Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2021:997

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-03-2021
Datum publicatie
11-03-2021
Zaaknummer
13-845104-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Man van 53 jaar veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor het hebben van een hennepkwekerij, diefstal van stroom en gewoontewitwassen van een grote hoeveelheid contant geld. Onder de schuur had de man een kelder gebouwd waarin 362 hennepplanten zijn aangetroffen. Via een gang onder zijn huis heeft hij illegaal stroom afgetapt van het elektriciteitsnetwerk. Bij de man zijn ook luxe goederen inbeslaggenomen die zijn betaald met geld met een criminele herkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-845104-18 (promis)

Datum uitspraak: 11 maart 2021

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1967,

wonende op het adres [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 februari 2021. Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. van Brakel en van wat verdachte en zijn raadsman mr. D.L.A.M. Pluijmakers naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt er, - kort samengevat, - van beschuldigd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

1. witwassen van ongeveer € 180.413,-;

2. het aanwezig hebben van een hennepkwekerij met 367 hennepplanten;

3. diefstal met braak in vereniging van stroom ten behoeve van de hennepkwekerij.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs

3.1

Feiten en omstandigheden

3.1.1

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

3.1.2

Op 21 april 2018 is bij de fraudedesk van de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) een melding binnengekomen van [naam 1] , de ex-schoonzoon van verdachte.
In de melding staat dat verdachte in de schuur een hennepkwekerij heeft, dat hij in de laatste zes jaar daarmee twee miljoen zou hebben verdiend en dat hij het geld witwast door valse facturen te schrijven als zzp’er.2 Naar aanleiding van deze melding is de FIOD een onderzoek gestart. Uit informatie die de FIOD heeft opgevraagd bij de politie is gebleken dat verdachte eerder met de politie en justitie in aanraking is gekomen wegens overtreding van de Opiumwet.3 Verdachte zou diverse grote contante uitgaven hebben gedaan en contant geld hebben gestort op zijn bankrekeningen. De bij de Belastingdienst bekende inkomsten zijn niet toereikend voor deze uitgaven/stortingen.

Uit onderzoek in diverse beschikbare systemen van de Belastingdienst is onder meer naar voren gekomen dat verdachte

- van 2009 tot en met 30 oktober 2013 een klussenbedrijf heeft gehad4, waarvan de omzet in 2012 € 21.060,- was5;

- sinds 1 januari 2018 in loondienst is bij KBJ Development B.V.;6

- van 2008 tot en met 2015 geen looninkomsten had;7

- in 2016 een brutoloon van € 8.198 en in 2017 een brutoloon van € 10.938,- had;8

- vanaf 31 mei 2017 tot 1 januari 2018 bij de Belastingdienst geen bekende bronnen van inkomsten had.9

Uit het overzicht Klantbeeld (overzicht bezit en vermogen) is gebleken dat verdachte een aantal voertuigen op zijn naam heeft staan, te weten

  • -

    een Porsche Panamera uit 2010, kenteken [kenteken] , sinds 24 januari 2018;

  • -

    een Volkswagen Caddy uit 2008, kenteken [kenteken] , sinds 6 mei 2015;

  • -

    een Gilera Fuoco uit 2014, kenteken [kenteken] , sinds 8 juni 2018.

Daarnaast staan er twee vaartuigen op zijn naam, een Stingray 205CX en een Quicksilver 500.10

Bij de Belastingdienst is een rekeningnummer van verdachte bekend met nummer [rekeningnummer] . Het saldo op de rekening had het volgende verloop:11

Datum ( 31-12 )

Saldo

2012

€ -1.257,00

2013

€ 3.534,00

2014

€ 2.158,00

2015

€ 15.946,00

2016

€ 2.114,00

2017

€ 5.213,00

Gezien de melding bij de Fraudehelpdesk van de FIOD, de vermogens- en inkomstenpositie van verdachte en de antecedenten van verdachte ten aanzien van de Opiumwet is het vermoeden ontstaan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

Op 9 juli 2018 is door het team bijzondere bijstand van de FIOD de woning en de schuur van verdachte (op de [adres] ) doorzocht. Tijdens de doorzoeking is een aantal hennepplanten aangetroffen in een kast. Tevens is tijdens de doorzoeking een verborgen ruimte aangetroffen onder de schuur, waarin zich een hennepkwekerij bevond.12

Verdachte heeft erkend dat de hennepkwekerijen van hem zijn en dat hij hiervoor stroom aftapt buiten de meter om.

