Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:2315

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-04-2022
Datum publicatie
28-04-2022
Zaaknummer
C/13/716527 / HA RK 22-114 en C/13/716618 / HA RK 22-116
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoeken OM en betrokkenen bij de Stichting Hulptroepen Alliantie tot schorsing bestuurders voorlopig toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2022-0133
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

afdeling privaatrecht

zaaknummers / rekestnummers: C/13/716527 / HA RK 22-114 en C/13/716618 / HA RK 22-116

Beschikking van 28 april 2022

in de zaak C/13/716527 / HA RK 22-114

van

het OPENBAAR MINISTERIE,
FUNCTIONEEL PARKET, HANDHAVINGSEENHEID AMSTERDAM,

namens deze mr. O.J.M. van der Bijl, officier van justitie,

zetelend te Amsterdam,

verzoeker,

en

1 [belanghebbende 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [belanghebbende 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. de stichting

STICHTING HULPTROEPEN ALLIANTIE,

gevestigd te Amsterdam,

belanghebbenden,

en in de zaak C/13/716618 / HA RK 22-116

van

1 [verzoeker 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [verzoeker 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [verzoeker 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [verzoeker 4],

wonende te [woonplaats] ,

5. [verzoeker 5],

wonende te [woonplaats] ,

6. [verzoeker 6],

wonende te [woonplaats] ,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAAK B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekers,

advocaat mr. M.W.E. Evers te Amsterdam

en

1. de stichting

STICHTING HULPTROEPEN ALLIANTIE,

gevestigd te Amsterdam,

2. [belanghebbende 1],

wonende te [woonplaats] ,

3. [belanghebbende 2],

wonende te [woonplaats] ,

4. [belanghebbende 3],

wonende te [woonplaats] ,

belanghebbenden.

Verzoeker in de zaak 716527 / HA RK 22-114 zal hierna het OM worden genoemd. Verzoekers in de zaak 716618 / HA ZA 22-116 zullen hierna de Medewerkers worden genoemd. Belanghebbenden zullen hierna ieder afzonderlijk SHA, [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] genoemd worden.

1 De procedure

In de zaak C/13/716527 / HA RK 22-114

1.1.

Op 19 april 2022 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift, met producties, van het OM.

In de zaak C/13/ 716618 / HA RK 22-116

1.2.

Op 20 april 2022 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift, met producties, van de Medewerkers.

In beide zaken

1.3.

Omdat sprake is van verzoekschriften over hetzelfde, althans een verknocht onderwerp, heeft het OM verzocht de zaken op de voet van artikel 285 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gevoegd te behandelen. Om redenen van doelmatigheid zal de rechtbank daartoe overgaan.

1.4

De beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten zoals in de verzoekschriften gepresenteerd

In beide zaken

2.1.

Het OM legt de door de Medewerkers aan hun verzoek ten grondslag gelegde feitelijke grondslagen ook aan zijn verzoek ten grondslag. De Medewerkers leggen de door het OM aan zijn verzoek ten grondslag gelegde feitelijke grondslagen ook aan hun verzoek ten grondslag. Op grond van de in de verzoekschriften ingenomen stellingen en de daarbij in het geding gebrachte producties gaat de rechtbank voorshands uit van het volgende.

2.2.

Op 27 februari 2020 is de eerste besmetting in Nederland vastgesteld met het coronavirus SARS-CoV-2, de veroorzaker van de ziekte Covid-19. Daarna heeft het virus zich razendsnel in Nederland verspreid. In maart 2020 heeft de overheid diverse maatregelen ter bestrijding van het virus genomen. Al snel bleek dat er een groot tekort was aan beschermingsmiddelen, in het bijzonder mondkapjes.

2.3.

