Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:2270

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-04-2022
Datum publicatie
09-05-2022
Zaaknummer
C/13/690189 / FA RK 20-6044
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag op grond van artikel 1:253c, lid 1 BW afgewezen. Vaststelling omgangs-vakantieregeling. Bijzondere curator betrokken. Zaak ten aanzien van verzoek tot kinderalimentatie afgesplitst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/690189 / FA RK 20-6044 (KM/ID)

Beschikking van 26 april 2022 betreffende wijziging van het gezag, omgang en kinderalimentatie

in de zaak van:

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen de vader,

advocaat mr. R.A. Remport Urban te Linne,

tegen

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen de moeder,

advocaat mr. W.R.S. Ramhit te Hoofddorp.

Als belanghebbende is aangemerkt:

Drs. H.D. Posthumus,

kantoorhoudende te Amsterdam,
in haar hoedanigheid van bijzondere curator over na te noemen minderjarige,
hierna te noemen de bijzondere curator.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure tot 14 juli 2021 is weergegeven in de beschikkingen van

24 maart 2021 en 14 juli 2021, welke beschikkingen hier als herhaald en ingevoegd gelden.

Bij de beschikking van 14 juli 2021 heeft de rechtbank op verzoek van partijen een bijzondere curator benoemd, nu het bij beschikking van deze rechtbank van 24 maart 2021 ingezette mediationtraject niet tot resultaten heeft geleid. Daarbij zijn de verzoeken ten aanzien van de wijziging van het gezag, de omgang en wijziging van de kinderalimentatie aangehouden.

1.2.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de nadien ingekomen stukken, waaronder:

- het rapport van de bijzondere curator van 13 januari 2022;

- een F9-formulier van 24 januari 2022 van de vader, waaruit blijkt dat de vader zich niet kan vinden in de conclusies van de bijzondere curator;

- een F9-formulier van 28 maart 2022 van de vader, met als bijlage de geboorteakte van zijn zoon [naam] , geboren op [geboortedatum 1] 2021.

1.3.

De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 april 2022.

Verschenen zijn: de vader, de moeder, bijgestaan door hun advocaten en de bijzondere curator.

De advocaat van de vader is, vanwege corona-gerelateerde klachten, tijdens de mondelinge behandeling, telefonisch gehoord.

De vader is tijdens de mondelinge behandeling bijgestaan door mevrouw A.E. Czudar, tolk in de Hongaarse taal. De moeder is (telefonisch) bijgestaan door mevrouw K. Belfort, tolk in de Poolse taal.

2 De feiten, het verzoek en het verweer

Voor de feiten, de verzoeken en het verweer verwijst de rechtbank naar de beschikkingen van

24 maart 2021 en 14 juli 2021, naar welke beschikkingen thans wordt verwezen.

Partijen zijn de ouders van de minderjarige:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] .

De vader heeft de minderjarige erkend.

De moeder is belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] . [minderjarige] woont bij de moeder.

3 Het rapport van de bijzondere curator

De bijzondere curator heeft op 13 januari 2022 gerapporteerd. De bijzondere curator adviseert de rechtbank de omgang tussen de vader en [minderjarige] uit te breiden maar niet in frequentie.

De bijzondere curator adviseert om een omgangsregeling vast te stellen van eenmaal in de veertien dagen waarbij de vader [minderjarige] op zaterdag ophaalt bij de voetbaltraining mits deze plaats vindt, en [minderjarige] terug brengt bij de moeder op zondagmiddag om 17.00 uur.

Hierdoor zijn de contactmomenten tussen de moeder en de vader gereduceerd, wat minder spanning oplevert. Door de omgang uit te breiden is meer kans op hechting tussen [minderjarige] en zijn vader.

Verder geeft de bijzondere curator aan dat als de regeling een jaar goed verlopen is en [minderjarige] gewend is aan het samen zijn met zijn vader en het gezin van vader, een familiebezoek van [minderjarige] aan de familie van de vader in Hongarije in de zomervakantie mogelijk moet zijn.

