Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:2344

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-04-2022
Datum publicatie
29-04-2022
Zaaknummer
C/13/716441 / KG ZA 22-326 EAM/JD
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering verbod publicatie op voorhand toegewezen. Aannemelijk dat publicatie van beweringen onrechtmatig is jegens eiser.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/716441 / KG ZA 22-326 EAM/JD

Vonnis in kort geding van 15 april 2022

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding op verkorte termijn van 15 april 2022,

advocaat mr. J.G.J. van Groenendaal te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE VOLKSKRANT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Volkskrant worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

[eiser] heeft verzocht om het kort geding achter gesloten deuren te behandelen. De Volkskrant heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij beoordeling van dit verzoek staat het in artikel 27 Rv neergelegde beginsel van openbaarheid van de zitting voorop. Maar in dit geval betreft de vordering van [eiser] juist het voorkomen van publicatie van vertrouwelijke informatie en documenten. Openbare behandeling kan het belang van [eiser] schaden en het doel van de vorderingen ondermijnen, voordat er op de vorderingen is beslist. Om die redenen heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen.

1.2.

Bij de zitting van 15 april 2022 waren aanwezig:

aan de zijde van [eiser] :

- [eiser] samen met zijn partner,

- mr. Groenendaal en mr. H. van Lith,

aan de zijde van de Volkskrant:

- mr. Van den Brink, mr. L. Oranje en mr. E. Groen,

- [naam 1] , hoofd juridische zaken bij de Volkskrant,

- [naam 2] , [naam 3] , en [naam 4] , allen werkzaam bij de Volkskrant,

- S. Boots, juridisch adviseur.

1.3.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is de beslissing op 15 april 2022 gegeven in de vorm van een kopstaartvonnis. Het hierna volgende is de uitwerking daarvan en wordt, zoals aangekondigd, afgegeven op 29 april 2022.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft een PA-communicatiebureau in Den Haag met 40 medewerkers. In het verleden heeft [eiser] als vrijwilliger ondersteunende taken vervuld op het landelijke bureau van D66, waaronder laatstelijk (tot oktober 2018) het voorzitterschap van de talentencommissie.

2.2.

In 2020 is een anonieme blogpost verschenen op de website write.as over vermeende MeToo-kwesties binnen de politieke partij D66. In de blogpost worden beschuldigingen geuit tegen de partij, tegen partijprominenten van D66, en in het bijzonder tegen [eiser] .

2.3.

Naar aanleiding van de blogpost op write.as heeft het partijbestuur van D66 onderzoeksbureau Bing opdracht gegeven een extern onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de anonieme beschuldigingen, waarvan de bevindingen zijn opgenomen in een rapport van 24 februari 2021. De doelstelling van het onderzoek is in dat rapport als volgt geformuleerd.

“(…) Ten eerste wenst u een onafhankelijk en deskundig feitenonderzoek naar de twee specifieke situaties die genoemd zijn in het bericht van melder (haar eigen ervaring en de ervaring van de medewerker) en een analyse in hoeverre in deze casussen sprake is van seksuele intimidatie en/of machtsmisbruik. Ten tweede wenst u eventuele andere signalen van mogelijke seksuele intimidatie of machtsmisbruik door betrokkene en/of andere personen binnen de partij en/of van gevoelde (on)veiligheid binnen de partij, in het onderzoek te betrekken (…).”

2.4.

Ten aanzien van het eerste gedeelte van het onderzoek (de ervaringen van de schrijfster van de blogpost en de beschreven ervaringen van een medewerker met [eiser] ) concludeert het rapport – voor zover van belang – het volgende.

“(…) Uit het onderzoek zijn geen situaties van seksuele intimidatie en machtsmisbruik door betrokkene gebleken. Er hebben zich geen andere personen bij de onderzoekers van BING gemeld met een ervaring van seksuele intimidatie en machtsmisbruik door betrokkene. (…)”

2.5.

Bij e-mail van 11 april 2022 heeft de Volkskrant – voor zover van belang – het volgende aan [eiser] geschreven.

