Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2022:2083

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19-04-2022
Datum publicatie
19-04-2022
Zaaknummer
C/13/714766 / KG ZA 22-202 IHJK/MV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Op last van de voorzieningenrechter moet Q-Music stoppen met haar dance-programmering op de zaterdagavond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/714766 / KG ZA 22-202 IHJK/MV

Vonnis in kort geding van 19 april 2022

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Q-DANCE B.V.,
gevestigd te Landsmeer,

2. de vennootschap onder firma

Q-LICENTIES V.O.F.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen bij dagvaarding van 25 maart 2022,

advocaten mr. S.A. Klos en mr. A. Ringnalda te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Q-MUSIC NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Hilversum,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DPG MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden,

advocaten mr. M.J. Odink en mr. A.I.P. Martens te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Q-Dance, Q-Licenties, Q-Music en DPG worden genoemd.

1 De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 4 april 2022 hebben Q-Dance en Q-Licenties de dagvaarding toegelicht. Q-Music en DPG hebben verweer gevoerd.
Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:

aan de zijde van Q-Dance en Q-Licenties: [naam 1] [naam 2] ,
[naam 3] en [naam 4] met mr. Klos en mr. Ringnalda;

aan de zijde van Q-Music en DPG: [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] met
mr. Odink en mr. Martens.
Na verder debat is vonnis bepaald op 19 april 2022.

2 De feiten

2.1.

Sinds 1999 organiseert Q-Dance in Nederland onder de handelsnaam en het merk Q-Dance muziekfestivals en muziekevenementen toegespitst op dance muziek. In augustus 2001 heeft Q-Dance het woordmerk Q-Dance als Beneluxmerk gedeponeerd. Bekende festivals die Q-Dance organiseert zijn Defqon, In Qlimax en Dominator. Q-Licenties beheert ten behoeve van Q-Dance de rechten op het merk Q-Dance.

2.2.

Sinds augustus 2005 exploiteert Q-Music de commerciële radio-omroep die uitzendt onder de naam Q-Music. De voormalige naam van radiozender Q-Music is Radio Noordzee. Q-Music is een dochteronderneming van DPG. DPG exploiteert de website van Q-Music (www.qmusic.nl). Voorheen was Q-Music (Radio Noordzee) een dochteronderneming van de Vlaamse Media Maatschappij (VMMa).

2.3.

Bij de introductie van Q-Music in 2005 heeft Q-Dance bezwaar gemaakt tegen de exploitatie van een muziekzender onder de naam Q-Music. Q-Dance heeft zich daarbij beroepen op de bescherming die zij geniet op grond van de Handelsnaamwet. Q-Dance heeft destijds aangekondigd een procedure te zullen starten om het gebruik van de naam Q-Music voor een muziekzender in Nederland te verbieden.

2.4.

Partijen zijn vervolgens in onderhandeling getreden. Op 8 augustus 2005 hebben zij een zogenoemde co-existentie overeenkomst (hierna de overeenkomst) gesloten. In de overeenkomst, die tal van afspraken bevat en waarvan 6 bijlagen deel uitmaken, staat het volgende:
1.1. Het doel van deze overeenkomst is dat partijen hun respectievelijke activiteiten naast elkaar in dezelfde landen kunnen uitvoeren op zodanige wijze dat het voor het publiek zo veel mogelijk duidelijk is dat partijen niet aan elkaar gelieerd zijn, en partijen mitsdien niet rechtstreeks met elkaar in concurrentie treden.

1.2. (…)

De overeenkomst houdt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven, geen beperking in van de huidige exploitatie van Q-Music (…) in België of de huidige exploitatie van Q-Dance in Nederland. Dit geldt ook voor toekomstige activiteiten zij het dat ook daar het uitgangspunt geldt dat verwarring moet worden voorkomen. (…)
2.1. Het is VMMa c.q. Radio Noordzee B.V. toegestaan een radiostation te exploiteren onder de naam Q-Music en met die naam promotionele activiteiten uit te voeren voor het radiostation, mits dat radiostation zich niet richt op het zgn. dance-segment, zich niet als “dance-omroep” profileert, geen “dance-programma’s” verzorgt, althans – een enkele uitzondering daargelaten – in beginsel geen dance-muziek uitzendt (hierna “Radio Q-Music”).
2.2. Onder dance wordt verstaan elektronische (dans) muziek, dat op de door Q-Dance georganiseerde dance-events in hoofdzaak ten gehore is gebracht en zal worden gebracht met inachtneming van de van tijd tot tijd veranderende stijlen binnen het “dance-segment”. Het wordt uitdrukkelijk bepaald dat pop, rock, soul, R&B, hip-hop en oldies (sixties, seventies, eighties), ongeacht het eventueel gebruik van elektronische elementen, in ieder geval niet als dance worden aangemerkt.