Ten aanzien van de wijziging van het gezag adviseert de bijzondere curator het verzoek van de vader af te wijzen, omdat de ouders in een slechte verstandhouding met elkaar leven en communiceren.

4 De nadere standpunten

4.1.

De bijzondere curator heeft tijdens de mondelinge behandeling het advies gehandhaafd en hieraan toegevoegd dat [minderjarige] erg klem zit tussen zijn ouders en moeilijk te motiveren is om op dit moment iedere week mee te gaan met zijn vader. Wel vindt [minderjarige] het fijn als hij eenmaal bij vader thuis is. Gelet hierop is het advies om de frequentie van de omgangsregeling minder te laten zijn, maar de duur langer en met een overnachting. Ook is het voor [minderjarige] fijn als vader bij hem komt kijken bij de voetbal of ook eens naar de school van [minderjarige] komt.

De bijzondere curator benadrukt dat [minderjarige] te jong is om zelf de regie te kunnen voeren over de omgangsregeling. Het is voor hem van belang dat een duidelijke omgangsregeling wordt bepaald en dat het hem emotioneel wordt toegestaan door de moeder naar zijn vader toe te gaan en om het leuk te mogen hebben bij zijn vader. Desgevraagd geeft de bijzondere curator aan dat het opbouwen van een omgangsregeling niet wenselijk is omdat de ouders dan weer met elkaar moeten overleggen, wat hen niet goed lukt en weer strijd kan opleveren. De bijzondere curator adviseert het verzoek van de vader tot wijziging van het gezag af te wijzen nu de ouders in een zeer slechte verstandhouding met elkaar communiceren en samenwerken wat niet in het belang van [minderjarige] is.

4.2.

De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht in te kunnen stemmen met het advies van de bijzondere curator ten aanzien van de wijziging van het gezag maar niet met het advies ten aanzien van de omgangsregeling. De moeder voert aan dat [minderjarige] zelf vaak

niet mee wil met de vader en niet wil dat de vader binnen in huis komt. Verder voert de moeder aan dat de vader vaak te laat komt, wat niet leuk voor [minderjarige] is. De moeder wenst de regeling zoals deze nu is voort te zetten. Zij verzet zich tegen een overnachting van [minderjarige] bij de vader nu [minderjarige] nog nooit bij zijn vader heeft geslapen en nu al niet mee wil met zijn vader. Indien toch een uitbreiding van de huidige omgangsregeling komt, dan is het wenselijk de regeling op te bouwen, zodat [minderjarige] aan de nieuwe situatie kan wennen. De moeder geeft aan dat zij geen stress wil voor [minderjarige] en slechte prestaties op school door de wijziging van de omgang.

Ten aanzien van het verzoek tot wijziging van het gezag verzoekt de moeder de rechtbank het verzoek af te wijzen nu sprake is van een problematische communicatie tussen de ouders en gezamenlijk gezag niet in het belang van [minderjarige] is.

4.3.

De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard achter het advies te staan van de bijzondere curator ten aanzien van de omgang maar niet ten aanzien van de wijziging van het gezag. De vader voert aan dat het belangrijk is dat duidelijkheid komt voor [minderjarige] ten aanzien van de omgang en dat de moeder accepteert dat [minderjarige] bij vader thuis is. [minderjarige] heeft recht op family life, ook bij zijn vader. De vader geeft aan dat als er omgang is, [minderjarige] het leuk heeft en met de andere kinderen speelt. Ten aanzien van het contact met de moeder geeft de vader aan dat dit niet goed verloopt en de moeder hem heeft geblokkeerd op de telefoon. Verder geeft de vader aan hoopvol te zijn, maar zorgen te hebben voor de toekomst als de moeder niet mee blijft werken met de omgang.