De Volkskrant heeft de afgelopen periode inzage gekregen in tientallen pagina’s schriftelijke communicatie die circuleren in de partijtop. Het gaat om communicatie over grensoverschrijdend gedrag van u richting een D66 medewerker. Over uw gedrag is vorig jaar op 24 februari 2021 een publiek rapport van Bing verschenen. Daarin staat dat er volgens Bing ‘geen situaties van seksuele intimidatie of machtsmisbruik’ door [eiser] zijn gebleken. Naar nu blijkt is Bing daarna doorgegaan met onderzoek. In een later verschenen vertrouwelijk deel van het Bing-onderzoek (maart 2021) wordt een conclusie getrokken die hier haaks op staat, namelijk dat er wel sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag door [eiser] .

1.Erkent u dat u zich in de periode 2015 en 2016 grensoverschrijdend hebt gedragen in de richting van [naam medewerkster]? Het gaat om ‘grensoverschrijdende gedragingen door een patroon van contactpogingen, telefoontjes zonder nummerherkenning, i-messages, een bedreigend voicemail bericht en sms-bericht?’

2.Erkent u daarnaast dat u [naam medewerkster] heeft gedreigd met het inzetten van ‘onorthodoxe middelen’ en het openbaren van ‘vertrouwelijke informatie’ als zij niet met u wilde afspreken?

3.Erkent u dat hier sprake was van stalking, intimidatie, bedreiging en chantage’?

4.Erkent u dat de politie met u een waarschuwingsgesprek heeft gevoerd over uw gedrag richting [naam medewerkster]? Het gaat om een stopgesprek, waarin de politie duidelijk maakt aan de dader dat zijn stalkingsgedrag moet stoppen, omdat anders aangifte en een strafrechtelijke onderzoek volgt?

5.Zijn er, achteraf gezien, zaken die u anders had willen aanpakken in uw gedrag richting [naam medewerkster]?
(…)”

2.6.

Op 13 april 2022 heeft [eiser] gereageerd dat het een privékwestie betreft, dat hij alle vragen van het onderzoeksbureau (Bing) uitgebreid heeft beantwoord en aan het onderzoek alle medewerking heeft verleend, en dat zowel Bing als het partijbestuur hem hebben gemeld dat de conclusies in het openbare rapport en die in de vertrouwelijke bijlage overeenkomen.

2.7.

Bij e-mail van 14 april 2022 om 20:05 uur heeft de Volkskrant [eiser] een concept-publicatie toegestuurd met het volgende begeleidende bericht.

“(…)
We hebben uw wederhoor op onze vragen verwerkt.
Dit is de eindversie die nu naar de eindredactie gaat.
Dan kunt u zien hoe de wederhoor is opgenomen.”

2.8.

Bij e-mail van 15 april 2022 heeft Bing het volgende geschreven aan de advocaat van [eiser] .

“Wij hebben in reactie op de vragen van de Volkskrant onder andere het volgende laten weten ten aanzien van de conclusies van het openbare rapport en de vertrouwelijke bijlage:

De bevindingen en conclusies in de vertrouwelijke bijlage zijn in lijn met de conclusies in het openbare rapport. In de vertrouwelijke bijlage zijn de bevindingen van deze casus uiteengezet en is de conclusie uit het rapport herhaald en nader toegelicht op basis van de bevindingen.”

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert het volgende (waarbij zijn raadsman ter zitting het primair en subsidiair gevorderde heeft omgewisseld, waartegen de Volkskrant geen bezwaar heeft gemaakt):

primair

I de Volkskrant te bevelen zich te onthouden van het openbaar maken van de beschuldigingen zoals in het lichaam van de dagvaarding vermeld, in het bijzonder de beschuldiging dat [eiser] zich schuldig heeft gemaakt aan “machtsmisbruik” of “seksuele intimidatie” dan wel het openbaar maken van het ongegronde feit dat uit de vertrouwelijke bijlage d.d. 17 maart 2021 zou blijken dat de conclusies in het openbare rapport van BING d.d. 24 februari 2021 onjuist zouden zijn;

II de Volkskrant te bevelen zich te onthouden van het openbaar maken van de in de vertrouwelijke bijlage d.d. 17 maart 2021 beschreven privécontacten voor zover deze niet reeds in het openbare rapport van BING d.d. 24 februari 2021 zijn beschreven;

III een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,00 per afzonderlijke overtreding van de bevelen onder I en II hierboven;

subsidiair

IV de Volkskrant te bevelen op straffe van een dwangsom van € 100.000,00 per dag dat gedaagde in gebreke is met de naleving van dit bevel, de openbaarmaking van de publicatie zoals op 14 april om 20:05 uur aan eiser verstrekt tenminste met twee weken uit te stellen, althans voor zover deze publicatie betrekking heeft op eiser, teneinde eiser in de gelegenheid te stellen tot het leveren van deugdelijk wederhoor;

primair en subsidiair

V met veroordeling van de Volkskrant in de kosten van dit geding.