(…)

2.5.

Met ingang van september 2020 presenteert [naam 8] in de zaterdagnacht een eigen radioprogramma op Q-Music.

2.6.

Met ingang van 16 oktober 2021 ziet de programmering van Q-Music voor de zaterdagavond en zaterdagnacht er als volgt uit:
- 22.00 – 00.00 uur: World Wide Club 20 met [naam 8]
- 00.00 – 01.00 uur: [naam 9] & [naam 10]
- 01.00 – 03.00 uur: A State of Trance met [naam 8]
- 03.00 – 04.00 uur: Beste van Tomorrowland One World Radio
- 04.00 – 05.00 uur: Jacked met [naam 11] .
De nieuwe programmering is onder meer aangekondigd op 8 oktober 2021 op de website van Q-Music.

2.7.

Op 12 oktober 2021 heeft Q-Dance Q-Music het volgende bericht:
Helaas hebben we moeten constateren dat Qmusic in overtreding is van de gemaakte afspraken tussen Qmusic en Q-Dance, als vastgelegd in de co-existentieovereenkomst d.d. 2005 (…).

Bij dit bericht is een memo gevoegd van de advocaten van Q-Dance met een juridisch advies waarin een en ander wordt bevestigd.

2.8.

Op 22 oktober 2021 is namens Q-Music en DPG een memo gezonden naar Q-Dance, opgesteld door de advocaten van Q-Music en DPG, waarin – kort gezegd – is opgenomen dat Q-Music de overeenkomst niet overtreedt.

2.9.

Nadien hebben partijen overleg gevoerd en gecorrespondeerd over het treffen van een minnelijke regeling, maar zij zijn hierin niet geslaagd.

3 Het geschil

3.1.

Q-Dance en Q-Licenties vorderen om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad :
1. Q-Music en DPG ieder voor zich te bevelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het verzorgen van dance-programma’s en/of het uitzenden van dance-muziek (een enkele uitzondering daargelaten) op het radiostation Q-Music te staken en gestaakt te houden, daaronder in ieder geval begrepen de volgende programma’s: World Wide Club 20 met [naam 8] , [naam 9] & [naam 10] , A State of Trance met [naam 8] , Beste van Tomorrowland One World Radio en Jacked met [naam 11] ;
2. Q-Music en DPG ieder voor zich te bevelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis iedere handeling bestaande uit het onder de naam

Q-Music aankondigen, adverteren, promoten, ten gehore brengen en/of voor het publiek ter beschikking stellen van dance-programma’s en/of dance-muziek, daaronder in ieder geval begrepen de programma’s World Wide Club 20 met [naam 8] , [naam 9] & [naam 10] , A State of Trance met [naam 8] , Beste van Tomorrowland One World Radio en Jacked met [naam 11] , al dan niet op de website van Q-Music, te staken en gestaakt te houden;
3. een en ander op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per dag; en
4. met veroordeling van Q-Music en DPG in de kosten van dit geding.

3.2.

Q-Dance en Q-Licenties stellen hiertoe – samengevat weergegeven – dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst het uitgangspunt onderschreven dat de aanduiding Q-Music voor een radiozender gevaar voor verwarring met de activiteiten van Q-Dance kan veroorzaken. De overeenkomst had dan ook expliciet tot doel een regeling te treffen die verwarring moest voorkomen. De overeenkomst geeft blijkens artikel 2.2 een ruime definitie van het begrip dance. Met de nieuwe vaste en wekelijks terugkerende programmering op de zaterdag overtreedt Q-Music de overeenkomst. Die programmering staat geheel in het teken van dance en houdt meer in dan het ten gehore brengen van een enkel dance-nummer. Q-Music profileert zich met die programmering onmiskenbaar als dance-omroep en het was juist de bedoeling van de overeenkomst om dat te voorkomen. Door het schenden van de overeenkomst lijdt Q-Dance schade. Verwarring zal zich voordoen en het onderscheidend vermogen van de handelsnaam en het merk Q-Dance, dat door intensieve investeringen in 20 jaar is opgebouwd, wordt teniet gedaan. De acute dreiging van het verwarringsgevaar en de afbreuk van het onderscheidend vermogen maken dat Q-Dance en Q-Licenties een spoedeisend belang hebben bij toewijzing van hun vorderingen.