3.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat alle feiten bewezen kunnen worden verklaard en voert daartoe het volgende aan.

De FIOD ontvangt een melding van de voormalig schoonzoon van verdachte dat verdachte een hennepkwekerij in zijn schuur heeft. Hiermee zou hij afgelopen zes jaar twee miljoen euro hebben verdiend. Dit geld zou hij witwassen.

De FIOD heeft onderzoek verricht, waaruit onder meer bleek dat verdachte eerder in verband is gebracht met hennep.

Bij een doorzoeking op 9 juli 2018 van de woning en schuur van verdachte is inderdaad een hennepkwekerij aangetroffen. Ook is gebleken dat stroom illegaal is afgetapt. Verdachte heeft erkend dat de kwekerij van hem is en dat hij de stroom illegaal heeft afgetapt voor de kwekerij. Voor het aftappen van de stroom heeft hij iemand ingehuurd die onder de grond drie aftap-lussen heeft aangebracht.

Nader onderzoek naar mogelijke legale bronnen van inkomsten van verdachte wees uit dat verdachte na 2012 geen omzet meer had van zijn klusbedrijf en dat er vanaf 2008 tot en met 2015 geen looninkomsten waren. In 2016 en 2017 had verdachte € 8.000,- respectievelijk € 11.000,- aan inkomsten uit loon.

Daar tegenover staat dat verdachte over diverse vermogensbestanddelen beschikt, bestaande uit een motorboot, een trailer, een Harley Davidson motor, een Porsche Panamera, een Gilera motor en een Volkswagen Caddy met een totale waarde van € 99.450,-. Ook betaalt hij per maand € 800,- aan hypotheek en zijn er contante uitgaven en contante stortingen.

Aan de hand van een eenvoudige kasopstelling is berekend dat verdachte van 1 januari 2012 tot en met januari 2018 een onbekende bron van inkomsten heeft gehad ter hoogte van € 180.413,-.

Dat verdachte dit bedrag heeft gespaard kan hij niet onderbouwen en is daarom niet aannemelijk. Wel aannemelijk is dat verdachte dit geld met de hennepteelt heeft verdiend en dat hij dit heeft witgewassen.

3.3

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich ten aanzien van de verdenking van hennepteelt (feit 2) en diefstal van stroom (feit 3) gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft deze feiten bekend.

Het witwassen (feit 1) wordt door verdachte ontkend. De verdediging heeft daarover het volgende naar voren gebracht.

Verklaring [naam 1] uitsluiten van bewijs

De verklaring van [naam 1] , de ex-schoonzoon van verdachte, is leugenachtig.
Vanwege de slechte relatie van verdachte met [naam 1] heeft [naam 1] er belang bij om in strijd met de waarheid te verklaren. Daarnaast bevat de verklaring van [naam 1] feitelijke onjuistheden, zoals dat de kwekerij onder het huis zou liggen, dat de kwekerij drie gedeeltes zou hebben waarvan twee gevuld met planten, dat verdachte over een vuurwapen zou beschikken (niet aangetroffen), dat hij begrepen heeft dat er veel geld in huis zou liggen, dat verdachte twee boten zou hebben die niet op zijn naam stonden en dat verdachte een Porsche Cayenne zou hebben. Ook blijkt niet dat de vriendin van verdachte een Volkswagen Polo van verdachte heeft gekregen. De dochter van verdachte beschikt niet over een Volkswagen Golf 6 die zij van haar vader zou hebben gekregen, maar over een Volkswagen Golf station.

Gelet op deze feitelijke onjuistheden in de verklaring van [naam 1] , dient deze verklaring uitgesloten te worden van het bewijs, dan wel dient de rechtbank weinig bewijswaarde aan deze verklaring te hechten.