3.2.

De Volkskrant voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In dit kort geding vordert [eiser] primair dat de Volkskrant wordt bevolen om bepaalde uitlatingen niet te publiceren. Toewijzing daarvan zou een voorafgaande beperking vormen van de persvrijheid. Daarbij is een hoge mate van zorgvuldigheid geboden. Zo’n beperking moet bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM).

4.2.

Wil sprake zijn van een beperking die bij de wet is voorzien, dan zullen de publicaties onrechtmatig jegens [eiser] moeten zijn. Om uit te maken of dat het geval is moet een belangenafweging worden gemaakt. Het belang van [eiser] is dat hij niet door de publicaties worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Het belang van de Volkskrant is dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moeten kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Bij de belangenafweging moeten alle bijzonderheden van het geval worden betrokken, waaronder de vraag in hoeverre de bestreden uitlatingen feitelijk juist zijn.

De bestreden beweringen

4.3.

In de bestreden concept-publicatie staat onder meer het volgende.

“(…) In een document van 70 pagina’s dat sinds vorig jaar circuleert in de partijtop staat zwart op wit dat Bing na de presentatie van het rapport op 24 februari is dóórgegaan met het onderzoek, dat daarna extra informatie bij betrokkenen is opgevraagd en dat daarna is geconcludeerd wat door D66 keer op keer is bestreden: partijprominent en machtige lobbyist [eiser] heeft zich wel degelijk schuldig gemaakt aan ‘grensoverschrijdende gedragingen’ jegens de vrouwelijke D66 medewerker.


Die diametraal andere conclusie trok bureau Bing naar nu blijkt al drie weken later, in een ‘vertrouwelijke bijlage’ die werd gepubliceerd precies op de avond dat partijleider [naam partijleider] op tafel sprong om haar historische verkiezingsoverwinning te vieren. (…)


(…)

Binnen D66 is ophef ontstaan over een door de partijtop achtergehouden rapport waarin het grensoverschrijdende gedrag van een invloedrijke partijprominent tot in detail wordt beschreven.”

4.4.

In de concept-publicatie doet de Volkskrant het voorkomen dat de conclusie van het rapport van het door Bing uitgevoerde onderzoek van 24 februari 2021 niet juist is. Die conclusie (kort gezegd: “geen situaties van seksuele intimidatie en machtsmisbruik door [ [eiser] ] gebleken”) wordt volgens de Volkskrant weersproken door een vertrouwelijke bijlage (waarnaar de Volkskrant ook wel refereert als “een document” of “het rapport”) die drie weken later zou zijn gepubliceerd. [eiser] verzet zich tegen publicatie van deze beweringen en tegen openbaarmaking van (passages uit) de vertrouwelijke bijlage.

Het belang van [eiser]

4.5.

Aannemelijk is dat publicatie van de beweringen van de Volkskrant schadelijk zijn voor de reputatie van [eiser] . De bewering dat Bing na publicatie van het rapport op 24 februari 2021 op basis van nader onderzoek een “diametraal andere conclusie” heeft getrokken impliceert immers dat wél zou zijn gebleken van seksuele intimidatie en/of machtsmisbruik. Daarnaast wordt in de concept-publicatie uitdrukkelijk beweerd dat sprake is geweest van ‘grensoverschrijdende gedragingen’. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijke beschuldigingen in het huidige maatschappelijke (MeToo-)debat kunnen leiden tot omvangrijke negatieve (sociale) media-aandacht, tot maatschappelijke verontwaardiging, en tot een boycot (het cancelen) van de beschuldigde. Daarnaast vormt de concept-publicatie een inmenging in het privéleven van [eiser] , omdat er wordt geciteerd uit (onder meer) berichten die hij in privé heeft gestuurd.

4.6.

