoemd en dat de vrouw van biggie brada ‘ [naam partner] ’ heet. Voorts kan uit de onderzoeksbevindingen worden opgemaakt dat schijnbaar [medeverdachte 2] bedoeld wordt waar wordt gesproken over Broer en Brada etc.

De rechtbank overweegt voorts dat de loods waar in het aangehaalde gesprek op wordt gedoeld, kennelijk de loods aan de [adres loods] betreft en dat deze verkeerd gekozen was omdat er eerder een hennepkwekerij door de politie was ontdekt.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat bovengenoemde reeksen van onderzoeksbevindingen, in onderling verband en samenhang beschouwd, voldoende bewijs leveren dat [medeverdachte 2] gebruik maakte van het EncoChat-account Slempo.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

Bezien tegen de achtergrond van het dossier, leiden de samenhang en de verbanden tussen de hierboven weergegeven onderzoeksbevindingen steeds alleen naar [medeverdachte 2] als de gebruiker van Slempo gedurende het onderzoek 26Douglasville. De ontkennende verklaring die verdachte hier tegenover stelt, inhoudende dat de politie niet goed genoeg heeft gezocht en de verkeerde conclusies heeft getrokken en dat de bedoelde persoon iemand was die dicht bij hem was, acht de rechtbank niet aannemelijk. Ook de verklaring dat hij slechts een korte periode de beschikking over het Slempo-toestel had en dat dat was vóórdat het onderzoek 26Douglasville was gestart acht de rechtbank niet aannemelijk.

Ook aangaande de bijnamen (grote) broer of Biggie Basie (in allerlei varianten) is, gelet op de samenhang en het onderlinge verband van de verschillende onderzoeksbevindingen, aannemelijk dat [medeverdachte 2] degene is die daarmee wordt aangeduid. Hetgeen hier door [medeverdachte 2] tegenover wordt gesteld doet daar niet aan af.

De rechtbank stelt op basis van het vorengaande het volgende vast:

[medeverdachte 2] was de gebruiker van het EncroChat-account Slempo. Waar in chats gesproken werd over Spierbal of de aanduiding ‘’ werd gebruikt, werd hiermee gedoeld op Slempo, derhalve op [medeverdachte 2] . Er zijn uit het onderzoek geen aanwijzingen naar voren gekomen dat een ander dan [medeverdachte 2] gebruik heeft gemaakt van het EncroChat-account Slempo. De rechtbank stelt ook vast dat voor [medeverdachte 2] tevens de volgende bijnamen werden gebruikt: Biggie Brada, Biggie Basie, Grote broer, Groote Broer, broer, GB en BB.

[naam 1]

Persoon [naam 1] , feiten en omstandigheden

Uit het onderzoek komen onder meer de volgende feiten en omstandigheden met betrekking tot [naam 1] naar voren.

is geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] . Behalve de Nederlandse nationaliteit had [naam 1] ook de Marokkaanse nationaliteit. In onderzoek 26Tumwater was gebleken dat [medeverdachte 4] en [naam 1] zeer nauwe contacten van elkaar waren en het zeer sterke vermoeden was ontstaan dat [naam 1] werkzaamheden voor [medeverdachte 4] verrichtte.

Op 10 mei 2020 omstreeks 21:50 uur is [naam 1] in Rotterdam doodgeschoten.

Typicaltea, Tabooworrior, Stickybuilder en Hiddenscorpion67

Uit onderzoek van de EcroChat-data is gebleken dat:

Typicaltea, werd gebruikt van 27-03-2020 tot 15-04-2020

Taboowarrior werd gebruikt van 09-04-2020 tot 17-04-2020 en

Stickybuilder werd gebruikt van 18-04-2020 tot 10-05-2020.

Op één bericht na is geen communicatie waargenomen tussen Typicaltea, Tabooworrior en Stickybuilder.

Hiddenscorpion werd gebruikt van 4 tot en met 6 april 2020.

Typicaltea is naar eigen zeggen ook Taboowarrior. Taboowarrior beschrijft zichzelf in een chat tegenover Coastalram als Mocro baardje, samen een keer gps geplakt nesselande. Ginf alarm af” waarop de ander reageert: “Ooow 666”. Taboowarrior reageert met: “Yeaa bro”. Tegen andere gebruikers, die vragen wie Taboowarrior is, antwoordt hij respectievelijk: “108” “Duivel”, “Beun” en “Abi”. Daarmee weten de anderen kennelijk genoeg.

Stickybuilder stuurt, op 18 april 2020, de volgende chats: “Nieuwe mail beun” en – naar een andere gebruiker – “Jo jneef. Dit me nieuwe mailnhe”. Als Coastalram vraagt wie Stickybuilder is antwoordt Stickybuilder: “666”. Stickybuilder identificeert zich op 18 april 2020 tenslotte naar een andere gebruiker in een chat als “ [naam 7] ”. Op 19 april 2020 stelt Stickybuilder zich aan Beigeshrub voor als “Mocro”. In de telefoon van Beigeshrub staat Stickybuilder opgeslagen als “ [bijnaam] ”.

Uit opgenomen vertrouwelijke communicatie tussen [naam 1] en een vrouw blijkt dat [naam 1] zegt dat hij “gewoon [bijnaam] ” wordt genoemd. De vrouw zegt dan dat de ene hem [bijnaam] noemt en eentje [bijnaam] . Daarop zegt [naam 1] dat hij ook Duivel, Wilders en Coke genoemd wordt. Ook komt uit onderzoek naar voren dat ‘Jongmocro’ als aanduiding voor [naam 1] is gebruikt.68

De politie heeft uit analyse van opgenomen vertrouwelijke communicatie en EncroChat-communicatie van Typicaltea, Tabooworrior, Stickybuilder en Hiddenscorpion identificerende kenmerken en aanwijzingen gehaald die, in combinatie met feiten en omstandigheden betreffende [naam 1] , wijzen naar [naam 1] als de gebruiker van deze EncroChat-accounts. De bijnamen die bij andere contacten naar voren zijn gekomen als gekoppeld aan de gebruiker van genoemde accounts zijn:

- voor Typicaltea onder meer: Duivel, 666, wilders feb en Beun,

- voor Tabooworrior onder meer: 666, [bijnaam] , beun, jneefu, duivel, Mocro baardje,

- voor Stickybuilder onder meer: Bulgaar, [bijnaam] , sticky, Beun, wilders apr, rotjerrr.69

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank stelt op grond van deze onderzoeksbevindingen, in onderlinge samenhang en tegen de achtergrond van het dossier bezien, vast dat [naam 1] de gebruiker was van de accounts Typicaltea, Tabooworrior, Stickybuilder en Hiddenscorpion en de drager van al de genoemde bijnamen.

[medeverdachte 4]

was tevens verdachte in (onder meer) de onderzoeken 26Lemont, 26Sartell, 26Branson en 26Tumwater. Uit TGO Berg, het onderzoek naar de moord op [naam 1] , kwam ook informatie over [medeverdachte 4] naar voren. Diverse onderzoeksbevindingen uit deze onderzoeken zijn gedeeld met het onderzoeksteam 26Douglasville en maken deel uit van dit dossier.

Persoon verdachte [medeverdachte 4] , feiten en omstandigheden

Uit het onderzoek komen onder meer de volgende feiten en omstandigheden met betrekking tot [medeverdachte 4] naar voren.

[medeverdachte 4] had een kaal hoofd.70 Hij had verschillende bijnamen, waaronder ‘ [bijnaam] ’ en ‘kale’. [medeverdachte 4] had nauw contact met [naam 1] . [naam 1] , ‘jongmocro’, was geboren in 1995. Uit onderzoek van een telefoon die bij [naam 1] vanaf 20 januari 2020 in gebruik was bleek dat er, via WhatsApp, intensief contact was geweest tussen [medeverdachte 4] en [naam 1] . [naam 1] verrichte diverse werkzaamheden voor [medeverdachte 4] , van het huren en laten afleveren van auto’s en het regelen van een chauffeur voor [medeverdachte 4] tot het verzorgen van een cadeau op Valentijnsdag voor een vrouw met wie [medeverdachte 4] een kind had.71 [medeverdachte 5] kwam ook als contact van [medeverdachte 4] naar voren.72 Ook [medeverdachte 2] (Slempo) was bekend als contact van [medeverdachte 4] .73

In 2016 had [medeverdachte 4] , in de Engelse taal, contact met een persoon die hij ‘Chino’ noemde. Die Chino noemde [medeverdachte 4] destijds ‘Dutch’.74

[medeverdachte 4] verbleef regelmatig in Spanje, in een huurwoning in [woonplaats] (nabij Mataró, Barcelona). [naam vriendin medeverdachte 4] was daar de vriendin van [medeverdachte 4] .75

Verklaring verdachte [medeverdachte 4]

Verdachte [medeverdachte 4] heeft de onderzoeksbevindingen en conclusies van de politie ontkend noch bevestigd en op alle vragen gezwegen. Ook ter terechtzitting heeft hij op alle vragen gezwegen en geen reactie gegeven op de voorgehouden stukken.

Luxuryballoon

Aan de gebruikersnaam Luxuryballoon was de gebruikersnaam ‘kale’ gekoppeld. Luxuryballoon, gebruikte een EncroChat-toestel met IMEI-nummer * [nummer] .

Op 28 januari 2020 verplaatste het toestel met IMEI * [nummer] zich vanuit Nederland, via Frankrijk, naar Spanje. Vanaf 30 januari 2020 werd uitsluitend nog gebruik gemaakt van zendmasten in Spanje. Het toestel werd enkel gebruikt voor datacommunicatie, niet voor gesprekken.76Luxuryballoon had onder meer chatcontact met [naam 1] , via verschillende door [naam 1] gebruikte accounts:

- met Typicaltea, tot en met 9 april 2020;

- met Taboowarrior van 9 tot en met 17 april 2020;

- met Stickybuilder vanaf 23 april 2020.

Op 5 april 2020 chatte Luxuryballoon met Donecro onder meer:77

Luxuryballoon Kzit perfect maat en zit niet vast ik zit hier best…ff

beetje uit zicht blijven

(…)

Die a1 loopt te tippen zit nieuw onderzoek op ons en zijn

wat hitters met ons bezig

(…)

Staat 200k op hoofd 666 duivel reden omdat hij voor mij

werkt zo ziek is a1 dus je weet

(…)

De telecommunicatie via IMEI-nummer * [nummer] werd vanaf 24 april 2020 opgenomen.

Na 10 mei 2020 werd er geen communicatie meer geregistreerd. Het toestel straalde voor laatst op 10 mei 2020 een zendmast aan (bij Barcelona).78

Luxuryballoon had tot en met 10 mei 2020 chatcontact, steeds in het Engels, met Realcobra.

Op 10 mei 2020 om 21:50 uur werd [naam 1] , bijnamen onder meer 666 en duivel, vermoord in Rotterdam.

Realcobra chat op 10 mei 2020 tussen 17:50 en 18:01 uur CST in het Engels met Lilylawn.79

De uit het Engels vertaalde chat:

Realcobra Broer ik hoorde dat er iemand van [de] kant van Dutch is omgelegd.

Lilylawn Yeah bro

Realcobra Ik heb dutch een bericht gestuurd maar bericht kwam niet aan

Lilylawn Hij is onderweg [naar] Nederland

Realcobra Is dit waar? Verdorie. Er is een vent hier die PC’s test. Dat is zijn goede vriend.

Hij voelt zich nu klote. Shit

(…)

Realcobra Het is een oorlog geweest. Deze vent was Dutch heel dierbaar/had een hele goede band met Dutch vertelde hij me.

(…)

Realcobra Is het de chauffeur van dutch? Degene met wie ik soms praat.

Lilylawn Ja broer.

Jonge gozer.

Net getrouwd.

De rechtbank merkt over deze chat het volgende op. Uit het dossier blijkt dat ten tijde van deze chat Lilylawn en Realcobra zich in een andere tijdzone bevonden. Realcobra verbleef op het moment van de chat in Costa Rica (8 uur tijdverschil met Nederland) Lilylawn verbleef op datzelfde moment in Colombia (7 uur tijdverschil met Nederland). Gezien de bij de chat vermelde tijdstippen begrijpt de rechtbank dat dit de lokale tijd betreft op de locatie waar (het toestel van) degene die de chat begint zich op dat moment bevond, waarmee verklaard kan worden dat ze om 17:50 uur lokale tijd spreken over een gebeurtenis die om 21:50 uur Nederlandse tijd plaatsvond.80

Moonlitbrick chat op 11 mei 2020 omstreeks 00:05 met magicbluff:81

Moonlitbrick Deze jongen was rechterhand van [bijnaam] . Was multimiljonair.

(…)

Hij was gwn werker van [medeverdachte 4] .

Magicbluff wanneer is dit gebeurd

Moonlitbrick Net 2 uur geleden.

Otherherder

Ook aan de gebruikersnaam Otherherder was de gebruikersnaam ‘kale’ gekoppeld. Alle contacten van Otherherder bleken tevens eerdere contacten van Luxuryballoon.

Op 12 mei 2020 ontvangt Realcobra voor het eerst berichten van Otherherder:82

Realcobra Yoooo?

Otherherder Dutch

Otherherder new one

Realcobra Okok. Heard what happened thru the test guy here.

You need me down there with you? (..)

Realcobra noemt de gebruiker van Otherherder verder in de chat ‘Dutch’.

Mysticsteak, Sonicjaw en Vuittonsport.

De rechtbank is voorts van oordeel dat uit de onderzoeksbevindingen is komen vast te staan dat [medeverdachte 5] de gebruiker was van EncroChat-accounts Mysticsteak, Sonicjaw en Vuittonsport. Er zijn echter diverse aanwijzingen dat op een aantal concrete momenten na 11 mei 2020 ook [medeverdachte 4] communiceert als gebruiker van die accounts danwel dat [medeverdachte 5] namens [medeverdachte 4] communiceert. Kortheidshalve verwijst de rechtbank voor de overwegingen die tot dat oordeel hebben geleid naar de hieronder opgenomen pagina’s, vanaf pagina 41, volgende identificatie van [medeverdachte 5] als de gebruiker van deze accounts.

Telefoons in gebruik bij [medeverdachte 4] .

* [nummer]

In onderzoek 26Branson is aannemelijk geworden dat [medeverdachte 4] gebruik maakte van een telefoon met daarin telefoonnummer [nummer] (hierna: nummer * [nummer] ).83 [medeverdachte 4] stuurde onder meer een foto van zijn paspoort, rijbewijs en een huurcontract waarop [medeverdachte 4] stond vermeld, via * [nummer] naar de telefoon van [naam 1] . In onderzoek 26Tumwater is nummer * [nummer] getapt vanaf 1 oktober 2019. Na 11 mei 2020 werd er geen communicatie via dit nummer geregistreerd. Nummer * [nummer] gebruikte op 28 januari 2020 achtereenvolgens zendmasten in België, Frankrijk en Spanje.

Uit vergelijking van zendmastgegevens van nummer * [nummer] met de zendmastgegevens van Luxuryballoon (IMEI * [nummer] ), in de periode van 24 april 2020 tot en met 10 mei 2020, is gebleken dat deze twee nummers vrijwel dagelijks gebruik maakten van dezelfde zendmasten op min of meer dezelfde tijdstippen. De zendmasten bevonden zich allemaal ten oosten van Mataró (Barcelona, Spanje).84 Nummer * [nummer] werd in de onderzochte periode (1 oktober 2019 t/m 11 mei 2020) uitsluitend gebruikt in een toestel met IMEI-nummer [nummer] . Op basis van de zendmastgegevens lijkt het dat het toestel met daarin nummer * [nummer] buiten Nederland werd aangezet en in Nederland werd uitgezet. Het toestel werd alleen gebruikt voor datacommunicatie/internetgebruik.85

Er is vanaf 10 mei 2020 te 23:37 uur een (gelet op de afgelegde afstand tussen de eerste en laatste aangestraalde zendmast: kennelijk erg snelle) verplaatsing van * [nummer] langs zendmasten te zien, vanaf [woonplaats] (nabij Barcelona), door Spanje en Frankrijk noordwaarts. Op 11 mei 2020 06:48 uur werd een zendmast tussen Nancy en Metz aangestraald en tenslotte om 07:22 voor het laatst een zendmast (op een onbekende locatie) in Frankrijk.86

[toestelnummer] , iPhone 7 plus 87

Tijdens onderzoek Berg, naar de moord op [naam 1] , werden meerdere mobiele telefoons in beslag genomen. Uit het onderzoek in telefoon ‘ [toestelnummer] , i-Phone 7 plus’ bleek dat onder meer foto’s aanwezig waren van [medeverdachte 4] , van een gebouw in aanbouw (vermoedelijk in het buitenland) en van een Spaanstalig (vermoedelijk) contract op naam van [naam vriendin medeverdachte 4] . Bij de contacten stond onder meer het vermoedelijke telefoonnummer van [naam 1] . Op grond van de inhoud van de data van deze telefoon bestond het vermoeden dat [medeverdachte 4] de gebruiker was geweest van de telefoon. Uit de inhoud van de telefoon bleek dat [medeverdachte 4] zichzelf ‘Calvis’ noemde.

De rechtbank overweegt dat op grond van bovenstaande onderzoeksgegevens, in onderling verband en samenhang bezien, het volgende kan worden geconcludeerd. [medeverdachte 4] verbleef regelmatig in een huis in [woonplaats] in Spanje. [medeverdachte 4] heeft een kaal hoofd en noemde zichzelf ook wel ‘Calvis’, een afleiding van ‘calvito’ wat in het Spaans kale man betekent. Luxuryballoon werd door anderen ook wel als ‘kale’ aangeduid. Realcobra noemde Luxuryballoon ‘Dutch’ een aanduiding die in 2016 door een contact van [medeverdachte 4] voor [medeverdachte 4] werd gebruikt.

Luxuryballoon bevond zich vanaf 30 januari tot 10 mei 2020 in Spanje en Luxuryballoon vond dat hij daar wel best zat, een beetje uit zicht want er waren hitters met hen bezig: op het hoofd van [naam 1] was € 200.000 gezet omdat die voor Luxuryballoon werkte. [naam 1] was een nauw contact van [medeverdachte 4] en verrichtte werkzaamheden voor [medeverdachte 4] . Luxuryballoon en een bij [medeverdachte 4] in gebruik zijnde telefoon maakten van 24 april tot en met 20 mei 2020 vrijwel dagelijks gebruik van dezelfde zendmasten op min of meer dezelfde tijdstippen en die zendmasten bevonden zich allemaal ten oosten van Mataró (Barcelona, Spanje), dichtbij de plaats [woonplaats] , waar [medeverdachte 4] een huis huurde.

De rechtbank concludeert dat bovenstaande onderzoeksbevindingen, in onderlinge samenhang bezien, wijzen in de richting van [medeverdachte 4] als mogelijke gebruiker van Luxuryballoon.

Op 10 mei 2020 rond 21:50 uur werd [naam 1] in Rotterdam vermoord. Diezelfde nacht, vanaf 23:37 uur, verplaatste de telefoon van [medeverdachte 4] zich vanaf [woonplaats] met grote snelheid over de weg richting Nederland. Op 11 mei 2020 is het telefoontoestel voor het laatst in gebruik.

Luxuryballoon is na 10 mei 2020 niet meer gebruikt. Ook aan de gebruikersnaam Otherherder was de gebruikersnaam ‘kale’ gekoppeld. Alle contacten van Otherherder bleken eerdere contacten van Luxuryballoon. Op 12 mei 2020 ontving Realcobra voor het eerst berichten van Otherherder en daarin identificeerde Otherherder zich als Dutch, een bijnaam die in 2016 als bijnaam voor [medeverdachte 4] naar voren was gekomen.

Ook bovenstaande bevindingen wijzen naar het oordeel van de rechtbank naar [medeverdachte 4] als mogelijke gebruiker van Luxuryballoon en tevens als gebruiker van Otherherder. Deze versterken de eerdere verwijzingen naar hem als zijnde Luxuryballoon.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie is van oordeel dat alle bovengenoemde onderzoeksbevindingen, in onderling verband en samenhang moeten worden beschouwd en dat deze de identificatie van [medeverdachte 4] als Luxuryballoon en Otherherder rechtvaardigen. De enkele, niet onderbouwde ontkenning en het zwijgen van [medeverdachte 4] doen daar niets aan af.

Standpunt verdediging

Namens [medeverdachte 4] heeft zijn raadsman betoogd dat niet kan worden bewezen dat [medeverdachte 4] schuilging achter de gebruikersnaam Luxuryballoon. De raadsman heeft naar voren gebracht dat een gebruikersnaam zoals ‘kale’ onvoldoende onderscheidend is. Dat [medeverdachte 4] als kale man zichzelf Calvis zou noemen maakt dat volgens de raadsman niet anders.

Ook de telecomgegevens bieden volgens de raadsman onvoldoende grondslag voor de stellingname dat [medeverdachte 4] achter Luxuryballoon schuilging. Dat nummer * [nummer] en IMEI * [nummer] eind januari 2020 één op één met elkaar zouden hebben meebewogen van Nederland naar Spanje blijkt onvoldoende uit de stukken. Er is een te groot tijdverloop tussen het aanstralen van mastlocaties door beide toestellen en de locaties van de verschillende toestellen zijn niet bekend, zodat daar geen bewijsrechtelijk conclusies aan kunnen worden verbonden. De vergelijking van de zendmastgegevens over de periode van 24 april tot 10 mei 2020 is zo kort dat daar slechts met voorzichtigheid bewijswaarde aan kan worden toegekend. Het gegeven dat er per nummer een andere zendmast werd aangekozen, kort achter elkaar, is zelfs een contra-indicatie voor de stelling dat beide toestellen bij dezelfde gebruiker in gebruik waren. Dat [medeverdachte 4] volgens het Openbaar Ministerie kort na de liquidatie van [naam 1] naar Nederland zou zijn gereisd komt niet overeen met het feit dat het toestel van Luxuryballoon volgens de telecomgegevens niet is meebewogen naar Nederland.

Omdat de identificatie van [medeverdachte 4] als zijnde Luxuryballoon geen stand kan houden gaat ook de identificatie van Otherherder niet op, nu die is opgehangen aan de identificatie van Luxuryballoon.

Dat er in relatie tot dit toestel over ‘Dutch’ wordt gesproken en dat ook de bijnaam ‘Kale’ valt, maken dat niet anders. Er zijn meerdere Nederlanders, er zijn meer kale mensen en er zijn dus ook meerdere kale Nederlanders.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank is op grond van de onderlinge verbanden en samenhang van de onderzoeksbevindingen, bezien tegen de achtergrond van het dossier en in samenhang met de identificatie van de andere gebruikers in dit dossier, van oordeel dat is komen vast te staan dat [medeverdachte 4] de gebruiker was van EncroChat-accounts Luxuryballoon en Otherherder. Er zijn uit het onderzoek geen aanwijzingen naar voren gekomen dat een ander dan [medeverdachte 4] gebruik heeft gemaakt van de EncroChat-accounts Luxuryballoon en Otherherder.

