Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:2347

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-04-2022
Datum publicatie
29-04-2022
Zaaknummer
C/13/715828 / KG ZA 22-271 AB/LO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De vlogger van een juicekanaal moet een publicatie waarin zij een zangeres beschuldigt van het stiekeme gebruik van illegale en gevaarlijke afslankpillen rectificeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/715828 / KG ZA 22-271 AB/LO

Vonnis in kort geding van 29 april 2022

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres bij dagvaarding van 5 april 2022,

advocaat mr. S.F. Kalff te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. A. Kijl te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

Ter zitting van 15 april 2022 heeft [eiseres] de vorderingen uit de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd.
Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend.

Ter zitting waren aanwezig: [eiseres] met mr. Kalff en [gedaagde] met mr. Kijl en [naam 1] . Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is een Nederlandse zangeres die meewerkt aan verschillende televisieprogramma’s, waaronder RTL Boulevard.

2.2.

[gedaagde] heeft een zogenoemd juice channel. Zij presenteert op haar Instagram- en YouTube-account ‘ [accountnaam] ’ sappige roddels over bekende Nederlanders, door haar juice genoemd. Zij krijgt daarvoor tips van anonieme bronnen (‘spionnen’). [gedaagde] heeft honderdduizenden volgers.

2.3.

Op 14 maart 2022 kreeg [gedaagde] bericht van een haar onbekende ‘spion’, in reactie op een bericht dat zij over [eiseres] had geplaatst.
Dat ging als volgt:

  • -

    Eng wijf bah…lekker afvallen met speed pillen (iomax)

  • -

    Iomax??

  • -

    [webpagina]

(…)

  • -

    Hoe weet je dat zij die pillen heeft gebruikt?

  • -

    Ik ken degene waar ze ze koopt

  • -

    Owwww

Juicy

2.4.

Op 15 maart 2022 heeft [gedaagde] een video geplaatst op haar YouTube-kanaal met de titel: “ [eiseres] aan de illegale pillen & [naam 2] weer aan de drugs?! – de Popcorn Show”. De thumbnail van de video op YouTube, waarop kijkers een verkleinde weergave van een momentopname van de video zien, toont het portret van [eiseres] met daaronder in een kader een aantal rode pillen en een geel driehoekig verkeersbord met een uitroepteken. De publicatie van deze video is vooraf aangekondigd via een story op Instagram, met de tekst “Welke BN-er is stiekem heel veel afgevallen met behulp van illegale afslankpillen?”. In de video vertelt [gedaagde] dat zij bewijs heeft dat [eiseres] in korte tijd 22 kilo is afgevallen met behulp van illegale afslankpillen, die gevaarlijk zijn voor de gezondheid, terwijl [eiseres] zelf in de media verteld zou hebben dat ze is afgevallen door paard te rijden en kleinere porties te eten.

2.5.

Bij brief van 23 maart 2022 heeft de advocaat van [eiseres] [gedaagde] gesommeerd de video te verwijderen en verwijderd te houden, een rectificatie te plaatsen, over de inhoud waarvan vooraf met hem moest worden overlegd en zich te onthouden van enig commentaar op de rectificatie.

2.6.

[gedaagde] heeft de video en de thumbnail diezelfde dag nog verwijderd. Ook heeft zij laten weten open te staan voor een rectificatie, maar ze zijn het niet eens geworden over de tekst daarvan.

2.7.

Op 24 maart 2022 heeft [gedaagde] aan haar ‘spion’ (bron 1) gevraagd:

  • -

    Weet je zeker dat [eiseres] deze pillen heeft gekocht?

  • -

    Goedemorgen [gedaagde] …Ik weet niet of je Facebook gebruikt maar je kunt [verwijderde naam] daar benaderen evt die weet er ook meer van..

  • -

    Is hij de pillen dealer?

2.8.

Dezelfde dag heeft [gedaagde] aan degene naar wie zij was verwezen en die zij ook niet kende (bron 2) vragen gesteld. De berichtenwisseling verliep als volgt.