[eiser] heeft er dus belang bij dat deze beschuldigingen niet lichtvaardig worden gedaan in de Volkskrant (een landelijk dagblad) en dat ook zijn privéberichten niet zonder goede reden worden gepubliceerd. De Volkskrant zal daarom aannemelijk moeten maken dat haar beschuldigingen in de concept-publicatie voldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal.

De concept-publicatie en het beschikbare feitenmateriaal

4.7.

De bewering dat Bing tot een ‘diametraal andere conclusie’ is gekomen in de vertrouwelijke bijlage is niet aannemelijk geworden. In het onderzoeksrapport van 24 februari 2022 staat met betrekking tot de vertrouwelijke bijlage onder meer het volgende.

“In het onderzoek is informatie betrokken en geanalyseerd die tot personen

herleidbaar is en daarmee privacygevoelige informatie over betrokkenen bevat. In overleg met de opdrachtgever hebben wij daarom besloten onze bevindingen ten aanzien van onderzoeksonderdeel 1 [het gedeelte van het onderzoek dat zich op [eiser] richt, vzr] in een vertrouwelijke bijlage op te nemen (…) en de uitkomst in de rapportage zelf te beperken een beknopte conclusie”

Uit het voorgaande blijkt dat Bing bepaalde informatie die zij bij haar analyse heeft betrokken, heeft opgenomen in de vertrouwelijke bijlage omdat de informatie privacygevoelig is. Dat deze informatie de conclusie van de analyse van Bing onderuit haalt, blijkt nergens uit. Dit strookt ook met wat Bing hierover zelf heeft geschreven in de overgelegde e-mail van 15 april 2022 (zie 2.8): “De bevindingen en conclusies in de vertrouwelijke bijlage zijn in lijn met de conclusies in het openbare rapport”.

4.8.

Dat de vertrouwelijke bijlage drie weken later gepubliceerd zou zijn, zoals de Volkskrant in haar concept-publicatie stelt, blijkt wederom nergens uit. Dat de vertrouwelijke bijlage niet openbaar is gemaakt kan in het licht van de privacygevoeligheid van de informatie die daarin is opgenomen worden begrepen. De concept-publicatie lijkt echter te suggereren dat de bijlage door “de partijtop” is “achtergehouden”, omdat daarin een diametraal andere conclusie wordt getrokken dan in het Bing-rapport. Die suggestie is – gelet op het voorgaande – ongegrond.

4.9.

Het komt er dus op neer dat niet Bing (een onafhankelijk onderzoeksbureau met experts in integriteit en omgangsvormen) tot een andere conclusie is gekomen dan die geformuleerd in het rapport van 24 februari 2022, maar de Volkskrant zelf. Daarbij heeft de Volkskrant zich gebaseerd op de anonieme blogpost op website write.as (zie 2.2) en op de informatie in de vertrouwelijke bijlage. De Volkskrant stelt te beschikken over die vertrouwelijke bijlage, maar heeft deze in dit kort geding niet overgelegd in verband met – zoals zij heeft aangevoerd – bronbescherming. Wel heeft de advocaat van de Volkskrant ter zitting een aantal passages opgenomen in zijn pleitaantekeningen, waarvan hij stelt dat deze afkomstig zijn uit de vertrouwelijke bijlage.

4.10.

Uit de anonieme blogpost – waarin wordt beweerd dat [eiser] binnen D66 een man met “zeer veel macht en invloed is” en waarin hij wordt beschuldigd van misbruik van die macht – leidt de Volkskrant af dat er wel degelijk sprake is geweest van machtsmisbruik. Voor die conclusie is deze onderbouwing onvoldoende. Vooral omdat uit een vermeende passage van de vertrouwelijke bijlage, die de Volkskrant zelf heeft overlegd, blijkt dat onderzoeksbureau Bing op basis van haar onderzoek concludeert dat géén sprake was van een machtsverhouding tussen [eiser] en de vrouwelijke medewerker van D66 (hierna: de vrouw) en ook geen sprake was van machtsmisbruik. Een enkele niet nader onderbouwde stelling uit een anonieme blog is onvoldoende om die conclusie, die uitdrukkelijk is opgenomen in het Bing-rapport en die ook blijkt uit de door de Volkskrant gestelde passages uit de vertrouwelijke bijlage, te weerleggen.

4.11.