Witwasberekening

Beginsaldo

De witwasberekening gaat uit van de periode van 1 januari 2012 tot 1 februari 2018. Daarbij is als beginsaldo contant geld uitgegaan van € 512,-. Verdachte heeft echter steeds verklaard dat hij zijn (contante) uitgaven heeft gedaan van geld dat hij de afgelopen dertig jaar heeft gespaard. Verdachte heeft over deze periode geen administratie om aan te tonen dat hij dit inderdaad heeft gespaard, terwijl dit kennelijk wel van hem wordt verwacht. Hij heeft inkomsten gehad uit werk (hij heeft vanaf zijn 16e gewerkt) en uit andere activiteiten, waaronder het verkopen van vooral auto’s.. Van deze verkopen heeft hij geen bewijzen. Verdachte heeft een lijst verstrekt van voertuigen en spullen die hij heeft verkocht en welke winst hij daarop heeft gemaakt. Hieruit blijkt dat hij € 46.500,- winst heeft gemaakt met die verkopen.

De verklaringen van verdachte voldoen aan de vereisten dat zij concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Dit had voor de officier van justitie aanleiding moeten zijn om nader onderzoek naar te doen naar de alternatieve herkomst van het geld en de goederen.

Verdachte heeft van de verkoop van zijn auto’s aan particulieren geen facturen. Dit is niet gebruikelijk bij particuliere verkoop, terwijl contante verkoop wel gebruikelijk is.

Dat verdachte in de periode gewerkt heeft wordt bevestigd door de heer [naam 2] (p. 142, mei 2016 tot 29 juli 2016 en januari 2017-juli 2017) en [naam 3] . Ook zijn er loonstroken die dit bevestigen.

[naam 4] , voormalig boekhouder van verdachte, had ook iets kunnen zeggen over de financiën van verdachte, maar is door de FIOD niet benaderd.

Het beginsaldo van de berekening moet op zijn minst € 46.500 zijn.

Het onderzoek naar zijn contanten had zich ook over de periode vóór 2012 moeten uitstrekken. Verdachte heeft gedurende 14 jaar de hypotheeklasten niet gedragen; dat deed zijn ex gedurende hun huwelijk. Daardoor zou het beginsaldo nog hoger moeten zijn. Tijdens het huwelijk heeft zijn vrouw ook de rekeningen betaald. Verdachte heeft toen gespaard. Dit zou de helft van de gestelde € 151.000, dus € 75.500 kunnen zijn. Daarbij blijkt uit een factuur aan [naam 5] (gedateerd op 28 mei 2015) dat hij € 3.000,- contant aan verdachte heeft betaald.

Gesteld kan dus worden dat verdachte een startbedrag van € 125.000,- aan spaargeld moet hebben gehad, dan wel € 49.500,-, welk bedrag wordt gedekt door overgelegde documenten.

Contante aankopen

Ten aanzien van de contante aankopen merkt de raadsman het volgende op.

De motorboot en boottrailer heeft verdachte gekregen voor een klus op een woonwagenkamp. Daarom zijn er geen mutaties op de bankrekening aangetroffen voor deze ‘aankoop’.

De motor (Harley Davidson, kenteken [kenteken] ) staat op naam van [naam 6] , die ook verklaard heeft dat de motor van hem is, dat verdachte deze zou opknappen en daarna zou verkopen. Daarom waren de documenten van deze motor in het bezit van verdachte. De motorfiets is ook daadwerkelijk door verdachte te koop aan geboden.

De Porsche Panamera is door verdachte contant betaald, zo blijkt uit een factuur. Dit bevestigt verdachte, die zegt dat het is betaald van spaargeld.

De motor Gilera Fuoco LT heeft weliswaar op naam van verdachte gestaan, maar was van [naam 7] . Die bevestigt dat de motor van hem was/zou worden. Op 11 juli 2018 is de aansprakelijkheid overgegaan naar [naam 7] . Dat is gedaan omdat verdachte niet wilde dat men dacht dat het zijn motor was en de motor daarom in beslag zou nemen.

Ook de Volkswagen Caddy heeft verdachte contant afgerekend. Op de factuur stond ten onrechte echter niet dat er een inruil was van € 1.500,-, waardoor het aankoopbedrag € 7.450,- moet zijn.