- [gedaagde] hier van [accountnaam]

Mag ik iets vragen

- Hallo

Wat wil je vragen

- Ik ga dit gesprek niet gebruiken hoor, maar ik wilde even vragen over [eiseres]

Klopt het dat ze dieetpillen heeft gebruikt?

  • -

    Dit klopt zeker wel

  • -

    Heeft ze deze bij jou gekocht?

  • -

    Vanwaar deze vraag

Nee ik verkoop de pillen zelf niet meer

- Ik had een video gemaakt en verteld dat ze die pillen gebruikt heeft om af te vallen

En nu kreeg ik een brief van haar advocaat

En ik wilde ff checken…als het echt 100% klopt dan ga ik het [onleesbaar]

(…)

En kocht zij ze destijds bij jou?

- Nee ze heeft ze niet bij mij gekocht maar bij een vriend van mij

Hij wil daar verder niets over kwijt ivm privacy

Omdat dit in grote hoeveelheden gaat

- En kun je een inschatting geven wanneer dit speelde?

(…)

  • -

    Denk half jaar

  • -

    Okay begrijp ik!

Nogmaals maak je geen zorgen, dit is puur voor mezelf om te weten dat die advocaat bluft

2.9.

Op 25 maart 2022 heeft [gedaagde] een bericht op haar Instagram-account geplaatst, waarin staat dat zij inmiddels contact heeft gehad met [eiseres] , dat [eiseres] ontkent illegale afslankpillen te hebben gebruikt, en dat zij dat wil vermelden in het kader van hoor en wederhoor.

2.10.

Op 11 april 2022 heeft [gedaagde] nogmaals via berichten contact gehad met bron 1. De berichtenwisseling verliep als volgt.

- Hey…

Heeft [eiseres] eigenlijk nog contact opgenomen met die vriend van jou

Nadat dit allemaal uitkwam

- Hey [gedaagde]

Nee hij spreekt hij niet

Ik weet dat zij niet bij hem de pillen heeft gehaald maar bij iemand anders

Maar hij heeft me wel gebeld of t echt anoniem blijft.

- Klopt ik heb hem gesproken

(…)

En jouw maat zei ook nog dat het echt in grote hoeveelheden was (…)

- Ja die pillen gaan niet per 100 zei hij

1 iemand koopt een partij op en verkoopt ze door

- Ooohhh zo ja

Maar [eiseres] is toch geen dealer in die pillen dan of wel?

- Nee dat niet

Ze kocht kleine zakjes met een maand voorraad (…)

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] te bevelen een rectificatie zoals weergegeven in de dagvaarding te plaatsen op haar Instagram-account in de vorm van een story en op haar YouTube-account genaamd [accountnaam] , op straffe van een dwangsom;

II. [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 5.000,- als voorschot op schadevergoeding;

III. [gedaagde] te bevelen de namen en adressen te verstrekken van de bronnen van het door haar gepubliceerde verhaal op YouTube, op straffe van een dwangsom;

IV. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Volgens [eiseres] zijn de uitlatingen die [gedaagde] over haar heeft gedaan onjuist, onnodig grievend en misleidend. Die uitlatingen vormen een ernstige schending van haar eer en goede naam en maken inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer. [gedaagde] heeft voordat zij publiceerde geen navraag bij haar gedaan en enige kenbare bron voor haar verhaal heeft zij niet. [eiseres] heeft geen afslankpillen gebruikt en is bovendien niet in een paar maanden tijd 22 kilo afgevallen, maar heeft daar anderhalf jaar over gedaan. [eiseres] beroept zich er ook op dat haar portretrecht is geschonden. [gedaagde] heeft ongevraagd een foto van haar getoond, in combinatie met pillen en een felgekleurd waarschuwingsbord. [eiseres] heeft er daarom een spoedeisend belang bij dat [gedaagde] de uitlatingen rectificeert. Ook moet [gedaagde] haar bron(nen) bekend maken, om de schadelijke beschuldigingen te kunnen stoppen en herhaling te voorkomen. [eiseres] vordert verder een schadevergoeding van € 5.000,- omdat haar reputatie is aangetast.