Wel zijn er aanwijzingen dat door of namens [medeverdachte 4] gebruik is gemaakt, op een aantal concrete momenten na 11 mei 2020, van de accounts Mysticsteak, Sonicjaw en Vuittonsport. De rechtbank acht het echter voor de beantwoording van de bewijsvraag niet van doorslaggevend belang of de bedoelde berichten door [medeverdachte 4] of -namens hem- door [medeverdachte 5] zijn geschreven en verzonden via de aan [medeverdachte 5] gekoppelde accounts Mysticsteak, Sonicjaw en Vuittonsport. Voor de onderbouwing daarvan verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hieronder bij de identificatie van [medeverdachte 5] heeft overwogen.

Voorts stelt de rechtbank vast dat voor [medeverdachte 4] (onder meer) de bijnamen [bijnaam], kale en Dutch werden gebruikt.

Het betoog van de raadsman van [medeverdachte 4] dat, kort weergegeven, elk van de onderzoeksbevindingen op zich onvoldoende bewijs leveren om een identificatie te kunnen dragen en dat de identificatie daarom geen stand kan houden, treft geen doel. Immers niet elk van de afzonderlijke onderzoeksbevindingen maar de onderlinge samenhang van die onderzoeksbevindingen dragen de identificatie.

[medeverdachte 5]

In 26Lemont werd data gekregen van EncroChat-toestellen met de gebruikersnamen Mysticsteak, Sonicjaw en Vuittonsport.

Mysticsteak kwam in beeld als een contact van Slempo. De rechtbank heeft vastgesteld dat

[medeverdachte 2] de gebruiker van Slempo was.

Persoon verdachte [medeverdachte 5] , feiten en omstandigheden

Uit het onderzoek komen onder meer de volgende feiten en omstandigheden met betrekking tot [medeverdachte 5] naar voren.

[medeverdachte 5] heeft een (ex-)partner, [naam ex-partner] , met wie hij samen kinderen heeft. [medeverdachte 5] en [naam ex-partner] stonden in de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres [adres] . De [adres] ligt in [woonplaats] , parallel aan de Prins Alexanderlaan. Vlakbij, aan de andere kant van de Prins Alexanderlaan bevindt zich een (bedrijven)terrein met straten die vernoemd zijn naar metalen, zoals tin, koper en nikkel. Aan de Nikkelstraat bevindt zich onder meer een GAMMA bouwmarkt, aan de IJzerstraat een brandweerkazerne.88

[naam ex-partner] was werkzaam bij [naam bedrijf] en had daarbij de beschikking over een Audi SQ5 ( [kenteken] ).89 [medeverdachte 5] is in het bezit van een geldig rijbewijs om een motorfiets te mogen besturen. [medeverdachte 5] was een nauw contact van [medeverdachte 4] .90 [naam 1] was ook een nauw contact van [medeverdachte 4] en was tevens een contact van [medeverdachte 5] .

Verklaring verdachte [medeverdachte 5]

Verdachte [medeverdachte 5] heeft de onderzoeksbevindingen en conclusies van de politie ontkend noch bevestigd en op alle vragen gezwegen. Ook ter terechtzitting heeft hij op alle vragen gezwegen en geen reactie gegeven op de voorgehouden stukken.

Mysticsteak, Vuittonsport en Sonicjaw

Van het toestel van gebruiker Vuittonsport was het IMEI-nummer * [nummer] .91

Op 28 mei 2020 vonden de volgende chatcontacten plaats:92

17:36 uur, Mysticsteak chat naar Realcobra:

Mysticsteak Yo chino

Send new invitation

Accept please and remove this

18:40 uur, Mysticsteak chat met Mister-Malibu:

Mysticsteak Nieuwe encro gestuurd

Deze mag weg

Mister-Malibu Oke

18:43 uur, Mister-Malibu chat met Sonicjaw:

Mister-Malibu Heb hem

Sonicjaw Toppp

20:46 uur, Mister-Malibu chat naar Mysticsteak:

Mister-Malibu Heb mensen rederij eraan en willen nog keer samen

zitten ga proberen zaterdag heen en weer te gaan maar

denk aan gesprek dat we er wel uit komen

20:51 uur, Mister-Malibu chat met Sonicjaw

Mister-Malibu Heb mensen rederij eraan en willen nog keer samen

zitten ga proberen zaterdag heen en weer te gaan maar

denk aan gesprek dat we er wel uit komen

Mister-Malibu Sorry had ook je oude encro gestuurd

Sonicjaw Oke top

Hierna hadden de vaste contacten van Mysticsteak geen contact meer met Mysticsteak en startten de vaste contacten van Mysticsteak met contacten met Sonicjaw.

Op 11 en 12 juni 2020 vond het volgende chatcontact plaats:

Sonicjaw chat met Lilylawn,

11 juni 2020: Sonicjaw Nieuwe encro gestuurd maat

Sonicjaw Maat??

12 juni 2020 Sonicjaw Deze kan je wissen maat

Sonicjaw Zit op vuittonsport

Lilylawn: Okmaat

In de chats die Mysticsteak, Sonicjaw en Vuittonsport stuurt is sprake van een vrij specifieke schrijfwijze van ‘joh’ en ‘top’, woorden die met enige regelmaat in de chats worden gebruikt. Meestal worden die als volgt geschreven: ‘Johhh’ en ‘Toppp’, wisselend met 2, 3, 4 of 5 h’s of p’s aan het eind. Vrij specifiek maar niet uniek, want soms schreef ook [medeverdachte 2] ‘top’ met 3 of 4 p’s.93

Overweging rechtbank

De rechtbank overweegt op grond van de inhoud van vorenstaande in tijd opvolgende chats, dat mogelijk sprake was van één gebruiker die achtereenvolgens de namen Mysticsteak, Sonicjaw en Vuittonsport gebruikte.

Mysticsteak

Op 30 maart 2020 vraagt Mysticsteak via de chat aan bullspeaker om naar GAMMA te komen, Oost. Bulspeaker vraagt of dat bij de brandweer is?

“Ja bro”, bevestigt Mysticsteak, ‘Nikkelstraat’.94

Op 3 april 2020 chatte [naam 1] (via gebruikersnaam Typicaltea) met Mysticsteak:95

[naam 1] Er loopt een onderzoek of na je vrouw

Of na de suto van je vrouw

Voor witwassen

Dan weet je dat

Ik lees het net in het popo systeem

Mysticsteak Johhh

Laat me even lezen

Is wel belangrijk. (…)

[naam 1] Zoiezo sinds die dag met lady

Toen was ze toch klem gereden en bang

Kwam ze naar mij toe

Toen kwam popo

Mysticsteak Ze werd ook aangehouden daarna

Vragen stellen enzo

[naam 1] Dus ben ik gelinkt aan haar

Mysticsteak Wat staat er precies

[naam 1] Staat

Voertuig komt voor in een onderzoek ivm mogelijk witwassen

Mysticsteak Oke ja weet waarom

Door die bedrijf

[naam 1] Okee maar staay op haar naam of

Op bedrijf

Mysticsteak Nee die bedrijf

In het politiesysteem is een registratie opgeslagen, opgemaakt op 2 februari 2020.96 In die registratie is onder meer opgenomen dat op 2 februari 2020 [naam 1] kort na elkaar twee keer werd aangesproken door de politie. De tweede keer werd hij gecontroleerd bij een Audi, type SQ5, kenteken [kenteken] , waar een licht getinte vrouw achter het stuur zat en een jong kind op de achterbank zat. [naam 1] was vrij vervelend en liet duidelijk merken niet gediend te zijn van bezoek politie. In de registratie staat voorts: “Voertuig komt voor in een onderzoek ivm mogelijk witwassen, [naam 1] komt tweemaal voor tz witwassen en (..). Aandacht voor [naam 1] dus. (..)”

De Audi SQ5 voorzien van kenteken [kenteken] staat bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer op naam gesteld van [naam bedrijf] ., welk bedrijf voorkomt in een strafrechtelijk onderzoek naar btw fraude.

Overweging rechtbank

De rechtbank overweegt dat uit de verbanden tussen vorenstaande onderzoeksbevindingen valt op te maken dat [naam 1] informatie van de politie of inzage in het politiesysteem kreeg met betrekking tot zijn persoon. Omdat de vrouw van Mysticsteak nadat ze klem was gereden naar [naam 1] was toegekomen was ook de naam van [naam 1] aan de registratie gelinkt en om die reden kreeg hij deze vertrouwelijk informatie, die hij meteen doorspeelde naar Mysticsteak, die daar kennelijk belang bij had. De politieregistratie van 2 februari 2020 biedt zodanige aanknopingspunten bij de inhoud van de chat en de persoon van [medeverdachte 5] , dat de rechtbank in de samenhang van de bevindingen een aanwijzing ziet dat [medeverdachte 5] de gebruiker van Mysticsteak was.

Op 11 mei 2020 chatte Mister-Malibu met Mysticsteak:97

Mister-Malibu Dus denk dat we elkaar vd even moeten zien

Ja

Mysticsteak Ja doen we morgen

Zeg maar waar (…)

Mister-Malibu maakt mij niet uit

Mysticsteak Bij pannekoekhuis malieveld

Op 12 mei 2020 verzet Mister-Malibu de afspraak naar de volgende dag en stelt voor “12 uur donderdag zelfde plek”. Mysticsteak is akkoord.

Op 12 mei 2020 chatte Liliylawn met Mysticsteak onder andere:98

Lilylawn Maat ben je dr?

Is ouwe in de buurt?

Mysticsteak Ja maat

Jooo

Zeg maat

Lilylawn Ik ga ander huis pakken

Uit verschillende chats tussen Lilylawn en [medeverdachte 4] (Luxuryballoon en Otherherder) is naar voren gekomen dat Lilylawn meerdere keren Luxuryballoon en Otherherder ‘ouwe’ noemt.

Op 14 mei 2020 chatte Mysticsteak met Mister-Malibu:

11:35 Mysticsteak 20m later collega

Mister-Malibu oke geen probleem

12:24 Ben er

12:31 Mysticsteak 1min

12:31 Mister-Malibu Oke

12:33 Mysticsteak Zwarte jas?

Een observatieteam ziet op 14 mei 2020 dat rond 12:30 uur nabij het pannenkoekenrestaurant aan de Koekamplaan te Den Haag, een ontmoeting plaatsvond tussen [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en een derde man. De derde man droeg een zwarte jas en kon op dat moment niet geïdentificeerd worden.99

Mysticsteak had tot in ieder geval 5 mei 2020 chatcontact met [medeverdachte 4] (Luxuryballoon) en ook met Mister-Malibu, die geen contact had met [medeverdachte 4] (Luxuryballoon).100

Ook in chats van 16 mei 2020 tussen Lilylawn en Mysticsteak wordt aan de gebruiker van Mysticsteak gevraagd naar ‘Ouwe’.

Op 16 mei chatte Lilylawn eerst met Otherherder, die niet meteen reageerde op de berichten. Vervolgens chatte Lilylawn met Mysticsteak

Lilylawn Maat

Ouwe

Kan je m zeggen datbik m nofig heb

Mysticsteak Ja mail hem

Lilylawn Dringend

Mysticsteak Op die van hem

Lilylawn Hij reageert niet

Mysticsteak Oke

Momeny

Lilylawn Zal m zo wel horen dan

Mysticsteak Komt online maaf

Lilylawn Ok

Ongeveer drie minuten later reageert Otherherder op de berichten van Lilylawn. Lilylawn reageert: Lilylawn Yo

Ouwe

Ben je dr

De rechtbank overweegt dat uit bovenstaande onderzoeksbevindingen geconcludeerd kan worden dat het account Mysticsteak door [medeverdachte 5] of door [medeverdachte 4] gebruikt was om de afspraak met Mister-Malibu te maken. De chat waarin aan Mysticsteak wordt gevraagd of ‘ouwe’ in de buurt is doet vermoeden dat Mister-Malibu verwacht dat er een ander in de nabijheid van Mysticsteak is waar Mister-Malibu via Mysticsteak contact mee zoekt.

Sonicjaw

De gebruiker van Sonicjaw hanteerde meestal de vrij specifieke schrijfwijze van ‘joh’ en ‘top’ maar niet altijd, vanaf het moment waarop [medeverdachte 4] naar Nederland was gereisd na de moord op 10 mei 2020 op [naam 1] zijn er aanwijzingen dat soms (ook) een ander gebruik maakte van Sonicjaw.

Zoals hierboven aangegeven bij de identificatie van Slempo, maakten [medeverdachte 2] en Sonicjaw op 1 juni 2020 een afspraak om elkaar om 16:00 uur te treffen bij ‘een parkwandeling’ in ‘dh’ en werd rond dat afgesproken tijdstip waargenomen dat [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] elkaar ontmoetten in Den Haag en samen heen en weer liepen op een van de voetpaden aan het Malieveld.

[medeverdachte 2] en Sonicjaw maakten ook een afspraak om elkaar op 3 juni 2020 live te treffen in ‘rtm’ en rond het afgesproken tijdstip werd in Rotterdam waargenomen dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] bij een speeltuin aan de Berberisweg in Rotterdam Noord waren en dat het Slempo-toestel van [medeverdachte 2] een mast op het Terbregseplein (in het noordoosten van Rotterdam) aanstraalde.

Overweging rechtbank

Op de twee met of door Sonicjaw gemaakte afspraken met [medeverdachte 2] komen zowel [medeverdachte 4] als [medeverdachte 5] naar de afgesproken ontmoetingsplek. De rechtbank maakt daaruit op dat [medeverdachte 5] dan wel [medeverdachte 4] gebruik maakte van het account Sonicjaw om de afspraak te maken. De overige aangehaalde onderzoeksbevindingen bevestigen dat gedeelde gebruik.

Vuittonsport

Uit een analyse van de historische gegevens van het IMEI-nummer van Vuittonsport blijkt dat het toestel van Vuittonsport gebruik maakte van een zendmast die ook vanuit de woning waar [medeverdachte 4] werd aangehouden werd gebruikt, net zoals vanaf de locatie waar de auto van [medeverdachte 5] vaak stond geparkeerd.101

Op 11 juni 2020 chatte Realcobra met Vuittonsport:102

Realcobra Heeee Dutch?

Vuittonsport Dit is niet Dutch mijn vriend

Ik zal hem over een paar uur ontmoeten

Realcobra He broer. Oke ik sla dit contact altijd op

Vuittonsport Ik zal hem vragen om jouw sms/bericht te sturen

Realcobra Ja broer. Dan zullen we praten

Vuittonsport He

Bro

Dutch

Whatsup?

Realcobra Yoyo

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft betoogd dat de onderzoeksbevindingen de conclusie rechtvaardigen dat [medeverdachte 5] en vanaf 11 mei 2020 soms [medeverdachte 4] , gebruik maakte(n) van de EncroChat-accounts Mysticsteak, Sonicjaw en Vuittonsport.

Tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] kan op grond van de vastgestelde ontmoetingen en de wijze waarop elk van hen via chats laat blijken hetzelfde oogmerk te hebben, een criminele samenwerking worden vastgesteld. Het is dan ook niet van beslissende betekenis of berichten die mogelijk door [medeverdachte 4] zijn verzonden daadwerkelijk van hem afkomstig zijn of door [medeverdachte 5] namens hem zijn geschreven.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd voor wat betreft de identificatie van [medeverdachte 5] als de gebruiker van EncroChat-accounts Mysticsteak, Sonicjaw en Vuittonsport.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank is op grond van de onderlinge verbanden en samenhang van de onderzoeksbevindingen, bezien tegen de achtergrond van het dossier en in samenhang met de identificatie van de andere gebruikers in dit dossier, van oordeel dat is komen vast te staan dat [medeverdachte 5] de gebruiker was van EncroChat-accounts Mysticsteak, Sonicjaw en Vuittonsport.

Er zijn echter in bovenstaande onderzoeksbevindingen aanwijzingen dat op een aantal concrete momenten na 11 mei 2020 ofwel [medeverdachte 4] communiceert als gebruiker van die accounts ofwel [medeverdachte 5] namens [medeverdachte 4] .

De rechtbank gaat er vanuit dat een gebruiker van een Encrochat-toestel (een vorm van ‘Pretty Good Privacy’ ofwel een PGP-toestel) gebruikt werd door personen die zeer op hun privacy waren gesteld en vrijuit wilden kunnen communiceren met hun contacten. Een deel van de in het dossier 26Douglasville opgenomen berichten heeft betrekking op ernstige gepleegde en/of nog te plegen geweldsdelicten. Zoals al beschreven kon een EncroChat-gebruiker alleen één-op-één communiceren met een andere EncroChat-gebruiker, maar pas nadat deze over en weer elkaars username onder een zelfgekozen bijnaam hadden opgeslagen in de contactlijst. Bijnamen die de identiteit van het contact niet zomaar prijsgaven, zoals bijvoorbeeld ‘Lilylawn’, ‘spareknee’, en ’tomatocrusher’. De gebruikers moesten erop kunnen vertrouwen dat een chat die werd verzonden naar een opgeslagen contact daadwerkelijk het bedoelde contact zou bereiken.

Het spreekt haast voor zich, gelet op de grote behoefte aan privacy en de gedeelde criminele intenties van de gebruikers, dat een EncroChat-toestel delen of tijdelijk ter beschikking stellen aan een ander uitzondering was en betekende dat die ander het vertrouwen van de gebruiker had en dicht in diens nabijheid was.

De rechtbank overweegt dat uit de aangehaalde chats blijkt dat Mysticsteak en Otherherder ( [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] ) zich op de genoemde chatmomenten op 16 mei 2020 in elkaars directe nabijheid bevonden en dat ze nauw contact hadden. De observatie van 14 mei 2020, de waarneming op camerabeelden van 1 juni 2020 in Den Haag en de waarneming van 3 juni 2020 in Rotterdam, waarbij [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] telkens samen werden waargenomen, bevestigen dat ze regelmatig in elkaars nabijheid waren en samen afspraken met derden hadden.

Met het Openbaar Ministerie is de rechtbank dan ook van oordeel dat het, gelet op de tenlastelegging, voor de beantwoording van de bewijsvraag niet van doorslaggevend belang is of de bedoelde berichten door [medeverdachte 4] of namens hem door [medeverdachte 5] zijn geschreven en verzonden via de aan [medeverdachte 5] gekoppelde accounts.

[verdachte]

In 26Lemont werd data gekregen van het EncroChat-toestel met de gebruikersnaam Naturalmode. Naturalmode kwam in beeld omdat hij een contact van Slempo was.

Persoon verdachte [verdachte] , feiten en omstandigheden

Uit het onderzoek komen onder meer de volgende feiten en omstandigheden met betrekking tot [verdachte] naar voren.

[verdachte] stond ingeschreven op het adres [adres] . Vanaf 4 mei 2020 verbleef hij (ook) in een appartement op het [adres] .103 Het [adres] betreft een appartement, gelegen boven winkelcentrum New Babylon. Onder het appartementencomplex bevindt zich tevens een parkeergarage. [verdachte] had onder meer de beschikking over een Audi A5 (kenteken [kenteken] ).

[verdachte] was een contact van [medeverdachte 2] (observatie 29-09-19, p. 127 van de bijlagen). [verdachte] is in de periode van 22 april tot en met 22 juni 2020 op verschillende dagen in de loods in Wouwse Plantage aanwezig geweest, op meerdere dagen samen met [medeverdachte 7] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 8] en heeft daar werkzaamheden verricht. De eigenaar van de loods te Wouwse Plantage heeft [verdachte] op een foto herkend als ‘voorman Bob ’.104

Verklaring verdachte [verdachte]

Verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij de gebruiker is geweest van het EncroChat-account Naturalmode en dat hij ook ‘ Bob ’ is geweest die in het dossier voorkomt, maar niet altijd.

Doorzoeking en beslag

Op 22 juni 2020 zijn tijdens een doorzoeking op het adres [adres] , onder meer in beslag genomen een Samsung A10. In de Samsung A10, waarvan via het daaraan gekoppelde IMEI- en telefoonnummer was vastgesteld dat deze vermoedelijk in gebruik was bij [verdachte] , zijn onder meer de gebruikersaccounts ‘ Bob ’ (WhatsApp) en ‘ BOB ’ en ‘ Rastabob2020 ’ (Telegram), ‘ rastabobnew ’ (Wickr) en ‘turksevlees’ (Gmail) geregistreerd.105

Bij voornoemde doorzoeking werd nog een telefoon bij [verdachte] in beslag genomen waarop een chatgesprek is aangetroffen waarin de gebruiker van de telefoon, ‘ [bijnaam] ’, in het Engels schrijft “ Bob ” als hem wordt gevraagd naar zijn naam. Vervolgens schrijft hij dat zijn naam [verdachte] is maar dat niet veel mensen dat weten.106

In de auto waar [verdachte] gebruik van maakte werd een Samsung M10 aangetroffen. In die telefoon bleek aan de applicatie Telegram de gebruikersnaam Bob/Rastabobnew gekoppeld te staan.107

Naturalmode

Van het toestel van Naturalmode is geen IMEI of IMSI-nummer bekend. De gebruiker had als status ' Bob '. Wegens het vermoeden dat [verdachte] de gebruiker van dat toestel was is ter identificatie vanaf 30 april 2020 gestart met stelselmatige observatie van [verdachte] .108 De politie heeft vervolgens uit analyse van diverse onderzoeksbevindingen en EncroChat-communicatie met en door Naturalmode, identificerende kenmerken en aanwijzingen gehaald die, in combinatie met feiten en omstandigheden betreffende [verdachte] , tot de conclusie leidden dat [verdachte] de gebruiker was van Naturalmode. 109

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie acht bewezen dat [verdachte] de gebruiker van Naturalmode was en dat hij de persoon is geweest die werd aangeduid met de naam ‘ Bob ’.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd op de identificatie.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank stelt, gelet op de aangehaalde onderzoeksbevindingen en de bevestiging van [verdachte] , vast dat [verdachte] de gebruiker van Naturalmode was, zichzelf ook ‘ Bob ’ noemde en de gebruikersnamen Rastabobnew, Rasatbob2020 en BOB gebruikte. Er zijn uit het onderzoek geen aanwijzingen naar voren gekomen dat een ander dan [verdachte] gebruik heeft gemaakt van het EncroChat-account Naturalmode.

[medeverdachte 6]

Persoon [medeverdachte 6] , feiten en omstandigheden

Uit de periode vanaf ongeveer medio 2018 tot de datum van zijn aanhouding, 22 juni 2020, zijn uit het onderzoek de volgende feiten en omstandigheden over [medeverdachte 6] naar voren gekomen.

is in 1977 geboren in [geboorteplaats] en heeft de Nieuw-Zeelandse nationaliteit. Een van zijn bijnamen is [bijnaam] . [medeverdachte 6] heeft twee kinderen, [naam kind 1] en [naam kind 2] . [medeverdachte 6] stond bij de Basisregistratie Personen ingeschreven aan de [adres] en verbleef daar ook daadwerkelijk. Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 6] sinds de oprichting op 15 december 2014 direct en/of indirect betrokken is bij FMI Europe Trading Consultancy B.V.

FMI Europe Trading Consultancy B.V. was gevestigd op de [adres] en is sinds 15 december 2014 gevestigd op [adres] .

was een contact van [medeverdachte 2] .

Verklaring verdachte [medeverdachte 6]

heeft de onderzoeksbevindingen en conclusies van de politie ontkend noch bevestigd en op alle vragen gezwegen. Ook ter terechtzitting heeft hij grotendeels gezwegen en geen reactie gegeven op de voorgehouden stukken.