De advocaat voegt hieraan toe dat de communicatieproblemen wellicht in stand worden gehouden door de moeder. Dit mag geen reden zijn het verzoek tot gezamenlijk gezag niet toe te wijzen. De vader wil graag een rol spelen in het leven van zijn zoon en betrokken worden bij belangrijke beslissingen over [minderjarige] . De advocaat verzoekt de rechtbank de vader mede met het gezag te belasten. Ten aanzien van de omgang verzoekt de advocaat het advies van de bijzondere curator over te nemen. Het is goed voor de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] dat hij contact heeft met zijn beide ouders en kennis maakt met beide culturen. Daar hoort ook een vakantie/familiebezoek in Hongarije bij zodat hij de familie van vader beter leert kennen. Eventueel kan het verzoek tot vaststelling van een vakantieregeling worden aangehouden totdat duidelijk is hoe de omgang verloopt.

Desgevraagd geeft de advocaat aan dat het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie wordt gehandhaafd en dat de vader akkoord kan gaan met afsplitsing van dit verzoek.

5 De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

5.1.

Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken van de vader.

Inhoudelijke beoordeling

5.2.

De rechtbank dient een beslissing te nemen omtrent de verzoeken van de vader ten aanzien van de wijziging van het gezag, de omgangsregeling en de wijziging van de kinderalimentatie.

Gezag

5.3.

Op grond van artikel 1:253c lid 1 Burgerlijk Wetboek kan de tot het gezag bevoegde vader die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechter verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts wordt afgewezen indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen;

b. afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Voor het uitoefenen van gezamenlijk gezag is van belang dat de ouders tot een gezamenlijke gezagsuitoefening in staat zijn en zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk onderling overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen, zodanig dat het kind niet klem of verloren zal geraken tussen de ouders.

5.4.

De rechtbank is op grond van het gestelde en de in houd van de overgelegde stukken van oordeel dat uitoefening van het gezamenlijk gezag op dit moment niet haalbaar en in het belang van [minderjarige] is. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat sprake is van een belast verleden en onderlinge strijd tussen de ouders, en een slechte, zeer beperkte communicatie en samenwerking tussen hen, zoals ook tijdens de mondelinge behandeling is gebleken. Voldoende aannemelijk is dat bij vaststelling van gezamenlijk gezag de moeder daardoor in de praktijk problemen zal ondervinden bij beslissingen ten aanzien van [minderjarige] , waarvoor de toestemming van de vader nodig zal zijn. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat het ingezette mediationtraject tussen partijen is mislukt.

Voor vaststelling van gezamenlijk gezag is nodig dat sprake is van een constructieve manier van communiceren van de ouders. Ouders zijn daartoe op dit moment nog onvoldoende in staat.

Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat [minderjarige] bij toewijzing van het gezamenlijk gezag nog meer klem en/of verloren zal raken en niet is in te zien dat hierin binnen afzienbare tijd verbetering is te verwachten. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Omgang

5.5.

De bijzondere curator heeft op 13 januari 2022 rapport met advies uitgebracht zoals verwoord onder overweging 3 van deze beschikking. Uit deze rapportage blijkt na onderzoek dat bij [minderjarige] sprake is van loyaliteitsproblematiek en hij last heeft van de strijd en spanningen tussen zijn ouders. [minderjarige] vindt het lastig om over zijn vader te praten maar geeft aan het wel leuk te hebben bij zijn vader als hij bij de vader thuis is. Ook heeft [minderjarige] aangegeven liever om de week naar zijn vader toe te gaan. De bijzondere curator concludeert dat het voor de (identiteits-) ontwikkeling van [minderjarige] van belang is dat hij zijn biologische vader beter leert kennen en een band met hem kan opbouwen. De huidige omgangsregeling waarbij [minderjarige] elke zondag op onregelmatige basis enkele uren met de vader meegaat biedt daarvoor onvoldoende ruimte. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij een langere tijd bij zijn vader kan doorbrengen en ook bij hem kan overnachten. Daarbij dienen de contactmomenten tussen de vader en de moeder te worden gereduceerd, wat minder spanning oplevert bij [minderjarige] .

5.6.