3.3.

[gedaagde] beroept zich op de vrijheid van meningsuiting. [eiseres] is een bekende Nederlander en moet dus accepteren dat er over haar wordt geroddeld. Zij doet daar zelf ook aan mee, want in het televisieprogramma RTL Boulevard bespreekt zij roddels over andere bekende Nederlanders. [gedaagde] heeft twee bronnen en de publicatie was dan ook niet ongegrond. Bovendien heeft zij zelf onderzoek gedaan door de sociale mediakanalen van [eiseres] te bekijken. Zij wil haar bronnen niet prijsgeven en beroept zich op journalistieke bronbescherming. Verder heeft [eiseres] geen belang bij haar vorderingen. [gedaagde] heeft de video op eerste verzoek van de advocaat van [eiseres] verwijderd en heeft vrij snel daarna een nieuwe video geplaatst, waarin zij in het kader van wederhoor heeft laten weten dat [eiseres] ontkent afslankpillen te hebben gebruikt. Daarmee had de zaak afgedaan kunnen zijn. Door een kort geding te beginnen heeft [eiseres] alleen maar meer aandacht gecreëerd voor de publicatie. Eventuele schade heeft zij dan ook aan zichzelf te danken.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Openbaarmaking bronnen

4.1.

De vordering om de bron(nen) bekend te maken gaat het verst. Dat zou een beperking zijn van de vrijheid van nieuwsgaring. Journalistieke bronnen zijn voor de persvrijheid van essentieel belang. Het recht op bronbescherming van journalisten en persorganen is in de rechtspraak erkend. Volgens het Europese Hof van Justitie gaat het om journalistieke activiteiten, als die bekendmaking van informatie, meningen of ideeën aan het publiek tot doel hebben. Dat is niet beperkt tot mediaondernemingen.1Ook de activiteiten van [gedaagde] vallen dus onder het begrip journalistiek. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft in de zaak-[naam zaak]2uitgemaakt dat het in strijd is met de informatievrijheid als een journalist wordt gedwongen zijn bron te onthullen tenzij zich een 'an overriding requirement in the public interest' voordoet. Daarvan is in dit geval geen sprake. [gedaagde] heeft zich dan ook terecht beroepen op het recht op bronbescherming. De vordering tot openbaarmaking van de bronnen zal daarom worden afgewezen.

Rectificatie

4.2.

Toewijzing van de gevorderde rectificatie zou betekenen dat het grondrecht van [gedaagde] op vrijheid van meningsuiting, zoals bepaald in artikel 10 lid 1 van het EVRM, wordt beperkt. Dit kan alleen als dat bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld om de goede naam en de rechten van anderen te beschermen (artikel 10 lid 2 EVRM). Zo’n beperking die bij wet is voorzien doet zich voor als een publicatie onrechtmatig is in de zin van artikel 6:162 BW.

4.3.

Voor het antwoord op de vraag of de publicatie onrechtmatig is, moeten de wederzijdse belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, tegen elkaar worden afgewogen.
Het belang van [gedaagde] is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden.
Het belang van [eiseres] is dat zij niet zo maar wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en dat haar privacy (gewaarborgd in artikel 8 EVRM) niet onnodig wordt geschonden. Bij deze belangenafweging komen alle omstandigheden van het geval aan bod.

4.4.

[eiseres] is beschuldigd van het gebruik van gevaarlijke, illegale afslankpillen en van het liegen daarover. Zij en haar familie worden daarop aangesproken en mensen die de schadelijke gevolgen kennelijk voor lief nemen vragen hun waar die pillen te krijgen zijn. [eiseres] is daarmee ongewild een rolmodel geworden voor het gebruik van gevaarlijke afslankpillen. Zij wil niet op haar geweten hebben dat er iemand in het ziekenhuis belandt met een hersenbloeding.