Beslag Samsung A10

Op 22 juni 2020 werd tijdens de doorzoeking op het BRP-adres van verdachte [medeverdachte 6] , de [adres] , een Samsung A10 in beslag genomen.110

Uit onderzoek in de telefoon bleek:

- In de telefoon stond in de applicatie Telegram de naam en gebruikersnaam ‘1165332105 Samurai’ (owner)/Samurai2030’ gekoppeld. Aan Telegram was het telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) gekoppeld.111

- Op de Samsung A10 was de website www.stuff.co.nz bijna dagelijks bezocht. Dit betreft een Nieuw-Zeelandse nieuwswebsite met nieuws en achtergronden over binnenland.112

- In de Samsung A10 bleek een contact opgeslagen onder de naam ‘Zee’ met de Telegram gebruikersnaam ‘Samurai2030’ en het telefoonnummer eindigend op * [nummer] .113

De rechtbank overweegt dat uit bovenstaande onderzoeksbevindingen, in samenhang bezien, zou kunnen worden opgemaakt dat [medeverdachte 6] , geboren in Nieuw-Zeeland, de gebruiker van de in zijn woning in beslag genomen telefoon was en dat ‘Zee’ en Telegram-gebruikersnaam ‘Samurai2030’ eveneens [medeverdachte 6] betrof.

Beslag iPhone 7

In de woning op de [adres] werd op de bank in de woonkamer een iPhone 7 aangetroffen en in beslag genomen.114 Uit onderzoek in de telefoon bleek onder meer het volgende.

In de iPhone 7 waren verschillende gebruikersnamen en (telefoon)nummers opgeslagen.

Een aantal gebruikersnamen en (telefoon)nummers horen bij verschillende (chat)applicaties waaronder

WhatsApp: Gebruikersnaam: fmi (owner)

Telefoonnummer: [nummer] (hierna: * [nummer] )@ s.whatsapp.net

Telegram: Gebruikersnaam: [gebruikersnaam]

G-mail: Gebruikersnaam: [gebruikersnaam] @ gmail.com

Pinterest: Gebruikersnaam: info@ fmieurope.com

Uit gegevens van CIOT bleek dat het telefoonnummer * [nummer] op naam stond van FMI Europe, [adres] . Uit onderzoek in de politiesystemen kwam naar voren dat een van de bijnamen van [medeverdachte 6] ‘ [bijnaam] ’ was.

Tussen 9 april en 20 april 2020 vonden er meerdere chats plaats via WhatsApp tussen ‘ [nummer] @s.whatsapp.net [gebruikersnaam] ’, in gebruik bij [medeverdachte 3] , en ‘* [nummer] @s.whatsapp.net fmi’.

In chats van ‘ [gebruikersnaam] ’, werden meerdere afbeeldingen verstuurd door [gebruikersnaam] , waarop door de politie [medeverdachte 3] werd herkend.115

In diverse chats wordt de gebruiker ‘fmi’ aangesproken met ‘ [bijnaam] ’ of ‘ [bijnaam] ’.

Op 25-04-2020 chatte fmi: “(…) means everything to Me believe Me. I [medeverdachte 6] Truely LOVE YOU (…)”

In diverse chats wordt door ‘fmi’ gesproken over zijn kinderen [naam kind 1] en [naam kind 2] .

Bij de opgeslagen contacten in de iPhone 7 stonden onder andere:

‘ [gebruikersnaam] [nummer] en [gebruikersnaam] [nummer] ’. Uit het onderzoek 26Douglasville kwamen deze telefoonnummers naar voren als nummers waar [medeverdachte 3] gebruik van bleek te maken. [gebruikersnaam] wordt in een chat door ‘fmi’ aangesproken met ‘Mr [medeverdachte 3] ’.

Daarnaast was als contact opgeslagen ‘ [bijnaam] [nummer] ’. [medeverdachte 1] had als bijnaam [bijnaam] en uit meerdere chatgesprekken met [medeverdachte 1] en andere personen binnen onderzoek 26Douglasville is gebleken dat veelal via [medeverdachte 1] contact werd gezocht met [medeverdachte 3] , omdat [medeverdachte 3] vaak niet bereikbaar was.

De rechtbank overweegt dat de opgeslagen gebruikersnamen zouden kunnen behoren bij [medeverdachte 6] , die immers [medeverdachte 6] heet, woonde op het adres waar behalve hijzelf ook FMI Europe stond ingeschreven en betrokkenheid bij dat bedrijf had. Via WhatsApp appt ‘fmi’ “Ik [medeverdachte 6] (…)” en appt hij over zijn kinderen [naam kind 1] en [naam kind 2] , zoals ook de kinderen van [medeverdachte 6] heten.

Gelet op bovenstaande onderzoeksbevindingen in onderling verband en samenhang bezien, werd het telefoonnummer * [nummer] dat op naam van ‘fmi’ stond vermoedelijk gebruikt door [medeverdachte 6] .

Tronik

Tronik komt in het onderzoek naar voren als een contact van [medeverdachte 2] (Slempo). Waar aanvankelijk in het onderzoek naar de identiteit van Tronik de bevindingen wezen naar [medeverdachte 6] of [verdachte] als Tronik, werd later in het onderzoek duidelijk dat [verdachte] Naturalmode moest zijn en niet Tronik. Dat [verdachte] Naturalmode was is door de rechtbank vastgesteld. Ook heeft de rechtbank vastgesteld dat met ‘bb’ [medeverdachte 2] wordt bedoeld.

Op 4 mei 2020 was er via WhatsApp contact tussen fmi en [medeverdachte 3]116:

fmi Brada bb wilt Je zien Hij voeld in de steak galaaten zegt de wilt dat Jullie alleen met alkaar gaan praaten denk dat de beetje verdrietig is (smiley met droevige uitdrukking)

[medeverdachte 3] ik moet deze dagen veel.doen voor shai en woensdag ben.ik buiten ds stad 2

Afspraken ver

kam donderdag met jou meegaan

naar gym

maar jij moet bij zijn

(…)

fmi Oké Brada top ga bb zeggen (..)

Later die dag appt [medeverdachte 3] via WhatsApp naar fmi dat hij een ‘incas’ heeft van 3M en eentje van 9M en dat ‘mensen’ woensdag aan tafel willen zitten. [medeverdachte 3] heeft de afspraak al gemaakt, woensdag 1030 (de rechtbank begrijpt: 10:30 uur) in Haarlem.

Een dag later, op 5 mei 2020, is er via WhatsApp het volgende contact tussen [medeverdachte 3] en fmi:

[medeverdachte 3] morgenochtend verry important meeting hs

1030

Hoe ga je dst doen

fmi Yeap TiTi en me zijn er klaar voor

(…)

Op 6 mei 2020 om 07:32 uur appt [medeverdachte 3] ) naar Fmi:

[medeverdachte 3] Shared contact: [bijnaam] Custom Made ( [nummer] )

[adres]

Als u met de auto hierheen komt dan is de Raaks Parkeergarage ideaal

spreken af in die garagee

parkeergarage

(…)

Luister

Zeg hem duidelijk is niks met bb ok

Die man wil niks met bb te maken hebben

fmi appt naar [medeverdachte 3] :

10:03 uur Brada Wij zijn er ga eff Coffee pakken en broodtje

10:31 uur Brada Wij lopen nou trug naar garage

10:42 uur Hoe veer ben Jij dan Brada

10:55 uur Wij zijn nou met Brian wcht op de man Brada

12:47 uur Brada waar was Je dan Je was niet een hier

Waar zien Wij je dan Brada

12:58 uur Hallo. Brada TiTi wilt Jij nou nou spreken over deze man.

??

13:03 uur Bro hallo

13:11 uur Brada hallo

13:29 uur Brada watchOS dit moet Jouw zien Nou!!

Dan reageert [medeverdachte 3] :

14:19 uur ik ben enschede

Daarna reageert [medeverdachte 3] de rest van de dag niet meer op berichten van fmi, die stug doorgaat met het verzenden van berichten naar [medeverdachte 3] , onder meer:

14:22 Brada moet Jouw zo zien heel de shit van net klopte helemaal niet.

Maar moet jou spreken erover

14:29 uur Wat is dit voor onzin Brada TiTi is pissed hierover!!

Zeg waar Jij nou bent Wij rijden naar Jouw Brada maak niet uit waar

(…)

Op 6 mei heeft fmi vanaf 14:06 via WhatsApp ook contact met [bijnaam] , aan wie hij appt dat hij met spoed [medeverdachte 3] moet hebben maar dat die niet meer opneemt. fmi verzucht: “Hebt dit al 4 x nou mee gemaakt met Him Bra”

Op 6 mei 2020 chatte [medeverdachte 2] (Slempo) om 09:42 en 10:44 uur naar Tronik: 117

Slempo Hoe voel je je

Slempo Ja nu ga je Als een raket

Tronik antwoordde om 16:00 uur:

Tronik Broer kom net trig van de “incasso” van bolle heel raar verhalklopt er helemaal niks van bolle was er ook niet phone staat werr uit fucking junkie

(...)

De rechtbank overweegt op basis van de verbanden en samenhang van bovenstaande bevindingen dat fmi en Tronik waarschijnlijk door dezelfde persoon zijn gebruikt.

Op 14 mei 2020 om 10:49 uur stuurde [medeverdachte 2] een chat naar Tronik: 118

Goedemorgen bro tot zo.

Omdat gebleken was dat [medeverdachte 2] overdag regelmatig verbleef op, of in de directe omgeving, van zijn sportschool heeft op 14 mei 2020 vanaf 12:25 uur daar een observatie plaatsgevonden, rondom de [adres] .119 Bij deze observatie werden verschillende personen waargenomen en geïdentificeerd, waaronder in ieder geval [verdachte] (om 12:29 uur), die de wasstraat inliep en (om 14:05 uur) [verdachte] en [medeverdachte 6] die de wasstraat verlieten. [verdachte] stapte vervolgens als bestuurder en [medeverdachte 6] als passagier in een Ford Mondeo, die daarna vertrok. Een paar minuten later stopte de Ford, stapte [medeverdachte 6] uit en stapte als bestuurder in een VW Caddy met kenteken [kenteken] .

Op 19 mei 2020 chat [medeverdachte 2] (Slempo) met Tronik:

Slempo Broer ik moet je spoed zien

Voor klus

Tronik Oke zeg maar waar kom ik gelijk Broer

Moet ik nou naar de gym komen120

Zoals hierboven bij de identificatie van Slempo ook al weergegeven werd op 19 mei 2020, nadat tussen [medeverdachte 2] , [verdachte] en Tronik voor die dag voor ongeveer 17:30 een afspraak was gemaakt in ‘dh’, bij een observatie op het Malieveld in Den Haag om 17:10 uur onder andere [medeverdachte 6] in een VW Caddy ( [kenteken] ) waargenomen in de omgeving van de Bezuidenhoutseweg te Den Haag. [medeverdachte 6] zat vervolgens samen met [verdachte] op een bankje. Een tijdje later werd waargenomen dat ze [medeverdachte 2] ontmoetten en gedrieën richting Bezuidenhoutseweg liepen. [medeverdachte 6] liep vervolgens terug naar de VW Caddy en reed daarin weg.

Op 19 mei 2020 omstreeks 21:10 werd waargenomen dat [medeverdachte 6] bij een filiaal van KFC (Kentucky Fried Chicken) in Delft een ontmoeting had.

Op 20 mei 2020, om 09:05 uur, chat Tronik naar [medeverdachte 2] (Slempo):

Goodmorning Broer was gister ziek had bloody kip van kfc geeten (…)121

Jaguarsoldier, die Tronik onder de naam ‘Buurman’ had opgeslagen, kreeg op 8 mei 2020 een chat van Tronik. Tronik chatte: “Als jij in de buurt ben kan Ik Je laaten zien.” Jaguarsoldier liet weten dat hij met drie minuten bij Tronik zou zijn.

De Siciliëboulevard te Rotterdam valt onder het dekkingsgebied van de telefoonmast waar de telefoon van Jaguarsoldier op dat moment gebruik van maakte.122

Taalgebruik in de chats van Tronik

De in het Nederlandse geschreven chatberichten van Tronik kenmerken zich door het taalgebruik, schrijffouten, de zinsopbouw en het vele gebruik van Engelse woorden.

Datzelfde taalgebruik komt ook voor in de WhatsApp-berichten die door fmi naar [medeverdachte 3] worden verzonden via de bovengenoemde iPhone 7.

De rechtbank overweegt dat uit de onderlinge samenhang en verbanden van bovenstaande onderzoeksbevindingen en de al eerdergenoemde bevindingen, de conclusie getrokken kan worden dat Tronik en fmi dezelfde persoon betrof en dat dat waarschijnlijk [medeverdachte 6] was.

Tronik geeft in een chat aan dat hij op 19 mei 2020 is opgehaald voor wapenbezit. Dit zou gebeurd zijn naar aanleiding van een anonieme tip. Uit onderzoek in de politiesystemen is echter niet gebleken dat [medeverdachte 6] of [verdachte] of enig ander rond 19 mei 2020 aangehouden zijn geweest.

De rechtbank overweegt dat het onaannemelijk is dat Tronik daadwerkelijk is opgehaald voor wapenbezit.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft betoogd dat de onderzoeksbevindingen in onderling verband en samenhang bezien de identificatie van [medeverdachte 6] als Tronik rechtvaardigen.

Standpunt verdediging

Kort weergeven heeft de verdediging bepleit dat elk van de onderzoeksbevindingen op zich onvoldoende bewijs leveren om een identificatie te kunnen dragen en dat de identificatie van Tronik samenhangt met de identificatie van [medeverdachte 2] als Slempo, die zeer veel uitgebreide stukken heeft ingebracht ter onderbouwing van zijn ontkenning. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat met onvoldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 6] de gebruiker is geweest van Tronik en verantwoordelijk was voor alle verzonden berichten.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank heeft hierboven vastgesteld dat [medeverdachte 2] Slempo was en [verdachte] Naturalmode. Op grond van bovenstaande onderzoeksbevindingen en bezien in onderlinge samenhang en tegen de achtergrond van het dossier, stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 6] Tronik en fmi was, dat hij de gebruiker was van het Telegram-account Samurai en Samurai2030 en dat de bijnaam ‘Zee’ op hem zag. Er zijn uit het onderzoek geen aanwijzingen naar voren gekomen dat een ander dan [medeverdachte 6] gebruik heeft gemaakt van het EncroChat-account Tronik.

[medeverdachte 9]

Persoon [medeverdachte 9] , feiten en omstandigheden

Uit het onderzoek zijn de volgende feiten en omstandigheden met betrekking tot [medeverdachte 9] naar voren gekomen.

Het adres waar [medeverdachte 9] stond ingeschreven was [adres] . [medeverdachte 9] heeft een (ex)vrouw en een kind, die in [woonplaats] woonden op de [adres] .

Uit het bedrijfsprocessensysteem (BVI-IB) van de politie is onder meer naar voren gekomen dat het geregistreerde signalement van [medeverdachte 9] onder andere aangeeft ‘bolle/ronde/brede gelaatsvorm en een corpulent postuur’. In BVI-IB is genoteerd als roepnamen van [medeverdachte 9] o.a. [roepnaam] , [roepnaam] , [roepnaam] en [roepnaam] . Ook blijkt uit BVI-IB dat meerdere keren een motorfiets op het erf van de [adres] heeft gestaan en dat [medeverdachte 9] een mogelijke verblijfplaats heeft in [adres] .123

heeft een motorrijbewijs en mag de (BMW)motor van zijn zwager gebruiken wanneer hij wil.

is in mei 2019 ziek geweest en geopereerd en met chemo behandeld voor –naar eigen zeggen– uitgezaaide kanker.

Verklaring verdachte [medeverdachte 9]

heeft ontkend dat hij gebruik heeft gemaakt van het EncroChat-account Tabooiron en hij heeft verklaard dat hij niet in [woonplaats] en ook niet in [woonplaats] woonde.

Tabooiron

Het IMEI-nummer behorend bij het EncroChat-toestel van Tabooiron, te weten [nummer] (hierna: * [nummer] ), is in de periode 13 mei 2020 tot en met 15 juni 2020 getapt.

Uit de locatiegegevens van * [nummer] /Tabooiron in deze periode blijkt dat het nummer bijna dagelijks een telecommast aanstraalde die dekking gaf over Lopikerkapel, alsmede een mast ter hoogte van de [adres] en een mast ter hoogte van de [adres] . Deze beide telecommasten bevinden zich in de directe omgeving van de [adres] .124

De bijnamen die door EncroChat-contacten van Tabooiron aan Tabooiron waren gekoppeld waren onder meer: bolle kaal, bolle ut nieuw, bolle utj, bolle vianen, bolle nieuwegijn, bolle rdam, utrecht hol nieuw, caddy en [bijnaam] .

Op 10 mei 2020 om 17:55 uur chatte Tabooiron:

Me moeder is jarig ga zo rijden

Uit het bedrijfsprocessensysteem van de politie blijkt dat de moeder van [medeverdachte 9] op 11 mei jarig is.

Tabooiron chatte op enig moment naar Mysticsteak:

Oke maat ik stap met 10 min op de motor rij ik binnendoor

opngemakkie125

Op 12 mei 2020 chatte [medeverdachte 2] (Slempo) om 13:55 uur met Tabooiron:126

Slempo Heb je nog nagedacht voor werk en back up chauffeur

Op loon basis

Op 13 mei 2020 om 11:14 uur reageert Tabooiron:

Tabooiron Ik wil graag klaar staan voor je alleen moet eerst even wat dingen voor mezelf oplossen en dat kan alleen als ik even een klappertje maak ik moet nog steeds die vrienden van me terug betalen (…) dus als er nou even 2 automaatjes lukken dan ben ik er weer bovenop en kan ik alle tijd nemen die ik wil

(…)

Slempo Maat traceer die PS

En je hebt je klappertje

Vergeet die automateb

Op woensdag 27 mei 2020 chatte Tabooiron:

Ben even advocaat geweest

Moet dinsdag op verhoor komen127

De dinsdag na 27 mei 2020 betreft dinsdag 2 juni. [medeverdachte 9] blijkt op dinsdag 2 juni 2020 te zijn verhoord door de politie, inzake een verdenking van het plegen/medeplegen/voorbereiden van een ram- en plofkraak.

De rechtbank overweegt dat bovenstaande chats gaan over een klappertje dat Tabooiron wil maken om vrienden terug te kunnen betalen waarop van [medeverdachte 2] reageert dat Tabooiron die (de rechtbank begrijpt) automaten moet vergeten en hem een alternatief biedt om geld te verdienen op loonbasis. In combinatie met de aankondiging van Tabooiron dat hij bij de politie moet komen op 2 juni 2020 en het feit dat op 2 juni 2020 [medeverdachte 9] bij de politie moest komen en daar verhoord is over een gepleegde plofkraak ziet de rechtbank hierin een aanwijzing dat [medeverdachte 9] de gebruiker van Tabooiron was.

Uit de hierboven aangehaalde chats komt onder meer naar voren dat [medeverdachte 2] (Slempo) graag wil dat Tabooiron ‘PS’ voor hem opspoort. Op 13 mei 2020, nadat Slempo chatte ‘vergeet die automateb’ vervolgde Slempo via de chat:

Slempo Hoe snel heb je die PS als je alle middelen hebt

Op 31 mei 2020 chatte Slempo vervolgens:

Slempo Die [bijnaam] heeft die spullen nog ergens

Zou leuke bonus zijn haha

Desnoods zn familie meenemen en zeggen maak 30 mil over

naar colo anders krijg je ze niet terug

Denkt hij zijn hun

En wij hebben leuk vakantiegeld

Weet je waar die vrouw en kind bewegen?

Dit is zon anoniem jackpot gevalletje

Tabooiron Jaa maat die zijn gewoon thuis hahaha

(…)

Slempo Waar zouden we die kunnen meenemen

En losgeld vragen die 1000 stuks

Zou lekker zijn

Ik zeg doe je huiswerk haha

Team staat klaar om in te laden

Verblijf is er ook

Tabooiron Jaa ze wijf en kind ia geen hogere wiskunde he

Slempo Nee zeg maar

Wanneer kan ik inplannen

Plek en tijd dat ze getrokken kunnen worden

De politie heeft het vermoeden dat de bedoelde persoon [naam 8] betreft, van wie de bijnaam ‘ [bijnaam] ’ is. Besloten werd om de vrouw van [naam 8] en zijn kinderen te waarschuwen over een bestaande dreiging op haar en de kinderen.128

Op 2 juni 2020 vond de volgende chat tussen [medeverdachte 2] (Slempo) en [medeverdachte 5] (sonicjaw) :129

Slempo Ps zeg die patient niks over onze plannen ik moet even wat

uitzoeken er is wat gelekt wil weten waar vandaan komt

Politie heeft iemand gewaarschuwd gisteren

Sonicjaw Johhhh

Ja hij weet een en ander

Zou toch wel goed zitten maat

Slempo Ja denk het wel maar sluit Niks uit

Slempo Ik had m gevraagd over die vrouw om mee te nemen die is voor

hem appeltje eitje om te zeggen wanneer ze waar is

Hij zei ik zoek het uit maar hoor m er niet meer over

En gisteren avond zijn ze moet spoed door popo weggehaald van

dat adres

En wij hebben verder geen lekkage want niemand wist verder om wie het ging

Wat denk jij

Mss denkt ie vrouw en kind gaat te ver

(…)

Sonicjaw Ja kanker weet we zijn bezig

We dachten we kunnen open praten

(…)

En zoek aub uit kk patient

Kan geen lek gebruiken

Uit bovenstaande chats kan worden opgemaakt dat [medeverdachte 2] Tabooiron heeft gevraagd om ‘ [bijnaam] ’ op te sporen en desnoods diens familie mee te nemen. Tabooiron gaf aan dat dat geen hogere wiskunde was. Kort daarna vermoedt [medeverdachte 2] dat er een lek is en geeft hij aan [medeverdachte 5] aan dat dat de enige die wist om wie het ging ‘die patient’ was. [medeverdachte 5] bevestigt dat ‘kanker’ weet dat ze bezig zij en vindt het belangrijk om te weten of ‘kk patient’ het lek was. De rechtbank stelt op basis van de samenhang hiervan dan ook vast dat met ‘die patient’, ‘kk patient’ en ‘kanker’ Tabooiron werd bedoeld.

Gelet op de reeds genoemde aanwijzingen dat [medeverdachte 9] Tabooiroon was, [medeverdachte 9] kanker heeft gehad en Tabooiron met ‘kanker’ en met ‘patiënt’ wordt aangeduid ziet de rechtbank ook in deze bijnamen van Tabooiron een aanwijzing dat [medeverdachte 9] gebruik maakte van het account Tabooiron was.

Standpunt Openbaar Ministerie

De onderzoeksbevindingen rechtvaardigen de identificatie van [medeverdachte 9] als gebruiker van het account Tabooiron. Zijn niet onderbouwde ontkenning maakt dat niet anders.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft bepleit dat, hoewel [medeverdachte 9] op bepaalde punten best zou passen in het profiel van Tabooiron, [medeverdachte 9] anderzijds hard wordt uitgesloten door de verklaring van zijn ex-vriendin. Daartoe is het volgende naar voren gebracht.