Verder heeft de Volkskrant gewezen op een passage uit de vertrouwelijke bijlage waarin staat dat een gesprek heeft plaatsgevonden tussen [eiser] en de politie in april 2016. De Volkskrant heeft aangevoerd dat de politie niet zomaar tot dit gesprek is overgegaan, dat daarvoor aanleiding moet hebben bestaan, en dat dit gesprek bevestigt dat er sprake is geweest van stalking.

Ook dit argument werpt geen nieuw licht op de conclusie die Bing in haar rapport heeft getrokken. Uit de passage blijkt niet dat sprake is geweest van een verdenking van stalking, noch van een aangifte of van strafrechtelijk onderzoek.

Dat mogelijk aanleiding heeft bestaan voor een gesprek met de politie rechtvaardigt niet de conclusie dat dus sprake is geweest van (het misdrijf) stalking.

4.12.

Wat wél voldoende blijkt uit de overgelegde vermeende passages uit de vertrouwelijke bijlage, is dat tussen [eiser] en de vrouw een relatie heeft bestaan die niet harmonieus is afgesloten. [eiser] heeft aangevoerd dat dit een evenwichtige relatie betrof, zonder machtsverhouding, tussen twee gelijkwaardige mensen met een eigen vrije wil. De relatie was geen “MeToo” geval. Daartegen heeft de Volkskrant alleen de beweringen van de blog op write.as ingebracht, maar dit is onvoldoende (zie 4.10). Voorshands bestaat dan ook geen aanleiding om uit te gaan van het tegendeel.

Uit de overgelegde passages blijkt verder dat de vrouw – nadat de relatie was geëindigd – geen contact meer wilde met [eiser] . [eiser] zou desondanks verscheidene contactpogingen hebben gedaan. In een gestelde passage uit de bijlage bij het Bing-rapport wordt overwogen dat [eiser] door het aanhoudend zoeken van contact voorbij is gegaan aan de wens van de vrouw om geen contact meer te hebben. In die context wordt het gedrag van [eiser] als ‘grensoverschrijdend’ aangemerkt. Maar, zo vervolgt de passage, er was geen sprake van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie en ook geen sprake van een machtsverhouding. Van deze conclusie uit de vermeende bijlage heeft De Volkskrant alleen de woorden ‘grensoverschrijdend gedrag’ betrokken bij haar eigen conclusie. De context waarin dit moet worden begrepen (contact zoeken na afloop van een relatie ondanks de wens van de vrouw, geen seksuele intimidatie, geen machtsmisbruik) betrekt de Volkskrant niet bij haar conclusie. In plaats daarvan schrijft de Volkskrant in de concept publicatie dat [eiser] de vrouw maandenlang heeft gestalkt, bedreigd en gechanteerd. Deze beweringen worden weersproken door het Bing-rapport en de bijlage daarbij en vinden ook overigens geen steun in het beschikbare feitenmateriaal. Dat de onderzoekers, volgens een door de Volkskrant aangehaalde passage uit de vertrouwelijke bijlage, hebben geschreven dat het gedrag van [eiser] door het gebruik van termen als bijvoorbeeld “onorthodoxe middelen” bedreigend kan zijn overgekomen, is tenminste veel genuanceerder dan de Volkskrant in de concept publicatie doet voorkomen.


Belangenafweging

4.13.

De Volkskrant heeft, zoals reeds onder 4.2 overwogen, als public watchdog een zwaarwegend belang om zich, in het huidige maatschappelijke debat over misstanden als bijvoorbeeld seksuele intimidatie en machtsmisbruik, kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend uit te laten. In dit geval wordt aan dit belang – ten aanzien van de bestreden beweringen in de concept-publicatie – minder gewicht toegekend, omdat deze geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Aannemelijk is immers dat de conclusie in de vertrouwelijke bijlage in lijn is met de conclusie in het openbare rapport en dat er dus geen sprake is geweest van seksuele intimidatie dan wel machtsmisbruik. Het belang van [eiser] om niet te worden blootgesteld aan die beweringen weegt daarom zwaarder dan het belang van de Volkskrant om deze beweringen (expliciet dan wel impliciet) op te nemen in haar publicatie, ook al is aannemelijk dat sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag in de privésfeer, na afloop van een gelijkwaardige intieme relatie. Gelet op de maatschappelijke explosiviteit van het huidige MeToo-debat is het van groot belang duidelijk onderscheid te maken tussen deze situaties. Mede gelet op de te verwachten schade aan de reputatie van [eiser] is voorshands aannemelijk dat publicatie van deze beweringen als een onrechtmatige daad kan worden aangemerkt. Er is daarom voldoende grond voor toewijzing van het gevorderde onder punt I van het petitum, zoals hierna bepaald. Het gevorderde verbod op het publiceren van “beschuldigingen in het lichaam van de dagvaarding vermeld” zal niet worden toegewezen. Dit gedeelte van de vordering is onvoldoende bepaald.