SHA is op 25 maart 2020 opgericht door [belanghebbende 3] en [belanghebbende 2] . [belanghebbende 3] en [belanghebbende 2] zijn ook als eerste bestuurders benoemd. [belanghebbende 1] was van de aanvang af in een leidinggevende rol bij SHA betrokken en trad naar buiten toe op als het gezicht van SHA. SHA stelt zich statutair ten doel het bevorderen van het beschikbaar komen van medische hulpmiddelen en aanverwante producten voor de zorg in tijden van nood, door (a) het ondersteunen van projecten en organisaties met eenzelfde doelstelling als die van SHA, (b) het oprichten van, het deelnemen in, het op andere wijze een belang nemen in en het voeren van beheer en bestuur over andere rechtspersonen, alsmede al hetgeen met het vorenstaande in de ruimste zin verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Volgens de statuten beoogt SHA niet het maken van winst en kan aan de bestuurders (artikel 4.1: minimaal 3 en maximaal 5 in aantal) geen bezoldiging worden toegekend (artikel 6). Daarnaast bepalen de statuten dat de bestuurders zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van SHA en de met haar verbonden organisatie.

2.4.

Eveneens op 25 maart 2020 is door SHA Hulptroepen Alliantie B.V. (hierna: de Werkmaatschappij) opgericht. Enig aandeelhouder en enig bestuurder van de Werkmaatschappij is SHA.

2.5.

[belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] hebben op 9 april 2020 besloten tot oprichting van Relief Goods Alliance B.V. (hierna: RGA), waartoe [belanghebbende 2] op die dag een notaris heeft benaderd.

2.6.

Op 14 april 2020 is RGA door de houdstermaatschappijen van [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 1] opgericht. De doelstelling van RGA is gelijk aan die van SHA. Als eerste bestuurder is benoemd [belanghebbende 1] , enige aandeelhouders zijn de houdstermaatschappijen van [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 1] (ieder 100 aandelen).

2.7.

RGA beschikt niet over een eigen website; voor haar marketing wordt gebruik gemaakt van de website van SHA (www.hulptroepen.nu) en de bijbehorende emailadressen.

2.8.

Op 22 april 2020 hebben het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (hierna: het LCH) en RGA met het oog op de coronacrisis de zogeheten Mondkapjesdeal met elkaar gesloten. Gebleken is dat RGA winst heeft gemaakt die (deels) in de vorm van dividend aan de aandeelhouders van RGA is uitgekeerd.

2.9.

[belanghebbende 1] is op 30 juni 2020 als bestuurder van RGA vervangen door zijn houdstermaatschappij.

2.10.

[belanghebbende 3] is op 1 september 2020 afgetreden als bestuurder van SHA.

2.11.

[belanghebbende 1] is op 1 januari 2021 aangetreden als bestuurder van SHA.

2.12.

De houdstermaatschappij van [belanghebbende 2] is op 4 januari 2021 aangetreden als tweede bestuurder van RGA.

2.13.

Op 15 mei 2021 heeft De Volkskrant een artikel gepubliceerd getiteld: ‘De geheime coronadeals van [belanghebbende 1] ’, waarin wordt beschreven dat weliswaar de schijn werd gewekt dat de Mondkapjesdeal was gesloten met SHA en de Werkmaatschappij, dus met een non-profit stichting, maar dat deze deal feitelijk is gesloten met RGA. Daarop zijn diverse publicaties ten aanzien van RGA, [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] gevolgd, waaronder een boek getiteld ‘ [belanghebbende 1] Miljoenen’ van journalistiek onderzoeksplatform Follow The Money.

2.14.

Naar aanleiding van deze en andere publicaties in de media heeft het OM bij brieven van 5 augustus 2021 [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] om inlichtingen verzocht op de voet van artikel 2:297 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW). Vervolgens heeft het OM bij brieven van 6 december 2021 en 14 februari 2022 om aanvullende inlichtingen verzocht. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] hebben naar aanleiding van deze brieven inlichtingen verstrekt.

2.15.