Niet kan worden vastgesteld waar [medeverdachte 9] verbleef tijdens de periode dat het IMEI-nummer van Tabooiron werd getapt. Uit de verklaring van de ex-vriendin van [medeverdachte 9] blijkt dat hij al vanaf februari 2019 niet langer over een sleutel van de woning beschikte en vooral telefonisch contact met hun minderjarige zoon had. Tijdens de doorzoeking werden geen goederen of kleding van [medeverdachte 9] aangetroffen.

Een koppeling via de bijnamen aan de regio Utrecht is, nu meerdere (mede)verdachten aan de regio Utrecht gekoppeld kunnen worden, niet onderscheidend. Bijnamen van Tabooiron kunnen naar Utrecht verwijzen, maar er is ook een bijnaam die verwijst naar Rotterdam en een die verwijst naar Amsterdam. Ook de bijnaam ‘Bolle’ etc. is niet voldoende onderscheidend. [medeverdachte 9] is niet kaal en zat niet aan de chemotherapie in de maanden mei/juni 2020.

Tabooiron zegt op 10 mei dat zijn moeder jarig is, de moeder van [medeverdachte 9] is echter jarig op 11 mei.

Het gegeven dat [medeverdachte 9] motor rijdt is onvoldoende onderscheidend. Datzelfde geldt voor het woord kanker, dat te pas en te onpas in chats gebruikt wordt en daardoor zijn betekenis verliest.

Ook al zou de rechtbank oordelen dat bepaalde chats van en met Tabooiron over plofkraken gaan, dan nog is ook dit niet voldoende onderscheidend. Juist in het dekkingsgebied van Tabooiron, Utrecht, is een groot aantal plofkrakers actief.

In de observatie op 14 mei 2020 zitten gaten en [medeverdachte 9] wordt pas om 15:27 uur gezien, hetgeen een contra-indicatie oplevert.

Sowieso kan niet worden bewezen dat [medeverdachte 9] exclusief gebruiker is geweest van Tabooiron. Uit het onderzoek is gebleken is dat men ook wel gebruik maakt van elkaars telefoon.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank is op grond van de onderlinge verbanden en samenhang van de onderzoeksbevindingen, bezien tegen de achtergrond van het dossier en in samenhang met de identificatie van de andere gebruikers in dit dossier, van oordeel dat is komen vast te staan dat [medeverdachte 9] de gebruiker was van EncroChat-account Tabooiron. Niet is enige aanwijzing uit het dossier naar voren gekomen dat een ander ook gebruik van dit account heeft gemaakt.

Het betoog van de raadsman van [medeverdachte 9] dat, kort weergegeven, geen van de onderzoeksbevindingen op zich voldoende onderscheidend zijn om bewijs voor de identificatie te leveren treft geen doel. Immers niet elk van de afzonderlijke onderzoeksbevindingen maar de onderlinge samenhang van die onderzoeksbevindingen, sommige met meer, andere met minder bewijswaarde, dragen de identificatie.

5.2.3.2. Identificatie Telegram-gebruikers en dragers van bijnamen

[verdachte]

Zoals eerder is vastgesteld is de rechtbank van oordeel dat de bijnaam ‘ Bob ’ door en voor verdachte [verdachte] werd gebruikt en dat hij de gebruiker was van het Telegram-account Bob .

[medeverdachte 6]

Zoals eerder is vastgesteld is de rechtbank van oordeel dat verdachte [medeverdachte 6] de gebruiker was van de Telegram-accounts Samurai en Samurai2030.

[medeverdachte 7]

Bijnaam ´Brasil’

Op 22 juni 2020 is tijdens de aanhouding van verdachte [medeverdachte 7] een telefoon bij hem in beslag genomen.130 Uit onderzoek is gebleken dat op deze telefoon Telegram berichten zichtbaar zijn van het account Brasil. Daarnaast was de telefoon voorzien van een Wickr-account met de gebruikersnaam ‘arcodijkhorst’.131

Verklaring verdachte [medeverdachte 7]

Verdachte [medeverdachte 7] heeft ter terechtzitting bekend dat hij de persoon is geweest die schuilgaat onder de naam ‘Brasil’.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte [medeverdachte 7] de persoon is geweest die werd aangeduid met de naam ‘Brasil’.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de bijnaam ‘Brasil’ door en voor verdachte [medeverdachte 7] werd gebruikt en dat hij de gebruiker was van het Telegram-account Brasil.

[medeverdachte 1]

[bijnaam] , [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam]

Op 22 juni 2020 is bij de aanhouding van verdachte [medeverdachte 1] een Samsung Galaxy M10s (model SM-M107F) in beslag genomen. Na onderzoek aan de inhoud van de telefoon is gebleken dat de ‘owner’ ofwel de gebruiker van het toestel bij ‘call logs’ en chatberichten staat vermeld als ‘ [gebruikersnaam] ’. Voor de dienst Telegram werd eveneens de naam ‘ [gebruikersnaam] ’ gebruikt en als gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam] ’.132

Verklaring verdachte [medeverdachte 1]

Verdachte heeft geen verklaring afgelegd over de Telegram-accounts.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte [medeverdachte 1] de persoon is geweest die werd aangeduid met de namen ‘ [bijnaam] ’, ‘ [gebruikersnaam] ’ en ‘ [gebruikersnaam] ’.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting betoogd dat verdachte [medeverdachte 1] er niet omheen kan dat voornoemde telefoon van hem was en dat de genoemde bijnamen naar hem verwijzen.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de namen ‘ [bijnaam] ’, ‘ [gebruikersnaam] ’ en ‘ [gebruikersnaam] ’ door en voor verdachte [medeverdachte 1] werden gebruikt en dat hij de gebruiker was van het Telegram-account [gebruikersnaam] .

[medeverdachte 3]

Bijnamen ‘Bolle’ en ‘Porno’

De politie heeft op basis van verschillende onderzoeksbevindingen geconcludeerd dat de bijnamen ‘Bolle’ en ‘Porno’ bijnamen van [medeverdachte 3] zijn.133

De voornaam van [medeverdachte 3] is [medeverdachte 3] .

Een van de opgeslagen contacten in een onder [medeverdachte 6] in beslag genomen iPhone 7 was

‘ [gebruikersnaam] [nummer] en [gebruikersnaam] [nummer] ’. Uit het onderzoek 26Douglasville kwamen deze telefoonnummers naar voren als nummers waar [medeverdachte 3] gebruik van bleek te maken. [gebruikersnaam] wordt in een chat door fmi aangesproken met ‘Mr [medeverdachte 3] ’.

Uit onderzoek van de iPhone 7 van [medeverdachte 6] kwam ook naar voren dat er tussen 9 april 2020 en 20 april 2020 meerdere chats plaatsvonden via WhatsApp tussen ‘ [nummer] @s.whatsapp.net [gebruikersnaam] ’, en ‘* [nummer] @s.whatsapp.net fmi’. In chats van ‘ [gebruikersnaam] ’, werden meerdere afbeeldingen verstuurd door [gebruikersnaam] , waarop door de politie [medeverdachte 3] werd herkend. 134

Verklaring verdachte [medeverdachte 3]

Verdachte [medeverdachte 3] heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij de bijnaam ‘Porno’ heeft en dat men hem ook wel ‘Bolle’ noemt.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte [medeverdachte 3] de persoon is geweest die werd aangeduid met de namen ‘Bolle’ en ‘Porno’.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat ‘Bolle’ en ‘Porno’ als bijnamen voor verdachte [medeverdachte 3] werden gebruikt.

[medeverdachte 10]

Bijnamen ‘Bul’ en ‘Bul2020’

Op de telefoon die op de verblijfplaats van verdachte [verdachte] in beslag is genomen, voornoemde Samsung A10s, is een contact opgeslagen onder de naam ‘Bul’ met de bijnaam ‘Bul2020’.135 Dit contact staat ook zo opgeslagen in de telefoon die bij verdachte [medeverdachte 7] in beslag is genomen. Er zijn op die telefoongesprekken aangetroffen tussen de Telegram-accounts Brasil en Bul.136 Uit de gesprekken blijkt dat Brasil en Bul met elkaar op 18 juni 2020 afspreken om 08:30 uur en dat Bul “de caddy pakt”.137 Uit de camerabeelden van de loods te Rotterdam blijkt dat verdachte [medeverdachte 7] daar op 18 juni 2020 om 08:36 uur arriveert in een Opel Vivaro en dat om 08:43 uur verdachte [medeverdachte 10] arriveert in een Volkswagen Caddy.138 Beiden gaan de loods binnen.

Verklaring verdachte [medeverdachte 10]

Verdachte heeft gezwegen op vragen over de bijnaam ‘Bul’.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte [medeverdachte 10] de persoon is geweest die werd aangeduid met de naam ‘Bul’.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betwist dat verdachte [medeverdachte 10] de persoon is die aangeduid wordt met de bijnamen ‘Bul’ en ‘Bul2020’.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel, gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, alsmede de omstandigheden dat vastgesteld is dat verdachte [medeverdachte 7] de gebruiker is geweest van het Telegram-account Brasil en verdachte afkomstig is uit Bulgarije, van oordeel dat de namen ‘Bul’ en ‘Bul2020’ voor en door verdachte [medeverdachte 10] werden gebruikt en dat hij de gebruiker was van het Telegram-account Bul2020.

[medeverdachte 11]

Bijnaam ‘ [bijnaam] ’

In verschillende gesprekken komt de naam ‘ [bijnaam] ’ voor. In gesprekken tussen ‘ Bob ’ oftewel verdachte [verdachte] en ‘ [bijnaam] ’ wordt gesproken over de oom van [bijnaam] , genaamd ‘Porno’.139 Verdachte [medeverdachte 3] heeft ter terechtzitting bekend dat ‘Porno’ een bijnaam van hem is. Uit het dossier blijkt verder dat verdachte [medeverdachte 3] de oom is van verdachte [medeverdachte 11] .140 Daar komt bij dat ‘ [bijnaam] ’ een afkorting is van de naam ‘ [medeverdachte 11] ’, zijnde de voornaam van verdachte [medeverdachte 11] .

Verklaring verdachte [medeverdachte 11]

heeft bij de politie verklaard dat hij ‘ [bijnaam] ’ wordt genoemd door zijn neef, [medeverdachte 1] .141

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte [medeverdachte 11] de persoon is geweest die werd aangeduid met de naam ‘ [bijnaam] ’.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en in samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de bijnaam ‘ [bijnaam] ’ door verdachte [medeverdachte 11] werd gebruikt en voor hem werd gebruikt en dat hij ook de gebruiker was van het Telegram-account met de naam ‘ [bijnaam] ’.

[medeverdachte 8]

Bijnaam ‘Ouwe’

Verdachte [medeverdachte 8] heeft kluswerkzaamheden verricht in (de zeecontainers in) de loods in Wouwse Plantage. Hij werd hiervoor –zoals hij zelf heeft verklaard– betaald.142

Ten tijde van de ten laste gelegde feiten was [medeverdachte 8] , geboren in 1953, 67 jaar oud. In absolute zin is dat een leeftijd waarop de meesten gepensioneerd zijn.

was 13 jaar ouder dan medeverdachte [medeverdachte 7] , de een-na-oudste verdachte. Vergeleken bij de leeftijden van de meeste andere in beeld gekomen verdachten was [medeverdachte 8] echter meer dan 20 jaar, bij sommigen zelfs meer dan 30 jaar ouder.

Op de telefoon die op het BRP-adres van verdachte [verdachte] in beslag is genomen, voornoemde Samsung A10s, is een bericht op het Telegram-account Bob aangetroffen waarop staat: “Loom ouwe 1000”.143 Op een andere telefoon die bij verdachte [verdachte] in beslag is genomen, de Samsung M10, is een bericht aangetroffen waarop staat: “Ouwe bonus 800”.144

Verklaring verdachte [medeverdachte 8]

Verdachte heeft bekend werkzaamheden te hebben verricht in de loods te Wouwse Plantage, maar dat hij dacht dat het om wiethokken ging. Verder heeft verdachte grotendeels gezwegen.

Standpunt Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte [medeverdachte 8] de persoon is geweest die werd aangeduid met de naam ‘Ouwe’ in de Telegram berichten.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betwist dat verdachte [medeverdachte 8] de persoon is die aangeduid wordt met ‘Ouwe’.

De beoordeling

De rechtbank overweegt het volgende.

Aangezien hij de oudste van de betrokkenen is en uit het voorgaande blijkt dat geen van de anderen ‘Ouwe’ is, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte [medeverdachte 8] wordt aangeduid in de Telegram berichten als het om de bijnaam ‘Ouwe’ gaat.

Samenvattend

De rechtbank heeft, voor zover van belang, het volgende vastgesteld:

Identiteit gebruiker

Bijnaam EncroChat

Overige bijnamen, o.a.

[medeverdachte 2]

- Slempo

Spierbal, , Biggie Brada, Biggie Basie, Grote broer, Groote Broer, broer, GB en BB

[medeverdachte 4]

- Luxuryballoon,

- Otherherder

(na 1 mei 2020)

- Sonicjaw

[bijnaam] , Kale, Dutch, Soa en Ouwe

[naam 1]

(†10-05-20)

- Typicaltea

- Taboowarrior

- Stickybuilder

- Hiddenscorpion

- o.a. Duivel, 666, wilders feb, Beun

- o.a. 666, [bijnaam] , beun, jneefu, duivel, Mocro baardje

- 666, Bulgaar, [bijnaam] , sticky, Beun, wilders apr, rotjerrr

- Jongmocro

[verdachte]

- Naturalmode

Bob , BOB , Rastabob2020 en Rastabobnew

[medeverdachte 6]

- Tronik

Samurai, samurai2030 en Zee

[medeverdachte 9]

- Tabooiron

Patient, kanker en kkpatient

[medeverdachte 5]

- Mysticsteak

- Sonicjaw

- Vuittonsport

h2

[medeverdachte 3]

-

Bolle en Porno

[medeverdachte 7]

-

Brasil

[medeverdachte 1]

-

[bijnaam] , [gebruikersnaam] en [gebruikersnaam]

[medeverdachte 10]

-

Bul en Bul2020

[medeverdachte 11]

-

[bijnaam]

[medeverdachte 8]

-

Ouwe

In het kader van de leesbaarheid zijn – voor zover mogelijk – vanaf 5.2.3.2. de accounts waarmee de berichten zijn verstuurd of ontvangen, vervangen door de namen van de geïdentificeerde gebruikers van deze accounts.

5.2.3.3. Voorbereidingshandelingen (feit 1)

Beoordelingskader

De rechtbank stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of feit 1 is bewezen, moet komen vast te staan dat de in de tenlastelegging omschreven voorwerpen, ruimten en vervoermiddelen (hierna: de middelen) bestemd waren tot het begaan van het misdrijf, zoals in de tenlastelegging omschreven. Daartoe moet worden beoordeeld of de middelen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen van de verdachte dienstig konden zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik daarvan voor ogen had. Dit misdadige doel moet met voldoende bepaaldheid blijken.

Objectieve en subjectieve bestemming van de middelen

In aanvulling hierop wijst de rechtbank op de arresten van het gerechtshof Amsterdam in het onderzoek 26Koper.145 Hierin heeft het gerechtshof uitvoerige overwegingen gewijd aan de reikwijdte van de strafbaarstelling van voorbereiding ex artikel 46 Sr. Op 21 september 2021 heeft de Hoge Raad in deze zaken arrest gewezen146 waarbij het middel dat was ingesteld tegen voornoemde overwegingen van het gerechtshof is verworpen. In de 26Koper-arresten overwoog het gerechtshof als volgt.

In de bewijslevering van het misdadig doel en het daarop gerichte opzet van verdachte zijn een objectieve en subjectieve component te onderscheiden. De objectieve component heeft betrekking op de bestemming van de voorwerpen die de verdachte voorhanden heeft. Deze kan blijken uit de aard van de voorwerpen zelf of uit het samenstel van voorwerpen, bezien in hun onderling verband. De te hanteren maatstaf daarbij is de uiterlijke verschijningsvorm. De subjectieve component heeft betrekking op de intentie van de verdachte. Dit kan blijken uit de verklaringen van verdachte of van anderen of uit andere bewijsmiddelen die zijn drijfveren onthullen, zoals opgenomen of afgeluisterde (tele)communicatie, met anderen gedeelde informatie, internetgedrag of verzonden berichten.

Volgens het gerechtshof zijn beide aspecten in de bewijslevering te onderscheiden, maar niet te scheiden. De interpretatie van objectieve gedragingen wordt ingevuld mede aan de hand van inzicht in de intenties. De bedoelingen van de verdachte kunnen op hun beurt worden afgeleid uit gedrag. Het gerechtshof overweegt daartoe dat de rechter dient te waken voor een te vergaande invulling. Naarmate meer inzicht bestaat in de intenties van de verdachte wordt de beoordeling van de bestemming van gedragingen, zoals het voorhanden hebben van voorwerpen, vergemakkelijkt. En omgekeerd kunnen de gedragingen van de verdachte of de voorwerpen waarover deze beschikt in hun onderling verband en samenhang, een zodanige zeggingskracht hebben dat de intenties min of meer duidelijk naar voren komen. Dat geldt met name voor voorwerpen waaruit naar hun aard geen bijzondere bestemming kan worden afgeleid, zoals auto’s of gereedschap. Pas in hun onderlinge samenhang of in het grotere verband met voorwerpen die wel als zodanig in een criminele context kunnen worden geplaatst, kunnen deze voorwerpen onder omstandigheden als voorbereidingsmiddel worden getypeerd.

Het centrale begrip in het voorgaande is het misdadige doel dat de verdachte voor ogen had. Bewezen moet worden dat de verdachte opzet heeft gehad op de bestemming (het beoogde gebruik) van de voorwerpen die hij voorhanden had. Daarvoor is voorwaardelijk opzet voldoende, in die zin dat de verdachte de gevolgen van het beoogde gebruik op de koop toe neemt. De enkele intentie van de dader is niet voldoende is voor strafbaarheid.

Tenslotte overwoog het gerechtshof dat geen sprake hoeft te zijn van een acuut direct risico dat onmiddellijk strafvorderlijk ingrijpen urgent heeft gemaakt, noch van een gedetailleerd inzicht in het beoogde gebruik van de middelen.

Met inachtneming van het hiervoor geschetste kader zal de rechtbank overgaan tot beantwoording van de vraag of de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen zijn bewezen.

Misdadig doel I - objectieve component

Uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat er twee loodsen in beeld zijn gekomen tijdens het onderzoek 26Douglasville en zijn doorzocht: en loods aan de [adres loods] in Wouwse Plantage en een loods in Rotterdam, aan de [adres loods] .

In de loods in Wouwse Plantage werden zeven zeecontainers aangetroffen.147 De containers, die op de gebruikelijke wijze (met een hangslot) waren af te sluiten, waren van binnen allemaal afgetimmerd met multiplexhouten platen met daaronder geluidsabsorberende materialen. Alle containers waren voorzien van een tussenwand met daarin een deur die op slot kon. Op deze manier hadden de containers van binnen twee ruimtes: een kleine hal of voorportaal achter de containerdeuren en achter de deur in de tussenwand een iets grotere af te sluiten binnenruimte (hierna: de binnenruimte). In de binnenruimte was tegen de tussenwand een TL-lamp en, met uitzondering van zeecontainer 5, aan het plafond een dome-camera (koepelcamera) bevestigd. Behalve in container 5 stond in het midden van de binnenruimte van de containers een chemisch toilet, in container 7 was deze nog niet uit de verpakking gehaald.

In sommige zeecontainers was op de vloer, ongeveer in het midden van de binnenruimte en vlak vóór het chemisch toilet, twee bevestigingsplaten met elk een ring bevestigd, ook wel als grondanker aangeduid. Aan sommige ringen was alleen een karabijnhaak en aan sommige ringen was aan de karabijnhaak een ketting bevestigd. Bij in ieder geval zeecontainer 6 zat aan het uiteinde van deze kettingen handboeien bevestigd.

Daarnaast werd in de containers het volgende waargenomen:

  • -

    In containers 4 en 6: De vloeren van de binnenruimtes waren voorzien van dik plasticfolie. De wanden waren voorzien van zilverkleurige warmte-isolerende folie. Aan beide lange zijden van de binnenruimte was één (hand)boei geplaatst en, op dezelfde hoogte, op de vloer, twee(voet) boeien op de wijze als hierboven beschreven. Het chemisch toilet stond ter hoogte van deze boeien.

  • -

    Container 1, 2, 3 en 7: Er waren in de ruimte achter de aangebrachte scheidingswand kettingen aan de zijwanden bevestigd.

  • -

    Container 2: In container 2 werd een grote hoeveelheid politiekleding, -schoeisel en -uitrusting, een aantal politiekoppels met toebehoren, rangonderscheidingen, kogelwerende vesten, handschoenen, zwaailampen en een stoptransparant aangetroffen.148

- Container 5: In zeecontainer 5 werden geen chemisch toilet, bevestigingsplaten voorzien van ring met karabijnhaak, kettingen, handboeien of koepelcamera aangetroffen. Container 5 was net als container 4 en 6, voorzien van geluidsisolerend materiaal, ook de containerdeur. De wanden waren voorzien van warmte-isolerende folie en de vloer was voorzien van dik plasticfolie. In het midden van container 5 stond een (tandarts)behandelstoel, waarvan armleuningen en voetsteun waren voorzien van riemen, banden en boeien. 149 Container 5 was voorzien van een intercom en in het voorportaal in container 5 werd een speciekuip aangetroffen met daarin bigshopper-tassen. In die tassen zaten onder meer een snoeischaar, een takkenschaar, een takkenzaag, twee doosjes scalpels, diverse tangen, doosjes handboeien, vingerboeien, tie-wraps, een gasbrander met navulfles, duct-tape en bivakmutsen. Op de speciekuip werd ook een doos gevonden met daarin een grote hoeveelheid nieuwe zwarte katoenen zakken met een trekkoord.150 In de loods werden verschillende bigshopper-tassen aangetroffen met daarin onder andere gasbranders, diverse rollen duck-tape, handboeien, vingerhandboeien en een klauwhamer.151 Er werden tot slot meerdere gestolen voertuigen en, tegen de wand van de loods tussen container 1 en 2, een grote vrieskist aangetroffen.152

In de loods in Rotterdam zijn vuurwapens153, een tweede behandelstoel en een (gedemonteerde) mobiele operatietafel met spanbanden154, kogelwerende vesten155, zwarte zakken met trekkoord156 en een aantal vervoermiddelen aangetroffen.157

De rechtbank is van oordeel dat voornoemde goederen naar hun uiterlijke verschijningsvormen en in onderlinge verband bezien dienstig konden zijn voor het misdadige doel zoals tenlastegelegd.

Ten aanzien van enkele voorwerpen die in de loodsen zijn aangetroffen, te weten de vingerboeien, handboeien en wapens, is de rechtbank van oordeel dat het voor zich spreekt dat deze voorwerpen naar hun uiterlijke verschijningsvorm bestemd waren tot het begaan van de onder feit 1 ten laste gelegde misdrijven.