3.3.

Q-Music en DPG hebben – samengevat weergegeven – primair het verweer gevoerd dat Q-Dance organisator is van dance-events waar de ‘hardere’ stijlen (zoals hardstyle, hardhouse, hardcore) worden gedraaid. Dit betreft een volledig afgebakend muziekgenre met een eigen specifiek publiek. Q-Dance baseert zich in dit kort geding op een onjuiste uitleg van de overeenkomst. Zo is onjuist dat artikel 2.2 een ruime definitie geeft van het begrip dance. In dat artikel staat immers dat het moet gaan om muziek “dat op de door Q-Dance georganiseerde-events in hoofdzaak ten gehore is gebracht en zal worden gebracht met inachtneming van de van tijd tot tijd veranderende stijlen binnen het “dance-segment”.” Partijen hebben er dus voor gekozen om in de definitie aan te sluiten bij de muziek die op de evenementen van Q-Dance wordt gedraaid en zal worden gedraaid, met inachtneming van de van tijd tot tijd veranderende stijlen. Dat lag ook voor de hand aangezien het de bedoeling was van partijen om naast elkaar te bestaan, waarbij het voor het publiek duidelijk moest zijn dat partijen niet aan elkaar zijn gelieerd. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van de overeenkomst blijkt dat Q-Music een eerdere versie van artikel 2.2, met daarin een brede definitie van dance (“Onder “dance” wordt verstaan elektronische (dans)muziek”) van de hand heeft gewezen. Dus zowel uit de letterlijke tekst van de overeenkomst als uit de totstandkomingsgeschiedenis volgt dat partijen veel aandacht hebben besteed aan de precieze bewoordingen van het begrip dance, dat zij niet de bedoeling hadden dit begrip ruim te definiëren, dat een ruime definitie door Q-Music uitdrukkelijk van de hand is gewezen, dat Q-Dance vervolgens akkoord is gegaan met een precisering van het begrip dance en dat partijen specifiek hebben willen aansluiten bij de muziek die in hoofdzaak op de door Q-Dance georganiseerde evenementen ten gehore is en zal worden gebracht. Het gaat dan om hardstyle, hardcore en hardhouse. Uit de line up van de afgelopen tien jaar van Defqon, Dominator en Qlimax blijkt dat op die evenementen vrijwel uitsluitend hardstyle en hardcore wordt gedraaid. Dit zijn de muzieksoorten die niet op Q-Music worden gedraaid, ook niet in de nieuwe programmering op de zaterdag. Q-Music draait commerciële mainstream dance muziek, met een compleet andere fanbase en afzetmarkt dan hardstyle, hardhouse en hardcore.

3.4.

Subsidiair hebben Q-Music en DPG aangevoerd dat geen sprake is van verwarringsgevaar. Q-Music is in de afgelopen 17 jaar zodanig bekend geworden dat niemand denkt dat Q-Dance aan Q-Music is gelieerd. De beeldmerken van partijen lijken in de verste verte niet op elkaar. De afzetmarkt van partijen en de muzieksoorten zijn compleet verschillend. Q-Dance heeft in dit kort geding op geen enkele wijze bewezen of aannemelijk weten te maken dat zich daadwerkelijk verwarring heeft voorgedaan. Q-Dance heeft dus geen belang bij toewijzing van haar vorderingen. Dat het onderscheidend vermogen van haar merk ernstig zou worden aangetast, heeft zij niet nader toegelicht of onderbouwd. Bij de afweging van belangen speelt mee dat toewijzing van de vorderingen diep zou ingrijpen in de uitingsvrijheid van Q-Music die wordt beschermd door artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het EVRM. Ook zou toewijzing Q-Music ernstig schaden in haar concurrentiepositie ten opzichte van andere radiozenders. Tot slot heeft Q-Dance evenmin een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vorderingen. Partijen bestaan al 17 jaar vredig naast elkaar en het programma van [naam 8] wordt al sinds september 2020 uitgezonden zonder dat dit tot enige verwarring heeft geleid.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen twisten over de uitleg van de overeenkomst. Hierbij geldt dat, ook indien groot gewicht toekomt aan de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen, de overige omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat een andere dan de taalkundige betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht. Beslissend is de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Dat is niet zonder meer anders waar het een overeenkomst tussen twee professionele partijen betreft, die zich hebben laten bijstaan door externe, ter zake kundige juridische adviseurs.