De overige contante aankopen ter hoogte van € 11.823,- zijn eveneens betaald met spaargeld.

De raadsman stelt primair dat verdachte in dertig jaar ongeveer € 125.000,- spaargeld heeft opgebouwd. Van dit bedrag zijn de bankstortingen (€ 66.340,-), de overige contante aankopen (€ 11.823,-), voeding (€ 11.412,-), de aankopen van de Porsche (€38.500,-) en de aankoop van de VW Caddy (€7.450,-) betaald. In totaal € 135.525,-. Het verschil van circa tienduizend euro kan worden verklaard door andere verkopen die niet op de lijst staan. Hiermee kan witwassen niet bewezen worden verklaard en moet verdachte hiervan worden vrijgesproken.

Subsidiair stelt de raadsman dat van het totaalbedrag van € 180.413,- de winst van de verkochte goederen en de voertuigen dient te worden afgetrokken. Dan blijft een bedrag van € 77.413,- over.

3.4

Het oordeel van de rechtbank

3.4.1

Hennepplantage en diefstal stroom (feiten 2 en 3)

Ten aanzien van de hennepplantage en de diefstal van stroom is de rechtbank van oordeel dat deze feiten kunnen worden bewezen op grond van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 9 juli 2018 is door de FIOD een instap gedaan in de woning en de schuur van verdachte aan de [adres] . In de woning bevond zich in de keuken een gat in de grond waarover een luik was geplaatst. Onder het luik bevond zich een ruimte/gang naar de voorzijde van de woning. Deze gang was aangelegd om een illegale aftakking te maken op het stroomnet aan de straatzijde. In de schuur bevond zich een houten kast waarin een professionele hennepkwekerij was gemaakt (kweekruimte A). In het achterste deel van de schuur was een toiletruimte. Deze had een mobiele vloer. De vloer kon door een lift elektronisch naar beneden bewegen. Onder de vloer bevond zich een hennepkwekerij (kweekruimte B). In kweekruimte A stonden vijf hennepplanten. In kweekruimte B stonden 362 hennepplanten. Een representatieve bemonstering van de hennepplanten werd getest. Deze gaf een positieve reactie, indicatief voor hennep/THC.

De stroomvoorziening werd onderzocht door een fraude-inspecteur van Liander. Hierbij is geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.13 Liander heeft aangifte gedaan van diefstal van stroom over de periode 1 januari 2018 tot 9 juli 2018. Hierbij is een illegale aansluiting gemaakt op de hoofdkabel.14 Uit de aangifte en uit de rest van het dossier kan niet worden afgeleid dat er sprake is geweest van braak of verbreking, zodat verdachte van dat onderdeel zal worden vrijgesproken.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de kelder zelf heeft aangelegd en dat er twee oogsten zijn geweest. De planten die er stonden zouden de derde oogst vormen. De hennepplanten in het kastje in de schuur waren voor eigen gebruik. Verdachte heeft bekend dat hij illegaal de stroom heeft afgenomen voor de kwekerij15. Voor het aansluiten van de stroomkabel op de hoofdkabel heeft verdachte iemand ingehuurd. Toch zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen. Degene die de stroomkabel op de hoofdkabel heeft aangesloten heeft de diefstal van stroom door verdachte gefaciliteerd, maar dat betekent niet dat tussen hen een zodanig bewuste en nauwe samenwerking heeft bestaan ten aanzien de diefstal van stroom dat van medeplegen kan worden gesproken. De rechtbank zal verdachte ook vrijspreken van het telen van hennep ‘in de uitoefening van beroep- of bedrijf’ omdat het dossier daarvoor onvoldoende aanknopingspunten bevat.

3.4.2

Gewoontewitwassen (feit 1)

Ten aanzien van het gewoontewitwassen overweegt de rechtbank het volgende. Aan de hand van een kasopstelling is door de FIOD berekend dat verdachte een bedrag van € 180.413,- heeft witgewassen. Er is geen bewijs dat het geldbedrag direct afkomstig is van een misdrijf. De rechtbank zal daarom het toetsingskader hanteren dat wordt toegepast bij een verdenking van witwassen waarbij geen direct bewijs voor een brondelict aanwezig is.