Ten aanzien van de zeecontainers stelt de rechtbank vast dat die zo waren ingericht dat personen daarin tegen hun wil konden worden vastgehouden en bewaakt. Zo is onder meer gebleken dat de containers nagenoeg geluiddicht waren en dat de binnenruimte was voorzien van een camera en een deur die op slot kon.158 In sommige containers waren in de binnenruimte ook zogenaamde grondankers bevestigd aan de vloer en het plafond en in enkele containers waren daar kettingen, soms ook met handboeien aan het einde van de kettingen, aan vastgemaakt.159 De chemische toiletten in de containers en grondankers waren bovendien kennelijk zodanig ten opzichte van elkaar geplaatst dat een aan die ankers vastgeboeid persoon dat toilet zou kunnen gebruiken.160 In container 5 stond midden in de binnenruimte geen toilet maar een behandelstoel, waar iemand -met de aan de stoel bevestigde riemen- met armen en benen op vastgesnoerd kon worden.161 Het beeld dat de containers waren ingericht om daarin personen te kunnen opsluiten en bewaken wordt versterkt door het samenstel van andere in de in de loodsen aangetroffen voorwerpen zoals vuurwapens, zwarte zakken met trekkoord, tie-wraps en politieattributen.

Ten aanzien van de goederen die in de beide loodsen en de zeven zeecontainers werden aangetroffen overweegt de rechtbank als volgt. De twee aangetroffen tandarts/behandelstoelen en de mobiele operatietafel, de zwarte zakken met trekkoord, de bivakmutsen, de politie-uniformen, politie-schoenen, zwaailichten, politie stopborden, koppels, kogelwerende vesten, de grote vrieskist en tenslotte de in het voorportaal in container 5 -vlakbij de binnenruimte waar de tandartsstoel stond opgesteld- aangetroffen snoeischaar, takkenschaar, takkenzaag, scalpels, diverse tangen, tie wraps, gasbranders, duct-tape en klauwhamer zijn voorwerpen die ieder voor zich, objectief naar hun uiterlijke verschijningsvorm bekeken, gebruikt kunnen worden met goede intenties voor een niet-crimineel doel. Echter het samenstel van de aangetroffen goederen, de locatie waar ze werden aangetroffen en de samenhang met de op de telefoon van verdachte [verdachte] aangetroffen berichten duiden op een andere intentie. Op de telefoon van [verdachte] werden immers onder meer berichten van 10 en 11 januari 2020 aangetroffen, neerkomend op een ‘boodschappenlijst’, waarbij voor sommige goederen het beoogde gebruik expliciet was aangegeven (aanduiding in cursief door de rechtbank):

“We moeten genoeg riemen hebben om vast te maken, Ti reps, Ducktape, Specy kuip voor water boarden, Tang set vppr nagels, kniptang voor vingers en tenen, (…) Ankers voor in vloer.”162.

De rechtbank stelt dan ook vast dat deze aangetroffen goederen dienstig waren tot het begaan van de onder feit 1 ten laste gelegde geweldsmisdrijven.

Met betrekking tot de vervoermiddelen die in beide loodsen zijn aangetroffen, die blijkens de aangiftes in het dossier gestolen waren, is de rechtbank van oordeel dat, mede gelet op de omstandigheden waaronder deze vervoermiddelen werden aangetroffen en de EncroChat-berichten waarin onder meer wordt gezegd: “Zoek nog wat bussen. (…) Met subbele (vermoedelijk: dubbele) deur liefste.” en “als de bussen er zijn gaan we beginnen”, in onderling verband en samenhang bezien, deze voertuigen bestemd waren tot het begaan van de onder 1 ten laste gelegde misdrijven.

Van de in de tenlastelegging genoemde BMW 330 X-drive (voorzien van kenteken [kenteken] ), de motorscooter van het merk Vespa, de motorfiets van het merk Ducatti (voorzien van kenteken [kenteken] ) de motorfiets van het merk Honda (voorzien van kenteken [kenteken] ) en de motorscooter van het merk Aprilia, kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat deze voertuigen van diefstal afkomstig waren. De verdachten zullen daarom van dat deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Misdadig doel II - subjectieve component

De objectieve bestemming wordt bevestigd en versterkt door de aangetroffen EncroChat-berichten. Zo spreken verdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] over “ontvoeren”.163 Ook wordt gesproken over “FF 15 m terugpakken”.164

In een gesprek op 1 april 2020 schrijft [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 9] “ik heb ebi 2.0 gebouwd” en “hele cellencplx met cipiers, En camera systemen” en “Bro we gaan ze allemaal meenemen”.165

[medeverdachte 2] schrijft in een gesprek op 2 april 2020: “als ik m op stoel heb” “gaat er meer komen”, waarna [medeverdachte 4] schrijft: “dat is die mocro die ik leeg Wilde trekken” en “ontvoeren”, “maar door corona ging niet”.166 Vervolgens schrijft [medeverdachte 2] “mag die onze ebi komen inwijden”.167

Op 4 april 2020 vraagt [medeverdachte 4] vervolgens: “Hoever ben je met ebi en vervoer” waarop

[medeverdachte 2] reageert: “Ebi is volgende week dinsdag/woensdag helemaal af” en “behandel kamer hebben ze vrijdag afgemaakt maandag beginnen ze aan de verblijven”.168

[medeverdachte 2] schrijft op dezelfde dag aan [medeverdachte 4] “Heb ook al vaste cipier in dienst die ook meebouwt die is aanspreek punt eigenaar pand en ook cipier dus 24/7 beveiliging”.169

Op 5 april 2020 heeft [medeverdachte 4] een gesprek met [naam 1] waarin ze het hebben over “a1”. [naam 1] schrijft dan “Petje volgt m al” ”hy moet zoiezo stoel”, waarna verdachte [medeverdachte 4] schrijft “gaat gebeuren” en “omdat tie niet eerlijk is geweest”.170

Op 8 april 2020 schrijft [medeverdachte 4] aan een niet geïdentificeerde EncroChat gebruiker “A1 heeft me zwaar bestolen” en “is oorlog maat”.171

Op 8 april 2020 stuurt [medeverdachte 2] een overzichtsfoto van een loods, die later is herkend als de loods in Wouwse Plantage, met daarin zeecontainers, naar [medeverdachte 4] . Ook stuurt hij een foto van een behandelstoel met riemen en banden.172 Verdachte [medeverdachte 2] stuurt vervolgens het bericht: “3x geïsoleerd” en “Al sta je er naast hoor je niks”173, waarna [medeverdachte 4] reageert met smileys en schrijft “Top”, “Voertuigen nog”, “Pak alles wat je nodig denkt te hebben” en “Wapens alles”. [medeverdachte 2] antwoordt op de vraag wat hij moet hebben:
“Handwapens”, “En wat auromatiach misschien”, “En met demper is altijd handig”, “Al’s ze niet meewerken gelijj in de kmiw” “Knie” waarna [medeverdachte 4] schrijft “Ok” en reageert met een smiley.174 Vervolgens schrijft [medeverdachte 2] “Ik heb 2 teams”, “End 3e team komt er ook bij”, “OT is vol bezig”.

Op 18 april 2020 schrijft verdachte [medeverdachte 4] : “Ik kijk pas weer in de Spiegel als me lijst is afgewerkt”, waarna [medeverdachte 2] schrijft: “Maat ze gaan allemaal vroeg of laat aan de beurt komen”, “Hoe lang willen ze verstoppen”, “Als de bussen er zijn gaan we beginnen” en “Geen genade”. Vervolgens schrijft verdachte [medeverdachte 4] : “Ben normaal niet van deze afdeling Maar er zijn er nu een paar ik hoop dat ik de kans krijg om ze te martelen”, waarna [medeverdachte 2] schrijft: “Maat ze dwingen je”. [medeverdachte 4] schrijft daarna: “Juist zo is het”.175

Op 4 mei 2020 hebben verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] het over “bolle”. Verdachte [medeverdachte 2] schrijft: “Broer aub lok hem en neem hem mee” en “We kankeren hem die cel in” waarop [medeverdachte 6] schrijft: “Oke broer pffffff snap him niet kk homo junkie”.176 Een paar dagen daarna chatte verdachte [medeverdachte 2] met [medeverdachte 6] op 7 mei 2020: “Ik heb locatie voor de boys” “loods met kantoor” “En autos en wapens in loods” waarop [medeverdachte 6] reageerde: “Toptop Broer” “Welke stad Broer”. Verdachte [medeverdachte 2] antwoordde: “Soort AT hoofdkwartier” “Omgeving rotterdam” “Vanaf daar. kan je gelijk uitrukken” en “Ik zet daar auto en bus”.177

Op 15 mei 2020 chatte verdachte [medeverdachte 2] “En koop alles wat je nodig hebt” naar verdachte [medeverdachte 6] . Verdachte [medeverdachte 6] reageerde: “Hier hebt ik heel veel zin in Broer”, waarna [medeverdachte 2] schreef: “Kleding duxktape ti rips portofoons zenders etc”, “Maal alles prof”, “niemand mag ontkomen” en toen reageerde [medeverdachte 6] : “Broer gaat ook niet gebuurten klaar”. [medeverdachte 2] : “Oke maandag moet alles ready zijn”.178

Op 31 mei 2020 heeft verdachte [medeverdachte 2] het in een chat met verdachte [medeverdachte 9] over “Desnoods zn familie meenemen en zeggen maak 30 mil over naar colo anders krijg je ze niet terug”, “losgeld vragen”, “zou lekker zijn”. En: “Team staat klaar om in te laden”, “Verblijf is er ook”, waarop [medeverdachte 9] reageerde: “Jaa ze wijf en en kind ia geen hogere wiskunde he”. [medeverdachte 2] reageert met “Nee zeg maar”, “Wanneer kan ik inplannen”, “Plek en tijd dat ze getrokken worden”.179

Tot slot zijn op de telefoon die tijdens de doorzoeking op 22 juni 2020 bij verdachte [verdachte] in beslag is genomen (de Samsung A10s) berichten aangetroffen van 10, 11 en 14 januari 2020 waarin staat “600 stoel”, “TH: we moeten genoeg riemen hebben om vast te maken, ti reps, ducktape, specy kuip voor waterboarden, tang set vppr nagels, kniptang voor vingers en tenen en gasbrandertje”, “een ski of veiligheidsbril binnenkant zwart gespoten”, “Ketting en een slot”, “Ankers voor in vloer” en “8910 koelcel”.180 Op een andere telefoon (de Samsung SM) die bij verdachte [medeverdachte 7] in beslag is genomen is een foto aangetroffen van een goederenlijst met daarop onder andere de volgende opgesomde goederen: “vriezer groot, rollen zwarte ducktape, ti rips groot van AT, chirurgische set, hamer, messenset, theedoeken, zwarte ski bril, zwarte zak en handboeien”.181

Uit het voorgaande, in onderling verband en in samenhang bezien, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het de bedoeling was om meerdere personen opzettelijk en wederrechtelijk van hun vrijheid te beroven, te gijzelen, af te persen en ernstig te mishandelen. Dit zijn misdrijven waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld.

Medeplegen

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of verdachte de genoemde voorwerpen met dat doel tezamen en in vereniging met anderen heeft verworven, vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad.

Om te komen tot een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking die was gericht op het voltooien van de delicten. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Het opzet van de medepleger moet zijn gericht op de eigen gedraging(en) en op de samenwerking. Het is niet nodig dat komt vast te staan dat de medepleger weet heeft van de precieze gedragingen die zijn mededaders hebben verricht. Voorwaardelijk opzet is hierbij voldoende.

Uit de inhoud van de contacten tussen verdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] via EncroChat blijkt dat op initiatief van verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] de loodsen gereed werden gemaakt voor de voorbereiding van de in de tenlastelegging opgenomen misdrijven. Uit de EncroChat-berichten in combinatie met de observaties, camerabeelden en Telegram-berichten blijkt dat verdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] de voorbereidingen en werkzaamheden coördineerden en verdeelden tussen de medeverdachten. Verdachte [medeverdachte 4] had met name contact met medeverdachte [medeverdachte 5] over voertuigen en camera’s die geregeld moesten worden, beoogde slachtoffers en hun familie.182 Daarnaast zette hij bij [naam 1] opdrachten uit voor het regelen van vuurwapens, politiekleding en voertuigen.183 Verdachte [medeverdachte 5] had contact met verdachten [medeverdachte 2]184 en [medeverdachte 9] in de zoektocht naar beoogde slachtoffers en gaf opdrachten mensen op te sporen.185 Verdachte [medeverdachte 2] was verantwoordelijk voor het regelen en gereedmaken van de loodsen door tussenkomst van verdachten [medeverdachte 3]186 en [verdachte] .187 Ook stuurde hij verdachte [medeverdachte 6] aan die de leiding zou krijgen over het ‘AT-hoofdkwartier’188 en [medeverdachte 9] die zich bezighield met observatie- en opsporingswerkzaamheden ten aanzien van beoogde slachtoffers, maar ook voertuigen probeerde te regelen.189 Verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 10] hebben vanaf 22 april 2020 werkzaamheden in en aan de containers in de loods in Wouwse Plantage verricht, hetgeen is vastgelegd op de camerabeelden van de loods.190 Verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 10] en [verdachte] hebben daarnaast vanaf 22 mei 2020 werkzaamheden in de loods in Rotterdam verricht.191 Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat ieder van de verdachten zijn eigen actieve rol heeft gespeeld.

Opzet verdachte [verdachte]

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt het volgende.

Loods in Wouwse Plantage

Verdachte [verdachte] is in de periode van 22 april 2020 tot en met 24 mei 2020 op 10 dagen in de loods geweest.192 Op de camerabeelden van de loods is waargenomen dat verdachte [verdachte] samen met verdachten [medeverdachte 8] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] werkzaamheden in de loods heeft verricht. Zo is waargenomen dat hij met bouwmaterialen, zoals houten platen en zilverkleurige folie, meerdere containers binnenliep. Verdachte heeft dit ook bevestigd.193 Daarnaast is op de camerabeelden waargenomen dat verdachte [verdachte] voertuigen, die later gestolen bleken te zijn, heeft verplaatst.194

Op de camerabeelden van 27 april 2020 is te zien dat verdachte [verdachte] om 08:16 uur arriveert bij de loods met verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] . Om 08:34 uur is te zien dat de verdachten containers 1, 2 en 3 in- en uitlopen en daarin werkzaamheden verrichten. Om 11:59 uur is vervolgens te zien dat verdachte [verdachte] meermalen container 5 in- en uitloopt.195 Op 8 april 2020 stuurde [medeverdachte 2] via EncroChat twee foto’s aan [medeverdachte 4] : een overzichtsfoto van de binnenruimte van de loods in Wouwse Plantage waarin zeecontainers stonden en een foto van een behandelstoel zoals later aangetroffen in container 5.196 De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat die stoel al op 8 april 2020 in een container stond. Op de camerabeelden is verder geen verplaatsing van die stoel waargenomen. Dat betekent dat de stoel ook op 27 april 2020 in container 5 stond en dat verdachte [verdachte] deze moeten hebben gezien.

Op de camerabeelden van 1 mei 2020 is te zien dat verdachten [medeverdachte 7] en [medeverdachte 1] meerdere bruine kartonnen dozen uit de auto naar binnen de loods in dragen en die vervolgens naar container 3 brengen. Kort daarna komt verdachte [verdachte] de loods binnen. De verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] gaan daarna container 3 binnen. Verder wordt waargenomen dat dozen uit container 3 buiten de container worden gezet, terwijl verdachten [medeverdachte 7] en [verdachte] in die container zijn.197 Op 7 mei 2020 is vervolgens op de camerabeelden te zien dat verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7] donkere kleding met felgele accenten, gelijkend op politiekleding, en een op een politiekoppel gelijkend voorwerp van container 3 naar container 2 verplaatsen.198 Aangezien tijdens de doorzoeking op 22 juni 2020 van die loods in container 2 een grote hoeveelheid politiekleding en een aantal koppels is aangetroffen,199 en op de camerabeelden geen verplaatsing van die goederen is waargenomen na 7 mei 2020, kan worden vastgesteld dat verdachte [verdachte] op 1 mei 2020 de politiekleding heeft waargenomen in container 3. De kleding is daarna door andere verdachten verplaatst naar container 2.

Er worden na 8 mei 2020 geen kluswerkzaamheden meer waargenomen op de camerabeelden van de loods. Verdachte [verdachte] wordt daarna echter nog wel waargenomen op de camerabeelden.

Zo wordt meerdere keren waargenomen dat verdachte [verdachte] voertuigen verplaatst en naar binnenbrengt. Zo bracht verdachte op 19 mei 2020 samen met verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] drie motorscooters, die in gestolen bussen op een parkeerplaats in Wouw stonden, naar de loods in Wouwse Plantage.200 Verder wordt op 15 juni 2020 waargenomen dat verdachte [verdachte] met verdachten [medeverdachte 10] en [medeverdachte 1] twee bestelbussen, waarvan later is gebleken dat die gestolen zijn, de loods in rijdt.201 Op 17 juni 2020 rijden verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] in een bestelbus, die later gestolen bleek te zijn, de loods binnen.202

Op die dag wordt ook waargenomen dat verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] tassen en dozen in en bij container 5 zetten.203 Tijdens de doorzoeking van die container op 22 juni 2020 is in het voorportaal een speciekuip aangetroffen, met daarin meerdere bigshopper-tassen met een grote hoeveelheid voorwerpen waarmee mensen kunnen worden mishandeld.204 Op de beelden van 17 juni 2020 is ook te zien dat verdachte [verdachte] een doorzichtige tas over zijn hoofd trekt en met twee handen achter zijn hoofd die zak strak naar achteren lijkt te trekken, terwijl verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] naar hem staan te kijken.205

Loods in Rotterdam

Verdachte [verdachte] is in de periode van 20 mei 2020 tot en met 21 juni 2020 op 10 dagen in de loods geweest.206 Op de camerabeelden van de loods is waargenomen dat verdachte samen met verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] , werkzaamheden in de loods heeft verricht. Daarnaast is op de camerabeelden te zien dat voertuigen tussen deze loods en de loods in Wouwse Plantage zijn verplaatst, zo ook op 19 mei 2020.207

EncroChat-berichten

Op 12 mei 2020 stuurt verdachte [medeverdachte 2] een bericht naar verdachte [medeverdachte 6] . Dit betreft een doorgestuurd bericht van verdachte [verdachte] (alias ‘ Bob ’) over “Slaapbank en tv en PlayStation zijn nu op L2 en morgen de gordijnen dan kunnen ze slapem, vrijdag rijden we auto naar L2”. Vervolgens schrijft verdachte [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 6] : “Kijk broer jongens werken hard”, “Alles bijna af”, “L2 is jullie slaap locatie” en “We zetten gelijk snelle auto en bus erin en motor”.208 Tijdens de doorzoeking van de loods in Rotterdam is een ruimte aangetroffen met slaapzakken. In de loods is ook een televisie met een Playstation aangetroffen.209

Op 19 mei 2020 vindt er vervolgens een chatgesprek plaats tussen verdachten [medeverdachte 2] en verdachte [verdachte] waarbij verdachte [medeverdachte 2] aan verdachte [verdachte] vraagt hoe laat hij in “dh” zou zijn. Verdachte [verdachte] schrijft dan: “1730”.210 Het observatieteam heeft waargenomen dat verdachten [medeverdachte 6] , [verdachte] en [medeverdachte 2] die dag tussen 18:42 en 19:43 in een park in [bijnaam] Haag hebben gewandeld.211

Daarna, op 20 mei 2020, is waargenomen dat verdachte [medeverdachte 6] bij verdachte [verdachte] in een auto stapt.212

Op 21 mei 2020 schrijft verdachte [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 2] dat ‘ Bob ’ hem gister alles heeft laten zien en dat het een “toptop plek” is en dat hij een dag later zijn intrek gaat nemen. Vervolgens schrijft [medeverdachte 2] dat [medeverdachte 6] geen fouten moet maken, waarna [medeverdachte 6] schrijft: “Dit is ons werk jij gaat zien en heel blij zijn er mee”.213 Verdachten [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] hebben het verder in de EncroChat berichten over ‘meenemen’,214 ‘cel’215 en ‘ontvoeren’.216

Contacten

Op de Samsung A10s die tijdens de doorzoeking op 22 juni 2020 op het BRP-adres ( [adres] ) van verdachte [verdachte] in beslag is genomen, zijn de volgende twee contacten opgeslagen: LocatieL2 met bijnaam “Locatie L2” en LocatieL3 met bijnaam “verblijfhuis”.217 Tijdens de doorzoeking van de loods in Wouwse Plantage werd een telefoon aangetroffen met de gebruikersnaam Locatie L3. Ook tijdens de doorzoeking van de loods in Rotterdam is een telefoon aangetroffen met de gebruikersnaam Locatie l2.218

Telegram berichten en notities

Op de telefoon is een notitie van 10 januari 2020 aangetroffen waarin staat “600 stoel”219 en een notitie van 21 januari 2020 waarin staat “UIT: 09-1 € 400 stoel.220 Op een andere telefoon, de Samsung S10+, die eveneens op de [adres] in beslag is genomen, is een foto aangetroffen van een ijzeren stoel.221

Uit het onderzoek naar het Marktplaatsaccount dat in gebruik was bij verdachte [verdachte] is gebleken dat hij in de periode vanaf 8 januari 2020 en 6 april 2020 ongeveer 61 advertenties heeft bezocht met betrekking tot verscheidende soorten behandelstoelen en dat hij op 9 januari 2020 een stoel heeft aangeschaft.222 Verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij inderdaad een gynaecologenstoel heeft aangeschaft. Hij wilde die als grap op het strand zetten, voor iemand die hij kent.223

Op voornoemde Samsung A10s is ook een bericht van 10 januari 2020 aangetroffen, afkomstig van ‘TH’ waarin staat: “we moeten genoeg riemen hebben om vast te maken, ti reps, ducktape, specy kuip voor waterboarden, tang set vppr nagels, kniptang voor vingers en tenen en gas brandertje”.224

Verder heeft verdachte [verdachte] meerdere berichten naar zichzelf gestuurd, onder andere het bericht: “ketting en slot. Ankers voor in vloer”.225 Dit past bij de bevindingen van de politie tijdens de doorzoeking van de containers in de loods te Wouwse Plantage: er zijn meerdere kettingen gevonden en aan de vloer bevestigde boeien, die met haken vastzaten aan een vloeranker.226 Verder is uit het onderzoek naar het Marktplaatsaccount van verdachte [verdachte] gebleken dat hij contact heeft gehad met adverteerders over de aankoop van enkelboeien en dat hij meerdere advertenties heeft bezocht met betrekking tot enkel- en handboeien in de periode tussen 29 maart 2020 en 8 mei 2020.227

Op een andere telefoon, de Samsung S10+, die eveneens op de [adres] in beslag is genomen, is een bericht aangetroffen van 3 mei 2020 waarin staat “arrestatie muts, arrestatie zak over hoofd, zwarte zak, zwarte stoffen zak, en zwarte stofzak”.228 Dit past bij het aantreffen van een grote hoeveelheid zwarte katoenen zakken tijdens de doorzoekingen van de loodsen in Wouwse Plantage en in Rotterdam.229

Ook is op de telefoon van verdachte van verdachte [verdachte] een bericht van 2 april 2020 afkomstig van “TH” aangetroffen met de tekst: “Django die film”, “Hoe ze die slaven ketenen” “en vikings”.230