Op 28 februari 2022 heeft het OM bekend gemaakt dat het naar aanleiding van een aangifte van Randstad een strafrechtelijk onderzoek is gestart naar SHA en drie daarbij betrokken personen (te weten [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] ). Het persbericht luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Stichting Hulptroepen Alliantie werd in het voorjaar van 2020 opgericht als een non-profit organisatie die, naar eigen zeggen, in staat was op korte termijn primair voor de zorg in een groot aantal mondkapjes te voorzien. De (voormalig) bestuurders van de Stichting communiceerden in de media herhaaldelijk dat zij zonder winstoogmerk handelden. Naar aanleiding hiervan besloot Randstad haar bijdrage te leveren door personeel uit te lenen aan de Stichting zonder hiervoor kosten in rekening te brengen. Later bleek echter dat de (voormalig) bestuurders, naast de Stichting, ook een besloten vennootschap hadden opgericht die werd gebruikt bij de inkoop en verkoop van mondkapjes. Met deze vennootschap werd winst gegenereerd. Het door Randstad ingezette personeel zou, zonder hun medeweten, ook ingezet zijn voor de werkzaamheden van deze BV.

2.16.

De Medewerkers hebben zich allen, voor een groot deel belangeloos, ingezet voor SHA in de periode dat sprake was van een tekort aan mondkapjes als gevolg van de Covid-19 pandemie.

3 De verzoeken

In de zaak C/13/716527 / HA RK 22-114

3.1.

Het OM verzoekt de rechtbank

(1) [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] te ontslaan als bestuurders van SHA;

(2) als bestuurder van SHA te benoemen

a. mr. W.J.P. Jongepier, advocaat te Amsterdam, dan wel een van de andere advocaten die als curator benoembaar is in de zogenoemde “bak 4” van de rechtbank Amsterdam dan wel een advocaat die als onderzoeker benoembaar is bij de Ondernemingskamer;

b. althans een of meer nieuwe bestuurders te benoemen;

(3) voor de duur van het geding de volgende voorlopige voorziening te treffen: schorsing van de bestuurders [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] met tijdelijke benoeming van de hiervoor onder 2 bedoelde opvolgende bestuurder, in hun plaats, met toekenning van alle wettelijke en statutaire bevoegdheden aan de tijdelijk bestuurder, voor de tijd totdat de beschikking in de bodemprocedure in kracht van gewijsde is gegaan;

(4) te bepalen dat:

a. de opvolgend bestuurder(s) zich een financiële vergoeding mag toekennen naar analogie van de vergoedingen die gelden voor ervaren faillissementscuratoren en, voor zover door hen ingeschakeld, voor hun medewerkers ten laste van SHA;

b. de opvolgend bestuurder(s) de opdracht/taak wordt gegeven overeenkomstig hetgeen in nummer 7.8 van het verzoekschrift is geschreven;

(5) [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] hoofdelijk te veroordelen in eventuele kosten van deze procedure aan de zijde van het OM;

(6) alle onderdelen van de beschikkingen uitvoerbaar te verklaren bij voorraad.

In de zaak C/13/716618 / HA RK 22-116

3.2.

De Medewerkers verzoeken de rechtbank, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

met onmiddellijke ingang hangende het onderzoek:

( i) [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] te schorsen als bestuurder van SHA;

(ii) bij wijze van voorlopige voorziening op de voet van artikel 2:298 lid 2 BW een (of meer) door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke personen te benoemen tot tijdelijk bestuurder(s) van SHA;

(iii) bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat ten tijde van het bestuur van de door de rechtbank benoemde tijdelijk bestuurder(s):

( a) artikel 4.1 laatste volzin van de statuten geen werking heeft;

( b) de te benoemen bestuurder(s), in afwijking van het bepaalde in artikel 6 van de statuten, wel gerechtigd is (zijn) tot salaris, zonodig in goede justitie te bepalen door de rechtbank;

( c) SHA tevens tot doel heeft (i) het treffen van bewarende maatregelen en het voeren van gedingen, (ii) het doen van aangifte tegen RGA, [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] , (iii) het in ere herstellen van alle personen en partijen die zich hebben ingezet voor SHA zonder dat zij op de hoogte waren van de misstanden die onder verantwoordelijkheid van [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] plaatsvonden, en (iv) personen die met SHA een vrijwilligersovereenkomst hebben gesloten daaruit te bevrijden, een en ander in de ruimste zin van het woord;

( d) de te benoemen bestuurder(s) desgewenst gerechtigd zijn de statuten van SHA in lijn hiermee te laten wijzigen;

en voorts:

(iv) [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] te ontslaan als bestuurder van SHA;

( v) een (of meer) door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke personen te benoemen tot bestuurder(s) van SHA;

(vi) ook voor deze periode te bepalen conform hiervoor is verzocht onder (iii) a tot en met (d);

steeds met veroordeling van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] , althans SHA, in de kosten van het geding.