Beoordelingskader voor de bewijslevering van het bestanddeel “afkomstig van misdrijf”

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, lid 1 onder b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgenomen bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf”, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp “uit enig misdrijf” afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp. Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de legale herkomst van het voorwerp, dan ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.
In dit kader overweegt de rechtbank het hiernavolgende.

Vermoeden van witwassen

Verdachte heeft de beschikking gehad over een grote hoeveelheid contant geld. Met dat geld heeft hij onder meer voertuigen en vaartuigen gekocht. Ook is er veel contant geld gestort op de rekening van verdachte. Deze uitgaven passen niet bij het bij de Belastingdienst bekende inkomen van verdachte. Deze feiten en omstandigheden rechtvaardigen het vermoeden dat sprake is van geld dat afkomstig is uit een misdrijf. Van verdachte mag dus worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld.

Verklaring van verdachte omtrent de herkomst van het geld

Door verdachte en zijn raadsman is aangevoerd dat het geld waarmee de contante aankopen en stortingen zijn verricht, spaargeld van verdachte betrof, gespaard over de afgelopen dertig jaar. Daarnaast zou hij uit de verkoop van auto’s en kleding winsten hebben behaald en deze bedragen hebben gespaard. Hierdoor zou het beginsaldo van de opgemaakte kasopstelling veel hoger uitkomen dan het vrijstellingsbedrag voor contant geld waar de Belastingdienst vanuit is gegaan (€ 512,-). De motorboot Stingray zou verdachte hebben gekregen als betaling voor een klus op een woonwagenpark. De Harley Davidsonmotor zou van [naam 6] zijn en de Gilera Fuoco van [naam 7] .

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

3.4.2a Het beginsaldo van € 521,- is onjuist

- Spaargeld

Verdachte heeft verklaard dat hij dertig jaar lang heeft gespaard en dit spaargeld nooit op de bank heeft gezet. De rechtbank vindt deze verklaring onvoldoende concreet en niet verifieerbaar. Verdachte heeft niet kunnen aantonen van welke inkomstenbron hij dit geld heeft gespaard. Uit het onderzoek bij de Belastingdienst is immers naar voren gekomen dat verdachte in elk geval over de periode 2008-2015 geen bekende inkomsten had en zijn bekende inkomsten over de jaren 2016-2018 zijn onvoldoende om grote spaargelden te kunnen rechtvaardigen. Dat de spaargelden van vóór 2008 zijn, zoals verdachte doet voorkomen, is niet nader geconcretiseerd en is niet te verifiëren.

- Factuur [naam 5] € 3.000,-

De raadsman heeft betoogd dat een factuur van [klussenbedrijf] aan [naam 5] voor een bedrag van € 3.000,- door [naam 5] contant is betaald. Ook dit bedrag moet worden opgeteld bij de contante ontvangsten. De rechtbank overweegt hierover dat het Klussenbedrijf van verdachte volgens de Belastingdienst sinds oktober 2013 niet meer bestaat, terwijl de factuur is gedateerd op 28 augustus 2015. Daarbij zijn er van verdachte geen inkomsten bekend bij de Belastingdienst over het jaar 2015. [naam 5] , een schoonzoon van verdachte, heeft geen verklaring willen afleggen en heeft de verklaring van verdachte dus niet bevestigd.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte ook op dit onderdeel niet verifieerbaar is.

- Winsten uit verkoop van auto’s e.d.

De raadsman van verdachte heeft voorafgaand aan de zitting een handgeschreven overzicht aan de rechtbank gestuurd met een opsomming van auto’s en andere goederen die verdachte met winst zou hebben verkocht. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat deze verkopen hebben plaatsgevonden gedurende lange tijd, maar vóór 2012. Dit waren particuliere verkopen, waarvan geen facturen of kwitanties zijn opgemaakt.

Ook hiervan is de rechtbank van oordeel dat deze verklaring niet concreet en verifieerbaar is. Niet bekend is wanneer of aan wie de auto’s zijn verkocht, of wat de kentekens van de auto’s waren. Van de officier van justitie kan dan ook niet worden gevergd dat zij naar deze alternatieve verklaring over de herkomst van het geld onderzoek verricht of laat verrichten.