Op 13 mei 2020 vraagt ‘TH’ aan verdachte [verdachte] : “Kan je een planning maken voor volledige bezetting 24/7”, “En wie pakt over van team A”, “Wil maar beperkt aantal mensen bij L3”, “En welke bus pakken we mee over”, “Kan je een plan maken voor dit?” en “Dan weet ik hoeveel mense ik nog moet aannemen.” In dat bericht staat ook: “Team A en team B foen ophalen en afgeven” en “Team L3 doet overpakken en opsluiten tot verhoor team komt”.231

Deze berichten passen bij de bevindingen die zijn gedaan tijdens de doorzoeking van het appartement aan het [adres] te Den Haag, waar verdachte [verdachte] weleens verbleef. Er is een document aangetroffen waarop een foto staat van de op Google Maps opgezochte locatie “Bloemenboertje”, te weten een locatie in Wouwse Plantage. Op dat document staat handgeschreven het volgende: “Team a haalt paket op, Team B. eerste overstap, Team L3 2e overstap, L3”. Daarnaast werd een print aangetroffen met de op Google Maps opgezochte locatie “Plantagebaan”, eveneens een locatie in Wouwse Plantage in de nabije omgeving van de loods aan de [adres loods] , waarop is geschreven “L3 overdag, Bewaking avond, Nacht, Vragenstellers, Bus voor laatste overstap”. Verder is een derde print aangetroffen met de handgeschreven aantekeningen “L2 4 dagen 24/7, 1 persoon overdag voor boodschap, 2x bus, 1x snelle auto”.232 Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij voornoemde handgeschreven aantekeningen heeft geschreven.233

Ook stuurde verdachte [verdachte] op 13 mei 2020 een bericht door, afkomstig van ‘TH’, waarin stond: “En je hebt 2 man nodig voor overpakken plus chauffeur” en “Maar moeten echt vertrouwde mensen zijn”.234

Op 7 juni 2020 vond een gesprek plaats tussen verdachte [verdachte] en een persoon met de bijnaam ‘Pinda’ waarin verdachte [verdachte] schrijft: “Wil graag ook wat dingen weten over porno”, “Weet je waar zijn zoon woont” en “Weet je het adres van de moeder van ze dochter”. Vervolgens schrijft Pinda: “Ja ik weet wel wat info over alles”, “Wanneer heb je tijd kan alles doorgeven”. Verdachte [verdachte] schrijft dan: “Oké bro spreken we deze week even af”.235

Vervolgens hebben verdachte [verdachte] en [medeverdachte 7] het op 21 juni 2020 over “kk dikke”. Verdachte [verdachte] schrijft: “Waarschijnlijk heeft die kk dikke een maand huur niet betaald en zijn de containers niet betaald” en “Dus ik wil hem zoveel pijn doen”.236 Daarna schrijft verdachte [verdachte] : “Maar jij en [bijnaam] moeten sowieso standby staan” “Want bezoek gaat komen”, waarna verdachte [medeverdachte 7] schrijft: “Ok” en “Is goed, dan ga ik ook naar L3”. Verdachte [verdachte] schrijft dan: “Oké zorg dat 1 bus klaar is voor overdrachy”237, waarna verdachte [medeverdachte 7] schrijft: “Bul gewoon L2” en verdachte [verdachte] vervolgens: “Oké en laat nul die camera afmaken bij L2” en “Die moet af want kan zijn dat die ook ingezet wors”.238 Tot slot schrijft verdachte [verdachte] : “Want morgen middag is er een afspraak met dat hoerenkind en dan wil ik hem pakken”, waarna verdachte [medeverdachte 7] schrijft “Dat heb prioriteit” en “Komt goed”.239

Alternatief scenario

Verdachte [verdachte] heeft – samengevat – verklaard dat hij en zijn medeverdachten hielpen met de opbouw van kweekruimten in de loodsen in Wouwse Plantage en Rotterdam. Door de coronapandemie gingen de plannen om in de loodsen hennep te kweken niet door. Omstreeks begin april 2020 wijzigde het plan daarom in het opzetten van verblijfplaatsen die nadrukkelijk voor de show zouden dienen om zo een opdrachtgever op te lichten voor veel geld. Er waren namelijk kosten gemaakt voor het opzetten van de hennepkwekerij, die terugverdiend moesten worden. Volgens verdachte [verdachte] zijn er in de loodsen toen handboeien en een stoel neergezet om een foto maken voor de opdrachtgever en voor het geval de opdrachtgever eventueel zou komen kijken. De opdrachtgever wilde namelijk dat iemand meegenomen werd, omdat hij was bestolen en hij zijn geld terug wilde halen. De bedoeling was om de opdrachtgever leeg te melken zonder dat iemand daadwerkelijk ontvoerd zou gaan worden. Het was puur theater en oplichting, aldus verdachte.

De rechtbank stelt vast dat het dossier geen enkele aanwijzing bevat voor de juistheid van het verhaal omtrent de plannen met betrekking tot wiethokken en de vermeende oplichting. De aangetroffen voorwerpen, zoals de stoel, politiekleding, zwarte zakken met trekkoord, scalpels, kogelwerende vesten en wapens, in de loodsen passen niet bij het kweken van hennep. Daar komt bij dat de verklaring van verdachte [verdachte] dat de zwarte zakken bestemd waren voor het vervoer van stekken wordt weerlegd door de inhoud van de hierboven weergegeven berichten uit de telefoon van verdachte [verdachte] : uit dat onderzoek blijkt dat op 3 mei 2020 werd gezocht naar “arrestatie zak over hoofd” en “zwarte stoffen zak”. Ook is gebleken dat verdachte [verdachte] al voordat de coronapandemie in Nederland begon, heeft gezocht naar behandelstoelen en zeecontainers.240 Dat maakt zijn verklaring dat als gevolg van beperkingen door corona is besloten iemand op te lichten, niet aannemelijk. Verder is op de Samsung S10+, een bericht aangetroffen van 10 mei 2020 waarin staat: “Hoe zelf chloroform maken”, “Raak je snel bewusteloos als iemand je een doek met chloroform voor je mond en neus drukt?”.241 Dit past niet bij het verhaal van het opzetten van kweekruimten en evenmin bij een oplichting. De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting dat hij na het zien van een documentaire wilde weten of je inderdaad verdoofd raakt als je een zakdoek voor je neus krijgt, vindt de rechtbank niet aannemelijk. Hij zocht immers op hoe hij zelf chloroform kon maken.

Tegenover de verklaring van verdachte staat dat de EncroChat-berichten in het dossier naadloos aansluiten op het door het Openbaar Ministerie geschetste scenario waarin verdachte, samen met andere verdachten, in de loodsen een aantal cellen heeft ingericht die gebruikt zouden worden om mensen in op te sluiten en een om iemand in te martelen.

De rechtbank wijst in dat verband nogmaals op de berichten die op de telefoon van verdachte [verdachte] zijn aangetroffen. Te weten een bericht van 10 januari 2020 afkomstig van ‘TH’, met de tekst “we moeten genoeg riemen hebben om vast te maken, ti reps, ducktape, specy kuip voor waterboarden, tang set vppr nagels, kniptang voor vingers en tenen en gas brandertje”242 en een bericht van 21 juni 2020 over “kk dikke die een maand huur niet betaald heeft” en “Dus ik wil hem zoveel pijn doen”.243 Verdachte [verdachte] schrijft in dat gesprek ook “Want morgen middag is er een afspraak met dat hoerenkind en dan wil ik hem pakken”.244Deze berichten passen niet in het door verdachte geschetste alternatieve scenario en wel in het door het Openbaar Ministerie gepresenteerde scenario. Verdachte heeft bovendien slechts vage antwoorden gegeven op de vragen wie zou worden opgelicht en waarom dat op deze manier moest gebeuren. Verdachte heeft verklaard dat hij, in verband met zijn eigen veiligheid en die van zijn dierbaren, geen verdere details kan geven. Het staat verdachte uiteraard vrij deze keuze te maken, maar dat maakt wel dat zijn verhaal onvoldoende concreet en onderbouwd is.

Gelet op het voorgaande schuift de rechtbank het door verdachte geschetste alternatieve scenario met betrekking tot de ‘kweekruimten en daarna de oplichting’ als onaannemelijk terzijde.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte [verdachte] op de hoogte was van het plan dat personen zouden worden ‘meegenomen’. Verdachte schrijft in een gesprek nota bene zelf dat hij “kk dikke” “wil pakken” en “morgenmiddag is er een afspraak met dat hoerenkind en dan wil ik hem pakken.” Gelet op de omstandigheid dat verdachte de behandelstoel met riemen in de geprepareerde container 5 heeft gezien, moet hij bovendien geweten hebben dat die container bedoeld was om gepakte personen te martelen en dat die personen zouden worden afgeperst, of gedwongen zouden worden tot iets anders. Hiermee kan worden bewezen dat verdachte opzet had op de misdrijven opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling, afpersing en zware mishandeling met voorbedachten rade.

Voorts acht de rechtbank bewezen dat verdachte opzet had op de samenwerking met verdachte [medeverdachte 2] en met de verdachten [medeverdachte 8] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 10] en [medeverdachte 6] , waarmee hij bij de loodsen is waargenomen.

De rechtbank acht daarmee bewezen dat verdachte [verdachte] tezamen en in vereniging met anderen de loodsen, met de daarin aangetroffen ruimten, voorwerpen en vervoermiddelen, met dat doel verworven, vervaardigd en voorhanden heeft gehad.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 1 maart 2020 tot 22 juni 2020, tezamen en in vereniging met anderen, voorbereidingshandelingen voor opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling, afpersing en zware mishandeling met voorbedachten rade heeft verricht. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 1.

5.2.3.4. Criminele organisatie (feit 2)

Om tot een bewezenverklaring van dit feit te kunnen komen, dient de rechtbank te beoordelen of sprake was van een criminele organisatie en zo ja, of bewezen kan worden dat verdachte aan deze organisatie heeft deelgenomen.

Beoordelingskader

Voor een veroordeling voor deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Sr, moet – kort gezegd – worden vastgesteld dat sprake is geweest van een organisatie, dat die organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen.

De organisatie

Om te kunnen spreken van een organisatie moet er sprake zijn van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid tussen twee of meer personen. Daarnaast moet sprake zijn van een zekere structuur. Deze hoeft niet hiërarchisch te zijn, niet vast te liggen en ook is niet vereist dat er een afgebakende taakverdeling is.

Niet is vereist dat alle betrokkenen bij de organisatie elkaar kennen of met elkaar hebben samengewerkt.

Oogmerk

Een criminele organisatie moet ten minste een duidelijke kern hebben die het gemeenschappelijk oogmerk deelt. Het oogmerk van het gestructureerd samenwerkingsverband moet – mede – gericht zijn op het gedurende enige tijd plegen van misdrijven.

Deelneming

Het opzet van de verdachte moet zijn gericht op het deelnemen aan de organisatie.

Voor ‘deelneming’ aan de organisatie is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet (weten in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat hij wetenschap heeft van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd of dat zijn opzet was gericht op het plegen van die misdrijven. Het gaat er om of uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Deelnemer aan de criminele organisatie is in ieder geval degene die heeft meegedaan aan de beoogde strafbare feiten. Volgt uit de bewijsvoering dat de verdachte een aan de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie bijdragende of ondersteunende handeling heeft verricht, dan ligt daarin zijn wetenschap met betrekking tot dat oogmerk besloten.

Bestaan criminele organisatie

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen, aan de hand van het hiervoor weergegeven beoordelingskader, vast dat in de aan verdachte ten laste gelegde periode sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband, bestaande uit twee of meer personen, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven.

Het bestaan van die criminele organisatie, het oogmerk daarvan en het bestaan van een zekere rolverdeling tussen de deelnemers blijkt uit hetgeen hiervoor al is overwogen ten aanzien van het medeplegen van voorbereidingshandelingen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot het medeplegen van voorbereidingshandelingen blijkt tevens dat de deelnemers aan deze organisatie in ieder geval waren (al dan niet gedurende de gehele periode):

[medeverdachte 4] , [naam 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 9] , [verdachte] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] .

Deelneming verdachte [verdachte]

Dat verdachte [verdachte] behoorde tot het samenwerkingsverband en dat hij wist dat de organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, volgt naar het oordeel van de rechtbank onder meer uit hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de voorbereidingshandelingen.

Verder wijst de rechtbank op die ontmoetingen tussen verdachten [verdachte] en [medeverdachte 6] op 14 mei 2020 bij de sportschool van verdachte [medeverdachte 2] op de Vlampijpstraat in Utrecht245 en de ontmoeting tussen verdachten [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] op 19 mei 2020.246

De rechtbank wijst daarnaast, gelet op het oogmerk moord, op de volgende chats.

In een chat van 2 april 2020 waarin [medeverdachte 4] het heeft over een tegenstander schrijft hij “Maat iedereen gaat liggen, geloof me” en “Er zijn dagelijks veel mensen mee bezig”.247 Die dag schrijft [naam 1] naar [medeverdachte 4] : “Maar jou doel is mijn doel ik ga ook pas dood” “Als hun dood zijb”, waarna [medeverdachte 4] schrijft “Juist”. [naam 1] schrijft vervolgens “Van kids was is geen voorstander maar ik doe mee”. [medeverdachte 4] reageert met “Komt goed”.248

Op 9 april 2020 schrijft [medeverdachte 2] in een gesprek met [medeverdachte 4] “We kunnen geen fouten maken met vastlopers.”249

Voorts hebben [medeverdachte 4] en [naam 1] het in een chat op 14 april 2020 over familieleden van ‘A1’ en schrijft [naam 1] “Wil ik een slaapliedje zingen voor ze.” Dit terwijl in het criminele milieu met ‘laten slapen’ vermoorden wordt bedoeld. [medeverdachte 4] reageert op het bericht met “Juist”.250

Op 10 mei 2020, de dag waarop [naam 1] is vermoord,251 hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] het over ‘slecht nieuws’ en zegt [medeverdachte 5] “Is echt onze maat” en “Ons team”. [medeverdachte 2] schrijft dan “Ze moeten dood tot hun hond toe” waarna [medeverdachte 5] zegt “Alles maat”. 252

Op 12 mei 2020 heeft [medeverdachte 4] het over ‘A1’ en zijn groep en schrijft hij “Heel deze groep moet dood” en “En familie mag ook”.253 Op 12 mei 2020 hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] het over “Kanker bolle” en schrijft [medeverdachte 6] in een chat met [medeverdachte 2] “Dood moet de naar zwaar jaar martling”.254

Op 15 mei 2020 heeft [medeverdachte 2] het in een gesprek met [medeverdachte 4] over ‘A1’ en schrijft hij “laten m doodsteken door junk”.255

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en in samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte [verdachte] een belangrijke rol had in de organisatie. Zo is hij veelvuldig in de loodsen in Wouwse Plantage en in Rotterdam geweest, ook nadat de werkzaamheden daar waren afgerond, en is hij daar op verschillende momenten waargenomen met verdachten [medeverdachte 8] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] . Op de beelden is te zien dat hij in die loodsen heeft geklust en dat hij voertuigen heeft verplaatst en heeft binnengebracht. Verdachte heeft in de loods in Wouwse Plantage ook de behandelstoel gezien en er zelf één aangeschaft.

Gelet op de werkzaamheden die verdachte [verdachte] heeft verricht in combinatie met voornoemde berichten die op de telefoons van verdachte zijn aangetroffen, waaruit blijkt dat verdachte meerdere keren heeft gezocht naar behandelstoelen en kettingen, voorwerpen die in beide loodsen zijn aangetroffen, en dat gesproken wordt over “bezoek dat gaat komen” 256 en “Want morgen middag is er een afspraak met dat hoerenkind en dan wil ik hem pakken”257, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een coördinerende rol had bij de opbouw en de werkzaamheden die in de loodsen plaatsvonden, dat hij een aansturende rol had ten opzichte van de andere verdachten die in de loodsen werkzaamheden hebben verricht alsmede een rol had bij de uitvoering van de plannen.

Dat verdachte [verdachte] een aansturende rol had ten opzichte van de andere verdachten blijkt ook uit de verklaring van één van de eigenaren van de loods in Wouwse Plantage die verdachte [verdachte] heeft herkend als ‘voorman’258 en uit de kasstaten die op zijn telefoon zijn aangetroffen. Daaruit blijkt dat hij de andere verdachten sinds september 2019 betaalde voor hun werkzaamheden.259 De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting dat hij deze kasstaten slechts bijhield voor anderen, is niet nader onderbouwd en daarvoor ontbreekt enig bewijs, waardoor deze verklaring als onaannemelijk terzijde wordt geschoven. Tot slot is uit het dossier gebleken dat verdachte [verdachte] voertuigen ophaalde in opdracht van verdachte [medeverdachte 2] .260

De door de verdediging opgeworpen stelling dat sprake is van twee verschillende organisaties gaat uit van de lezing van het verhaal van verdachte [verdachte] . Omdat de rechtbank die verklaring niet aannemelijk acht, wordt dit betoog van de verdediging verworpen.

Dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte [verdachte] met alle hiervoor genoemde personen contact heeft gehad leidt niet tot een ander oordeel, nu voor een bewezenverklaring van artikel 140 Sr niet is vereist dat verdachte met alle deelnemers aan de organisatie heeft samengewerkt.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gedurende de periode van 22 november 2019 tot en met 22 juni 2020, zijnde de periode vanaf het moment dat de ‘verkeerde’ loods te Capelle aan [bijnaam] IJssel werd gehuurd261 tot aan de aanhouding van de verdachte. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van feit 2.

5.2.3.5. Medeplegen van witwassen (feit 3)

Beoordelingskader

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis/420quater, eerste lid, onder b Sr opgenomen bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf”, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.


Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp “uit enig misdrijf” afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Indien door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Indien verdachte zo’n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of, ondanks de verklaring van verdachte, het witwassen bewezen kan worden op de grond (dat het niet anders kan zijn dan) dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien een dergelijke verklaring van verdachte is uitgebleven, mag de rechtbank die omstandigheid betrekken in haar bewijsoverwegingen.

Beoordeling

Tijdens de doorzoeking van het appartement aan het [adres] te Den Haag zijn contante geldbedragen met een totale waarde van € 73.850,- en een horloge van het merk Maurice Lacroix aangetroffen.262

Horloge

Het horloge is in een horlogedoos aangetroffen bovenop een kledingkast in de kleine slaapkamer van de twee slaapkamers in het appartement en heeft een nieuwwaarde van

€ 665,-. Uit het dossier blijkt niet of het doosje goed zichtbaar op de kast lag, hoe hoog die kast was en of de slaapkamer de indruk gaf in gebruik te zijn.

Verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat het horloge niet van hem is en dat hij het horloge niet in het appartement heeft gezien.

De rechtbank is –net als het Openbaar Ministerie– van oordeel dat verdachte [verdachte] van het witwassen van het horloge moet worden vrijgesproken.

Geldbedrag onder de besteklade

In de keuken is onder een bestekbak in de keukenlade een geldbedrag van € 3.150,- aangetroffen.

Verdachte [verdachte] ontkent dat dit geld van hem is en dat hij van de aanwezigheid hiervan op de hoogte was.

Uitgangspunt is dat een gebruiker c.q. bewoner van een woning geacht wordt bekend te zijn met alles wat zich in de woning bevindt.

Uit het dossier blijkt dat verdachte in de periode van het onderzoek 26Douglasville in elk geval af en toe verbleef in het appartement op het [adres] te Den Haag. Desalniettemin is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier verder niet kan worden afgeleid dat verdachte wist of moest weten dat er geld onder de bestekbak lag, aangezien het geld niet in het zicht lag en uit het dossier volgt dat medeverdachte [medeverdachte 2] tot 23 maart 2020 gebruik maakte van het appartement. Dat betekent dat niet overtuigend bewezen kan worden dat verdachte wetenschap van en beschikkingsmacht over het geld had.

Gelet daarop kan het witwassen van het geldbedrag niet worden bewezen.

Geldbedragen in de slaapkamer

Dit is ten aanzien van de geldbedragen die in de grote slaapkamer van het appartement zijn aangetroffen evenwel anders.

In een kledingkast in de grote slaapkamer is in twee plastic tassen een bedrag van in totaal

€ 70.700,- aangetroffen. In één tas zat € 9.000,-, in 170 coupures van € 50,- en 100 coupures van € 5,-.263 In de andere tas is € 61.700,- , in tien coupures van € 500,-, één coupure van

€ 200,-, 63 coupures van € 100,- en 1.004 coupures van € 50,-.264

De hoogte van dit contante geldbedrag en het aantreffen hiervan in twee plastic tassen in een slaapkamerkast waar ook een bivakmuts werd aangetroffen terwijl in de tweede (kleine) slaapkamer van het appartement een geldtelmachine werden aangetroffen,265 in combinatie met het gegeven dat verdachte geen aantoonbaar legaal inkomen had dat het bezit van een dergelijk groot geldbedrag kon verklaren, rechtvaardigen het vermoeden van witwassen.

Verdachte [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wel eens in het appartement kwam en dat hij heeft rondgekeken in de slaapkamers. Hij ontkent dat hij daar sliep. Het aangetroffen geld is niet van hem en hij was ook niet van de aanwezigheid van dat geld op de hoogte.

De rechtbank is van oordeel dat voornoemde verklaring van [verdachte] niet aannemelijk is. Dat verdachte ‘wel eens in het appartement kwam’ komt niet overeen met verschillende onderzoeksbevindingen waaruit blijkt dat verdachte [verdachte] vanaf in elk geval 4 mei 2020 heeft verbleven in het appartement. Dat wordt bevestigd door opgenomen telefoongesprekken,266 de observaties267 en in het appartement aangetroffen persoonlijke goederen die herleidbaar zijn naar verdachte [verdachte] , te weten medicijnen, een ANWB-pas, een debitcard, een betaalpas van ING, en een patiëntenpas van een ziekenhuis, allen op naam van verdachte [verdachte] .268 Daarnaast is op het nachtkastje in de grote slaapkamer van het appartement een iPad aangetroffen die aan de oplader lag en aan stond, met daarop het iCloud-account [account] .269 Oftewel: de voorletter van de voornaam en de achternaam van verdachte [verdachte] . De rechtbank concludeert dan ook dat [verdachte] gebruiker dan wel bewoner van het appartement was.

Uitgangspunt is dat een gebruiker c.q. bewoner van een woning geacht wordt bekend te zijn met alles wat zich in de woning bevindt.

Nu in de grote slaapkamer de iPad van [verdachte] op het nachtkastje naast het bed aan de oplader werd aangetroffen stelt de rechtbank vast dat [verdachte] van de twee slaapkamers in het appartement (ook) deze slaapkamer in gebruik had. Anders dan ten aanzien van het horloge en het geld onder de bestekbak, acht de rechtbank het bovendien ongeloofwaardig dat verdachte geen wetenschap had van de twee plastic zakken met in totaal € 70.700,- contant geld (in totaal 1348 bankbiljetten) in de kledingkast van diezelfde slaapkamer.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de herkomst van het geld ontbreekt. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat voornoemd geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte –mede gelet op zijn rol in de organisatie, namelijk het betalen van andere verdachten voor hun werkzaamheden– dit ook wist.