4.2.

Q-Music en DPG hebben niet bestreden dat de nieuwe zaterdagavond/nacht programmering van Q-Music geheel in het teken staat van dance. Die programmering behelst vijf dance-programma’s die achter elkaar worden uitgezonden en die worden gepresenteerd door bekende dance-artiesten. Q-Music profileert zich hiermee, althans op de zaterdag, als dance-omroep. Dit is blijkens artikel 2.1 van de overeenkomst niet toegestaan.

4.3.

Uit de tekst van de overeenkomst, in het bijzonder artikel 2, en de daarover tussen partijen gevoerde correspondentie, de concepten voor de overeenkomst en de aanpassingen daarop, kan het volgende worden afgeleid. Uit artikel 1.2. blijkt dat partijen met hun overeenkomst geen beperking hebben willen aanbrengen voor de exploitatie van Q-Music en Q-Dance, ook niet voor toekomstige activiteiten, waarbij het uitgangspunt geldt dat verwarring moet worden voorkomen. Met de wijze waarop partijen in artikel 2.2. het begrip dance hebben omschreven, hebben zij het ruimere begrip ‘elektronische dancemuziek’ nader gedefinieerd. Er is allereerst een afbakening gemaakt ten opzichte van andere muziekstromingen: pop, rock, soul, R&B, hip-hop en oldies (sixties, seventies, eighties). Daarnaast is er een verband gelegd met de dancemuziek die “op de door Q-Dance georganiseerde dance-events in hoofdzaak ten gehore is gebracht en zal worden gebracht met inachtneming van de van tijd tot tijd veranderende stijlen binnen het “dance-segment”. Volgens Q-Music en DPG moet dit zo worden uitgelegd dat onder dance slechts kan worden begrepen de muziek die valt onder de subcategorie hardstyle, hardhouse en hardcore, omdat dat de dancemuziek is die Q-Dance op door haar georganiseerde festivals ten gehore brengt.

4.4.

Voorshands wordt de uitleg van het begrip dance zoals door Q-Music en DPG bepleit niet gevolgd. In artikel 2.1. is de exploitatie van Q-Music beperkt, in die zin dat Q-Music zich niet mag richten op het zgn. dance-segment, zich niet als “dance-omroep” mag profileren en geen “dance-programma’s” mag verzorgen, althans – een enkele uitzondering daargelaten – in beginsel geen dance-muziek mag uitzenden. De in artikel 2.2 opgenomen omschrijving van het begrip dance bevat niet de beperking tot een specifieke stijl binnen de dance-muziek die Q-Music en DPG daarin lezen. Dat Q-Dance alleen hardstyle, hardhouse en hardcore op haar festivals draait en Q-Music dit specifieke subgenre dus niet zou mogen uitzenden, staat daar niet en valt evenmin af te leiden uit andere omstandigheden of uit de totstandkomingsgeschiedenis van de overeenkomst. Mochten partijen destijds bedoeld hebben de definitie van dance op die wijze te beperken, dan valt niet in te zien waarom zij die beperking niet expliciet in de tekst hebben opgenomen. Verder wijst de afbakening van dance met andere hoofdstromingen in de muziek (pop, rock, soul, R&B, hip-hop en oldies (sixties, seventies, eighties)) er juist op dat met dance alle dance-muziek wordt bedoeld. Tot slot geldt dat de beperking dat het moet gaan om muziek die “op de door Q-Dance georganiseerde dance-events in hoofdzaak ten gehore is gebracht en zal worden gebracht met inachtneming van de van tijd tot tijd veranderende stijlen binnen het “dance-segment” evenmin zo kan worden uitgelegd dat Q-Music alleen hardstyle, hardhouse en hardcore niet zou mogen uitzenden. Q-Dance heeft er – onderbouwd door stukken – op gewezen dat zij zich in haar programmering niet beperkt (heeft) tot de ‘hardere’ stijlen van de dancemuziek, met name bij de evenementen Qontact (trancemuziek), Qlimax (trance, house en techno), Teqnology (techno), Defqon 1 Festival (verschillende stijlen op meerdere podia) en In Qontrol (verschillende stijlen op meerdere podia). De bijlage 4 bij de overeenkomst bevat een lijst met de door partijen ten tijde van de overeenkomst gebruikte aanduidingen, jingleteksten, handelsnamen en domeinnamen die met een Q beginnen. Zij zijn overeengekomen dat het hen vrijstaat binnen de eventuele grenzen van de overeenkomst het gebruik daarvan voort te zetten. Deze lijst bevat – voor zover die Q-Dance aangaat – onder meer termen als Q-house, Q-techno en Q-trance. Ook daaruit valt af te leiden dat een beperking tot hardstyle, hardhouse en hardcore niet de bedoeling kan zijn geweest. Partijen hebben met de formulering in artikel 2.2 juist gekozen voor een flexibele omschrijving die de tand des tijds zou moeten kunnen doorstaan.