4. De beoordeling van de verzoeken om voorlopige voorzieningen en de verzoeken om schorsing

4.1.

Artikel 2:298 lid 1 (oud) BW bepaalt, voor zover hier van belang, dat een bestuurder die iets doet of nalaat in strijd met de bepalingen van de wet of van de statuten, dan wel zich schuldig maakt aan wanbeheer, op verzoek van het Openbaar Ministerie of iedere belanghebbende door de rechtbank kan worden ontslagen. Artikel 2:298 lid 1 (nieuw) BW, in werking getreden met ingang van 1 juli 2021, bepaalt, voor zover hier van belang, dat een bestuurder op verzoek van een belanghebbende of van het Openbaar Ministerie door de rechtbank kan worden ontslagen wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van zijn bestuurderschap in redelijkheid niet kan worden geduld.

4.2.

Artikel 2:298 lid 2 (oud en nieuw) BW voegt daaraan toe dat de rechtbank, hangende het onderzoek, voorlopige voorzieningen in het bestuur kan treffen en de bestuurder kan schorsen.

4.3.

Het OM is op grond van de wet zonder nadere voorwaarden bevoegd om een verzoek als bedoeld in artikel 2:298 lid 1 BW te doen. De rechtbank merkt de Medewerkers, op grond van de door henzelf gegeven toelichting, voorshands aan als belanghebbenden in de zin van artikel 2:298 lid 1 BW.

4.4.1.

Het OM en, naar de rechtbank begrijpt, ook de Medewerkers verzoeken de schorsing van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] , de benoeming van een of meer tijdelijke bestuurders en de (overige) voorlopige voorzieningen te treffen zonder [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] vooraf te horen (ex parte). De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

4.4.2.

In zijn arrest van 20 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ9324 ( [naam arrest] ) heeft de Hoge Raad, voor zover hier van belang, overwogen dat de opvatting dat een verzoek ingevolge artikel 2:298 lid 2 BW tot het treffen van voorlopige voorzieningen nimmer kan worden toegewezen zonder de betrokken bestuurder vooraf te horen in haar algemeenheid onjuist is. In het algemeen dient, zo overwoog de Hoge Raad, de rechter niet te beslissen zonder een dergelijk verhoor vooraf. Het bepaalde in artikel 19 Rv of artikel 6 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) staat echter niet eraan in de weg dat de rechter met het oog op de ernst van de aan het verzoek tot schorsing van de bestuurder en benoeming van een tijdelijk bestuurder ten grondslag gelegde feiten of de spoedeisendheid van de verzochte voorzieningen tot het treffen daarvan overgaat zonder de betrokken bestuurder vooraf te horen, aldus de Hoge Raad.

4.4.3.

Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigt de ernst van de aan de verzoeken ten grondslag gelegde feiten en de spoedeisendheid dat zij bij wijze van ordemaatregel de verzoeken tot schorsing van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] voorlopig toewijst zonder hen vooraf te horen.

4.4.4.

Redengevend daarvoor zijn de volgende door het OM en de Medewerkers gestelde, voor een groot deel met bewijsstukken gestaafde, feiten en omstandigheden.

a. In de eerste fase van een crisis van ongekende omvang hebben SHA, de Werkmaatschappij en hun bestuurders zich publiekelijk opgeworpen als partij die bij uitstek in staat en bereid was om de autoriteiten op non-profit basis de helpende hand te bieden. Op die basis hebben de Medewerkers en tal van andere vrijwilligers zich, met behulp van relaties uit hun netwerk, ingezet om de Mondkapjesdeal mogelijk te maken.

b. De Mondkapjesdeal is uiteindelijk echter niet gesloten door de non-profit Werkmaatschappij en/of SHA maar door RGA. De door RGA daarmee verworven aanzienlijke winst is daarmee uiteindelijk ten goede van [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] gekomen. Ook daarna zijn, binnengehaald onder de vlag van SHA, nog diverse overeenkomsten gesloten met RGA, waardoor inkomsten niet ten goede van SHA, maar uiteindelijk ten goede van [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] zijn gekomen.