De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte moet hebben geweten dat het geldbedrag van € 70.700,- van misdrijf afkomstig was. Niet is bewezen dat verdachte dit geld tezamen en in vereniging met een ander voorhanden heeft gehad. Verdachte zal daarom partieel vrijgesproken worden van het medeplegen van dit feit. Verder is ook niet bewezen dat verdachte het horloge en het geldbedrag van € 3.150,- heeft witgewassen. Verdachte zal van dat deel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

6 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

Ten aanzien van feit 1:

in de periode van 1 maart 2020 tot en met 22 juni 2020 te Wouwse Plantage, Wouw, Rotterdam, Den Haag en Utrecht tezamen en in vereniging met anderen,

  • -

    ter voorbereiding van het misdrijf opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving van een of meer personen (als bedoeld in artikel 282 Wetboek van Strafrecht),

  • -

    ter voorbereiding van het misdrijf gijzeling van een of meer personen (als bedoeld in artikel 282a Wetboek van Strafrecht),

  • -

    ter voorbereiding van het misdrijf afpersing van een of meer personen, in vereniging (als bedoeld in artikel 317 Wetboek van Strafrecht), en

  • -

    ter voorbereiding van het misdrijf zware mishandeling met voorbedachten rade van een of meer personen (als bedoeld in artikel 302 jo. 303 Wetboek van Strafrecht),

opzettelijk voorwerpen, ruimten en vervoermiddelen te weten:

in een loods aan de [adres loods] te Wouwse Plantage:

  • -

    zes zeecontainers, aan de binnenzijde bekleed met thermisch en geluidsisolerend materiaal en voorzien van camerabewaking, intercom-apparatuur, (bevestigingsmateriaal voor) handboeien, een chemisch toilet,

  • -

    één zeecontainer, aan de binnenzijde bekleed met thermisch en geluidsisolerend materiaal, en voorzien van een (behandel)stoel met riemen/banden en boeien op de voetsteun om armen en benen vast te binden,

  • -

    een hoeveelheid handboeien, politie-uniformen, politie-schoenen, zwaailichten, politie stopborden, politie-uitrusting, koppels en kogelwerende vesten,

  • -

    een aantal zwarte katoenen zakken met trekkoord, een aantal bivakmutsen, een aantal tie-wraps,

  • -

    twee doosjes scalpels, een klauwhamer, diverse tangen, een takkenschaar, een takkenzaag, een snoeischaar, een gasbrander, een vrieskist en

  • -

    gestolen voertuigen, waaronder

 een Mercedes Viano voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] ,

 een Opel Vivaro voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] ,

 een Volkswagen Transporter voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] ,

 een BMW 5er Reihe, voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] ,

 een motorscooter van het merk Vespa en een motorscooter van het merk Piaggio,

en

in een loods aan de [adres loods] te Rotterdam:

- een of meer vuurwapens van categorie II en categorie III als bedoeld in artikel 2 Wet Wapens en Munitie, te weten:

 twee pistolen van het merk CZ, model 83, kaliber 7,65 mm,

 een pistool van het merk Glock, model 17, kaliber 9 mm,

 een pistool van het merk Glock, model 19, kaliber 9 mm,

 een revolver van het merk Zastava, model M83-84, kaliber .357magnum,

 een revolver van het merk Zastava, model M83-92, kaliber .357, en/of

 een automatisch werkend aanvalsgeweer van het merk Norinco, model 57 (AK-47 model), kaliber 7.62x39mm, en/of

  • -

    een behandelstoel, vijf kogelwerende vesten, een aantal zwarte katoenen zakken met trekkoord

  • -

    gestolen voertuigen, te weten

 een grijze Ford Focus voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] ,

 een witte Volkswagen Transporter voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] ,

 een grijze Fiat Ducato, met valse kentekenplaten [kenteken] ,

bestemd tot het begaan van één of meer van die misdrijven, heeft verworven, vervaardigd en voorhanden heeft gehad;

Ten aanzien van feit 2:

hij in de periode van 22 november 2019 tot en met 22 juni 2020 te Capelle aan den IJssel, Den Haag, Nieuwegein, Rotterdam, Utrecht, Wouw, Wouwse Plantage en elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 9] en andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

  • -

    moord (artikel 289 Wetboek van Strafrecht),

  • -

    opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving (artikel 282 Wetboek van Strafrecht),

  • -

    gijzeling (artikel 282a Wetboek van Strafrecht),

  • -

    afpersing in vereniging, althans afpersing (artikel 317 jo. 312, tweede lid, onder 2, Wetboek van Strafrecht),

  • -

    zware mishandeling met voorbedachten rade (artikel 302 jo. 303 Wetboek van Strafrecht),

  • -

    opzetheling (artikel 416 Wetboek van Strafrecht) en

  • -

    het voorhanden hebben van een of meer vuurwapens (artikel 26 jo. 55 Wet Wapens en Munitie);

Ten aanzien van feit 3:

op 22 juni 2020 te Den Haag een contant geldbedrag ter hoogte van EUR 70.700, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat contante geldbedrag, geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf.

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het hiervoor bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals die hiervoor zijn weergegeven. In de voetnoten is verwezen naar de vindplaats in het dossier.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

7 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

8 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 Motivering van de straffen en maatregel

9.1.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

9.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de rol van verdachte in het geheel, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de negatieve gevolgen voor verdachte door de media-aandacht in deze zaak.

9.3.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Wat de persoon van verdachte betreft heeft de rechtbank gelet op het uittreksel Justitiële Documentatie (strafblad) van verdachte van 22 december 2021. De rechtbank houdt bij de straftoemeting rekening met de toepassing van artikel 63 Sr, omdat de bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd in 2019 en 2020 en verdachte daarna, op 20 december 2021, is veroordeeld voor een ander strafbaar feit.

In de onderhavige zaak is sprake van een groep verdachten die op verschillende wijze heeft bijgedragen aan een plan om criminele tegenstanders, dan wel familie daarvan, van hun vrijheid te beroven, te gijzelen, af te persen en daarbij zo nodig (zwaar) te mishandelen en te doden.

Daartoe is een tweetal loodsen gehuurd en ingericht, werden onder meer voertuigen, wapens, politie-uniformen en martelwerktuigen verworven en werd getracht informatie over de locatie van de tegenstanders te verkrijgen.

Eén van de loodsen werd ingericht als uitvalsbasis voor diegenen die de tegenstanders daadwerkelijk van hun vrijheid zouden gaan beroven met alle attributen om zich voor te doen als een legitiem arrestatieteam van de politie. De andere werd ingericht als een particuliere gevangenis met meerdere containers die waren ingericht als geluidsdichte cellen en een container die was ingericht om mensen te martelen, met een ‘behandelstoel’ en een keur aan gereedschappen voor dat doel. Uit het onderschepte berichtenverkeer blijkt duidelijk dat het ook daadwerkelijk de bedoeling was om in ieder geval een aantal van de beoogde slachtoffers daadwerkelijk zeer ernstig leed toe te brengen.

Om voornoemde activiteiten mogelijk te maken en uit het zicht te houden werden financiële schijnconstructies in het leven geroepen door andere leden van de organisatie.

Het voorgaande in samenhang bezien levert het beeld op van een groep verdachten die in het kader van een conflict over geld in het criminele milieu op niets ontziende wijze van plan is geweest het recht in eigen hand te nemen. Het gebrek aan respect dat daarbij getoond is voor de vrijheid en de lichamelijke integriteit van anderen is schokkend. Dat het uiteindelijk niet tot de uitvoering van de voorgenomen feiten is gekomen is op geen enkele wijze de verdienste van verdachten, maar is uitsluitend het gevolg van het feit dat de opsporingsinstanties tijdig op de hoogte zijn geraakt van de hier omschreven plannen en daar adequaat op hebben gereageerd.

Ten aanzien van de rol van de verdachte [verdachte] geldt dat hij een schakel was tussen [medeverdachte 2] en de mensen die zich bezighielden met de werkzaamheden in de loodsen, zoals [medeverdachte 1] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 10] . Hij vervulde daarbij een aansturende rol. Ook verzorgde hij salarisbetalingen in dat verband. Daarnaast zocht [verdachte] materialen op het internet die later in de loodsen zijn aangetroffen, zoals een behandelstoel. Uit het aangetroffen berichtenverkeer blijkt duidelijk dat hij bekend was met het doel van de locaties en de daar aanwezige materialen. Tot slot heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan witwassen.

[verdachte] heeft de feitelijke gang van zaken zoals die blijkt uit het dossier deels erkend. Hij heeft daarbij echter gesteld dat een en ander moest worden gezien in het teken van een poging tot oplichting en dat het nimmer de bedoeling is geweest om – kort gezegd – daadwerkelijk tot vrijheidsberoving en marteling over te gaan. Voor een dergelijk alternatief scenario is in het dossier geen enkele steun aanwezig. [verdachte] heeft daarvoor ook geen nader bewijs aangedragen. Door desalniettemin vast te houden aan zijn versie van de gebeurtenissen aanvaardt [verdachte] op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor zijn zeer aanzienlijke bijdrage aan deze bijzonder ernstige feiten. De rechtbank rekent hem dat zwaar aan.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de zorgen die bij verdachte leven omtrent zijn thuissituatie, met name ten aanzien van zijn vrouw en jongste kinderen. De rechtbank wil niets af doen aan hetgeen daarover naar voren is gebracht, maar gelet op de ernst van het bewezenverklaarde kan dat niet als een strafmatigende omstandigheid gewicht in de schaal leggen.

De rechtbank acht, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaar, passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

10 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

 Geld € 61.700,- (AN166.01.02.011) (1)

 Geld € 9.000,- (AN166.01.02.004) (2)

 Geld € 3.150,- (AN166.05.02.001) (3)

 Geld € 1.180,- (VE027.02.01.002) (4)

 Geld € 885,10 (VE027.04.01.001) (6)

 1 STK scalpel (AN166.05.01.013) (17)

 1 STK medicijn (AN166.06.02.002) (23)

 1 STK vlindermes (VE027.04.02.001) (25)

 1 STK Zaktelefoon MIFI HUAWEI (AN166.05.01.007) (26)

 1 STK USB-stick (AN166.02.01.002) (29)

 1 STK Horloge Maurice Lacroix (AN166.04.01.001) (34)

 1 STK Computer Laptop DELL 99Q5MQ2 (AN166.05.01.001) (39)

 1 STK Zaktelefoon Samsung M10 (AN166.05.01.005) (43)

 1 STK Vuilniszak (TV180B.6) (53)

 1 STK Zaktelefoon grijze iPhone (VE027.02.01.001) (60)

 1 STK Zaktelefoon Samsung in lader (VE027.02.02.002) (62)

 1 STK Zaktelefoon Samsung in lader (VE027.02.02.003) (63)

 1 STK Jammer (TV180B.2) (79)

 1 STK Zaktelefoon Samsung SM-M105F (TV180B.4) (82)

 1 STK Jammer (TV180B.5) (83).

Geldbedragen onder 1 en 2

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de geldbedragen moeten worden verbeurdverklaard omdat deze voorwerpen zijn van witwassen.

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de in beslag genomen geldbedragen.

De rechtbank is van oordeel dat de bedragen aan verdachte toebehoren. Nu met betrekking tot deze geldbedragen het onder 3 bewezen geachte is begaan, worden deze geldbedragen verbeurdverklaard.

Geldbedragen onder 3, 4 en 6

Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de geldbedragen moeten worden verbeurdverklaard omdat deze voorwerpen zijn van witwassen.

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de in beslag genomen geldbedragen.

Nu niet is gebleken dat deze geldbedragen aan verdachte toebehoren en verdachte van het witwassen van deze geldbedragen wordt vrijgesproken, is de rechtbank van oordeel dat deze geldbedragen moeten worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

De voorwerpen onder 34, 39, 43 en 60

Net als het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat voornoemde goederen niet aan verdachte toebehoren en moeten worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

De voorwerpen onder 17, 62, 63, 82

Net als het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat voornoemde scalpel en telefoons onder de verdachte in beslag zijn genomen en aan hem toebehoren. Deze voorwerpen worden verbeurdverklaard, omdat het onder 1 en 2 bewezen geachte met betrekking tot deze voorwerpen is begaan.

De voorwerpen onder 25, 79 en 83

Net als het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat deze voorwerpen zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane misdrijven, terwijl deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan en/of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan, en het van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, waardoor deze voorwerpen onttrokken worden aan het verkeer.

De voorwerpen onder 23, 26, 29 en 53

Net als het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat voornoemde voorwerpen aan verdachte moeten worden teruggegeven.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 46, 47, 57, 63, 140(oud), 282, 282a, 303, 317 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

medeplegen van voorbereiding van opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling, afpersing en zware mishandeling met voorbedachten rade;

Ten aanzien van feit 2:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

Ten aanzien van feit 3:

witwassen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 (negen) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd:

 Geld € 61.700,- (AN166.01.02.011) (1)

 Geld € 9.000,- (AN166.01.02.004) (2)

 1 STK scalpel (AN166.05.01.013) (17)

 1 STK Zaktelefoon Samsung in lader (VE027.02.02.002) (62)

 1 STK Zaktelefoon Samsung in lader (VE027.02.02.003) (63)

 1 STK Zaktelefoon Samsung SM-M105F (TV180B.4) (82).

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

  • -

    1 STK vlindermes (VE027.04.02.001) (25)

  • -

    1 STK Jammer (TV180B.2) (79)

  • -

    1 STK Jammer (TV180B.5) (83).

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

  • -

    1 STK medicijn (AN166.06.02.002) (23)

  • -

    1 STK Zaktelefoon MIFI HUAWEI (AN166.05.01.007) (26)

  • -

    1 STK USB-stick (AN166.02.01.002) (29)

  • -

    1 STK Vuilniszak (TV180B.6) (53).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

  • -

    Geld € 3.150,- (AN166.05.02.001) (3)

  • -

    Geld € 1.180,- (VE027.02.01.002) (4)

  • -

    Geld € 885,10 (VE027.04.01.001) (6)

  • -

    1 STK Horloge Maurice Lacroix (AN166.04.01.001) (34)

  • -

    1 STK Computer Laptop DELL 99Q5MQ2 (AN166.05.01.001) (39)

  • -

    1 STK Zaktelefoon Samsung M10 (AN166.05.01.005) (43)

  • -

    1 STK Zaktelefoon grijze iPhone (VE027.02.01.001) (60).

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A. Overbosch, voorzitter,

mrs. M.A.E. Somsen en L. Dolfing rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 mei 2022.

1 ECLI:NL:RBAMS:2020:6443 naar aanleiding van de pro forma zitting van 4 december 2020, ECLI:NL:RBAMS:2021:3707 naar aanleiding van de pro forma zittingen van 4 december 2020 en 11 juni 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:5460 naar aanleiding van de pro forma zitting van 12 augustus 2021.

2 Bijvoorbeeld Rechtbank Limburg, 26 januari 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:571.

3 ECLI:NL:RBAMS:2021:3707 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2021:3707).

4 Zie hierover onder meer HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889.

5 De rechtbank heeft geconstateerd dat er in het dossier wisselend gebruik wordt gemaakt van de aanduidingen ‘EncroChat’, ‘Encro’ en ‘Encro c.s.’ zonder dat steeds duidelijk is waarom en of daarmee verschillende entiteiten worden bedoeld. In dit vonnis is er daarom voor gekozen telkens gebruik te maken van de aanduiding ‘EncroChat’ – ook als het om het bedrijf gaat – tenzij een tekst letterlijk (als citaat) is overgenomen. Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak 26Douglasville ten grondslag liggende dossier bevinden, te weten proces-verbaal nummer LERAF20002-12, met relazen (doorgenummerd van pagina 1 tot en met 407) en daarbij behorende bijlagen (doorgenummerd van pagina 1 tot en met 6664), volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

6 Geschriften, te weten bijlagen van het proces-verbaal van bevindingen kaders gebruik dataset 26Lemont, p. 2112 van de bijlagen.

7 Proces-verbaal aanvraag bevel binnendringen en onderzoek doen geautomatiseerd werk, p. 6562 van de bijlagen.

8 Vordering machtiging bevel binnendringen en onderzoek geautomatiseerd werk en vordering machtiging bevel opnemen van (tele)communicatie, p. 6590 – 6592 van de bijlagen.

9 Een proces-verbaal ‘Aanvraag bevel binnendringen en onderzoek doen geautomatiseerd werk’, p. 6562 – 6570 van de bijlagen.

10 Een proces-verbaal ‘Titel V beschrijving NN gebruikers Encro c.s.’, p. 6571 – 6582 van de bijlagen.

11 Een geschrift, te weten een ‘begeleidend schrijven bij aanvraag art 126uba Sv in 26Lemont van de zaaksofficieren van justitie in de zaak 26Lemont’, p. 6583 – 6589 van de bijlagen.

12 Een geschrift, te weten een ‘begeleidend schrijven bij aanvraag art 126uba Sv in 26Lemont van de zaaksofficieren van justitie in de zaak 26Lemont’, p. 6585 van de bijlagen.

13 Een geschrift, te weten een ‘begeleidend schrijven bij aanvraag art 126uba Sv in 26Lemont van de zaaksofficieren van justitie in de zaak 26Lemont’, p. 6586 van de bijlagen.

14 Een geschrift, te weten de 126uba Sv machtiging van de rechter-commissaris, p. 6593 – 6597 van de bijlagen.

15 Een geschrift, te weten een ‘nadere aangekondigde toelichting’ van de zaaksofficieren van justitie in de zaak 26Lemont, p. 209 van de bijlagen.

16 ECLI:NL:RBAMS:2020:6443, pag. 6.

17 HR 5 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5629.

18 De processen-verbaal met nummer LERDB20001-6 en proces-verbaalnummer LERDB20001-3 alsmede de brief van de zaaksofficieren van justitie in de zaak 26Lemont d.d. 16 maart 2020 .

19 HvJ EU 8 februari 2014, ECLI:EU:C:2014:238 (Digital Rights), HvJ EU 21 december 2016, ECLI:EU:C:2016:970 (Tele2), HvJ EU 2 oktober 2018, ECLI:EU:C:2018:788 (Ministerio Fiscal), HvJ EU 6 oktober 2020, ECLI:EU:C:2020:790 (Privacy International), HvJ EU 6 oktober 2020, ECLI:EU:C:2020 (La Quadrature du Net) en EHRM 25 mei 2021, appl. no. 58170/13 e.a. (Big Brother Watch).

20 HvJ EU 7 mei 2013, ECLI:EU:C:2013:105 (Åkerberg Fransson), punten 21-22.

21 NL:RBAMS:2020:6443.

22 Aanbevelingen aan de nationale rechterlijke instanties over het aanhangig maken van prejudiciële procedures (8-11-19)”, Publicatieblad van de EU, C 380, 8.11.19.

23 Proces-verbaal van verdenking, p. 77 e.v. van de bijlagen.

24 Proces-verbaal van observatie d.d. 07-04-2020, p. 115 en 117 van de bijlagen.

25 Proces-verbaal bevindingen, p. 135 e.v. van de bijlagen.

26 Proces-verbaal bevindingen, p. 140 e.v. van de bijlagen.

27 Proces-verbaal van verdenking, p. 1 -18 van de bijlagen en proces-verbaal van verdenking, p. 77 – 92 van de bijlagen.

28 Proces-verbaal ter terechtzitting van 12 augustus 2021.

29 Proces-verbaal van bevindingen omtrent de algemene functionaliteiten van Encrochat telefoons, p. 2126 e.v. van de bijlagen.

30 Proces-verbaal van bevindingen bijnaam Spierbal en emoticon , p. 2084 e.v. van de bijlagen.

31 Idem als vorige noot.

32 Idem als vorige noot.

33 Proces-verbaal terechtzitting van 12 augustus 2021, p. 6138 e.v. van de bijlagen, met name p. 6142 en het geschrift -“SLEMPO. Als de waarheid bijna onmogelijk is om te geloven”, zijnde een schriftelijke reactie van [medeverdachte 2] op het dossier 26Douglasville, toegevoegd aan het dossier 26Douglasville met de dossieraanvulling van 22 december 2021, p. 6152-6235 van de bijlagen.

34 Proces-verbaal van bevindingen betreffende ‘IMEI * [nummer] (‘Slempo’) in gebruik bij [medeverdachte 2] ’, p. 351-361 van de bijlagen.

35 - Proces-verbaal betreffende aanvraag printertap op IMEI * [nummer] , BOB -dossier, p. 232 e.v., en Vordering verstrekking verkeersgegevens (artt. 126n/126u Sv) d.d. 4 mei 2020, BOB -dossier p. 234 e.v. en Proces-verbaal van bevindingen exporteren printertapgegeven van IMEI-nr. * [nummer] tbv locaties, p. 5690 van de bijlagen.

36 Proces-verbaal van bevindingen betreffende ‘IMEI * [nummer] (Slempo) in gebruik bij [medeverdachte 2] ’, p. 354 van de bijlagen.

37 Proces-verbaal van bevindingen wachtwoord Slempo@EncroChat.com, p. 5645 van de bijlagen.

38 Proces-verbaal raadkamer, p. 56, 57 en 59 van de relazen.

39 Proces-verbaal observeren: zondag 19 april 2020, p. 699 e.v. van de bijlagen, met name het activiteiten-journaal, p. 701 e.v. van de bijlagen.

40 Proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek naar Encrochat gebruiker Slempo, p. 696 van de bijlagen en proces-verbaal bevindingen betreffende aanvullend onderzoek en correlatie tussen OTC PV en printertap, p. 697 e.v. van de bijlagen.

41 Idem als vorige noot.

42 Proces-verbaal van bevindingen betreffende ‘IMEI * [nummer] (Slempo) in gebruik bij [medeverdachte 2] ’, p. 353 van de bijlagen.

43 Proces-verbaal observeren: donderdag 23 april 2020, p. 183 e.v. van de bijlagen, met name het activiteiten-journaal, p. 187 e.v.

44 Proces-verbaal van bevindingen betreffende ‘IMEI * [nummer] (Slempo) in gebruik bij [medeverdachte 2] ’, p. 353 van de bijlagen.

45 Proces-verbaal van bevindingen betreffende ‘IMEI * [nummer] (Slempo) in gebruik bij [medeverdachte 2] ’, p. 354 van de bijlagen.

46 Proces-verbaal raadkamer, p. 68 van de relazen.

47 Proces-verbaal van bevindingen betreffende ‘IMEI * [nummer] (Slempo) in gebruik bij [medeverdachte 2] ’, p. 575 van de bijlagen.

48 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak, sonicjaw en vuittonsport, p. 2160 van de bijlagen.

49 Chronologische weergave van de bevindingen onderzoek binnen 26Douglasville, p. 5345 van de bijlagen.

50 Proces-verbaal van bevindingen, betreft camerabeelden van 1 juni 2020 Malieveld te Den Haag, p. 1370 e.v. van de bijlagen.

51 Proces-verbaal van bevindingen (beoogd) slachtoffer, p. 3259 van de bijlagen.

52 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak, sonicjaw en vuittonsport, p. 2161 van de bijlagen.

53 Proces-verbaal observeren: woensdag 3 juni 2020, p. 1376 e.v. van de bijlagen, met name het activiteiten-journaal, p. 1378 e.v. van de bijlagen.