4.14.

Ook het belang van de Volkskrant bij publicatie van de privécontacten (zoals bijvoorbeeld de weergave van een i-Message bericht of voicemail-bericht) die in de vertrouwelijke bijlage zijn opgenomen weegt niet op tegen het belang van [eiser] bij bescherming van zijn privésfeer. De Volkskrant heeft aangevoerd dat [eiser] zich in de publieke arena heeft begeven en als ‘publiek figuur’ meer inmenging in zijn privésfeer te dulden heeft. Ook als dat zo zou zijn dan komt [eiser] nog altijd een zekere mate van bescherming van zijn privéleven toe. In dit geval is privécommunicatie van [eiser] onderwerp geweest van deskundig feitenonderzoek door Bing, die heeft geconcludeerd dat geen sprake is geweest van seksuele intimidatie en/of machtsmisbruik. Vervolgens is de privécommunicatie zelf opgenomen in een vertrouwelijke bijlage, ter bescherming van het privéleven van (onder meer) [eiser] . De Volkskrant heeft niet aannemelijk gemaakt dat, ondanks de conclusie van Bing, sprake is van een maatschappelijke misstand die rechtvaardigt dat de privécommunicatie van [eiser] alsnog openbaar wordt gemaakt. Er is daarom voldoende grond voor toewijzing van de vordering onder punt II van het petitum.

4.15.

Gelet op de datum waarop de Volkskrant het concept wil publiceren en de te verwachten gevolgen van die publicatie heeft [eiser] een spoedeisend belang bij toewijzing van zijn vorderingen. Ter zitting heeft de Volkskrant nog aangevoerd dat het concept-artikel reeds is aangepast. Dit doet niet af aan het belang van [eiser] , nu de Volkskrant op 14 april 2022 (een dag voor de mondelinge behandeling in dit kort geding) aan [eiser] heeft gemaild: “Dit is de eindversie die nu naar de eindredactie gaat.” Daarnaast heeft de Volkskrant tijdens de mondelinge behandeling de inhoud van de eindversie van de publicatie niet willen delen.

4.16.

Ten aanzien van de dwangsom heeft de advocaat van de Volkskrant tijdens de mondelinge behandeling toegezegd dat zij vrijwillig zal voldoen aan een veroordeling van de voorzieningenrechter. Er is geen reden om eraan te twijfelen dat de Volkskrant deze toezegging zal nakomen. De gevorderde dwangsom wordt om die reden niet toegewezen.

4.17.

Als hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij zal de Volkskrant in de kosten van dit kort geding worden veroordeeld, zoals hierna begroot.

4.18.

Het kopstaartvonnis in deze zaak is abusievelijk niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard terwijl [eiser] dit wel heeft gevorderd en de Volkskrant hiertegen geen bezwaar heeft gemaakt. Deze omissie wordt thans hersteld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

I beveelt de Volkskrant zich te onthouden van het openbaar maken van de beschuldigingen dat [eiser] zich schuldig heeft gemaakt aan “machtsmisbruik” of “seksuele intimidatie” dan wel van het openbaar maken van het ongegronde feit dat uit de vertrouwelijke bijlage d.d. 17 maart 2021 zou blijken dat de conclusies in het openbare rapport van BING d.d. 24 februari 2021 onjuist zouden zijn,

II beveelt de Volkskrant zich te onthouden van het openbaar maken van de in de vertrouwelijke bijlage d.d. 17 maart 2021 beschreven privécontacten voor zover deze niet reeds in het openbare rapport van BING d.d. 24 februari 2021 zijn beschreven,

III veroordeelt de Volkskrant in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op:

€ 314,00 aan griffierecht en

€ 1.016,00 aan salaris advocaat

€ 1.330,00 totaal

te vermeerderen met de kosten van de uitgebrachte dagvaarding,

IV verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

V wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J. Dekker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2022.