c. Nu [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] bestuurder zijn van SHA en (indirect) van de Werkmaatschappij en tevens bestuurder en (indirect) aandeelhouder zijn van RGA, geldt dat zij als bestuurders van SHA voortdurend een tegenstrijdig belang hebben. RGA is blijkens haar statutaire doelstelling en feitelijk handelen immers een concurrent van SHA en haar Werkmaatschappij, en de webshop van waaruit zowel de Werkmaatschappij als RGA bestellingen uitkiest is nog altijd in de lucht. Hun aanblijven staat in de weg aan het ondernemen van acties tegen henzelf en [belanghebbende 3] , terwijl dergelijke acties mogelijk in het belang van SHA en de Werkmaatschappij zijn.

d. De Medewerkers en een groot aantal van de bij SHA en de Mondkapjesdeal betrokkenen en door SHA ingeschakelde vrijwilligers heeft te kennen gegeven niet op de hoogte te zijn geweest van het bestaan en de rol van RGA en zich door [belanghebbende 2] , [belanghebbende 3] en [belanghebbende 1] misleid te voelen. De handelwijze van [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] heeft tot maatschappelijke ophef geleid.

e. Het OM is een civielrechtelijk en een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de rol die [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] in dit verband hebben gespeeld. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] zijn dus voorwerp van een strafrechtelijk onderzoek naar hun handelen binnen SHA, terwijl zij tegelijkertijd als bestuurder het belang van SHA moeten dienen.

f. Het voorlopig voortdurende belang van SHA bij een diepgaand onderzoek zonder aanziens des persoons en het voorlopig voortdurende persoonlijke belang van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] bij het voeren van hun eigen verdediging zijn niet met elkaar te verenigen. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] hebben aldus ook een persoonlijk tegenstrijdig belang bij de behartiging van hun bestuurstaken bij SHA.

g. SHA is niet of nauwelijks meer actief maar beschikt nog wel over aanzienlijke financiële middelen.

h. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] , die in het kader van de jegens hen lopende onderzoeken en de nu voorliggende procedure mogelijk aanzienlijke kosten van rechtsbijstand moeten maken, kunnen als bestuurders van SHA de financiële middelen van SHA op dit moment aanwenden op de wijze die hen goeddunkt. Hun schorsing als bestuurders van SHA ontneemt hen de in elk geval in theorie bestaande mogelijkheid om die financiële middelen ten eigen bate aan te wenden.

i. Ook ontneemt de schorsing hen de in elk geval in theorie bestaande mogelijkheid om het civielrechtelijk en strafrechtelijk onderzoek te belemmeren door bijvoorbeeld stromannen als bestuurder te benoemen, de statuten te wijzigen of de administratie zoek te maken of te wijzigen.

4.4.5.

De rechtbank ziet in het voorgaande voldoende aanleiding om de verzoeken tot schorsing van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] bij wijze van ordemaatregel voorlopig toe te wijzen. De rechtbank zal zo spoedig mogelijk een mondelinge behandeling bepalen waarop [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] desgewenst kunnen reageren op de verzoeken en de naar aanleiding daarvan ten aanzien van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] genomen (voorlopige) beslissing. Naar aanleiding van die mondelinge behandeling zal de rechtbank beslissen over het al dan niet voortzetten van de schorsing. Zie ook hierna onder 5.1 en 5.2.

4.5.