De rechtbank is van oordeel, gelet op de inhoud van de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken, dat bovengenoemd advies van de bijzondere curator gevolgd moet worden, en navolgende onder overweging 6 genoemde omgangsregeling moet worden vastgesteld. Deze regeling garandeert qua frequentie en duur voldoende rust en voorspelbaarheid voor [minderjarige] en daarnaast voldoende contact tussen de vader en [minderjarige] om een band met elkaar op te kunnen bouwen. Daarbij is het noodzakelijk dat de moeder [minderjarige] zowel in praktische als emotionele zin toestemming geeft om bij de vader thuis te zijn en van het contact te mogen genieten. Aan het argument van de moeder dat [minderjarige] niet bij de vader kan overnachten, gaat de rechtbank voorbij nu dit onvoldoende is onderbouwd. Daarbij acht de rechtbank het in het belang voor de (identiteis-) ontwikkeling van [minderjarige] , die een Pools/Hongaarse achtergrond heeft, dat hij een onbelast en veilig contact kan hebben met zijn beide ouders en daarnaast ook de familieleden van zijn ouders zowel in Polen als in Hongarije leert kennen.

De rechtbank gaat er bij de vaststelling van de omgangsregeling van uit dat de vader de omgangsafspraken nakomt, zoals hij ook tijdens de mondelinge behandeling heeft toegezegd, de ouders [minderjarige] niet belasten met hun onderlinge strijd en zij het belang van [minderjarige] voorop stellen.

Verder zou het fijn zijn voor [minderjarige] dat de vader ook een keer gaat kijken bij een voetbaltraining/ wedstrijd en op de school van [minderjarige] .

5.7.

Ten aanzien van de vakantieregeling zal de rechtbank bepalen dat de schoolvakanties in gelijke mate tussen de ouders worden verdeeld, met dien verstande dat deze regeling pas ingaat in het jaar 2023 zodat [minderjarige] eerst kan wennen om een langere periode bij zijn vader (en gezin) te zijn en te overnachten. De rechtbank acht de na te noemen omgangs- en vakantieregeling in het belang van [minderjarige] .

Kinderalimentatie

5.8.

Wat het verzoek van de vader tot het wijzigen van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] betreft, heeft de rechtbank bij de mondelinge behandeling aan partijen laten weten dat de zaak zal worden afgesplitst. De zaak zal als een zelfstandige procedure worden geregistreerd onder zaaknummer C/13/716426/ 22-2377. In het kader van die procedure zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld financiële stukken aan de rechtbank te overleggen.

Proceskosten

5.9.

Gelet op de aard van het geschil zal de rechtbank de proceskosten tussen partijen compenseren.

Mitsdien wordt als volgt beslist.

6 De beslissing

De rechtbank:

- bepaalt in het kader van een omgangsregeling dat de vader voornoemde minderjarige [minderjarige] bij zich

zal hebben met ingang van heden:

 eenmaal in de veertien dagen waarbij de vader [minderjarige] van de voetbaltraining/wedstrijd haalt (mits deze plaatsvindt, anders om 12.00 uur ophalen bij de moeder), en weer terugbrengt naar de moeder op zondagmiddag om 17.00 uur;

 vanaf 1 januari 2023 gedurende de helft van de (school-)vakanties in die zin dat [minderjarige] :

- in de herfstvakantie in even jaren bij de moeder is en de oneven jaren bij de vader;

- de eerste week van de kerstvakantie in de even jaren bij zijn moeder is en de tweede week bij

zijn vader en in de oneven jaren andersom;

- in de voorjaarsvakantie in de even jaren bij zijn moeder is en in de oneven jaren bij zijn vader;

- de eerste week van de meivakantie in de even jaren bij zijn moeder is en de tweede week bij zijn

vader en in de oneven jaren andersom;

- de eerste drie weken van de zomervakantie bij zijn vader is en de laatste drie weken bij zijn

moeder;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- bepaalt dat het verzoek betreffende de wijziging van de kinderalimentatie wordt afgesplitst en

geregistreerd onder zaaknummer C/13/716426/ 22-2377;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. A.K. Mireku, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I.P.M. Dijkstra-Bakker, griffier, op 26 april 2022.1

1 Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).
Het beroep moet worden ingesteld:
- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.