Tussenconclusie:

De rechtbank is van oordeel dat niet is aangetoond dat verdachte in 2012 een groot bedrag aan spaargeld heeft gehad waaruit de contante aankopen en stortingen zijn te verklaren.

3.4.2b Verweren met betrekking tot contante uitgaven

- Motorboot Stingray

Dat verdachte deze boot heeft gekregen als betaling voor een klus op een woonwagenpark acht de rechtbank hoogst onwaarschijnlijk, gelet op de waarde van de motorboot. Verdachte heeft ook niet willen zeggen van wie hij de boot heeft verkregen. Het had op de weg van verdachte gelegen om hierover meer concrete informatie te verschaffen. Dit heeft verdachte nagelaten, zodat deze verklaring niet concreet en niet verifieerbaar is.

- Harley Davidson motor

Verdachte heeft verklaard dat de Harley Davidson motor van [naam 6] is. Op dit onderdeel acht de rechtbank de verklaring van verdachte wel concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. [naam 6] heeft bevestigd dat de motor van hem is en dat hij € 10.000,- aan verdachte heeft betaald om de motor te kopen. Verdachte had de documenten, omdat hij de motor zou opknappen en verkopen en de winst zou door hen worden gedeeld.16 De motor stond ook daadwerkelijk te koop. De waarde van de motor was echter € 21.500,-. De rechtbank houdt het er daarom voor dat er geen concrete en verifieerbare verklaring is geboden door verdachte voor het verschil tussen de waarde van de motor en de bijdrage van [naam 6] . De rechtbank is daarom van oordeel dat van de helft van de waarde van de motor kan worden gesteld dit bedrag door verdachte is witgewassen.

- Gilera Fuoco LT

Verdachte heeft verklaard dat de Gilera Fuoco van [naam 7] was, maar op zijn naam stond omdat [naam 7] een uitkering had. Op 11 juli 2018 is de tenaamstelling van de Gilera Fuoco echter gewijzigd naar [naam 7] . [naam 7] heeft hierover verklaard dat hij twee weken geleden met verdachte had afgesproken de Gilera te zullen kopen voor € 1.750,-.17

De rechtbank stelt vast dat de Gilera motor steeds op naam van verdachte heeft gestaan en pas op 11 juli 2018, na de doorzoeking van de woning van verdachte, op naam van [naam 7] is gezet. Verdachte heeft het vermoeden dat ook het geld waarmee de Gilera motor is gekocht van misdrijf afkomstig is, daarom niet ontzenuwd.

- Volkswagen Caddy

Verdachte heeft verklaard dat op de aankoopfactuur van de Volkswagen Caddy het aankoopbedrag van € 8.950,- staat18, maar dat hij een inruilauto had ter waarde van

€ 1.500,-. Dit inruilbedrag staat niet op de factuur. Nu niet is gebleken dat er sprake is geweest van inruil, gaat de rechtbank uit van het bedrag dat op de factuur staat en dat contant is voldaan. Ook op dit onderdeel heeft verdachte onvoldoende tegenwicht geboden aan het vermoeden dat het bedrag van € 8.950,- een illegale herkomst heeft.

- Uitgaven voor levensonderhoud

De rechtbank gaat voorbij aan de verklaring van verdachte dat hij minder geld heeft uitgegeven aan kosten voeding omdat hij regelmatig bij zijn moeder en dochter eet. Het opgenomen bedrag van € 11.412,- is het verschil tussen de kosten die volgens het NIBUD minimaal voor voeding worden gemaakt en de door verdachte gemaakte girale kosten bij supermarkten, restaurants e.d.

Met betrekking tot de contante stortingen ten bedrage van € 66.340,-, de waarde van de boottrailer (€ 1.250,-), de aankoop van de Porsche Panamera (€ 38.500,-) en de contante betalingen van facturen en bonnen (€ 11.823,-) is geen verweer gevoerd.