Omdat [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] op dit moment de enige bestuurders van SHA zijn, zal hun schorsing ertoe leiden dat SHA geen bestuur meer heeft. De rechtbank ziet daarin aanleiding voor de duur van de schorsing bij wijze van ordemaatregel een tijdelijk bestuurder te benoemen. In afwijking van artikel 4.1 van de statuten kan naar het oordeel van de rechtbank met de benoeming van één tijdelijk bestuurder worden volstaan. Uit de gegevens van de door het OM voorgestelde tijdelijke bestuurder, mr. W.J.P. Jongepier, blijkt van voldoende kennis en ervaring om hem als zodanig te benoemen. Mr. Jongepier heeft aan het OM verklaard een dergelijke benoeming te kunnen en zullen aanvaarden. Overigens dient mr. Jongepier voorlopig, in ieder geval tot aan de mondelinge behandeling, terughoudend gebruik te maken van zijn bevoegdheden en voor zover de gevolgen van door hem als tijdelijk bestuurder van SHA te verrichten (rechts)handelingen onomkeerbaar zijn slechts die handelingen te verrichten die naar zijn oordeel in het belang zijn van SHA en geen uitstel dulden. Naar aanleiding van de mondelinge behandeling zal de rechtbank beslissen over het al dan niet voortzetten van de benoeming. De kosten van mr. Jongepier zullen (voorlopig) worden vastgesteld overeenkomstig de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling en komen ten laste van SHA.

4.6.

Voor het treffen van de (overige) verzochte voorlopige voorzieningen ziet de rechtbank op dit moment geen aanleiding. Daarop zal, nadat [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] in de gelegenheid zijn gesteld op de verzoeken te reageren, worden beslist.

5. De (verdere) behandeling van de verzoeken om schorsing, om (verdere) voorlopige voorzieningen en om ontslag

5.1.

In zijn hiervoor onder 4.4.2 vermelde arrest overweegt de Hoge Raad voorts dat de rechter bij de verdere behandeling van het verzoek tot ontslag van de voorlopig geschorste bestuurder dient te beoordelen of de noodzaak tot het handhaven daarvan nog steeds bestaat (en zijn oordeel dienaangaande, indien hetgeen de geschorste bestuurder in dat verband aanvoert daartoe aanleiding geeft, nader dient te motiveren).

5.2.

De rechtbank zal dag en uur bepalen voor een mondelinge behandeling waarop zowel het (eventuele) verzet van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] (en [belanghebbende 3] ) tegen de beslissing om hen als bestuurder van SHA te schorsen (en mr. Jongepier als tijdelijk bestuurder te benoemen) als de verzoeken om (verdere) voorlopige voorzieningen als de verzoeken om ontslag van [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] als bestuurders van SHA zullen worden behandeld. De rechtbank heeft 12 mei 2022 (‘s middags) daartoe gereserveerd. De rechtbank verzoekt alle partijen zich in te spannen een mondelinge behandeling op genoemde datum doorgang te laten vinden.

5.3.

Het procesreglement verzoekschriftprocedure is van toepassing. De rechtbank ontvangt eventuele verweerschriften bij voorkeur uiterlijk op 9 mei 2022.

5.4

Afschrift van deze beschikking zal worden gezonden aan mr. J.F.H.M. Bartels te Amsterdam, als advocaat van [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] . Daarnaast zal een afschrift worden verzonden aan het OM, mr. Evers, en mr. Jongepier als (tijdelijk) bestuurder van SHA. De rechtbank zal afschriften van de verzoeken (zonder bijlagen) aan mr. Bartels en mr. Jongepier toezenden en verzoekt het OM en mr. Evers om de bijlagen bij hun verzoek per direct toe te zenden aan mr. Bartels en mr. Jongepier.

6 De beslissing in beide zaken

De rechtbank:

met betrekking tot de verzoeken om schorsing:

- schorst [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] , hangende het onderzoek in deze procedure en tot nader order, met onmiddellijke ingang als bestuurder van SHA;

- benoemt mr. W.J.P. Jongepier, hangende het onderzoek in deze procedure en tot nader order, met onmiddellijke ingang als bestuurder van SHA en bepaalt dat diens kosten, zoals omschreven in 4.5, ten laste van SHA komen;

- verklaart deze beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan het handelsregister doet toekomen;

met betrekking tot de verzoeken om (verdere) voorlopige voorzieningen en de verzoeken ten gronde:

- bepaalt dat – in beginsel – op 12 mei 2022 om 13:30 uur een mondelinge behandeling als bedoeld in 5.2 zal plaatsvinden; slechts in geval van absolute verhindering zal naar een andere datum kunnen worden uitgeweken;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.P. Pompe, mr. H.J. Schaberg en mr. M. Wouters en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2022.