54 Openbare bron: Google Maps, kaart.

55 Chronologische weergave van de bevindingen onderzoek binnen 26Douglasville, p. 5351 van de bijlagen.

56 Proces-verbaal van bevindingen betreffende ‘IMEI * [nummer] (‘Slempo’) in gebruik bij [medeverdachte 2] ’, p. 351-361 van de bijlagen, met name p. 358.

57 Het navigatiesysteem geeft op de foto het tijdstip 14:15 uur aan. Daarom ontstond het vermoeden dat het tijdstip van de chat (12:16 uur) de ‘UTC +2’ tijdzone betrof. Het vermelde tijdstip van de chat (12:16 uur) zou daarom vermoedelijk het werkelijke tijdstip van 14:16 uur geweest moeten zijn.

58 Proces-verbaal van verdenking, p. 4 van de bijlagen.

59 Proces-verbaal van verdenking, p. 5 – 6 van de bijlagen.

60 Proces-verbaal van verdenking, p. 6-7 van de bijlagen.

61 Proces-verbaal van verdenking, p. 13 – 14 van de bijlagen.

62 Proces-verbaal van verdenking, p. 12 van de bijlagen.

63 Proces-verbaal van verdenking, p. 81 van de bijlagen.

64 Idem als vorige noot.

65 Proces-verbaal van verdenking, p. 89 en 90 van de bijlagen.

66 Proces-verbaal van verdenking, p. 77 e.v. van de bijlagen, met name p. 89.

67 Proces-verbaal van bevindingen betreffende proces-verbaal van identificatie “typicaltea”, “taboowarrior” en “stickybuilder” = [naam 1] , p. 2177-2178 van de bijlagen en Proces-verbaal van bevindingen betreffende Identificatie Encrochat-accounts [naam 1] , p. 4146-4172 van de bijlagen.

68 Proces-verbaal van bevindingen betreffende proces-verbaal van identificatie “typicaltea”, “taboowarrior”en “stickybuilder” = [naam 1] , p. 2177-2178 van de bijlagen, met name onderste helft p. 2154.

69 Proces-verbaal van bevindingen betreffende Identificatie Encrochat-accounts [naam 1] , p. 4146-4172 van de bijlagen.

70 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. 2153 van de bijlagen onderaan; en foto op p. 6019 van de bijlagen; en het pleidooi van de raadsman, voor zover inhoudende: “Dat [medeverdachte 4] zichzelf “Calvis” zou noemen is (…) niet relevant. (…) Bovendien is het niet bepaald verwonderlijk dat iemand die kaal is, zichzelf ook als zodanig zou bestempelen.

71 Proces-verbaal van bevindingen relatie [naam 1] en [medeverdachte 4] , p. 4200 e.v. van de bijlagen.

72 Proces-verbaal observeren: donderdag 14 mei 2020 p. 2167 en het daarbij behorende activiteiten-journaal, p. 2169 e.v. van de bijlagen.

73 Proces-verbaal bevindingen camerabeelden van 1 juni 2020 Malieveld te Den Haag, p. 1370 e.v. van de bijlagen.

74 Proces-verbaal van bevindingen terugreis [medeverdachte 4] op 10/11 mei 2020, p. 6051 e.v. van de bijlagen.

75 Proces-verbaal van bevindingen ontvangst stukken EOB Spanje, doorgenummerde bijlagen p. 6055 e.v. van de bijlagen.

76 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie gebruiker IMEI [nummer] , p. 2144 e.v. van de bijlagen.

77 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 3 februari 2021, p. 2955 e.v. van de bijlagen, met name p. 2961-2962.

78 Proces-verbaal van bevindingen vergelijking telecomregistraties [nummer] en IMEI [nummer] , p. 6045 e.v. van de bijlagen.

79 Proces-verbaal van bevindingen terugreis [medeverdachte 4] op 10/11 mei 2020, p. 6051 e.v. van de bijlagen, met name p. 6052.

80 Proces-verbaal van bevindingen betreffende ‘oogmerk moord’, p. 3114 e.v. van de bijlagen, met name p. 3149.

81 Proces-verbaal van bevindingen terugreis [medeverdachte 4] op 10/11 mei 2020, p. 6051 e.v. van de bijlagen, met name p. 6053.

82 Proces-verbaal van bevindingen identificatie “Otherherder”= [medeverdachte 4] , p. 2175-2176 van de bijlagen; en proces-verbaal van vierde verhoor van de verdachte [medeverdachte 2] , p. 2890 e.v. van de bijlagen, met name p. 2903.

83 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie gebruiker IMEI [nummer] , p. 2144 e.v. van de bijlagen.

84 Proces-verbaal van bevindingen vergelijking telecomregistraties [nummer] en IMEI [nummer] , p. 6045 e.v. van de bijlagen.

85 Proces-verbaal bevindingen zendmasten * [nummer] , p. 6048 e.v. van de bijlagen.

86 Proces-verbaal van bevindingen terugreis [medeverdachte 4] op 10/11 mei 2020, p. 6051 e.v. van de bijlagen.

87 Proces-verbaal van bevindingen, betreffende PV van analyse IPhone [toestelnummer] , p. 6018 e.v. van de bijlagen.

88 Openbare bron: Google Maps (satellietweergave).

89 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. 2151 van de bijlagen.

90 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. 2155 van de bijlagen.

91 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. 2147 van de bijlagen.

92 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. 2148-2149 van de bijlagen.

93 Proces-verbaal van 1e verhoor verdachte [medeverdachte 5] , p. 1419 van de bijlagen; proces-verbaal 3e verhoor van verdachte [medeverdachte 4] , p. 2993 van de bijlagen; Proces-verbaal van bevindingen overige beoogde slachtoffers, p. 3355 van de bijlagen.

94 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. 2151 van de bijlagen.

95 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. p. 2150 van de bijlagen.

96 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p., p. 2151 van de bijlagen.

97 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. p. 2152 van de bijlagen.

98 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. p. 2154 van de bijlagen.

99 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p., p. 2153 van de bijlagen enproces-verbaal observatie 14 mei 2020, p. 2169 van de bijlagen.Id

100 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. 2154 van de bijlagen.

101 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie mysticsteak@encrochat.com, sonicjaw@encrochat.com en vuittonsport@encrochat.com, p. 2163 van de bijlagen.

102 Idem als vorige noot.

103 Proces-verbaal van bevindingen betreffende verblijfadres [verdachte] op het [adres] , p. 711 e.v. van de bijlagen.

104 Proces-verbaal van tweede verhoor getuige [getuige] , p. 1163 van de bijlagen, in combinatie met de foto op p. 1177.

105 Proces-verbaal van identificatie van de bijnaam ‘ Bob ’ als [verdachte] , p. 2081 van de bijlagen.

106 Proces-verbaal van identificatie van de bijnaam ‘ Bob ’ als [verdachte] , p. 2081 en 2082 van de bijlagen.

107 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung M10 met beslagcode TV180B.4, p. 3558 van de bijlagen.

108 Proces-verbaal van bevindingen betreffende identificatie D. [verdachte] als EncroChat gebruiker Naturalmode, p. 377 e.v. van de bijlagen.

109 Proces-verbaal van identificatie van de bijnaam ‘ Bob ’ als [verdachte] , p. 2077 van de bijlagen.

110 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10 met beslagcode SI652.01.02.001, p. 4273 van de bijlagen.

111 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10 met beslagcode SI652.01.02.001, p. 4273 en 4274 van de bijlagen.

112 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10 met beslagcode SI652.01.02.001, p. 4277 van de bijlagen.

113 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10 met beslagcode SI652.01.02.001, p. 4274 van de bijlagen.

114 Proces-verbaal van onderzoek iPhone 7 met beslagcode SI652.01.01.001, p. 4279 van de bijlagen.

115 Proces-verbaal van onderzoek iPhone 7 met beslagcode SI652.01.01.001, p. 4282 e.v. van de bijlagen.

116 Proces-verbaal van onderzoek iPhone 7 met beslagcode SI652.01.01.001, p. 4295 van de bijlagen.

117 Proces-verbaal 4e verhoor verdachte [medeverdachte 3] , p. 2579 en 2588 van de bijlagen.

118 Proces-verbaal van identificatie van de EncroChat gebruiken tronik@encrochat.com, p. 392 van de bijlagen.

119 Proces-verbaal van observatie van donderdag 14 mei 2020, p. 5258 e.v. van de bijlagen.

120 Proces-verbaal van identificatie van de EncroChat gebruiken tronik@encrochat.com, p. 392 van de bijlagen.

121 Proces-verbaal van identificatie van de EncroChat gebruiken tronik@encrochat.com, p. 394 van de bijlagen.

122 Proces-verbaal van identificatie van de EncroChat gebruiken tronik@encrochat.com, p. 395 van de bijlagen.

123 Proces-verbaal Identificatie van [medeverdachte 9] , geboren [geboortedag] 1987, als de gebruiker van de encronaam “Tabooiron”, p. 3066 van de bijlagen.

124 Proces-verbaal van bevindingen Identificatie van [medeverdachte 9] , geboren [geboortedag] 1987, als de gebruiker van de encronaam “Tabooiron”, p 3063 e.v. van de bijlagen.

125 Proces-verbaal Identificatie van [medeverdachte 9] , geboren [geboortedag] 1987, als de gebruiker van de encronaam “Tabooiron”, p. 3067 van de bijlagen.

126 Proces-verbaal Identificatie van [medeverdachte 9] , geboren [geboortedag] 1987, als de gebruiker van de encronaam “Tabooiron”, p. 3071 van de bijlagen.

127 Proces-verbaal Identificatie van [medeverdachte 9] , geboren [geboortedag] 1987, als de gebruiker van de encronaam “Tabooiron”, p. 3067 van de bijlagen.

128 Proces-verbaal Identificatie van [medeverdachte 9] , geboren [geboortedag] 1987, als de gebruiker van de encronaam “Tabooiron”, p. 3070 van de bijlagen en proces verbaal beoogd slachtoffer, p. 3295 van de bijlagen.

129 Proces-verbaal van bevindingen beoogd slachtoffer, p. 3297 en 3298 van de bijlagen en proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 568.

130 Proces-verbaal van identificatie ‘Brasil’ als [medeverdachte 7] , p. 4184 van de bijlagen.

131 Proces-verbaal van identificatie ‘Brasil’ als [medeverdachte 7] , p. 4184 en 4185 van de bijlagen.

132 Proces-verbaal van bevindingen telefoon [medeverdachte 1] beslagcode BANWM81.01.002, p. 4474 en 4475 van de bijlagen.

133 Proces-verbaal van bevindingen identificatie ’Bolle’ en ‘porno’ als [medeverdachte 3] , p. 2503 e.v van de bijlagen en Proces-verbaal van bevindingen abusievelijk opnemen onjuiste beschrijving in 4e verhoor van verdachte [medeverdachte 3] , p. 2584 e.v. van de bijlagen.

134 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek iPhone 7 met beslagcode SI652.01.01.001, p. 4281 van de bijlagen.

135 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3374 van de bijlagen.

136 Proces-verbaal van gesprekken telefoon [toestelnummer] , p. 3581 – 3585 van de bijlagen.

137 Proces-verbaal van gesprekken telefoon [toestelnummer] , p. 3584 van de bijlagen.

138 Proces-verbaal van uitkijken camerabeelden 18 juni 2020, p. 820 – 821 van de bijlagen.

139 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3408 van de bijlagen.

140 Proces-verbaal van eerste verhoor van de verdachte [medeverdachte 11] d.d. 27 oktober 2020, p. 1644 van de bijlagen.

141 Proces-verbaal van verhoor eerste verhoor van de verdachte [medeverdachte 11] d.d. 27 oktober 2020, p. 1650 van de bijlagen.

142 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8] d.d. 13 oktober 2020, p. 1778 van de bijlagen.

143 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3421 van de bijlagen.

144 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung M10 met beslagcode TV180B.4, p. 3563 van de bijlagen.

145 Vgl. o.a. ECLI:NL:GHAMS:2019:801.

146 ECLI:NL:HR:2021:1258.

147 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 425 e.v. van de bijlagen en Proces-verbaal forensisch onderzoek bedrijf ( [adres loods] Wouwse Plantage), p. 837 e.v. van de bijlagen met daarbij, vanaf p. 855, een fotomap met 55 foto’s, van de bijlagen.

148 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 425 van de bijlagen.

149 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 425 – 426 van de bijlagen alsmede p. 435, foto van de aangetroffen stoel in container 5.

150 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 426 van de bijlagen.

151 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 427 van de bijlagen.

152 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 428 van de bijlagen en proces-verbaal van bevindingen gestolen voertuigen en kentekenplaten, p. 3037 – 3046 van de bijlagen.

153 Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres loods] te Rotterdam, p. 459 – 460 van de bijlagen en proces-verbaal p. 960 – 974 van de bijlagen.

154 Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres loods] te Rotterdam, p. 461 van de bijlagen en Aantreffen 2e stoel/mobiele operatietafel [adres loods] te Rotterdam, p. 2756 – 2757 van de bijlagen.

155 Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres loods] te Rotterdam, p. 461 van de bijlagen.

156 Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres loods] te Rotterdam, p. 462 van de bijlagen.

157 Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres loods] te Rotterdam, p. 460 van de bijlagen en proces-verbaal van bevindingen gestolen voertuigen en kentekenplaten p. 3047 – 3052 van de bijlagen.

158 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 424 van de bijlagen en een geschrift, te weten een rapport aan het Nederlands Forensisch Instituut van het TNO van 14 oktober 2021 over de geluidsisolatie van de containers, p. 5653 van de bijlagen.

159 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 424 - 426 van de bijlagen.

160 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 425 van de bijlagen.

161 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 425 – 426 van de bijlagen.

162 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3422 – 3424 van de bijlagen.

163 Proces-verbaal van oogmerk moord, p. 3120 van de bijlagen.

164 Proces-verbaal van bevindingen overige beoogde slachtoffers, p. 3322 van de bijlagen.

165 Proces-verbaal van verdenking van [medeverdachte 9] , p. 4063 van de bijlagen.

166 Proces-verbaal van bevindingen overige beoogde slachtoffers, p. 3308 van de bijlagen.

167 Proces-verbaal van bevindingen overige beoogde slachtoffers, p. 3308 van de bijlagen.

168 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 25.

169 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 175.

170 Proces-verbaal van bevindingen (beoogd) slachtoffer, p. 3238 – 3239 van de bijlagen.

171 Proces-verbaal van bevindingen (beoogd) slachtoffer, p. 3240 van de bijlagen.

172 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 25.

173 Proces-verbaal van aanleiding vermoeden martelkamer in loods aan de [adres loods] te Wouwse Plantage, p. 641 – 643 van de bijlagen.

174 Proces-verbaal van aanleiding vermoeden martelkamer in loods aan de [adres loods] te Wouwse Plantage, p. 643 van de bijlagen.

175 Proces-verbaal van oogmerk moord, p. 3131 van de bijlagen.

176 Proces-verbaal van bevindingen overige beoogde slachtoffers, p. 3360 van de bijlagen.

177 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 28.

178 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 129.

179 Proces-verbaal van bevindingen omtrent contact, p. 3295 van de bijlagen.

180 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3422 – 3424 van de bijlagen.

181 Proces-verbaal van bevindingen goederenlijst [medeverdachte 7] , p. 3576 van de bijlagen.

182 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 45 – 47 en p. 63 – 64.

183 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 41 – 44.

184 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 56.

185 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 94 – 95 en proces-verbaal van verdenking van [medeverdachte 9] p. 4090 – 4091 van de bijlagen.

186 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 137 – 138.

187 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 101 – 104.

188 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 125 – 129.

189 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 80 – 93.

190 Proces-verbaal van bevindingen NNpersonen en activiteiten bij loods [adres loods] te Wouwse Plantage p. 399 – 408 van de bijlagen.

191 Proces-verbaal van activiteiten en personen bij loods [adres loods] Rotterdam, p. 720 – 728 van de bijlagen.

192 Proces-verbaal NNpersonen en activiteiten bij loods [adres loods] te Wouwse Plantage, p. 405 en 406 van de bijlagen.

193 Proces-verbaal van verhoor d.d. 25 november 2020, p. 2911 en 2912 van de bijlagen.

194 Proces-verbaal NNpersonen en activiteiten bij loods [adres loods] te Wouwse Plantage, p. 405 en 406 van de bijlagen.

195 Proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van 27 april 2020, p. 2198 – 2203 van de bijlagen.

196 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 25.

197 Proces-verbaal uitkijken camerabeelden van vrijdag 1 mei 2020, p. 2228 – 2234 van de bijlagen en proces-verbaal van rectificatie, p. 5619 van de bijlagen.

198 Aanvullend proces-verbaal van bevindingen camerabeelden [adres loods] te Wouwse Plantage van 7 mei 2020, p. 4118 – 4126 van de bijlagen.

199 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 425 van de bijlagen.

200 Proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van 19 mei 2020, p. 2293 – 2303 van de bijlagen.

201 Proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van 15 juni 2020, p. 2387 en 2388 van de bijlagen.

202 Proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van 17 juni 2020, p. 810 van de bijlagen.

203 Proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van 17 juni 2020, p. 812 – 816 van de bijlagen.

204 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 425 en 426 van de bijlagen.

205 Proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van 17 juni 2020, p. 816 van de bijlagen.

206 Proces-verbaal activiteiten en personen bij loods [adres loods] te Rotterdam, p. 726 van de bijlagen.

207 Proces-verbaal van uitkijken camerabeelden van 19 mei 2020, p. 2293 – 2303 van de bijlagen.

208 Proces-verbaal van identificatie van de bijnaam ‘ Bob ’ als [verdachte] , p. 2078 en 2079 van de bijlagen.

209 Proces-verbaal van identificatie van de bijnaam ‘ Bob ’ als [verdachte] , p. 2080 van de bijlagen.

210 Proces-verbaal van bevindingen van identificatie [verdachte] als EncroChat gebruiker Naturalmode, p. 383 van de bijlagen.

211 Proces-verbaal van bevindingen van identificatie [verdachte] als EncroChat gebruiker Naturalmode, p. 383 en proces-verbaal van observatie van 19 mei 2020, p. 3485 – 3487 van de bijlagen.

212 Proces-verbaal van observatie van 20 mei 2020, p. 626 van de bijlagen.

213 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 130.

214 Proces-verbaal van overige beoogde slachtoffers, p. 3360 van de bijlagen.

215 Proces-verbaal van overige beoogde slachtoffers, p. 3360 van de bijlagen.

216 Proces-verbaal van overige beoogde slachtoffers, p. 3361 van de bijlagen.

217 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3370 van de bijlagen.

218 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3371 van de bijlagen.

219 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3422 van de bijlagen.

220 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3426 van de bijlagen.

221 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung S10+ in gebruik bij [verdachte] (beslagcode VE027.02.02.003), p. 3534 en 3535 van de bijlagen.

222 Proces-verbaal van bevindingen van het Marktplaatsaccount in gebruik bij [verdachte] , p. 6255 – 6274 van de bijlagen.

223 Proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting.

224 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3422 van de bijlagen.

225 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3423 van de bijlagen.

226 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3423 van de bijlagen en proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 424 – 426 van de bijlagen.

227 Proces-verbaal van bevindingen van het Marktplaatsaccount in gebruik bij [verdachte] , p. 6255 – 6274 van de bijlagen.

228 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung S10+ in gebruik bij [verdachte] (beslagcode VE027.02.02.003), p. 3544 van de bijlagen.

229 Proces-verbaal van inrichting loods [adres loods] Wouwseplantage, p. 426 van de bijlagen en proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres loods] te Rotterdam, p. 462 van de bijlagen.

230 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3431 van de bijlagen.

231 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3438 van de bijlagen.

232 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3372 en 3373 van de bijlagen.

233 Proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting.

234 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3439 van de bijlagen.

235 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3383 van de bijlagen.

236 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3400 van de bijlagen.

237 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3402 van de bijlagen.

238 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3403 en 3404 van de bijlagen.

239 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3405 van de bijlagen.

240 Proces-verbaal van bevindingen van het Marktplaatsaccount in gebruik bij [verdachte] , p. 6255 – 6274 van de bijlagen.

241 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung S10+ in gebruik bij [verdachte] (beslagcode VE027.02.02.003), p. 3544 en 3545 van de bijlagen.

242 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3422 van de bijlagen.

243 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3400 van de bijlagen.

244 Proces-verbaal van onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3405 van de bijlagen.

245 Proces-verbaal van observatie van 14 mei 2020, p. 5262 en 5263 van de bijlagen en proces-verbaal van tijdlijn p. 5320 en 5321 van de bijlagen.

246 Proces-verbaal van observatie van 19 mei 2020, p. 3479 – 3487 van de bijlagen.

247 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 774 en 775.

248 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 777.

249 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 3 779.

250 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 750.

251 Proces-verbaal van bevindingen verstrekking relatie [naam 1] en [medeverdachte 4] , p. 4198 van de bijlagen.

252 Proces-verbaal van oogmerk moord, p. 3132 van de bijlagen.

253 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 790.

254 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 59.

255 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 798.

256 Proces-verbaal van gesprekken telefoon [toestelnummer] , p. 3586 – 3588 van de bijlagen.

257 Proces-verbaal van gesprekken telefoon [toestelnummer] , p. 3586 – 3588 van de bijlagen.

258 Proces-verbaal tweede verhoor getuige [getuige] , p. 1163 en 1177 van de bijlagen.

259 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung M10 met beslagcode TV180B.4, p. 3563 van de bijlagen, proces-verbaal van bevindingen onderzoek Samsung A10s in gebruik bij [verdachte] , p. 3407 en 3419 - 3421 van de bijlagen en proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 109 en 110.

260 Proces-verbaal artikel 140 Wetboek van Strafrecht met PV-nummer LERAF20002-1577, p. 119 en 120.

261 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek administratie ANT048.01.04.001 w.o. huurcontract [adres loods] , p. 4586 – 4599 van de bijlagen.

262 Proces-verbaal artikel 420bis Wetboek van Strafrecht, ZD02, LERAF20002-2692, p. 370 -372; en Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p 286 e.v. van de bijlagen

263 Proces-verbaal artikel 420bis Wetboek van Strafrecht, ZD02, LERAF20002-2692, p. 371 en 372.

264 Proces-verbaal artikel 420bis Wetboek van Strafrecht, ZD02, LERAF20002-2692, p. 371 en 372.

265 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 286 en 287 van de bijlagen.

266 Proces-verbaal artikel 420bis Wetboek van Strafrecht, ZD02, LERAF20002-2692, p. 14.

267 Proces-verbaal artikel 420bis Wetboek van Strafrecht, ZD02, LERAF20002-2692, p. 14 en 15, proces-verbaal van observatie van 4 mei 2020, p. 261 – 265 van de bijlagen, proces-verbaal van observatie van 7 mei 2020, p. 716 – 719 van de bijlagen en proces-verbaal van observatie van 18 mei 2020, p. 5246 – 5248 van de bijlagen.

268 Proces-verbaal van bevindingen verblijfadres [verdachte] op het [adres] te ’s-Gravenhage, p. 711 en 712 van de bijlagen.

269 Proces-verbaal van bevindingen van aangetroffen goederen [adres] te ’s-Gravenhage, p. 3571 en 3572 van de bijlagen.