Op grond van bovenstaande komt de rechtbank tot een totaal van € 178.275,- aan contante uitgaven. Verdachte had € 8.612,- beschikbaar voor het doen van uitgaven. De rechtbank stelt vast dat verdachte € 169.663,- heeft uitgegeven die niet verklaarbaar zijn uit zijn bekende inkomsten Met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat dit geld een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden en dat verdachte dit wist. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte dit geld heeft witgewassen. Gelet op de periode waarin verdachte herhaaldelijk geld heeft witwassen (ruim zes jaren) is sprake van gewoontewitwassen.

Verklaring [naam 1]

De melding van [naam 1] is de aanleiding geweest voor het onderzoek door de FIOD. Zijn melding en zijn getuigenverklaring zijn door de rechtbank niet voor het bewijs van de tenlastegelegde feiten gebruikt. Het verweer van de verdediging met betrekking tot de betrouwbaarheid van zijn verklaring behoeft daarom geen verdere bespreking.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in paragraaf 3.1 en 3.4 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 1 januari 2012 tot en met 9 juli 2018 te Hilversum, meermalen, telkens geldbedragen met een totaalbedrag van 169.663,00 euro,

heeft verworven, voorhanden gehad en omgezet en van genoemde geldbedragen gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte, wist dat voornoemde geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,

hebbende hij, verdachte, (gelet op het vorenstaande) van het plegen van dat feit een gewoonte gemaakt;

2.

in de periode van 1 januari 2018 tot en met 9 juli 2018 te Hilversum, opzettelijk heeft geteeld en opzettelijk aanwezig heeft gehad in totaal 367 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3.

in de periode van 1 januari 2018 tot en met 9 juli 2018 te Hilversum, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, toebehorende aan Liander N.V.

5 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond (een reden waarom het feit niet strafbaar zou zijn) is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straffen en maatregelen

7.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

7.2

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft betoogd dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. Door de detentie zou hij zijn koopwoning kwijt kunnen raken omdat hij dan de hypotheek niet meer kan betalen. De maatschappij schiet niets op met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor verdachte.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich gedurende lange tijd schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van geld met een criminele herkomst. Witwassen tast de integriteit van het formele, aan regels gebonden financieel-economische verkeer aan en vormt een bedreiging voor het vertrouwen dat de samenleving in het financieel verkeer moet kunnen hebben.

Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het kweken van 367 hennepplanten. Hij heeft op zeer professionele manier in een verborgen ruimte onder zijn schuur een hennepplantage ingericht. De productie van en handel in hennep gaat vaak gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Het gebruik van hennep brengt ook gezondheidsrisico’s met zich, waarvan de samenleving negatieve gevolgen ondervindt.

Dat de productie gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit blijkt ook uit het feit dat verdachte illegaal stroom heeft afgetapt ten behoeve van de kwekerij.

De door verdachte gepleegde feiten zijn ernstige feiten en de rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 19 januari 2021. Hieruit blijkt dat verdachte eerder op grond van de Opiumwet is veroordeeld. Ter terechtzitting heeft de raadsman een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden overgelegd, waaruit blijkt dat verdachte op 16 februari 2021 is veroordeeld te zake van het telen van 130 hennepplanten en dat aan verdachte een betalingsverplichting is opgelegd ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van € 10.212,36.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht geformuleerde oriëntatiepunten. Voor het witwassen heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor Fraude. Bij een benadelingsbedrag (witwasbedrag) tussen de € 125.00,- tot € 250.000,- geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9-12 maanden. Voor het telen van deze hoeveelheid hennep is het oriëntatiepunt 120 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand. De diefstal van elektriciteit is daar niet bij inbegrepen.

De ernst van de feiten, het strafblad van verdachte en de oriëntatiepunten rechtvaardigen een forse gevangenisstraf. In dat licht bezien is de strafeis van de officier van justitie mild te noemen. Verdachte heeft op zitting duidelijk gemaakt dat hij het niet eens is met het verbod op het telen van hennep. De rechtbank vindt het daarom belangrijk dat een deel van de straf voorwaardelijk zal zijn om verdachte ervan te weerhouden wederom hennep te gaan telen.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het nog uit te spreken ontnemingsvonnis.