4.5.

Op grond van het voorgaande wordt het primaire verweer van Q-Music en DPG verworpen. Het subsidiaire verweer gaat evenmin op. Dat partijen in de visie van Q-Music prima naast elkaar kunnen bestaan (en dit al 17 jaar doen), zonder dat dit volgens Q-Music verwarring oplevert, vormt geen rechtvaardiging voor Q-Music om zich niet aan de overeenkomst te houden. Gezien die overeenkomst, die Q-Music vrijwillig is aangegaan, komt haar geen beroep toe op de uitingsvrijheid van artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM. Dat zij door die overeenkomst mogelijk in een nadelige concurrentiepositie komt te verkeren, kan zij haar contractspartner Q-Dance niet aanrekenen. Q-Dance heeft zich bereid verklaart met Q-Music opnieuw te onderhandelen over de voorwaarden van de overeenkomst. Dat is dan ook de weg die Q-Music zou kunnen volgen.

4.6.

Al met al is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter de vorderingen van Q-Dance en Q-Licenties zal toewijzen. Tevens wordt geoordeeld dat zij ook een spoedeisend belang hebben bij toewijzing van hun vorderingen in dit kort geding. Weliswaar heeft Q-Music vraagtekens gezet bij het spoedeisend belang omdat uit niets is gebleken dat thans sprake is van verwarringsgevaar of afbreuk aan het merk of de handelsnaam van Q-Dance, maar geoordeeld wordt dat dit spoedeisend belang er reeds in ligt dat Q-Music zich aan de gemaakte afspraken moet houden. Q-Dance hoeft niet te dulden dat Q-Music voor de gehele duur van een bodemprocedure de overeenkomst overtreedt. Dat [naam 8] reeds vanaf september 2020 een dance-programma presenteert op Q-Music, maakt evenmin dat Q-Dance geen spoedeisend belang zou hebben. Q-Dance heeft ter zitting verklaard dat zij dit eerst nog even door de vingers heeft willen zien, maar dat de maat vol was toen in oktober 2021 de nieuwe programmering werd aangekondigd. Dit is haar goed recht.

4.7.

Toewijzing van vordering 1 zal worden toegespitst op de huidige zaterdagprogrammering. Voor het overige is de vordering te breed geformuleerd en toewijzing daarvan kan alleen maar leiden tot executiegeschillen. Vordering 2, die de voorzieningenrechter zo opvat dat voor de zaterdagprogrammering geen promotie e.d. mag worden gemaakt, zal niet worden toegewezen. Indien die zaterdagprogrammering wordt verboden zal Q-Music daarvoor vanzelf geen promotie meer maken.

4.8.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt in die zin dat de dwangsom per overtreding en niet per dag zal worden opgelegd.

4.9.

Q-Music en DPG zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Q-Dance worden begroot op:

- dagvaarding € 103,33

- griffierecht 676,00

- salaris advocaat 1.016,00

Totaal € 1.795,33

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt Q-Music en DPG ieder voor zich om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis uitzending van de programma’s World Wide Club 20 met [naam 8] , [naam 9] & [naam 10] , A State of Trance met [naam 8] , Beste van Tomorrowland One World Radio en Jacked met [naam 11] , op het radiostation Q-Music te staken en gestaakt te houden,

5.2.

veroordeelt Q-Music en DPG om aan Q-Dance en Q-Licenties een dwangsom te betalen van € 10.000,- voor iedere overtreding, geheel of gedeeltelijk, van het onder 5.1 opgenomen bevel,

5.3.

veroordeelt Q-Music en DPG in de proceskosten, aan de zijde van Q-Dance en Q-Licenties tot op heden begroot op € 1.795,33,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H.J. Konings, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2022.1

1type: MVcoll: LO