4.5.

Voor een zo ernstige beschuldiging met deze gevolgen zal [gedaagde] goede gronden moeten hebben. Zij voert aan dat zij niet gelijk kan worden gesteld aan een onderzoeksjournalist en dat het maar ‘juice’ is wat zij brengt. [gedaagde] heeft de uitlatingen echter niet gebracht als roddels, maar heeft ze gepresenteerd als feit, waarvan zij zegt bewijs in handen te hebben (“Ik heb bewijs van illegale afslankpillen genaamd Iomax”). Zij heeft ook geen voorbehoud gemaakt dat het om een gerucht zou gaan. Integendeel, nadat [eiseres] om een rectificatie had gevraagd heeft zij volgehouden dat ze bewijs heeft voor haar uitlatingen. Daarom heeft zij ook geweigerd de publicatie in een rectificatie ‘ongegrond’ te noemen. [gedaagde] zegt nu wel dat zij haar berichten met veel humor en een vette knipoog brengt, en dat het publiek haar uitlatingen dus met een korrel zout zal nemen, maar bij deze publicatie over [eiseres] blijkt daar niets van. De toon van haar bericht is eerder verontwaardigd (“het is weer zo fucking schijnheilig voor de mensen die ook een maatje meer hebben en denken ik wil eigenlijk ook afvallen en ik zie [eiseres] die doet dat. Die gaat op een paard zitten en valt zo 22 kilo af. Dat vind ik toch een beetje lullig dan, want ja je liegt dus eigenlijk wel.” “Welke halvegare gaat er nou pillen nemen die supergevaarlijk zijn voor je gezondheid. Waar je een hersenbloeding van kan krijgen. Spóór jij niet ofzo?”).

Zij heeft bovendien een groot bereik van honderdduizenden volgers, en andere media nemen haar berichten over, wat een zekere verantwoordelijkheid meebrengt.

4.6.

Van [gedaagde] wordt niet verwacht dat zij met sluitend bewijs komt voordat zij iets publiceert, maar wel dat zij voldoende aannemelijk maakt dat er serieuze aanwijzingen zijn voor een ernstige beschuldiging als deze.

4.7.

Dat is haar niet gelukt. Op het moment van publicatie had zij maar één, anonieme, bron. Iemand die zich spontaan bij haar had gemeld, die zij niet kende en die beweerde dat hij iemand kende die pillen aan [eiseres] zou hebben verkocht.
Na de publicatie heeft zij contact opgenomen met die bron, die haar verwees naar een tweede anonieme bron. Die tweede bron, die zij ook niet kent, zei een vriend te zijn van degene die de pillen aan [eiseres] zou hebben verkocht.
Het gaat dus uiteindelijk om twee haar verder onbekende anonieme bronnen, die verklaren over een derde persoon, over wie al helemaal niets bekend is. Dat is dus drie keer (bijna) niks. Hoe de twee bronnen met wie [gedaagde] heeft gesproken aan hun wetenschap zijn gekomen valt niet na te gaan en hun betrouwbaarheid kan al helemaal niet worden beoordeeld. Dit zijn dan ook geen serieuze aanwijzingen voor de juistheid van de beschuldiging.

4.8.

[gedaagde] zegt voorafgaand aan de publicatie ook eigen onderzoek te hebben gedaan. Zij heeft de sociale mediakanalen van [eiseres] bekeken en daaruit geconcludeerd dat [eiseres] in de maanden voor december 2021, toen zij naar buiten bracht dat zij 22 kilo was afgevallen, niet veel paard kon hebben gereden, omdat zij door een val eerder dat jaar langere tijd geblesseerd was geweest. Daaruit concludeerde zij dat [eiseres] niet op eigen kracht in zo korte tijd zoveel kon zijn afgevallen en dus wel afslankpillen moest hebben gebruikt.