Alles overwegende zal de rechtbank de officier van justitie in haar eis volgen en aan verdachte een gevangenisstraf van 12 maanden opleggen, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

8 Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

  • -

    Volkswagen Caddy, kenteken [kenteken]

  • -

    Motorfiets Harley Davidson, kenteken [kenteken]

  • -

    Trailer, kenteken [kenteken]

  • -

    Speedboot Stingray 205 CX, kenteken [kenteken]

  • -

    Administratie (IBN A,001)

  • -

    Twee stuks geluidsapparatuur B&O Beo lab 5

  • -

    Twee stuks geluidsapparatuur B&O Beo lab 19

  • -

    Vier stuks geluidsapparatuur B&O Penta-1

  • -

    1 stuk geluidsapparatuur B&O Center CD-speler

  • -

    Kreidler bromfiets K53/2NL, kenteken [kenteken]

  • -

    Zilverkleurig Mont Blanc horloge, serienummer [nummer]

8.1

Standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft verbeurdverklaring van alle inbeslaggenomen goederen gevorderd. De officier van justitie vindt dat de Kreidler eventueel terug kan naar verdachte indien verdachte daar zekerheid voor stelt.

8.2

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft bepleit dat de in beslag genomen voorwerpen terug moeten naar verdachte. Er is ook conservatoir beslag gelegd dus mogelijk wordt een en ander met elkaar verrekend. De bromfiets, Kreidler, is ‘antiek’ en een erfstuk. Deze wil verdachte graag terug hebben.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de voorwerpen aan verdachte kunnen worden teruggegeven nu de rechtbank de waarde van de goederen meeneemt in het uit te spreken ontnemingsvonnis.

De rechtbank merkt hierbij op dat het conservatoir beslag gehandhaafd blijft.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 311, 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek Bewezenverklaring is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1:

Gewoontewitwassen

Feit 2:

Eendaadse samenloop van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 3:

Diefstal.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaar vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Gelast de teruggave aan veroordeeld van:

  • -

    Volkswagen Caddy, kenteken [kenteken]

  • -

    Motorfiets Harley Davidson, kenteken [kenteken]

  • -

    Trailer, kenteken [kenteken]

  • -

    Speedboot Stingray 205 CX, kenteken [kenteken]

  • -

    Administratie (IBN A,001)

  • -

    Twee stuks geluidsapparatuur B&O Beo lab 5

  • -

    Twee stuks geluidsapparatuur B&O Beo lab 19

  • -

    Vier stuks geluidsapparatuur B&O Penta-1

  • -

    1 stuk geluidsapparatuur B&O Center CD-speler

  • -

    Kreidler bromfiets K53/2NL, kenteken [kenteken]

  • -

    Zilverkleurig Mont Blanc horloge, serienummer [nummer]

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.M. Berkhout, voorzitter,

mrs. A. Eichperger en J.M. Jongkind, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.M.M. van Leuven, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 maart 2021.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Verwijzingen met de code “doc.” zijn geschriften. Verwijzing naar paginanummers betreffen de doorgenummerde pagina’s.

2 Doc. 001, pag. 154

3 Aanvangsproces-verbaal, AMB-001, pag. 30

4 Doc. 038, pag. 267-269

5 Doc. 004, pag. 159

6 Doc. 003, pag. 157

7 Doc. 004, pag. 158 en Aanvangsproces-verbaal, AMB-001, pag. 30

8 idem

9 Aanvangsproces-verbaal, AMB-001, pag. 30

10 Doc. 004, pag. 159 en Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 369.

11 Aanvangsproces-verbaal, AMB-001, pag. 31

12 Proces-verbaal van doorzoeking Object A, IBN-002, pag. 342

13 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, PV Tombstone (Hennep PV politie Midden Nederland), pag. 11-14

14 Aangifteformulier Liander, d.d. 26 november 2018, opgemaakt door [medewerker] , medewerker Fraude, PV Tombstone (Hennep PV politie Midden Nederland), pag. 48 e.v.

15 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 25 februari 2021

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 6] , G-008, pag. 148 e.v.

17 Proces-verbaal verkoop Gilera Fuoco, AMB-006, pag. 40

18 Doc. 034, pag. 231