4.9.

[eiseres] heeft echter onweersproken gesteld dat zij anderhalf jaar bezig is geweest om die 22 kilo kwijt te raken. In het door [gedaagde] overgelegde Instagram-bericht van 21 augustus 2021 op de pagina van [eiseres] werd haar toen al gevraagd hoe zij ‘zo mooi strak slank was afgevallen’. Van 22 kilo afvallen in een zo korte periode dat er wel afslankpillen aan te pas gekomen moesten zijn blijkt dus geen sprake.

4.10.

Het komt erop neer dat [gedaagde] haar beschuldigingen niet waar kan maken en dat deze daarom onrechtmatig zijn. [eiseres] heeft gelet op de gevolgen van de publicatie spoedeisend belang bij een rectificatie en [gedaagde] zal worden veroordeeld tot het plaatsen daarvan, op straffe van een dwangsom.
De onderstaande rectificatie is passend. Tegen de geëiste vorm daarvan heeft [gedaagde] geen bezwaar gemaakt, zodat die zal worden aangehouden.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd.

Schadevergoeding

4.11.

Het voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen. [gedaagde] heeft de publicatie direct verwijderd nadat haar daarom werd gevraagd, zodat de schade beperkt is. De eer en goede naam van [eiseres] worden verder voldoende hersteld met de te plaatsen rectificatie, die net als dit kort geding ruim aandacht zal krijgen. Er is dan ook geen aanleiding om daarnaast nog een voorschot op schadevergoeding toe te wijzen.

4.12.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 127,43

- griffierecht 1.301,00

- salaris advocaat 1.016,00

Totaal € 2.444,43

4.13.

De nakosten zullen worden toegewezen zoals in de beslissing is vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de onderstaande rectificatie te plaatsen, zonder enig commentaar of weerwoord, op haar Instagram-account in de vorm van een story in hetzelfde lettertype als haar eerdere Instagram mededeling over [eiseres] , met witte letters tegen een volledig zwarte achtergrond, welke story tussen 11.00 uur en 12.00 uur moet worden geplaatst, waarna door [gedaagde] twee uur lang geen opvolgende berichten mogen worden geplaatst op dit account, en die ten minste vierentwintig uur zichtbaar is,

RECTIFICATIE [eiseres]

In de uitzending van [accountnaam] van 15 maart 2022 op YouTube heb ik beweerd dat [eiseres] was afgeslankt door het gebruik van verboden en gevaarlijke afslankpillen en dat ze daarover zou hebben gelogen. Ook plaatste ik zonder toestemming een foto van [eiseres] bij de aankondiging van de video-uitzending.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft in een vonnis van 29 april 2022 geoordeeld dat ik die bewering niet waar heb kunnen maken, dat deze onrechtmatig is tegenover [eiseres] , en heeft mij daarom bevolen deze rectificatie te plaatsen.

[gedaagde] .”

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om de onder 5.1 genoemde rectificatie te plaatsen op haar YouTube-account genaamd [accountnaam] , zodanig dat deze bij de start van de eerstvolgende uitzending van [accountnaam] , maar in ieder geval binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, voor de duur van 60 seconden wordt getoond gedurende dertien dagen, zonder enig commentaar of weerwoord en/of (andere) geluids- of visuele effecten en waarbij de tekst moet worden uitgevoerd in zwarte letters tegen een beeldvullende witte achtergrond, zodat de tekst gedurende 60 seconden goed leesbaar is,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 1.000,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1 en/of 5.2 uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van in totaal € 50.000,00 is bereikt,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 2.444,43,

5.5.

veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met € 85,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2022.3

1 HvJ EG 16 december 2008, ECLI:EU:C:2008:727

2 EHRM 27 maart 1996, NJ 1996, 578 [naam zaak] vs Verenigd Koninkrijk

3 type: LO coll: MV